CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 05 Weisestraat 35 Lithoijen

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’5.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting

Bijlage 5 - ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen Vormverandering agrarisch bouwvlak

Plangebied: Weisestraat 35, Lithoijen Omschrijving project: Ruimtelijke onderbouwing vormverandering agrarisch bouwvlak Weisestraat 35 te Lithoijen Datum en versie rapportage: 6 februari 2016, versie 2 Opdrachtgever: P.A. Dieden Weisestraat 35 5396 NL Lithoijen Opgesteld door: Agron Advies Koppelstraat 95 5741 GB Beek en Donk Tel: 0492-347761 Fax: 0492-347754 Email: info@agronadvies.nl

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Inhoud 1. 1.1 1.2

Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied

1 1 1

2. 2.1 2.2

Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie

3 3 3

3. Beleid 3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 3.1.2 Verordening ruimte 2014 3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Structuurvisie “Buitengebied Oss – 2015” 3.2.2 Vigerende bestemmingsplannen 3.2.3 Bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2017”

5 5 5 5 7 7 7 8

4. Ruimtelijke aspecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Soortenbescherming 4.2 Landschappelijke inpassing 4.3 Cultuurhistorie en archeologie 4.3.1 Cultuurhistorische waarden 4.3.2 Archeologische waarden 4.4 Ontsluiting

10 10 10 10 11 11 11 12 12

5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Milieuaspecten Bodem Water Bedrijven en milieuzonering Geurhinder Akoestiek Luchtkwaliteit Externe veiligheid

13 13 13 13 14 14 14 15

6. 6.1 6.2 6.3

Waterparagraaf Waterbeleid Oppervlaktewater Watertoets

16 16 16 16

7. 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

18 18 18

8.

Conclusie

19

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2

Situatieschets beoogde situatie Landschappelijk inpassingsplan

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doel

De heer P.A. Dieden (hierna: de initiatiefnemer) drijft op de locatie Weisestraat 35 te Lithoijen (hierna: het plangebied) een melkveehouderij waar 425 stuks melkvee en 230 stuks jongvee worden gehuisvest. Binnen de inrichting is een sleufsilo opgericht buiten het vigerende bouwvlak. Deze situatie dient te worden gelegaliseerd. Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied Lith 2013” en “Partiële herziening 1 Buitengebied Lith – 2013” van de voormalige gemeente Lith van toepassing. Het beoogde plan is in strijd met de regels van het bestemmingsplan, aangezien buiten de grenzen van het bouwvlak het oprichten van bouwwerken niet is toegestaan. Vormverandering van het agrarisch bouwvlak is derhalve noodzakelijk. De gemeente is voornemens de vormverandering op mee te nemen in de algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied (“Buitengebied Oss – 2017”). Voorliggende rapportage betreft de ruimtelijke onderbouwing die de planologische inpassing van de vormverandering mogelijk maakt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oss op een afstand van circa 3,3 kilometer van de kern Lithoijen en circa 3,5 kilometer van de kern Oss. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Lith, sectie H, nummer 26 (gedeeltelijk). Aan de oostzijde is de Weisestraat gelegen. Noordelijk wordt het plangebied begrensd door een doodlopende zijstraat van de Weisestraat. Aan de zuid- en westkant grenst de inrichting aan landbouwgronden. De omgeving is overwegend agrarisch van aard. De ligging en de begrenzing van het plangebied wordt weergegeven in de navolgende figuren.

Plangebied

Figuur 1: Topografische ligging plangebied

1

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Kern Lithoijen circa 3,3 kilometer

Plangebied

Kern Oss circa 3,5 kilometer

Figuur 2: Ligging plangebied in wijdere omgeving

Plangebied

Figuur 3: Ligging plangebied

2

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

2. Planbeschrijving 2.1

Bestaande situatie

Op de locatie Weisestraat 35 te Lithoijen is een melkveehouderij gevestigd waar 425 stuks melkvee en 230 stuks jongvee worden gehuisvest. Het agrarisch bouwvlak heeft een omvang van circa 1,88 hectare. Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied Lith 2013” en “Partiële herziening 1 Buitengebied Lith – 2013” van de voormalige gemeente Lith van toepassing. De bestemming van het perceel is “Agrarisch met waarden – Landschap”. Westelijk van de bestaande inrichting is een sleufsilo opgericht buiten het vigerende bouwvlak. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de bestaande situatie. Melkveestal

Vergunde uitbreiding melkveestal

Bestaande bedrijfswoning

Sleufsilo’s

Sleufsilo (gelegen buiten bouwvlak)

Jongvee/melkveestal

Werktuigenberging

Jongveestal Jongveestal

Figuur 4: Bestaande situatie

2.2

Gewenste situatie

De initiatiefnemer is voornemens het bouwvlak van vorm te veranderen ten behoeve van de legalisatie van de sleufsilo die buiten het vigerende bouwvlak is gelegen. Het beoogde plan is in strijd met de regels van het bestemmingsplan, aangezien buiten de grenzen van het bouwvlak het oprichten van bouwwerken niet is toegestaan. Vormverandering van het agrarisch bouwvlak is derhalve noodzakelijk. De oppervlakte van het agrarisch bouwvlak neemt niet toe met de vormverandering; deze blijft 1,88 hectare. De volgende figuur geeft een weergave van de gewenste ontwikkeling, zie ook bijlage 1.

3

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Sleufsilo

Figuur 5: Beoogde situatie

De gemeente is voornemens de vormverandering op mee te nemen in de algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied (“Buitengebied Oss – 2017”).

4

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

3. Beleid 3.1

Provinciaal beleid

3.1.1

Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant

Op 7 februari 2014 heeft Provinciale Staten van Noord-Brabant de “Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014” vastgesteld. Dit betreft een herziening van de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010. De structuurvisie is op 19 maart 2014 (tegelijkertijd met de Verordening ruimte 2014) in werking getreden en geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. In deze structuurvisie zijn de samenhang weergegeven tussen milieu, verkeer, vervoer en water. Daarnaast houdt de structuurvisie rekening met het provinciale economisch, sociaal- cultureel en ecologisch beleid. De provincie stimuleert in landelijke gebieden een menging van functies die leidt tot een sterke plattelandseconomie. In accentgebieden voor agrarische ontwikkeling staat een duurzame ontwikkeling van de landbouw centraal, de ontwikkeling van andere vormen van bedrijvigheid en het behoud en ontwikkelen van natuur, landschap, recreatie en wonen. Het plangebied is gelegen binnen de zone “accentgebied agrarische ontwikkeling” (zie figuur 6).

Plangebied

Figuur 6: Uitsnede kaart “Structurenkaart” Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant

Het “accentgebied agrarische ontwikkeling” wordt gekenmerkt door mogelijkheden om de positie van de aanwezige sectoren te versterken. De inzet van de provincie richt zich daarbij op behoud en versterking van de economische positie van de aanwezige agrarische sector. De provincie wil dit doen door optimale ontwikkelingsmogelijkheden te bieden voor het verbeteren van de agrarische productiestructuur. Onderhavig initiatief past binnen de visie van de provincie Noord-Brabant doordat een bijdrage geleverd wordt aan de versterking van de plattelandseconomie. 3.1.2

Verordening ruimte 2014

Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Verordening ruimte 2014 vastgesteld en op 19 maart 2014 in werking getreden. Vervolgens hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant in hun vergadering van 10 juli 2015 de Verordening ruimte 2014 opnieuw vastgesteld. Deze is op 15 juli 2015 in werking getreden.

5

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

De verordening is een uitwerking van de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening en bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het plangebied is ingevolge de Verordening ruimte 2014 gelegen binnen de structuur “gemengd landelijk gebied” (zie figuur 7).

Plangebied

Figuur 7: Uitsnede kaart “Structuren” Verordening ruimte

In de Verordening ruimte 2014 zijn regels gesteld ten aanzien van ontwikkelingen binnen het gemengd landelijk gebied. De volgende regels zijn van toepassing: •

Artikel 3.1 Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit Het plan dient zorg te dragen voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid, en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de voorkomende waarden in het gebied en dient de ontwikkeling vanuit milieuhygiënisch oogpunt te passen. De sleufsilo wordt landschappelijk ingepast door middel van een erfbeplantingsplan die de gehele inrichting omvat. Er wordt hierin aansluiting gezocht op de structuren die voorkomen in en kenmerkend zijn voor de omgeving (zie bijlage 2). Daarnaast is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik; de sleufsilo is aansluitend aan de reeds bestaande bebouwing gerealiseerd. Doordat de oppervlakte van het bouwvlak niet wijzigt, worden elders bebouwingsmogelijkheden weggenomen, waardoor netto de (mogelijke) bebouwingsoppervlakte gelijk blijft. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische, ecologische, aardkundige en landschappelijke waarden en overige aspecten (milieuaspecten) om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5).

•

Artikel 3.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap Ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied moeten bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De verplichting om de kwaliteit te verbeteren komt bovenop de “basis”-verplichting om te zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Aangezien onderhavige ontwikkeling ziet op een vormverandering van het bouwvlak waarbij de oppervlakte niet wijzigt, vindt geen waardevermeerdering plaats van de gronden. Derhalve is geen

6

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

financiële bijdrage aan de verbetering van het landschap noodzakelijk. Wel wordt de ontwikkeling landschappelijk ingepast middels een erfbeplantingsplan, die middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan wordt vastgelegd. •

Artikel 7.1 Beschrijving gemengd landelijk gebied Ter bescherming van het gemengd landelijk gebied dienen ontwikkelingen bij te dragen aan de agrarische economie of de gemengde plattelandseconomie al naar gelang in welk gebied de ontwikkeling wordt gerealiseerd. De melkveehouderij Weisestraat 35 past binnen een gemengde agrarische economie. De legalisatie van een sleufsilo doet hieraan geen afbreuk.

•

Artikel 7.3 Veehouderijen In dit artikel worden regels gesteld die gelden bij enerzijds uitbreiding en vestiging van of omschakeling naar een veehouderij en anderszijds een toename van de oppervlakte aan bestaande gebouwen ten behoeve van de veehouderij. Een wijzigingsplan waarbij de vorm van een bouwblok wordt gewijzigd, zonder dat daarbij de omvang van het bouwblok toeneemt, is niet aan te merken als een uitbreiding van een veehouderij, zoals bedoeld in de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Noord-Brabant. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling van 21 oktober 2015 (201500041). Bij een vormverandering van het bouwvlak hoeft dus niet getoetst te worden aan de regels voor ontwikkelingen van (zorgvuldige) veehouderijbedrijven zoals opgenomen in artikel 7.3. Ook hoeft niet getoetst te worden aan de voorwaarden die gelden bij een toename van bestaande gebouwen, aangezien sleufsilo’s geen gebouwen zijn, maar bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Conclusie Onderhavige ontwikkeling past binnen de beleidsregels van de Verordening ruimte 2014 die van toepassing zijn op onderhavige locatie.

3.2

Gemeentelijk beleid

3.2.1

Structuurvisie “Buitengebied Oss – 2015”

Op 1 april 2015 heeft de gemeente Oss voor haar buitengebied een structuurvisie opgesteld. Het hoofddoel van deze structuurvisie is het bieden van een integrale visie op het buitengebied. In de visie wordt een aantal hoofdgebieden onderscheiden, waarbinnen het beleid is uitgestippeld ten aanzien van de functies en ontwikkelingen die in deze gebieden voorkomen. Het plangebied is gelegen binnen het komgebied, in primair agrarisch gebied. Hier heeft de landbouw nog volop mogelijkheden. Het primair agrarisch gebied is het gebied waarin de veehouderij de beste groeimogelijkheden heeft. In dit gebied wordt gestreefd naar het behoud van duurzame bedrijfslocaties. Onderhavige ontwikkeling past binnen dit beleid. 3.2.2

Vigerende bestemmingsplannen

Op het plangebied zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied Lith 2013” en “Partiële herziening 1 Buitengebied Lith – 2013” van de voormalige gemeente Lith van toepassing. Het perceel heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming “Agrarisch met waarden - Landschap” met een bouwvlak, de gebiedsaanduidingen “reconstructiewetzone – verwevingsgebied” en “Lithse Polder”. Verder is de gebiedsaanduiding “inrichtingsplan 1” van toepassing, dat ziet op de inrichting van de gronden ten behoeve van het landschappelijk inpassingsplan dat onderdeel uitmaakt van de regels van het bestemmingsplan (zie volgende figuur).

7

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Figuur 8: Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied”

Het beoogde plan is in strijd met de regels van het bestemmingsplan; situering van een sleufsilo buiten het bouwvlak is niet toegestaan. Derhalve wordt het bouwvlak van vorm veranderd. De gemeente is voornemens de vormverandering op mee te nemen in de algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied (“Buitengebied Oss – 2017”). 3.2.3

Bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2017”

De gemeente Oss bereidt momenteel een algehele herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied voor. In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen en aanduidingen uit het bestemmingsplan “Buitengebied Lith 2013” grotendeels overgenomen. In de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2017” is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het van vorm veranderen van het agrarisch bouwvlak (artikel 40.2). Aan deze regels wordt volledigheidshalve getoetst. In cursief wordt aangegeven of aan de voorwaarde wordt voldaan. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een bouwvlak van vorm te veranderen mits: a) er sprake is van een grondgebonden veehouderij indien het een veehouderij betreft binnen de zone 'overige zone - beperking veehouderij'; De veehouderij Weisestraat 35 is niet gelegen binnen deze zone. b) de oppervlakte van het te wijzigen bouwvlak niet wijzigt; De oppervlakte van het bouwvlak bedraagt 1,88 hectare en blijft gehandhaafd in de beoogde situatie. c)

aangetoond is dat voldaan wordt aan de eisen van de milieuwetgeving (ammoniak, geur, volksgezondheid en dergelijke) en er geen onevenredige nadelige gevolgen zijn voor de in de omgeving aanwezige waarden (zoals water, ecologie, Natura 2000-gebied, landschap, cultuurhistorie en archeologie) en voor de belangen van derden; De vormverandering vindt plaats ten behoeve van de legalisering van de sleufsilo en niet ten behoeve van uitbreiding en/of wijziging van de veehouderij. De situatie blijft voor wat betreft ammoniak, geur, fijn stof, volksgezondheid, evenals voor in het gebied voorkomende waarden, ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie (zie onderbouwing in hoofdstuk 4 en 5).

d) het bouwvlak goed en zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast met inheemse beplanting; Het bouwvlak wordt op een zorgvuldige manier ingepast in het omliggende landschap middels een landschappelijk inpassingsplan (zie paragraaf 4.2 en bijlage 2).

8

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

e) wordt voldaan aan het stimuleringskader beeldkwaliteit dan wel anderszins een goede uitstraling van het geheel in stedenbouwkundige, landschappelijke en/of architectonische zin wordt bereikt. Het stimuleringskader maakt op dit moment nog geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Derhalve kan toetsing hieraan niet plaatsvinden. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden voor vormverandering van het bouwvlak.

9

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

4.

Ruimtelijke aspecten

4.1

Natuur

4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura2000 Natura2000-gebieden zijn beschermde gebieden die worden aangewezen ter uitvoering van twee Europese richtlijnen: de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Het doel van de Natuurbeschermingswet (Nb-wet) is het beschermen van terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Internationale verplichtingen uit de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn verwerkt in deze Nb-wet. Daarmee vallen Natura2000-gebieden ook onder deze wet. Het dichtstbijgelegen Natura2000-gebied is Rijntakken (afstand circa 6,0 kilometer). De ontwikkeling heeft geen extra stikstofdepositie tot gevolg en daarmee geen negatieve effecten op dit natuurgebied. Het bedrijf beschikt over een Nb-wetvergunning voor de situatie zoals beschreven in deze onderbouwing.

Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 150 meter van de zuidelijk gelegen Hertogswetering (Natuurnetwerk Nederland) (zie volgende figuur). Door de extra sleufsilo en vormverandering van het bouwvlak wordt dit gebied niet aangetast c.q. doorkruist.

Plangebied

Natuurnetwerk Nederland

Figuur 9: Natuurnetwerk Nederland omgeving plangebied

4.1.2

Soortenbescherming

De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van plantenen diersoorten. In de Flora- en faunawet zijn EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen in de vorm van de Habitatrichtijn en Vogelrichtlijn. De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van de gunstige staat van instandhouding van in het wild levende planten- en diersoorten. Het

10

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

uitgangspunt van de wet is “nee, tenzij”. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. De sleufsilo is gelegen binnen primair agrarisch gebied. Hier zijn geen ecologische waarden planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan. Gelet op de situering van de sleufsilo (aan de weg) wordt niet verwacht dat op de locatie beschermde flora en/of fauna aanwezig is. Door de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling ontstaat een aantrekkelijke leefomgeving met rusten verblijfplaatsen voor eventueel voorkomende soorten. De bestaande en nieuw aan te leggen beplanting sluit aan bij de bestaande structuren en gebiedssoorten. De vormverandering van het bouwvlak heeft geen negatieve gevolgen voor de eventueel in het gebied voorkomende flora en fauna. Een ontheffing in het kader van de flora- en faunawet is niet noodzakelijk.

4.2

Landschappelijke inpassing

In het komgebied, waar het plangebied is gelegen, geldt op basis van de gemeentelijke structuurvisie dat de agrarische bouwvlakken landschappelijk zorgvuldig ingepast dienen te worden. Optimaal behoud van de openheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het volledig verstoppen van een bedrijf achter erfbeplanting is in het open komgebied over het algemeen niet wenselijk. Voor onderhavig plan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld (zie bijlage). Dit plan sluit aan bij het eerder voor deze locatie opgestelde inrichtingsplan dat in het bestemmingsplan “Buitengebied Lith 2013” was gekoppeld aan de bestemming als voorwaardelijke verplichting. Met het plan wordt aangesloten bij de kenmerkende landschapsstructuren en beplanting in de omgeving van het plangebied. In de regels van het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter uitvoering van de landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt de landschappelijke inpassing, het beheer en onderhoud verankerd in de anterieure overeenkomst die wordt gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

4.3 4.3.1

Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorische waarden

Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart 2010 van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de cultuurhistorisch van belang zijnde regio Maaskant, het cultuurhistorisch landschap Beerse en Baardwijkse Overlaat en binnen het zichtveld op de nabijgelegen eendenkooi (zie volgende figuur).

11

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Plangebied

Regio Maaskant

Blikveld eendenkooi

Beerse en Baardwijkse Overlaat

Figuur 10: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant 2010

De vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van de sleufsilo tast de voorkomende cultuurhistorische waarden van het gebied niet aan. 4.3.2

Archeologische waarden

Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. De locatie Weisestraat 35 is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. In het nieuwe bestemmingsplan is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologisch waardevolle vondsten worden gedaan, dient hiervan melding te worden gemaakt bij het bevoegd gezag.

4.4

Ontsluiting

De sleufsilo is gelegen aan een doodlopende zijstraat van de Weisestraat. Het verkeer dat zich op dit deel bevindt bestaat hoofdzakelijk uit landbouwverkeer ten behoeve van het bewerken van de aldaar gelegen landbouwgronden. Het verkeer van en naar de sleufsilo vormt geen belemmering voor de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid van de Weisestraat.

12

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

5.

Milieuaspecten

5.1

Bodem

Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of afwijking van het bestemmingsplan. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Hieruit kan voortkomen dat een bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. De gronden waar de sleufsilo is gelegen betreffen landbouwgronden waar zich in het verleden naar verwachting geen bodembedreigende activiteiten hebben voorgedaan en kan als schoon worden geclassificeerd. Het aspect bodem vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.2

Water

Volgens de Verordening ruimte 2014 zijn in de omgeving van het plangebied belangrijke hydrologisch waardevolle gebieden aanwezig. Op een afstand van circa 150 meter zuidelijk van het plangebied is de Hertogswetering gelegen die is aangewezen voor behoud en herstel van watersystemen. Daarnaast is op circa 380 meter westelijk een reserveringsgebied voor waterberging gelegen (zie volgende figuur). Dit gebied dient mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied, om ten tijde van hoog water overtollig water te bergen. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding in het gebied.

Plangebied

Figuur 11: Uitsnede kaart “Water” Verordening Ruimte 2014

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt.

13

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

De VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) geeft per bedrijfsactiviteit (ook landbouwactiviteiten zoals het houden van dieren) richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. Binnen een afstand van 100 meter (grootste richtafstand voor rundveehouderijen voor het aspect geur) bevinden zich geen gevoelige objecten. Onderhavige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor de omgeving.

5.4

Geurhinder

De Wet geurhinder en veehouderij schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. Onderhavige ontwikkeling ziet op de vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van de legalisatie van een sleufsilo. Deze situatie heeft geen invloed op de geursituatie vanuit het bedrijf. Deze wijzigt niet. Het aspect geurhinder vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.5

Akoestiek

Wegverkeerslawaai Voor het aspect geluid is binnen het plangebied de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet kent voor weg- en railverkeer alsmede voor gezoneerde industrieterreinen voorkeursgrenswaarden op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, scholen en ziekenhuizen. De Wgh gaat uit van zones langs (spoor)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. Een sleufsilo wordt in het kader van de Wgh niet als geluidgevoelig beschouwd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai De VNG publicatie “Bedrijven en Milieuzonering” (2009) hanteert voor een rundveehouderij een richtafstand voor het aspect geluid van 30 meter. De sleufsilo is gelegen op een grotere afstand van geluidgevoelige objecten rondom de locatie. Er wordt dan ook voldaan aan de richtafstand. Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

5.6

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de “Wet luchtkwaliteit”. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de “Wet luchtkwaliteit” bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal

14

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. In de algemene maatregel van bestuur “Niet in betekenende mate bijdragen” (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM 10 ) bedraagt 20,81 µg/m³. De extra sleufsilo en de vormverandering van het bouwvlak hebben geen invloed op de luchtkwaliteit. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de voeropslag neemt nauwelijks toe (in vergelijking met de ligging van de sleufsilo binnen de grenzen van het huidige bouwvlak). Het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan valt dan ook zonder meer onder de Regeling NIBM.

5.7

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico’s die mensen lopen door het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen), het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water (transportroutes) en het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen in hun omgeving. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Hiertoe worden bij risicovolle activiteiten risicocontouren aangebracht. Op basis van de risicokaart is het plangebied niet gelegen binnen de invloedssfeer van een risicovolle inrichting of andere bron (zie volgende figuur). Onderhavige ontwikkeling wordt dan ook niet belemmerd door risicovolle inrichtingen en/of activiteiten.

Plangebied

Figuur 12: Uitsnede Risicokaart provincie Noord-Brabant

15

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

6. Waterparagraaf 6.1

Waterbeleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Provinciaal Waterhuishoudingsplan Noord-Brabant, Waterbeheersplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Het beleid van Waterschap Aa en Maas is er op gericht om bij nieuwbouw geen vermenging te laten optreden van schoon en vuil water en hanteert zij de trits hergebruik - infiltratie - bufferen - afvoer als zijnde gewenst.

6.2

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van alle watergangen in beheer bij het waterschap in de directe omgeving van het plangebied. Direct ten noorden van het plangebied parallel gelegen aan de doodlopende zijstraat van de Weisestraat is een A-watergang gelegen met een beschermingszone van 5 meter aan weerszijden. De sleufsilo is niet gelegen binnen deze zone. Ook heeft de vormverandering van het bouwvlak geen gevolgen voor het onderhoud en bescherming van de watergang.

A-watergang

Plangebied

Figuur 13: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/)

6.3

Watertoets

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor de waterhuishouding betekenen. Ook is het overleg met de waterbeheerder

16

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

onderdeel van deze watertoets. Afvoer hemelwater

Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen betekent dat het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding op het perceel moet worden verwerkt door middel van infiltratie of waterberging. Gezorgd moet worden dat voldoende buffercapaciteit aanwezig is.

Beleid waterschap Aa en Maas Het beleid van het waterschap is erop gericht om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Voor het bereiken van deze doelstelling wordt een integrale aanpak voorgestaan, waarbij de tritsen “vasthouden - bergen - afvoeren en schoonhouden - scheiden – zuiveren” in acht worden genomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt water als ordenend principe meegenomen in de besluitvorming. Het waterschap adviseert in het ruimtelijk traject door middel van de watertoets. Per 1 maart 2015 gelden de bepalingen uit de Keur 2015 (artikel 15 van de Algemene regels en artikel 13 van de Beleidsregels). In de Keur is geregeld dat compenserende maatregelen voor de berging van hemelwater moeten worden getroffen bij een toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2. In onderhavige situatie neemt het verharde oppervlak toe met circa 530 m2 (sleufsilo en erfverharding). Dit betekent dat minder dan 2.000 m2 aan verhard oppervlak wordt toegevoegd. Derhalve is in onderhavig plan geen compenserende maatregel noodzakelijk. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan het beleid van het waterschap Aa en Maas.

17

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

7. Uitvoerbaarheid 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet op de ruimtelijke ordening: 1)

Voorbereiding en vooroverleg met diensten van rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd.

2)

Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbinnen eenieder zienswijzen kan indienen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen wordt het plan waar nodig aangepast.

3) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop indieners van zienswijzen beroep kunnen instellen bij de Raad van State.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemers is een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.

18

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

8. Conclusie Het initiatief betreft een vormveranderig van het agrarisch bouwvlak van de melkrundveehouderij op de locatie Weisestraat 35 te Lithoijen, ten behoeve van de legalisatie van een sleufsilo. De ontwikkeling is dermate kleinschalig dat deze door de gemeente wordt meegenomen in de algehele herziening van het bestemmingsplan buitengebied, mits deze ruimtelijk en milieuhygiënisch inpasbaar is in de omgeving. De beoogde ontwikkeling voldoet aan alle geldende planologische en milieuhygiënische voorwaarden: • De vormverandering van het bouwvlak past binnen de beleidskaders van de provincie NoordBrabant en de gemeente Oss (voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden); • De ontwikkeling is vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar in de omgeving. Voor wat betreft het aspect geur en geluid wordt voldaan aan de richtafstanden zoals opgenomen in de publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. • De ontwikkeling wordt middels een landschappelijk inpassingsplan op een zorgvuldige manier ingepast in het landschap. Deze kwaliteitsverbetering wordt door middel van een voorwaardelijke bepaling in het bestemmingsplan geborgd. Hiermee wordt voldaan aan de regels voor kwaliteitsverbetering van het landschap. • De in de omgeving voorkomende waarden (bodem, landschap, ecologie, cultuurhistorie, archeologie, hydrologie) worden niet onevenredig aangetast door het initiatief;

19

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

Bijlage 1

Situatieschets beoogde situatie

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

maten in millimeters - schaal 1:1000

= beoogd bouwvlak 1,88 hectare

= bestaand bouwvlak 1,88 hectare

= erfverharding

= bebouwing

Legenda

Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan

Ruimtelijke onderbouwing Weisestraat 35, Lithoijen

/ŶƉĂƐƐŝŶŐƐƉůĂŶtĞŝƐĞƐƚƌĂĂƚϯϱ  EĂĂĂŶůĞŝĚŝŶŐǀĂŶĚĞƵŝƚďĞƌĞŝĚŝŶŐǀĂŶŚĞƚŵĞůŬǀĞĞďĞĚƌŝũĨǀĂŶĚĞŚĞĞƌW͘͘ŝĞĚĞŶĂĂŶĚĞ tĞŝƐĞƐƚƌĂĂƚϯϱƚĞ>ŝƚŚŽŝũĞŶĚŝĞŶƚĞĞŶŝŶƉĂƐƐŝŶŐƉůĂŶƚĞǁŽƌĚĞŶŐĞŵĂĂŬƚ͘ĞnjĞĚŝĞŶƚĂĂŶƚĞƐůƵŝƚĞŶŽƉ ĚĞƐƚƌƵĐƚƵƵƌǀŝƐŝĞĚŝĞĚĞŐĞŵĞĞŶƚĞKƐƐǀŽŽƌĚŝƚŐĞďŝĞĚŚĞĞĨƚŽƉŐĞƐƚĞůĚ͘  >ŝŐŐŝŶŐǀĂŶŚĞƚďĞĚƌŝũĨ  ,ĞƚďĞĚƌŝũĨůŝŐƚŝŶĚĞƉƌŽǀŝŶĐŝĞEŽŽƌĚͲ ƌĂďĂŶƚŝŶĚĞǀŽŽƌŵĂůŝŐŐĞŵĞĞŶƚĞ>ŝƚŚ͘ ^ŝŶĚƐϭũĂŶƵĂƌŝϮϬϭϭnjŝũŶĚĞŐĞŵĞĞŶƚĞŶ >ŝƚŚĞŶKƐƐƐĂŵĞŶŐĞǀŽĞŐĚƚŽƚĚĞ ŶŝĞƵǁĞĞŶŐƌŽƚĞƌĞŐĞŵĞĞŶƚĞKƐƐ͘  ,ĞƚďĞĚƌŝũĨŝƐŐĞůĞŐĞŶŝŶĚĞ>ŝƚŚƐĞ WŽůĚĞƌ͕ƚĞŶnjƵŝĚĞŶǀĂŶĚĞƉůĂĂƚƐ>ŝƚŚ͘ ,ĞƚďĞƚƌĞĨƚĞĞŶŽƉĞŶƉŽůĚĞƌŐĞďŝĞĚĚĂƚ ƐĂŵĞŶŵĞƚĚĞKŽŝũĞŶƐĞWŽůĚĞƌŚĞƚ ŬŽŵŐĞďŝĞĚǀĂŶĚĞŐĞŵĞĞŶƚĞ>ŝƚŚ ǀŽƌŵƚ͘  ,ĞƚŐĞďŝĞĚǁŽƌĚƚŝŶŚĞƚŶŽŽƌĚĞŶ ďĞŐƌĞŶƐĚĚŽŽƌĚĞŽĞǀĞƌǁĂůůĞŶǀĂŶĚĞ DĂĂƐĞŶŝŶŚĞƚnjƵŝĚĞŶĚŽŽƌĚĞ ,ĞƌƚŽŐƐǁĞƚĞƌŝŶŐ͘ ,ĞƚďĞĚƌŝũĨůŝŐƚŝŶŚĞƚƵŝĚĞŶǀĂŶĚĞ >ŝƚŚƐĞWŽůĚĞƌ͘      ;ĨďĞĞůĚŝŶŐϭ͗ĞďĞĚƌŝũĨƐůŽĐĂƚŝĞŝŶĚĞ>ŝƚŚƐĞWŽůĚĞƌ͘Ϳ

                ;ĨďĞĞůĚŝŶŐϮ͗DĞůŬǀĞĞďĞĚƌŝũĨǀĂŶĚĞŚĞĞƌW͘͘ŝĞĚĞŶ͘Ϳ

    

         



 

/! ()') !  !         0           !        /'   1* 1 ! 1 #      *     *   !  ! 2              3 4        0  !            !                     !   $  !   *      #    !  !   !    * #             !             5 $ ,    ! 6 $ 7   $  !     6 $      6 $    0 0  6 $ 0   !   !  6 $   !  !6 $   

6 $    #    6 $      86 $    $ !9          5 $ #    6 $ :  !   !   *  !    *      !  6 $  1 *  6 $ "  #    6 $ 0   0    ";8$#   !      #              !  /      $    *   *          !     !    !     !           + $      !       

-  7      !

 

    .

                  <            ! !        +                !                      "       !        ! *!  !    !            !      !         !   !  %            <    !    !       <         <                   !     -  ! !       . 

/      $    #     *      0         !     !    !  ! !       ,         - .   #        $         -   ,!       .           #    7        ! ! !    #     !                            #        !  #       # !=        #          =          # !      ! !    !    /  !                

   *   !          =      - * *  * !.        !       >          !       !  $!   "  #   :    !   !                      !              5 $ 0  !!    !     6 $ !       !           ! :    !        !   -    .!    !           !6 $ #  ! !   #        * !  %        #  ! !

         8             % ! !    *          /-   .                

$    %                   5 $       30 46 $         6 $ $ 6 $ ! !  !     6 $                 /     "      <         *     !        30 4              !    *              "           !       -  %    .                                          ! !   *                   8          !       

              

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e3c252e6-fda4-4608-b810-4776ad2363b3