Bijlage 2 D - Bijlagen bij de toelichting Burgemeester van Erpstraat 70 Berghem.PDF
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
4
Verantwoording
4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: •
Bedrijven en milieuzonering
(§ 4.1.1)
•
Bodem
(§ 4.1.2)
•
Externe veiligheid
(§ 4.1.3)
•
Geurhinder: agrarisch
(§ 4.2.4)
•
Geur: industrieel
(§ 4.1.5)
•
Luchtkwaliteit
(§ 4.1.6)
•
Mobiliteit en parkeren
(§ 4.1.7)
•
Straling
(§ 4.1.8)
•
Water
(§ 4.1.9)
•
Weg-, spoor-, en industrielawaai
(§ 4.1.10)
•
Gezondheid
(PM)
4.1.1
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.
In onderhavig project is geen sprake van een bedrijf zodat dit aspect niet aan de orde is.
De nieuwe woningen mogen ook bestaande bedrijven niet belemmeren in de bedrijfsvoering.
Nieuwe woning
Aan de voorzijde van de geplande woning aan de Hoessenboslaan ligt een bestemming Bedrijf, maximaal categorie 2. Pagina 72 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Dorp Berghem 2015 Ten opzichte van een bedrijf in de categorie 2 heeft een afstand nodig ten opzichte van een nieuwe woning van 30 meter.
De 30 meter afstand wordt op bovenstaande verbeelding weergegeven. De 30 meter ligt op de rand van de weg. Zelfs zonder in achtneming van een voortuin wordt te allen tijde aan de 30 meter afstand voldaan. Daarbij komt dat de nieuwe woning ten behoeve van de bescherming tegen het wegverkeer van de Hoessenboslaan in ieder geval 6 meter uit de voorgevelrooilijn gesitueerd moet worden. Dit betekent dat te allen tijde 36 meter afstand aanwezig is.
Aan de voorzijde van de nieuwe woning ligt ook een locatie met de bestemming Gemengd 3. Oranje op bovenstaande uitsnede van de verbeelding. Op grond van het bestemmingsplan Dorp Berghem 2015 mogen ter plaatse ook bedrijven tot maximaal categorie 2 aanwezig zijn. Ook hier geldt de afstand van 30 meter. Het bouwblok van deze bedrijfslocatie ligt iets naar achteren (zwarte lijn in oranje blok). De afstand ten opzichte van deze lijn tot rand bouwblok woning bedraagt 25 meter.
In de planregels is opgenomen dat de woning ten minste 6 meter vanaf de westelijke kavelgrens moet worden gebouwd. Deze afstand in noodzakelijk om geen overlast van het wegverkeer te hebben nabij deze woning. Dit betekent dat te allen tijde de woning op 30 meter afstand van het bouwblok van het gemengd bedrijf aan de overzijde van de weg bedraagt.
Pagina 73 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Daarnaast wordt opgemerkt dat voor beide bedrijven aan de Hoesenboslaan de nieuwe woning niet de dichtstbijzijnde woning wordt, zodat de nieuwe woning geen belemmeringen oplegt voor de bedrijfsvoering aan de Hoessenboslaan.
Aan de achterzijde (schuin) ligt een rundveebedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat 72 te Berghem.
Uitsnede verbeelding Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020
Pagina 74 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Volgens de Handreiking dient de afstand tot een rundveehouderij 100 meter te bedragen, een en ander door de afstand ten behoeve van geur.
De afstand van bouwblok tot bouwblok bedraagt ruim 45 meter. Aan de richtafstanden voor stof, geluid en gevaar wordt derhalve voldaan. De afstand voor geur wordt niet gehaald.
De afstanden in de handreiking zijn richtlijnen. Deze richtlijnen voor een gewenste afstand kunnen worden gecorrigeerd door dwingende normen in landelijke regelgeving
Voor rundveehouderijen geldt voor geur de landelijke regeling: Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van artikel 4 van deze wet dient de afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom 50 meter te bedragen.
Ondanks dat deze afstand van 50 meter niet gehaald wordt, is de nieuwe woning aan de Hoessenboslaan geen beperkende factor voor het bedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat 72.
Dit bedrijf dient namelijk ten opzichte van de woning aan de Burgemeester van Erpstraat 68 te Berghem een afstand van 50 meter te hebben vanaf het bouwblok. Deze afstand is echter maar 25 meter. Ten opzichte van alle woningen aan de Burgemeester van Erpstraat, aan de overzijde van het rundveebedrijf, moet dit bedrijf een afstand hebben van 50 meter. Ten opzichte van diverse burgerwoningen wordt deze afstand van 50 meter niet gehaald.
Bovendien wordt het rundveebedrijf niet enkel beperkt door omliggende woningen maar mede door wet- en regelgeling. Het bedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat 72 te Berghem is gelegen in een zone die is aangeduid als beperking veehouderij in het bestemmingsplan Buitengebied Oss2020. Op grond van artikel 3.1.2 van het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 onder g is een uitbreiding van de gebouwen ter plaatse niet mogelijk. Dit artikel is hieronder weergegeven:
In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' is binnen de zone 'overige zone - beperking veehouderij' de uitoefening van een veehouderij uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', met dien verstande dat:
Pagina 75 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
1. voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), ten hoogste de omvang heeft van de gebouwen die: o
op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of
o
gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning;
2. voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de bouwwerken die geen gebouw zijn ten hoogste de omvang heeft van de bouwwerken die geen gebouw zijn die: o
op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of
o
gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning;
3. voor een grondgebonden veehouderij een toename van de oppervlakte van dierenverblijven niet is toegestaan; 4. binnen gebouwen dieren alleen op de begane grond gehouden mogen worden, met uitzondering van volière- en scharrelstallen, waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden voor legkippen; 5. in afwijking van het bepaalde onder 4 voorzieningen voor dierenwelzijn op alle bouwlagen aanwezig mogen zijn;
In afwijking van het gestelde onder 3 mag op grond van artikel 3.4 van dit bestemmingsplan het oppervlakte aan dierenverblijven worden uitgebreid als: 1. maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een
zorgvuldige veehouderij, een en ander conform de door Gedeputeerde Staten van NoordBrabant vastgestelde regels van de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij zoals die gelden ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning 2.
de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving. Het betreft hier onder andere verkeersafwikkeling, milieuaspecten en volksgezondheid
3. er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op
geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert 4. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de
omgeving in de planontwikkeling
Voor het rundveebedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat 80 te Berghem ligt de nieuwe woning buiten de afstandseisen die gelden.
Pagina 76 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Conclusie De nieuwe woning levert geen belemmeringen op voor de omliggende bedrijven.
Bestaande woning
De bestaande bedrijfswoning aan de Burgemeester van Erpstraat wordt een burgerwoning. Deze woning ligt op 7 meter van het bouwblok van de rundveehouderij aan de Burgemeester van Erpstraat 72.
Voor de aspecten stof, geluid en gevaar en geur wordt niet aan de richtafstanden van de brochure Bedrijven en Milieuzonering voldaan.
Echter voor de aspecten stof, geluid en gevaar wordt de bestaande bedrijfswoning reeds in zijn bestaande hoedanigheid beschermd omdat ook bij een bedrijfswoning sprake is van een gevoelig object in het kader van de regelgeving ten aanzien van stof, geluid en gevaar.
Voor het aspect geur wordt onderscheid gemaakt tussen een woning en een woning behorend bij een veehouderij.
Voor geur bedraagt de afstand tussen het bouwblok van de woning aan de Burgemeester van Erpstraat 70 en het agrarisch bouwblok aan de Burgemeester van Erpstraat 72 te Berghem geen 100 meter, welke afstand volgens de brochure Bedrijven en Milieuzonering gewenst zou zijn. Deze richtlijn voor een gewenste afstand kan worden gecorrigeerd door dwingende normen in landelijke regelgeving.
Voor een voormalige bedrijfswoning geldt de Wet geurhinder en veehouderij.
Volgens artikel 3 lid 2 van de Wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij buiten de bebouwde kom 50 meter.
De bedrijfswoning die omgezet wordt naar een burgerwoning is tot op heden een bedrijfswoning op een locatie met de bestemming Agrarisch welke na 19 maart 2000 ophoudt deel uit te maken van een agrarisch bedrijf. Een dergelijke woning moet op 50 meter van een veehouderij zijn gelegen.
Aan deze afstand wordt niet voldaan.
Echter, bedrijfsontwikkeling aan de Burgemeester van Erpstraat 72 te Berghem wordt niet extra belemmerd door een woonbestemming aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem.
Pagina 77 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
De woning aan de Burgemeester van Erpstraat 68 alsmede de woningen aan de overzijde van het bedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat liggen allen binnen de afstandseis die noodzakelijk is voor de (uitbreiding) bedrijfsvoering.
Wel is een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van een goed woon- en leefklimaat van de woning aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1.4. Uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van een zeer goed woon en leefklimaat.
Aan de afstand van 50 meter ten opzichte van het bedrijf aan de Burgemeester van Erpstraat 80 wordt ruimschoots voldaan.
Conclusie De bedrijfsvoering van omliggende bedrijven wordt niet belemmerd door de functiewijziging van de bedrijfswoning.
4.1.2
BODEM
Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.
In het kader van dit project is sprake van nieuwbouwactiviteiten. Er wordt een nieuwe woning aan de Hoesenboslaan gerealiseerd. Tevens worden binnen dit project ter plaatse van de boerderij aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem bestaande gebouwen gesloopt en verhardingen verwijderd, waarbij rekening moet worden gehouden met asbest. Op de locatie van de boerderij vindt geen nieuwbouw plaats..
Bij een wijziging/herziening van het bestemmingsplan voor het gebruik in afwijking van de bestemming dient de haalbaarheid van het plan te worden onderzocht. Als onderdeel hiervan is een toets voor wat betreft de bodemkwaliteit noodzakelijk.
Van de locatie aan de Hoessenboslaan wordt veronderstelt dat deze schoon is. Op basis van de beschikbare gegevens bij de gemeente Oss is deze locatie niet verdacht voor bodemverontreiniging. Op basis van de historie van het terrein is de verwachting dat de locatie geschikt is voor de beoogde ontwikkeling en bestaan er geen bodem hygiënische bezwaren tegen de voorgenomen plantonwikkeling. Pagina 78 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Voor de sloop van de bedrijfsgebouwen en de verharding is dit anders.
Een onderzoek naar de
aanwezigheid van asbest is noodzakelijk.
Derhalve is een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese “onverdachte locatie” volgens NEN 5740 worden gesteld. Voor het onderzoek asbest in de bodem (voor de drupzone bij de berging en stal) wordt de hypothese “diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming” gesteld. Dit onderzoek is ingevoegd in bijlage 6. De conclusie van dit onderzoek is: “
“
Pagina 79 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Conclusie Het aspect bodem is geen belemmering voor dit project.
4.1.3
Externe veiligheid
Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit:
-
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
-
het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet
-
het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
-
Vuurwerkbesluit. In dit besluit zijn voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk veiligheidsafstanden vastgesteld.
-
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.
-
Het Activiteitenbesluit milieubeheer: In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen opgenomen die moeten worden aangehouden ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm.
Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico- ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.
In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest.
Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het Pagina 80 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.
Voor het groepsrisico geldt in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geen milieunorm als grens- of richtwaarde. Het groepsrisico kent echter de zogenaamde verantwoordingsplicht. De verantwoording van het groepsrisico moet worden uitgewerkt binnen het zogenaamde invloedsgebied.
Het eindresultaat van de verantwoording van het groepsrisico is een kwalitatief oordeel over de aanvaardbaarheid van het groepsrisico. Het gaat om een politieke afweging van de (kwantitatieve) hoogte van het groepsrisico’s in relatie tot de aanwezige en mogelijk aanvullend te treffen bron- en ruimtelijke maatregelen, de bestrijdbaarheid van een mogelijk incident, en de zelfredzaamheid van de aanwezige bevolking. Ook de beoordeling van maatschappelijke nut en noodzaak maakt onderdeel uit van de verantwoording van het groepsrisico. Bij de beoordeling van het groepsrisico is de vraag relevant of het nodig is extra maatregelen te nemen die het risico verder beperken ofwel de veiligheid verhogen. Het gaat daarbij om extra maatregelen omdat risicobronnen altijd al voorzien moeten zijn van veiligheidsmaatregelen op grond van diverse wetregelgeving en veiligheidsnormen buiten de externe veiligheid om. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Transport Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden. Deze wet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafond, door de groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, dient de minister maatregelen te nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de Pagina 81 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gemeenten moeten in hun bouwplannen ook rekening houden met de risico’s van het vervoer. De kans op een ongeluk tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen is klein maar niet uitgesloten. Bij voorkeur wonen en werken er in de risicozones langs spoor- weg en water geen mensen. Gemeenten moeten het gebied en de gebouwen langs de infrastructuur zo inrichten dat mensen gemakkelijk weg kunnen komen. Ook moeten hulpdiensten hun werk kunnen doen. In de directe omgeving van de planlocatie is de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Nijmegen gelegen. Uitgangspunt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor is om zo veel mogelijk vervoer via de Betuweroute te laten rijden. De Betuweroute is een aanvulling op het bestaande spoor voor alleen goederentreinen. Hiermee wordt het vervoer over de Brabantroute die door een aantal grote steden leidt, zoveel mogelijk vermeden.
Voor een aantal bestemmingen is de Betuweroute verplicht, bijvoorbeeld voor treinen tussen de Rotterdamse haven en Noordoost Europa. Op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes moeten gemeente bij het vaststellen van bestemmingsplannen de basisnetafstand aanhouden. Dit betekent dat het bestemmingsplan de bouw van nieuwe kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour niet mogelijk mag maken. Volgens de risicokaart van de provincie, zie hieronder vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Den Bosch-Nijmegen plaats. De planlocatie is dan ook niet gelegen in een risicocontour.
De locatie ligt wel in de nabijheid van het spoor Nijmegen-Den Bosch.
Risicokaart
In Nederland zijn deze risicovolle inrichtingen in kaart gebracht. Ook de provincie Noord-Brabant heeft een dergelijke kaart. Een passage van deze kaart is hieronder weergegeven.
Pagina 82 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Passage risicokaart Brabant
bron: provincie Noord-Brabant
In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen die plaatsgebonden risico’s binnen het gebied veroorzaken. Dit betekent dat er geen wettelijke plaatsgebonden risicocontouren over het plangebied liggen. Het plangebied ligt ook niet binnen een invloedsgebied van een inrichting. Verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde.
Pagina 83 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Gemeentelijk kader
Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt.
Externe veiligheid Oss 2011
De gemeente Oss heeft in maart 2011 de Beleidsvisie externe veiligheid Oss; Ruimtelijke planning van opslag en transport gevaarlijke stoffen, ambities en aanpak vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt.
Kwetsbaar object De ontwikkeling betreft 1 kwetsbaar object zoals geformuleerd in het Bevi, artikel 1 onder b.
Ligging plangebied. De nieuwe woning is niet gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6 jaar). Zie onderstaande uitsnede van de risicokaart. PR is aangeduid met een stippelarcering (blauwe pijl). .
Pagina 84 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Signaleringskaart Externe Veiligheid Oss
Bron: gemeente Oss
Op de Signaleringskaart Externe Veiligheid Oss wordt onderhavige aangemerkt als een locatie welke is gegeven in een invloedsgebied van de spoorwegen.
Pagina 85 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
In tabel 1, hieronder ingevoegd, is voor de spoor- en rijkswegen een zone-indeling weergegeven waarin eisen zijn gesteld aan de omgeving. De weergegeven zone-indeling sluit aan bij het Besluit externe veiligheid transportroutes.
Ten aanzien van het vervoer per spoor is deze indeling uitsluitend van
toepassing langs de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Nijmegen.
Het plangebied ligt, zoals gezegd, in de nabijheid van de spoorverbinding Nijmegen-Den Bosch. Hierover vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. In de door het Rijk vastgestelde regelgeving, het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet is opgenomen dat bij ruimtelijke planvorming binnen 200 meter van transportassen, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, het groepsrisico moet worden verantwoord.
Het plangebied is gelegen binnen het BLEVE (explosie) invloedsgebied en toxisch invloedsgebied van deze Spoorlijn (210 meter). Het plangebied is daarmee wel gelegen buiten de 200 meter inventarisatiezone van de spoorweg.
Zone III BLEVE aandachtsgebied (1% letaal): 200 - 300 meter De zone tussen 200 en 300 meter vanaf het tracé omvat het 1% letaliteitsgebied van een BLEVE en het gebied waar de effecten van een toxische gaswolk nog significant aanwezig kunnen zijn.
Pagina 86 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
De overige drie aspecten hebben zwaarte 2 hetgeen betekent dat 1. er geen noodzaak hoeft te worden aangetoond om voorziening op deze plek te realiseren. 2. de zelfredzaamheid goed is; 3. Bestrijdbaarheid: •
er een goede verkeerskundige ontsluiting voor hulpdiensten is;
•
er voldaan wordt aan de Handleiding bluswatervoorziening of een gelijkwaardig voorstel van de brandweer;
•
er voldoende opvang is, afvoersloten;
•
er minimaal twee vluchtroutes van de bron af zijn;
•
kwetsbare objecten aan risicoluwe zijde gerealiseerd moeten worden.
4. Maatregelen: • maatregelen moeten in beschouwing worden genomen; • privaatrechtelijk afdwingen is niet nodig; • aandacht voor organisatorische en communicatiemaatregelen.
Derhalve dient vanwege de toename van het aantal personen en het toevoegen van kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied een beperkte verantwoording van het groepsrisico afgelegd te worden.
Verantwoording Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident en de aard van het incident het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item. Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico.
De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor onderhavig plan speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet . De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden. Ten aanzien van de algemene mogelijkheid van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/De Veiligheidsregio opgestelde “risicoprofiel”.
Mogelijkheid van zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt “schuilen” de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringen van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken wordt blootgesteld zijn hierbij parameters.
Pagina 87 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met 1 druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig worden gewaarschuwd. Dit gebeurt door het in werking stellen van het Waarschuwings- en alarmsysteem (WAS) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding . De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS.
Motivatie De bestaande woning levert geen veranderingen op ten aanzien van het bestaand aantal personen.
De toevoeging van 1 enkele woning zal een miniem effect hebben op de personendichtheid in het gebied. De bouw van 1 woning aan de Hoessenboslaan zal geen significante toename van het groepsrisico met zich zal meebrengen. De bereikbaarheid en bestrijdbaarheid binnen en rondom het plangebied zal, bij realisatie van de bouw van de woning, niet verslechteren. De zelfredzaamheid van de mensen door middel van “schuilen” kan in de nieuwe woning. Paragraaf 6.1.2 van deze beleidsnotitie geeft aan dat vanaf 200 meter mensen binnenshuis in principe voldoende veilig zijn en de nieuwe woning ligt in zone III zodat deze in het dekkingsgebied van het WAS valt.
Vervoer over de weg Het plangebied is gelegen binnen het toxisch invloedsgebied van de Rijksweg A50 (op circa 3,3 km). Het plangebied is gelegen buiten de 200 meter inventarisatie-zone van de Rijkswegen. Derhalve dient ook hier vanwege de toename van het aantal personen en het toevoegen van kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied een beperkte verantwoording van het groepsrisico afgelegd te worden.
Hiervoor, de beperkte verantwoording, wordt verwezen naar de vorige paragraaf bij spoorwegen waaraan het onderstaande wordt toegevoegd.
Daarnaast moet het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. In de huidige situatie is het plangebied gelegen aan een 30 km weg en niet aan doorgaande wegen van regionale betekenis. De grotere doorgaande wegen in de gemeente Oss waarover transporten van gevaarlijke stoffen zullen plaatsvinden, zijn de Rijkswegen A50 en A59. Het plan ligt op een zodanige afstand van deze routes (op minimaal 1.000 meter afstand) dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden. Derhalve is het aspect externe veiligheid niet limiterend. Pagina 88 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Vervoer over het water In de omgeving van het plangebied zijn geen waterwegen aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dit aspect is voor de beoogde herontwikkeling derhalve niet limiterend.
Hoogspanningslijnen en buisleidingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen hoogspanningsleidingen of buisleidingen gesitueerd, noch gepland.
Advies veiligheidsregio In artikel 9 van het besluit extern veiligheid transportroutes is opgenomen dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 7 het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio in wiens regio het gebied ligt waarop het plan betrekking heeft in de gelegenheid advies uit te brengen over de in artikel 7 en, voor zover van toepassing, artikel 8 genoemde onderwerpen. In het kader van het wettelijke verplichte vooroverleg is de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld op het plan te reageren. Het advies van de Veiligheidsregio is ingevoegd als bijlage 7.
De conclusie van dit advies is: “ Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.”
In het Activiteitenbesluit, bullit 6, staan aan te houden afstand tot externe objecten. Deze externe veiligheidsafstanden gelden voor een beperkt aantal bedrijven. Het gaat onder meer om: a. Bedrijven met opslag van meer dan 2.500 kg (of liter) gevaarlijke stoffen in één opslagvoorziening en b. Locaties waar een bovengrondse propaantank is gebruik is
Ten aanzien van Bullit 4, 5 en 6 blijkt uit de risicokaart op pagina 83 dat inrichtingen met vuurwerk, LPG opslag alsmede andere opslagen van gevaarlijke stoffen niet in de omgeving van dit project voorkomen. Ook ligt de locatie niet binnen een veiligheidszone van dergelijke inrichtingen. Bullit 4 tot en met 6 leveren dan ook geen beperkingen op voor de ontwikkeling van dit project.
Uit het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit het aspect van Externe veiligheid geen belemmeringen zijn om de woning te kunnen gaan bouwen.
Pagina 89 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Conclusie
Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de ontwikkeling van dit project.
4.1.4
GEURHINDER: AGRARISCH
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. In onderhavig project wordt een geurgevoelige object gerealiseerd alsmede een bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning.
De gemeente Oss heeft op 13 april 2017 op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Agrarische geurgebiedsvisie Oss 2013” en de “Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: •
de burger beschermen tegen geurhinder
•
de veehouderijen niet onnodig beperken
•
ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woonen leefklimaat is.
In deze gemeentelijke Geurverordening zijn van de wet afwijkende geurnormen vastgelegd. Het bedrijf ligt in net buiten de bebouwde kom van Berghem. De lijnen op de kaart (figuur 1) volgende de lijnen van de bestemming Berghem Dorp 2015.
Hier geldt een geurnorm van 8 OuE en voor de bebouwde kom van Berghem geldt een norm van 2 Ou E
Pagina 90 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Figuur 1: uitsnede uit kaart geurnormen verordening 2017 Oss Voorgrondbelasting
Wettelijke afstanden geurhinder Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand vanuit het dierenverblijf tot aan een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom minimaal 100 meter zijn. Als het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom ligt, dan geldt een afstand van minimaal 50 meter. Deze afstand wordt gemeten vanuit het emissiepunt van het dierenverblijf. Een buitenbak of uitloop voor paarden is niet het dierenverblijf. Een geurgevoelig object is – kort gezegd – een gebouw bestemd voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat
daarvoor
permanent
wordt
gebruikt.
Voorbeelden
hiervan
zijn
woningen,
ziekenhuizen,
recreatiewoningen etc. De afstand van de buitenzijde van het dierenverblijf tot de buitenkant van het geurgevoelig object is ten minste 50 meter als het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom ligt. Als het buiten de bebouwde kom ligt, is de afstand minimaal 25 meter.
Volgens artikel 3 lid 2 van de wet geurhinder en veehouderij, bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij buiten de bebouwde kom 50 meter.
Naast onderhavige locatie ligt een agrarisch bedrijf. Het is een melkrundveebedrijf met melkkoeien en jongvee. De afstand van dit bedrijf tot aan de woning van onderhavige locatie, een woning welke na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, moet 50 meter bedragen.
Aan deze afstand wordt niet voldaan, doch dit belemmerd deze ondernemer niet. Zijn bedrijf ligt namelijk in een gebied met de aanduiding : Beperkingen veehouderij. Dit betekent dat geen dieren en geen gebouwen meer mogen worden toegevoegd aan dit bedrijf.
Pagina 91 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Omdat niet voldaan wordt aan de minimale afstand zoals hierboven aangegeven, is nader onderzoek uitgevoerd of sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe bestemming van de bestaande woning.
De geurbelasting van de vigerende milieuvergunning van de omliggende bedrijven gelegen rondom de burgemeester van Erpstraat 70 moet in beeld worden gebracht.
Om te bepalen of de woning van
initiatiefnemer beperkend is wordt bekeken hoeveel ontwikkelruimte er nog aanwezig is voor betreffende bedrijven.
De
voorgrondbelasting
betreft
de
geurbelasting
die
wordt
veroorzaakt
door
de
individuele
veehouderijbedrijven rondom het bedrijf gelegen aan de Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem. Alleen bedrijven direct naast het bedrijf worden hierin meegenomen omdat verder weg gelegen bedrijven nagenoeg altijd minder geuroverlast veroorzaken dan dichterbij gelegen bedrijven.
Door Exitus Bedrijfsontwikkeling is een onderzoek naar deze geurcontouren uitgevoerd. De conclusie van de voorgrondbelasting is :
Tabel 3. Individuele geurbelasting (voorgrondbelasting) (receptor) Burg. van Erpstraat 70 Bron
Geurnorm
Belasting
Hinder%
Leefklimaat
8
0.3
1%
Zeer goed
8
0,4
2%
Zeer goed
8
0.1
1%
Zeer goed
Burg van Erpstraat 77 Burg van Erpstraat 70 Burg van Erpstraat 80
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de vergunde activiteiten bij toetsing aan de Wet geurhinder en veehouderij niet resulteert in overschrijdingen van de individuele geurnorm. De belasting op de punten in het buitengebied, waar de norm van 8 ouE/m3geldt, de voorgrondbelasting van de individuele bedrijven is gelegen in de range van 0,1-0,4 ouE/m3 . Het hinderpercentage ligt in de range van 1% - 2% voor Burg. van Erpstraat 70, de individuele geurbelasting wordt nergens overschreden en biedt geen belemmering voor de omliggende bedrijven. Op het berekende object is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat.
Dit onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing.
Pagina 92 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Achtergrondbelasting
De achtergrond belasting wordt veroorzaakt door alle omliggende veehouderijen in een straal van 2 kilometer om de locatie aan Burgemeester van Erpstraat 70 te Berghem.
Om te bezien of er iemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad (belangen veehouderij en derden) en of dat er ter plaatse van het initiatief een goed woon- en leefklimaat geldt (belangen geurgevoelig object) is de gebiedsvisie van de gemeente Oss geraadpleegd.
Hiervoor zijn de geurcontouren en de vaste afstandscirkels van de omliggende bedrijven alsmede de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied in beeld gebracht.
De gemeenteraad van Oss heeft op 13 december 2012 het agrarisch geurbeleid vastgesteld. Het gaat hierbij om geur door het houden van dieren in een veehouderij. Het nieuwe geurbeleid is afgestemd op de aard en het gebruik van onze gebieden. Ook de mogelijke groei van veehouderijen is meegewogen in het beleid. Het geurbeleid biedt bescherming tegen de overlast van geur op de plaatsen waar de meeste burgers zijn. Het geeft ook groeimogelijkheden voor veehouderijen waar er ruimte is. Met het nieuwe geurbeleid probeert de gemeente Oss (kleine) bedrijven met weinig geuruitstoot zo min mogelijk te beperken. Ook ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, worden mogelijk gemaakt.
In deze visie/regels zijn berekeningen uitgevoerd om beleid te kunnen bepalen in het kader van de ruimtelijke ordening, wanneer sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Deze berekeningen zijn verwerkt in kaarten.
Door Exitus Bedrijfsontwikkeling is ook de achtergrondbelasting uitgerekend. De conclusie van dit onderzoek is:
Tabel 3 . Achtergrondbelasting op receptorpunten in huidige en aangevraagde situatie
Huidige Situatie Id Burg. van Erpstraat 70
Belasting
Hinder%
Leefklimaat
0,969
2%
Zeer goed
Uit tabel 2 en 3 blijkt dat in het buitengebied het woon en leefklimaat als zeer goed omschreven kan worden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
De nieuwe woning aan de Hoessenboslaan ligt verder van deze agrarische bedrijven af, vandaar dat uit bijlage 2 bij deze onderbouwing geconcludeerd kan worden dat op het niveau van deze woning zeker sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Pagina 93 van 150
Ruimtelijke onderbouwing Burg. van Erpstraat 70 te Berghem 2 mei 2022
Conclusie Dit project levert geen beperkingen op in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij.
4.1.5
GEUR: INDUSTRIEEL
Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: •
als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig;
•
als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe;
•
de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.
Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.
Op onderhavige locatie wordt geen woning gerealiseerd, de bestaande woning is reeds jaren aanwezig. Ten opzichte van bedrijven is met deze woning te allen tijde rekening gehouden.
Aan de Hoessenboslaan wordt wel een woning gerealiseerd. Deze onderhavige locatie ligt echter niet in de nabijheid van een industrieterrein. Wel ligt aan de overzijde (schuin) een bedrijfsbestemming, doch deze mag tot maximaal milieucategorie 1 en 2. Bovendien zijn aan beide zijde van dit bedrijf burgerwoningen aanwezig. De bedrijfsvoering wordt afgestemd op de dichtstbijzijnde woningen, hetgeen niet de woning aan de Hoessenboslaan is.
4.1.6
LUCHTKWALITEIT
Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen Pagina 94 van 150