CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 consultatienota gebiedsvisie Vitaal Buitengebied (002).DOCX

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente OssBij agendapunt: B Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied6.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Consultatienota Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied

1. Aanleiding en achtergrond Om te komen tot een omgevingsvisie voor de gemeente Oss stellen we eerst drie gebiedsvisies op: één voor het stedelijk gebied, één voor de stadjes en kernen en één voor het buitengebied. Iedere gebiedsvisie kent zijn eigen totstandkoming- en participatietraject om op die manier zo goed mogelijk rekening te houden met de belangen die spelen in de verschillende deelgebieden. Dit is de consultatienota van de Gebiedsvisie Vitaal buitengebied. Hierin geven we weer welke participatieen consultatie stappen er zijn gezet en hoe we de input op de concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied hebben gebruikt om tot de definitieve Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied te komen. De Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied staat niet op zichzelf. In de afgelopen jaren hebben we successievelijk en consequent al allerlei stukjes van onze buitengebied puzzel gelegd. De gemeenteraad heeft meer of minder vergevorderde besluiten genomen over allerlei deelonderwerpen. Zoals het waterveiligheidsproject Meanderende Maas, energieopwekking, het toekomstperspectief voor de Landbouw in onze gemeente, vrijkomende agrarische bebouwingen, het bestemmingsplan Buitengebied 2020, uitbreidingslocaties voor wonen, Recreatie en Toerisme, erfgoed, natuurontwikkeling, de Maashorst, het Schone Luchtakkoord en circulariteit. Dergelijke keuzes maken we niet van achter de bureautafel.

Daarover is intensief geparticipeerd en gesproken met veel verschillende partners per deelonderwerp. En we werken daarbij samen met allerlei partijen van binnen en buiten onze gemeente. En de participatie loopt door in allerlei vervolgprocessen.

2. Het participatieproces rondom de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Voor de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied hebben we het totstandkomingsproces opgeknipt in 3 stappen: de gespreksnota, de concept gebiedsvisie en de definitieve gebiedsvisie. 2.1. Gespreksnota We zijn begonnen met het opstellen van een gespreksnota. Om te komen tot deze gespreksnota zijn we halverwege 2020 met onze partners in het buitengebied in overleg gegaan over de trends en ontwikkelingen in ons buitengebied en de thema’s die een plek zouden moeten krijgen in de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied. Ook hebben we de eerder opgehaalde input in het kader van de verhaallijnen buitengebied gebruikt als input voor de gespreksnota. In de gespreksnota hebben we de opgaven en de vraagstukken bepaald waar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied over moet gaan. De gespreksnota is besproken met het college van Burgemeester en Wethouders op 29 september 2020 en behandeld in de Opiniecommissie Ruimte van 10 december 2020. De opiniecommissie was positief over de gespreksnota als startpunt van het proces en de ingezette koers om te komen tot de gebiedsvisie. De gemaakte opmerkingen over onder andere het belang van recreatie, verkeer en transitie van de landbouw zijn meegenomen in het vervolg.

Vervolgens was het de bedoeling om aan de hand van de gespreksnota het gesprek aan te gaan met alle inwoners en belanghebbenden in en rondom het buitengebied. De toen geldende coronamaatregelen verhinderden dat echter. Daarom hebben we er voor gekozen om in januari en februari 2021

gericht onze belangrijkste belanghebbenden te benaderen middels een digitale consultatie en een aantal fysieke gesprekken. De input uit die consultatie en gesprekken evenals de input uit de opiniecommissie hebben we vervolgens gebruikt om de gespreksnota door te vertalen naar een eerste concept van de gebiedsvisie. 2.2. Concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied We hebben een interne workshop georganiseerd om alle input vanuit de gespreksnota te vertalen naar de concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied. We hebben een gesprek gehad met een brede afvaardiging van de provincie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Ook hebben we verdiepende workshops gehouden met belanghebbenden op de thema’s landbouw, natuur, water en recreatie & toerisme. Daarna is het concept van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied op 29 april 2021 besproken met het college van Burgemeester en Wethouders en op 27 mei 2021 in de Opiniecommissie Ruimte. De opiniecommissie was te spreken de kwaliteit van het stuk, de herkenbaarheid en de consistentie en keek uit naar de resultaten van de consulatie. Opnieuw hinderden de coronamaatregelen ons om hierna grote bijeenkomsten en informatiesessies te houden. Maar toch wilden we iedereen de gelegenheid geven om met ons mee te denken en ons te helpen om te komen tot een definitieve gebiedsvisie. We hebben ervoor gekozen om dat in twee stappen te doen.

We zijn begonnen met een brede internet- en papieren consultatie eind mei/begin juni, waarbij iedereen zijn input kon leveren. Om dat zo goed mogelijk te organiseren hebben we in de concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied per deelgebied (Maasoevergebied, poldergebied en dekzandgebied) een aantal dilemma’s geformuleerd waarop iedereen zijn, haar of hun reactie kon geven. Dat is in grote mate gebeurd. We hebben in totaal meer dan 140 reacties ontvangen. Dat is voor een gemeentelijke gebiedsvisie een grote respons. Vervolgens zijn er in juni 2021 in totaal negen digitale gebiedsgesprekken gevoerd met belanghebbenden en inwoners. Per gebiedsgesprek namen doorgaans zo’n 10 personen deel. Dat waren enerzijds deelnemers die vanuit een bepaalde belangengroep deelnamen (bijvoorbeeld IVN, ZLTO, Horeca Nederland) maar ook inwoners van de verschillende deelgebieden. Per deelgebied hebben we verdiepende gesprekken gevoerd over de dilemma’s. Dat waren positieve en constructieve gesprekken die ons input hebben opgeleverd om de dilemma’s te kunnen vertalen. Veelal zijn de keuzes in lijn met de reeds voorgestelde koers uit de concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied, met hier en daar een accentverschil of een nuancering (zie hst 4). Daarnaast zijn we in gesprek gegaan met de jongerenraad om bij hen op te halen hoe zij aankijken tegen de geschetste dilemma’s.

Zo willen we ook de stem van de jeugd expliciet een plek geven in het participatieproces. Ook hebben derdejaars studenten van de WUR hun visie gegeven op Oss en de regio in 2050 (zie hst 3). 2.3. Definitieve Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied De resultaten van de internet- en papieren consultatie, de gebiedsgesprekken en de reacties uit de opiniecommissie van 27 mei 2021 hebben we gebruikt om de concept gebiedsvisie te vertalen naar

de definitieve gebiedsvisie. Die bieden we ter behandeling door de gemeenteraad van 7 oktober 2021 aan. Deze consultatienota vormt een bijlage bij de stukken. De definitieve Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied vormt daarna een van de bouwstenen voor de omgevingsvisie, samen met de andere gebiedsvisies.

3. Status en inhoud van deze consultatienota 3.1 Status van de consultatie In deze consultatienota beschrijven we wat we hebben opgehaald en hoe we dat hebben vertaald naar de definitieve Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied. Dat betekent echter niet dat in deze nota iedere reactie individueel wordt besproken en “beoordeeld”. Deze consultatienota is immers geen zienswijzenota en de gebiedsvisie is ook niet een stuk waartegen bezwaar of beroep ingesteld kan worden. We hebben alle reacties geanalyseerd en zo veel mogelijk op hoofdlijnen gebundeld aan de hand van de deelgebieden en de dilemma’s. 3.2 Internetconsultatie en gebiedsgesprekken In deze consultatienota geven we een overzicht van de belangrijkste resultaten van de internet- en papieren consultatie en de gebiedsgesprekken. Die hebben we vertaald naar oplossingsrichtingen voor de dilemma’s. Daarna geven we per dilemma aan hoe we de oplossingsrichtingen hebben vertaald naar de definitieve gebiedsvisie (zie hst 4). We proberen zoveel mogelijk goede suggesties een plek te geven in de gebiedsvisie, maar we hebben niet alles mee kunnen nemen. Sommige suggesties zijn in strijd met geldend beleid en geen onderwerp van discussie in de gebiedsvisie. Andere voorstellen zijn zodanig specifiek of detaillistisch dat die niet passen bij het strategische karakter van de gebiedsvisie.

Mogelijk dat deze voorstellen wel in de verdere uitwerkingen van de gebiedsvisie terug zullen komen. 3.3 Gesprek met de jongerenraad Naast de internet- en papieren consultatie en de gebiedsgesprekken hebben we op 21 juni 2021 gesproken met een afvaardiging van de jongerenraad. We willen ook de stem van de jeugd nadrukkelijk mee nemen in het consultatieproces. Met hen hebben we dilemma’s besproken en gekeken hoe zij aankijken tegen de ontwikkeling van het Osse buitengebied. Zij zien de ontwikkelingen als volgt: -

Transitie van de landbouw

De landbouw zal een verandering ondergaan naar kringlooplandbouw, waarbij sprake is van een betere balans tussen agrarische productie en de effecten op bodem en water, biodiversiteit e.d. Er zal ook sprake zijn van een eiwittransitie, waarbij er sprake is van minder focus op de productie van dierlijke eiwitten en meer op plantaardige eiwitten. De jongerenraad vindt het van belang dat er voldoende oog is voor de positie van de agrarische ondernemer in dit proces. Zij moeten voldoende tijd en ruimte krijgen om mee te doen in deze transitie. De jongerenraad vraagt zich echter af, als we streven naar een korte kringloop op regionaal of nationaal niveau, of we wel voldoende ruimte hebben om voldoende voedsel voor onze bevolking te produceren, en of dat wel efficiënt is. Als kringlooplandbouw ook kringloop consumptie betekent, dan is er ook een

gedragsverandering nodig. Bijvoorbeeld dat we niet het hele jaar door dezelfde producten kunnen consumeren (vergelijkbaar met asperges die alleen in het seizoen verkrijgbaar zijn). En wat doet dat met de positie van derdewereldlanden die afhankelijk zijn van voedsel export van bijvoorbeeld bananen of koffiebonen? Leidt kringlooplandbouw en kringloopconsumptie niet tot enorme armoede in die landen? Is dat wellicht een “weeffout” in de kringloopgedachte? -

Energietransitie

Het behalen van de klimaatdoelen van Parijs vraagt om de omschakeling van een fossiel energiesysteem naar een systeem gebaseerd op hernieuwbare, duurzame energieproductie. De jongerenraad vindt het van belang dat daarbij gezocht wordt naar de juiste, best passende gebieden om die duurzame energie op te weken. Er moet sprake zijn van een goede, efficiënte balans tussen zon- en windenergie en zon-op-dak en zon-op-land. Belangrijk is dat dat goed wordt uitgelegd en goed cijfermatig wordt onderbouwd om daarmee begrip en draagvlak voor de opgave te creëren. Het Nimby effect wat nu vaak optreedt, is iets van de huidige oudere generatie. Zij moeten bereid zijn om over hun eigen schaduw heen te stappen. Verandering van uitzicht is geen argument om iets niet te doen. Er komt namelijk iets anders voor in de plaats; schone, hernieuwbare energie voor de volgende generaties. Er moeten mooie open plekken blijven bestaan, maar ook een hoog technisch energielandschap kan aantrekkelijk zijn en een symbool van innovatie, duurzaamheid en vooruitgang. -

Recreatie

De jongerenraad ziet veel kansen rondom de Geffense plas. Tegelijkertijd leidt verbreding van de doelgroep wellicht ook tot verdringing van de jeugd die daar nu al recreëert. Maar dat de plek mogelijkheden heeft, staat buiten kijf. De signalen rondom overlast op de Maasdijk zijn bij de jongerenraad niet bekend. Oss heeft veel mooie plekken om te recreëren. De kunst is om deze te behouden en te versterken, ook voor de nieuwe inwoners van bijvoorbeeld Oss-West. De waarden rondom Herperduin moeten goed worden beschermd. De openheid van de polder – een mooie plek om de zonsondergang te zien – waarderen zij ook erg. -

Oss in 2045.

Hoe ziet het ideaalplaatje van Oss in 2045 er voor de jongerenraad uit? Hoe ziet hun “droom-Oss” eruit? De jongerenraad merkt op dat Oss nu een breed pakket onderwijs- en sportvoorzieningen heeft. Dat is echt een kwaliteit en die moeten we behouden. Dit is belangrijk voor de toekomst om van Oss een aantrekkelijk plek voor gezinnen te maken. Daarnaast is er veel natuur en een mooi buitengebied, wat Oss heel divers maakt. Wat nog te kort schiet is de aantrekkelijkheid van centrum, een goed horecacluster (café straat) en plekken om elkaar te ontmoeten, zeker nu na corona. Er ontbreken een aantal sterke trekkers voor het centrum. 3.4 Onderzoek in het kader van BSc Landscape Architecture and Land Use Planning door studenten van de WUR De Wageningen Universiteit, gemeente Oss, de regio Noordoost Brabant en de gemeente ’sHertogenbosch werken samen bij het uitvoeren studentenopdrachten op het gebied van Landgebruik en Landschapsarchitectuur. In het kader van de op te stellen omgevingsvisie heeft de gemeente Oss samen met de gemeente ‘s-Hertogenbosch en de Regio Noordoost Brabant gevraagd aan de studenten in het vak Studio Strategische Planning om een ruimtelijke visie te ontwikkelen voor een duurzame en leefbare regio. En in beeld te brengen wat dat ruimtelijk kan betekenen

voor de ontwikkeling van de regio op de langere termijn. De opdracht is in het kort: ‘Ontwikkel een ruimtelijke visie voor de toekomstige ruimtelijke inrichting van (delen van) Noordoost Brabant voor de lange termijn (2050), en een uitwerking van strategieën en vervolgstappen voor de korte termijn.’ Daarbij hebben de studenten zich specifiek gericht op het grondgebied van de gemeente Oss, plus de zuidelijke uitlopers van het Maashorstgebied. Het resultaat van de opdracht bestaat uit zes rapportages met bijbehorende posters over de ruimtelijke visie op Oss en omgeving in 2050. Veel aspecten die naar voren komen in de posters, maken ook onderdeel uit van de gebiedsvisie zoals: 

De verbinding tussen stad en buitengebied, waarbij niet alleen de stad het buitengebied in prikt maar ook het buitengebied de stad in;

De transitie van en innovatie in de landouw naar meer plantaardig eiwit en innovatieve teelten, living lab, agroforestry;

Onderscheid tussen leefgebied en productiegebied met ieder hun eigen koppelkansen;

Ruimte voor natuur inclusieve landbouw maar ook innovatieve duurzame melkveehouderij;

Ruimte voor energieproductie en meervoudig ruimtegebruik;

Verbinding tussen Maas en Maashorst, niet alleen qua natuur en landschap maar ook recreatieve verbindingen;

Water en bodem als (mede) ordenend principe, met bijzondere aandacht voor klimaatadaptatie.

4. Uitwerking en vertaling van de dilemma’s per deelgebied. Zowel tijdens de internet- en papieren consultatie als tijdens de gebiedsgesprekken hebben we dilemma’s uit de concept Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied gebruikt als handvat voor de gesprekken. Het doel daarbij was om een oplossing of oplossingsrichting voor de dilemma’s te vinden. We willen immers geen “open eindjes” in de gebiedsvisie en alle dilemma’s moeten zijn weggenomen. In dit hoofdstuk lopen we per deelgebied de dilemma’s langs, analyseren de oplossingsrichtingen die zijn gegeven tijdens de consultatie en geven aan hoe we de dilemma’s in de definitieve Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied oplossen. 4.1 Dekzandgebied Dilemma: Hoe zorgen we ervoor dat natuur en recreatie in Herperduin goed in evenwicht blijven? Het dekzandgebied is een belangrijk recreatiegebied. Vooral in en om Herperduin en bij de Geffense Plas. In Herperduin willen we meer ruimte voor recreatievoorzieningen. Zo willen we bij Hoessenbosch een tweede toegang tot Herperduin mogelijk maken met ruime parkeermogelijkheden en horeca. Tegelijkertijd is Herperduin een waardevol natuurgebied dat we de komende jaren verder willen ontwikkelen. De ontwikkeling van recreatie en natuur is soms lastig te combineren. Planten en dieren hebben last van de drukte die recreatie met zich meebrengt.

Oplossingsrichtingen vanuit de consultatie: 

Zonering: Het scheiden van natuur en recreatie door het creëren van rustgebieden of toerisme-arme gebieden voor de natuur, naast specifieke recreatiegebieden voor inwoners en toeristen. Eventueel met bufferzones of overgangsgebieden tussen de zones. ‘Stuur’ recreanten met gerichte maatregelen (zoals duidelijk gemarkeerde paden en gebieden, afzettingen, gebiedsregels, etc.) naar en binnen deze recreatiegebieden. Maak hierbij gebruik van kennis gericht op gedragsbeïnvloeding. In dit kader wordt ook het beter scheiden van de langzame (wandelaars) en snelle (fietsers en mountainbikers) recreatiestromen binnen de Herperduin genoemd. Door voorzieningen te concentreren rond de toegangspoorten zijn natuur en recreatie beter te scheiden. Bij concentratie van voorzieningen wordt echter ook gewaarschuwd voor (te) grote drukte op specifieke momenten. Een enkeling geeft aan dat zonering afbreuk doet aan de recreatieve waarde van het gebied: ‘Laat mensen hun eigen pad kiezen, beperk ze niet’.

Spreiding: Achterliggende gedachte is dat het realiseren van een tweede natuurpoort bij Hoessenbosch een te grote druk legt op het noordoostelijk deel van de Herperduin. Onderdeel van deze oplossingsrichting is het kiezen van een (of meerdere) andere locatie(s) voor een tweede toegangspoort, zoals Sportpark Nieuw-Zevenbergen, De Naaldhof of (nog verder) de Geffense Plas/Bosjes. In het laatste geval zou de verbinding tussen Herperduin en dit gebied versterkt moeten worden. Bijvoorbeeld met gemarkeerde wandelpaden en goed verharde fiets-/mountainbikepaden. Maak hierbij gebruik van de bestaande voorzieningen. Spreiding kan nog verder worden verbeterd door de Herperduin nog meer/beter te verbinden met andere, grotere recreatiegebieden in Oss, zoals het Maasgebied, Keent en de rest van de Maashorst. Ook het bieden van alternatieven aan de randen van of buiten het gebied voor specifieke groepen recreanten, kan helpen om de recreatiedruk op Herperduin te verlichten. Voorbeelden zijn speelvoorzieningen langs de randen en een mountainbike pad vanuit Herperduin richting de Maas of de polder.

Vergroten van het gebied: De gedachte hierachter is dat Herperduin te klein is om na realisatie van een tweede toegangspoort een goed evenwicht tussen recreatie en natuur te behouden. Als je in dit gebied meer recreatie wilt toestaan, dan moet de natuur ook meer ruimte krijgen. Oplossingsrichting is het vergroten van de natuur, door het omliggende gebied hiervoor in te zetten. Dat kan bijvoorbeeld door in landbouwgebieden ten noorden of zuiden van Herperduin nieuwe natuur aan te leggen. Het meer robuust maken/versterken van de bestaande natuur/biodiversiteit kan hierbij helpen en biedt een ‘koppelkans’ met klimaatadaptatie. In dit kader is de recreatieve en ecologische verbinding langs de Erfdijk genoemd.

Voorzieningen afstemmen op dagrecreatie: De gedachte achter deze oplossingsrichting is het gericht afstemmen van toegang, parkeren en horeca op dagrecreatie. Voorzieningen dienen qua omvang (kleinschalige horeca, geen bruiloften en partijen), functie (voorlichting/educatie, spelen, nadruk op fiets/wandelen, toegankelijk voor mensen met een beperking) en openingstijden (geen avondopenstelling) op deze doelgroep te worden afgestemd. Zo voorkom je een te grote aanzuigende werking, waardoor de balans met de natuur te veel verstoord raakt. Belangrijk is om de gewenste

balans stevig te verankeren in visie en beleid, zodat deze ook in de toekomst gewaarborgd blijft. Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: In de gebiedsvisie gaan we voor een combinatie van verschillende oplossingsrichtingen: 

We gaan voor een lokale, toeristische poort bij Hoessenbosch gericht op dagrecreatie.

We spreiden de recreatiedruk door het totale denkzandgebied als een aaneengesloten recreatiegebied te benaderen, niet enkel Herperduin.

We proberen bestaande voorzieningen zoals De Naaldhof, sportpark Nieuw Zevenbergen en de Geffense plas in te zetten als toegang tot het dekzandgebied, waardoor er meer bronpunten ontstaan. Hierdoor spreiden we de druk en vergroten we het recreatiegebied. Met name voor de Geffense Plas zien we een functie als regionale, recreatieve poort.

Naast het spreiden van recreatiedruk zetten we ook in op vergroten van het gebied door de realisatie van bos langs de randen van Herperduin en in het totale dekzandgebied. Dit doen we op een manier die past bij de sfeer en karakter van het landschap.

We zetten in op een robuuste, ecologische en recreatieve verbinding tussen MaashorstHerperduin en Maas-Keent, langs de Erfdijk.

Nadere uitwerking en invulling van deze uitgangpunten vindt vervolgens plaats in de verschillende projecten in het gebied zoals de vitalisering van de Geffense plas, de provinciale bossenstrategie, de plannen voor de Maashorst en de ontwikkeling van Hoessenbosch. Daar wordt ook de afweging voor de verschillende inrichtingsvoorstellen, die in de consultatie naar voren zijn gekomen gemaakt. Dat is voor de gebiedsvisie te uitvoeringsgericht. Dilemma: Hoe kunnen we de verdere verdroging van Herperduin stoppen of omzetten in vernatting en tegelijkertijd de landbouw en bewoning in het gebied eromheen een goede toekomst bieden? Herperduin is langzaam maar zeker aan het verdrogen. Om de kwaliteit van de natuur te behouden, proberen we samen met het waterschap en andere partijen deze verdroging te stoppen. Dat doen we met maatregelen in het gebied zelf. Maar het tegengaan van verdroging in Herperduin vraagt ook om maatregelen in het gebied direct eromheen. Voor het huidige gebruik van het gebied om Herperduin (landbouw, bewoning) wordt nu nog water afgevoerd, waardoor de verdroging in Herperduin erger wordt. Oplossingsrichtingen uit de consultatie: 

Onderzoek: De gedachte hierachter is dat er op verschillende plaatsen direct rond het gebied voldoende (grond)water aanwezig is/lijkt: Waarom komt/blijft dit water dan niet in Herperduin? Een logische oorzaak lijkt: Herperduin ligt hoog en het water in het gebied stroomt door de zanderige ondergrond snel weg. Maar is dat de (enige) oorzaak? Andere mogelijke oorzaak: Door de teelt om het gebied wordt veel grondwater aan het gebied onttrokken, wat de verdroging versnelt. Hoe groot is die invloed eigenlijk? Maar ook: Stroomt het water niet te snel weg door de vele afvoerkanalen in het gebied (bijvoorbeeld de brede sloot aan de westzijde bij de Zevenbergseweg). En: Hoe loopt het water eigenlijk

onder de grond, zowel in het gebied als daar omheen? Kunnen we daar geen gebruik van maken? Tot slot: Het lijkt alsof het in dit gebied – net als bij de Loonse en Drunense duinen – minder neerslag valt. Klopt dat? Kortom: De waterhuishouding in en om de Herperduin is complex. Nader onderzoek hiernaar is nodig voordat we oplossingsrichtingen kiezen. Waarschijnlijk is er niet één ‘gouden oplossing’ voor het hele gebied, maar gaan we op zoek naar maatwerkoplossingen voor deelgebieden. 

Water in en om Herperduin beter vasthouden: Als blijkt dat Herperduin er niet in slaagt om het aanwezig water vast te houden, dan moet zowel de spons- als de bufferwerking in en om het gebied verbeterd worden. Voorbeelden die zijn genoemd: o

Verhogen grondwaterpeil door waterschap,

o

Stimuleren, ondersteunen transitie naar kringloop- of natuur inclusieve landbouw,

o

Creëren van een bassins/waterbuffers in en om Herperduin,

o

Zorgen voor de juiste vegetatie (bijvoorbeeld aanplanten loofbos) om vocht vast te houden,

o

Terug naar een kleinschaliger landschap,

o

Aanleggen van stuwen in de sloten om afvoer te vertragen en/of het afschermen van Herperduin (ondergrondse damwand/diepe waterkering, dijk om het gebied).

o

Als ondersteunende maatregel zou bij langdurige droogte water uit het omliggend gebied of de Hertogswetering kunnen worden omgeleid/opgepompt naar de Herperduin (gebruik hiervoor duurzame energie en let op de waterkwaliteit).

Aanpassing landbouw in het gebied om Herperduin. Als blijkt dat de tuinbouw om Herperduin (lelies, uien, prei, etc.) te veel grondwater aan het gebied onttrekt, dan vraagt dat om maatregelen. Maatregelen waarbij zowel de toegestane teelt en de regelgeving (vergunningen, peilbesluit, etc.) worden afgestemd op de doelstelling: vernatting van het gebied. De landbouw in het gebied moet wellicht extensiveren/ kleinschaliger/ meer natuur inclusief worden, of worden verplaatst bijvoorbeeld naar de westelijke polder. Dat vraagt echter om (langdurige) ondersteuning, verleiding en begeleiding van boeren en het betrekken van andere partijen in de keten.

Regie, versnelling & samenwerking: Waterschap Aa en Maas is een belangrijke speler, maar het is het grondgebied van de gemeente Oss en er spelen veel gemeentelijke belangen (klimaat, natuur, landschap, recreatie, wonen, werkgelegenheid, landbouw). Daarnaast is de problematiek van de verdroging al vele jaren bekend, maar lijkt er tot nu toe weinig tot niets veranderd. Tot slot zit er veel belang, kennis en kunde bij de mensen die wonen en werken in het gebied. Kennis en kunde die betrokken moet worden bij het vervolgproces.

Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: Voor de aanpak van het verdrogingsvraagstuk ligt een belangrijke regierol voor de gemeente, samen met het waterschap Aa en Maas. Daarbij ontwikkelen we mogelijke oplossingen om tot een toekomstbestendige en klimaat adaptieve balans tussen bodem, water, natuur, recreatie én landbouw te komen. Hierin krijgen de aangedragen oplossingsrichtingen nadrukkelijk een plek:

Er zijn nog veel vragen die samenhangen met het verdrogingsvraagstuk. Dat vraagt om nader onderzoek naar hoe het bodem- en watersysteem in en rondom Herperduin werkt. Te beantwoorden vragen zijn o.a.:

o

Wat is de invloed van de teelten op het gehele bodem- en watersysteem;

o

Hoe, wanneer en hoeveel water wordt er afgevoerd?

o

Hoe lopen de grondwaterstromen en kunnen we daar gebruik van maken?

Eén van de mogelijk oplossingsrichting is water in en rondom Herperduin beter vasthouden door de spons- en bufferwerking hier te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld door: verhogen grondwaterpeil door waterschap, creëren van bassins/waterbuffers, zorgen voor de juiste vegetatie (loofbos) om vocht vast te houden, naar een kleinschaliger landschap, aanleggen van stuwen in de sloten om de afvoer te vertragen, afschermen van Herperduin (ondergrondse damwand/diepe waterkering), etc.

Een andere oplossingsrichting is aanpassing grondgebruik in het gebied rondom Herperduin met als doel vernatting van het gebied. Het hoe en op welke termijn gaan we onderzoeken.

4.2 Poldergebied Dilemma: Welke mogelijkheden zijn er om de woningbouw te combineren met de opgaven voor landbouw, natuur en water? Aan de noordwestkant van de stad gaan we veel woningen bouwen. Dat gebied is nu nog polder. Hierdoor blijft er in dit gebied minder ruimte over voor onze opgaven voor landbouw, natuur en water. Oplossingsrichtingen vanuit de consultatie: 

Hoog wonen: De boodschap hier is vrijwel eenduidig: ga zuinig om met de ruimte bij woningbouw, ga de hoogte in, niet de breedte. Voor laagbouw met tuinen is een veelvoud aan grond nodig in vergelijking met hoogbouw. Zet daarom in op moderne hoogbouw, voor met name jongeren en ouderen, met een mooi uitzicht over de polder.

Groen & blauw wonen: Integreer groen (bomen en planten), blauw (opvang en infiltratie hemelwater) en ontspanning (bankjes, speeltuinen, wandelpaden), maar ook veiligheid (overstromingsgevaar laag liggende polder) in de planvorming. Zorg hierbij voor een open en groen karakter: trek het open, groene gebied van de polder door in de nieuwbouw, als een soort groene corridor naar het omliggende landschap. Kijk hierbij goed naar de bestaande kenmerken van het gebied en maak hier gebruik van. Ontwerp collectieve tuinen (in plaats van individuele) met ruimte voor water en stadslandbouw/agroforestry als een aantrekkelijke en functionele buffer (of vloeiende overgang) tussen enerzijds wonen en anderzijds natuur en landbouw in de polder. Aandacht voor groen en blauw niet alleen tussen, maar ook op en aan de woningen. Natuur en klimaatrobuustheid vragen om groene daken en gevels voor isolatie en ondersteuning van de wateropvang en biodiversiteit. De hierboven genoemde keuzes vragen om investeringen die kunnen worden gefinancierd uit de opbrengsten van de woningbouw.

Geconcentreerd wonen: Concentreer de toekomstige woningbouw, zodat niet het hele poldergebied belast wordt.

Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: In dit vraagstuk komen de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied en de gebiedsvisie stedelijk gebied samen. De ingebrachte oplossingsrichtingen gelden als belangrijke input voor integrale omgevingsvisie en de ontwikkeling van Oss-West. In de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied kunnen we de concrete inrichtingsvoorstellen voor Oss West zelf geen plek geven, kunnen we wel een aantal suggesties doen zoals ga zuinig om met de ruimte bij woningbouw, door bijvoorbeeld de hoogte in te gaan of geconcentreerd te bouwen en wentel de opgaves voor waterberging en klimaat adaptatie niet af op het buitengebied. Het uitgangspunt is daarbij dat de stad niet alleen het buitengebied intrekt, maar het buitengebied ook de stad. Dit kunnen we bijvoorbeeld concreet maken door een hoger percentage groen & blauw toe te passen dan gebruikelijk is, ruimte te bieden voor stadslandbouw, groene gevels enzovoorts. Dilemma: Hoe kunnen we ontwikkelruimte voor landbouw combineren met meer biodiversiteit en ruimte voor water? In het poldergebied geven we onze boeren ruimte om hun bedrijf verder te ontwikkelen. Tegelijkertijd willen we in dit gebied de biodiversiteit verbeteren. Door klimaatverandering en het onttrekken van water door stad en landbouw is verdroging in het buitengebied een belangrijk thema. De polder is een geschikt gebied voor waterbuffering.

Al deze belangrijke opgaven in het poldergebied hebben ruimte nodig. Oplossingsrichtingen vanuit de consultatie: 

Meer natuur en biodiversiteit in de polder: Binnen deze oplossingsrichting zijn verschillende stromen te onderscheiden. Alle stromen pleiten voor meer biodiversiteit. De ene stroom pleit voor agrarisch natuurbeheer/natuur inclusieve landbouw, door o.a. weidevogelbeheer en meer flora langs sloten en akkerranden, en natte teelt langs de Hertogswetering. De andere stroom pleit er voor bestaande landbouwgrond – met name in de overgangszone tussen kernen en polders en vrijkomende landbouwgrond – in te zetten voor natuurontwikkeling of circulaire landbouw. De laatste stroom pleit voor verbetering van de biodiversiteit door de bodem te verbeteren. Bijvoorbeeld door wisselende teelten en minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. In alle gevallen is overleg met boeren en natuurorganisaties – onder regie van de gemeenten – noodzakelijk. Aandacht is nodig voor verbreding van de rol van de boeren in het gebied en hierbij passende vergoedingen. Dat kan door subsidies, maar ook door het toestaan van nieuwe (recreatieve) functies en duurzame energieopwekking.

Waterbuffering in de polders: Creëren van waterbuffers in de polders door samen met waterschap en grondeigenaren naar geschikte locaties te zoeken. Zoek hierbij naar winwin/slimme oplossingen. Bijvoorbeeld waterbuffers die boeren kunnen gebruiken voor bevloeiing van hun akkers. Meervoudig ruimtegebruik kan leiden tot slimme combinaties, zoals waterbuffers onder wegen en bebouwing (met infiltratiekratten) of het combineren van bredere sloten met natuurvriendelijke oevers. Ook het efficiënt(er) indelen van de aanwezige landbouwgrond in rechte vormen en de resterende delen of minder goede

landbouwgronden gebruiken voor waterbuffering en natuur worden genoemd. Daarnaast wordt ervoor gepleit maatregelen te nemen die het regenwater vasthouden waar het valt, en het niet te snel te laten afvoeren/wegvoeren uit het gebied (zie ook: Dekzandgebied rond Herperduin). Tot slot wordt gewezen op de koppelkans tussen waterbuffering en de versterking van natuurwaarden. Bijvoorbeeld door het aanleggen van moerasgrond langs de Hertogswetering of het inzetten van natte teelt. Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: De agrarische sector ondergaat een transitie waarbij de focus ligt op een betere balans met de waarden van de omgeving op het gebied van water, bodem en lucht. Dat komt ook in de consultatie nadrukkelijk naar voren. Tegelijkertijd moet er ook ruimte zijn voor een passend verdienmodel met vergoedingen voor maatschappelijke diensten. In het poldergebied is ruimte voor doorontwikkeling naar een innovatief landbouwgebied met de focus op het verbeteren van de kwaliteit van water, bodem, lucht en biodiversiteit. Dat bereiken we vooral in samenhang met de transitie van de landbouw richting kringlooplandbouw. Dit is een structureel proces wat ook in onze landbouwvisie naar voren komt.

Voor het Poldergebied liggen ook kansen voor de landbouw op het raakvlak van kennisontwikkeling en productie, waarin de hele Osse agroketen samenwerkt, kennis ontwikkelt en deze kennis exporteert en exploiteert. De omvang van het poldergebied, de productieve bodem en vooral de aanwezigheid van vele schakels in de agro-keten vormen een sterke uitgangspositie voor de agrarische sector in de gemeente Oss. Daarnaast zijn er nadrukkelijk ook kansen voor natuurontwikkeling en waterberging. Waterberging (ook) als schakel in het agrarisch productieproces en als meekoppelkans en natuurontwikkeling als onderdeel van de bedrijfsvoering of als aanvullende maatschappelijke dienst. Dit zal ook nader uitgewerkt worden in de nog te ontwikkelen uitvoeringsagenda, behorende bij de landbouwvisie. Dilemma: Hoe zorgen we voor een nieuw, aantrekkelijk landschap in de westelijke polder? Mensen hebben het landschap van de polder in de loop van de tijd regelmatig veranderd. De inrichting van de westelijke polder dateert uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Het open karakter is altijd kenmerkend geweest en wordt gewaardeerd. We weten dat het landschap de komende jaren opnieuw verandert door het plaatsen van windmolens en het geven van ruimte aan landbouw. Oplossingsrichtingen vanuit de consultatie: 

Creëer een afwisselend uitzicht: Door de plaatsing van windmolens wordt het weidse uitzicht deels doorbroken en vallen vooral de windmolens op. Verreweg de meeste ideeën/suggesties gaan over het creëren van meer afwisseling in het uitzicht, waarbij het open karakter grotendeels behouden blijft. Hierbij kan aangesloten worden bij de bestaande of juist de historische inrichting van het gebied. Drie groepen voorbeelden zijn vaak genoemd: (1) planten van bomen in groepen of rijen langs de randen van kernen, al dan niet om de te plaatsen windmolens enigszins te maskeren, (2) aanleggen van stroken natuur en heggen langs zichtlijnen, mede ter versterking van de biodiversiteit/ecologische verbinding (‘ecologische corridors’) en (3) doorbreken van rechte lijnen met groen (bosjes)

en/of het aanbrengen van ‘knikken’ in watergangen en fiets-/wandelroutes door het gebied. 

Niets doen: De windmolens zijn tijdelijk en zullen waarschijnlijk na 25 jaar weer verdwijnen uit het landschap. Hou daarom het landschap zoals het is, dan keert het open karakter over een kwart eeuw weer gewoon terug. De opbrengsten van de windmolens kunnen dan ook vooral worden geïnvesteerd in (meer) groen/landschapsverbetering elders.

Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: Het landschap in Nederland is continue aan verandering onderhevig. Zo ook het landschap in de westelijke polder. Van kleinschalig verkaveld en regelmatig onder water staand begin 20e eeuw naar het grootschalig open landbouwgebied van nu. Daar komen naar de toekomst toe nieuwe elementen bij zoals windmolens, die voor de nieuwe generaties net zo goed onderdeel zullen zijn van het landschap. Daarmee blijft het Poldergebied een functioneel landschap, als resultante van het gebruik. De transitie van de landbouw naar kringlooplandbouw en meer natuur inclusieve landbouw heeft effect op het landschap, evenals de ruimte die nodig is voor grootschalige energieopwekking. Hierdoor ontstaat geleidelijk een gevarieerder landschap met afwisselende uitzichten, afhankelijk van je positie en je kijkrichting. Die afwisseling wordt een nieuwe kwaliteit. Het zicht op windturbines in de polder vanuit de dorpen kan gevarieerd worden door groene afscherming rondom de dorpen, maar daarmee verdwijnt juist ook het zicht op die polder. We willen extra bos aanplanten, bijvoorbeeld in de zone langs het kanaal en/of bij het waterwingebied. Hier ontstaat dan een groene as, die de verbinding maakt tussen de stad en de oeverwal/Maas.

En zoals terecht in de consultatie is gesteld, hoe het landschap er over 25 of 50 jaar uit ziet, en of daar dan nog steeds windmolens in staan is nog maar de vraag. 4.3 Maasoevergebied Dilemma: Hoe voorkomen we dat omwonenden te veel overlast krijgen door een toename van recreatief en toeristisch verkeer? In het Maasoevergebied willen we meer ruimte voor recreatie en toerisme. Daarom maken we het mogelijk dat bijvoorbeeld de Lithse Ham en de jachthaven bij Lithoijen zich verder kunnen ontwikkelen. Daarnaast willen we meer kleinschalige voorzieningen in dit gebied, zoals horecagelegenheden en lig- en speelplekken aan de Maas. Tot slot willen we dit gebied beter verbinden met de stad, zodat meer Ossenaren hier kunnen recreëren. Meer recreanten en toeristen kan leiden tot overlast voor omwonenden. Vooral een toename van het verkeer op de dijk en parkeeroverlast is een punt van aandacht. Oplossingsrichting uit de consultatie: 

Een toename van recreatie binnen duidelijk afgebakende bandbreedte met maatwerkoplossingen per locatie-ontwikkeling. Iedere recreatieve ontwikkeling mag niet ten koste gaan van - en moet zelfs bijdragen aan de beleefbaarheid en aan de kwaliteitsverbetering van het gebied. Bepaal dus de kwaliteiten van het (deel)gebied en baseer daar de (omvang van de) ontwikkelingen op. Bij iedere recreatieve ontwikkeling moet er gezocht worden naar een goede, passende verkeerskundige maatregel. Veel

genoemde maatregelen zijn: meer parkeervoorzieningen direct bij de recreatieve trekpleisters, snelheid beperkende maatregelen en toepassen eenrichtingsverkeer en/of autovrije zones in de kernen. Speciale aandacht wordt gevraagd voor (recreatief) verkeer op het water, omdat dit veel geluidsoverlast veroorzaakt. Wettelijk zijn er bepaalde zones waar het mag. Aandacht wordt gevraagd voor de handhaving. Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: Het dilemma kent niet één uniforme oplossingsrichting, maar vraagt om locatie specifiek maatwerk. Het basisuitgangspunt is dat de Maasdijk toegankelijk moet zijn voor lokaal en recreatief verkeer: voetgangers, fietsers, motoren en auto’s. We gaan niet op voorhand bepaalde verkeerstypes weigeren. Wel worden er op bepaalde plekken creatieve maatoplossingen gezocht, zodat de dijk op bepaalde plekken kan worden ontlast zoals bijvoorbeeld een knip of een stuk eenrichtingsverkeer. De concrete uitwerking daarvan is een koppelkans die aan bod komt bij het project Meanderende maas. Bij de inrichting en de ontwikkeling van (nieuwe) recreatieve voorzieningen aan het water is het verkeersaspect op het water een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast speelt uiteraard controle en handhaving, zowel op de weg als op het water. Dat is echter geen onderdeel van de gebiedsvisie.

Dilemma: Kunnen we de natuur in de uiterwaarden verbeteren, terwijl landbouw mogelijk blijft? Tussen Lith en Ravenstein richten we de uiterwaarden in als natuur. Dit doen we om de biodiversiteit langs de Maas te verbeteren. Het is een onderdeel van het project Meanderende Maas, met als doel de waterveiligheid te verhogen. De vraag is hoe we straks omgaan met de uiterwaarden tussen Cuijk-Ravenstein en Bokhoven-Lith in de vervolgtrajecten voor waterveiligheid langs de Maas. Het lijkt logisch om deze uiterwaarden ook als natuur in te richten. Maar dan gaat de vruchtbare landbouwgrond in deze gebieden verloren. Oplossingsrichtingen uit de consultatie: 

Een duidelijke keuze voor natuurontwikkeling in de uiterwaarden: De uiterwaarden zijn deels al omgevormd tot natuurgebied. Het is logisch om deze ontwikkeling door te zetten. Daarmee wordt ook deze kant van de dijk interessant voor recreatief medegebruik (wandelen, fietsen, kanoën). Bovendien worden de uiterwaarden meer in- en uitspoel gebied van de (meanderende) Maas. Hierdoor ontstaat - bij reguliere landbouw in de uiterwaarden - het risico van uitspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen in de Maas en inspoeling van mogelijk vervuiling vanuit de Maas.

Een natuurlijke manier van landbouw in de uiterwaarden: Een natuurlijke manier van ‘boeren’ gaat over minder intensieve landbouw en agrarisch natuurbeheer. Daarbij zou vanuit economisch perspectief ook een combinatie gezocht kunnen worden met meer ‘agritoerisme’ in de uiterwaarden.

Vertaling naar de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied: De uiterwaarden krijgen in het kader van het project Meanderende Maas in de eerste plaats een water bufferende functie in het kader van de hoogwaterveiligheid. (Kapitaal) Intensieve landbouw

is daarom sowieso geen optie. Natuurontwikkeling is de voornaamste invulling, eventueel aangevuld met extensieve en natuur inclusieve landbouw en recreatie. Deels zijn de uiterwaarden al omgevormd naar natuur en het is logisch deze ontwikkeling door te zetten. Let bij landbouw wel op de wederzijdse beïnvloeding van de landbouw en het Maaswater

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1df05bee-399a-46bb-b67e-3783cccedcd0