CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 26 Akoestisch advies.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)4.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

van M+P | Onderdeel Müller-BBM groep

Mensen met oplossingen www.mp.nl Visserstraat 50 1431 GJ Aalsmeer

MEMO Aan T.a.v.

Gemeente Oss Frenkel Beerens

Van E-mail Telefoon Kenmerk Datum Aantal pagina’s

Edwin Nieuwenhuizen aalsmeer@mp.nl 0297-320651 M+P.GOSS.21.02.1 8 november 2021 17

Onderwerp

Windpark Elzenburg - De Geer en cumulatief geluid

Wolfskamerweg 47 5262 ES Vught

Geachte heer Beerens,

Ten behoeve van het MER voor het windpark Elzenburg – De Geer hebben wij eerder een akoestisch onderzoek verricht (zie M+P.GOSS.17.02.1 van 28 augustus 2017). In dit akoestisch onderzoek, verder ook aangeduid met AO, zijn de gevolgen van verschillende varianten van het windpark op de geluidsbelasting in de omgeving belicht. Hierbij is onder meer gekeken naar cumulatieve effecten. Dat wil zeggen dat het geluid vanwege het windpark is opgeteld bij de geluidsbelasting vanwege andere bronsoorten en vergeleken met de geluidsbelasting zonder windpark. Het AO geeft inzicht in cumulatie met de bronsoorten weg- en railverkeer en bedrijven op het industrieterrein Elzenburg – De Geer. Het geluid van scheepvaart op het Burgemeester Delenkanaal, van landbouwvoertuigen en van laagvliegende militaire helikopters is destijds niet beschouwd. Het MER met het AO is als bijlage 1 opgenomen in het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg - De Geer". In haar uitspraak van 28 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1681) inzake het bestemmingsplan overweegt de RvS dat de raad van de gemeente Oss had moeten motiveren waarom de geluidbronnen vaarverkeer, landbouwverkeer en laagvliegende helikopters kunnen worden aangemerkt als incidentele geluidbronnen die niet relevant zijn voor de cumulatieve geluidbelasting.

In de voorliggende memo gaan we in op deze geluidssoorten en het effect daarvan op de cumulatieve geluidsbelasting.

M+P raadgevende ingenieurs BV Lid NLingenieurs ISO 9001 gecertificeerd

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 2 | 17

Scheepvaartlawaai Uitgangspunten De binnenhaven van Oss is via het Burgemeester Delenkanaal verbonden met de Maas. Het Burgemeester Delenkanaal en havengebied Oss zijn geclassificeerd als CEMT-klasse Va vaarweg en is geschikt voor een Groot Rijnschip met een lengte van 110 meter en een diepgang van 3,50 meter. De haven van Oss is een industriehaven voor bulk- en containeroverslag. In de haven worden schepen toegelaten die goederen en containers vervoeren, bestemd om in de haven te worden geladen of gelost. Er is geen sprake van doorgaande vaarroutes. Het aantal schepen wordt dus volledig bepaald door de activiteiten in de haven van Oss.

Uitvoering van het onderzoek De geluidsbelasting vanwege de scheepvaart is berekend met Geomilieu, versie 2020.2. De ondergrond van het rekenmodel is identiek aan dat van het model dat is beschreven in het oorspronkelijke AO. Het gaat hierbij om bodemgebieden, bebouwingsgebieden en beoordelingspunten. Voor de details verwijzen we naar ons rapport van 28 augustus 2017. In het rekenmodel is het Burgemeester Delenkanaal ingevoerd als item ‘mobiele bron’ conform de module IL van Geomilieu. De Burgemeester van Veldhuizenhaven en de Burgemeester Jansenhaven zijn ingevoerd als mobiele bron met de helft van de intensiteit van het kanaal. Voor de ligging van de vaarroutes is gebruik gemaakt van het Nationaal Wegen Bestand (NWB Vaarwegen). Als bronhoogte is 2,0 meter aangehouden, relatief ten opzichte van het lokale maaiveld (water). Emissiegegevens van schepen zijn overgenomen uit onderzoek van DHV Ruimte en Mobiliteit BV voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, zie het rapport “Geluidseffecten scheepvaartlawaai – metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool”, kenmerk PV.W3629.R01, december 2004. Bij de berekeningen zijn we uitgegaan van een bronvermogen van 111,3 dB(A), hetgeen volgens het rapport van toepassing is op schepen uit de AVV klasse M8/M9. De keuze van het bronvermogen is een worst case benadering, want er komen ook kleinere schepen.

Het aantal scheepvaartpassages is afgeleid van gegevens die worden bijgehouden in het logboek van de haven en door de havenmeester zijn verstrekt. Het gaat om circa 5.000 schepen per jaar, ofwel 14 per dag. Aankomst en vertrek vindt meestal plaats in de dagperiode. De verdeling komt neer op circa 90%, 5%, 5% voor de dag, avond en nachtperiode. Bij de berekeningen is daarom uitgegaan van 12/1/1 passages in de dag-, avond- en nachtperioden. Verder is gerekend met een gemiddelde vaarsnelheid van 20 km/uur, de maximaal toegestane vaarsnelheid.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 3 | 17

Voor de situatie 2030 kan rekening gehouden worden met een groei van 1,1 % per jaar (bron: Panteia, 11-10-2018). Deze groeiverwachting geldt voor binnenvaart in het algemeen en volgens de havenmeester zijn er geen redenen om voor Oss van dat percentage af te wijken. Mogelijk is deze groeiverwachting te positief. Op het industrieterrein zijn namelijk bedrijven gevestigd die veevoeder verwerken en overslaan. Het is de vraag of het toekomstperspectief van die bedrijven gelijke tred houdt met bijvoorbeeld containervervoer.

Dosis-effectrelatie van scheepvaartlawaai Bij het berekenen van de cumulatieve geluidsbelasting vanwege bronsoorten zoals industrielawaai, wegverkeer, railverkeer en windparken, wordt rekening gehouden met de hinderlijkheid van de betreffende bronsoort. Hierbij wordt de geluidsbelasting vanwege de bronsoort omgerekend naar een geluidsbelasting die bij wegverkeer tot eenzelfde mate van hinderlijkheid leidt. Bijlage 4 van de Activiteitenregeling bevat geen relatie tussen scheepvaartlawaai en wegverkeerslawaai. In het voornoemde rapport van DHV wordt betoogd dat scheepvaartgeluid wat hinderlijkheid betreft ligt tussen wegverkeer – met een bijna continu karakter – en railverkeer – met lange pauzes tussen passages. In dat rapport wordt daarom een dosis-effect relatie voorgesteld die tussen de curves van wegverkeer en railverkeer in ligt. Deze benadering passen we toe op de voor hinder gecorrigeerde relatie voor scheepvaartlawaai, zodat: L*SL = 0,98 LSL - 0,70 Deze relatie is uitsluitend indicatief en achten wij voor dit doel toereikend.

Berekeningsresultaten Figuur 1 bevat een weergave van het rekenmodel, inclusief de ligging van de meest relevante ontvangerpunten. De invoergegevens van de geluidsbronnen van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage A. De berekeningsresultaten zijn samengevat in tabel I.

tabel I

berekeningsresultaten scheepvaart in dB(A); SL=scheepvaartlawaai adres

LSL

LSL

LSL

LSL

L*SL

dag

avond

nacht

den

L*SL

5347HM22

24

22

19

27

26

5347KD41

33

31

28

36

34

5347KT13

28

26

23

31

29

5347KV2

31

29

26

34

32

5347KV4

31

29

26

34

32

5347KV6

31

29

26

34

32

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 4 | 17

adres

LSL

LSL

LSL

LSL

L*SL

dag

avond

nacht

den

L*SL

5351AS39

16

14

11

19

18

5351NC13

20

18

15

23

22

5351NC13A

20

18

15

23

22

5351NE19

18

15

12

20

19

5351NG1A

18

16

13

21

20

5351NG3

18

16

13

21

20

5351NG44

18

16

13

21

19

5351NH2

14

12

9

17

16

5367AH1

35

32

29

37

36

5367AS3

40

38

35

43

41

5367NC2

43

41

38

46

44

5367NE11

38

36

33

41

39

5367NE3

36

34

31

39

37

5367NE5

36

34

31

38

37

5367NE6

35

33

30

38

36

5367NE8

35

33

30

38

36

5367NG1

37

35

32

40

38

5367NG2

42

40

37

45

43

5368AH1

16

14

11

19

18

5368AZ1

18

16

13

20

19

5368LL1

20

18

15

22

21

5368LL2

20

18

15

23

21

5368LL4

18

16

13

21

20

Ossermeer

37

35

32

40

38

De Rietgors

31

29

26

34

32

Waterwinbos

38

36

33

41

39

Eendenkooi M.

27

25

22

30

28

Hertogswetering

23

20

17

25

24

Strijdbeemden

15

13

10

18

17

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 5 | 17

Situatie 2030 Een groei van 1,1% per jaar over een tijdsspanne van 9 jaar betekent een toename van het aantal vaarten met circa 10%. Dit resulteert in een toename van de geluidsbelasting met 0,4 dB. Deze toename is niet significant.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 6 | 17

figuur 1

weergave van het rekenmodel scheepvaart

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 7 | 17

Geluid vanwege landbouwvoertuigen Het plangebied ligt in het provinciale gebied ‘beperkingen veehouderij’. In het bestemmingsplan Buitengebied Oss 2020 worden deze gebieden niet tot het primair agrarisch gebied gerekend, maar aangeduid met “overig agrarisch gebied”. In het overig agrarisch gebied heeft de agrarische functie weliswaar de overhand. Maar door gemeentelijk beleid zijn de uitbreidingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven beperkter dan in het primair agrarisch gebied. In het plangebied bevinden zich veehouderijen (waar onder runderen en paarden) en landbouwbedrijven. In de huidige situatie bestaat het gebied grotendeels uit grasland en akkerbouw. De landbouwactiviteiten die op de percelen worden uitgevoerd, zoals ploegen, maaien, dorsen zijn voortschrijdend. Dat betekent dat de werkzaamheden zich uitstrekken over het gehele perceel. Het geluid vanwege de activiteiten is alleen relevant als de machines dicht bij het beoordelingspunt in werking zijn. Naarmate de werkzaamheden voortschrijden, neemt de geluidsbelasting af. Dit heeft een verlagend effect op de equivalente geluidsbelasting in de bewuste beoordelingsperiode. Daarbij komt dat de activiteiten beperkt zijn tot enkele dagen per jaar en vrijwel uitsluitend betrekking hebben op de dagperiode. Hierdoor is de betekenis van de activiteiten op de jaargemiddelde geluidsbelasting (Lden) zeer beperkt.

Agrarische bedrijven worden bezocht door leveranciers (van bijvoorbeeld veevoeder) en afnemers (bijvoorbeeld ophalen van melk door zuivelverwerkers). De voertuigbewegingen over de openbare weg zijn meegenomen in de geluidsbelasting vanwege wegverkeer. Verder rijden landbouwvoertuigen over de openbare weg naar de te bewerken landbouwgronden. Deze voertuigen kunnen doorgaans niet worden ingedeeld in een voertuigcategorie, waardoor ze niet meetellen bij de bepaling van de geluidsbelasting vanwege wegverkeer. De aantallen zijn echter zijn echter gering ten opzichte van het overige verkeer, zodat de bijdrage aan de geluidsbelasting vanwege de verkeersweg te verwaarlozen is. Samenvattend kunnen we concluderen dat het geluid vanwege landbouwvoertuigen te verwaarlozen is ten opzichte van het geluid vanwege wegverkeer (en industrie) en dat het effect van de verkeersaantrekkende werking van de agrarische bedrijven al is verdisconteerd in de geluidsbelasting vanwege wegverkeer.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 8 | 17

Luchtvaart Het plangebied bevindt zich aan de rand van het laagvlieggebied Maas en Waal (GLV IX). Tevens wordt het plangebied doorkruist door de laagvliegroute VO. Deze route heeft een corridorbreedte van 1.609 meter. Relevante delen van het laagvlieggebied en de laagvliegroute worden weergegeven in figuur 2. De laagvliegroute VO is bedoeld voor opleidingsdoeleinden voor piloten van militaire propellervliegtuigen en helikopters. Voor militaire propellervliegtuigen geldt in de daglichtperiode een minimale hoogte van 75 meter boven hindernissen of de grond. Buiten de daglichtperiode is de minimale hoogte 300 meter. Voor helikopters geldt een minimale vlieghoogte van 30 meter. Van de VO route wordt nauwelijks gebruik gemaakt. Deze route laten we daarom verder buiten beschouwing. Het laagvlieggebied GLV IX wordt door het Defensie Helikopter Commando gebruikt voor laagvliegoefeningen met helikopters. Voor laagvlieggebieden en -routes gelden minimale vlieghoogtes, die zijn vastgelegd in de regeling “VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen”. Volgens deze regeling bedraagt de minimale hoogte in het laagvlieggebied 30 meter of lager indien noodzakelijk. Volgens het document “Evaluatie van laagvlieggebieden voor helikopters” van het Ministerie van Defensie, d.d.

20 december 2017, werd bij daglicht in de periode 2011-2016 gedurende gemiddeld 214,7 uur gebruik gemaakt van het gebied GLV IX. In de nachturen was dat 31,7 uur. De gerealiseerde uren per kalenderjaar verschillen sterk en zijn mede afhankelijk van uitzending van legereenheden naar missies in het buitenland. In de betreffende periode bedroeg het maximale aantal vlieguren in de dagperiode 321,7 uur en in de nachtperiode 45,9 uur (kalenderjaar 2016). Hierbij moeten we aantekenen dat hier met “nachtperiode” niet de periode wordt bedoeld die van toepassing is in de Wet milieubeheer, maar de periode waarin geen sprake is van daglicht. Een deel van de vluchten die in deze periode plaatsvinden, wordt mogelijk in de avondperiode gerealiseerd.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 9 | 17

figuur 2

ligging van het laagvlieggebied (GLV IX) en de laagvliegroute (VO) in het plangebied

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 10 | 17

Het laagvlieggebied is met een oppervlak van oppervlak van 499 km2 zeer uitgestrekt. De publicatie van het NLR “Zoekgebieden windturbines in het laagvlieggebied Maas en Waal (GLV IX)” van september 2020 geeft inzicht in alle vluchten die door het laagvlieggebied in het eerste kwartaal van 2019 zijn uitgevoerd (vlieghoogte lager dan 150 meter). De betreffende figuur is in dit rapport overgenomen als figuur 3. De figuur vertoont een duidelijke concentratie van vluchten rondom de militaire luchthaven Gilze-Rijen. Er zijn ook gebieden waarneembaar waarin niet wordt gevlogen. In die gebieden gelden beperkingen, waardoor ze worden vermeden.

figuur 3

laagvliegtracks in het eerste kwartaal van 2019 (bron: rapport NLR-CR-2020-203 van september 2020; het gele kader geeft het gebied aan dat is afgebeeld in figuur 2

Op basis van figuur 3 kunnen we inschatten hoeveel vluchten door het plangebied gaan. In het eerste kwartaal van 2019 vonden door het plangebied van het windpark circa 40 vluchten plaats, ongeveer een kwart van alle vluchten door het gebied GLV IX. Op jaarbasis bedraagt dat naar verwachting circa 160. Uitgaande van een verhouding van 45,9 : 321,7 gaat het om circa 140 dagvluchten en 20 nachtvluchten per jaar. Het is niet bekend of in een nacht meerdere vluchten plaatsvinden, of dat het steeds om één vlucht per nacht gaat.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 11 | 17

Defensie maakt gebruik van Apache helikopters (AH-64), Chinook middelzware transporthelikopters (CH-47), maritieme helikopters van het type NH-90 en Cougar lichte transporthelikopters (AS-532). De AH-64 is het meest gebruikte type, de CH-47 de zwaarste. Het document USA-CERL Technical Report N-88/04 van maart 1988 bevat geluidsgegevens van AH-64 en CH-47 helikopters. Het rapport bevat SEL waarde1 van laag overvliegende helikopters als functie van de afstand tot de helikopter. De gegevens zijn overgenomen tabel II.

tabel II

SEL waarden van overvliegende helikopters versus de afstand tot de helikopter 50

100

200

500

1000

2000

1500**

AH-64

98

94

90

84

78

72

75

heavy CH-47

99

95

91

85

80

75

77

Light CH-47

105

101

97

91

86

81

83

CH-47*

103

99

95

89

84

79

81

*

energetisch gemiddelde van beladen en niet beladen

**

geïnterpoleerde waarde

De appendix van de voorschriften voor de berekening van de geluidsbelasting in Ke voor de militaire luchthavens bedoeld in artikel 8.1 van de Wet luchtvaart, kenmerk NLR-CR-96650 L - Versie 14.2 bevat geluidsgegevens van vliegtuigen en helikopters. De gegevens kunnen niet rechtstreeks worden gebruikt, omdat voor militaire luchtvaart geen vluchtprofielen en prestatiegegevens beschikbaar zijn. We kunnen uit de appendix wel opmaken dat de geluidsemissie van NH-90 helikopters in het algemeen lager is dan dat van de AH-64. Het document bevat geen gegevens van de AS-532. Het is gangbaar om voor dit type de geluidsgegevens van de NH-90 aan te houden. Voor de geluidsberekeningen gaan we er van uit dat 1 op de 4 helikopters een CH-47 betreft. Hiervoor rekenen we met het energetisch gemiddelde van een beladen en een niet beladen helikopter. Voor het overige deel rekenen we met de emissie van AH-64 helikopters. Verder gaan we er van uit dat de vliegpaden evenredig verdeeld zijn over vliegpaden op 50, 500, 1.000, 1.500 en 2.000 meter afstand2 van een willekeurig beoordelingspunt in het laagvlieggebied. Zo komen we op de aantallen helikopterpassages die vermeld zijn in tabel III.

1

Sound Exposure Level. Bij de SEL waarde wordt de geluidsenergie omgerekend naar een equivalent geluidsniveau over 1 seconde.

Zodoende zijn gebeurtenissen die verschillend van duur zijn met elkaar te vergelijken. 2

dit betreft niet de horizontale afstand, maar de kortste afstand van het waarneempunt tot de helikopter

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 12 | 17

tabel III

aantal helikopterpassages per jaar in de dagperiode / nachtperiode en de gehanteerde afstanden tot een waarneempunt 50

500

1000

1500

2000

CH-47

7/1

7/1

7/1

7/1

7/1

AH-64 / NH-90 / AS-532

21 /3

21 /3

21 /3

21 /3

21 /3

De aantallen in tabel III gecombineerd met de bronvermogens in tabel II leiden tot Ldag = 39 dB(A) Lnacht = 31 dB(A) en Lden = 39 dB(A). Bijlage 4 van de Activiteitenregeling bevat een formule om luchtvaartlawaai om te rekenen naar hinderequivalent wegverkeerslawaai: L*LL = 0,98 LLL + 7,03 Het geluidsniveau L*LL komt hiermee op circa 45 dB(A). Dit is echter een ruwe inschatting.

Berekening Lcum Ter indicatie hebben we het effect van scheepvaart en helikopters meegenomen in de berekening van Lcum. Voor de beoordelingspunten die in het gebied GLV IX is gerekend met L*LL = 45 dB(A). Voor de punten die buiten dat gebied liggen, is het geluid van militaire helikopters verwaarloosd. Vanwege consistentie met voorgaande onderzoeken hebben we voor het geluid vanwege het windpark gerekend met de scenario’s OAa en VKA2a en variantklasse 0. Hierbij is gerekend inclusief windturbine 5, waarvan inmiddels is afgezien, en met de oorspronkelijk positie van windturbine 4. Dit is een conservatieve benadering. De resultaten zijn verwerkt in tabel IV. De betekenis van de gebruikte indices is als volgt: IL industrie VL wegverkeer SL scheepvaart LL luchtvaart (helikopters) De eerste zeven kolommen bevatten de geluidsbelasting van de afzonderlijke bronsoorten, uitgedrukt in equivalent wegverkeer. De derde kolom van rechts bevat de uitgangssituatie voor Lcum met alle bronsoorten, inclusief scheepvaart en luchtvaart. De laatste twee kolommen bevatten de berekende Lcum waarden inclusief het geluid van windpark variant OAa respectievelijk VKA2a. Ter referentie geven de vierde, vijfde en zesde kolom van rechts de Lcum waarden zoals berekend in het MER, dus zonder scheepvaart en zonder luchtvaart.

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 13 | 17

Uit tabel IV kunnen we de volgende conclusies trekken:  De beoordelingspunten met de hoogste cumulatieve geluidsbelasting liggen op het gezoneerde industrieterrein (5347KT13, KV47KV2/4/6). Scheepvaart en luchtvaart veroorzaken in de uitgangssituatie geen relevante geluidsbelasting, omdat scheepvaartlawaai te verwaarlozen is ten opzichte van het geluid van de bedrijven op het industrieterrein en omdat de beoordelingspunten niet in het laagvlieggebied liggen. De bijdrage van windturbines is op deze beoordelingspunten ook te verwaarlozen.  Buiten het gezoneerde industrieterrein bedraagt de cumulatieve geluidsbelasting ten hoogste 58 dB(A). Dit geldt voor de punten 5351AS39, 5351NG1A, 5367NE11, 5367NE6. Wegverkeer is daar maatgevend. Op een aantal van deze beoordelingspunten neemt Lcum vanwege het windpark toe met 1 dB. Het wel of niet meenemen van het geluid van helikopters heeft een zeer gering effect. In de uitgangssituatie is het effect niet zichtbaar; de hoogste cumulatieve geluidsbelasting blijft 58 dB(A). In de situatie met windparkvariant OAa zijn er wel twee beoordelingspunten extra waar de geluidsbelasting stijgt naar 59 dB(A). Dit wordt veroorzaakt door minieme afrondingsverschillen.  Het effect van scheepvaart en luchtvaart op Lcum is het grootst op de het beoordelingspunt 5368AZ1 en in het gebied Stijbeemden.

De toename vanwege het meenemen van de helikopters bedraagt in de uitgangssituatie 5, respectievelijk 7 dB. Het gevolg hiervan is dat de stijging van Lcum vanwege het windpark kleiner is dan in de situatie zonder scheepvaart en luchtvaart. Met scheepvaart en luchtvaart bedraagt de stijging vanwege het windpark nog maximaal 1 dB. Het wel meenemen van scheepvaart en luchtvaart heeft dus een maskerende werking op het effect van het windpark.  Het effect van het realiseren van het windpark is het grootst op de beoordelingspunten 5367NG1/2. Het meenemen van het geluid van scheepvaart leidt in de uitgangssituatie tot een toename van Lcum met 1 dB tot maximaal 54 dB(A). Inclusief het windpark bedraagt de cumulatieve geluidsbelasting ten hoogste 58 dB(A) in plaats van 57 dB(A).

tabel IV

berekening Lcum met scheepsvaart en luchtvaart (indicatief) L*IL

L*VL

L*SL

L*LL

L*WT

L*WT

WT:AOa

WT:VKA2a

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

IL,VL

IL,VL,

IL,VL,

IL,VL,SL,LL

IL,VL,SL,LL

IL,VL,SL,LL

WT:AOa

WT:VKA2a

WT:AOa

WT:VKA2a

5347HM22

48

41

26

--

32

31

49

49

49

49

49

49

5347KD41

59

56

34

--

47

46

61

61

61

61

61

61

5347KT13

65

53

29

--

53

52

65

65

65

65

65

65

5347KV2

65

50

32

--

51

50

65

65

65

65

65

65

5347KV4

64

49

32

--

51

50

65

65

65

65

65

65

5347KV6

63

49

32

--

51

51

63

63

63

63

63

63

5351AS39

42

58

18

--

35

34

58

58

58

58

58

58

5351NC13

47

53

22

--

50

48

54

55

55

54

55

55

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 14 | 17

L*IL

L*VL

L*SL

L*LL

L*WT

L*WT

WT:AOa

WT:VKA2a

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

Lcum

IL,VL

IL,VL,

IL,VL,

IL,VL,SL,LL

IL,VL,SL,LL

IL,VL,SL,LL

WT:AOa

WT:VKA2a

WT:AOa

WT:VKA2a

5351NC13A

47

53

22

--

50

49

54

56

55

54

56

55

5351NE19

43

52

19

--

42

40

53

53

53

53

53

53

5351NG1A

43

58

20

45

47

43

58

58

58

58

59

58

5351NG3

43

46

20

45

48

43

48

51

49

50

52

51

5351NG44

43

49

19

45

47

43

50

52

51

51

52

52

5351NH2

39

54

16

45

34

31

54

54

54

55

55

55

5367AH1

43

42

36

45

40

38

45

47

46

49

49

49

5367AS3

44

56

41

45

44

42

56

57

56

57

57

57

5367NC2

44

50

44

45

44

41

51

52

51

53

53

53

5367NE11

54

56

39

45

51

50

58

59

59

58

59

59

5367NE3

47

56

37

45

46

45

56

57

57

57

57

57

5367NE5

48

56

37

45

47

46

57

57

57

57

57

57

5367NE6

50

57

36

45

48

48

58

58

58

58

59

58

5367NE8

52

55

36

45

49

48

57

57

57

57

58

57

5367NG1

53

38

38

45

56

55

53

57

57

54

58

57

5367NG2

52

42

43

45

53

53

52

56

55

53

56

56

5368AH1

37

42

18

45

37

32

43

44

44

47

48

47

5368AZ1

39

39

19

45

42

36

42

45

43

47

48

47

5368LL1

41

40

21

45

48

42

44

49

46

47

51

48

5368LL2

41

39

21

45

48

42

43

50

46

47

51

48

5368LL4

40

43

20

45

44

39

45

48

46

48

50

48

Ossermeer

60

49

38

--

50

49

61

61

61

61

61

61

De Rietgors

55

42

32

45

64

64

55

65

65

56

65

65

Waterwinbos

49

47

39

45

49

48

51

53

53

52

54

54

Eendenkooi M.

46

50

28

45

58

50

51

59

54

52

59

54

Hertogswetering

45

38

24

45

64

53

46

64

54

49

64

54

Stijbeemden

39

27

17

45

38

33

39

42

40

46

47

46

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 15 | 17

Conclusie Bij voorgaande onderzoeken die in het kader van het windpark Elzenburg – De Geer zijn verricht, is het geluid van scheepvaart, landbouwverkeer en laagvliegende militaire helikopters niet uitdrukkelijk betrokken bij de bepaling van de cumulatieve geluidsbelasting. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 28 juli 2021 is hier alsnog op ingegaan. Op basis van het aanvullende onderzoek concluderen we dat deze bronnen geen significante invloed hebben op de eerdere bevindingen.

Met vriendelijke groet, M+P

Edwin Nieuwenhuizen EdwinNieuwenhuizen@mp.nl

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 16 | 17

Bijlage A

Invoergegevens rekenmodel scheepvaart

M+P.GOSS.21.02.1 | 8 november 2021 pagina 17 | 17

brongegevens id

X-1

Y-1

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

Lwr

(D) (A) (N) kmh

n

n

n

v

31

63

125

250

500

1k

2k

4k

8k

Tot

1

165753

422485

10

2

2

16

73.4

86.4

94.4

101.4

104.4

106.4

104.4

102.4

92.4

111.3

2

165754

422485

5

1

1

16

73.4

86.4

94.4

101.4

104.4

106.4

104.4

102.4

92.4

111.3

3

166168

421294

5

1

1

16

73.4

86.4

94.4

101.4

104.4

106.4

104.4

102.4

92.4

111.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=3407d76e-4fc2-4a6e-a980-af26d88404d9