Bijlage 2. Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026
Tekst van het document
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026 Intitulé Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2025 en de daarbij behorende nadere regelgeving, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning Oss 2026, besluiten: Vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026, luidende als volgt:
HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Algemeen 1.
De begrippen in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 (hierna: de nadere regels) worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: de wet), de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 (hierna: de verordening) en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2026 (hierna: de beleidsregels).
2.
De regels voor een persoonsgebonden budget (pgb) en de bijdrage in de kosten zijn mede gebaseerd op het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss.
3.
In geval van wijzigingen of nadrukkelijke vervanging van wetten, verordeningen en richtlijnen (hierna: regelgeving) die zijn vermeld in deze nadere regels door andere regelgeving door andere regelgeving, worden alle verwijzingen in deze nadere regels geacht te zijn naar de gewijzigde dan wel vervangen regelgeving.
Artikel 2 Vertegenwoordiging en kwaliteit 1.
Er gelden zowel voor professionele (formele) als informele hulpverleners kwaliteitseisen bij het leveren van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren. Wat onder een professionele en een informele hulpverlener wordt verstaan is beschreven in de verordening.
2.
Voor individuele ondersteuning, gespecialiseerde dagbesteding, kortdurend verblijf, beschermd wonen, beschermd thuis en geclusterd beschermd thuis geldt het Kwaliteitskader Wmo Brabant Noordoost-Oost.
1
3.
De inwoner dient zich ervan te vergewissen dat de betrokken hulpverlener(s) die de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen leveren die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, aan de kwaliteitseisen voldoen.
Artikel 3 Hoogte tarieven 1.
De in deze nadere regels genoemde maximale bedragen zijn gebaseerd op de kostprijs van de door de gemeente ingekochte voorziening in natura. Een pgb kan goedkoper zijn dan zorg in natura wanneer er minder overheadkosten zijn.
2.
Als de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in deze nadere regels genoemde bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend.
3.
De tarieven die zijn opgenomen in deze nadere regels zijn de maximale tarieven die een inwoner via het pgb mag declareren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
4.
In afwijking van lid 3 mag duurdere ondersteuning worden ingekocht als de budgethouder het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximumtarief dat toegekend is via de gemeente, bijbetaalt aan de SVB in overeenstemming met de regels die de SVB hierover stelt.
5.
In hoofdstuk 2 en 3 zijn de geldende maximumbedragen per voorziening opgenomen.
Artikel 4 Jaarlijkse indexering 1.
Het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de door de leveranciers vastgestelde en door het college akkoord bevonden indexering.
2.
Het persoonsgebonden budget voor individuele ondersteuning, gespecialiseerde dagbesteding en kortdurend verblijf wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en de Centraal Planbureau Index (CPI) van het voorgaande kalenderjaar.
3.
Het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA) en de Centraal Planbureau Index (CPI) voor het volgende kalenderjaar.
Artikel 5 Gedifferentieerd tarief 1.
Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor de inkoop van diensten met een pgb.
2.
Om de hoogte van het tarief vast te kunnen stellen gelden de criteria zoals opgenomen in artikel 5.4 en artikel 5.5 van de verordening.
Artikel 6 Bruto bedragen 1.
De in deze nadere regels genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw.
2.
De in deze nadere regels opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat de inwoner een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s).
Artikel 7 Betaling 1.
Betaling van het pgb vindt plaats aan de SVB.
2.
De inwoner of zijn vertegenwoordiger rekent de ondersteuning af op declaratiebasis. 2
3.
In afwijking van lid 1 vindt betaling van het eenmalige pgb plaats aan de inwoner zelf, tenzij de wetgever hierover nadere regels stelt.
HOOFDSTUK 2 Pgb-tarieven Pgb-tarieven voor de maatwerkvoorziening Hulp bij Huishouden (HbH). Omschrijving
Eenheid
Instellingstarief
ZZP-tarief
Informeel tarief
HbH
Maand
€365,85
€310,97
€182,93
Pgb-tarieven voor de maatwerkvoorziening Individuele Ondersteuning (IO) Omschrijving
Eenheid
Instellingstarief
ZZP-tarief
Informeel tarief
IO Waakvlam
Maand
€77,68
€66,03
€38,84
IO Basis
Maand
€774,05
€657,94
€387,03
IO Extra
Maand
€1.139,91
€968,93
n.v.t.
Beschermd Thuis
Etmaal
€101,19
n.v.t.
n.v.t.
Eerst een Thuis
Etmaal
€101,19
n.v.t
n.v.t.
Pgb-tarieven voor de maatwerkvoorziening Gespecialiseerde Dagbesteding (DB) Omschrijving
Eenheid
Instellingstarief
ZZP-tarief
Informeel tarief
DB Basis
Maand
€880,01
€748,01
n.v.t.
DB Extra
Maand
€1.676,64
€1.425,15
n.v.t.
Vervoer naar DB
Maand
€183,64
€156, 10
n.v.t.
Pgb-tarieven voor de maatwerkvoorziening Kortdurend Verblijf (KV) Omschrijving
Eenheid
Instellingstarief
ZZP-tarief
Informeel tarief
KV Basis
Maand
€335,47
n.v.t.
n.v.t.
KV Extra
Maand
€825,63
n.v.t.
n.v.t.
3
Pgb-tarieven voor hulpmiddelen en woningaanpassingen Omschrijving
Eenheid
Tarief
Pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen
Eenmalig*
Maximaal de tegenwaarde van de goedkoopste adequate voorziening die de gemeente in natura verstrekt indien nodig aangevuld met een bedrag voor onderhoud, reparatie en verzekering
* Het pgb voor hulpmiddelen wordt voor een minimale periode toegekend (Bijlage 1 Afschrijvingspercentages hulpmiddelen). Binnen deze periode kan niet opnieuw een pgb voor dezelfde maatwerkvoorziening worden verstrekt, tenzij vaststaat dat de voorziening niet meer passend is.
HOOFDSTUK 3 Tarieven financiële tegemoetkoming Omschrijving
Eenheid
Tarief
Financiële tegemoetkoming voor sportvoorziening (aanschaf incl. instandhouding)
Eens per 4 jaar
Maximaal €3.300
Verhuiskostenvergoeding
Eenmalig
Maximaal €2.500
HOOFDSTUK 4 Hoogte eigen bijdrage en gebruikskosten Omschrijving
Eenheid
Tarief
Collectief vervoer starttarief
Per rit
€1,31
Collectief vervoer
Per kilometer
€0,28
Maatschappelijke opvang met 24-uurs ondersteuning gebruikskosten maaltijd
Per etmaal
€13
4
HOOFDSTUK 5 Slotbepalingen Artikel 8 Intrekking De Nadere regels en Beleidsregels Oss 2021 worden ingetrokken op het moment dat de nadere regels genoemd in artikel 9 in werking treden. Artikel 9 Overgangsrecht Eerder toegekende bedragen voor een pgb, alsmede de uitbetaling hiervan, blijven in stand tot de individuele toekenning van de Wmo-maatwerkvoorziening afloopt, herzien wordt of ingetrokken wordt. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze nadere regels van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026 treden in werking op 1 juli 2026. Artikel 11 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2026. Ondertekening Aldus vastgesteld op 26 mei 2026. De burgemeester voornoemd, F.T de Jonge
5
BIJLAGE 1 AFSCHRIJVINGSPERCENTAGES HULPMIDDELEN
Afschrijvingspercentage per product
0-6 mnd.
7-12 mnd.
13-18 mnd.
19-24 mnd.
3 jaar
4 jaar
5 jaar
6 jaar
7 jaar
Rolstoel incidenteel
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel (semi) permanent
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel permanent
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Rolstoel actief
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Rolstoel elektrisch
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Scootmobiel
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Driewielfiets volwassene (elektr.)
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Driewielfiets volwassene
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Elektrische fiets
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Tillift
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Badlift
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Toilet/douche- voorziening
10%
20%
25%
35%
50%
70%
85%
90%
95%
Kinderrolstoel handbewogen
20%
30%
40%
60%
80%
95%
Kinderrolstoel elektrisch
20%
30%
40%
60%
80%
95%
Kinderdriewielfiets
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
Kinderbuggy
20%
25%
35%
50%
70%
85%
95%
6