Bijlage 2 - Voorstel Klusbus - Definitief.PDF
Tekst van het document
‘Klusbus’ – Voorstel aanpak energiearmoede 1. Inleiding De gasprijzen zijn recent flink gestegen en daardoor is bij veel mensen de energierekening een stuk hoger geworden. Om deze stijging te temperen heeft het kabinet in het najaar een pakket aan maatregelen gepresenteerd. Eén van de maatregelen is het beschikbaar stellen van 150 miljoen euro voor gemeenten om energiearmoede aan te pakken met energiebesparende maatregelen. Gemeenten bepalen zelf hoe ze energiearmoede willen aanpakken, ook in overleg met de woningcorporaties.
Energiearmoede Volgens de definitie van TNO in de studie ‘De feiten over energiearmoede in Nederland: Inzicht op nationaal en lokaal niveau’ is er sprake van energiearmoede als huishoudens over een laag inkomen beschikken in combinatie met hoge energielasten dan wel een woning van energetisch onvoldoende kwaliteit. Het gaat om 550.000 huishoudens, zo’n zeven procent van het totaal. In de 9 gemeenten in de hele regio Noordoost Brabant gaat het naar schatting om 18.500 huishoudens. Daarvan woont ongeveer 75 % in een sociale huurwoning van één van de 10 woningcorporaties in de regio. De overige 25% is naar schatting gelijk verdeeld over koopwoningen en particuliere huur.
Deze maatregel kan worden gezien als stap op weg naar/vooruitlopend op een meer fundamentele aanpak en grootschalige isolatie (vloer, dak en gevel) via het nationaal isolatieprogramma. Op Prinsjesdag is hiervoor €514 miljoen ter beschikking gesteld, naast 288 miljoen euro ter stimulering van meer hybride warmtepompen, wat ook zorgt voor minder aardgasverbruik. In maart is bekend geworden dat het Rijk nog eens 150 miljoen extra ter beschikking stelt voor de regeling energiearmoede. Het gaat hierbij om vooruitgeschoven geld vanuit de middelen voor het nationaal isolatie programma, dat specifiek voor deze doelgroep is gereserveerd. Daarnaast is de eenmalige energietoeslag voor (landelijk 800.000) huishoudens met een inkomen rond bijstandsniveau verhoogd van €200 naar € 800. In informele gesprekken met het ministerie van BZK is duidelijk geworden dat het geld van de eerste en tweede bedrag van €150 miljoen onder dezelfde voorwaarden als de eerste uitkering uiterlijk eind 2023 moet zijn uitgegeven.
2. De Klusbus In regionaal verband is door de bestuurlijke stuurgroep RES (Regionale Energie Strategie) in februari het besluit genomen om een kwartiermaker aan te stellen om samen met de gemeenten en woningcorporaties in de regio een plan te ontwikkelen voor de uitvoering van de regeling energiearmoede, de ‘Klusbus’, een lokale aanpak, met regionale ondersteuning. Het idee hiervoor is ontstaan naar aanleiding van een bijeenkomst van de regionale werkgroep Energiebesparing in december 2021, waar zo’n 66 professionals van gemeenten (duurzaamheidsdomein en sociaal domein), woningbouwcorporaties en andere instanties bij aanwezig waren. Het doel is om met een gezamenlijke aanpak voor de uitvoering van de regeling energiearmoede: 1.
2.
Een zo groot mogelijk deel van de middelen op zo kort mogelijke termijn daadwerkelijk bij te laten dragen aan de structurele verlaging van de energierekening van de doelgroep d.m.v. het treffen van kleine energiebesparende maatregelen. De basis te leggen voor een samenwerkingsvorm en mogelijk -infrastructuur tussen gemeenten en woningcorporaties, die ook in de vervolgactiviteiten (Nationaal Isolatieprogramma) bruikbaar is.
1
In een notendop is de aanpak als volgt. Een getrainde adviseur/klusser van de Klusbus komt op afspraak bij mensen thuis voor een inventarisatie, advies en installatie van kleine energiebesparende maatregelen: ledlampen, waterbesparende douchekop, radiatorventilatoren, radiatorfolie, kozijnfolie, tochtstrips, deurdrangers, tochtborstels en isolatie voor CV-buizen, en eventueel voor particuliere eigenaren de instelling van de CV-temperatuur (corporaties regelen dit via hun vaste CV-onderhoudspartner). De doelgroep bestaat uit 18.500 huishoudens waarbij sprake is van energiearmoede (gebaseerd op de TNO studie). Zowel voor de eerste als tweede ronde krijgen gemeenten in de regio een bedrag van ongeveer €4.900.000, in totaal €9.800.000. Hoewel de regeling zich in relatieve zin richt op een klein deel van de huishoudens (6,3%), is in absolute aantallen de opgave groot. Bijvoorbeeld bij 10.000 woningen in de regio is de 20.000 tot 25.000 uur aan inzet van de Klusbus nodig, over een periode van 6 maanden zijn dat 20-25 fulltime banen (en een veelvoud daarvan in aantallen mensen om te werven en opleiden om als adviseur / klusser aan de slag te gaan). Conform het uitgangspunt van een lokale aanpak met regionale ondersteuning bepalen gemeenten zelf hoe ze deze doelgroep precies willen afbakenen en benaderen.
Het is daarbij wel de uitgesproken wens vanuit de woningcorporaties dat alle huishoudens uit de doelgroep een vergelijkbaar aanbod krijgen. Afhankelijk van de keuze van de gemeenten kan dit verschillen, en kan de doelgroep worden uitgebreid, maar we gaan (als referentie voor de aanbesteding) uit van de volgende doelgroep(en): 1.
2.
3.
Huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum, die recht hebben op de eenmalige energietoeslag van € 800, met een huur- of koopwoning met (voorlopig) energielabel B of slechter (of bouwjaar eerder dan 1990). Afhankelijk van het aantal huishoudens dat in beeld is onder de eerste categorie (in vergelijking met het aantal woningen waarvoor gemeenten in het kader van deze regeling geld hebben ontvangen), kunnen ook gelijk woningen met een energielabel A worden meegenomen. Voor deze woningen (en wellicht ook al label B woningen) hebben isolatiemaatregelen waarschijnlijk minder effect en kan in de uitvoering al meer aandacht worden besteed aan advies over gedrag en gebruik van energie. Overige huishoudens die niet onder de vorige twee categorieën vallen, maar wel bij de gemeente bekend zijn doordat zij bijvoorbeeld gebruik maken van schulphulpverlening en/of in beeld zijn door vroegsignalering van schulden.
Verder gaan we in de aanbesteding uit van de volgende globale aanpak. In de eerste fase benaderen we deze huishoudens op individuele basis. Tijd en aandacht voor het opbouwen van vertrouwen en bieden van ontzorging zijn essentieel voor het slagen van deze opdracht. Het is bovendien (grotendeels) een kwetsbare doelgroep met (vaak) beperkte zelfredzaamheid. We benaderen mensen daarom eerst zoveel mogelijk via directe persoonlijke contacten vanuit de gemeente en lokale partners en netwerken, die mensen tijdens een gesprek direct kunnen aanmelden. Pas in tweede instantie benaderen we resterende huishoudens uit de doelgroep gebied-voor-gebied (waarschijnlijk parallel in meerdere dorpen of wijken in dezelfde periode) via een gerichte brief en daarna in laatste instantie door huis-aan-huis aan te bellen.
3. Meerwaarde Het eerste doel van de Klusbus is om met een gezamenlijke aanpak voor de uitvoering van de regeling energiearmoede een zo groot mogelijk deel van de middelen op korte termijn (bij voorkeur najaar 2022 tot uiterlijk mei 2023) daadwerkelijk bij te laten dragen aan de structurele verlaging van de energierekening van de doelgroep d.m.v. het treffen van kleine maatregelen. Daarnaast leggen we (doel 2) de basis v00r een mogelijke verdere structurele samenwerking in de regio tussen gemeenten, woningcorporaties en andere lokale en regionale partijen om energiebesparing vorm te geven, richting het realiseren van het gezamenlijke doel van 11% energiebesparing en 3 PJ duurzame warmte in 2030. De komende maanden zal hiervoor al een plan worden gemaakt voor de RES werkgroep Energiebesparing.
2
Uit de bijeenkomsten en gesprekken (met gemeenten, woningcorporaties, aannemers/bouwbedrijven en andere marktpartijen) ter voorbereiding van het voorstel voor de Klusbus is al gebleken dat versterken van het netwerk en de samenwerking in de regio om een aantal redenen van groot belang is:
Woningcorporaties hebben bezit in verschillende gemeenten, die allemaal afzonderlijk plannen (moeten) maken. Afstemming tussen gemeenten en woningcorporaties over de langere termijn planning en inzet van middelen is verstandig en noodzakelijk. Om (ook bij particuliere eigenaren) op grotere schaal resultaten te kunnen boeken is het van belang om ook de aanbodzijde beter te organiseren. In lijn met de nationale Renovatiegolf moet voor elke woning voor 2030 een geschikt aanbod beschikbaar zijn, een goed advies over de gewenste isolatiemaatregelen, aanbieders die goed vindbaar zijn en financiering De totale opgave van de energietransitie, in het bijzonder isolatiemaatregelen en de overstap op duurzame warmte, is gigantisch. Dit vraagt een enorme extra inzet van mensen, in een periode dat de bouwsector ook al veel extra woningen moet gaan bouwen, en nu al te kampen heeft met tekorten aan goed opgeleid personeel. Daarnaast zal er ook veel extra inzet nodig zijn voor communicatie met en advies aan bewoners. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning in de hele regio en samenwerking tussen gemeenten, lokale en regionale bedrijven in de bouw- en isolatiesector, leerwerkplaatsen en andere organisaties in de regio die een rol kunnen spelen om werkzoekenden te begeleiden naar nieuw of ander werk en het (MBO) onderwijs.
Met de Klusbus lopen we ons warm in de regio voor een mogelijke samenwerking aan de uitvoering van het Nationaal Isolatieprogramma, waarbij ook de nadruk zal liggen op woningen met slechte labels. Daarvoor doen we nu al kennis, ervaring en contacten op voor het benaderen van deze moeilijke doelgroep en particuliere huiseigenaren in het bijzonder.
4. Voorbereidende fase In de afgelopen maanden hebben we met gemeenten en woningcorporaties in de regio gewerkt aan het uitwerken van het idee en het voorbereiden van het voorstel. Op basis van vragenlijsten aan gemeenten en woningcorporaties en gesprekken in verschillende bijeenkomsten is eerst een voorlopige opzet gemaakt, waar gemeenten en woningcorporaties op hebben kunnen reageren. Belangrijke aandachtspunten die daaruit naar voren kwamen, zijn:
Het (nog) nadrukkelijker in het plan opnemen van het betrekken van de contacten en het netwerk van lokale partners / instellingen bij het benaderen van de doelgroep en de (on)mogelijkheid van gemeenten en woningcorporaties om naast hun bestaande taken (en beperkt beschikbare tijd) het aanbellen en maken van afspraken in relatief korte tijd bij (alle) woningen te doen. Verder ziet bijna geen woningcorporaties de mogelijkheid om eigen klusdiensten in te schakelen. Alleen Woonmeij heeft hiervoor op beperkte schaal eventueel capaciteit beschikbaar. Wel is er bestuurlijk de wens uitgesproken om vanuit de woningcorporaties een actieve rol te spelen bij het benaderen van huurders.
Verder is een formele marktverkenning georganiseerd om: a) Potentieel geïnteresseerde partijen vroegtijdig te informeren over de komende aanbesteding. b) Een antwoord te krijgen op de vraag welke uitvraag in de aanbesteding realistisch is. Uit de marktverkenning is gebleken dat er 5 of 6 marktpartijen zijn die al een specifiek aanbod hebben in deze richting en van plan zijn om deel te nemen aan de aanbesteding voor de Klusbus. De resultaten van de gesprekken met deze partijen zijn opgesomd in de tabel op de volgende pagina.
3
Uitkomsten marktverkenning Er is met 6 geïnteresseerde partijen gesproken. De belangrijkste uitkomsten zijn:
We kunnen gaan werken met één marktpartij voor alle onderdelen. Onder lokale partijen is geen animo. Opsplitsing van de opdracht in verschillende gebieden om lokale partijen de kans te geven om deel te nemen is niet meer aan de orde. Omwille van de efficiëntie qua planning en inzet van mensen, en het doel om een zo groot mogelijk deel van de middelen daadwerkelijk ten goede te laten komen van de doelgroep, blijkt het wenselijk om (indien AVG-technisch mogelijk) het aanbellen en klussen bij dezelfde partij te beleggen. Op die manier kan een groepje klussers met één bus gedurende een korte periode (één of twee weken) in één gebied (dorp of wijk) het klussen op afspraak combineren met het aanbellen en inplannen van nieuwe afspraken (en soms gelijk adviseren en klussen). Hierdoor kunnen we ook de coördinatie voor een groot deel meenemen in de aanbesteding, en kan de coördinerende taak vanuit de regio beperkt blijven. Het vooraf sturen van brieven aan bewoners, betekent dat er dan al een helpdesk moeten worden ingericht. Zolang nog onduidelijk is welke partij de uitvoering gaat doen en wanneer de Klusbus precies in een gebied langs komt, levert dit waarschijnlijk vooral veel vragen en werk op, maar draagt weinig bij aan het succes.
Het is daarom verstandig om aanmeldingen vooraf te laten verlopen via de bestaande contacten en netwerken, en pas als een Klusbus in een gebied komt een brief (met flyer in verschillende talen) te versturen. De marktpartijen kunnen een breed scala aan energiebesparende maatregelen aanbieden, inclusief tochtstrips, radiatorfolie en tochtborstels (eerder aangeduid als ‘Categorie B’, categorie A waren simpele maatregelen als LED en radiatorventilatoren). Kitten wordt niet standaard aangeboden of alleen in specifieke gevallen (om vochtproblemen door slechte isolatie te voorkomen.) Daarnaast bieden de meeste partijen ook al standaard in een adviesgesprek een korte check op de energierekening aan, met op basis daarvan eventueel een advies over mogelijke (relatief grote) besparingen door keuze van een ander contract of andere leverancier. Tips over gebruik en gedrag zijn ook standaard onderdeel van het adviesgesprek. Bij label A (en mogelijk label B) woningen dit in veel gevallen meer op dan de installatie van kleine maatregelen en kan daar waarschijnlijk vaak beter relatief meer tijd aan worden besteed. Ook met een grote efficiëntie moeten we er rekening mee houden dat we de volledige periode tot mei volgend jaar (het eind van de regeling) nodig hebben om alle woningen te bezoeken en bedienen.
(Als rekenvoorbeeld: om bij 10.000 woningen te adviseren en klussen, is zeker 20.000 uur nodig, en moet er gedurende 25 weken 20 mensen fulltime aan de slag.) Er blijkt een grote bereidheid, of zelfs een uitgesproken wenselijkheid, om in samenwerking met gemeenten, sociale dienst en leerwerkplaatsen werkzoekenden in de regio te werven en op te leiden om in te zetten voor de uitvoering van de Klusbus. Een bedrag van €300 per woning is een goed bedrag per woning om een flinke slag te kunnen maken, inclusief de belangrijkste tochtwerende maatregelen. Daarnaast moeten we (uitgaande van 10.000 woningen in de regio) rekenen met een vaste bijdrage voor de kosten van helpdesk, planning, coördinatie en rapportage. Het verdelen van het risico kan het beste worden geregeld door een contract af te sluiten met een klein vast bedrag voor de hele opdracht (helpdesk, planning, coördinatie en rapportage) en variabele bedragen per woning (aanbellen en advies/klussen).
4
Lokale en regionale bedrijven die zijn aangesloten bij Brabant Woont Slim en/of een vaste partner zijn van de woningcorporaties zijn ook geïnformeerd over de aanbesteding en gevraagd om te reageren. Vanuit lokale en regionale bedrijven blijkt er (zoals niet gehoopt, maar wel enigszins verwacht) geen animo te zijn om deel te nemen aan de aanbesteding. De uitvraag sluit onvoldoende aan bij de normale activiteiten, bouwbedrijven hebben nu al een volle orderportefeuille en/of hebben geen tijd om een nieuw aanbod te kunnen ontwikkelen. Daarnaast is er vanuit een aantal gemeenten contact geweest met collega’s vanuit het sociaal domein en lokale leerwerkplaatsen. Hieruit blijkt dat er kansen worden gezien om (juist) groepen werkzoekenden die nu relatief moeilijk aan het werk kunnen wel naar nieuw werk te kunnen begeleiden. Het gaat bijvoorbeeld om alleenstaande moeders (die alleen tijdens schooluren kunnen werken, als een deel van de doelgroep juist wel / ook thuis is), 55+-ers (mogelijk afgekeurd in de bouwsector), vluchtelingen die in de energietransitie willen gaan werken en mogelijk mensen die misschien niet heel goed Nederlands, maar wel Arabisch spreken.
Op basis van de reacties van de gemeenten, woningcorporaties en geïnteresseerde (en gespecialiseerde) marktpartijen, is een volgende conceptversie besproken (in een overleg met de gemeenten uit de werkgroepen ‘Aanbesteding, bestuurlijk besluit en afspraken’ en ‘Menukaart en concept’) en vervolgens een conceptversie voor een laatste schriftelijke feedbackronde opgesteld. Alle reacties daarvan zijn verwerkt in dit definitieve voorstel.
5. Aanbod Klusbus Gemeenten die willen deelnemen aan de Klusbus kiezen daarbij voor de volgende aanpak in 6 stappen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Met lokale partners: aankondiging, aanmelding en afspraak Brief met flyer en aanbellen: aanmelding en afspraak overige huishoudens Inventarisatie, advies, installatie en verwijzing Monitoring, evaluatie en bijsturing Buurtgerichte benadering Rapportage
Stap 1. Aankondiging en aanmelding vooraf Vooraf wordt de komst van de ‘Klusbus’ in persoonlijke gesprekken vanuit bestaande contacten via zoveel mogelijk verschillende kanalen aangekondigd door mensen die vertrouwd zijn met de huishoudens. Huishoudens kunnen aangeven of ze gebruik willen maken van de ‘Klusbus’. Het aanbod is een ‘offer you can’t refuse’. De ‘Klusbus’ met materialen, bemenst met getrainde medewerkers gaan op afspraak bij de woningen langs. De materialen worden gratis in de woning geïnstalleerd. Er is maatwerk per woning: wat in die woning nodig is, wordt gedaan. De ervaring leert dat (zeker) bij deze doelgroep de respons op brieven desondanks waarschijnlijk niet hoog is (naar verwachting 10-20% maximaal). Ook levert het vroegtijdig versturen van brieven zonder dat mensen gelijk een afspraak kunnen maken, waarschijnlijk veel telefonische vragen op. Mede daarom zal de doelgroep eerst zoveel mogelijk via persoonlijke contacten en netwerken van gemeente, woningcorporaties, energiecoaches, welzijnsorganisaties en andere lokale partners, zoals Vluchtelingenwerk en de Voedselbank, worden gewezen op de Klusbus. Met alle huishoudens die vooraf aangemeld zijn, maakt de uitvoerende partij van de Klusbus gebied-voor-gebied een afspraak. Voor de periode tot de start van de uitvoerende partij maken we een tijdelijke aanmeldvoorziening.
Zolang er nog geen afspraken kunnen worden gemaakt, is deze uitsluitend bedoeld voor medewerkers van gemeenten en de lokale partners, dus nog niet voor aanmeldingen door bewoners zelf.
5
Stap 2. Aanmelding en afspraak overige huishoudens Alle andere huishoudens uit de doelgroep krijgen voordat de (een) Klusbus in de buurt komt een brief met flyer vanuit de gemeente en de woningcorporatie(s) met de mogelijkheid om zichzelf aan te melden via een link op de website van Brabant Woont Slim. (Voor de aanmelding nemen we een check op om te kijken of iemand binnen de doelgroep valt.) Ook met deze mensen maakt de Klusbus een afspraak in de periode(s) dat de Klusbus in dat gebied actief is. Mensen die daar de voorkeur aan geven, kunnen zich ook telefonisch aanmelden en gelijk een afspraak inplannen. Daarnaast kijken we ook naar de mogelijkheid van aanmelden met een antwoordkaart. Bij de overige huishoudens uit de doelgroep waar nog geen afspraak mee is gemaakt (waar nog niet mee is gesproken door de gemeente of een lokale partner en die ook niet op een brief hebben gereageerd), belt het team van de Klusbus nog (maximaal) 4 keer aan om het aanbod van de Klusbus persoonlijk toe te lichten en met de bewoners een afspraak in te plannen (eventueel gelijk op dat moment, indien mogelijk voor zowel de Klusbus als voor de bewoner). Er lopen nog gesprekken met het ministerie BZK om een uitspraak te krijgen over delen van gegevens (uit de gemeentelijke bestanden van de €800 doelgroep) met een externe partij.
In een eerste gesprek met het AVG team vanuit BZK is duidelijk geworden dat het gebruik van de gegevens noodzakelijk is om de regeling energiearmoede überhaupt uit te kunnen voeren. Voor het delen van gegevens moet eerst een risicoinventarisatie worden gedaan, op basis waarvan een verwerkingsovereenkomst met de uitvoerende partij kan worden opgesteld. Mocht het delen van gegevens (toch) niet worden mogen, zal het aanbellen door de gemeenten zelf moeten gebeuren. In de bijdrage per woning nemen we daarom hiervoor een apart bedrag op voor tijdelijke inhuur voor het aanbellen en de extra afstemming met de uitvoerende partij voor de Klusbus. Stap 3. Inventarisatie, advies, installatie en verwijzing Vervolgens komt er op afspraak een adviseur / klusser van de Klusbus langs om: 1.
2.
3.
4.
Een inventarisatie te doen van de energiebesparende maatregelen op de menukaart die direct geïnstalleerd kunnen worden. Het gaat daarbij om kleine energiebesparende maatregelen als ledlampen, waterbesparende douchekop, radiatorventilatoren, radiatorfolie, kozijnfolie, tochtstrips, deurdrangers, tochtborstels en isolatie voor CV-buizen, en eventueel voor particuliere eigenaren de instelling van de CV-temperatuur (corporaties regelen dit via hun vaste CV-onderhoudspartner). Een advies uit te brengen, dat bestaat uit twee delen. Als eerste de optimale mix van maatregelen rekening houdend met het beschikbare budget (voor de kosten voor materialen en installatie), op basis van berekeningen van Milieu Centraal of een andere betrouwbare onafhankelijke instantie. Het tweede deel bestaat uit een aantal (standaard) tips met betrekking tot gedrag en gebruik (en een eventuele doorverwijzing voor een uitgebreider advies naar een lokale energiecoach). Als optie kan de gemeente ervoor kiezen dat bewoners op basis van de energierekening (indien beschikbaar) bewoners nog worden gewezen op (soms flinke) financiële besparingen door de keuze voor een andere energieleverancier en/of een nieuw contract (of dat bijvoorbeeld via de lokale menukaart bewoners worden doorverwezen naar een loket). Installatie. Vervolgens installeert de adviseur / klusser de gekozen maatregelen.
De bewoner heeft daarbij de keuzevrijheid om afwijkend van het advies te kiezen voor andere maatregelen (binnen het budget). Bewoners die liever zelf de spullen willen installeren (of geen adviseur / klusser in hun huis willen toelaten), kunnen er voor kiezen om alleen een pakket met materialen te krijgen. Tot slot kan de adviseur / klusser nog doorverwijzen naar een mogelijk vervolgaanbod en/of andere instanties. Per gemeente kan een specifiek vervolgaanbod op de menukaart staan, zoals een gratis advies van een energiecoach en/of een witgoedregeling voor minima. Deze mogelijkheden op de menukaart zullen per gemeente verschillen en worden lokaal uitgevoerd door gemeente, woningbouwcorporatie (installateur) of energiecoöperatie. Daarnaast moeten we kijken op welke manier de Klusbus een doorverwijsfunctie kan hebben voor andere gemeentelijke ondersteuning.
6
Voor de groep van particuliere eigenaren en particuliere huur is het voor de toekomst (o.a. uitvoering van het nationaal isolatieprogramma en warmtetransitie) van belang om te inventariseren welke gebouwgebonden maatregelen (glas-, vloer-, dak- gevelisolatie, ventilatie, installatie en opwek) al aanwezig zijn, c.q. nog uitgevoerd moeten worden. Mits met toestemming van de bewoner leggen we de inventarisatie van gewenste toekomstige gebouwgebonden maatregelen vast in het CRM van de gemeente in de database van Brabant Woont Slim. Op deze manier leggen we de basis voor een verdere samenwerking in de regio. Stap 4. Monitoring, evaluatie en bijsturing Een flexibele aanpak is noodzakelijk, en door het beschikbaar komen van extra middelen vanuit het Rijk met een langere doorlooptijd (tot eind 2023) voor de uitvoering van de regeling energiearmoede is een flexibele aanpak tot op zekere hoogte (gelukkig) ook mogelijk. Omdat het lastig in te schatten is hoeveel huishoudens daadwerkelijk bereikt worden, en op welke manier dat het beste lukt, gaan we op basis van een periodieke rapportage van de uitvoerende partij continu monitoren, evalueren en indien nodig bijsturen.
Afhankelijk van het aantal deelnemende huishoudens kan gaandeweg worden gekozen voor andere communicatiemiddelen, uitbreiding naar een bredere doelgroep, uitbreiding van het aantal huishoudens en / of voor het aanbieden van andere maatregelen (bijvoorbeeld spouwmuurisolatie voor particuliere eigenaren in de doelgroep). Stap 5. Buurtgerichte benadering Een optie om bij voorbaat rekening mee te houden, is om in een tweede ronde een aantal gebieden uit te kiezen voor een buurtgerichte benadering van alle bewoners. Afhankelijk van het aantal aanmeldingen in de eerste ronde (en het nog beschikbare budget) kunnen gemeenten mogelijk een beperkt aantal specifieke buurten selecteren (bijvoorbeeld met slechte energielabels, veel lage inkomens, veel particulier bezit en/of startwijken binnen de warmtetransitie) om ook via een buurtgerichte aanpak bewoners te benaderen en te helpen met advies en kleine energiebesparende maatregelen. Als de Klusbus aanpak succesvol blijkt te zijn, kunnen de deelnemende gemeenten ook kiezen voor een uitbreiding van het aantal woningen. Stap 6. Rapportage Gemeenten hebben een bijdrage ontvangen voor het ondersteunen van huishoudens met energiearmoede bij het nemen van energiebesparende maatregelen. De verantwoording van het geld moet volgens de SiSa procedure verlopen. Er zijn enkele indicatoren opgesteld die in de verantwoording terug moeten komen.
Met de Klusbus worden in eerste instantie alleen kleine energiebesparende maatregelen aangebracht. De per woning daadwerkelijk getroffen maatregelen moeten door de uitvoerende partij worden geregistreerd, voor continue monitoring gedurende het proces en in een daarvoor geschikt format voor de rapportage achteraf. Daarbij is het belangrijk om per huishouden het volgende onderscheid te maken:
Het adres van het huishouden Het aantal kleine gas besparende maatregelen dat is aangebracht Het aantal kleine elektriciteit besparende maatregelen dat is aangebracht Overige maatregelen die zijn aangebracht
Naast de registratie voor de rapportage aan het Rijk moet de uitvoerende partij voor de sociale huurwoningen ook aan de woningcorporaties per woning rapporteren welke maatregelen getroffen zijn en voor particulier bezit de gegevens overdragen voor registratie in de database van Brabant Woont Slim.
7
6. Bijdrage per woning Op basis van de gesprekken met marktpartijen en een voorlopige inschatting van de kosten vanuit de regio voor de ondersteuning bij (voorbereidingen van) de aanbesteding, organisatie en communicatie, en een voorlopige inschatting van een totale inschrijving vanuit gemeenten voor 10.000 woningen, komen we tot een totale bijdrage per woning van €340. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Opbouw bijdrage per woning Variabele kosten uitvoering – Inplannen, inventarisatie en installatie
€ 285
Variabele kosten – Aanbellen*
€ 15
Vaste kosten uitvoerende partij – Helpdesk, planning, coördinatie en rapportage
€ 20
Kosten regio – (ondersteuning) aanbesteding, coördinatie en communicatie
€ 10
Onvoorzien (o.a. mogelijke extra kosten aanbellen en langere looptijd van het project)
€ 10
Totaal per woning
€ 340
* Gebaseerd op 25% vooraanmeldingen, maximaal 4 keer aanbellen en 20 minuten per woning. Gemeenten betalen voor het aantal woningen waarin ze meedoen met de aanbesteding per woning maximaal €40 mee aan de vaste kosten en €300 aan variabele kosten. Daarvan betalen ze de variabele kosten voor de uitvoering alleen als er een prestatie is geleverd. (De precieze afspraken worden per gemeente vastgelegd in een contract tussen de gemeente en de winnende marktpartij.) Van de (op basis van de marktverkenning geschatte) variabele bijdrage van €300 per woning voor de uitvoering is afhankelijk van de woning en de wensen van de bewoner (naar schatting) de helft voor aanbellen, inventarisatie, advies en installatie en de helft voor materiaalkosten. Deze verhouding kan wel per woning verschillen afhankelijk van de tijd die nodig is voor de installatie van de maatregelen. (Hier wordt zoals eerder aangegeven in het advies ook rekening mee gehouden.)
7. Planning, organisatie en communicatie Voor de uitvoering geldt dat de gemeente Oss penvoerder is / wordt. Oss bereidt samen met de werkgroep ‘Aanbesteding, bestuurlijk besluit en afspraken’ de aanbesteding verder voor en wordt opdrachtgever van een regionale coördinator / projectleider, die namens de gemeenten contact onderhoudt met de winnende marktpartij, daarbij afspraken maakt over de planning (en spreiding over de regio) en besluiten over bijsturing of uitbreiding voorbereidt. Deze rol zou (vanaf oktober) het beste kunnen worden geïntegreerd met een (eventuele) rol voor een regionale coördinator voor de RES werkgroep energiebesparing. Na de bestuurlijke besluitvorming van gemeenten starten we eind juni 2022 de aanbesteding. Aangezien het een Europese aanbesteding betreft, met specifieke regels, geldt dat er daarna een periode van ongeveer 60 dagen nodig is voor de hele procedure. Als alles vlot verloopt, kunnen we aan het eind van de zomervakantie de opdracht definitief gunnen. Gemeenten moeten hiervoor wel zo snel mogelijk na de besluitvorming een getekende deelnemersverklaring opsturen. Pas daarna kunnen we de aanbesteding formeel starten. Na de gunning gaan gemeenten, net als eerder met de RREW-regeling, individueel een (standaard) contract aan met de geselecteerde marktpartij.
Regionaal werken we toe naar één samenwerkingsovereenkomst tussen alle deelnemende gemeenten en corporaties, waarin de afspraken over de communicatie met de huurders van de woningcorporaties en de terugkoppeling over de maatregelen worden vastgelegd.
8
In de periode van de besluitvorming door gemeenten en de aanbesteding starten we al met de verdere voorbereidingen. In de weken die nodig zijn voor de bestuurlijke besluitvorming door gemeenten bereiden we de aanbesteding verder voor. Een team van specialisten vanuit de gemeente Oss werkt samen met de werkgroep ‘Aanbesteding, bestuurlijk besluit en afspraken’ de aanbestedingsdocumenten met de gunningscriteria (met o.a. kwaliteitsrichtlijnen) en een voorbeeldcontract uit. Met de werkgroep communicatie starten we met ondersteuning van bureau Emma parallel aan de aanbesteding met de ontwikkeling van een aantal regionale formats voor brieven, flyers en andere communicatie uitingen om medewerkers van gemeenten en lokale partners en netwerken te ondersteunen bij het informeren van de doelgroep en om geïnteresseerde bewoners online aan te melden voor de Klusbus. Het gaat hierbij (alleen) om de standaard communicatiemiddelen voor de regio, die lokaal bewerkt of met eigen communicatiemiddelen aangevuld kunnen worden. (De kosten voor de ontwikkeling van de communicatiemiddelen worden gedekt door de post ‘kosten regio’ in de bijdrage per woning.) Met daarbij een koppeling naar mogelijke verdere strategische samenwerking in de regio bereiden we in overleg met het programmateam en de stuurgroep RES verder voor:
Een gezamenlijke bestuurlijke start van de Klusbus met een ondertekening en fotomoment met alle bestuurders van gemeenten (deels nieuw) en woningcorporaties, met aansluitend een (informeel) bestuurlijk overleg over verdere strategische samenwerking in de regio. Een bijeenkomst met sociale diensten, leerwerkplaatsen en andere organisaties in de regio ter voorbereiding van de werving (en opleiding) van werkzoekenden binnen het Klusbus-project, en mogelijkheden voor verdere samenwerking voor de inzet van meer mensen binnen de energietransitie.
9