Bijlage 2A Raad 4995786 v1 Toelichting
Tekst van het document
Hiervoor dient een BUS-melding opgesteld te worden en de verontreiniging moet gesaneerd worden. Voor de afvoer van dit materiaal zal ook een PFAS-analyse uitgevoerd moeten worden. Verder zijn er enkel lichte en matige (gangbare verhogingen) verontreinigingen aangetoond welke geen aanleiding geven voor nader onderzoek. Na de sloop dient nog een asbestonderzoek in de bodem uitgevoerd te worden daar waar tijdens het bodemonderzoek in lichte mate puinbestanddelen zijn aangetroffen (boringen 23, 25 en 27) en daar waar de twee voormalige vloeren van kippenschuren gelegen zijn (deels onder de loods en deels onder het buitenterrein naast de loods). Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de bodem op een groot deel van het terrein geen belemmering of beperking vormt voor de toekomstige functies. Voor deelgebied 3 van het plangebied is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee geborgd is dat er een bodemonderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het realiseren van de woningen. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect bodem.
5.7.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.
In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 51 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie.
Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Planspecifiek Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website met het plangebied blauw omcirkeld.
Uitsnede risicokaart
’t Veld Geffen – 2022, pag. 52 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Uit de risicokaart is af te leiden dat ten noordoosten van het plangebied een gevaarlijke stof (propaan) ligt opgeslagen op circa 500 meter afstand. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze inrichting. Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 900 meter afstand een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, de A59. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze transportroute (50 meter). Ten noorden van de locatie ligt een transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor op circa 780 meter afstand. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze transportroute (1.500 meter). Gezien de ligging van het plangebied (meer dan 300 meter van het spoor) wordt conform paragraaf 6.1.4 van de beleidsvisie externe veiligheid 2011 van de gemeente Oss alleen rekening gehouden met de effecten van een toxische gaswolk. In dit gebied zijn geen functies uitgesloten, bescherming wordt geboden door ‘ramen en deuren te sluiten’. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat: vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident, de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item. Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke is hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar.
Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. De in het plangebied aanwezige personen kunnen via NLAlert en de andere social media geïnformeerd en geïnstrueerd worden. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect externe veiligheid. 5.7.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 53 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss
1,0 Ou
B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij
2,0 Ou
C. Plangebied (bij kern A en B)
3,0 Ou
D. Woonkern met intensieve veehouderij
6,0 Ou
E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal
6,0 Ou
F. Recreatiegebieden
8,0 Ou
G. Extensiveringsgebieden
8,0 Ou
H. Bedrijventerreinen
8,0 Ou
I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk
12,0 Ou
J. Verwevingsgebied
14,0 Ou
K. Landbouwontwikkelingsgebied
14,0 Ou
’t Veld Geffen – 2022, pag. 54 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Planspecifiek Met het plan worden geurgevoelige objecten mogelijk gemaakt, namelijk woningen. Op basis van de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 ligt het plangebied in ‘extensiveringsgebied’. Hiervoor geldt een geurnorm van 8,0 Ou (zie bovenstaande tabel en afbeelding). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is daarom een geuronderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 13. Om te bepalen of omliggende veehouderijbedrijven worden belemmerd in hun ontwikkeling, is de voorgrondbelasting in beeld gebracht. In de directe omgeving van het plangebied is op de locatie De Doelen 2, Leiweg 1 en Leiweg 3 een veehouderij gelegen. Deze veehouderijbedrijven worden niet belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Het pluimveebedrijf aan De Doelen 2 wordt reeds belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden door het nabijgelegen bedrijventerrein. Binnen het plangebied is sprake van een zeer goed tot redelijk goed woon- en leefklimaat. De realisatie van de woningen wordt in het kader van de geurhinder in relatie tot omliggende veehouderijbedrijven aanvaardbaar geacht. De te realiseren woningen aan de Bremweg (deelgebied 3) zijn niet in het voorgaande onderzoek meegenomen. Deze woningen liggen t.o.v. de pluimveehouderij aan de Doelen 2 aan de meest gunstige zijde van het plangebied.
In het onderzoek zijn wel rekenpunten opgenomen ter hoogte van deze woningen. Deze rekenpunten blijven ruimschoots onder de geurnorm. Hiermee kan geconcludeerd worden dat bij deze woningen de geurnorm niet overschreden wordt en er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Tevens is er geen belemmering m.b.t. de ontwikkelingsmogelijkheden van de pluimveehouderij, aangezien er andere beoogde woningen op kortere afstand liggen.
5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het
’t Veld Geffen – 2022, pag. 55 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Planspecifiek Het plangebied is niet gelegen nabij industrie. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich wel bedrijven. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.7.1. Industriële geurhinder vormt geen beperkende factor voor onderhavig initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur.
5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBMproject is.
Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM 10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare
’t Veld Geffen – 2022, pag. 56 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Uit metingen van het rekenpunt 222363 (aan de Heesterseweg ter hoogte van plangebied) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen:
Gemeten totale concentratie jaargemiddelde 2020 (µg/m³) Grenswaarde concentratie (µg/m³)
NO2 (stikstofdioxide) 16.5 µg/m³
PM10 (fijnstof) 18.6 µg/m³
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) 11.6 µg/m³
40 µg/m³
40 µg/m³
25 µg/m³
De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (toevoegen 310 woningen) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, toevoegen 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit.
5.7.8 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Planspecifiek Het plangebied is niet gelegen binnen een zone van 80 meter van een bovengrondse hoogspanningslijn. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect straling. 5.7.10 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 57 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden.
Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Planspecifiek Met voorliggend initiatief worden nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, namelijk woningen. Het plangebied ligt direct ten zuidoosten van de kern Geffen. Spoorweglawaai is hier niet aan de orde.
Voor wat betreft industrielawaai is onderzocht welke geluidbelasting ontstaat op de omgeving van het bedrijf aan de Bedrijvenweg 10 op de woningen in het nieuwe plangebied (zie bijlage 21). In dit akoestisch onderzoek is onderzocht of zowel een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd als voldoende ruimte resteert voor bedrijven. Daartoe zijn de activiteiten van het bedrijf gemodelleerd en de geluidbelasting op de omgeving berekend en getoetst aan de richtwaarde van 50 dB(A) voor gemengde gebieden. Bij het bedrijf gaat het om installaties, rijbewegingen van vrachtwagens en om laad/losactiviteiten. Het bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT ten gevolge van alle activiteiten bij het bedrijf bedraagt in de immissiepunten 1-5 bij woningen in het bouwplan hooguit in de representatieve bedrijfssituatie 40 dB(A) overdag. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden. De maximale geluidniveaus LAmax t.g.v. alle vrachtwagens en laad/losactiviteiten bedragen in de immissiepunten 1-5 bij woningen in het bouwplan hooguit 60 dB(A) overdag. Daarmee worden de richtwaarden niet overschreden. De richtwaarden worden bij woningen in het bouwplan niet overschreden. Er is dus sprake van een goed (aanvaardbaar) woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen.
Het bedrijf kan bovendien voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit en wordt dus niet beperkt in haar bedrijfsvoering. Er is ook nog akoestische ruimte voor eventuele uitbreiding van activiteiten in de toekomst.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 58 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Bij het bedrijf zijn geen geluidbronnen met een onnodig hoge geluidemissie. Maatregelen zijn niet noodzakelijk om aan de richtwaarden conform de ruimtelijke toets en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit te voldoen. Wat betreft wegverkeerslawaai ligt het plangebied tegen de bebouwde kom van Geffen aan, binnen de geluidzone van de Heesterseweg, De Doelen, Kraaijeven en de Leiweg. De overige wegen in de omgeving (waaronder de Veldstraat) betreffen 30 km wegen zonder geluidzone. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting door wegverkeer. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 14. Hierin wordt geconcludeerd dat de geluidbelasting door wegverkeer op de Heesterseweg op het meest zuidelijke deel van de woningbouwlocatie meer dan 48 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh bedraagt. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB na aftrek (rekenpunt 84). De ten hoogste toelaatbare grenswaarde van 63 dB wordt op de locatie niet overschreden. De geluidbelasting van de overige gezoneerde wegen leidt niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde binnen het plangebied. De geluidbelasting ten gevolge van 30 km wegen ligt in 18 rekenpunten boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB die geldt voor gezoneerde wegen. De geluidbelasting bedraagt ten hoogste 58 dB na aftrek (rekenpunt 21).
Het verlagen van de geluidbelasting door wegverkeer door het treffen van maatregelen aan de bron of in de overdracht is onvoldoende doeltreffend dan wel financieel en stedenbouwkundig niet haalbaar. Voor de woningen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB door wegverkeer op de Heesterseweg dient een hogere waarde te worden aangevraagd. De hoogste te verlenen hogere waarde bedraagt 57 dB (rekenpunt 84). De benodigde hogere waarden worden aangevraagd. De procedure voor verlening van de hogere waarden loopt gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure. Voor het verlenen van hogere waarden stelt de gemeente Oss de volgende voorwaarden: De woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau, niet hoger dan de streefwaarde van 48 dB. Indien daar niet aan kan worden voldaan dan dient de geluidbelasting ten minste 15 dB lager te zijn dan de geluidbelaste zijde. De woning bevat voldoende verblijfsruimten die aan de geluidluwe gevel liggen (met een minimum van 50% van het aantal verblijfsruimten of 50% van het oppervlak van een verblijfsgebied). Indien de woning beschikt over een buitenruimte dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe zijde. Het geluidniveau mag niet hoger zijn dan 5 dB boven de streefwaarde van 48 dB. Aan deze eisen kan eenvoudig worden voldaan.
De woning in rekenpunt 45 mag echter geen verblijfsruimte hebben op de 3e woonlaag, of de woning dient in rekenpunt 45 op de 3e woonlaag (de kap) te zijn uitgevoerd als dove gevel. In het kader van een aanvraag omgevingsvergunning tot slot, is aanvullend een gevelweringsonderzoek nodig voor de bouwblokken waar een hogere grenswaarde is vastgesteld.
Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid.
5.7.11 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 59 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermende maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen.
Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan.
‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Planspecifiek Binnen een afstand van 2 kilometer (op ca. 1,95 km) is een geitenhouderij aanwezig aan de Nulandsestraat 6 Nuland. Hier worden 30 melkgeiten gehouden als onderdeel van een zorgboerderij. Gezien de beperkte omvang en grote afstand zal het effect beperkt zijn. Enkel het uiterlijk westelijke deel van het plangebied ligt binnen de 2 km. De ontwikkeling betreft geen huisvesting of opvang specifiek gericht op kinderen, kwetsbare mensen en ouderen. Het is daarmee niet aannemelijk dat de ligging ten opzichte van deze geitenhouderij zorgt voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft gezondheid.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 60 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Onderstaand zijn de stappen van het Stappenplan 2.0 doorlopen: 1. Aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 is beoordeeld in hoeverre het planvoornemen voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en een gevoelige bestemming. Uit deze beoordeling blijkt dat binnen 500 meter een pluimveehouderij ligt, namelijk ten zuiden van het plangebied aan De Doelen 2 op circa 70 meter afstand van het plangebied. Hiermee wordt niet aan de richtafstand van 500 meter voor pluimveehouderijen voldaan. 2. Het plan betreft het realiseren van woningen. De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. 3. Qua geur wordt aan de geldende wet- en regelgeving voldaan, waarbij er geen sprake is van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond en achtergrond). Er is een geuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 13). Hieruit blijkt dat er binnen het plangebied sprake is van een zeer goed tot redelijk goed woon- en leefklimaat (zie paragraaf 5.7.4). 4. Binnen de omliggende veehouderijen is geen sprake van het bedrijfsmatig houden van meerdere diersoorten. 5. Er is geen sprake van de ontwikkeling van een nieuwe geitenhouderij, pluimveebedrijf of overige veehouderij. 6. Er is geen sprake van realisatie mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. 7.
Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Bij stap 1 wordt niet aan de richtafstand van 500 meter voor pluimveehouderijen voldaan. Echter, op basis van de Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0, is een nadere berekening te maken van de aan te houden afstand om een te hoge blootstelling aan endotoxinen te voorkomen. De veehouderij aan De Doelen 2 heeft een vergunning voor 32.000 (Groot-)ouderdieren van vleeskuikens. Deze vallen in het toetsingskader onder de categorie Leghennen. Voor Leghennen is op basis van de emissie van fijnstof (PM10) de aan te houden afstand te bepalen. Hiervoor wordt de volgende formule gebruikt: afstand = 14,1291356 x PM10 emissie (kg/j)^ 0,31511434. Voor De Doelen 2 is een fijnstofemissie (PM10) van 1.376 kg/j vergund. Op basis van de formule is de aan te houden afstand 138 meter. Dit is de minimaal aan te houden afstand tussen te beschermen object (in dit geval de nieuwe woningen) en het dichtstbijzijnde emissiepunt van de veehouderij. Het plangebied ligt niet binnen 138 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van de veehouderij, zie daarvoor navolgend kaartje.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 61 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Berekende contour aan te houden afstand om een te hoge blootstelling aan endotoxinen te voorkomen, op basis van de vergunde situatie voor De Doelen 2 Daarnaast kan het bedrijf De Doelen 2 het emissiepunt in de huidige situatie al niet naar een locatie dichterbij het plangebied verplaatsen zonder dat er extra gevoelige objecten binnen de contour komen te liggen, omdat het bedrijf al rekening moet houden met omliggende gevoelige functies (de bedrijven op het bedrijventerrein). Aan de GGD is een advies gevraagd op het gebied van endotoxinen. Op 16 december 2021 heeft de GGD een advies uitgebracht. Hierin bevestigt de GGD dat op basis van de aangeleverde gegevens de gezondheidskundige advieswaarde voor blootstelling aan endotoxine niet meer wordt overschreden op een afstand van 138 meter vanaf de pluimveehouderij. Het effect van de aanwezigheid van de geitenhouderij aan de Nulandsestraat 6 in Nuland op het verhoogd voorkomen van longontsteking wordt als heel beperkt beoordeeld. Het gehele GGD advies is opgenomen in bijlage 15. Hierin wordt een generieke adviesafstand van 250 meter tussen een veehouderij en een nieuwe gevoelige bestemming genoemd. Deze afstand moet worden gezien in het perspectief van de oproep aan de gemeente in het advies om alle typen emissies en de daarmee samenhangende immissies vanuit de veehouderijen, in de besluitvorming mee te nemen.
In het GGD advies wordt daarbij gerefereerd aan de geur- en geluidsbelasting en toetsing aan de gezondheidskundige advieswaarden. Daarnaast valt op projectniveau ook te denken aan factoren die samenhangen met andere bronnen in de omgeving van het project (zoals drukke wegen, bedrijventerreinen, etc). De gemeente heeft deze afweging gemaakt zoals in de verschillende paragrafen van dit hoofdstuk onderbouwd, waardoor van de generieke afstand van 250 meter kan worden afgeweken.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 62 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Er worden geen milieugevoelige objecten gerealiseerd binnen de afstand waar mogelijk een te hoge blootstelling aan endotoxine kan optreden. Vanuit het aspect gezondheid is het plan uitvoerbaar. 5.7.12 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. Planspecifiek Binnen een afstand van 50 meter van het plangebied zijn in de huidige situatie geen fruit- en/of boomgaarden aanwezig. Het aspect spuitzonering vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig plan.
5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.
Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 63 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Planspecifiek Het onderhavige plan betreft het realiseren van circa 310 woningen. Voor dit plan is een beoordelingsnotitie m.e.r. opgesteld. Hieruit blijkt dat met het plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Geconcludeerd wordt dat er geen plan-m.e.r. hoeft te worden opgesteld.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 64 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
’t Veld Geffen – 2022, pag. 65 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Hoofdstuk 6
6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan “’t Veld Geffen – 2022”is gekozen voor een globale regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 10), de algemene regels (artikelen 11 tot en met 16) en de overgangsen slotregels (de artikelen 17 en 18). Bij de regels horen twee bijlagen, te weten een lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten en een milieuzoneringslijst. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.
6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Agrarisch met waarden - Landschap Deze bestemming is toegekend aan agrarische gronden met landschappelijke waarden. Deze landschappelijke waarden komen vooral tot uiting in de groot- dan wel kleinschaligheid van een gebied. De bestemming is overgenomen uit het vóór bestemmingsplan ‘’t Veld Geffen – 2022’ geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, waarin het grootste deel van het onderhavige plangebied nog deze bestemming had. Nu – in bestemmingsplan ‘’t Veld Geffen – 2022’ betreft het nog maar één langgerekt perceel dat agrarisch gebruikt wordt maar geen bouwvlak heeft. Artikel 4: Tuin Deze bestemming is in samenhang met de woonbestemmingen ‘Wonen – Halfvrijstaand’, ‘Wonen – Vrijstaand’ en ‘Wonen – Rijen’ opgenomen. Op gronden met deze bestemming mogen in beginsel geen gebouwen worden gebouwd.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 66 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Artikel 5: Verkeer - Verblijf Deze bestemming is opgenomen voor het openbaar gebied, waarbinnen onder andere wegen, parkeerplaatsen en groen mogelijk zijn. Artikel 6: Wonen - Halfvrijstaand Binnen deze bestemming is de bouw van vrijstaande en halfvrijstaande woningen mogelijk. Artikel 7: Wonen - Rijen Binnen deze bestemming zijn aaneen gebouwde woningen toegestaan. Aan huis gebonden activiteiten zijn direct toegestaan. Ook zijn er verschillende afwijkingsmogelijkheden opgenomen, met name voor bed and breakfast en mantelzorg. Artikel 8: Wonen - Vrijstaand Binnen deze bestemming is alleen de bouw van vrijstaande woningen mogelijk. Artikel 9: Woongebied De bestemming ‘Woongebied’ is een globale bestemming. Dit houdt in dat binnen deze bestemming verschillende woningtypen kunnen worden gerealiseerd: vrijstaande woningen, halfvrijstaande woningen, aaneengebouwde woningen en patiowoningen. Daarnaast zijn ook nog gestapelde woningen en woonwagens toegestaan. Voor deze laatste twee categorieën geldt echter dat zij uitsluitend zijn toegestaan op die plekken waar dat met een aanduiding op de verbeelding (respectievelijk ‘specifieke vorm van wonen – woongebouwen’ en ‘specifieke vorm van wonen – woonwagenstandsplaats’) is aangegeven.
Op de op de verbeelding aangegeven plaatsen waar gestapelde woningen of woonwagenstandplaatsen zijn toegestaan, zijn ook de overige woningtypen (behalve woonwagens respectievelijk gestapelde woningen) toegestaan. Voor wat betreft de woonwagenstandplaatsen wordt uitgegaan van de in Oss gebruikte standaardmaat voor een standplaats van 10 x 20 meter. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ zijn tevens ook voet- en fietspaden en woonstraten toegestaan. De drie plaatsen waar het woongebied ontsluit op de bestaande wegenstructuur, zijn aangeduid op de verbeelding. Verder zijn er op de verbeelding aanduidingen opgenomen waarbinnen uitsluitend structurele groenstroken danwel een langzaamverkeersontsluiting mogen worden ingericht. De bouw van woningen is hier uitgesloten. Binnen de structurele groenzones is het wel beperkt toegestaan deze te laten doorkruisen door woonstraten en langzaamverkeersverbindingen. Voor het noordelijke deel van deze bestemming geldt een lagere maximale goot- en bouwhoogte dan in de rest van het gebied. Dit is zo geregeld om tot een meer geleidelijke overgang te komen tussen de woonbuurt en het ten noorden hiervan gelegen landschap. Aan de zuidrand van het plangebied ligt binnen deze bestemming een zone met de aanduiding ‘vrijwaringszone’. Binnen deze zone is de bouw van woningen niet toegestaan.
Dit heeft te maken met de afstand die moet worden aangehouden tussen de aan de overzijde van de weg gelegen bedrijven en de nieuw te bouwen woningen. Hiermee wordt bereikt dat de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en er bij de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 10: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog Een klein deel van het plangebied is nog niet eerder archeologisch onderzocht en/of verstoord. Het betreft een gebied aan de oostzijde van het plangebied. Dit gebied heeft een hoge verwachtingswaarde. Voor dit gebied geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m².
’t Veld Geffen – 2022, pag. 67 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 11: Anti-dubbeltelregel Dit artikel regelt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 12: Algemene bouwregels Dit artikel geeft een aantal bouwregels die algemene werking hebben, en dus niet in één of meerdere specifieke bestemmingen gegeven worden. Artikel 13….: Algemene aanduidingsregels Dit artikel geeft allereerst een algemene regeling voor gronden met de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Dit heeft te maken met de bescherming van Molen Zeldenrust. Bij deze bescherming hoort ook het garanderen van een bepaalde hoeveelheid windtoetreding tot deze molen. Daarom is er een vrijwaringszone opgenomen rond de molen die over een gedeelte van het plangebied valt. Binnen deze zone zijn maximale bebouwingshoogten voorgeschreven waardoor de windtoetreding tot de molen wordt beschermd. Daarnaast is in dit artikel een regeling opgenomen die burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om, onder in dit artikel genoemde voorwaarden, het bestemmingsplan te wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ in de bestemming ‘Woongebied’.
Het is wenselijk om dit wijzigingsgebied te herontwikkelen tot woningbouw, maar de planvorming voor dit gebied is op dit moment nog niet voldoende uitgekristalliseerd om woningbouw rechtstreeks te kunnen bestemmen. De reden daarvoor is met name gelegen in het feit dat er vanwege de eigendom van de percelen en het nog lopende overleg over minnelijke verwerving op dit moment nog onvoldoende duidelijkheid bestaat over de financiële onderbouwing van dit deel van het plan. Nu er meerdere grondeigenaren zijn in het plangebied en ter voorkoming van verdere procedurele vertraging, is ervoor gekozen om de gewenste woningbouw met een wijzigingsbevoegdheid mogelijk te maken. Ook is het dan mogelijk om op een gedeelte van het te wijzigen perceel (alleen het deel dat in het verlengde ligt van de binnen de bestemming ‘Woongebied’ aangeduide plek waar woonwagenstandplaatsen zijn toegestaan) een aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ op te nemen. Uitsluitend binnen het deel van het perceel met de aanduiding ‘woonwagenstandplaats’ zijn dan, naast de andere binnen de bestemming ‘Woongebied’ toegestane doeleinden, ook woonwagenstandplaatsen toegestaan. Artikel 14….: Afwijken van de bouwregels algemeen Dit artikel geeft een algemene regeling voor afwijking van de bouwregels.
Artikel 15….: Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft een algemene regeling waarmee burgemeester en wethouders binnen aangegeven grenzen het plan kunnen wijzigen. Artikel 16….: Overige regels Dit artikel regelt de verwijzing naar andere wettelijke regelingen en de toepasselijkheid van de gemeentelijke bouwverordening. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 17….: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 68 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Artikel 18…..: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage: lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten Bijlage: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 69 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Hoofdstuk 7
7.1
Handhaving
Beleidskader
Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.
7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 70 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik. Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk.
Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 71 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: - het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; - het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; - het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Voor de ontwikkeling van de gronden met een directe (woon)bestemming en in eigendom van de gemeente, is door de gemeente een grondexploitatie opgesteld op basis waarvan de economische uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd. Verder zijn er met de eigenaren van de autonome ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplangebied anterieure overeenkomsten gesloten.
De gronden aangeduid onder de gebiedsaanduiding wijzigingsgebied vallen buiten de grondexploitatie. Bij het activeren van de wijzigingsbevoegdheid moeten de gebiedseigen kosten, alsmede de bovenwijkse kosten die toerekenbaar zijn op basis van de PTP-criteria, worden verhaald middels het kostenverhaal. Onder de bovenwijkse kosten wordt verstaan; de kosten die zijn vastgelegd in beleid (nota kostenverhaal), alsmede de kosten die zijn gemaakt voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling ’t Veld. De gemeente geeft er de voorkeur aan om de kosten te verhalen middels een anterieure overeenkomst.
’t Veld Geffen – 2022, pag. 72 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
’t Veld Geffen – 2022, pag. 73 van 74 Vastgesteld bestemmingsplan, december 2022
Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1 Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog zijn twee enquêterondes gehouden met behulp van het digitale programma maptionnaire. Op deze manier heeft de omgevingsdialoog onder de op dat moment geldende coronamaatregelen plaats kunnen vinden. Inwoners van Geffen zijn middels een brief uitgenodigd voor de enquêtes. In- en direct omwonenden van de planlocatie hebben in de brief een code ontvangen, zodat bij de antwoorden is te zien of deze van in-/omwonenden of van overige Geffenaren zijn. Naast het invullen van vragen en het kiezen van voorkeuren konden de respondenten reacties geven op de vragen en op tekeningen/kaarten. De eerste enquête was in te vullen van 25 februari tot en met 7 maart 2021. In deze periode zijn er 291 inzendingen geweest. In bijlage 16 zijn de uitkomsten van de enquête weergegeven. Hieronder een korte samenvatting van de voorkeuren per thema. Groenstructuur: het groen verweven. Inrichting: landschappelijke inrichting. Waterberging: sloten verbreden. Structuur: dorpse woonbuurten. Gestapelde bouw: is niet mogelijk. Indeling wonen Molenbuurt: wonen langs de rand. Bouwen in deelgebied 4: binnen dit gebied kunnen best enkele landelijke woonerven gerealiseerd worden mits zij netjes in het landschap opgaan / hier is geen enkele bebouwing mogelijk. Handhaven huidige situatie.
De tweede enquête was in te vullen van 19 mei tot en met 30 mei 2021. In deze periode zijn er 172 inzendingen geweest. De uitkomsten van deze enquête zijn tevens in bijlage 16 weergegeven. De enquête bestond o.a. uit vragen gericht op duurzaamheid in relatie tot mobiliteit en wonen. Tevens konden er weer een aantal voorkeuren gekozen worden. Verder is er op woensdag 22 december een digitale bijeenkomst georganiseerd door de Dorpsraad Geffen met als thema ‘wonen’. Hierbij is het stedenbouwkundig plan voor de locatie Geffen ’t Veld ook toegelicht en is ingegaan op de bestemmingsplanprocedure. Mensen konden via de app vragen stellen.
9.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn bij mail van 22 februari 2022 de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. Het eindverslag van dit vooroverleg is als bijlage opgenomen bij deze toelichting.
9.3 Inspraak De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Voor dit bestemmingsplan is een uitgebreide omgevingsdialoog gevoerd, waarmee omwonenden en belanghebbenden al de mogelijkheid hebben gekregen om op het plan te reageren. De gemeente heeft daarom in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplan gemaakt en dus ook geen formele inspraakprocedure gevolgd. Het bestemmingsplan gaat direct als ontwerp ter inzage.