CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: Eindrapport onderzoek Herperduin waterschap Aa en Maas

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente OssBij agendapunt: B Koersnota klimaatadaptatie 205020.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 6.5: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 2c (dempen hoofdwatergangen en omvormen naar doorstroommoerassen) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

88

6.3.5

Verkennende maatregel 2d: alle hoofdwatergangen verondiepen tot maximaal 50 cm onder maaiveld

Figuur 6.6 geeft de berekende veranderingen in GHG en GLG weer t.o.v. de referentiesituatie als gevolg van het verondiepen van alle hoofdwatergangen in het projectgebied Maashorst tot maximaal 50 cm onder maaiveld. Het verondiepen van de hoofdwatergangen is gesimuleerd door de waterstand jaarrond tot 50 cm beneden het maaiveld op te zetten. Het verondiepen van de hoofdwatergangen heeft meer effect op de GHG dan op de GLG. In het noordelijk deel van het projectgebied, rondom Schaijk en de Palmvenloop worden verhogingen van de GHG en GLG berekend van respectievelijk 20 à 30 cm en 15 à 20 cm. Bij de Venloop en de andere watergangen in het zuidelijk deel van het projectgebied worden minder sterke verhogingen berekend (10 à 15 cm voor de GHG en 5 à 10 cm voor de GLG). Buiten het projectgebied worden nauwelijks verhogingen van de GHG en GLG berekend; lokaal is sprake van stijgingen tot 2 à 5 cm.

Figuur 6.6: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 2d (alle hoofdwatergangen verondiepen tot maximaal 50 cm onder maaiveld) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

89

6.3.6

Verkennende maatregel 2e: alle ont- en afwatering dempen in het projectgebied Maashorst

Dit scenario omvat het dempen van zowel alle hoofdwaterlopen (maatregel 2c) als alle overige ontwatering (maatregel 2a). Het berekende effect is groter dan beide losse maatregelen, doordat in de gecombineerde maatregelen geen enkele ontwatering meer aanwezig is. In de twee losse maatregelen is resp. nog primaire ontwatering of detailontwatering en buisdrainage aanwezig. Figuur 6.7 geeft de berekende effecten op de GHG en GLG weer. Het dempen van alle ont- en afwatering heeft meer effect op de GHG dan op de GLG. In grote delen van het projectgebied, met name in de lagere delen, waar veel hoofdwatergangen en tertiaire ontwatering aanwezig zijn, worden forse grondwaterstandsverhogingen berekend. Voor wat betreft de GHG zijn verhogingen te verwachten van 2 tot 5 cm in het meest zuidoostelijke deel van de Maashorst tot meer dan 1 meter in de laagtes rondom de Palmvenloop, ten zuiden van Schaijk, rondom de Venloop en de andere hoofdwaterlopen in het zuidwestelijke deel van de Maashorst. De verhogingen van de GLG variëren tussen 2 tot 5 cm in het meest zuidoostelijke deel van de Maashorst tot maximaal ongeveer 50 cm in het gebied ten zuiden van Schaijk en rondom de Venloop. De uitstraling van de grondwatereffecten naar de zone buiten het projectgebied blijven in het algemeen beperkt tot 2 à 5 cm.

Alleen ten oosten van het projectgebied, rondom Schaijk, en ten noordwesten van het projectgebied, in een zone tussen Heesch en Berghem, treden grotere uitstralingseffecten op. Hier worden lokaal GHG-verhogingen tot maximaal 40 cm en GLG-verhogingen tot maximaal 30 cm berekend (buiten het projectgebied).

Figuur 6.7: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 2e (dempen alle ont- en afwatering) t.o.v. referentiesituatie 6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

90

6.3.7

Verkennende maatregel 2f: bestaande stuwen tot aan maaiveld opzetten

Figuur 6.8 geeft de berekende veranderingen in GHG en GLG weer als gevolg van het opzetten van de bestaande stuwen tot aan maaiveldniveau in het projectgebied Maashorst, t.o.v. de referentiesituatie. Deze maatregel is in 2019 al gerealiseerd voor de Palmvenloop, rondom Heesch, de Venloop en het Hultje; deze peilverhogingen zijn al meegenomen in de referentiesituatie. Aanvullend worden in dit scenario ook de bestaande stuwen maximaal opgezet in de Munsche Wetering, het Straatsven en het gebied tussen de A50 en het Herperduin. Het maximaal opzetten van de bestaande stuwen heeft meer effect op de GHG dan op de GLG. De berekende verhogingen van de GHG bedragen maximaal 15 tot 20 cm (m.n. bij de Munsche Wetering). De berekende verhogingen van de GLG bedragen maximaal 10 tot 15 cm. Buiten het projectgebied worden vrijwel geen verhogingen van de GHG en GLG berekend.

Figuur 6.8: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 2f (maximaal opzetten peil bestaande stuwen) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

91

6.3.8

Verkennende maatregel 3a: 100% stedelijk gebied afkoppelen en ter plaatse infiltreren in het grondwater

Figuur 6.9 geeft de berekende veranderingen in GHG en GLG weer als gevolg van het afkoppelen en ter plaatse infiltreren van al het hemelwater van al het stedelijk gebied rondom de Maashorst, t.o.v. de referentiesituatie. Het afkoppelen is gesimuleerd door het stedelijk oppervlak in de stedelijke kernen te verminderen, waardoor een groter gedeelte van de stad een natuurlijk karakter krijgt waar het hemelwater kan infiltreren. Het volledig afkoppelen van stedelijke kernen is nog niet een realistisch doel. Het afkoppelen van stedelijk gebied heeft meer effect op de GHG dan op de GLG. In en direct rondom de bebouwde kernen Oss, Heesch, Nistelrode, Uden, Schaijk en Berghem worden GHG-verhogingen berekend tot maximaal 75 à 100 cm en GLG-verhogingen van maximaal 30 à 40 cm. Het afkoppelen van het stedelijke gebied straalt uit tot ver buiten de stedelijke kernen en zorgt in vrijwel het gehele projectgebied Maashorst voor grondwaterstandsverhogingen. De verhogingen van de GHG bedragen vrijwel overal meer dan 5 cm, met uitzondering van de laagte rondom de Munsche Wetering ten zuiden van het Herperduin. In het zuidelijk deel van het projectgebied, ten noordoosten van Uden, worden zelfs GHG-verhogingen van 15 tot 30 cm berekend.

De berekende GLG-verhogingen variëren tussen 2 à 5 cm in het centrale en noordelijke deel van het projectgebied tot maximaal 10 à 15 cm in de zuidelijke delen van het projectgebied.

Figuur 6.9: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 3a (afkoppelen stedelijk gebied 100%) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

92

6.3.9

Verkennende maatregel 4a: alle beregening stopzetten in projectgebied Maashorst

Figuur 6.10 geeft de berekende veranderingen in GHG en GLG weer als gevolg van het stopzetten van de beregening in het gehele projectgebied (rood omkaderde lijn Figuur 6.10) de Maashorst, t.o.v. de referentiesituatie. Het stopzetten van de beregening in het gehele projectgebied, dus ook buiten de NNB percelen, heeft meer effect op de GLG dan op de GHG. Beregening vindt alleen plaats in de zomermaanden, maar de grondwatereffecten werken vertraagd in het systeem door in de wintermaanden, waardoor er ook GHGverhogingen worden berekend. De sterkste effecten worden berekend in het centrale, oostelijke en zuidoostelijke deel van het projectgebied. Hier bedragen de berekende verhogingen van de GLG maximaal 20 tot 30 cm en de GHG-verhogingen maximaal 10 tot 15 cm. In Herperduin worden nauwelijks effecten berekend, omdat daar in de huidige situatie niet beregend wordt. De effecten ter plaatse van het landbouwareaal rondom Schaijk werken niet door tot in het Herperduin. Buiten de begrenzing van het projectgebied leidt het stopzetten van beregening nauwelijks tot grondwatereffecten. Alleen ten zuiden van Schaijk worden buiten de begrenzing van het projectgebied grondwaterstandsverhogingen tot maximaal 10 cm berekend.

Figuur 6.10: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 4a (alle beregening stopzetten) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

93

6.3.10 Verkennende maatregel 4b: alle beregening stopzetten ten oosten van de Raambreuk Figuur 6.11 geeft de berekende veranderingen in GHG en GLG weer als gevolg van het stopzetten van de beregening in het projectgebied ten oosten van de Raambreuk, t.o.v. de referentiesituatie. Het stopzetten van de beregening heeft meer effect op de GLG dan op de GHG. Beregening vindt alleen plaats in de zomermaanden, maar de grondwatereffecten werken vertraagd in het systeem door in de wintermaanden, waardoor er ook GHG-verhogingen worden berekend. De sterkste effecten worden berekend in het centrale, oostelijke en zuidoostelijke deel van het projectgebied. Hier bedragen de berekende verhogingen van de GLG maximaal 20 tot 30 cm en de GHG-verhogingen maximaal 10 tot 15 cm. Westelijk van de Raambreuk worden nauwelijks effecten berekend (aangezien in dit scenario de beregening daar wordt gehandhaafd). In Herperduin worden nauwelijks effecten berekend, omdat daar in de huidige situatie niet beregend wordt. De effecten ter plaatse van het landbouwareaal rondom Schaijk werken niet door tot in het Herperduin. Het stopzetten van de beregening ten westen van Zeeland zorgt voor het grootste deel voor de verhoging van de grondwaterstanden in het NNB-gebied op de Maashorst. Buiten de begrenzing van het projectgebied leidt het stopzetten van beregening nauwelijks tot grondwatereffecten.

Alleen ten zuiden van Schaijk worden buiten de begrenzing van het projectgebied grondwaterstandsverhogingen tot maximaal 10 cm berekend.

Figuur 6.11: Grondwaterstandsverandering GHG en GLG van verkennende maatregel 4b (alle beregening stopzetten in het deelgebied ten oosten van de Raambreuk) t.o.v. referentiesituatie

6 maart 2023

GEOHYDROLOGISCH ONDERZOEK MAASHORST

BI1417-101-100-RHD-ZZ-XX-RP-Z0003

94

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4858d5c6-8024-4585-9097-7f04d3fe59ed