CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Nota van zienswijzen ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen

Gemeenteraad 25 juni 2026, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen4.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbesluit hogere waarden • ons besluit over de zienswijzen • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het ontwerpbesluit hogere waarden • een toelichting op ons besluit • een wijziging in het besluit hogere waarden ten opzichte van het ontwerp dat wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het besluit van burgemeester en wethouders over de definitieve hogere waarden ‘Sportpark Nieuw Zevenbergen’. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen NAWgegevens, behalve waar de wet dat toelaat. II.

PROCEDURE Iedereen kon het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen met bijbehorende stukken van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het ontwerpbesluit hogere waarden met bijbehorende stukken in deze periode op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in Oss Actueel en het Gemeenteblad van 17 december 2025 en op www.oss.nl. Van 18 december 2025 tot en met 28 januari 2026 konden belanghebbenden schriftelijk en mondeling op het ontwerpbesluit hogere waarden reageren. De gemeente heeft 9 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. Op 12 januari 2026 heeft de gemeente een inloopbijeenkomst gehouden over het ontwerpbesluit hogere waarden. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen. Op 13 januari 2026 heeft Dorpsraad Berghem een omgevingsdialoog voor de inwoners van Berghem georganiseerd over het ontwerpbesluit hogere waarden. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen. III. ZIENSWIJZEN Wij vinden 3 zienswijzen ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen.

Het college stelt vast dat de indieners van 3 zienswijzen niet kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Awb. De zienswijzen van 3 indieners gaan inhoudelijk niet over het ontwerpbesluit hogere waarden, waardoor niet verder wordt ingegaan op deze zienswijzen. Onder hoofdstuk IV wordt dit nader geduid. Wij vatten alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgen per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het besluit hogere waarden en een toelichting daarop.

Pagina 1 van 10

Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een ontvankelijke zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Het college van burgemeester en wethouders van Oss

Pagina 2 van 10

IV. BEOORDELING ZIENSWIJZEN Zienswijze 1 Samenvatting zienswijze 1.1 Strijdigheid met raadsbesluit van 31 oktober 2013 Reclamant geeft aan de in de motivering van voorliggend omgevingsplan expliciet wordt verwezen naar de randvoorwaarden uit raadsbesluit van 31-10-2013. De raad heeft destijds besloten dat verdere ontwikkeling van het circuit enkel mogelijk is mits: • het circuit niet meer milieuruimte inneemt; • er sprake is van een aanmerkelijke verbetering van het leefklimaat voor gehinderden wat betreft geluid. Het huidige voornemen om hogere waarden vast te stellen (het toestaan van een hogere geluidbelasting op de gevels) staat haaks op deze voorwaarden. Het vaststellen van hogere waarden is per definitie het verruimen van milieuruimte en het juridisch accepteren van een verslechtering, in plaats van de toegezegde ‘aanmerkelijke verbetering’. Reclamant stelt dat de gemeente hiermee in directe strijd handelt met haar eigen vastgestelde beleidskaders en het rechtszekerheidsbeginsel. 1.2 Gebrekkige belangafweging en negeren jarenlange overlast Reclamant stelt dat in de motivering gemeente zelf erkent dat omwonenden al jarenlang geluidsoverlast ervaren en het terrein een ‘negatief’ imago heeft. Desondanks kiest de gemeente er nu voor om via een besluit hogere waarden deze overlast juridisch te verankeren in plaats van op te lossen.

Reclamant is van mening dat de belangen van de professionalisering van het sportpark onterecht zwaarder worden gewogen dan het recht op aanvaardbaar woon- en leefklimaat, een recht dat door afspraken uit 2013 extra beschermd had moeten worden. 1.3 Eis tot onafhankelijke tegenexpertise Reclamant betwist de juistheid van de akoestische onderzoeken die aan het besluit ten grondslag liggen. Gezien de complexe historie van het dossier en de harde voorwaarde van ‘aanmerkelijke verbetering’ uit 2013, eist reclamant dat er een onafhankelijke tegenexpertise (second opinion) wordt uitgevoerd door een extern bureau dat niet betrokken is bij de planvorming. Deze expertise moet aantonen of er daadwerkelijk sprake is van de toegezegde verbetering ten opzichte van de nulmeting. Zolang dit niet onomstotelijk is bewezen, kan besluit hogere waarden niet rechtmatig worden genomen. 1.4 Schending van de voorkeursvolgorde Reclamant stelt dat dat de gemeente onvoldoende heeft aangetoond dat alle mogelijke bronmaatregelen (zoals stiller asfalt, extra geluidsschermen of snelheidsbeperkingen op ontsluitingswegen) zijn uitgeput om aan de voorkeurswaarde te voldoen. Het vaststellen van hogere waarden mag slechts een uiterste middel zijn, maar wordt hier ingezet als een gemakkelijke weg om uitbreiding mogelijk te maken zonder de hinder eerst daadwerkelijk aan de bron aan te pakken.

1.5 Conclusie Reclamant verzoekt op basis van de harde randvoorwaarden uit het raadsbesluit van 31 oktober 2013 het ontwerpbesluit hogere waarden in te trekken. De gemeente dient eerst haar eerdere toezeggingen na te komen en aan te tonen dat de hinder voor omwonenden daadwerkelijk aanmerkelijk is verminderd. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in besluit hogere waarden Wij passen het besluit hogere waarden als volgt aan • In het besluit en het bijbehorende geluidsonderzoek is verduidelijkt waarom bron‑ en overdrachtsmaatregelen niet als doelmatig zijn aangemerkt. Toelichting van het college 1.1 Strijdigheid met raadsbesluit van 31 oktober 2013 Het standpunt dat het vaststellen van een hogere waarde per definitie een verslechtering is wordt niet gevolgd. Momenteel bestaan hogere waarden voor industrielawaai van 57

Pagina 3 van 10

dB(A) op de gevel van één woning en 55 dB(A) op de gevels van overige binnen de huidige geluidzone gelegen woningen. In het ontwerpbesluit hogere waarden zijn die waarden minimaal 1 dB(A) lager dan de bestaande hogere waarden. Voor het adres van reclamant is een waarde van 51 dB(A) opgenomen. De hogere waarde wordt dus juist lager vastgesteld, wat volgens ons een verbetering is. 1.2 Gebrekkige belangafweging en negeren jarenlange overlast Voor beantwoording verwijzen wij naar punt 1.1, waarin wordt aangegeven dat de hogere waarden lager vastgesteld worden in vergelijking met de bestaande waarden. Het standpunt dat sprake zou zijn van een gebrekkige belangenafweging en negeren van jarenlange overlast wordt niet gevolgd. Want in het proces om te komen tot een actualisatie van Sportpark Nieuw Zevenbergen is afgelopen jaren gezocht naar een evenwicht tussen de ambitie van Stichting Nieuw Zevenbergen om te komen tot een toekomstbestendig en duurzaam regionaal motorsportcomplex en de belangen van de omgeving op het gebied van leefkwaliteit, natuur en landschap. Ondanks de tegenstrijdige belangen rondom het sportpark zijn wij van mening dat bij het opstellen van het omgevingsplan alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen.

Wij betreuren dan ook de mening van reclamant dat, ondanks alle inspanningen van afgelopen jaren, de belangen van de professionalisering van het sportpark zwaarder zouden wegen dan het recht van reclamant op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wij herkennen ons niet in dit standpunt. 1.3 Eis tot onafhankelijke tegenexpertise Het standpunt van reclamant wordt niet gevolgd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens een wettelijk voorgeschreven rekenmethodiek, die uitgaat van metingen aan de bron en een modellering van de overdracht tussen sportpark en woningen. Deze zogenoemde emissie‑overdrachtsmethode heeft een hoge nauwkeurigheid en wordt breed toegepast. De berekeningen zijn gebaseerd op jaargemiddelde geluidniveaus onder gemiddelde weersomstandigheden en geven daarmee een representatief beeld van de geluidbelasting over een langere periode. Het vaststellen van hogere waarden is nodig om de bestaande, vergunde situatie juridisch correct vast te leggen binnen het huidige wettelijke kader. De geluidzone wordt niet vergroot en de feitelijke geluidruimte neemt niet toe. Uiteraard staat het reclamant vrij om zelf een onafhankelijke tegenexpertise te laten uitvoeren. 1.4 Schending van de voorkeursvolgorde In het kader van het plan is onderzocht in hoeverre geluidschermen, geluidwallen en andere maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van geluid.

Daarbij is geconcludeerd dat dergelijke maatregelen in deze situatie geen doelmatige oplossing vormen, mede gezien de aard van de activiteiten en de ruimtelijke en landschappelijke consequenties. De in het plan beschreven wijzigingen in de terreininrichting, zoals beplanting en grondlichamen, zijn primair bedoeld voor landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van de omgeving. Het akoestisch effect daarvan is beperkt en vormt geen dragende maatregel in de beoordeling van de geluidbelasting. De gehanteerde akoestische uitgangspunten zijn gebaseerd op gangbare en actuele inzichten en bieden een reëel en zorgvuldig beeld van de geluidssituatie. Naar aanleiding van de zienswijze is in het geluidsonderzoek verduidelijkt waarom bron‑ en overdrachtsmaatregelen niet als doelmatig zijn aangemerkt en hoe de gekozen uitgangspunten zich verhouden tot het beperken van geluidhinder. Ervaringen bij circuits elders geven aan dat, buiten maatregelen aan de bron, geen doeltreffende voorzieningen voor grote brongebieden bestaan. Het controleren van het toegestane brongeluid gaat de meest belangrijke factor voor de omgeving zijn. Het vaststellen van hogere waarden behoort tot de wettelijke mogelijkheden waarvan gebruik kan worden gemaakt, waarbij deze waarden in casu lager worden vastgesteld ten opzichte van de bestaande waarden.

1.5 Conclusie In het raadsbesluit van 31 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Oss besloten het circuit Nieuw Zevenbergen te willen behouden en ontwikkelen, mits voldaan wordt aan vijf voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat het circuit niet meer milieuruimte mag innemen. Voor wat betreft geluid moet er sprake zijn van een aanmerkelijke verbetering. Uit de onderzoeken blijkt dat het sportpark niet meer milieuruimte inneemt. Er kan gesteld worden dat ten opzichte van 2013 het plan voorziet in een verbetering wat betreft geluid. De bestaande geluidzone wordt namelijk geactualiseerd op basis van recente

Pagina 4 van 10

gebruiksgegevens, bronsterktes en verbeterde modellering. Belangrijk is dat ook wedstrijddagen binnen de geactualiseerde geluidzone blijven. Daarbij bepalen de grote motorcrosswedstrijden de contour. Tijdens reguliere trainingsdagen is de geluidscontour kleiner. Ook aan andere voorwaarden, zoals de verbetering van de ontsluiting en het versterken van het sportieve, professionele regionale karakter, wordt tegemoet gekomen. Het standpunt van reclamant wordt niet gevolgd. Zienswijze 2 Reclamant heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. Het ontwerpbesluit hogere waarden ziet op het vaststellen van hogere toelaatbare geluidbelastingen voor concreet aangewezen geluidgevoelige woningen, die in het besluit zijn opgenomen. Het besluit hogere waarden strekt primair tot bescherming van het individuele woon- en leefklimaat van de bewoners van deze woningen en heeft daarmee een object- en persoonsgebonden karakter. De woning van reclamant is niet opgenomen in het ontwerpbesluit hogere waarden, omdat voor deze woning de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) niet wordt overschreden. Naar aanleiding van een ontwerpbesluit hogere waarden kunnen alleen belanghebbenden een zienswijze indienen (artikel 3:15 lid 1 Algemene wet bestuursrecht).

Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (artikel 1:2, eerste lid, Awb). Omdat de woning van reclamant niet is opgenomen in het ontwerpbesluit, is het college van oordeel dat het eigen, persoonlijk belang van reclamant niet rechtstreeks geraakt wordt door het bestreden besluit. Omdat ook op andere punten niet van belanghebbendheid is gebleken, kan reclamant niet worden aangemerkt als belanghebbende. Om deze reden worden de zienswijzen verder niet inhoudelijk behandeld. Ter informatie merken wij op dat met betrekking tot het punt over het raadsbesluit uit 2013 wordt ingegaan onder zienwijze 1. Zienswijze 3 Reclamant heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. Het ontwerpbesluit hogere waarden ziet op het vaststellen van hogere toelaatbare geluidbelastingen voor concreet aangewezen geluidgevoelige woningen, die in het besluit zijn opgenomen. Het besluit hogere waarden strekt primair tot bescherming van het individuele woon- en leefklimaat van de bewoners van deze woningen en heeft daarmee een object- en persoonsgebonden karakter.

De woning van reclamant is niet opgenomen in het ontwerpbesluit hogere waarden, omdat voor deze woning de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) niet wordt overschreden. Naar aanleiding van een ontwerpbesluit hogere waarden kunnen alleen belanghebbenden een zienswijze indienen (artikel 3:15 lid 1 Algemene wet bestuursrecht). Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (artikel 1:2, eerste lid, Awb). Omdat de woning van reclamant niet is opgenomen in het ontwerpbesluit, is het college van oordeel dat het eigen, persoonlijk belang van reclamant niet rechtstreeks geraakt wordt door het bestreden besluit. Omdat ook op andere punten niet van belanghebbendheid is gebleken, kan reclamant niet worden aangemerkt als belanghebbende. Om deze reden worden de zienswijzen verder niet inhoudelijk behandeld. Ter informatie merken wij op dat met betrekking tot de aangehaalde punten wordt ingegaan onder zienwijze 4.

Pagina 5 van 10

Zienswijze 4 en 5 Deze zienswijze is door twee personen ingediend (zienswijze 4 en 5). Samenvatting zienswijze 4.1 Kader en uitgangspunten Reclamant stelt dat het vaststellen van hogere waarden voor geluid een uitzonderingsinstrument betreft dat uitsluitend mag worden toegepast indien: • Aantoonbaar geen doelmatige alternatieven beschikbaar zijn; • Bronmaatregelen en ruimtelijke maatregelen onvoldoende soelaas bieden; • De belangen van omwonenden zorgvuldig en evenwichtig zijn afgewogen. Reclamant heeft als bijlage bij deze zienswijze bijgevoegd de zienswijze die is ingediend tegen het ontwerp omgevingsplan. Dit aangezien daarin ook wordt ingegaan op het akoestisch rapport en de uitgangspunten van het plan. Uitgangspunt bij de vaststelling van het omgevingsplan is namelijk het in 2013 vastgestelde ‘Masterplan Nieuw Zevenbergen: circuit an de toekomst’ (hierna; het masterplan). In het kader van de besluitvorming over het masterplan heeft het college van burgemeester en wethouders, bij besluit van 26 januari 2010, expliciet vastgesteld dat verdere ontwikkeling van het sportpark uitsluitend aanvaardbaar is als sprake is van een vijftal voorwaarden waaronder een aantoonbare vermindering van de geluidbelasting op de omgeving: “Het circuit mag in ieder geval niet meer milieuruimte innemen. Voor wat betreft geluid moet er sprake zijn van een significante verbetering.

Afgezien van een verbetering van het leefklimaat voor de gehinderden binnen de geluidscontour, moet vanuit een oogpunt van leefbaarheid ook verbetering van de geluidsoverlast voor omwonenden daarbuiten worden bewerkstelligd. Tevens moet worden ingespeeld op de duurzaamheidsagenda van de gemeente Oss. Aansluiting moet worden gezocht op de ambitie van de Weg van de Toekomst, de N329.” Dit uitgangspunt vormt derhalve een wezenlijk onderdeel van het bestuurlijk afwegingskader. Het masterplan was bovendien mede bepalend voor het vertrouwen van omwonenden in het verdere planproces. Dit masterplan dient vervolgens ook het uitgangspunt te zijn bij de zorgvuldige belangenafweging die gemaakt wordt alvorens over te gaan tot het vaststellen van hogere waarden. 4.2 Onvoldoende noodzaak voor hogere waarden Reclamant stelt dat uit het ontwerpbesluit niet overtuigend is aangetoond waarom hogere waarden noodzakelijk zouden zijn. Dit is onvoldoende gemotiveerd. De onderbouwing gaat uit van de beoogde uitbreiding van activiteiten als gegeven, maar motiveert onvoldoende waarom de belangen van deze uitbreiding zwaarder zouden moeten wegen dan het belang van bescherming van het woon- en leefklimaat van omwonenden.

Daarbij ontbreekt een serieuze afweging van alternatieven, zoals • Beperking van het aantal gebruiksuren; • Beperking van het aantal en type activiteiten; • Aanvullende bronmaatregelen gericht op vermindering van geluidemissies. Het enkele feit dat uitbreiding gewenst wordt geacht, vormt op zichzelf geen rechtvaardiging voor het toestaan van hogere geluidsniveaus. Er is wel degelijk sprake van doelmatige alternatieven en een vermindering van gebruiksuren is daar al een duidelijk voorbeeld van. Volgens reclamant valt bovendien te lezen in de motivering en de bijlagen dat geluidschermen en geluidwallen aanzienlijke invloed kunnen hebben op het geluid en dat deze nuttig kunnen zijn bij de beperking van het geluid. Onvoldoende concreet wordt gemaakt waarom dergelijke maatregelen niet doelmatig zouden zijn. In de plannen wordt ook gesproken over een gewijzigde feitelijke inrichting van het terrein met toevoeging van beplanting en grondlichamen. Naast het feit dat daarmee onduidelijk is of de akoestische uitgangspunten juist zijn, is ook niet duidelijk in hoeverre die een beperking van de geluidsoverlast zouden kunnen beperken. 4.3 Akoestisch onderzoek en feitelijke geluidsbelasting Reclamant stelt dat het ontwerp zich in belangrijke mate baseert op akoestische berekeningen die uitgaan van gemiddelde waarden en modelmatige aannames.

Daartegenover staat het door de gemeente zelf geïnitieerde onderzoek van Parce Research, waarin de feitelijke geluidsbelasting in de woonomgeving is gemeten. Uit dit onderzoek blijkt dat: • De feitelijke geluidsbelasting, met name bij motorcrossactiviteiten, significant hoger ligt dan waarden die uit rekenmodellen volgen;

Pagina 6 van 10

•

Piekgeluiden (LAmax) treden structureel op en vormen een wezenlijk onderdeel van de hinderbeleving (tot 65 dB); • Deze pieken vooral optreden op momenten waarop de omgevingsgeluidsniveaus laag zijn, waardoor de hinder extra wordt versterkt. Dit onderzoek maakt duidelijk dat de bestaande situatie al leidt tot een aanzienlijke belasting van de woonomgeving. Tegen die achtergrond is het onverenigbaar om uitbreiding van activiteiten toe te staan zonder dat eerst aantoonbaar wordt aangetoond dat de geluidbelasting daadwerkelijk afneemt. Gezien voorgaande conclusies stelt reclamant vraagtekens bij de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd. Indiener behoud zich het recht voor om op een later moment nadere zienswijze in te dienen op met name het geluidsrapport. 4.4 Cumulatie en leefbaarheid Reclamant stelt dat het ontwerpbesluit onvoldoende in gaat op de cumulatieve effecten van verschillende geluidsbronnen. In de praktijk is er sprake van een samenloop van: • Motorcrossactiviteiten, • Andere motorsport gerelateerde activiteiten, • Evenementen en verkeersbewegingen. Deze cumulatie leidt tot een structurele belasting van de leefomgeving. De beoordeling in het ontwerp blijft te gefragmenteerd en doet onvoldoende recht aan de totale hinderbeleving van omwonenden.

4.5 Conclusie en verzoek Reclamant stelt dat het ontwerpbesluit hogere waarden onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het staat bovendien op gespannen voet met de uitgangspunten van het masterplan en met de vereisten van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant verzoekt het bevoegd gezag dan ook: 1. Het ontwerpbesluit hogere waarden niet op deze wijze vast te stellen; 2. De belangen van omwonenden zwaarder te laten wegen bij de besluitvorming; 3. Eerst aantoonbaar te waarborgen dat sprake is van een daadwerkelijke verbetering van het woon- en leefklimaat; 4. Subsidiair: de noodzaak van hogere waarden opnieuw en deugdelijk te onderbouwen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in besluit hogere waarden Wij passen het besluit hogere waarden als volgt aan • In het besluit en het bijbehorende geluidsonderzoek is verduidelijkt waarom bron‑ en overdrachtsmaatregelen niet als doelmatig zijn aangemerkt. Toelichting van het college 4.1 Kader en uitgangspunten Ervaringen bij circuits elders geven aan dat, buiten maatregelen aan de bron, geen doeltreffende voorzieningen voor grote brongebieden bestaan. Het controleren van het toegestane brongeluid gaat de meest belangrijke factor voor de omgeving zijn.

Het vaststellen van hogere waarden behoort tot de wettelijke mogelijkheden waarvan gebruik kan worden gemaakt, waarbij deze waarden in casu lager worden vastgesteld ten opzichte van de bestaande waarden. Daarbij zijn de belangen van omwonenden zorgvuldig afgewogen. Want in het proces om te komen tot een actualisatie van het sportpark is afgelopen jaren gezocht naar een evenwicht tussen de ambitie van Stichting Nieuw Zevenbergen om te komen tot een toekomstbestendig en duurzaam regionaal motorsportcomplex en de belangen van de omgeving op het gebied van leefkwaliteit, natuur en landschap. Ondanks de tegenstrijdige belangen rondom het sportpark zijn wij van mening dat bij het opstellen van het omgevingsplan en het ontwerpbesluit hogere waarden alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Het sportpark neemt geen extra milieuruimte in. Uit de berekeningen van de jaargemiddelde geluidniveaus (bijlage 3 bij Geluidsonderzoek TAM Omgevingsplan SNZ Oss) blijkt dat de geluidbelasting in de beoogde situatie per saldo iets lager is dan in de historisch vergunde situatie. Van een toename van geluid is dus geen sprake.

Pagina 7 van 10

4.2 Onvoldoende noodzaak voor hogere waarden In het raadsbesluit van 31 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Oss besloten het circuit Nieuw Zevenbergen te willen behouden en ontwikkelen, mits voldaan wordt aan vijf voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat het circuit niet meer milieuruimte mag innemen. Voor wat betreft geluid moet er sprake zijn van een aanmerkelijke verbetering. Een andere voorwaarde is het versterken van het sportieve, professionele regionale karakter. Op basis van deze voorwaarden is afgelopen jaren gezocht naar een evenwicht tussen de ambitie van Stichting Nieuw Zevenbergen en de belangen van de omgeving. Met de activiteiten die nu zijn opgenomen in het plan, neemt het sportpark niet meer milieuruimte in. Er kan gesteld worden dat ten opzichte van 2013 het plan voorziet in een verbetering wat betreft geluid. De bestaande geluidzone wordt namelijk geactualiseerd op basis van recente gebruiksgegevens, bronsterktes en verbeterde modellering. Belangrijk is dat ook wedstrijddagen binnen deze geluidzone moeten passen. De berekeningen tonen aan dat wedstrijden weliswaar leiden tot hogere geluidvermogens, maar dat deze contouren ook binnen de geactualiseerde geluidzone blijven. Daarbij bepalen de grote motorcrosswedstrijden de contour. Tijdens reguliere trainingsdagen is de geluidscontour kleiner.

Het plan voorziet in voldoende gebruiksmogelijkheden met inachtneming van de omgeving. Het vaststellen van hogere waarden, die lager zijn dan de bestaande waarden, geeft aan dat de belangen van omwonenden zijn meegewogen. Dat hiervoor een nieuw besluit hogere waarden nodig is, volgt uit de geldende wetgeving. In het kader van het plan is onderzocht in hoeverre geluidschermen, geluidwallen en andere maatregelen kunnen bijdragen aan het beperken van geluid. Daarbij is geconcludeerd dat dergelijke maatregelen in deze situatie geen doelmatige oplossing vormen, mede gezien de aard van de activiteiten en de ruimtelijke en landschappelijke consequenties. De in het plan beschreven wijzigingen in de terreininrichting, zoals beplanting en grondlichamen, zijn primair bedoeld voor landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van de omgeving. Het akoestisch effect daarvan is beperkt en vormt geen dragende maatregel in de beoordeling van de geluidbelasting. De gehanteerde akoestische uitgangspunten zijn gebaseerd op gangbare en actuele inzichten en bieden een reëel en zorgvuldig beeld van de geluidssituatie. Naar aanleiding van de zienswijze is in het Geluidsonderzoek TAM Omgevingsplan SNZ Oss nader verduidelijkt waarom bron- en overdrachtsmaatregelen niet als doelmatig zijn aangemerkt en hoe de gekozen uitgangspunten zich verhouden tot het beperken van geluidhinder.

4.3 Akoestisch onderzoek en feitelijke geluidsbelasting Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens een wettelijk voorgeschreven rekenmethodiek, die uitgaat van metingen aan de bron en een modellering van de overdracht tussen sportpark en woningen. Deze zogenoemde emissie‑overdrachtsmethode heeft een hoge nauwkeurigheid en wordt breed toegepast. De berekeningen zijn gebaseerd op jaargemiddelde geluidniveaus onder gemiddelde weersomstandigheden en geven daarmee een representatief beeld van de geluidbelasting over een langere periode. Het is correct dat zich in de praktijk situaties kunnen voordoen waarin het geluid tijdelijk hoger wordt ervaren, bijvoorbeeld bij specifieke windrichtingen of bij een laag achtergrondgeluid. De geldende wetgeving en rekenmethodiek houden hier echter geen afzonderlijke correcties voor aan, maar werken met gemiddelde waarden. Significant hogere geluidniveaus bij woningen kunnen alleen optreden bij uitzonderlijke weersomstandigheden of wanneer de bron luider is dan toegestaan, hetgeen door bronmetingen en handhaving wordt geborgd. Het gemiddelde geluidsniveau over een langere periode (dag, avond, nacht) vertoont een sterk verband met de mate van hinder die mensen ervaren. Daarom ligt bij de geluidberekeningen, maar ook in de normstelling, de nadruk op de gemiddelde geluidniveaus.

De uitgangspunten van het akoestisch onderzoek sluiten daarmee aan bij de wettelijke systematiek en bieden een zorgvuldige en objectieve basis voor de beoordeling. Dat de kans op hinder toeneemt bij een laag achtergrondgeluidniveau is een feit. De oude systematiek van de Wet geluidhinder (en ook van de geluidproductieplafonds voor industrielawaai onder de Omgevingswet) houdt geen rekening met het achtergrondgeluid. Geluidberekeningen betreffen in lijn met de wet veelal gemiddelde waarden. Het gaat om gemiddelde geluidniveaus over 12 uren (de dagperiode), gemiddelde weersomstandigheden etc. In de praktijk doen zich ook afwijkende omstandigheden voor die leiden tot afwijkende geluidniveaus in de woonomgeving.

Pagina 8 van 10

Het vaststellen van hogere waarden is nodig om de bestaande, vergunde situatie juridisch correct vast te leggen binnen het huidige wettelijke kader. De geluidzone wordt niet vergroot en de feitelijke geluidruimte neemt niet toe. Het Geluidsonderzoek maakt integraal onderdeel uit van het omgevingsplan en besluit hogere waarden en is samen met het ontwerp ter inzage gelegd. Eventuele nadere zienswijzen op het geluidsrapport kunnen worden ingebracht binnen de daarvoor geldende procedure. 4.4 Cumulatie en leefbaarheid Cumulatie is onderzocht uitgaande van de luidste activiteiten op het sportpark, namelijk de grote wedstrijden met crossmotoren en karts. Tabel 2 in bijlage 4 van het Geluidsonderzoek geeft de resultaten van cumulatie van geluid van wegen en grote crosswedstrijden. Op deze wijze is de bovengrens inzichtelijk gemaakt, andere activiteiten zoals trainingsdagen geven minder hindergeluid. 4.5 Conclusie en verzoek Wij begrijpen de zorgen van reclamant en de lange voorgeschiedenis. Het verzoek om het ontwerpbesluit hogere waarden niet vast te stellen wordt echter niet gevolgd. Het sportpark neemt geen extra milieuruimte in. Uit de berekeningen van de jaargemiddelde geluidniveaus (bijlage 3 van het Geluidsonderzoek) blijkt dat de geluidbelasting in de beoogde situatie per saldo iets lager is dan in de historisch vergunde situatie.

Van een toename van geluid is dus geen sprake. Het vaststellen van hogere waarden is nodig om de bestaande, vergunde situatie juridisch correct vast te leggen binnen het huidige wettelijke kader. De geluidzone wordt niet vergroot en de feitelijke geluidruimte neemt niet toe. Daarmee wordt recht gedaan aan het raadsbesluit uit 2013: er wordt niet meegewerkt aan meer geluid, maar aan het zorgvuldig borgen van een bestaande situatie. Zienswijze 6 Reclamant heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. De inhoud van de zienswijze komt overeen met de inhoud van zienswijze 5. Het ontwerpbesluit hogere waarden ziet op het vaststellen van hogere toelaatbare geluidbelastingen voor concreet aangewezen geluidgevoelige woningen, die in het besluit zijn opgenomen. Het besluit hogere waarden strekt primair tot bescherming van het individuele woon- en leefklimaat van de bewoners van deze woningen en heeft daarmee een object- en persoonsgebonden karakter. De woning van reclamant is niet opgenomen in het ontwerpbesluit hogere waarden, omdat voor deze woning de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) niet wordt overschreden. Naar aanleiding van een ontwerpbesluit hogere waarden kunnen alleen belanghebbenden een zienswijze indienen (artikel 3:15 lid 1 Algemene wet bestuursrecht).

Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (artikel 1:2, eerste lid, Awb). Omdat de woning van reclamant niet is opgenomen in het ontwerpbesluit, is het college van oordeel dat het eigen, persoonlijk belang van reclamant niet rechtstreeks geraakt wordt door het bestreden besluit. Omdat ook op andere punten niet van belanghebbendheid is gebleken, kan reclamant niet worden aangemerkt als belanghebbende. Om deze reden worden de zienswijzen verder niet inhoudelijk behandeld. Ter informatie merken wij op dat met betrekking tot de aangehaalde punten wordt ingegaan onder zienwijze 4. Zienswijze 7 Reclamant heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. Reclamant heeft deze identieke zienswijze ook ingediend tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen, welke zienswijze in die procedure behandeld worden. Het ontwerpbesluit hogere waarden ziet op het vaststellen van hogere toelaatbare geluidbelastingen voor concreet aangewezen geluidgevoelige woningen, die in het besluit zijn opgenomen.

Het besluit hogere waarden strekt primair tot bescherming van het individuele woon- en leefklimaat van de bewoners van deze woningen en heeft daarmee een object- en persoonsgebonden karakter.

Pagina 9 van 10

De woning van reclamant is niet opgenomen in het ontwerpbesluit hogere waarden, omdat voor deze woning de voorkeursgrenswaarde voor industrielawaai van 50 dB(A) niet wordt overschreden. Naar aanleiding van een ontwerpbesluit hogere waarden kunnen alleen belanghebbenden een zienswijze indienen (artikel 3:15 lid 1 Algemene wet bestuursrecht). Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen, persoonlijk belang te hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (artikel 1:2, eerste lid, Awb). Omdat de woning van reclamant niet is opgenomen in het ontwerpbesluit, is het college van oordeel dat het eigen, persoonlijk belang van reclamant niet rechtstreeks geraakt wordt door het bestreden besluit. Omdat ook op andere punten niet van belanghebbendheid is gebleken, kan reclamant niet worden aangemerkt als belanghebbende. Daarnaast heeft de inhoud van de zienswijze uitsluitend betrekking op het ontwerp TAMomgevingsplan. De zienswijze gaat inhoudelijk niet over het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. Om bovenstaande redenen wordt hier verder niet ingegaan op deze zienswijze.

De reactie van de gemeente beperkt zich dan ook tot de zienswijze zoals die door reclamant is ingediend in de procedure voor het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen. Zienswijze 8 en 9 IVN Oss (zienswijze 8) en Stichting natuurorganisaties De Maashorst (zienswijze 9) hebben zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen. Beide partijen hebben deze identieke zienswijzen ook ingediend tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen, welke zienswijzen in die procedure behandeld worden. Gelet op het feit dat de inhoud van de zienswijzen uitsluitend betrekking hebben op het ontwerp TAM-omgevingsplan en deze inhoudelijk niet gaan over het ontwerpbesluit hogere waarden Sportpark Nieuw Zevenbergen, wordt hier verder niet ingegaan op deze zienswijzen. De reactie van de gemeente beperkt zich dan ook tot de zienswijzen zoals die door beide partijen zijn ingediend in de procedure voor het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sportpark Nieuw Zevenbergen.

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=ea54c12a-561f-476b-be1d-3e908100d587