Bijlage 2 Toelichting aanvraag met bijlagen
Tekst van het document
Aanvraag omgevingsvergunning RWZI Oijen Aanvraag omgevingsvergunning voor activiteit milieu, bouwen, afwijken bestemmingsplan en uitvoeren van werken
Waterschap Aa en Maas 13 september 2023
INHOUDSOPGAVE
1
ALGEMEEN
5
1.1
Bevoegd gezag
5
1.2
Gegevens aanvrager
5
1.3
Contactpersoon vergunningaanvraag
5
1.4
Gewenste vergunning
5
1.5
Soort inrichting
6
1.6
Aard van het project
6
1.7
Locatie van de inrichting
6
1.8
Milieueffectrapportage
8
1.9
Vigerende vergunningen
8
1.10
Overige vergunningen en procedure
9
1.11
Leeswijzer
9
2
VOORGENOMEN WIJZIGINGEN EN ACTIVITEITEN
10
2.1
Wijzigingen op hoofdlijnen
10
2.2
Nieuwbouw
10
3
ACTIVITEIT MILIEU
13
3.1
Grond- en hulpstoffen
13
3.2
Geluid
13
3.3
Geur
14
3.4
Luchtkwaliteit
17
3.5
Bodem
17
3.6
Bodembescherming
17
3.7
Externe veiligheid
18
3.8
Afval
18
3.9
Water
19
3.10
Energie
19
4
ACTIVITEIT AFWIJKEN BESTEMMINGSPLAN
20
4.1
Bestemmingsplan en ruimtelijke inpasbaarheid
20
5
ACTIVITEIT UITVOEREN VAN WERKEN
21
5.1
Toelichting noodzaak vergunningplicht
21
5.2
Effecten van de werkzaamheden
22
6
ACTIVITEIT BOUWEN
23
6.1
Beschrijving bouwwerken
23
6.2
Oppervlak en inhoud
24
6.3
Gebruiksfunctie
24
6.4
Aansluitingen
24
6.5
Bodemgesteldheid
24
6.6
Constructie en funderingen
24
6.7
Geraamde aanneemsom
25
Laatste pagina
25
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Plattegrond met nieuwe situatie
-
II
Akoestisch onderzoek
91
III
Geur onderzoek
70
IV
Bodemonderzoek
316
V
Ruimtelijke Onderbouwing
-
VI
Waterveiligheidsdocument
38
1 ALGEMEEN 1.1
Bevoegd gezag
Aan:
1.2
Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Brabant Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch
Gegevens aanvrager
Naam Adres Postcode/woonplaats Contactpersoon Algemeen telefoonnummer
1.3
Waterschap Aa en maas Pettelaarpark 70 5216 PP ‘s-Hertogenbosch Projectmanager RWZI Oijen 088 17 88 000
Contactpersoon vergunningaanvraag
Contactpersoon Omgevingsmanager RWZI Oijen Telefoonnummer E-mail
1.4
Gewenste vergunning
De aanvrager verzoekt om: - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.1, lid 1, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een bouwwerk; - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.1, lid 1 onder b van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) voor het uitvoeren van werken; - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.1, lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het veranderen van de werking van een inrichting (veranderingsvergunning); - een melding ingevolgde artikel 1.10, lid 1, van Activiteitenbesluit milieubeheer voor het wijzigen van een inrichting; - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.12 lid 1, onder a, sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het binnenplansafwijken van het bestemmingsplan; - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.12 lid 1, onder a, sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor planologische activiteiten binnen bijlage II van het Bor; - een omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.12 lid 1, onder a, sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor activiteiten met ruimtelijke onderbouwing.
5 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
1.5
Soort inrichting
De RWZI Oijen ontvangt stedelijk afvalwater en zuiveringsslib dat per as wordt aangevoerd van buiten de inrichting, de hoeveelheid hiervan is meer dan de drempelwaarde van categorie 5.3 uit de Regeling Industriële emissies (RIE). Hierdoor valt de RWZI Oijen onder de RIE en wordt het beschouwd als een IPPC-installatie en is er sprake van een type C-inrichting. De RWZI valt niet onder de BRZO en is dus geen BRZO inrichting.
1.6
Aard van het project
Waterschap Aa en Maas beheert de rioolwaterzuivering in Oijen (hierna RWZI). Deze RWZI zuivert het water van huishoudens en bedrijven uit de gemeenten Oss, Grave, Landerd en 's-Hertogenbosch. De RWZI is gebouwd in 1975 en er dient nu grootschalig onderhoud plaats te vinden. Hiertoe heeft het waterschap onderzoek uitgevoerd om te bezien op welke wijze deze renovatie het beste kan worden uitgevoerd, met een doorkijk naar de nieuwe lozingsnormen in de toekomst op basis van onder andere de Kaderrichtlijn Water (hierna: KRW). Om deze reden heeft het waterschap gekozen om naast renovatiewerkzaamheden ook een aantal nieuwe installaties bij te plaatsen voor de verdere zuivering van het afvalwater. Verschillende onderdelen van de RWZI worden aangepast. Voor een deel betreft het renovatiewerkzaamheden, voor een ander deel betreft het vervangen en toevoegen van onderdelen van het zuiveringsproces. De renovatiewerkzaamheden betreffen het één op één vervangen van onderdelen van de installaties op de RWZI. De renovatiewerkzaamheden worden hieronder genoemd, maar zijn niet vergunningplichtig en maken daarom geen deel uit van deze vergunningaanvraag.
De renovatiewerkzaamheden zijn: - renovatie van de voorbezinktank; - civieltechnische renovatie beluchtingstanks, nieuwe puntbeluchters en huisjes; - renovatie en schoonmaken van nabezinktanks; - renovatie van ingedikt slibgemaal op arbotechnisch aspect; - aanpassingen van slibverwerkingsgebouw voor H2S problemen; - renovatie van het effluentgemaal; - renovatie/verduurzaming van bedrijfsgebouw. Naast de renovatiewerkzaamheden vindt nieuwbouw van enkele bedrijfsonderdelen plaats. Deze aspecten zijn vergunningplichtig en maken daarom onderdeel uit van deze vergunningaanvraag. Het betreft nieuwbouw van: - schakelgebouwen; - influentwerk; - verdeelwerk; - geurbehandeling slibverwerking; - opslag tanks voor metaalzouten; - geurbehandeling middels lavafilters; - slibbuffer; - trappenhuis bij de PACAS installatie. Deze wijzigingen worden in hoofdstuk 2 verder toegelicht.
1.7
Locatie van de inrichting
De RWZI is gelegen aan de Parallelstraat 1 te Oijen. Het terrein van de RWZI staat bekend onder de kadastrale gemeente Oss, sectie E, nummer 375 (eigendom waterschap Aa en Maas).
6 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
Afbeelding 1.1 Globale ligging RWZI Oijen (rood omcirkeld, bron: Google Maps)
De RWZI is gelegen ten zuidoosten van de Maas, nabij de kern Oijen in de provincie Noord-Brabant, zoals weergegeven in afbeelding 1.1. In afbeelding 1.2 is de globale begrenzing van de inrichting weergegeven. Het terrein van de RWZI is volledig omheind en bestaat uit diverse functionele gebouwen, bassins en aangelegde groenzones met een aantal doorkijken naar het omliggende landschap. Het terrein grenst aan de oostzijde aan de Parallelstraat. Daarachter zijn diverse gras- en akkerpercelen gelegen. Aan de westzijde grenst het terrein aan de Oijense Benedendijk. Aan de noordzijde van het terrein bevindt zich een brede groenstrook met houtopstanden met daarachter een bedrijfsbestemming van aanpalend bedrijf met een biomassavergistingsinstallatie. Het inkoopstation is oostelijk buiten het hekwerk van de inrichting gelegen, nabij de zuidelijke toegangspoort van de RWZI. Aan de noord- en zuidzijde zijn zonnepanelen aangelegd voor groene stroomvoorziening van de RWZI.
Afbeelding 1.2 Globale begrenzing inrichting inclusief zonnevelden (rood omlijnd)
7 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
1.8
Milieueffectrapportage
Onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) bevat de volgende activiteit: ‘C18.6 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van meer dan 150.000 inwonerequivalenten’. Onderdeel D van het Besluit m.e.r. bevat de volgende activiteit: ‘D18.4 De oprichting, wijziging of uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie die deel uitmaakt van een inrichting, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een capaciteit van 50.000 inwonerequivalenten of meer’. De RWZI Oijen heeft een capaciteit van 360.000 inwonerequivalenten. Door de voorgenomen wijzigingen verandert de capaciteit van de RWZI echter niet. Hierdoor is geen sprake van een direct m.e.r. of m.e.r.beoordelingsplicht voortkomend uit onderdeel C of D. Wel zijn de werkzaamheden een wijziging in de waterlijn van de RWZI. Aangezien dit een wijziging van een activiteit is die genoemd is in onderdeel D, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is gelijktijdig met deze aanvraag ingediend.
1.9
Vigerende vergunningen
Tabel 1.1 laat een overzicht zien van de actuele vergunningssituatie voor de RWZI.
Tabel 1.1 Vergunningssituatie RWZI Oijen Procedure
Datum besluit
Activiteit
omgevingsvergunning
02-02-2015
revisievergunning RWZI Oijen
omgevingsvergunning
12-08-2021
milieu neutrale wijziging voor het bouwen van het inkoopstation en tijdelijk afwijken van bestemmingsplan voor 10 jaar
omgevingsvergunning
25-09-2021
bouw, afwijken bestemmingplan en milieu van een zonnepanelenveld voor 25 jaar
omgevingsvergunning
30-12-2021
milieuneutraal wijzigen en bouwen van een PACAS installatie
Op 2 februari 2015 is een revisievergunning voor het inwerking hebben van de inrichting RWZI Oijen verleend door de Omgevingsdienst Brabant Noord namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (kenmerk C2153940). Op 12 augustus 2021 is een omgevingsvergunning voor een milieu neutrale wijziging, afwijken bestemmingsplan en het bouwen van een inkoopstation in het gebied van de RWZI buiten het bouwvlak verleend door Omgevingsdienst Brabant Noord namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (kenmerk Z/146601). Op 25 september 2021 is een omgevingsvergunning voor het bouwen en ingebruikname van twee velden met zonnepanelen buiten het gebied van de RWZI verleend door de Omgevingsdienst Brabant Noord namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (kenmerk Z/146614). Op 30 december 2021 is een omgevingsvergunning verleend voor het milieu neutrale wijzigen van de inrichting en bouwen ten behoeve van het realiseren van een PACAS-installatie door de Omgevingsdienst Brabant Noord namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (kenmerk Z/148052).
8 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
1.10
Overige vergunningen en procedure
De volgende vergunningen en procedures worden ook doorlopen voor werkzaamheden: - maatwerkbesluit in het kader van het Activiteitenbesluit voor het tijdelijk afwijken van effluent tijdens bouwfase. Het effluent is tijdens de werkzaamheden lager van kwaliteit. Deze afwijking wordt aangevraagd door middel van een maatwerkbesluit. De aanvraag wordt direct ingediend bij het waterschap Aa en Maas; - een ontheffing soortenbescherming van de Wet natuurbescherming voor beschermde vogelnesten. Deze ontheffing is apart voor deze aanvraag ingediend (op 1 april 2022), waardoor geen sprake is van het aanhaken van deze procedure aan deze aanvraag omgevingsvergunning Dit is aangevraagd bij de Omgevingsdienst Brabant Noord die namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening verzorgt; - voor onderdeel gebiedsbescherming zijn stikstofdepositie berekeningen uitgevoerd. Uit deze berekeningen volgt een kleine toename van stikstofdepositie. Hiervoor wordt een natuurtoets opgesteld en later toegevoegd aan de aanvraag; - watervergunning voor de werkzaamheden in de dijkzone. De aanvraag wordt direct ingediend bij het waterschap Aa en Maas.
1.11
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de voorgenomen wijzigingen en activiteiten benoemd. Dit wordt gevolgd door de milieueffecten in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 beschrijft de activiteiten afwijken bestemmingsplan. Daarna wordt in hoofdstuk 5 de aanvraag voor uitvoeren van werken beschreven. Als laatste wordt in hoofdstuk 6 het activiteit bouwen beschreven.
9 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
2 VOORGENOMEN WIJZIGINGEN EN ACTIVITEITEN In dit hoofdstuk worden eerst de wijzigingen op de RWZI op hoofdlijnen beschreven, waarna vervolgens in verschillende paragrafen de wijzigingen worden toegelicht.
2.1
Wijzigingen op hoofdlijnen
De RWZI Oijen is een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) bestemd voor het zuiveren van stedelijk afvalwater afkomstig van huishoudens en bedrijven in Oijen en omgeving. Het afvalwater komt de RWZI Oijen binnen in de ontvangkelders, hier worden de grove bestandsdelen verwijderd. Vervolgens wordt in de zandvangers het zand verwijderd en gaat het water naar de voorbezinktanks voor het bezinken van het primaire slib. Daarna wordt het water biologisch gezuiverd in de beluchtingscircuits. Als laatste komt het water in de nabezinktanks waar het secundaire slib bezinkt en wordt het water via het effluentwerk op het oppervlaktewater geloosd. Het slib wordt eerst ingedikt bij de slibindikking en vervolgens ontwaterd en afgevoerd naar een erkende verwerker. Op de zuivering vinden zowel renovatiewerkzaamheden als nieuwbouw werkzaamheden plaats. Een overzicht van de objecten van de RWZI is te zien in afbeelding 2.1. Deze afbeelding laat in het groen de bestaande objecten, in het geel de rennovatie/nieuwe objecten en in het blauw de objecten die gesloopt gaan worden zien. In bijlage I is een plattegrond opgenomen met de toekomstige situatie.
2.2
Nieuwbouw
De nieuw te bouwen onderdelen zijn vergunningplichtig. Tabel 2.1 laat een overzicht zien van welke wijzigingen bij welke aangevraagde vergunning activiteiten hoort. Influentwerk Het bestaande influentwerk is in slechte staat. Daarnaast is het vrijkomen van Waterstofsulfide (H2S) een groot probleem voor de omgeving en werknemers. Daarnaast staat het huidige bouwwerk in de beschermingszone van de primaire waterkering. Vanwege deze redenen is besloten een nieuw influentwerk te realiseren met de bijbehorende leidingen en aansluitingen. Het influentwerk is bij reguliere bedrijfsvoering gevuld met afvalwater en niet voor persoenen toegankelijk. Voor onderhoudswerkzaamheden zijn luiken en een enkele (deur)opening aanwezig. Hierdoor wordt het influentwerk niet gezien als een gebouw, maar als een bouwwerk geen gebouw zijnde. Het nieuw te bouwen influentwerk bestaat uit: - twee ontvangstputten; - verleggingen stamriool; - één ontvangstkelder; - twee grofroosters; - zes influentvijzels; - zes fijnroosters, waar roostergoed verwijderd wordt; - influentbemonstering; - twee zandvangers;
10 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
-
één verdeelwerk; twee containers voor afval grofroosters; twee containers voor afval zandwassers; twee containers voor afval van fijnroosters.
De grofroosters worden direct na de ontvangstkelder geplaatst. De grofroosters halen het grove vuil uit het influentwater. Dit grove vuil wordt afgevoerd naar een gesloten container. Het influent wordt omhoog gebracht met behulp van de influentvijzels. Vervolgens valt het water door zwaartekracht weer naar beneden door de roostergoedverwijdering om de minder grove deeltjes eruit halen. Het afgevangen roostergoed wordt afgevoerd en opgeslagen in een gesloten container. Na de roostergoedverwijdering worden twee vlakzandvangers gebouwd. Deze vlakzandvangers halen het zand en soortgelijke deeltjes uit het influent. Het zand wordt gewassen en vervolgens afgevoerd en opgeslagen in een gesloten container. Na de zandvanger verzamelt het influent zich in het verdeelwerk. Alle onderdelen zijn afgedekt en de lucht wordt afgezogen. De afgezogen lucht wordt behandeld in nieuwe lavafilters die bij het nieuwe influentwerk worden geplaatst. Deze lavafilters hebben een rendement van 90 %. Het nieuwe influentwerk heeft in tegenstelling tot het bestaande influentwerk geen apart deel voor RWA (regenwaterafvoer) en DWA (droogweerafvoer). Daarentegen is het hele ontwerp gebaseerd op een 2 straten principe, waarbij tijdens DWA de straten om-en-om bedreven worden en tijdens RWA beide straten in bedrijf zijn. Ook kunnen alle onderdelen gebypassed worden.
Tijdens de realisatie van het nieuwe influentwerk blijft het bestaande influentwerk in gebruik. Nadat het nieuwe influentwerk in bedrijf is genomen wordt het bestaande influentwerk afgekoppeld en gesloopt. Verdeelwerk Het water wat van het influentwerk afkomt gaat naar het verdeelwerk. Het verdeelwerk verdeelt het water naar de verschillende beluchtingstanks Geurbehandeling van slibverlading Tijdens de verlading van het slib van de slibbunkers in de vrachtwagens komt in korte tijd veel vuile lucht vrij. De huidige geurbehandelingsinstallatie kan deze pieklast niet verwerken, waardoor stankhinder richting de omgeving en een gevaarlijke situatie in de verladingshal kan ontstaan. Om dit te voorkomen wordt naast de verladingshal een nieuwe geurbehandeling geplaatst. Deze nieuwe geurbehandelingsinstallatie bestaat uit een ventilator met een koolfilter. Dit koolfilter heeft een rendement van 90 %. Schakelgebouwen Drie nieuwe schakelgebouwen worden gerealiseerd die het oude schakelgebouw (K) gaan vervangen. In de schakelgebouwen worden alle schakelkasten neergezet voor de aansturing van de gehele RWZI. Metaalzoutendoseringsinstallatie Voor het goed functioneren van het biologische proces is het soms nodig om metaalzouten te doseren op de afloop van de beluchtingscircuits. In de huidige installatie wordt dit ook gedaan.
De huidige installatie is verouderd en wordt daarom geheel vervangen door een nieuwe tank ten noorden van het primair slibgemaal. De nieuwe opslag is een kunststof dubbelwandige tank met lekdetectiesysteem. Het vulpunt van de tank is direct nabij de tank aanwezig en voorzien van een lekbak. De tank wordt voorzien van de noodzakelijke beveiligingen, zoals bijvoorbeeld een overvulbeveiliging. Geurbehandeling voorbezinktank Verdeelwerk 2 en de voorbezinktanks worden afgezogen om ophoping van agressieve gassen te voorkomen. De vuile lucht wordt behandeld in lavafilters, dit zijn ronde kunststof tanks gevuld met poreuze stenen. De lavafilters vervangen de huidige filters en worden op een andere locatie geplaatst.
11 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
Slibbuffer De nieuwe slibbuffer wordt gebouwd op de fundering van de te slopen slibindikker 3. De nieuwe betonnen tank wordt hoger en smaller (kleinere diameter). Het slib wordt ingedikt en gebufferd, waarna de centrifuges in het slibverwerkingsgebouw het slib verder ontwateren. Het ontwaterde slib wordt in de slibbunkers geschroefd en daaruit wordt het afgevoerd met vrachtwagens. Zowel het indikken als het bufferen van primair slib wordt op dit moment in de bestaande slibindikkers 2 en 3 gedaan. Aangeizen een indikker niet de juiste vorm heeft om het slib homogeen gemengd te houden, functioneren de centrifuges minder goed. Door de slibbuffer toe te voegen aan het systeem verbetert de slib ontwatering. Trappenhuis Bij de PACAS installatie komt een open trappenhuis, dit wordt gebouwd om de PACAS installatie toegankelijk te maken voor personeel en onderhoud.
Tabel 2.1 Overzicht van wijzigingen en activiteiten Onderdeel Milieu
Onderdeel Bouw
Onderdeel afwijken bestemmingsplan
influentwerk
X
X
X
verdeelwerk
X
X
X
geurbehandeling
X
X
X
schakelgebouwen
X
X
X
metaalzoutdoseringsinstallatie
X
X
X
lava filters
X
X
X
slipbuffer
X
X
X
trappenhuis
X
X
X
12 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
3 ACTIVITEIT MILIEU In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de effecten op het milieu, voortkomend uit de voorgenomen wijzigingen in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning milieu.
3.1
Grond- en hulpstoffen
Met de wijziging wordt een nieuw tank voor metaalzouten geplaatst worden. Deze tank vervangt de huidige tank met metaalzout. Dit metaalzout betreft ijzerzout of een aluminiumzout. Tabel 3.1 geeft de gegevens van deze opslag weer. Deze tank met haar voorziening voldoet aan de regels opgenomen in de PGS 31 richtlijn. De stoffen in deze tank kunnen worden gezien als potentiële Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en worden ook volgens die veiligheidsrichtlijn opgeslagen, ook is het een ADR 8 categorie en wordt voldaan aan de veiligheidseisen die daar aan vast hangen. Op deze manier worden de veiligheidsrisico’s van de gevaarlijke stoffen geminimaliseerd.
Tabel 3.1 Overzicht van opgeslagen stoffen van de wijzigingen Opgeslagen stof
Opslagwijze
Locatie
Maximale opslag
metaalzout, ijzer- of aluminiumverbinding
bovengrondse dubbelwandige tank
terrein RWZI
35 m3
3.2
Geluid
Om de geluidsbelasting van de RWZI op woningen te bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving na het doorvoeren van de wijzigingen. De nieuwe bronnen zijn het influentwerk, retourslibgemaal, lavafilters en puntbeluchters. Andere belangrijke bestaande bronnen zijn het beluchtingscircuit en de verdeelwerken. De mobiele bronnen bestaan uit vrachtwagens en personenwagens. Hier wordt alleen een samenvatting gegeven van het onderzoek; het volledige onderzoek is te vinden in bijlage II. Beoordelingskader De RWZI is gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Ter plaatse van de zonegrens mag het gecumuleerde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, als gevolg van alle inrichtingen gelegen op het gezoneerd industrieterrein, niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Aangezien de RWZI de enige inrichting is die is gelegen op het gezoneerde industrieterrein, kunnen de resultaten direct getoetst worden aan de zone. De RWZI beschikt over een vigerende omgevingsvergunning die 25 september 2021 is verleend door provincie Noord-Brabant. Hierin zijn de geluidsvoorschriften voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus opgenomen. In de vergunning zijn ook voorschriften opgenomen ten aanzien van de maximale geluidsniveaus ter plaatse van geluidgevoelige objecten.
13 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
De grenswaarden zijn: - 70 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; - 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; - 60 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. De geluidsbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de inrichting (en andere activiteiten buiten de grens van de inrichting), wordt voor inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein op basis van jurisprudentie niet getoetst. Indirecte hinder wordt niet verder behandeld. Resultaten Uit de resultaten van het onderzoek voor langtijdgemiddelde blijkt dat op meerdere toetspunten van de vigerende vergunning een toename berekend wordt, hierdoor is de berekende waarde hoger dan de vergunde waarde. Uit de resultaten per bron blijkt dat dit niets te maken heeft met de voorgenomen wijzigingen, maar wordt veroorzaakt door de bestaande puntbeluchters. Dit is te verklaren dat door de actuele geluidsmetingen diverse bronnen hoger zijn dan eerder was aangenomen. Op de RWZI zijn reeds alle gebruikelijke maatregelen genomen om geluid te reduceren. De RWZI voldoet aan BBT. Daarnaast past de hogere berekende waarde binnen de geldende geluidszone. Hierdoor is de RWZI inpasbaar en voldoet aan het toetsingskader. Uit de resultaten voor de maximale geluidsniveaus blijkt dat ruimschoots voldaan wordt aan de vergunde waarden voor maximale geluidsniveaus.
3.3
Geur
In de voorgenomen wijzigingen worden een aantal nieuwe geurbronnen gerealiseerd, namelijk het gehele influentwerk met bijbehorende containers voor de afvalstoffen. Deze bronnen zijn allemaal afgedekt en worden afgezogen. De afgezogen lucht wordt behandeld in de nieuw te realiseren lavafilters en wordt de geurbehandeling van de voorbezinktanks vervangen door nieuwe lavafilters. Deze filters hebben een rendement van 90 %. Naast deze aanpassing worden de geurbehandeling van de slibverlading aangepast middels het plaatsen van een geurbehandeling met actiefkoolfilters. Deze filters hebben een rendement van 90 %. De geursituatie met deze aanpassing is in beeld gebracht in een geuronderzoek, dat opgenomen is in bijlage III van deze aanvraag. Toetsingskader Activiteitenbesluit De rwzi Oijen is een inrichting type C op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit milieubeheer). Het betreft een type C inrichting, omdat rwzi Oijen stedelijk afvalwater en zuiveringsslib ontvangt dat per as wordt aangevoerd van buiten de inrichting, de hoeveelheid hiervan is meer dan de drempelwaarde van categorie 5.3 uit de Regeling Industriële emissies (RIE). Hierdoor valt de rwzi Oijen onder de RIE en wordt het beschouwd als een IPPC-installatie.
Het onderwerp geur voor rwzi’s staat in artikel 3.5a tot en met 3.5c van paragraaf 3.1.4a ‘Behandeling van stedelijk afvalwater’ van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm). Bij communale rwzi's valt het hele zuiveringsproces in de waterlijn en de slibindikking en mechanische ontwatering van slib in de sliblijn onder deze artikelen. Als sprake is van een rwzi die is opgericht en vergund voor 1 februari 1996, zoals het geval is bij de rwzi Oijen, gelden op basis van artikel 3.5b lid 5 en 6 de volgende geurnormen: - 1,5 ouE/m3 als 98-percentiel bij geurgevoelige objecten; - 3,5 ouE/m3 als 98-percentiel bij geurgevoelige objecten op een gezoneerd industrieterrein; een bedrijventerrein of buiten de bebouwde kom. Voor deze situatie geldt de geurnorm van 3,5 ouE/m3, aangezien in de omgeving sprake is van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom.
14 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
In artikel 3.5b lid 7 is bepaald dat voor een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning in werking en onherroepelijk was, geen normstelling van toepassing is op de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten die op het moment van verlening van de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd. Lid 8 van artikel 3.5b bepaalt tenslotte dat bij verandering de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de geurbelasting voorafgaand aan de verandering, ook al is die geurbelasting lager dan bovengenoemde normen. In de Activiteitenregeling milieubeheer wordt in artikel 3.4b aangegeven op welke wijze de geurbelasting moet worden bepaald. In lid 1 staat dat hiervoor het Nieuw Nationaal Model (NNM) of een daaraan gelijkwaardige rekenmethode moet worden gebruikt. Volgens lid 2 wordt de geuremissie van de verschillende procesonderdelen van de rwzi bepaald met behulp van de emissiefactoren, genoemd in bijlage 5 bij de regeling. Toetsingskader provinciaal geurbeleid Voor industriële bedrijven die onder het bevoegd gezag van de provincie vallen, beschikt de provincie over eigen beleidsregels. Dit geurbeleid maakt onder andere gebruik van de hedonische waarde H-1. Deze waarde moet voor iedere relevante bron afzonderlijk bekend zijn.
De bronsterkte wordt eerst gecorrigeerd met de getalsmatig bij die bron behorende hedonische waarde H-1. Hedonische waarden die niet bij dezelfde bron zijn bepaald als de bron van de geurconcentratie zelf - in dit geval hedonische waarden afkomstig uit vergelijkbare onderzoeken en branchestudies - moeten worden gecorrigeerd voor een factor 2 conform artikel 6 lid 3 van het Brabants geurbeleid. Het Noord-Brabants geurbeleid onderscheidt bestaande en nieuwe situaties. In dit geval wordt er getoetst aan de norm voor aanvaardbare geurbelasting bij bestaande activiteiten, zoals beschreven in artikel 9 van het Noord-Brabants geurbeleid. Hierin staat dat de hedonisch gewogen aanvaardbare geurbelasting in deze situaties is vastgesteld op ten hoogste de bestaande geurbelasting. Conform artikel 7 van het Brabants geurbeleid wordt naast het 98-percentiel ook het 99,99-percentiel beoordeeld. Hierbij moet volgens het beleid worden uitgegaan van methode 1, zoals beschreven in de NTA 9065, bijlage J, paragraaf J.3.2. Dit houdt in dat alle bronnen (ook discontinue) ingevoerd moeten worden met een bedrijfstijd van 8.760 uren per jaar, waarbij voor bronnen die niet buiten de periode tussen 07.00 en 19.00 uur emitteren gerekend mag worden met een bedrijfstijd van 4.380 uren per jaar in de betreffende periode.
In deze benadering is hierdoor sprake van een fictieve worst-case situatie, waarvan opgemerkt wordt dat deze geen relatie heeft met de werkelijke hinderbeleving, maar dat hiermee alleen een theoretisch mogelijke maximale waarnemingsafstand in beeld wordt gebracht. De NTA9065 geeft - in afwijking van het Brabants beleid - in par. 7.3.3. voor discontinue bronnen aan dat uitgegaan moet worden van het daadwerkelijke emissiepatroon (zoals ook het 98-percentiel wordt berekend). Resultaten In onderstaande tabel zijn de waarden op de toetspunten weergegeven. Daarbij wordt de nieuwe situatie vergeleken met de huidige situatie. Uit de tabel volgt dat op alle toetspunten een afname in immissie plaatsvindt, waardoor wordt voldaan aan lid 8 van artikel 3.5b van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
15 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
Tabel 3.2 Vergelijking geurbelasting (ouE/m3) op toetspunten voor de bestaande vergunde situatie en de nieuwe situatie - toetsing aan Activiteitenbesluit Toetspunt
X
Y
Huidig
Nieuw
98-percentiel
98-percentiel
T1 Parallelstraat 4
161977,50
424299,77
1,3
1,0
T2 Parallelstraat 6
161959,35
424247,13
1,0
0,9
T3 Lutterweg 13
162153,41
424287,18
1,0
0,9
T4 Lutterweg 11
162293,30
424398,43
1,1
0,9
T5 Parallelstraat 2
161920,46
425400,15
1,0
0,8
T6 Molendijk 3
160978,22
425387,09
0,3
0,3
T7 Lutterweg 4A
162495,01
424455,69
0,7
0,6
T8 Lutterweg 9
162551,14
424600,14
0,8
0,6
T9 Beemdstraat 6
162505,93
425480,67
0,6
0,5
In onderstaande tabel zijn de waarden op de toetspunten weergegeven. Daarbij wordt de beoogde situatie vergeleken met de huidige situatie voor het provinciaal beleid. Uit de tabel volgt dat op alle toetspunten de immissie afneemt of gelijk blijft, waardoor wordt voldaan aan artikel 9 van het Brabants geurbeleid.
Tabel 3.3 Vergelijking geurbelasting (ouE(H)/m3) op toetspunten voor de bestaande vergunde situatie en de nieuwe situatie toetsing aan Brabants geurbeleid Toetspunt
X
Y
Huidig
Nieuw
Huidig
Nieuw
98-percentiel
98percentiel
99,99percentiel
99,99percentiel
T1 Parallelstraat 4
161977,50
424299,77
0,8
0,6
38
38
T2 Parallelstraat 6
161959,35
424247,13
0,6
0,5
37
37
T3 Lutterweg 13
162153,41
424287,18
0,6
0,5
30
30
T4 Lutterweg 11
162293,30
424398,43
0,6
0,5
32
31
T5 Parallelstraat 2
161920,46
425400,15
0,7
0,6
113
113
T6 Molendijk 3
160978,22
425387,09
0,2
0,1
29
29
T7 Lutterweg 4A
162495,01
424455,69
0,4
0,3
35
34
T8 Lutterweg 9
162551,14
424600,14
0,4
0,3
34
34
T9 Beemdstraat 6
162505,93
425480,67
0,3
0,2
42
42
In de beoogde situatie wordt ruim voldaan aan de normen van het Activiteitenbesluit van artikel 3.5b lid 5 en 6. In de aangevraagde situatie liggen geen geurgevoelige objecten binnen de geurcontouren voor geurgevoelige objecten. Daarnaast is in overeenstemming met Lid 8 van artikel 3.5b van het Activiteitenbesluit de geurbelasting in de nieuwe situatie lager dan in de huidige situatie. Conform het geurbeleid van de provincie Noord-Brabant zijn de geurimmissies gecorrigeerd voor de hedonische waarde en meegenomen in de berekening en geurcontouren. In de nieuwe situatie is sprake van een vermindering van de geurbelasting in het 98-percentiel en 99,99-percentiel ten opzichte van de huidige situatie, en voldoet daarmee aan lid 2 artikel 9.
16 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
3.4
Luchtkwaliteit
Op het gebied van luchtkwaliteit zijn geen wijzigingen in vergelijking met de vergunde situatie. Dit betekent dat de bronnen die al aanwezig waren, zoals de hoeveelheid vrachtverkeer en personenauto’s inclusief rijroutes, niet veranderen door de wijzigingen. Ook zijn er geen aanpassingen in het gasgebruik van de verbrandingsinstallaties. De wijzigingen zorgen er juist voor dat er minder gas gebruikt gaat worden. Aangezien de wijzigingen geen effect hebben op de luchtkwaliteit is een onderzoek hiernaar niet nodig en kan geconcludeerd worden dat geen andere negatieve effecten zijn op de luchtkwaliteit.
3.5
Bodem
In verband met het voornemen voor het vernieuwen en renoveren van de rioolwaterzuiveringsinrichting is een nul- en eindsituatieonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. Een bodemonderzoek is uitgevoerd om de volgende doelen te behalen: - vast te stellen of uit te sluiten dat op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is die een belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik van de bodem; - vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is die is toe te wijzen aan de bedrijfsactiviteiten die de RWZI daar heeft uitgevoerd (eindsituatie); - het verkrijgen van een toetsingsreferentie voor de eventuele beëindiging van de activiteiten in de toekomst (nulsituatie). Uit het bodemonderzoek blijkt dat geen verontreinigingen aanwezig zijn die gesaneerd moet worden en is de grond daarmee ‘schoon’ genoeg om de werkzaamheden uit te voeren en de grond te gebruiken voor de activiteiten. Ook is op de locaties van de wijzingen de nulsituatie van de grond bepaald. Voor de locaties waar een activiteit beëindigd wordt is een eindsituatieonderzoek gedaan. Voor al deze locaties is geen aanvullend of nader onderzoek nodig volgens het onderzoek. Het volledige onderzoek in opgenomen in bijlage IV van deze aanvraag.
3.6
Bodembescherming
De bodembedreigende activiteiten die door wijzigingen gewijzigd worden, moeten voldoen aan de NRB (Nederlandse Richtlijn Bodembescherming). De gewijzigde bodembedreigende activiteiten worden in tabel 3.4 beschreven inclusief de maatregelen die daarvoor getroffen worden. Door het treffen van deze voorzieningen en maatregelen wordt voldaan aan een verwaarloosbaar bodemrisico.
Tabel 3.4 Overzicht van bodembedreigende activiteiten met voorzieningen en maatregelen Beschrijving
Bodembedreigend activiteit NRB
voorzieningen
Maatregelen
vullen van de afvalcontainer met grof vuil
-
2.1.1 bovenbelading; 3.1.3 opslag nat stortgoed
-
vloeistofdichte voorzienging en lekbak onder rustpunt van de vulleiding; overvulbeveiliging; aandacht voor hemelwaterafvoer
-
2.1.1 bovenbelading; 3.1.3 opslag nat stortgoed
-
vloeistofdichte voorzienging en lekbak onder rustpunt van de vulleiding; overvulbeveiliging; aandacht voor hemelwaterafvoer
-
vullen van container met zand van zandvangers
17 | 25
-
-
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
-
-
-
-
controle op vol raken lekbak en vloeistof dichte voorziening; visueel toezicht; laadinstructie; faciliteiten en personeel controle op vol raken lekbak en vloeistof dichte voorziening; visueel toezicht; laadinstructie; faciliteiten en personeel
Beschrijving
Bodembedreigend activiteit NRB
voorzieningen
Maatregelen
vullen van container met roostergoed / zeefgoed
-
2.1.1 bovenbelading; 3.1.3 opslag nat stortgoed
-
vloeistofdichte voorziening en lekbak onder rustpunt van de vulleiding; overvulbeveiliging; aandacht voor hemelwaterafvoer
-
2.1.1 bovenbelading; 3.1.3 opslag nat stortgoed; 3.4 afvullen
-
lekbak onder vulpunt; vloeistofkerende verharding; overvulbeveiliging; aandacht voor hemelwaterafvoer
-
vullen van metaalzoutendoseri ng
-
-
-
-
-
controle op vol raken lekbak en vloeistof dichte voorziening; visueel toezicht; laadinstructie; faciliteiten en personeel controle op vol raken lekbak; visueel toezicht; laadinstructie; faciliteiten en personeel
opslag van metaalzouten
-
3.1.3 opslag nat stortgoed
-
dubbelwandig met lekdetectie
-
periodieke inspectie en controle vloeistofdichte voorziening
leidingen van de metaalzout dossering
-
2.21 ondergrondse leidingen
-
dubbelwandig met lekdetectie
-
inspectie functioneren lekdetectie
Volgens Activiteitenregeling milieubeheer artikel 3.4d moet ten behoeve van het realiseren van een aanvaardbaar bodemrisico de controle op de lekdichtheid van de bedrijfsonderdelen van de zuiveringstechnische werken, bedoeld in artikel 3.5a van het besluit, met een grondwatermonitoringssysteem gebeuren. Voor het nieuwe influentwerk en het nieuwe verdeelwerk wordt dat gedaan met een horizontaal monitoringssysteem middels drainagebuizen. Alle andere wijzigingen betreffen geen zuiveringtechnische werken of werken waar conform het Activiteitenbesluit een dergelijke monitoring op van toepassing is. Daarmee voldoet het aan de eisen van het Activiteitenbesluit en -regeling milieubeheer.
3.7
Externe veiligheid
De voorgenomen wijzigingen leiden niet tot andere of nieuwe effecten op het vlak van externe veiligheid.
3.8
Afval
Door de wijzigingen ontstaan nieuwe afvalstromen. Dit zijn deels afvalstoffen die reeds binnen de inrichting voorkomen bij het huidige influentwerk. Tabel 3.5 laat een overzicht zien van deze afvalstoffen, de opslagwijze en de maximale opslag.
Tabel 3.5 Overzicht van afvalstoffen verwerking van de wijzigingen Afvalstof
Opslagvoorziening
Maximale opslag
Hoeveelheid per jaar
Afvalinzamelaar
roostergoed
container, 2 stuks
24 m3 per container
zand grof vuil
18 | 25
container, 2 stuks container 2 stuks
12 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
3
52 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
3
12 keer per jaar lediging
erkende inzamelaar
17 m per container 24 m per container
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
3.9
Water
De nieuwe installaties dragen bij aan een hogere effluentwaterkwaliteit. Van een negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit als gevolg van de lozing van effluent is door de voorgenomen wijzigingen geen sprake. Door de wijzigingen vindt ook een verandering van de interne waterstromen plaats. Dit gaat om de volgende interne waterstromen: - spoelwater van roostergoed, dit komt van het roostergoed in het influentwerk en wordt na monstername in het influentwerk via de ontvangput toegevoegd aan het influent; - spoelwater van de zandwasser, dit komt van gewassen zand uit de zandvangers van het influentwerk en het wordt na monstername in het influentwerk via de retourgemalen naar het verdeelwerk gepompt en toegevoegd aan het influent; - regenwater van bodembeschermende voorzieningen, dit komt van de bodembeschermende voorzieningen onder de containers en bij de metaalzoutendosseringsinstallatie. Dit gaat via de terreinriolering naar de ontvangput en wordt toegevoegd aan het influent. Alle overige interne waterstromen blijven ongewijzigd.
3.10
Energie
Door de verschillende wijzigingen en renovaties is het energieverbruik van de RWZI veranderd. Het huidige gasverbruik voor de gehele zuivering is circa 15.000 m³/jaar. In de toekomstige situatie wordt het bedrijfsgebouw van het gas afgekoppeld. Het slibverwerkingsgebouw krijgt echter een nieuw ventilatiesysteem met minder recirculatie, zodat H2S ophoping wordt verminderd. Hierdoor ontstaat een grotere warmtevraag in het slibverwerkingsgebouw, waardoor de inschatting is dat het gasverbruik na de verbouwing ook circa 15.000 m³/jaar bedraagt. Voor elektriciteit is het huidige maximale verbruik van de zuivering ongeveer 19.440 kWh/jaar zonder bedrijfsgebouw. Het verwachte maximale geschatte verbruik van de zuivering exclusief bedrijfsgebouw bedraagt 26.352 kWh/jaar. Het bedrijfsgebouw zelf gaat ongeveer 60.500 kWh/jaar gebruiken. Om energie te besparen zijn verschillende duurzame ontwerpkeuzes gemaakt op het gebied van de mechanische installaties: - de boiler voor spoelwater van de kantelgoot in de voorbezinktank wordt uitgevoerd als warmtepomp; - de boiler voor spuitwater van de fijnroosters wordt uitgevoerd als warmtepomp; - alle motoren worden in IE3 klasse uitgevoerd. Momenteel wordt ook nog gediscussieerd over het toepassen van energiebesparende maatregelen in het slibverwerkingsgebouw.
Naast de energiebesparende maatregelen van de installaties zijn ook maatregelen getroffen om het bedrijfsgebouw te verduurzamen. Het huidige energielabel van het bedrijfsgebouw is energielabel G. Dit energielabel wordt opgehoogd tot energielabel A++. Dit wordt bereikt door de volgende maatregelen: - een betere isolatie van gevels, ramen, dak en vloer; - het toepassen van een luifel en zonwering; - het toepassen van LED verlichting; - de VKV-installatie d.m.v. een mechanische ventilatie met een lucht-water warmtepomp. Om een hogere circulariteit te behalen dienen materialen en producten met een hoogwaardig hergebruik te worden toegepast. De gekozen materialen worden vastgelegd in een materialenpaspoort. Het doel hiervan is om inzichtelijk te maken welke materialen in het gebouw zijn vastgelegd en of deze in de toekomst, na de sloop van het bedrijfsgebouw, eventueel kunnen worden hergebruikt. Ten slotte wordt de bestaande gevelbeplating bij de renovatie hergebruikt om bouwafval te beperken.
19 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
4 ACTIVITEIT AFWIJKEN BESTEMMINGSPLAN Dit hoofdstuk beschrijft de informatie over het afwijken van het bestemmingsplan.
4.1
Bestemmingsplan en ruimtelijke inpasbaarheid
De RWZI Oijen is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2020’, welke is vastgesteld door de gemeente Oss op 16 april 2020. Het grootste deel van de voorgenomen werkzaamheden past binnen het vigerende bestemmingsplan. De nieuw te realiseren onderdelen die in strijd zijn met het bestemmingsplan betreffen: - lavafilter; - geurbehandeling; - schakelgebouw; - trappenhuis ; - slibbuffer; - voorbezinktank; - metaalzouten tank; - influentwerk; - verdeelwerk; - ontvangstput; Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld om voor het gehele project af te kunnen wijken van het bestemmingsplan. deze onderbouwing is opgenomen in bijlage V.
20 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
5 ACTIVITEIT UITVOEREN VAN WERKEN Dit hoofdstuk beschrijft de werkzaamheden die onder de omgevingsvergunning uitvoeren van werken vallen.
5.1
Toelichting noodzaak vergunningplicht
Een deel van de wijzigingen is gelegen binnen gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone - dijk’, onderstaande afbeelding laat een uitsnede van het bestemmingsplan zien met markering van de vrijwaringszone.
Afbeelding 5.1 Uitsnede bestemmingsplan met markering vrijwaringszone (bron: ruimtelijk.nl)
21 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
Binnen de gebiedsaanduiding stelt artikel 38.135.4 lid a het de volgende: Artikel 38.135.4, lid a Vergunningplicht dijk Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren: 1 het vergraven, egaliseren en ophogen van gronden of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte het bebossen of anderszins beplanten met hoog opgaande bomen, struiken, heesters en daarmee vergelijkbare houtopstanden (met een hoogte van 1,5 m en meer); 2 het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en paden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3 het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verleggen, verruimen en dempen van bestaande waterlopen, sloten, greppels, kolken, oppervlaktewater, oevers, poelen en wielen; 4 het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; 5 diepploegen (dieper dan 0,3 m of meer) omploegen, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd; 6 werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; 7 het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen; 8 het aanleggen van wegen of paden en/of andere
oppervlakteverhardingen; 9 het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem.
Voor de wijzigingen geld dat wordt voldaan aan een of meerdere van de bovenstaande werkzaamheden. Echter, geld er een uitzondering volgens artikel 38.135.4, lid b, sub c: Artikel 38.135.4, lid b uitzonderingen dijk Het verbod in artikel 38.135.4 onder a geldt niet voor werken die geen bouwwerk zijn en werkzaamheden, waarvan de beheerder van de waterkering heeft meegedeeld dat ze geen onevenredige afbreuk doen aan de functie van de waterkering. Dit is tevens ook de voorwaarde voor de toelaatbaarheid van de werkzaamheden. De beheerder van de waterkering is waterschap Aa en Maas. Goedkeuring voor de werkzaamheden van de beheerder separaat toegevoegd in het OLO. Daarnaast wordt separaat een watervergunning aangevraagd voor de werkzaamheden in de waterkering en is het ontwerp samen met de beheerder tot stand gekomen.
5.2
Effecten van de werkzaamheden
Het effect van alle wijzigingen op de waterkering zijn beschouwd in het waterveiligheidsdocument. Hierin zijn ook de wijzigingen in de vrijwaringszone dijk beschreven. Het volledige waterveiligheidsdocument is toegevoegd in bijlage VI. Uit het waterveiligheidsdocument is gebleken dat de aanleg van een nieuw verdeelwerk, lavafilters en metaalzoutopslag geen invloed op de waterkering heeft, echter heeft het wel mogelijk invloed met betrekking tot pipping. Hiervoor zijn eisen gesteld aan de uitvoerende aannemer, waardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functie van de waterkering. Dit document is ook onderdeel van de aan te vragen watervergunning bij het Waterschap Aa en Maas.
22 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
6 ACTIVITEIT BOUWEN In dit hoofdstuk worden kenmerken voor het aspect bouwen beschreven. De noodzakelijke bijlagen, zoals bouwtekeningen, constructie en funderingsberekeningen zijn als separate documenten toegevoegd in het omgevingsloket.
6.1
Beschrijving bouwwerken
Influentwerk In het influentwerk vindt de eerste stap van het zuiveringsproces plaats. Het influentwerk bestaat uit een hoog en een laag deel, beide delen hebben vloeren en wanden van gewapend beton en zijn gefundeerd op palen. Het lage deel wordt gebouwd in een bouwkuip met onderwaterbeton en het hoge deel op het maaiveld. De influentvijzels zijn de verbinding tussen het lage en het hoge deel. De constructie wordt op het smalste punt van het hoge deel (tussen fijnroosters en zandvangers) gedilateerd. De dekken zijn voornamelijk uitgevoerd in gewapend beton, daar waar machines geplaatst zijn, wordt voorzien in aluminium afdekkingen. De motoren van de influentvijzels zijn beschermd tegen regen door middel van een overkapping van stalen kolommen en liggers en aluminium dakjes. Voor de voedingskabels van deze motoren is een gang voorzien onder het influentwerk over de totale breedte van de constructie. De toegangen naar deze gang zijn ruim opgezet, zodat hier ruimte is voor installaties zoals de drukverhogingsunit en de boiler. Aan weerszijden van de zandvangers worden drijflaagafvoerputten gebouwd uit gewapend beton en gefundeerd op palen. Midden op het influentwerk wordt een prefab betonnen biotectorgebouw neergezet. Het biotectorgebouw wordt afgewerkt met stalen gevelbekleding en pvc dakbedekking en geïsoleerd met steenwol.
Alle beton in het influentwerk, dat in aanraking komt met afvalwater, wordt voorzien van een beschermende kunststof bekleding tegen aantasting van het beton door agressieve gassen. Rondom het influentwerk is voorzien in vloeistofkerende opstelplaatsen van gewapend beton voor zes containers voor roostergoed en zand. Deze platen worden op staal gefundeerd. Verdeelwerk Om het afvalwater van het nieuwe influentwerk naar de bestaande voorbezinktanks te krijgen wordt een nieuw verdeelwerk gebouwd over de bestaande leidingen. Dit verdeelwerk 2 wordt opgetrokken uit gewapend beton en gefundeerd op palen. Geurbehandeling De nieuwe geurbehandelingsinstallatie bij de slibverlading bestaat uit een ventilator met een koolfilter opgesteld op een gewapend betonnen vloer, welke gefundeerd is op palen. Tevens wordt de verbinding tussen de laadhal en het slibverladingsgebouw afgesloten en worden twee vluchtdeuren toegevoegd aan de verladingshal. Schakelgebouw De gehele elektrotechnische installatie op de RWZI wordt vervangen. Hiervoor worden drie nieuwe schakelgebouwen neergezet. De schakelgebouwen zijn eenvoudige gebouwen afgewerkt met stalen gevelbeplating gemonteerd op stalen binnen dozen. De schakelgebouwen worden voorzien van steenwol
23 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
isolatie en worden afgedekt met een warm dak van stalen dakplaten, steenwol isolatie en PVC dakbedekking. De staalconstructies van de schakelgebouwen worden gemonteerd op een fundatie van gewapend beton (wanden en vloer), welke gefundeerd is op palen. De vloer van de schakelgebouwen is een computervloer voor eenvoudige toegankelijkheid van de kruipruimte, hier worden alle kabels doorheen gelegd. In de toegankelijkheid van de gebouwen is voorzien door het plaatsten van een aantal enkele en dubbele deuren per schakelgebouw. Schakelgebouw 1 heeft daarnaast nog een kantoorruimte die met een deur verbonden is met de schakelruimte en is voorzien van een venster voor daglichttoetreding. Schakelgebouw 2 is voorzien van een separate ruimte voor de hardware van de procesautomatisering en deze ruimte is middels een deur verbonden met de schakelruimte. Metaalzoutdoseerinstallatie De tank wordt opgesteld op een gewapend betonnen plaat en gefundeerd op palen. Geurbehandeling voorbezinktanks De lavafilters worden opgesteld op een gewapend betonnen plaat en gefundeerd op palen. Trappenhuis bij PACAS installatie Het trappenhuis wordt naast de PACAS installatie gebouwd om het aan te passen naar een volwaardig trappenhuis.
Het trappenhuis heeft 3 verdiepingen en 4 trappen, de trappen worden gebouwd van een open staalconstructie en voorzien van aluminium leunwerk ter veiligheid en aluminiumroostervloeren op elke verdieping. Op de begane grond ligt tegelverharding. Het trappenhuis is opgesteld op een gewapend betonnen plaat gefundeerd op palen.
6.2
Oppervlak en inhoud
De afmetingen van de nieuwbouw zijn te vinden op de separate tekeningen op het Omgevingsloket Online.
6.3
Gebruiksfunctie
De gebruiksfunctie rioolwaterzuivering blijft ongewijzigd.
6.4
Aansluitingen
Voor de elektriciteitsvoorziening is recent een nieuw transformatorgebouw gerealiseerd. De nieuwe installatieonderdelen worden van stroom voorzien via dit gebouw. Een nieuwe aansluiting is niet noodzakelijk. Voor de nieuwe installatieonderdelen zijn geen nieuw gasaansluitingen of wateraansluitingen nodig. Intern worden bepaalde processen op het bedrijfswatersysteem aangesloten.
6.5
Bodemgesteldheid
Voor de voorgenomen wijzigingen is een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage IV van deze aanvraag. Uit dit onderzoek blijkt dat geen verontreinigingen zijn aangetroffen en dat geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen gebruik van de bodem.
6.6
Constructie en funderingen
De berekening van de constructie en de funderingen zijn separaat bijgevoegd in het Omgevingsloket. Dit betreffen de hoofdberekeningen. De detailberekeningen worden na vergunningverlening aangeleverd bij het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag wordt verzocht hiervoor een voorschrift op te nemen.
24 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
6.7
Geraamde aanneemsom
De geraamde aanneemsom bedraagt EUR 12.335.000,--.
25 | 25
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Definitief 04
Bijlage(n)
I BIJLAGE: PLATTEGROND MET NIEUWE SITUATIE Is separaat op Omgevingsloket bijgevoegd
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Bijlage I | Definitief 04
II BIJLAGE: AKOESTISCH ONDERZOEK
Witteveen+Bos | 116005/23-014.638 | Bijlage II | Definitief 04
Aanvraag omgevingsvergunning rwzi Oijen Akoestisch onderzoek
Waterschap Aa en Maas 24 maart 2022
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
2
WETTELIJK KADER
6
2.1
Gezoneerd industrieterrein
6
2.2
Omgevingsvergunning
6
2.3
Indirecte hinder
7
3
UITGANGSPUNTEN
8
3.1
Geluidsmetingen
8
3.2
De wijziging
8
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5
Influentwerk Retourslibgemaal Koolfilters Puntbeluchters Overige nieuwe objecten
8 9 9 9 10
3.3
Bestaande, te behouden bronnen
11
3.4
Mobiele bronnen
13
3.5
Maximale geluidsniveaus
13
4
BEREKENINGEN EN RESULTATEN
14
4.1
Akoestisch overdrachtsmodel
14
4.2
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
14
4.3
Maximale geluidsniveaus
15
4.4
Beste Beschikbare Technieken
15
Laatste pagina
15
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Geluidsvoorschriften vigerende vergunning
3
II
Uitwerking geluidsmetingen
9
III
Modelgegevens langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
27
IV
Resultaten langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
23
V
Modelgegevens maximale geluidsniveaus
3
VI
Resultaten maximale geluidsniveaus
1
1 INLEIDING In opdracht van waterschap Aa en Maas (hierna: waterschap) heeft Witteveen+Bos voorliggend akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de voorgenomen wijziging van rwzi Oijen. De wijziging bestaat in hoofdlijnen uit het vervangen van het bestaande influentwerk door een nieuw influentwerk, het realiseren van een aantal lavafilters voor geurbestrijding, het aanpassen van een retourslibgemaal en het vervangen van de puntbeluchters. Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de rwzi. Er wordt een nieuwe vergunning aangevraagd voor de gehele inrichting. Om die reden hebben we geluidsmetingen uitgevoerd aan de bestaande activiteiten. Het doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de omgeving na het doorvoeren van de wijzigingen. De rwzi is gelegen aan de Parallelstraat 1 ten zuidwesten van Oijen. De situering van de rwzi is opgenomen in onderstaande afbeelding.
Afbeelding 1.1 Situering rwzi Oijen
5 | 15
Witteveen+Bos | 116005/22-004.443 | Definitief 02
2 WETTELIJK KADER 2.1
Gezoneerd industrieterrein
De rwzi is gelegen op een gezoneerd industrieterrein. Ter plaatse van de zonegrens mag het gecumuleerde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, als gevolg van alle inrichtingen gelegen op het gezoneerd industrieterrein, niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Aangezien de rwzi de enige inrichting is die is gelegen op het gezoneerde industrieterrein, kunnen de resultaten direct getoetst worden aan de zone.
2.2
Omgevingsvergunning
De rwzi beschikt over een vigerende omgevingsvergunning die eerder dit jaar is verleend door provincie Noord-Brabant. Hierin zijn de geluidsvoorschriften voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus opgenomen. Deze zijn weergegeven in tabel 2.1 en in bijlage I. De geluidsniveaus gelden ten gevolge van de activiteiten van de gehele inrichting. Voor alle punten geldt een beoordelingshoogte van 5 m.
Tabel 2.1 Geluidsvoorschriften langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Punt
Omschrijving
Geluidsniveau in dB(A) Dagperiode
Avondperiode
Nachtperiode
01
Punt A
40
36
36
02
Punt B
40
36
36
03
Punt C
42
37
37
07
Parallelstraat 4
39
36
36
08
Parallelstraat 6
38
34
34
09
Lutterweg 13
36
34
34
10
Lutterweg 11
35
33
33
11
Zonepunt 1
42
36
36
12
Zonepunt 2
39
35
35
15
Zonepunt 5
41
37
37
17
Zonepunt 7
42
39
39
18
Parallelstraat 2
36
32
32
19
Oijense Benedendijk 72
32
28
28
Voor de situering van deze punten wordt verwezen naar bijlage I.
6 | 15
Witteveen+Bos | 116005/22-004.443 | Definitief 02
In de vergunning zijn ook voorschriften opgenomen ten aanzien van de maximale geluidsniveaus ter plaatse van geluidgevoelige objecten. De grenswaarden zijn: - 70 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; - 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; - 60 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.
2.3
Indirecte hinder
De geluidsbelasting als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de inrichting (en andere activiteiten buiten de grens van de inrichting), wordt voor inrichtingen gelegen op een gezoneerd industrieterrein op basis van jurisprudentie niet getoetst. Op indirecte hinder wordt in voorliggend onderzoek dus niet nader ingegaan.
7 | 15
Witteveen+Bos | 116005/22-004.443 | Definitief 02
3 UITGANGSPUNTEN 3.1
Geluidsmetingen
Op 29 november 2021 heeft Witteveen+Bos geluidsmetingen verricht op het terrein van de inrichting. Dit is gedaan omdat het een aanvraag revisievergunning betreft en aan de bestaande activiteiten al lange tijd geen metingen zijn verricht. De metingen zijn uitgevoerd in overeenstemming met methode II van de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’ en het ‘Kwaliteitshandboek geluids- en trillingsmetingen’ van Witteveen+Bos. Bij de metingen is gebruik gemaakt van de apparatuur zoals weergegeven in tabel 3.1.
Tabel 3.1 Gebruikte meetapparatuur Instrument
Merk
Type
Datum kalibratie laboratorium
geluidsmeter
Brüel & Kjaer
2250
13 oktober 2020
microfoon
Brüel & Kjaer
4189
13 oktober 2020
akoestische kalibrator
Brüel & Kjaer
4231
11 oktober 2020
De geluidsmeter is voor het uitvoeren van de metingen met behulp van de akoestische ijkbron gekalibreerd en na de metingen gecontroleerd. De geconstateerde afwijkingen zijn toelaatbaar conform de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai’. Op de meetdag zijn de belangrijkste bronnen gemeten. Niet gemeten is aan het bestaande influentwerk en bij de slibontwatering (vanwege onderhoud). Voor de uitwerking van de geluidsmetingen wordt verwezen naar bijlage II.
3.2
De wijziging
De wijziging bestaat uit het buiten gebruik nemen van het bestaande influentwerk in de zuidwesthoek van de rwzi, het aanpassen van het retourslibgemaal 5 t/m 9, het realiseren van een aantal lavafilters en het vervangen van de bestaande puntbeluchters.
3.2.1
Influentwerk
Het nieuwe influentwerk wordt direct ten oosten hiervan gerealiseerd. Voor de nieuwe bronnen gaan we uit van kengetallen uit de database van Witteveen+Bos, gebaseerd op geluidsmetingen bij tientallen andere rwzi’s. De aangehouden bronvermogens gelden als randvoorwaarde in het bestek.
8 | 15
Witteveen+Bos | 116005/22-004.443 | Definitief 02
Het binnenkomende rioolwater wordt eerst geleid langs twee grofroosters. Het stromende water (bronnen 1 en 2) heeft een bronvermogen van 67 dB(A). Middels een transportschroef (bron 3) wordt het afval afgevoerd. Een tweede transportschroef (bron 4) is redundant voor bij storingen en onderhoud. Deze hebben een bronvermogen van 78 dB(A). Hetzelfde geldt voor de roostergoedpers (bronnen 5 en 6). Deze hebben een bronvermogen van 80 dB(A). Gedurende 15 % van de tijd is de aandrijving van de roostergoedcontainer actief (bronnen 7 en 8). Vervolgens wordt het water geleid naar het influentgemaal, bestaande uit zes afgedekte vijzels (bronnen 9 t/m 14). Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 75 dB(A) per vijzel. In de representatieve situatie zijn er vijf van de zes vijzels in bedrijf. Na de vijzels wordt het water door de fijnroosters (bronnen 15 t/m 20) geleid. Voor het bronvermogen wordt uitgegaan van 68 dB(A) per rooster. Via vier transportschroeven (bronnen 21 t/m 24), waarvan er twee in bedrijf zijn, wordt het afval afgevoerd naar de twee roostergoed waspersen. Voor het bronvermogen gaan we uit van 78 dB(A). De roostergoed waspersen hebben een bronvermogen van 80 dB(A), waarvan er een in bedrijf is. De twee containers worden 15 % van de tijd gevoed (bronnen 27 en 28) wat een bronvermogen van 81 dB(A) heeft.
Het zand wordt uit het water verwijderd door de zandvangers (bronnen 29 en 30). Deze hebben een bronvermogen van 74 dB(A). Verder zijn hier twee zandwassers aanwezig (bronnen 33 en 34) met een bronvermogen van 77 dB(A) en twee zandschroeven (bronnen 31 en 32) net een bronvermogen van 81 dB(A). Ten slotte worden er bij het nieuwe influentwerk vijf lavafilters gerealiseerd (bronnen 37 t/m 41). Voor het bronvermogen gaan we uit van 78 dB(A). Op de representatieve dag worden één roostergoed- en één zandcontainer gewisseld voor een lege container. Voor een enkele handeling gaan we uit van een bronvermogen van 102 dB(A) en een duur van 5 minuten. Ten noorden van het nieuwe influentwerk wordt ten slotte nog een nieuw verdeelwerk gerealiseerd. Deze wordt afgedekt. Voor het bronvermogen gaan we uit van 61 dB(A). Wanneer het influentwerk gereed is voor gebruik, wordt het oude influentwerk afgekoppeld en gesloopt. Er is geen overlap in gebruik van beide werken, omdat hier niet voldoende water voor wordt aangevoerd. Op de locatie van het huidige influentwerk komen geen nieuwe objecten en/of activiteiten.
3.2.2
Retourslibgemaal
Voor retourslibgemaal 5 t/m 8 geldt dat de afdekking wordt aangepast in het kader van veiligheid. Na aanpassing is het gemaal gelijk aan retourslibgemaal 9 t/m 12. De bronvermogens zijn dan ook gelijk gesteld aan dat gemaal.
3.2.3
Koolfilters
Niet alleen bij het influentgemaal wordt een aantal nieuwe koolfilters gerealiseerd. Er worden ook nog twee filters voorzien tussen de beluchtingscircuits (bronnen 226 en 227) en een bij het slibverwerkingsgebouw (bron 228). Voor het bronvermogen wordt eveneens uitgegaan van 78 dB(A) per koolfilter.
3.2.4
Puntbeluchters
De puntbeluchters worden vervangen door nieuwe puntbeluchters. Aangezien deze installaties omkast zijn, zijn de motoren geen relevante geluidsbron. Het geluid wordt geproduceerd door de bestaande in- en uitstroomopeningen en de open luiken naast de puntbeluchters. We verwachten door het vervangen van de puntbeluchters hier geen wijziging van de geluidsemissie.
9 | 15
Witteveen+Bos | 116005/22-004.443 | Definitief 02
3.2.5
Overige nieuwe objecten
Naast bovengenoemde onderdelen worden nog een nieuwe loods, schakelgebouw en een silo voor chemicaliën geplaatst. De nieuwe loods kan tot bewegingen leiden. Die zijn vertegenwoordigd in de al aanwezige bronnen voor de wiellaadschop (bronnen 111 t/m 120). Het schakelgebouw is geen geluidsbron. Ten slotte worden de losplaats van chemicaliën (bronnen 103 en M03) verplaatst. Dit vindt nu plaats ten oosten van de voorbezinktank. Dit wordt ten westen van de voorbezinktank. De nieuwe bronnen zijn samengevat in onderstaande tabel.