CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 23 mei 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan Obrechtstraat - Palestrinastraat Oss - 20244.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

erl Buro Ma L a n

d s c

h a p

,

l o E c o

g i e

&

ant

t e R u i m

l i j k e

O rd

e n i n

g

B M- R APPOR T 2022

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 30 juni 2022

Inhoud Blz 1

Inleiding

3

1.1

Algemeen

3

1.2

Methode / doel

3

1.3

Beschrijving van het plangebied en de ingrepen

3

2

Wet- en regelgeving

4

2.1

Wet natuurbescherming

4

3

Bronnenonderzoek

7

3.1

Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)

7

3.2

Gebiedsbescherming

7

4

Resultaten van het veldonderzoek

8

4.1

Algemeen

8

4.2

Beschermde soorten: resultaten en verwachting

9

5

Conclusie en advies

12

Literatuur

13

I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 05-04-2022.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

2

1 Inleiding 1.1 Algemeen Men is voornemens in het plangebied Euterpelaan gelegen aan de Euterpelaan - Obrechtstraat te Oss circa 300 tot 500 woningen te realiseren. Voor dit doel wordt de bebouwing gesloopt. In dit kader heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 5 april 2022.

1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.

1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Euterpelaan (vanaf nu ‘het plangebied’) omvat een relatief modern bedrijventerrein en een kinderdagverblijf (figuur 1). Men is voornemens circa 300 tot 500 woningen te realiseren waarbij de bestaande bebouwing wordt gesloopt. Een bijgebouw van het kinderdagverblijf blijft behouden. Op / aan de bebouwing en in de buitenruimte zijn groenelementen voorzien. Fi guur 1 Gl obal e s i t ueri ng v an het pl angebi ed (rood). B ron l ucht f ot o: Googl e.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

3

Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime andere

Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten opzettelijk

levende vogels opzettelijk te

natuurlijke verspreidingsgebied

te doden of te vangen

doden of te vangen.

opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk

Het is verboden de voortplan-

Het is verboden de vaste voort-

nesten, rustplaatsen en eieren

tingsplaatsen of rustplaatsen

plantingsplaatsen of rustplaatsen

van vogels te vernielen of te

van dieren te beschadigen of te

van dieren opzettelijk te beschadi-

beschadigen, of nesten van

vernielen

gen of te vernielen

Art 3.1 lid 3

Art 3.5 lid 3

Niet van toepassing

Het is verboden eieren te

Het is verboden eieren van

rapen en deze onder zich te

dieren in de natuur opzettelijk te

hebben

vernielen of te rapen

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels op-

Het is verboden dieren opzette-

zettelijk te verstoren, tenzij de

lijk te verstoren

vogels weg te nemen

Niet van toepassing

verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten

Het is verboden plantensoorten in

in hun natuurlijke verspreidings-

hun natuurlijke verspreidingsgebied

gebied opzettelijk te plukken en

opzettelijk te plukken en te ver-

te verzamelen, af te snijden, te

zamelen, af te snijden, te ontworte-

ontwortelen of te vernielen

len of te vernielen

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

4

Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.

Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie

Omschrijving Jaarrond beschermde nesten

Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).

1

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).

2

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).

3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten Let op: onderbouwing en eventueel nader onderzoek echter gewenst. Indien sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden, zijn ook deze nesten beschermd.

5

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

5

Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:

» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);

» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

6

3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 Da t a u i t d e N D F F : w a a r n e m i n g e n st r i kter b e s c h e r m de soorten in de om g e v i n g v a n h e t p la n g e b i e d , © N D F F - q u i c k sc a n h u l p . n l 26 - 0 6 - 2 0 2 2 .

Naam Vinpootsalamander Kluwenklokje Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Ooievaar Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Alpenwatersalamander Heikikker Kamsalamander Poelkikker Rugstreeppad Grote vos Beekrombout Gevlekte witsnuitlibel Teunisbloempijlstaart Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Kartuizer anjer Grote modderkruiper Kerkuil Ransuil Wespendief Zwarte wouw Bever Bunzing Das Franjestaart Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Steenmarter Wezel Wezel/Hermelijn Wolf

Groep Amfibieën Vaatplanten Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Libellen Libellen Nachtvlinders Reptielen Reptielen Reptielen Vaatplanten Vissen Vogels Vogels Vogels Vogels Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

7

Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten.

3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand (> 11 km) van Natura 2000-gebieden. Externe werking is op deze afstand grotendeels uit te sluiten doordat de ingepen plaatsvinden binnen de bebouwde kom en sprake is van locatie gebonden activiteiten. Het aspect stikstof kan ook op grotere afstand een aandachtpunt zijn. Conform het in 2021 vastgestelde Besluit stikstofreductie en natuurverbetering is de bouw- aanlegfase inzake stikstof niet meer vergunningsplichtig. De gebruiksfase is echter niet vrijgesteld in deze wet. Woningen worden conform de huidige regels gasloos uitgevoerd, zodat voor de gebruiksfase alleen gemotioriseerd (woonwerk) verkeer relevant is. Het initiatief betreft de gebruiksfase van 300 tot 500 woningen. Waarschijnlijk levert dit op deze afstand geen depositie op. Een stikstofberekening in Aerius is benodigd om hierover zekerheid te krijgen. Zones rondom Oss op een afstand van circa 1,5 km of meer maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Een direct effect van het initiatief op het natuurnetwerk kan op deze afstand worden uitgesloten.

4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de vroege middag van 5 april 2022. Er was sprake van de volgende weersomstandigheden: bewolkt en droog, enige wind, en een temperatuur van circa 7 °C. Biotopen In het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:

» » Bebouwing, bestaande uit diverse relatief moderne bedrijfspanden van verschillende architectuur. Circa de helft van de panden was voorzien van gemetselde gevels, plaatstelijk met een spouwmuur en open stootvoegen op regelmatige afstand. Ook waren vrijwel naadloos aansluitende gemetselde gevels aanwezig. Enkele bedrijfshallen, met name op het binnenterrein, vertoonden een strakke afwerking met staal en kunststof. Het kinderdagverblijf bestond uit laagbouw metselwerk en betimmerde dakranden. Plaatselijk vertoonden deze randen kieren. Alle gebouwen waren voorzien van platte daken. De bebouwing werd grotendeels omgeven door verhardingen. Op enkele perkjes na met lage blokhagen na ontbrak bij de bedrijven een vegetatie. Bij het kinderdagverblijf was aan de straatzijde een kleine groenstrook en speelplaats aanwezig met gazon en verspreid staande bomen, onder meer de robinia en de ruwe berk. De bomen waren gaaf, zonder holten of andere voor (avi)fauna toegankelijke delen.

» » Verhardingen van diverse aard, plaatselijk groeiden tussen straatstenen plukjes mos en de witte winterpostelein, een algemene niet beschermde soort.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

8

4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de omgeving van het plangebied zijn de Kartuizer anjer en het Kluwenklokje waargenomen (zie data NDFF in tabel 4). In het plangebied zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen, dan wel kon de aanwezigheid op basis van het aangetroffen habitat worden uitgesloten. De bebouwing zelf was grotendeels als goeiplaats ongeschikt, daar sprake was van relatief modern metselwerk en gave muren. Muurplanten werden niet waargenomen. Rondom de bebouwing was sprake van een vrijwel geheel verhard terrein, op enkele plukken na, ontbrak een natuurlijke vegetatie. De westelijk gelegen groenstrook bestond grotendeels uit gazon en een goed onderhouden perkje. Beschermde vaatplanten zij niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Op basis van deze quickscan kan de aanwezigheid van beschermde vaatplanten worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen Bijkens de waarnemingen uit tabel 4 zijn naast de eekhoorn in de nabijheid van het plangebied op ruimere afstand de das, de bever, wolf en diverse kleinere marters waargenomen, waaronder de steenmarter. Sporen van de eekhoorn en/of potenties ontbraken in het plangebied. Als biotoop had de grotendeels verharde omgeving niets te bieden. Voor de steenmarter was de bebouwing ontoegankelijk en de omgeving daarvan, door het ontbreken van voldoende beschutting, als habitat ongeschikt.

De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren binnen het plangebied / binnen de invloedssfeer van de ingrepen kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn diverse soorten vleermuizen waargenomen, waaronder de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger in de nabije omgeving. De meeste soorten uit tabel 4 zijn in meer of mindere mate gebouwbewonend. De rosse vleermuis prefereert doorgaans bomen. In- en rondom het plangebied staan geen bomen met voor vleermuizen geschikte holten of andere toegankelijke delen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kan worden uitgesloten. De bebouwing is echter gedeeltelijk beoordeeld als toegankelijk en geschikt voor vleermuizen. Het betreffen gevels met een spouwmuur en voldoende brede open stootvoegen, met name aan de buitenranden van het plangebied. Tevens bebouwing met voor vleermuizen toegankelijke betimmeringen en/of mogelijk toegankelijke dilatatievoegen. Binnen de context van het plangebied en op basis van het type geschikte openingen, worden in eerste instantie de gewone dwergvleermuis en de de ruige dwergvleermuis. Voor grotere soorten vleermuizen als de laatvlieger en de meervleermuis lijken openingen te smal.

De bebouwing kan functie hebben als zomerverblijf, kraamverblijf, paarverblijf en winterverblijf. Door het deels forse formaat en hoogte van de bebouwing kan deze in daarnaast functie hebben als masswinterverblijf.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

9

De bedrijfshallen vertoonden een strakke afwerking en waren voorzien van glad constructiemateriaal en derhalve beoordeeld als ongeschikt voor vleermuizen. Vleermuizen hebben grip nodig om een verblijfplaats in en uit te kunnen. Voorafgaand aan de ingrepen aan de bebouwing is nader onderzoek nodig om zekerheid te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen en welke functies aanwezig zijn. Foerageergebied Het plangebied heeft door de aanwezigheid van de bebouwing zelf mogelijk enige functie als foerageergebied. Doordat op enkele bomen na opgaande beplantingen ontbraken en/of water (om boven te jagen) kan worden verwacht dat op voorhand geen sprake is van belangrijk jachtgebied. In de omgeving is een overmaat aan geschikter aan jachtgebied aanwezig, zodat geen sprake kan zijn van essentieel foerageergebied. Laanbeplantingen op ruimere afstand in de omgeving kunnen voor vleermuizen functie hebben als vliegroute. Deze elementen blijven behouden zijn aanwezig op voldoende afstand en buiten de invloedssfeer van de ingrepen. Negatieve effecten op de foerageer- en navigeermogelijkheden van vleermuizen zijn niet aan de orde. Vogels Algemeen Tijdens het veldbezoek werden algemene vogels aangetroffen als de merel, de ekster en de Turkse tortel. Een vervallen nest wees erop dat er in het verleden is gebroed, waarschijnlijk door de merel.

In aanwezige bomen / beplantingen nabij de bebouwing kunnen naast de hierboven genoemde soorten diverse overige algemene broedvogels worden verwacht van tuinen en parken, zoals de zanglijster, winterkoning en de vink. Het betreft allen uiterst algemene soorten van categorie 5, waarvan nesten niet jaarrond beschemd zijn als voldoende alternatieven aanwezig zijn. In de omgeving zijn ruimschoots alternatieven aanwezig, zodat geen sprake is van bijzondere ecologische redenen op basis waarvan sprake is van jaarronde bescherming. Sommige soorten kunnen op de meest onverwachte plekken broeden, ook op het dak (bijvoorbeeld de scholekster). Door bij de werkzaamheden rekening te houden met de broedperiode wordt voorkomen dat in gebruik zijnde nesten worden verstoord. Het preventief verwijderen van beplantingen voorafgaand aan de sloop kan ook een effectieve maatregel zijn. Jaarrond beschermde soorten De te slopen bebouwing is beoordeeld als ongeschikt voor jaarrond beschermde soorten. Voor holenbroeders als de huismus en de gierzwaluw ontbraken geschikte toegankelijke openingen en/of nestplaatsen. Gevels waren strak afgewerkt zonder grotere gaten of kieren. Ook voor andere jaarrond beschermde soorten was de bebouwing ontoegankelijk en ongeschikt. In- en nabij het plangebied zijn geen sporen aangetroffen van roofvogels en/of uilen.

Nesten werden niet aangetroffen binnnen het plangebied, ook geen nesten van kraaiachtigen die zouden kunnen worden hergebruikt. De meeste soorten roofvogels en uilen mijden ook een dergelijk sterk bebouwde omgeving. De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde vogels kan worden uitgesloten. Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

10

Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in omgeving van het plangebied diverse strikter beschermde amfibieën waargenomen. In het plangebied zelf ontbreekt water. Als landbiotoop had het plangebied niets te bieden doordat deze vrijwel volledig was verhard en een ontwikkelde vegetatie ontbrak. De aanwezigheid van strikter beschermde amfibieën in de ruimere omgeving is voor de ingrepen niet relevant. Reptielen In de ruimere omgeving van het plangebied zijn blijkens tabel 4 de hazelworm, levendbarende hagedis en de ringslang aangetroffen. Voor deze soorten en reptielen algemeen ontbrak op voorhand geschikte biotoop. Reptielen preferenen afwisselend kleinschalig landschap met voldoende rust en beschutting. De aanwezigheid van reptielen kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt mede door de afwezigheid van waardplanten geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

11

5 Conclusie en advies Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:

» » Kans op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen bebouwing (spouw en betimmeringen);

» » Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd). Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Echter, is het noodzakelijk nader onderzoek naar vleermuizen uit te voeren om actueel gebruik van de bebouwing vast te kunnen stellen voorafgaand aan de sloop. Indien vleermuizen worden aangetroffen kunnen op basis van deze resultaten gepaste maatregelen worden getroffen. Met de juiste maatregelen worden effecten voorkomen en is er geen ontheffing benodigd. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, NNN / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op beschermde gebieden in de ruimere omgeving grotendeels op voorhand uit te sluiten zijn. Het aspect stikstof vormt waarschijnlijk geen belemmering. Middels een stikstofberekening in Aerius kan dit worden aangetoond.

Nader onderzoek en preventieve maatregelen Vleermuizen Voorafgaand aan de ingrepen is nader onderzoek benodigd naar vleermuizen. Het onderzoek dient volgens het huidige protocol (versie 2021) te bestaan uit diverse bezoeken in de periode medio mei tot medio september. Het onderzoek dient gericht te zijn op de volgende functies: kraamverblijf, zomerverblijf, paarverblijf en (massa)winterverblijf. Vogels algemeen Doordat de kans bestaat dat broedende vogels in de nabijheid van de werkzaamheden aanwezig zijn, wordt aanbevolen werkzaamheden als sloop en de werkzaamheden met zwaar materieel nabij beplantingen uit te voeren buiten het broedseizoen (ná half juli en vóór half maart). Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

12

Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.

Internet » » Google maps » » http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf

» » https://calculator.aerius.nl/ (gebiedendatabase versie 2022) » » www.nederlandsesoorten.nl

Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705

Oss Euterpelaan Ecologische quickscan

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=abfdc796-c188-4f60-b9fc-4ea136651da0