Bijlage 2 Uitkomsten werksessies septemberoktober 2021.docx
Tekst van het document
Bijlage 2 Uitkomsten werksessies september/oktober 2021 Evaluatie door het SEC van de werksessies Vitale Sportvereniging (deze is ook gedeeld met de deelnemende sportverenigingen) Doel en resultaat werksessies Het doel van de werksessies was om met elkaar in gesprek te gaan over het aangenomen beleidskader voor Vitale sportverenigingen. Ook bespraken we wat dit betekent voor de sportvereniging. Wij zijn van mening dat dit redelijk goed gelukt is. In 5 verschillende werksessies hebben wij 73 vertegenwoordigers gesproken van 48 verenigingen en andere organisaties. Handreiking Vitale vereniging Tijdens de werksessies hebben we de handreiking voor Vitale sportverenigingen met elkaar doorgenomen en met elkaar besproken hoe de sportverenigingen in de gemeente Oss er op dit moment voor staan. Hiervan hebben wij een korte samenvatting gemaakt. Organisatiekracht sportverenigingen • Leden: Ledenaantallen zijn redelijk stabiel gebleven ondanks corona, sommige clubs zijn zelfs gegroeid tegen de landelijke trend in. Enkele clubs hebben een ledenstop, vanwege een gebrek aan kader of accommodatie. Er is een grote groep die niet in verenigingsverband sport. Clubs worstelen met de vraag hoe ze deze doelgroep aan de vereniging kunnen verbinden. • Kader: Vrijwilligers zijn na corona moeilijker te vinden.
Op sporttechnische taken (trainers/coaches) lukt dit nog wel, maar de overige vrijwilligerstaken zoals kantine, onderhoud, oud papier etc. is lastiger. Het invullen van “vaste” vrijwilligersfuncties in commissies en/of als coördinator verloopt moeizaam. Een mogelijke oplossing is het opknippen van taken. • Bestuur: Het bestuur is redelijk op orde en meerdere verenigingen hebben “vers bloed” en/of uitbreiding van het bestuur gevonden in het afgelopen jaar. De meeste bestuursleden hebben naast hun bestuurstaken ook nog andere vrijwilligersfuncties binnen de club en zijn wat dat betreft kwetsbaar. • Financiën: De financiën zijn redelijk op orde om de vaste lasten van de vereniging te dragen. Maar de verenigingen hebben weinig extra’s om eventuele tegenvallers op te vangen en/of om te investering in de ontwikkeling van de vereniging (accommodatie en/of nieuw aanbod). • Beleid: De meeste verenigingen werken van seizoen naar seizoen. De dagelijkse organisatie van de vereniging blijft redelijk goed overeind, dankzij het harde werken van de bestuurders. Maar aan plannen maken voor langere termijn (3-5 jaar) komen de meeste besturen nauwelijks toe. Sport- en beweegaanbod • Sportaanbod: Meerdere verenigingen zien wel kansen om nieuwe leden aan zich te binden door nieuw en/of ander sportaanbod te bieden.
Daarbij hebben ze wel de voorkeur om dicht bij hun eigen tak van sport te blijven, zoals walking football. 52 weken per jaar sportaanbod bieden is voor de meeste verenigingen niet haalbaar. Ze staan wel open voor samenwerking met andere verenigingen of sportaanbieders om dit mogelijk te maken. • Accommodatie: Verenigingen die beheerder zijn van een eigen sportaccommodatie zien kansen om de accommodatie te delen en/of vaker open te stellen voor andere gebruikers. Het organiseren van vrijwillig beheer en afstemmen van gebruikstijden is hierbij wel een uitdaging. Verenigingen zonder eigen sportaccommodatie (binnensport) zijn minder tevreden over de accommodaties. Zij ervaren nauwelijks ruimte om sportaanbod uit te breiden en/of beschikbaar te stellen voor andere doelgroepen. Er is onvoldoende ruimte in sportzalen en/of ze moeten direct extra huurlasten dragen voor een nieuw initiatief. Maatschappelijk oriëntatie • Intentie: Meerdere verenigingen zijn bereid om incidenteel maatschappelijke activiteiten te organiseren voor andere doelgroepen en/of organisaties. Het tekort aan vrijwillig kader is hierin wel een belemmerende factor, het organiseren van eigen aanbod krijgt voorrang. De verenigingen met een eigen accommodatie zien kansen om de accommodatie te delen en/of vaker open te stellen voor andere gebruikers.
• Activiteit: Enkele verenigingen met een eigen accommodatie delen en/of verhuren hun accommodatie al aan andere verenigingen en/of maatschappelijke organisaties. Denk hierbij aan BSO’s, onderwijs en/of dagbesteding voor kwetsbare doelgroepen.