CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2D Bijlagen bij toelichting BP Hamelspoelweg 6 Herpen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure21.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Hamelspoelweg 6 Herpen - 2023 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Hamelspoelweg 6 Herpen - 2023 Bijlage 1

- Landschappelijk inrichtingsplan

Bijlage 2

- Bodemonderzoek

Bijlage 3

- Uitgangspunten watertoets waterschap Aa en Maas

Bijlage 4

- Digitale watertoets resultaat-check

Bijlage 5

- Natuurloket

Bijlage 6

- Stikstof depositieonderzoek

Bijlage 7

- V-stacks berekening

Bijlage 8

- Quickscan flora en fauna

Bijlage 9

- Omgevingsdialoog

Bijlage 1

- Landschappelijk inrichtingsplan

Inrichtings- en beheerplan Hamelspoelweg 6 Herpen

Maurice van Doorn 25-3-2023

INHOUD INLEIDING ...............................................................................................................2 1) CULTUURHISTORISCHE EN ECOLOGISCHE WAARDE VAN HET PLANGEBIED .....................................2 1.1) HET INRICHTINGSPLAN ..............................................................................................................3 1.2) FRUITBOMEN ............................................................................................................................3 1.3) KNIP- EN SCHEERHAAG..............................................................................................................3 1.4) STRUWEEL.................................................................................................................................3 1.5) BESCHERMING ERFDIJK .............................................................................................................3 1.6) GROENE AANKLEDING PARKEERPLAATSEN ................................................................................3 2) AANLEG EN BEHEER BEPLANTINGEN ...............................................................................................4 2.1) AANLEG EN BEHEER GROENE AANKLEDING PARKEERPLAATSEN ................................................4 2.2) AANLEG EN BEHEER BLOEMRIJK GAZON

....................................................................................4 2.3) OPKUILEN BOSPLANTSOEN........................................................................................................5

2.4) AANLEG EN BEHEER KNIP EN SCHEERHAAG ...............................................................................5 2.5) AANLEG EN BEHEER STRUWEEL .................................................................................................5 2.6) AANLEG EN BEHEER FRUITBOMEN ............................................................................................7 4) AANDACHTSPUNTEN MET BETREKKING TOT DE BEPLANTING .........................................................7

1

Inrichtings- en beheerplan

Inleiding Initiatiefnemer is eigenaar van de locatie Hamelspoelweg 6 te Herpen. De locatie is in gebruik als melkveehouderij maar initiatiefnemer is voornemens om naast de exploitatie van de melkveehouderij tevens in te zetten op een verbreding van het bedrijf door het oprichten van een verblijfsrecreatieve voorziening (minicamping) in de vorm van circa 15 staplaatsen voor campers in combinatie met een voorzieningengebouw met o.a. 3 B&B-kamers en een goede landschappelijke inpassing. De verdere planbeschrijving is te vinden in het bestemmingsplan van Buro ROS Leeuweriklaan 24 te Hapert. In dit inrichtings- en beheerplan wordt dieper ingegaan op de landschappelijke inpassing in het initiatiefgebied zoals hieronder afgebeeld.

1) Cultuurhistorische en ecologische waarde van het plangebied De Erfdijk is een ecologische verbindingszone. Het is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De Erfdijk herstelt het groene lint door de polder rond de Hertogswetering. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de recreatieve gebruikswaarde van de Erfdijk. De ontwikkeling zelf is op voldoende afstand van de Erfdijk gesitueerd om mogelijke negatieve effecten te voorkomen.

2

1.1) Het inrichtingsplan Het landschappelijk inpassingsplan, bestaat uit diverse soorten landschapselementen zoals: - fruitbomen - Knip- en scheerhagen - Struweel - Bloemrijk gazon/grasland 1.2) Fruitbomen De fruitbomen welke aangeplant gaan worden in het centrum van het terrein in de buurt van de vuurplaats De soorten die aangeplant gaan worden zijn: - Notaris appel - Jonatan appel - Conference peer 1.3) Knip- en scheerhaag De knip- en scheerhaag welke aangeplant gaat worden bestaat uit een inheemse soort zoals: - Carpinus betulus haagbeuk 1.4) De struweel De struweel welke aangeplant wordt bestaat uit diverse inheemse struikvormers. - Crataegus momogyna éénstijlige meidoorn - Cornus mas gele kornoelje - Rosa rubiginosa egelantier - Viburnum opulus Gelderse roos - Viburnum lantana wollige sneeuwbal - Sambucus nigra gewone vlier - Malus sylvestris wilde appel 1.5) Bescherming Erfdijk Voor het struweel wordt een landschappelijk hekwerk geplaatst om de Erfdijk en de achterliggende beplanting te beschermen. Dit raster in de vorm van een kastanje schapenhek, met een hoogte van 0.90 meter en een lat afstand van 5cm, zal geplaats worden voor het struweel. Om de 2 meter wordt een kastanje paal geplaats, waaraan twee gladdraden bevestigd worden waar het raster aan vast gemonteerd wordt.

Dit hekwerk zorgt ervoor dat gasten of honden vanuit de kampeerplaats de oude dijk niet kunnen betreden. De lengte van het schapenhek bedraagt circa 129 meter. Net buiten het terrein bevind zich een klaphek met wandelroute waar gasten een wandeling kunnen starten. 2) Aanleg en beheer beplantingen 2.1) Aanleg en beheer groene aankleding parkeerplaatsen De parkeerplaatsen aangelegd met grasbetonstenen worden delen met schraal leemarm zand en teelaarde ingeveegd en met een passend kruidenmengsel ingezaaid. Veel insecten zoals graafwespen en zandbijen kunnen profiteren van deze zandige plekjes tussen de stenen als voortplanting/nestplek Zaai instructie: Mengsel M6 Bloeiende voegen van Cruydt-Hoeck. Met soorten als: Zandblauwtje, steenanjer, gewone reigersbek, madeliefje muizenoortje, grasklokje, kleine leeuwentand, grote tijm en kleine klaver. Zaaidichtheid: 0,5 gram/m²

3

Jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of in het vroege voorjaar. Gebruik in de voegen zowel puur zand, als grond die rijk is aan organische stof (zoals teelaarde), zodat het in droge perioden niet te zeer uitdroogt. Vul de voegen niet tot bovenaan, maar laat één cm over, zodat het hart van de plant niet door eventuele autobanden wordt geraakt. Beheer: Als de gewenste hoogte wordt overschreden: maaien en het maaisel verwijderen. Bij extensief gebruik van de open bestrating zal dit in veel gevallen alleen om het jaar of max 1 x per jaar nodig zijn.

2.2) Aanleg en beheer Bloemrijk gazon Toekomstig gazon wordt ingezaaid met een inheems mengsel van kruiden die goed tegen maaien kunnen en juist door het maaien iedere keer weer aangezet worden om tot bloei te komen. Dit kan bereikt worden door delen van het gazon waar dit mogelijk is minder te maaien bijv. eens in de drie weken. Naast dat dit een voedselbron voor hommels, bijen en vlinders geeft het ook een aantrekkelijk beeld voor de gasten van het terrein. Zaai instructie: Bloemenmengsel M5 van Cruydt-hoeck wordt meegezaaid met een kleine hoeveelheid sportveldgrasmengsel. Zaaidichtheid: 1 gram/m² Zaaien: Jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar.

Beheer: Dit mengsel kun je op verschillende manieren beheren. Als intensief gazon (weinig bloei) iedere 1 - 2 weken maaien. Als extensief gazon (weinig - matige bloei) iedere 3 - 6 weken maaien. Met het maaien mag binnen het gebied ‘gespeeld’ worden bijv. op plekken waar mensen veel komen maai je vaker dan waar ze niet veel komen. Bij minder maaien is het opruimen van het maaisel wel aan te raden i.v.m. het beeld en het verrijken van het gazon waardoor het aandeel kruiden af kan nemen.

Bloemrijk gazon

4

2.3) Opkuilen bosplantsoen De planten dienen direct na levering opgekuild te worden wanneer deze niet meteen geplant kunnen worden! Na opkuilen dient de beplanting wel zo snel mogelijk op de definitieve plaats te worden geplant (niet opkuilen in een vorstperiode). Opkuilen van het plantsoen gebeurt in een 30-40 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen. Bomen: In 60 cm diepe plantplaats. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen. 2.4)

Aanleg en beheer knip en scheerhaag

wet. naam Carpinus betulus

Ned. naam haagbeuk

Plantmaat Plantafstand Aaantal Eenheid 80-100 4 st/m¹ 66 st.

Aanleg: Knip- en scheerhaag: totaal 66 m1 De te beplanten oppervlakte dient 40-60 cm diep losgemaakt te worden doormiddel van spitten. Het verdiend de voorkeur de bestaande zode eerst te frezen. In schrale omstandig heden kan compost bijgemengd worden. Planten worden aangeplant langs een pootlijn waarbij 4 st./m¹ ingeplant worden (zelfde diepte als op de kwekerij). grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken zonder de bast van de jonge planten te beschadigen. Beheer: In het algemeen worden de meeste heggen ongeveer 2 keer per jaar geknipt op gewenst hoogte en breedte. 2.5)

Aanleg en beheer Struweel

wet. naam Crataegus momogyna Cornus mas Rosa rubiginosa Viburnum opulus Viburnum lantana Sambucus nigra Malus sylvestris

Ned. naam eenstijlige meidoorn gele kornoelje egelantier Gelderse roos wollige sneeuwbal gewone vlier wilde appel

Plantmaat Plantafstand 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50 80-100 1,50 x 1,50

Aantal Eenheid 12 st. 24 st. 48 st. 24 st. 36 st. 12 st. 24 st.

5

Functie struweel: De hoofdfunctie van de beplanting is het beschermen en afschermen tegen betreding op andere manieren dan de aangegeven routes. Het zicht op de camperplekken wordt door de beplanting vanaf de dijk beperkt en zo voor een beetje privacy zorgt. De dijk valt binnen het (NNB Natuur Netwerk Brabant) en maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone, door de soortenkeuze van het struweel is een belangrijke nevenfunctie van het struweel een ecologische. Aanleg: struweel: totaal 411m² - lengte 129m¹ planten in een driehoeksverband Wanneer de bodem niet verdicht is het in te planten deel eerst maaien en ruimen. Na het uitzetten van de vakken, de verschillende soorten worden in groepen aangeplant, en de plantafstand bepaald is heeft het de voorkeur het plantsoen in de bestaande zode te planten. Omdat de grond niet geroerd is voorkomt deze manier van planten hoge druk van ongewenste kruiden zoals melde en bijvoet. Mocht de bodem verdicht zijn door bijv. veelvuldig berijden het te planten deel maaien en ruimen frezen en omspitten waarna het ingeplant kan worden. Door inzaaien van klaver en/of granen na het planten verminderd dat ook de druk van ongewenste kruiden, een mooie bijkomstigheid is dat zaad etende vogels hier ook van profiteren. De beplanting wordt in groepen aangebracht om ontmenging in de toekomst door snoeien of afzetten van het struweel te voorkomen.

Erfdijk 0,5 1,5 1,5 0.75 1m.

éénsteilige Meidoorn

gewone vlier

egelantier

gelderse roos

9 m.

9 m.

wilde appel

gele kornoelje egelantier

9 m.

9m.

wollige sneeuwbal 6 m.

Deze indeling herhalen tot het einde van het plantvak

Beheer 1e groeiseizoen Het is belangrijk om in het eerste groeiseizoen de nieuwe beplanting water te geven. De frequentie waarin dit plaats moet vinden zal bepaald moeten worden aan de hand van de ‘vraag’ van de beplanting. Dit zal gedurende het seizoen bekeken moeten worden. Ook het 2e jaar kan het nodig zijn om de beplanting naar behoefte water te geven. Na het eerste groeiseizoen zal bekeken moeten worden of en zo ja hoeveel beplanting er ingeboet moet worden. Belangrijk is het om de inboet aan het einde van het groeiseizoen op te nemen wanneer de goede beplanting nog in blad staat. Zo kun je duidelijk zien hoeveel beplanting er dood is gegaan. Het beste is om de dode beplanting te verwijderen en op een tekening aan te geven waar en hoeveel beplanting er dood is gegaan. Indien nodig kan de inboet in het zelfde plantseizoen opnieuw geplant worden. Mochten er maar enkele planten per vak het niet gehaald hebben, kunnen de nog in leven zijnde buren de groeiplek t.z.t. innemen, in dat geval is inboet niet nodig. Snoeien: Om te voorkomen dat de beplanting te weinig ruimte heeft om te groeien en omdat het vak smal is, zal na 3-5 jaar (afhankelijk van de groeisnelheid), 1/5 deel van de beplanting moeten worden afgezet (vlak boven de grond afzagen) of uitsnoeien (grote stammen verwijderen en kleine scheuten laten staan), de methode hangt af van de soort en groeiplaats.

Dit dient jaarlijks herhaalt te worden zodat uiteindelijk alle planten om de 5 jaar verjongt worden en de beplanting op deze manier gesloten blijft.

6

2.6)

Aanleg en beheer fruitbomen

Aanleg: Plantgat graven van 100*100*100 cm. De bodem in het plantgat dient minimaal 20 cm diep te worden losgemaakt. Dit ter bevordering van de aangroei. Grondverbetering: Op een schrale bodem kan extra bemesting nodig zijn. Door een kruiwagen compost per plant gat te mengen met de vrijgekomen grond zal de beplanting beter aanslaan en kan deze meer droogte verdragen.

Afbeelding plantinstructie

Planten fruitbomen: Plaats eerst de boompalen in het plant gat (met grondboor en/of houten hamer). De boompaal moet aan de windzijde van de boom geplaatst worden, dit is aan de zuidwestzijde van de boom. Na het plaatsen van de boompaal kan de boom geplant worden. Plaats deze op 15 cm afstand van de boompaal en niet dieper dan dat de boom op de kwekerij gestaan heeft. Na het plaatsen van de boom kan de grond aangevuld worden. Schud een aantal keer met de boom zodat de grond goed tussen de wortels zakt. Na het aanvullen van de grond de grond aandrukken zodat hij stevig in de grond staat. Als laatste breng je de boomband aan op 5 tot 10 cm van de bovenkant van de boompaal.

Beheer: Jaarlijks boombanden losser zetten wanneer nodig. Het snoeien van fruitbomen is specialistisch werk en vraagt de nodige kennis om dit goed te kunnen doen. 3) Aandachtspunten met betrekking tot beplantingen Bomen dienen minimaal 2 meter uit de perceelgrens geplant te worden. Hagen en struikvormers dienen minimaal 0,5 meter uit de perceelgrens geplant te worden.

7

Bijlage 2

- Bodemonderzoek

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

December 2022 Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Opdrachtgever Contactpersoon

: Dhr. W.J.B. Konings : Zie opdrachtgever

Projectnummer Rapportagedatum

: HPW.334622 : 22-12-2022

Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

Inhoudsopgave

Blz

1.

Inleiding

3

2.

Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie

4 4 4 5 6 8 8 9

3.

Hypothese en onderzoeksopzet

10

4.

Veld- en laboratoriumonderzoek 4.1 Veldwerk 4.2 Resultaten veldonderzoek 4.3 Laboratoriumonderzoek

11 11 12 12

5.

Resultaten verkennend bodemonderzoek 5.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 5.2 Toetsing analyseresultaten 5.3 Conclusies

14 14 15 16

6.

Resultaten verkennend asbestonderzoek 6.1 Visuele inspectie maaiveld 6.2 Asbestonderzoek verdachte bovengrond 6.3 Asbestonderzoek drupzone opslagschuur 6.4 Conclusies

17 17 17 18 18

7.

Samenvatting en advies

19

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten grond- en grondwateronderzoek (SGS) Analysecertificaten asbestonderzoek (Eurofins Analytico)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

1.

Project HPW.334622

Inleiding

In opdracht van de heer W.J.B. Konings is er een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen (gemeente Oss). Aanleiding tot het bodemonderzoek is een herbestemming en latere nieuwbouw. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen een recreatieve bestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 en NEN 5707. In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring zoals bedoeld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Er is in dat verband ook geen onderzoek gedaan naar PFAS. Bij eventueel vrijkomende grond zijn de resultaten van het onderzoek wel geschikt om een inschatting te maken van de toepassingsmogelijkheden. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.

Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

2.

Vooronderzoek

2.1.

Algemeen, aanleiding en doel

Project HPW.334622

Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. 2.2.

Onderzoeksvragen

De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord.        

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Is de bodem asbestverdacht? Zo ja, wat zijn de mogelijke bronnen en verdachte terreindelen? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Is er sprake van een bodemkwaliteitskaart? Zo ja, welke kwaliteitsklasse is voor de locatie toegekend en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

4

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Regionaal bodemloket omgevingsdienst - Informatie gemeente en BHIC (bodemkwaliteitskaart en bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket) 2.3.

Afbakening en locatiegegevens

De onderzoekslocatie ligt in het buitengebied zuidoostelijk van Herpen. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 245. In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De oppervlakte van het te onderzoeken terrein bedraagt circa 2.980 m2. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter in de aangrenzende percelen. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale begrenzing van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

2.4.

Project HPW.334622

Terreingebruik onderzoekslocatie

Historisch gebruik Voor zover bekend heeft de locatie altijd een agrarische bestemming en gebruik gehad. Het te onderzoeken perceel maakt deel uit van de melkveehouderij aan de overzijde van de weg. De huidige woonboerderij is al in het begin van de 20e eeuw gebouwd. Tot 1950 was het perceel in gebruik als grasland en onbebouwd. Hieronder is een historische kaart van 1962 bijgevoegd. Op de kaart zijn twee kleine objecten zichtbaar.

Figuur 2.2: Historische kaart 1962

In 1950 is de meest oostelijk schuur opgericht. De schuur was gedekt met pannen en werd gebruikt voor het houden van pony’s en later voor opslag. De meest westelijke schuur die gedekt was met asbestgolfplaten is later gebouwd in 1960 en werd gebruikt als varkensstal. Voor de toegang van de locatie werd vanaf de openbare weg een gedeelte verhard met beton en puin(granulaat). De vermoedelijke plaats is aangewezen door de opdrachtgever. Het overig terreindeel is altijd in gebruik geweest als grasland. Op het adres van de Hamelspoelweg 6 zijn een tweetal verleende Hinderwetvergunningen aangetroffen. Per besluit van d.d. 31-10-1979 werd er een oprichtingsvergunning verleend voor het houden van melkvee en jongvee. Aanvrager was de heer B. Konings. Het bewuste te onderzoeken perceel maakte daar geen deel van uit.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

6

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

In verband met een uitbreiding en wijziging is later per besluit van d.d. 11-07-1989 aan het melkveebedrijf een nieuwe Hinderwetvergunning verleend. Op de bijbehorende tekening van de inrichting staan wel de stallen aan de overzijde van de weg opgenomen. Behoudens een voersilo bij de varkensstal staan er op de tekening geen bijzonderheden vermeld. De tekening is bijgevoegd in bijlage 2. In het milieudossier is een brief aangetroffen van de toenmalige gemeente Ravenstein d.d. 18-01-1999 waarin een deel van de vergunning werd ingetrokken. Het ging onder andere om een aantal vleesvarkens. Vermoedelijk werden die (voor een deel) gehouden ter plaatse van de onderzoekslocatie. De stallen/schuren zijn al geruime tijd niet meer in gebruik. Het dak van asbestplaten van de meest westelijk schuur is in het verleden gesaneerd. Hiervan zijn geen gegevens bekend. Vanwege de ouderdom van de platen (<1960) mag aangenomen worden dat geen sprake was van gecoate platen die de bodem met PCB’s verontreinigd kunnen hebben. Dit soort asbestplaten zijn pas geproduceerd vanaf begin jaren 70. Op de locatie hebben zover bekend geen bodembedreigende (bedrijfs-)activiteiten, opslagen of calamiteiten plaatsgevonden. In het verleden is er geen sprake geweest van een ondergrondse brandstoftank.

Vanwege een uitgevoerd bodemonderzoek in 2007 staat de locatie geregistreerd in het regionaal bodemloket onder ID-code NB082831585 (zie ook paragraaf 2.5). In bijlage 2 is de bodeminformatie bijgevoegd zoals ontvangen van de regionale omgevingsdienst Brabant Noord. De genoemde bovengrondse dieseltank staat bij het melkveebedrijf aan de overzijde van de weg. Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage 3 zijn een situatietekening en een aantal terreinfoto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven. Op de locatie staan de twee stallen die in slechte staat verkeren. Door de begroeiing is de puinverharding moeilijk waarneembaar. Direct aan de weg is een gedeelte zichtbaar verhard met beton. Het terreindeel is verder in gebruik als grasland en wordt omringd door de Erfdijk (oude binnendijk van de Maas). Tijdens de terreininspectie zijn verder geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging waargenomen. Toekomstig gebruik De vervallen stallen zullen worden gesloopt waarna het terrein in gebruik wordt genomen als een kampeerterrein. In bijlage 2 is een ontwerpplan bijgevoegd. Naast de inrichting van diverse kampeerplaatsen is de nieuwbouw van een bijgebouw gepland.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

2.5.

Project HPW.334622

Voorgaande onderzoeken en saneringen

In verband met de verbouw van de woonboerderij aan de overzijde van de weg heeft er in november 2007 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden (Verhoeven Milieu- & Geluidsadvies, project 2007102 Hamel). Het onderzoek was uitgevoerd volgens de NEN 5740. De locatie werd als niet verdacht beschouwd van bodemverontreiniging. Zintuiglijk werden in de bovengrond bijmengingen met puin waargenomen. Met laboratoriumonderzoek werd vastgesteld dat de bovengrond licht verontreinigd was met zink en de ondergrond licht verontreinigd met zink en PAK. Het grondwater was niet verontreinigd. Een vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht. Mede op basis van het onderzoek werd een bouwvergunning verleend. 2.6.

Omgeving locatie

De locatie ligt in het buitengebied zuidoostelijk van Herpen in een landelijke omgeving. Naast een vermelding van het melkveebedrijf aan de overzijde is er binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie in het bodemloket van de regionale omgevingsdienst geen bodeminformatie aangetroffen Op basis van de verzamelde informatie is aangenomen dat er in de nabijheid van de locatie geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen bekend zijn die mogelijk van invloed kunnen zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente Oss beschikt over een bodemkwaliteitskaart (maart 2020). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden. De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie. Het onderzoeksgebied is op de bodemfunctiekaart ingedeeld in de zone ‘agrarisch en natuur’. In het algemeen is in de regio verder bekend dat verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater voor kunnen komen. De verhoogde concentraties worden vaak zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, fluctueren sterk en kunnen veelal als lokaal (natuurlijke) verhoogde achtergrondwaarden worden beschouwd. 2.7.

Bodemopbouw en geohydrologie

De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de tabel op de volgende pagina is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt in de geologisch hoger gelegen Peelhorst.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

8

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

Tabel 2.1: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m-mv)

Geohydrologische

Lithostratigrafische

Lithologie

eenheid

eenheid

0-5

Deklaag

Nuenengroep en Holoceen

Fijne (soms lemige) zanden

5-15

1e watervoerende pakket

Formaties van Veghel en

Fijne en grove grindrijke

Kreftenheye

zanden

De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse noordoost gericht. De grondwaterstand is voorafgaand aan het onderzoek ingeschat op een diepte van 1,0 tot 1,6 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is niet onderzocht of er op korte afstand industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer tot aan de onderzoekslocatie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

9

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

3.

Project HPW.334622

Hypothese en onderzoeksopzet

De NEN 5740 beschrijft voor verschillende situaties de te hanteren onderzoeksstrategie. Verdachte en niet-verdachte locaties worden daarbij onderscheiden. Voor asbest in bodem is de NEN 5707 van toepassing. Bij een bestemmingswijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning is alleen een asbestonderzoek noodzakelijk wanneer sprake is van een asbestverdachte situatie. Op basis van het uitgevoerd vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken:  De plaats van het opgebracht puin(granulaat) is verdacht van de aanwezigheid van een asbestverontreiniging.  De toplaag van de onbedekte drupzones van het voormalig asbestdak van de varkensstal (meest westelijke schuur is verdacht van de aanwezigheid van asbest(vezels).  Vanwege het ontbreken van een mogelijk andere oorzaak van bodemverontreiniging is de onderzoekshypothese voor de onderzoekslocatie ‘niet verdacht’. In overleg met de opdrachtgever is op basis van de bovenstaande conclusies de onderstaande onderzoeksopzet vastgesteld. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 NEN 5740: Onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie

Opp. (m2)

Onderzoeksstrategie 1)

Geheel

2.980

ONV-NL

Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen Aantal peilbuizen (diepte in m-mv) (filterdiepte m-mv)

Laboratoriumonderzoek Grond 2) Grondwater 3) (NEN-pakket) (NEN-pakket)

9x 0,5 2x 2,0

2x bgr 1x ogr

1x (ca. 2,0-2,0)

1x grw

1) ONV-NL: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie 2) Standaardpakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum 3) Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie

Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 NEN 5707: Overzicht veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie

Druplijnen opslagschuur (L= <12 m) Puinhoudende grond

Aantal (st/m2)

Aantal gaten/sleuven

Aantal gaten met boringen tot onderzijde verdachte laag

2 stuks

2 proefsleuven (2,0x0,3x0,05)

-

500 m2

4 proefgaten (0,3x0,3x0,50)

1

Aantal te analyseren mengmonsters 2

1

Opm: Er zijn geen verzamelmonsters opgenomen voor het eventueel aantreffen van asbest in de grove fractie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

10

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

4.

Veld- en laboratoriumonderzoek

4.1.

Veldwerk

Project HPW.334622

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaat door de heren M. van Oort en R. van der Laan (NIPA Milieutechniek BV). Erkende veldwerkers die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaatsgevonden op 21 en 28 november 2022. Ná een veldinspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende werkzaamheden uitgevoerd:  2 proefsleuven van 2,0x0,3x0,05 meter (SL01 en SL02).  5 proefgaten van 0,3x0,3x0,5 meter (01 t/m 05), waarvan 1 doorgezet met een boring tot 2 m-mv (03).  12 grondboringen tot een diepte van 0,5 m-mv (01 t/m 12), waarvan;  3 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv (06, 09 en 12), waarvan;  1 boring doorgezet tot een diepte van 2,8 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (P12). In bijlage 3 zijn op een situatietekening de boorlocaties en locaties van de proefgaten en proefsleuven aangegeven. De grondboringen en proefgaten zijn gelijkmatig verdeeld over de te onderzoeken (deel)locatie. De peilbuis is stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van het filter van de peilbuis is aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuis steekt ongeveer 0,5 meter boven maaiveld uit.

Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. Het grondwater uit de peilbuis is ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is het grondwater afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) zijn gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

11

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

4.2.

Project HPW.334622

Resultaten veldonderzoek

De boorprofielen van de uitgevoerde boringen, proefgaten en proefsleuven zijn opgenomen in bijlage 4. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen waargenomen. De plaats van de vermoedelijk opgebrachte puin komt goed overeen met de waarnemingen in het veld. In de bovengrond is tot een diepte van 0,3 á 0,5 m-mv in licht tot sterke mate puin aangetroffen in de vorm van bakstenen en betonpuin. Bij de proefgaten 04 en 05 was sprake van puingranulaat en bij de proefgaten 01, 02 en 03 van onbewerkte grovere puin. Van beiden zijn afzonderlijke analyses uitgezet. In zijn algemeenheid is de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie opgebouwd uit zand. De humushoudende bovenlaag is aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,5 m-mv. In de diepe ondergrond is vanaf 2,6 m-mv veen aangetroffen. Het grondwater bevond zich op een diepte van afgerond 0,9 m-mv. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de overige boringen (06 t/m 12) geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bodemvreemd materialen aangetroffen. Uitzondering is boring/peilbuis P12 waar in de bovengrond in lichte mate betonpuin is waargenomen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in onderstaand overzicht opgenomen.

Veldmetingen grondwaterbemonstering Peilbuis (nr.)

Gws (m-mv)

pH

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

O2-gehalte (%)

Opmerkingen*)

P12

0,92

6,4

685

7,50

-

Goedlopende peilbuis (niet belucht)

*) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.

Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie. 4.3.

Laboratoriumonderzoek

Het laboratoriumonderzoek (anders dan asbest) is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV te Rotterdam die erkend zijn door de Raad van Accreditatie (ISO/IEC 17025) en geaccrediteerd voor milieuhygiënisch bodemonderzoek (AS3000). De asbestanalyses (NEN 5898) zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

12

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

De analysecertificaten van SGS zijn opgenomen in bijlage 6 en de certificaten van de asbestanalyses van Eurofins in bijlage 7. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren grond- en grondwatermonsters. De grondmengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Grond Monstercode

Samenstelling (monsterdiepte cm-mv)

Analyse

Bovengrond MMB1 MMB2 MMB3

1.1+2.2+3.1 (0-50) 4.1+5.1 (0-35) 6.1+7.1+8.1+9.1+10.1+11.1 (0-50)

NEN-pakket NEN-pakket NEN-pakket

Ondergrond MMO4

6.2+6.3+9.2+9.3+12.2+12.3 (50-150)

NEN-pakket

Peilbuis (filterdiepte cm-mv) P12 (180-280)

Analyse

Samenstelling (monsterdiepte cm-mv) 01, 02, 03 (0-50) 04, 05 (0-35) SL01 (0-5) SL02 (0-5)

Analyse

Grondwater Monstercode GRW

NEN-pakket

Asbest-grond Monstercode MMA1 (fijne fractie) MMA2 (fijne fractie) MMA3 (fijne fractie) MMA4 (fijne fractie)

Asbest Asbest Asbest Asbest

Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie. Grondwater ; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

13

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

5.

Resultaten verkennend bodemonderzoek

5.1.

Algemeen bodembeleid en toetsingskader

Project HPW.334622

De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus: 

Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.

Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.

De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau. 

Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. Bij een overschrijding van de Tw is sprake van een matige verontreiniging.

De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van laboratorium SGS Environmental Analytics BV. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de (meng)monsters van het onderzoek zijn tevens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader, toepassing als landbodem). PFAS In het kader van het Besluit bodemkwaliteit geldt bij grondverzet (grondtoepassing) het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (sinds 01-10-2019). Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

5.2.

Project HPW.334622

Toetsing analyseresultaten

In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de hierboven beschreven toetsingsniveaus. De meetwaarden voor grond (or) zijn op basis van organische stof en lutum omgerekend naar een standaardbodem (br). In de tabellen 6.1 en 6.2 is van de grond- en grondwatermonsters een overzicht opgenomen waarin uitsluitend de verhoogde parameters staan aangegeven. Bij een grondanalyse op het NEN-pakket staat in de laatste kolom het resultaat van een indicatieve toetsing aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Tabel 6.1: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)

Boringen

Bijzonderheden

Overschrijdingen > Aw > Tw Licht Matig PCB’s -

Toetsing Bbk > Iw Sterk -

1, 2, 3 Puinhoudend AW MMB1 sterk (0,00-0,50) 4, 5 Puinhoudend PAK, PCB’s Industriegrond MMB2 sterk (0,00-0,35) 6, 7, 8, 9, PCB’s Industriegrond MMB3 (0,00-0,50) 10, 11 6, 9, 12 PCB’s Industriegrond MMO4 (0,50-1,50) Betekenis AW= Achtergrondwaarde-kwaliteit, NT= Niet Toepasbaar > Aw en <=Tw : Concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] > Tw en <= Iw : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] > Iw : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Tabel 6.2: Overschrijdingstabel grondwater Monster GRW Betekenis > Sw en <=Tw > Tw en <= Iw > Iw

Peilbuis (filter m-mv) P12 (1,80-2,80)

Overschrijdingen > Sw Licht -

> Tw Matig -

> Iw sterk -

: Concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

15

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

5.3.

Project HPW.334622

Conclusies

GROND Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen en proefgaten geen verontreinigingen waargenomen. Plaatselijk is de bovengrond sterk puinhoudend. Voor het asbestonderzoek wordt verwezen naar het volgende hoofdstuk. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:  In de mengmonsters van de sterk puinhoudende bovengrond (MMB1 en MMB2) zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde PCB-gehaltes aangetoond. In één van de monsters (MMB2) is tevens ten opzichte van de achtergrondwaarde een verhoogd PAKgehalte waargenomen.  In het zintuiglijk schone mengmonster van de bovengrond (MMB3) en het mengmonster van de ondergrond (MM04) zijn eveneens ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde PCB-gehaltes gemeten. De boven- en ondergrond zijn vooral licht verontreinigd met PCB’s. Op basis van het vooronderzoek en het veldwerk is hier geen directe verklaring voor te geven. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit zijn zowel de bovengrond als de ondergrond hoofdzakelijk beoordeeld als industriegrond (bij toepassing als landbodem). GRONDWATER

Zintuiglijk zijn geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen tijdens het plaatsen van de peilbuizen en het bemonsteren van het grondwater. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken:  In het grondwater (GRW) zijn ten opzichte van de streefwaarde geen verhoogde gehaltes aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd. HYPOTHESE Op basis van de onderzoeksresultaten dient de hypothese ‘niet verdacht’ te worden verworpen. Met laboratoriumonderzoek zijn in de boven- en ondergrond lichte verontreiniging aangetoond. Zintuiglijk zijn in de bodem geen verontreinigingen waargenomen. Met het labonderzoek zijn er geen meetwaarden waargenomen tot boven de tussenwaarde voor aanvullend onderzoek. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

16

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

6.

Resultaten verkennend asbestonderzoek

6.1.

Visuele inspectie maaiveld

Het asbestonderzoek heeft plaatsgevonden volgens NEN 5707 door NIPA Milieutechniek onder project N222861. Voor zover mogelijk zijn er tijdens de inspectie van het maaiveld aan het oppervlakte geen asbestverdachte materialen waargenomen. 6.2.

Asbestonderzoek puinhoudende bovengrond (proefgaten)

De plaats van de vijf proefgaten (01 t/m 05) is aangegeven op de tekening in bijlage 3. Het uit de proefgaten (afmetingen 0,3x0,3x0,5) vrij gekomen materiaal is afzonderlijk voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie is daarbij visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. Zintuiglijk zijn in de grove fractie (>20 mm) geen asbestverdachte materialen waargenomen. Eén proefgat is doorgeboord tot 2,0 m-mv (03). In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen per proefgat samengevat. Tabel 6.1: Gegevens per proefgat Gat

afmetingen Grond(in m) Slag lxbxd

01

0,3x0,3x0,50

Zand

Bijmenging

Traject (m-mv)

Aantal asbestverd. stukjes

Materiaalsoort

Baksteen sterk, beton matig,

0,00-0,50

-

-

0,10-0,30

-

-

0,00-0,30

-

-

0,00-0,35

-

-

0,00-0,35

-

-

glas zwak, 7600 gram grove fractie 02

0,3x0,3x0,50

Zand

Baksteen sterk, beton matig, 9600 gram grove fractie

03

0,3x0,3x0,50

Zand

Betonpuin sterk, baksteen zwak, 11000 gram grove fractie

04

0,3x0,3x0,50

Zand

Puin sterk, baksteen zwak, betonpuin zwak, keramiek zwak, 7600 gram grove fractie

05

0,3x0,3x0,50

Zand

Puin sterk, baksteen zwak, keramiek zwak, 7600 gram grove fractie

Het asbestgehalte wordt bepaald door de som van de grove fractie en de fijne fractie. Van de Van de proefgaten 01, 02 en 03 (MMA1) en van de proefgaten 04 en 05 (MMA2) is van de fijne fractie een mengmonster samengesteld van circa 10-12 kg.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

17

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

Project HPW.334622

Het analysecertificaat is bijgevoegd in bijlage 7. In beide mengmonsters is geen asbest aangetoond (<1,3 en <0,5 mg/kg ds). 6.3.

Asbestonderzoek drupzone opslagschuur (proefsleuf)

De plaats van de proefsleuven (SL01 en SL02) is aangegeven op de tekening in bijlage 3. De uit de proefsleuf vrijkomende grond is voor inspectie uitgeharkt en gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie is daarbij visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. Er bleef geen materiaal op de zeef liggen. In bijlage 4 is de boorbeschrijving bijgevoegd en in de onderstaande tabel de waarnemingen. Tabel 6.2: Gegevens per proefsleuf Sleuf

Afmetingen Grondslag (in m) lxbxd

Bijmenging

Traject (m-mv)

Aantal asbestverd. stukjes

Materiaalsoort

SL01

2x0,3x0,05

Zand, zeer fijn,

Sporen baksteen,

0,0-0,05

-

-

sterk humeus

grove fractie 19 0,0-0,05

-

-

gram SL02

2x0,3x0,05

Zand, zeer fijn,

Baksteen matig,

sterk humeus,

grove fractie 850 gram

Het asbestgehalte wordt bepaald door de som van de grove fractie en de fijne fractie. Bij de proefsleuven SL01 en SL02 zijn voor een asbestanalyse van de fijne fractie mengmonsters samengesteld van circa 10-12 kg (MMA3 en MMA4). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 7. In het mengmonster van proefsleuf SL01 (MMA3) is een asbestgehalte aangetoond van 24 mg/kg ds (niet hechtgebonden en hechtgebonden, serpentijn asbest). In het mengmonster van proefsleuf SL02 (MMA4) is geen asbest aangetoond. 6.4.

Conclusies

De resultaten van een verkennend onderzoek dienen voor asbest getoetst te worden aan 0,5x de interventiewaarde (=Tw). De interventiewaarde ofwel restconcentratie voor asbest bedraagt 100 mg/kg ds. Indien het totaal gewogen asbestgehalte hoger bedraagt dan 50 mg/kg ds is er aanleiding tot een nader asbestonderzoek. Zowel voor de onderzochte puinhoudende bovengrond als de onderzochte drupzones geldt dat hier geen sprake van is. De resultaten van het verkennend asbestonderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

18

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Hamelspoelweg 6 te Herpen

7.

Project HPW.334622

Samenvatting en advies

Op de locatie aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd in verband met een herbestemming en nieuwbouw. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 245. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 2.980 m2. Het algemeen doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen het wijzigen van de bestemming naar recreatief gebruik en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740 en NEN 5707. De onderzoeksstrategie is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. De grond- en grondwateranalyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV (AS3000) en de asbestanalyses door Eurofins Analytico BV. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen. Plaatselijk is de bovengrond sterk puinhoudend. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de sterk puinhoudende bovengrond licht verontreinigd is met PAK en PCB’s (>Aw). De boven- en ondergrond ter plaatse van het overig terrein is licht verontreinigd met PCB’s (>Aw). Het grondwater is niet verontreinigd (<Sw).

In de sterk puinhoudende bovengrond is geen asbest aangetoond. Ter plaatse van één van de onbedekte drupzones van de voormalige varkensstal is een asbestgehaltes bepaald van 24 mg/kg ds. Met het asbestonderzoek zijn geen ernstige asbestverontreinigingen aangetoond. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inziens geen belemmering te vormen voor een recreatieve bestemming en latere nieuwbouw. De kwaliteit van de boven- en ondergrond is indicatief beoordeeld als industriegrond. Bij grondverzet dient rekening te worden gehouden met gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende grond op een andere locatie. Geadviseerd wordt de resultaten van het bodemonderzoek voor te leggen aan de gemeente Oss. Als onderzoeksbureau hebben we een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaald of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch

19

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 1

Kadastrale kaart

Uw referentie: Ravenstein G245

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Ravenstein G 245

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 november 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

Van Oort Bodemonderzoek BV

BIJLAGE 2

Hamelspoelweg 6 Herpen Omgevingsrapportage

Pagina 1 van 12

-

06-10-2022

Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Hamelspoelweg 6 te Herpen Kaarten Disclaimer Toelich ng

Pagina 2 van 12

-

06-10-2022

Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord– Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.

Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.

Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.

Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.

Pagina 3 van 12

-

06-10-2022

Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.

Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.

Pagina 4 van 12

-

06-10-2022

Pagina 5 van 12

-

06-10-2022

Loca e: Hamelspoelweg 6 te Herpen Loca e Adres Loca ecode

AA082831585

Loca enaam

Hamelspoelweg 6 te Herpen

Plaats

Oss

Loca ecode bevoegd gezag WBB

NB082831585

Status Vervolg WBB

voldoende onderzocht

Status rapporten

Verkennend onderzoek NEN Beschikking 5740

Status besluiten

Status asbest

Is van voor 1987

Beoordeling

niet erns g, licht tot ma g verontreinigd

Ja

Uitgevoerde onderzoeken Datum

Type

Naam

Auteur

Opdrachtnummer Archief

Verkennend Hamelspoelweg Verhoeven 28-11-2007 onderzoek 6 te Herpen Milieutechniek NEN 5740

Conclusie overheid Analy sche concl: BG: Zn > S OG: Zn > S GW: - Vervolg: Geen vervolg

Beschikbare documenten per onderzoek Geen gegevens beschikbaar

Verontreinigende ac viteiten Ac viteit

Start Einde Vervallen

Pagina 6 van 12

Benoemd Verontreinigd Spoed

-

06-10-2022

Voldoende onderzocht

dieseltank (bovengronds)

9999 9999

Niet van toepassing

Per defini e

Onbekend

Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar

Beschikbare documenten Geen gegevens beschikbaar

Besluiten Geen gegevens beschikbaar

Sanering Geen gegevens beschikbaar

Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar

Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar

Pagina 7 van 12

-

06-10-2022

Onbekend

De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.

De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.

Pagina 8 van 12

-

06-10-2022

Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie

Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=a19dc782-8cbb-48b0-948d-8e7039b65d04