CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Toelichting.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BI Ontwerp Bestemmingsplan, ontwerpbesluit hogere waarden en anterieure overeenkomst Kromstraat Oss 202124.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Kromstraat Oss - 2021, pag. 44 van 59 ontwerp

inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Doorvertaling bestemmingsplan Op het gebied van geluid zijn een tweetal onderzoeken uitgevoerd: • Akoestisch onderzoek spoorweglawaai (Windmill, 12 maart 2021); • Akoestisch onderzoek verkeerslawaai (Windmill, 3 augustus 2020). Deze onderzoeken zijn als bijlagen 12 en 13 aan de toelichting toegevoegd. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder weergegeven. 2.

Spoorweglawaai

Rijkskader Ingevolge art. 4.9, lid 1 Besluit geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen, vanwege een spoorweg, 55 dB. Het bevoegd gezag kan, indien wordt voldaan aan de ontheffingscriteria uit de Wet geluidhinder, hogere waarden vaststellen, met dien verstande dat de maximale ontheffingswaarde 68 dB bedraagt. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat dat de berekende geluidbelasting van de gevels van meerdere woningen ten gevolge van het spoor 73 dB bedraagt. Om het woningbouwplan toch mogelijk te maken dienen maatregelen te worden getroffen. Aangezien het redelijkerwijs niet mogelijk is om de geluidbelasting te verminderen door het gebruik van de spoorlijn te beperken (bronmaatregelen), moet worden bekeken of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn, zoals het plaatsen van een scherm. Uit onderzoek is gebleken dat indien er een scherm wordt geplaatst met een hoogte van minimaal 3,8 m ten opzichte van lokaal maaiveld over de volledige zuidelijke grens van het plangebied en een hoogte van 2,0 m haaks op het spoor over een lengte van ca. 10 m, de geluidsbelasting op de begane grond en op de eerste verdieping ter plaatse van alle woningen kan worden teruggebracht tot de maximale ontheffingswaarde van 68 dB uit het Besluit geluidhinder. Op de tweede verdieping van de woningen aan de spoorzijde wordt de maximale waarde overschreden.

In het bestemmingsplan is daarom opgenomen dat hier geen geluidsgevoelige ruimte mag worden gerealiseerd. Hierbij wordt opgemerkt dat in het kader van de latere omgevingsvergunningprocedure aan de binnenwaarde moet worden voldaan. Tussenconclusie rijkskader: Indien er een afscherming wordt geplaatst met een hoogte van minimaal 3,8 m over de volledige zuidelijke grens van het plangebied en een hoogte van 2,0 m haaks op het spoor over een lengte van ca. 10 m kan de geluidsbelasting op de begane grond en op de eerste verdieping ter plaatse van alle woningen worden teruggebracht tot de maximale ontheffingswaarde van 68 dB uit het Besluit geluidhinder. Hiermee wordt voldaan aan het rijkskader. Gemeentelijk kader Ontheffingscriteria De gemeente Oss kiest ervoor om naast toetsing aan de ontheffingscriteria uit de Wet geluidhinder (art. 110a, lid 5) de aanvraag hogere grenswaarde te toetsen aan eigen aanvullende criteria. Deze criteria zijn opgenomen in bijlage 7 bij de “Geluidsnota Oss – Geluidskwaliteit in de leefomgeving”, zoals vastgesteld

Kromstraat Oss - 2021, pag. 45 van 59 ontwerp

op 20 mei 2010. Voor onderhavig plan gelden de ontheffingscriteria zoals genoemd onder punt 1 en punt 5: 1) De woningen vervullen door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestische afschermende functie voor andere woningen of andere geluidsgevoelige objecten. Bij woningen moet het aantal woningen dat een verbetering ondervindt ten minste de helft zijn van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend. Bij andere geluidsgevoelige bestemmingen gaat het zowel om het aantal objecten als om het aantal geluidgehinderden. De afscherming mag zijn gericht op zowel nieuwe als bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. 5) Er is sprake van een positieve (functie)verandering. Bij stadsvernieuwing is het belangrijk om functieverandering mogelijk te maken. Voor en deel van de woningen geldt tevens dat voldaan wordt aan het ontheffingscriterium zoals genoemd onder punt 4: 4) De woningen worden gesitueerd in de omgeving van het spoorstation (binnen een straal van 500 m afstand, gerekend vanaf het einde van het perron).

Voorwaarden De voorwaarden die de gemeente Oss stelt aan het verlenen van een hogere waarde zijn: • De woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau; • De woning bevat voldoende verblijfsruimte aan de zijde van de geluidsluwe gevel; • Indien de woning beschikt over een buitenruimte dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel (bijlage 8). • In de ontwerpfase van een ruimtelijk plan wordt rekening gehouden met de oriëntatie van de bouwmassa (optimalisatie van het stedenbouwkundig ontwerp). Alle woningen in het onderhavig initiatief beschikken over tenminste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau op deze gevel is niet hoger dan de streefwaarde (in casu de voorkeursgrenswaarde) voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen. Tevens zijn er mogelijkheden om de verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel te situeren. Voor de woningen in het noordelijke bouwblok zijn de buitenruimten (met een oppervlakte groter dan 20 m²) gelegen aan de geluidsluwe zijde. Voor de woningen in de zuidelijke bouwblokken is dit niet het geval. Met een afscherming (scherm met een hoogte van 3,8 m over de volledige zuidelijke grens van het plangebied en een hoogte van 2,0 m haaks op het spoor over een lengte van ca.

10 m) bedragen de geluidniveaus ter plaatse van de buitenruimten, gelegen aan de zuidzijde van de woningen, grotendeels 60 dB of minder (zie afbeelding 6 in het onderzoeksrapport). Wel is dit op sommige punten meer dan 5 dB hoger dan bij de geluidsluwe gevel. Desalniettemin vinden wij het, gelet op stedenbouwkundige argumenten en het doel om een zo groot mogelijk woongenot voor de bewoners te creëren, geoorloofd om hier gemotiveerd van af te wijken. In het stedenbouwkundig plan is gekozen voor een relatief smal profiel tussen de voorgevels van de woningen. De woningen hebben aan de voorzijde een ‘stoep’ die grenst aan de erfachtige inrichting van het openbaar gebied. Voortuintjes passen niet bij de stoere inrichting van deze voormalige bedrijfslocatie. Hierbij is ingezet op het optimaal benutten van de beschikbare ruimte voor de achtertuinen van de nieuwe woningen. De afstand van de woningen tot de bestaande kavels aan de Kromstraat en tot het spoor zijn hiermee gemaximaliseerd; wat direct ten goede komt aan het woongenot van de nieuwe bewoners. Het creëren van een buitenruimte aan de voorzijde is bovendien geen praktische buitenruimte, omdat bewoners de voorkeur geven aan een buitenruimte aan de achterzijde.

Bovendien zou dit ertoe leiden dat de woningen en de buitenruimte aan de achterzijde zouden ‘opschuiven’ in de richting van de spoorlijn met een dientengevolge hogere geluidbelasting.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 46 van 59 ontwerp

Tussenconclusie gemeentelijk kader: Het plan voldoet aan de ontheffingscriteria en de belangrijkste andere voorwaarden uit het gemeentelijk beleid. Er wordt alleen niet voldaan aan de voorwaarde uit het beleid dat de geluidsbelasting ter plaatse van de buitenruimten niet meer dan 5 dB hoger mag zijn dan bij de geluidsluwe gevel. De geluidsbelasting in casu ligt hier boven. Gelet op het feit dat de geluidsbelasting wel aanvaardbaar is en een andere situering niet wenselijk is, zien wij aanleiding hiervan af te wijken. Eindconclusie: Het aspect ‘spoorweglawaai’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan, mits er een scherm met een hoogte van minimaal 3,8 m over de volledige zuidelijke grens van het plangebied en een hoogte van 2,0 m haaks op het spoor over een lengte van ca. 10 m wordt gerealiseerd. 3. Wegverkeerslawaai Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 waarbij de geluidbelastingen zijn getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de beschouwde wegen (Kromstraat, Hertogin Johannasingel, Doctor Saal van Zwanenbergsingel en Palestrinastraat/Willaertstraat) bedraagt niet meer dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.

Het aspect geluid vanwege de omliggende wegen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Conclusie Het aspect ‘wegverkeerslawaai’ bestemmingsplan.

vormt

geen

belemmering

voor

de

uitvoerbaarheid

van

dit

5.1.12 Gezondheid en veehouderij Rijkskader Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee km rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

Doorvertaling bestemmingsplan Binnen een straal van 2 km van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Conclusie Het aspect ‘gezondheid’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 47 van 59 ontwerp

5.2

Verantwoording Wonen

Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan de Kromstraat vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het plan Het plan betreft de realisatie van 29 nieuwe grondgebonden woningen, zowel in de huur als koopsfeer. Het plan kent de volgende samenstelling: - 9 goedkope huurwoningen (huur tot de liberalisatiegrens); - 10 woningen middenhuur of betaalbare koop (laag-middelduur) - en 10 koopwoningen middelduur. Daarmee is het plan vooral gericht op de behoefte aan betaalbare grondgebonden woningen voor de lagere inkomensgroepen en kleinere huishoudens waaronder starters. De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen). Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. De behoefte aan woningen Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering.

De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale prognose is van september 2020. Ten opzichte van de eerdere prognose is de opgave voor woningbouw in de gemeente Oss aanzienlijk verhoogd. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op december 2020). Daarin heeft de subregio haar hoofdkoers voor wonen bepaald en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden. 3 Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden. Als uitgangspunt voor de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2029 nog circa 5.200 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw) (provinciale prognose 2020).

In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbehoefte afgezet tegen de plancapaciteit van de gemeente Oss.

3 Deze afspraak geldt voor locaties groter dan 25 woningen (uitbreiding in landelijk gebied) of groter dan 75 woningen

(uitbreiding in stedelijk gebied).

Kromstraat Oss - 2021, pag. 48 van 59 ontwerp

Behoefte woningen versus capaciteiten gemeente Oss 2020 t/m 2029 bandbreedte toevoeging woningen gemeente Oss concrete periode prognose 2020 capaciteit* 2020 t/m 2024 2.749 2.659 2025 t/m 2029 2.440 309 Totaal 2020 t/m 2029 * inventarisatie sept. 2020

5.189

2.968

De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2029 bedraagt bijna 3.000 woningen (actualisatie januari 2020). Dit is zowel de harde capaciteit (juridisch bindend) als woningen die zijn opgenomen in zogenaamde zachte plannen. Dit zijn plannen die in ontwikkeling zijn en nog niet opgenomen in bestemmingsplannen of bouwvergunningen. Ook de bekende mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen (inventarisatie januari 2020). Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van gebieden. Het voorliggende plan voor de woningbouw van 29 woningen aan de Kromstraat in Oss is opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft. De woningbehoefte in het stedelijk gebied Oss-Berghem Het plangebied aan de Kromstraat ligt in stad Oss. Woningbouw op deze locatie is gericht op de woningbehoefte vanuit het gehele stedelijk gebied Oss-Berghem en opvang van het grootste deel van de migratie naar de gemeente Oss. De provinciale woningbouwprognose is doorgerekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss.

Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het stedelijk gebied Oss-Berghem weer, inclusief de 29 woningen van het plangebied. Uit het overzicht blijkt dat deze woningen naar omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het stedelijke gebied Oss-Berghem. Na realisering van het plan blijft nog een ruim tekort aan woningbouwmogelijkheden tot en met 2029. Behoefte woningen versus capaciteiten stedelijk gebied Oss-Berghem 2020 t/m 2029 bandbreedte woningopgave stedelijk gebied Oss-Berghem concrete periode prognose 2020 capaciteit* 2020 t/m 2024 2.123 2.024 2025 t/m 2029 1.905 190 Totaal 2020 t/m 2029 4.028 2.214 * inventarisatie sept. 2020

De kwalitatieve behoefte Ook in kwalitatieve zin voorzien de nieuwe woningen in de behoefte. Ten behoeve van de woningprogrammering is ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus 4. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.).

4 De prijssegmenten zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur >

liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 225.000; koop middelduur, > € 225.000 < €300.000, koop duur > € 300.000 (exclusief BENG)

Kromstraat Oss - 2021, pag. 49 van 59 ontwerp

Voor de komende periode wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen. Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan goedkopere woningen (zowel koop als huur) en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. Voor de korte termijn wordt nog een inhaalslag verwacht in de behoefte aan grondgebonden woningen, ook in de duurdere sectoren. Om de woonfunctie van Oss te versterken is het van belang om ook bijzondere woonmilieus te ontwikkelen waaronder stedelijke woonmilieus.

Bovenstaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het stedelijke gebied Oss-Berghem weer. Het programma voor de planlocatie aan de Kromstraat bestaat uit 9 grondgebonden goedkope (sociale) huurwoningen, 10 grondgebonden middeldure huur en/of betaalbare koopwoningen (laag-middelduur) en 10 middeldure koopwoningen. Daarmee voorziet het grootste deel van het plan in de grote behoefte aan betaalbare grondgebonden woningen, zowel in de huur als koop. Met de diverse samenstelling voorzien deze grondgebonden woningen in de vraag van kleinere huishoudens in meerdere inkomensklassen. Ook na realisering van dit plan blijven nog tekorten in deze segmenten. Tevens wordt met dit plan een mogelijk voor herontwikkeling van bestaand vrijkomend vastgoed benut. De woningbouw wordt gerealiseerd op de locatie van twee (niet meer actieve) bedrijfslocaties/-bestemmingen. Het transportbedrijf en een café/restaurant zullen worden gesloopt. Conclusie: Het plan voor de ontwikkeling van grondgebonden woningen in een mix van huur en koop in verschillende prijsklassen sluit aan bij de behoefte aan woningen in Oss, zowel naar omvang als type woningen. Tegelijkertijd wordt ook een mogelijkheid voor een binnenstedelijke herontwikkeling benut. Daarmee voldoet het programma aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss.

5.3 Waarden Binnen het plangebied voorkomende waarden op het vlak van natuur, archeologie of cultuurhistorie dienen te worden gerespecteerd en beschermd, mogelijk zelfs bevorderd. Bij ontwikkelingen moet proactief rekening worden gehouden met de aanwezige waarden. Achtereenvolgens komen aan bod: - Archeologie en cultuurhistorie (§ 5.3.1) - Natuur (§ 5.3.2)

Kromstraat Oss - 2021, pag. 50 van 59 ontwerp

5.3.1

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Gemeentelijk kader Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Doorvertaling bestemmingsplan: Op het gebied van archeologie is het volgende onderzoek uitgevoerd: • Plangebied Kromstraat te Oss, gemeente Oss, een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (RAAP, 22 juni 2020). Dit onderzoek is als bijlage 14 aan de toelichting toegevoegd. De belangrijkste bevindingen zijn hieronder weergegeven.

Bodem De bovengrond in het plangebied is grotendeels verstoord, waarbij de diepte van de verstoringen sterk varieert: van 50 tot 130 cm. Het lijkt er echter ook sterk op dat er plaatselijk nog wel resten van de oorspronkelijke bodem aanwezig zijn, in de vorm van restanten van een B-horizont en een esdek. Deze resten komen verspreid door het plangebied voor. Archeologie Er zijn in of direct rondom het plangebied geen archeologische vindplaatsen bekend. In een straal van 500 m eromheen is er slechts een klein aantal vindplaatsen en onderzoeken. De belangrijkste daarvan is de historische kern van Oss, aangemerkt als archeologisch monument van hoge waarde. De overige vindplaatsen betreffen een ongedateerde boomstam-waterput, een neolithische bijl en twee greppels en een kuil en aardewerk uit de periode late middeleeuwen-nieuwe tijd. Behalve de historische kern, gaat het hierbij niet om overtuigend bewijs voor bewoning of begraving in het verleden. Er geldt een lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars en een middelhoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Advies Aangeraden wordt om bodemingrepen dieper dan 50 cm te vermijden en niet direct op het ‘gele zand’ (de C-horizont) te funderen. Indien dit niet mogelijk/wenselijk is, is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek noodzakelijk.

In afwijking van het advies van RAAP en op advies van de gemeente Oss, is in eerste instantie alleen buiten de huidige bebouwingscontouren proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Op basis van de resultaten wordt bekeken of vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving of begeleiding (eventueel ook bij de bebouwde terreindelen) nodig is. Het proefsleuvenonderzoek dient op zijn laatst vóórafgaand aan de vergunningsaanvraag te worden uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek

Kromstraat Oss - 2021, pag. 51 van 59 ontwerp

kan namelijk leiden tot aanvullende voorwaarden in de vergunning (archeologische begeleiding, opgraving, bescherming). Zie hiervoor ook het besluit van de gemeentelijk archeoloog van de gemeente Oss van 23 juni 2020 (bijlage 15). Conclusie In het huidige bestemmingsplan “Noord-West-Oss” is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan zal deze dubbelbestemming wel worden opgenomen, aangezien het proefsleuvenonderzoek pas na de bestemmingsplanprocedure zal worden uitgevoerd. Cultuurhistorie Rijkskader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd.

Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Provinciaal kader Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang.

De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden Gemeentelijk kader Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde

Kromstraat Oss - 2021, pag. 52 van 59 ontwerp

gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2009. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Met zogenoemde dubbelbestemmingen is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘Archeologie’ onder gemeentelijk kader verwezen. Doorvertaling bestemmingsplan In en rondom het plangebied zijn geen monumentale en/of cultuurhistorische aspecten aanwezig. Met de herontwikkeling van het plangebied wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de stedenbouwkundige opzet van de omgeving. Conclusie De aspecten 'archeologie' en 'cultuurhistorie' vormen geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.3.2 Natuur Rijkskader Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Bescherming van de plant- en diersoorten ontlenen hun bescherming onder andere aan opname in de Flora- en faunawet. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden en was verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.

Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd de ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 mol/ha/jaar) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een quickscan flora en fauna, een aanvullend onderzoek naar vleermuizen en een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd: • Rapportage verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Wet natuurbescherming, Kromstraat 64 & 82 Oss (GRAS Advies, 22 juni 2020); • Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen Wet natuurbescherming Kromstraat 64 & 82 Oss (GRAS Advies, 25 februari 2021); • AERIUS-berekening woningbouwlocatie Kromstraat te Oss (BRO, 18 november 2020).

Kromstraat Oss - 2021, pag. 53 van 59 ontwerp

De resultaten zijn hieronder beknopt weergegeven, de volledige rapportages zijn respectievelijk als bijlagen 16, 17 en 18 aan de toelichting toegevoegd. Soortenbescherming Houtopstanden Het projectgebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het projectgebied. Vleermuizen Uit de quickscan flora en fauna (bijlage 16) is gebleken dat het hoofdgebouw aan de Kromstraat 64 spouwmuren met open stootvoegen heeft die daarmee geschikt zijn als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied kan daarom niet op voorhand worden uitgesloten. De voorgenomen sloop van Kromstraat 64 resulteert in verlies van mogelijke verblijfplaatsen. De conclusie is dan ook dat voor sloop nader vleermuisonderzoek uitgevoerd moet worden, om uit te sluiten of het gebouw als verblijfsplaats dient. Dit nader onderzoek is als bijlage 17 bij de toelichting gevoegd. In dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de voorgenomen ontwikkeling een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is benodigd voor de gewone dwergvleermuis vanwege het verlies van twee zomerverblijfplaatsen (tevens mogelijk kleine winterverblijfplaatsen) en vanwege een essentiële vliegroute.

Verwacht wordt dat met het nemen van mitigerende maatregelen, waaronder het plaatsen van vleermuiskasten en rekening houdend met de positie van nieuwe bomen en openbare verlichting in het openbaar gebied, een ontheffing op de Wet natuurbescherming verkregen kan worden. De ontwikkeling is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Vogels Het projectgebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied gebruiken als broedlocatie. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien dat niet mogelijk is, kan verstoring voorkomen worden door de bosschages niet te beschadigen tijdens het broedseizoen. Het broedseizoen is globaal aan te geven tussen 15 maart en 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving.

In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur” Gebiedsbescherming Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken op ca. 10,8 km afstand van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Middels een AERIUS berekening (bijlage 18) is voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het initiatief de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland ligt op ca. 4,7 km afstand van het projectgebied. Het projectgebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door agrarisch gebied en de

Kromstraat Oss - 2021, pag. 54 van 59 ontwerp

bebouwde kom van Oss. Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Noord-Brabant geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 5.4 Defensie Rijkskader Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Doorvertaling bestemmingsplan Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 m boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd.

Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 m boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. Conclusie Het aspect ‘defensie’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Rijkskader Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is.

De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 55 van 59 ontwerp

Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Doorvertaling bestemmingsplan In het kader van dit bestemmingsplan wordt ook een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze aanmeldnotitie is als bijlage 19 bij deze toelichting gevoegd. Hierin wordt geconcludeerd dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten. Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen er geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Ook heeft het plan geen negatieve effecten op een goede ruimtelijke ordening zoals beschreven in de nu volgende milieuparagrafen en de toelichting. De ontwikkeling is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Er zijn geen ernstige milieugevolgen te verwachten die het nodig maken een m.e.r.-beoordelingsprocedure te volgen.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 56 van 59 ontwerp

Hoofdstuk 6

Handhaving

6.1 Beleidskader Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctieen gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.

Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 6.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd.

Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 57 van 59 ontwerp

6.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik.

Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 58 van 59 ontwerp

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening moet inzicht worden gegeven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Onderdeel hiervan is ook de economische uitvoerbaarheid. Dit betekent dat de ontwikkelingen binnen dit bestemmingsplan ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Kostenverhaal en planschade Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt, tenzij kostenverhaal op een andere wijze is verzekerd of er geen sprake is van kostenverhaal. In dit geval is het kostenverhaal op een andere wijze verzekerd, namelijk door het sluiten van een exploitatieovereenkomst (anterieure overeenkomst) tussen gemeente en initiatiefnemer. De kosten voor de ontwikkeling inclusief de kosten voor het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan inclusief onderzoeken, planschade, ambtelijke kosten etc. zijn voor rekening van de initiatiefnemer: Hendriks Projectontwikkeling te Oss. Conclusie Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.

Kromstraat Oss - 2021, pag. 59 van 59 ontwerp

Hoofdstuk 8

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1 Inspraak Dit voorontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge de Inspraakverordening gemeente Oss 2007 en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en is tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website (ruimtelijkeplannen.nl). Hiervan is op 9 december 2020 mededeling gedaan in het plaatselijke blad Oss Actueel en op de gemeentelijke website. Volledigheidshalve is op 9 december 2020 ook een publicatie geplaatst in de Staatscourant en in het Gemeenteblad. Omwonenden zijn tevens persoonlijk per brief geïnformeerd over de terinzagelegging. Gedurende vorengenoemde periode konden ingezetenen van de gemeente Oss en belanghebbenden hun reactie geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Er zijn 19 inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties hebben deels geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het eindverslag van deze inspraakreacties is – samen met het eindverslag van het vooroverleg - als bijlage 20 (‘Nota van Inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Kromstraat Oss - 2021’) opgenomen bij deze toelichting. Voorafgaand aan deze inspraakmogelijkheid heeft de initiatiefnemer een zogenaamde omgevingsdialoog met de omwonenden gevoerd. In dat kader heeft op 2 juni 2020 een bijeenkomst plaatsgevonden.

Tijdens deze bijeenkomst zijn de omwonenden door de initiatiefnemer bijgepraat over de nieuwbouwplannen. De omwonenden gaven in hun reactie aan dat zij zorgen hebben over het woningprogramma en het stedenbouwkundig plan, verkeer, bestaande bebouwing en parkeren. Vanuit de initiatiefnemer is op 13 juli 2020 per brief op deze bezwaren gereageerd (zie bijlage 21). In deze brief benadrukt hij dat het woningbouwinitiatief positief is voor de wijk en de omwonenden. Op dit moment zijn op de planlocatie op basis van het bestemmingsplan allerlei functies mogelijk (horeca, maatschappelijke voorzieningen, andere bedrijvigheid). Via dit bestemmingsplan zal de bestemming worden gewijzigd naar wonen waardoor het risico op overlast afneemt. Door de komst van het onderhavige initiatief zal tevens de verkeersveiligheid verbeteren. Er blijven, net als in de huidige situatie, twee aansluitingen op de Kromstraat, waarbij de huidige aansluiting ten behoeve van het zware verkeer wordt gewijzigd in een aansluiting voor fietsers en voetgangers. De andere smalle en onoverzichtelijke inrit wordt gewijzigd in een brede overzichtelijke hoofdontsluiting die met een inritconstructie wordt aangesloten op de Kromstraat. Dit betekent dat zowel bestuurders als voetgangers op de Kromstraat voorrang krijgen op bestuurders uit het plangebied.

Het aandeel zwaar transport (afkomstig van het te slopen transportbedrijf) zal bovendien verdwijnen. Verder heeft de initiatiefnemer naar aanleiding van bezwaren van omwonenden omtrent het stedenbouwkundig plan de sociale huurwoningen verplaatst van de noordzijde naar de zuidzijde van het plangebied en is het bouwblok dat grenst aan de bestaande woningen aan de Kromstraat verschoven zodat de afstand tot de bestaande woningen wordt vergroot.

8.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn de in dat artikel genoemde instanties op 2 en 3 december 2020 per e-mail in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Ook Prorail is om een reactie gevraagd. Alle instanties - Provincie Noord-Brabant, de Veiligheidsregio Brabant-Noord, Waterschap Aa en Maas en Prorail - kunnen instemmen met het plan. De opmerkingen van de Veiligheidsregio en het Waterschap zijn in het bestemmingsplan vertaald. Het eindverslag van het vooroverleg is als bijlage 20 (‘Nota van Inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Kromstraat Oss-2021’) opgenomen bij deze toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=d891ab2c-4c36-437f-822e-df18db3dfe00