CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting BP Hamelspoelweg 6 Herpen - 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 12 bestemmingsplannen, gebundelde procedure19.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Hamelspoelweg 6 Herpen - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 1 van 53 Vastgesteld

Bestemmingsplan Hamelspoelweg 6, Herpen – 2023 vaststelling Toelichting

Gemeente Oss, December 2023

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 2 van 53 Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen..................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie.................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie .................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ........................................................................................................ 11 4.1 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 11 4.2 Rijksbeleid ....................................................................................................................................

13 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 13 4.4 Gemeentelijk beleid...................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ............................................................................................................ 21 5.1 Landschap ................................................................................................................................... 21 5.2 Natuur .......................................................................................................................................... 24 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ..................................................................................................... 27 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................... 31 5.5 Water ........................................................................................................................................... 32 5.6 Defensie .......................................................................................................................................

33 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................. 34 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ..................................................................................................... 46 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels ...................................................................................................... 48 6.1 Algemeen ..................................................................................................................................... 48 6.2 Regels .......................................................................................................................................... 48 Hoofdstuk 7 Handhaving ......................................................................................................................... 51 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................ 51 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................... 51 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ............................................................

52 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 53 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................... 54 9.1 Omgevingsdialoog ....................................................................................................................... 54 9.2 Vooroverleg .................................................................................................................................. 54 9.3 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................. 54

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN

zie separaat bijlagenboek

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 3 van 53 Vastgesteld

TOELICHTING Bestemmingsplan Hamelspoelweg 6, Herpen – 2023

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 4 van 53 Vastgesteld

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 5 van 53 Vastgesteld

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is eigenaar van de locatie Hamelspoelweg 6 te Herpen. De locatie is in gebruik als melkveehouderij maar initiatiefnemer is voornemens om naast de exploitatie van de melkveehouderij tevens in te zetten op een verbreding van het bedrijf door het oprichten van een verblijfsrecreatieve voorziening (minicamping) in de vorm van circa 15 staanplaatsen voor campers in combinatie met een voorzieningengebouw met o.a. 3 B&B-kamers en een goede landschappelijke inpassing. De verbreding van de melkveehouderij is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, is een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan ex. Artikel 3.1 Wro noodzakelijk. In voorliggende toelichting wordt verantwoord dat sprake is van een milieuplanologisch haalbare ontwikkeling. 1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Hamelspoelweg in het buitengebied van de kern Herpen. De locatie Hamelspoelweg 6 in Herpen bestaat uit twee percelen die kadastraal bekend staan als G 484 en 245. De percelen worden doorsneden door de Hamelspoelweg. Op onderstaande afbeeldingen zijn het plangebied en de ligging ten opzichte van de kern Herpen weergegeven.

Figuur 1.1 Plangebied ten opzichte van kern Herpen. Plangebied rood omlijnd gemarkeerd

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 6 van 53 Vastgesteld

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Hamelspoelweg 6 Herpen geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss 2020’. Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied Oss - 2020

16 april 2020

De gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Er zijn twee bouwvlakken opgenomen met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’. De bouwvlakken bevinden zich aan beide zijdes van de Hamelspoelweg en worden met een koppelteken aan elkaar verbonden (juridisch-planologisch is er dus sprake van één bouwvlak). De voor agrarisch (en veehouderij) bestemde gronden zijn uitsluitend bedoeld voor de exploitatie van een agrarische bedrijf. De ontwikkeling is voorzien op het bouwvlak met het kadastrale nummer 245. Het geldende bestemmingsplan laat qua gebruik 2 B&B kamers en een minicamping met een binnenplanse procedure (15 plaatsen) toe. Het realiseren van een nieuwe recreatief gebouw is niet toegestaan, waardoor de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplan met de twee locaties van het plangebied rood omlijnd.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 7 van 53 Vastgesteld

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

De Hamelspoel is van oorsprong een oude bedding van de Maas en vormt nu een langgerekte waterpartij ten noordoosten van het dorp, met belangrijke natuurwaarden voor watervogels en oevervegetaties. Tot 1967 liep er een historische route van de Hamelspoelweg naar de Molenstraat. Daarna zijn er geen tekeningen meer waarop de Erfdijk doorliep naar de Hamelspoel. In de jaren 60 is aan de Hamelspoelweg 6 te Herpen een agrarisch bedrijf gerealiseerd, destijds maagdelijk gebied. De rundveehouderij is nog altijd actief. Aan de noordzijde van de Hamelspoelweg is het erf aanwezig met de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning. De gronden rondom het erf zijn in gebruik als landbouwgrond. Op het perceel aan de zuidzijde van de Hamelspoelweg zijn twee vervallen schuurtjes aanwezig. De schuurtjes zijn in gebruik voor de opslag materiaal en zand. Het zuidelijke perceel wordt omzoomd door een oud dijklichaam (Erfdijk). Het dijklichaam is begroeid met bomen en gras. Over de dijk loopt een recreatief voetpad. Het dijklichaam en aansluitende natuurgronden zijn in eigendom van de gemeente Oss. Ter hoogte van de Hamelspoelweg wordt het perceel begrensd door een houtsingel met grote opgaande bomen in combinatie met een ondergroei.

Figuur 2.1 Luchtfoto huidige situatie zuidelijke gedeelte van het plangebied

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 8 van 53 Vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beoogde situatie

Initiatiefnemer is voornemens om in aanvulling op het bestaande melkveebedrijf op korte termijn een verblijfsrecreatieve voorziening te realiseren in de vorm van een minicamping voor 15 camperstandplaatsen. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in één nieuw voorzieningengebouw ter vervanging van de bestaande twee schuurtjes. In het voorzieningengebouw wordt een opslagruimte gecreëerd in combinatie met drie B&B kamers. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, wordt ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ vervangen door de aanduiding ‘verblijfsrecreatie’. Er worden geen ontwikkelingen in het noordelijke gedeelte van het plangebied voorzien. Het erf met de melkveehouderij blijft zoals het aanwezig is in de huidige situatie. Het beoogde perceel leent zich functioneel uitstekend voor het ontwikkelen van een verblijfsrecreatieve functie. Het kampeerterrein sluit aan op bestaande recreatieve structuren (zoals het wandelpad over het dijklichaam) en ligt landschappelijk ingeklemd/ingepast in het dijklichaam waardoor de uitstraling naar het omringende open landschap minimaal is. De stedenbouwkundige structuur wijzigt niet/marginaal ten opzichte van de huidige situatie. De bestaande beplanting rondom het plangebied wordt gehandhaafd, zodat de locatie blijvend is voorzien van een goede landschappelijke inpassing met volwassen groen.

Om de cultuurhistorische waarde en uitstraling van de Erfdijk te waarborgen is voorzien in een bufferstrook van minimaal 4 meter waarbinnen geen recreatieve ontwikkelingen worden toegelaten.

Figuur 2.2 Plattegrond nieuwe situatie

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 9 van 53 Vastgesteld

Kortom, de ontwikkeling van de minicamping biedt de mogelijkheid om het agrarisch bedrijf op korte termijn te verbreden en zo toekomstbestendiger te maken. Daarnaast sluit het aan op de bestaande recreatieve voorzieningen in het gebied, waaronder de versterking/beleving van het cultuurhistorisch waardevolle dijklichaam. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, wordt ter plaatse de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ vervangen door de aanduiding ‘verblijfsrecreatie’.

Plattegrond nieuw voorzieningengebouw

Gevelaanzichten nieuwe situatie

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 10 van 53 Vastgesteld

Landschappelijke inpassing De Erfdijk is een ecologische verbindingszone. Het is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De Erfdijk herstelt het groene lint door de polder rond de Hertogswetering. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de recreatieve gebruikswaarde van de Erfdijk. De ontwikkeling zelf is (ter bescherming van de Erfdijk) op voldoende afstand van de Erfdijk gesitueerd en aangeplant met struweel. Tevens wordt voor het struweel een landschappelijk hekwerk geplaatst om de Erfdijk. Dit hekwerk zorgt ervoor dat gasten of honden vanuit de kampeerplaats de oude dijk niet kunnen betreden. Net buiten het terrein bevind zich een klaphek met wandelroute waar gasten een wandeling kunnen starten. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het ‘Inrichtings- en beheerplan Hamelspoelweg 6 te Herpen’ datum 25 maart 2023. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde landschappelijke inpassing.

Landschappelijke inrichting

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 11 van 53 Vastgesteld

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 12 van 53 Vastgesteld

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Doorwerking plangebied Voorliggend initiatief vindt plaats op een bestaand bouwperceel in het buitengebied en ook is sprake van een bestaand ruimtebeslag. Op basis van jurisprudentie blijkt dat een dergelijk initiatief niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling zoals gedefinieerd in het Bro. Dit betekent dat in onderhavig plan niet verder aan de Ladder behoeft te worden getoetst.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.

In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 13 van 53 Vastgesteld

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Doorwerking plangebied Er is geen sprake van nationale belangen in de projectlocatie. De ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau. De NOVI bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor de projectlocatie. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 14 van 53 Vastgesteld

tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Doorwerking projectlocatie Brabant koestert de aspecten van de leefomgeving die Brabantse steden en dorpen aantrekkelijk maken als vestigings- en woonprovincie.

Dit vraagt om investeren in behoud, versterking en belevingsmogelijkheden van het landschap met zijn natuur- en cultuurhistorische waarden. Er moet gezorgd worden dat er voldoende keuzemogelijkheden zijn in woonvormen, die aansluiten op de wensen van de inwoners en een recreatieaanbod met een breed scala aan mogelijkheden van stiltegebied tot pretpark. Stad en landelijk gebied samen maken Brabant tot werk-, woon-, en recreatieprovincie bij uitstek. Onderhavig initiatief betreft de verbreding van een melkveehouderij met een verblijfsrecreatieve functie. De nieuwe verblijfsrecreatie is kleinschalig van aard en ligt aan een cultuurhistorische dijk. Het plan past qua aard en schaal goed in de omgeving en versterkt de beleving van Brabant. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de omgevingsvisie. 4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 15 van 53 Vastgesteld

natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Doorwerking plangebied Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar een locatie in ligt. In dit geval ligt de projectlocatie binnen de aanduidingen ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’, ‘groenblauwe mantel’, ‘landelijk gebied’, ‘beperking veehouderij’ en ‘stalderingsgebied’. Tot slot grenst het plangebied aan het Natuurnetwerk Brabant.

De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: 3.29 cultuurhistorische waarden 3.51 afwijkende regels Beperkingen veehouderij 3.52 aanvullende regels stalderen Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst. Aangezien er sprake is van een grondgebonden agrarisch bedrijf, waarbij de veehouderij niet wordt uitgebreid, is een toetsing aan artikel 3.51 en 3.52 daarom niet noodzakelijk. Er is geen specifiek beleid opgenomen voor het toestaan van een B&B en minicamping in het Landelijk gebied als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf. De gebruiksmogelijkheid is tevens reeds voorzien in het vigerende bestemmingsplan. De omstandigheid dat bestaande agrarische bebouwing wordt gesloopt en opnieuw wordt opgericht in het kader van de recreatieve nevenfunctie maakt dat een buitenplanse procedure aan de orde is. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8.

Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Bij voorliggend initiatief is sprake van een bestaand bouwperceel. Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Het bouwvlak blijft gelijk aan de bestaande situatie, evenals de oppervlakte aan bebouwing. Er is op deze locatie daarom sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 16 van 53 Vastgesteld

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: de ondergrond de netwerklaag de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken.

Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In voorliggend project wordt meerwaarde gecreëerd door het toevoegen van een recreatieve nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf in het kader van verbrede landbouw in combinatie met een goede landschappelijke inpassing. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. De beoogde kwaliteitsverbetering van voorliggend initiatief is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4. Hieruit volgt dat voldaan kan worden aan artikel 3.9 van de Iov. Aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden (paragraaf 3.2.4) Cultuurhistorische waarden (artikel 3.29) Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a.

is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Binnen de projectlocatie wordt een recreatieve nevenactiviteit toegevoegd aan een bestaand melkrundveebedrijf. De omvang van het bedrijf blijft qua bebouwing gelijk en het bouwvlak zal ook gelijk blijven. Deze beoogde situatie zal passend zijn binnen het aanwezig landschap. Voorliggend initiatief zal geen negatieve gevolgen hebben voor de cultuurhistorische waarden ter plaatse.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 17 van 53 Vastgesteld

Groenblauwe mantel De provincie streeft naar samenhangende aanpak van natuur, landschap en water die de omgevingskwaliteit en recreatiemogelijkheden versterkt en waardoor de gevolgen van klimaatveranderingen voor de natuur en het watersysteem beter kunnen worden opgevangen. Om de robuustheid van het systeem te bevorderen, zijn er gebieden opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied; de Groenblauwe mantel. Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Binnen de projectlocatie wordt binnen een bestaand agrarisch bouwvlak voorzien in een recreatieve nevenactiviteit, waarbij de waarden van het aansluitende landschap in tact blijven. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (artikel 3.73) Niet-agrarische functies in Landelijk gebied, zoals een recreatieve verblijfsfunctie, kunnen zich vestigen op een bestaand bouwperceel. Belangrijke randvoorwaarde voor het toelaten van dergelijke functies is dat: Lid 1: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2: Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3: Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c.

een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. In deze toelichting is reeds nader onderbouwd, dat sprake is van uitsluitend een kleinschalige verblijfsrecreatieve ontwikkeling (ruim kleiner dan 1 hectare) in het kader van de verbreding van een bestaande melkveehouderij. De ontwikkeling draagt bij aan het verblijfsrecreatieve aanbod binnen de

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 18 van 53 Vastgesteld

gemeente. De locatie past binnen de gemeentelijke visie voor het gebied. Er is geen sprake van een splitsing van het bouwperceel. Tot slot wordt het plan op een goede landschappelijke wijze ingepast, rekening houdend met de cultuurhistorische waarde van de Erfdijk. Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening (artikel 3.75) Voor verblijfsrecreatie is het belangrijk dat permanente bewoning wordt voorkomen. Voorliggend plan voorziet in een recreatievoorziening in de vorm van B&B en camperplaatsen. Permanente bewoning is niet aan de orde. Afwijkende regels voor vrije-tijds voorziening (artikel 3.76) Als een vrije-tijds voorziening vanuit de ontwikkelingsrichting en gelet op de omgeving en effecten van een ontwikkeling past, kan onder aanvullende voorwaarden een vrije-tijds voorziening worden toegelaten met een omvang groter dan 1 hectare bebouwing. Gezien de omvang van voorliggend initiatief is sprake van een ontwikkeling met een omvang ruim kleiner dan 1 hectare. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie 2020 Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Doorwerking plangebied Eén van de doelen van de Structuurvisie is aandacht voor het landelijk gebied. Kerndoel is een impuls voor de recreatie in het landelijk gebied, naast het behouden, versterken en waar mogelijk benutten van de andere kwaliteiten van het landelijk gebied van Oss op het gebied van natuur en landschap. Daarnaast wordt ingezet op een blijvende ruimte voor de landbouw, met name in het komgebied. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oss.

De voorgenomen recreatieve ontwikkeling draagt bij aan een impuls voor de recreatie in het landelijk gebied. Vanuit het principe van de verbrede landbouw is tevens sprake van een versterking van de bestaande landbouw. Kortom, de voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Structuurvisie 2020. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 19 van 53 Vastgesteld

In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid,

waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen in de Structuurvisie. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking.

Doorwerking plangebied Voor wat betreft het aspect recreatie streeft de gemeente naar een versterking van de vrijetijdseconomie op de dekzandrug. Maar, niet overal kan alles. Zo staat in de kern van Maashorst-Herperduin de ecologische functie voorop en is alleen echte extensieve recreatie passend. De meer intensieve vormen van recreatie zoals het natuurspeelbos hebben een plek aan de randen. Zo zou Maashorst-Herperduin, maar ook andere natuurgebieden, verder omzoomd kunnen worden met natuurlijk recreatieve functies. Functies die recreatie in een natuurlijke setting bieden. Ook buiten de grote natuurgebieden heeft de dekzandrug een belangrijke functie voor toerisme en recreatie. Maar het gebied kan nog aantrekkelijker worden gemaakt voor recreanten. Voorliggend plan

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 20 van 53 Vastgesteld

draagt hieraan in de vorm van een verbreding van het bestaande agrarische bedrijf met een verblijfsrecreatieve nevenactiviteit. 4.4.3 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen in Welstandsniveau 2 (normaal niveau).

Wanneer een omgevingsvergunning, activiteit bouw, voor de nieuwe recreatieve voorziening wordt aangevraagd zal de tekening worden voorgelegd aan de Welstandskamer 4.4.4 Visie Toerisme en Recreatie In de nota toerisme & recreatie staat de economische ontwikkeling en het behoud van de leefbaarheid centraal. Daarbij wordt met name gericht op het landelijk gebied in de gemeente Oss en de voormalige gemeente Lith. Binnen de gemeenten wordt onderscheid tussen verschillende zones. Deze zones zijn de Maasrand, het poldergebied, de stad Oss, Herperduin en de stadsrand. Per zone worden de sterke en zwakke punten beschreven, maar ook de onderlinge relatie tussen de verschillende zones. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling draagt bij het de versterking van het verblijfsrecreatieve aanbod binnen de gemeente Oss als economische verbreding van een melkveehouderij. De ontwikkeling is in lijn met de visie Toerisme en Recreatie.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 21 van 53 Vastgesteld

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Landschap

5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst.

Doorwerking plangebied Onderhavige locatie ligt in een gebied genoemd dekzandrug, kamp- en heideontginningen. Er worden hier bosjes en brede houtsingels toegevoegd om het gebied een meer besloten karakter te geven. In aansluiting op de karakteristieke opbouw van het landschap en ter versterking van de karakteristieke ontginningspatronen worden kavelgrens- en laanbeplantingen aangelegd. Hierdoor ontstaat een kleinschalig mozaïeklandschap. De opgaande beplantingslijnen dienen als droge ecologische verbindingszones en verhogen de natuurwaarden van het gebied. Met de ontwikkeling van de camping wordt de recreatieve aanbod in het buitengebied versterkt. De situering tegen de bestaande Erfdijk maakt, dat direct wordt aangesloten bij een bestaande recreatieve route voor wandelen en fietsen, hetgeen in overeenstemming is met de Nota landschapsbeleid. 5.1.2

Kwaliteitsverbetering van het landschap

Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 22 van 53 Vastgesteld

Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1.

Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling heeft een beperkte impact op de omgeving. De ontwikkeling vindt plaats binnen een bestaand agrarisch bouwvlak met een zeer beperkte uitbreiding van de bebouwing. Sprake is van een cat.2 ontwikkeling, waarbij de ontwikkeling gepaard dient te gaan van een goede landschappelijke inpassing. Landschappelijke inpassing De twee (vervallen) bestaande schuren op de locatie worden gesaneerd. Aan de Hamelspoelweg komt een nieuw (schuur)gebouw waarin de sanitaire voorzieningen zijn gefaciliteerd. Dit voorzieningengebouw heeft een passende landelijke uitstraling met een bijbehorend halfverhard erf. Het erfgedeelte aan de Hamelspoelweg wordt ingericht als parkeerplaats.

De kampeerplaatsen zijn gesitueerd langs de binnenkant van de Erfdijk. In totaal is er ruimte voor 15 plaatsen van circa 75 m2. De Erfdijk is een ecologische verbindingszone. Het is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De Erfdijk herstelt het groene lint door de polder rond de Hertogswetering. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de recreatieve gebruikswaarde van de Erfdijk. De ontwikkeling zelf is (ter bescherming van de Erfdijk) op voldoende afstand van de Erfdijk

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 23 van 53 Vastgesteld

gesitueerd en aangeplant met struweel. Tevens wordt voor het struweel een landschappelijk hekwerk geplaatst om de Erfdijk. Dit hekwerk zorgt ervoor dat gasten of honden vanuit de kampeerplaats de oude dijk niet kunnen betreden. Net buiten het terrein bevind zich een klaphek met wandelroute waar gasten een wandeling kunnen starten. Voor een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar het ‘Inrichtings- en beheerplan Hamelspoelweg 6 te Herpen’ datum 25 maart 2023. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de beoogde landschappelijke inpassing.

Landschappelijke inrichting

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 24 van 53 Vastgesteld

5.2

Natuur

5.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'.

Routekaart Groen, Blauw en Natuur In deze nota is aangegeven dat we de natuur en de biodiversiteit willen verbeteren door in te zetten op een gemeentelijk natuurnetwerk, aanvullend op het provinciaal netwerk. Het landschap en de ontstaansgeschiedenis van de gemeente Oss vormen daarbij de basis. Daarbij onderscheiden we de vijf gebieden die ook in de Natuur- en Landschapsvisie worden genoemd. Doorwerking plangebied De Erfdijk is een ecologische verbindingszone. Het is een oude dwarsdijk en heeft landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarde. Op een aantal plaatsen is de Erfdijk in het verleden verdwenen. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol is. Dit gebied biedt ook mogelijkheden voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De Erfdijk herstelt het groene lint door de polder rond de Hertogswetering. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de recreatieve gebruikswaarde van de Erfdijk. De ontwikkeling zelf is op voldoende afstand van de Erfdijk gesitueerd om mogelijke negatieve effecten te voorkomen.

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 25 van 53 Vastgesteld

Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Voor zover dit past binnen de planvorming zal initiatiefnemer rekening houden met de natuur en de biodiversiteit. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Doorwerking plangebied Binnen het plangebied zijn geen bijzonder waardevolle bomen aanwezig. 5.2.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming.

Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. 5.2.3.1. Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld.

Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de

Hamelspoelweg 6 Herpen – 2023, pag. 26 van 53 Vastgesteld

instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Doorwerking plangebied De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in Noord-Brabant betreft het natuurgebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Om inzichtelijk te maken of de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied is door De Roever een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de aanlegfase en gebruiksfase van het plan. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=10d0ffb1-53ec-4f4f-94c4-ab003d5db266