Bijlage 2 Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting.PDF
Tekst van het document
Archeologie:
Het perceel en de gehele 25 meter zone valt binnen een gebied dat “bebouwing Oss” heet. Onder de aanwezige bebouwing zijn de archeologische resten verstoord. Op open plekken zoals parken en plantsoenen is de archeologische verwachting hoog. Voor het beleid over archeologie in het gebied zie het bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl). Bij het toevallig aantreffen van vondsten moet artikel 5.10 van de Erfgoedwet worden gevolgd. Hierin staat dat het verplicht is om toevalsvondsten te melden.
Aan de verstrekte gegevens kunnen geen rechten worden ontleend.
* Streefwaarde (Sw)/Achtergrondwaarde (Aw): De achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater en tot 2009 voor grond) zijn verbonden aan de risicogrenzen voor mens en ecosysteem. Ze geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame en goede bodemkwaliteit. Indien de aangetroffen concentraties de achtergrond- of streefwaarden niet overschrijden wordt de bodem beschouwd als niet verontreinigd. ** Tussenwaarde (Tw): De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er in principe een noodzaak tot aanvullend onderzoek en wordt de bodem beschouwd als matig verontreinigd. Liggen de gemeten concentraties boven de achtergrond- of streefwaarde maar beneden de tussenwaarde dan wordt de bodem beschouwd als licht verontreinigd. *** Interventiewaarde (Iw): De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens en ecosysteem. Afhankelijk van de omvang kan er bij concentraties boven de interventiewaarde sprake zijn van een saneringsnoodzaak. Bij overschrijdingen van de interventiewaarde wordt de bodem beschouwd als sterk verontreinigd.
Bijlage 9
VERANTWOORDING Projectnummer:
17184
Projectnaam:
Kromstraat 82 te Oss
Naam veldwerker:
Vincent Burgers
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat VB-040.
Hierbij verklaar ik dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen, waarbij gebruik is gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer hieraan stelt.
datum BRL protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen BRL protocol 2002 Het nemen van grondwatermonsters BRL protocol 2003 Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek BRL protocol 2018 Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem
10-12-2018
handtekening veldwerker
BESTEMMINGSPLAN Kromstraat Oss - 2021 Bijlage 2:Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK KROMSTRAAT 64 TE OSS Gemeente Oss, sectie E, nummers 373 en 6246 PROJECT: 18344
VERANTWOORDING Titel
VERKENNEND BODEMONDERZOEK KROMSTRAAT 64 TE OSS
Opdrachtgever
Hendriks Project Ontwikkeling Kanaalstraat 12 5347 KM Oss
Rapportnummer
18344
Datum
Projectleider
mevrouw J.P.E.E. van Kempen- Auteur
10 juni 2020
de heer C.A.J.H. Beunis
Mesterom
handtekening
Boormeesters
handtekening
de heer R.J. van der Laan
handtekening
de heer R. Reinders
handtekening
NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/2
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5
3
2.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5
2.2
VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5
2.2.1
Omgeving _____________________________________________________________ 5
2.2.2
Bodemgebruik _________________________________________________________ 5
2.2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken___________________________________________ 6
2.2.4
Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 7
2.3
DOELSTELLING _______________________________________________________________ 9
2.4
HYPOTHESE _________________________________________________________________ 9
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK ________________________________________________ 10 3.1
ALGEMEEN _________________________________________________________________ 10
3.2
VELDWERKZAAMHEDEN ________________________________________________________ 10
3.3
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN _________________________________________________ 10
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 11
5
RESULTATEN __________________________________________________________________ 13 5.1
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 13
5.2
ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 13
5.3
INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 14
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 15
7
REFERENTIES _________________________________________________________________ 16
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/3
1
INLEIDING Hendriks Project Ontwikkeling te Oss heeft, in verband met een geplande grondtransactie, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op het perceel Kromstraat 64 te Oss. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen:
2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
2002 – Het nemen van grondwatermonsters
2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer J. Onderstijn. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door mevrouw J.P.E.E. van Kempen-Mesterom.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/4
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1
Algemeen
De onderzoekslocatie betreft het perceel Kromstraat 64 te Oss en staat kadastraal bekend onder gemeente Oss, sectie E, nummers 6246 en 373. De percelen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 2.590 m². Het onderzoek is uitgevoerd als uitbreiding op het eerder uitgevoerde bodemonderzoek op het aangrenzend perceel Kromstraat 82 te Oss. De resultaten van het betreffende onderzoek zijn opgenomen in paragraaf 2.2.3. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De onderzoekslocatie is gelegen in een woonwijk ten westen van het centrum van Oss. De directe omgeving van de locatie bestaat uit:
Noordzijde:
Kromstraat, woningen;
Oostzijde:
Woningen, Dr. S. van Zwanenbergsingel;
Zuidzijde:
Spoor, bedrijventerrein Euterpelaan;
Westzijde:
Woningen, Heischeutstraat.
2.2.2 Bodemgebruik De onderzoekslocatie is zeker sinds medio 19de eeuw in gebruik/bebouwd. De huidige bebouwing stamt uit 1970, met een oppervlakte van circa 700 m2, was in gebruik als een café en een feestzaal. Het overige deel van het terrein is onverhard. Voor zover bij de opdrachtgever bekend is, hebben op of nabij de onderzoekslocatie geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/5
1850 Eerste zichtbare bebouwing
1962 Verstedelijking
1988 Uitbreiding locatie
2019 Huidige situatie
In de jaren '50 en '60 werd bij Dyosinth DDT geproduceerd. Het afvalwater werd op het riool geloosd wat werd gezuiverd aan de Frankenbeemdweg. Het zuiveringsslib dat hierbij vrijgekomen is, is in de jaren '60 als bodemverbeteraar toegepast binnen de bebouwde kom van Oss. Bij bodemonderzoeken die rond 2000 zijn uitgevoerd bleek dat het slib sterk verontreinigd was met DDT. Het is niet in beeld waar dit slib in het verleden toegepast is. De bovengrond binnen de kern van Oss is derhalve verdacht met betrekking tot het voorkomen van verhoogde gehaltes aan DDT. 2.2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Bij de gemeente, de opdrachtgever en in ons eigen archief zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend met betrekking tot de onderzoekslocatie.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/6
Op het naastgelegen perceel is door NIPA milieutechniek bv recent nog een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 17184, d.d. 21 januari 2019). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet (noemenswaardig) verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. In de fijne fractie van de inspectiegaten in de inrit is 2,6 mg/kg d.s. aan asbest gemeten. Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. niet waardoor er geen sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de omgeving van de onderzoekslocatie is aan de Kromstraat 49 in 1994 een ondergrondse brandstoftank gesaneerd door Isotank (KIWA kenmerk A.22721) en afgevuld met zand. Tijdens de werkzaamheden zijn geen verontreinigingen waargenomen. Aan de Kromstraat 56 is in 2008 een historisch onderzoek uitgevoerd door Van Oort Bodemonderzoek in opdracht van de gemeente Oss (Kenmerk HOO.206307086) om bodembedreigende activiteiten uit het verleden in kaart te brengen. De locatie was in het verleden in gebruik als brandstoffenhandel. De locatie is verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging door de opslag van >25.000 liter brandstof. Onbekend is of dat inmiddels een bodemonderzoek is uitgevoerd om te bepalen of dat de locatie daadwerkelijk verontreinigd is. 2.2.4 Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Oss.
De gemiddelde maaiveldhoogte varieert van circa 2,2 meter +NAP (polder bij Lith) tot circa 15 meter (Herperduin). In onderstaande figuur is de bodemopbouw schematisch weergegeven. Het figuur is gebaseerd op het Digitaal Geologisch Model (DGM). Het DGM is een regionaal lagenmodel van de Nederlandse ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 meter. De bodemlagen in dit deel van de ondergrond bestaan hoofdzakelijk uit onverharde sedimenten, waarin de grondsoorten klei, zand, grind en veen voorkomen. De lagen worden op basis van verschillen in lithologie en andere eigenschappen ingedeeld in lithostratigrafische eenheden. Het DGM is een model van de opbouw en de samenhang (geometrie) van deze lithostratigrafische eenheden. De basis en de top van de eenheden worden in het model door dieptevlakken weergegeven. Uit de rasters van de top en de basis wordt de dikte van de eenheden afgeleid.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/7
Tabel 1: Bodemopbouw Code HL BX
Formatie holocene afzettingen Boxtel
BE
Beegden
KR
Kreftenheye
PZWA
Peize
OO
Oosterhout
BR
Breda
Algemene lithologische kenmerken rivierklei
Dikte 1 tot enkele meters
De dikte varieert van minder dan 1 m (in gebieden met hooggelegen oudere afzettingen) tot meer dan 30 m (in glaciale en tektonische bekkens)
Zand, zeer fijn tot matig grof (105-300 µm), zwak tot sterk siltig, lichtgeel tot donkerbruin, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Leem, zwak tot sterk zandig, grijsbruin tot donkergrijs, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Veen, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 µm), zwak tot sterk grindig, overwegend kalkloos, grijs en blauwgrijs. Indien de bovenkant aan of nabij het oppervlak ligt, treedt als gevolg van neerslag van ijzerhydroxiden meestal een sterke roodbruine kleuring op. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 2000 µm), geelgrijs tot grijsbruin, kalkloos tot kalkrijk, bont, matig tot sterk grindhoudend. Grind, matig tot zeer grof (5,6 - 63 mm), sterk zandig. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 µm), lichtgrijs tot wit, kalkloos, zwak tot matig grindig (fijn en matig grof; 2 - 16 mm), in de fractie fijn grind zeer veel restkwarts.
Zand, zeer fijn tot zeer grof (105 - 420 µm), spoor tot veel schelpgruis en schelpen, spoor tot weinig glauconiethoudend. Zand, zeer fijn tot zeer grof (105 - 420 µm), kleiig, spoor tot veel schelpgruis en schelpen, spoor tot weinig glauconiethoudend. Klei en zandige klei, zwak tot sterk siltig. Schelpenbanken, enkele decimeters tot > 10 meter in dikte De Formatie bestaat uit een complexe opeenvolging van ondiep mariene en in de kustzone gevormde afzettingen. De aanwezigheid van glauconiet is zeer kenmerkend voor de formatie. Over het algemeen bestaan de afzettingen uit: Zand, zeer fijn tot matig fijn (105 - 210 µm), siltig, grijsgroen tot zwartgroen, glauconiet- en kalkhoudend. Klei, sterk zandig tot matig siltig.
De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot circa 40 m.
De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot ruim 100 m. Over het algemeen ligt de dikte tussen 10 en 25 m.
De formatie is tot meer dan 180 m dik. Daarnaast zijn de afzettingen door erosie locaal geheel verdwenen tijdens de Elster glaciatie (waarbij zeer diepe dalen zijn gevormd) en in de glaciale bekkens die in het Saalien zijn ontstaan. Minder dan 1 tot meer dan 150 m dik.
Van minder dan 1 m tot meer dan 700 m; sterk variabel.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/8
ST
Sterksel
SY
Stramproy
MS
Maassluis
KI
Kiezeloöliet
Zand, matig grof tot uiterst grof (210 2000 µm), zwak tot sterk grindig, kalkloos tot kalkrijk, grijsbruin, roodbonte (rossige) componenten, matig tot sterk glimmerhoudend. Grind, grijsbruin, roodbonte (rossige) componenten. Kleilagen, zwak tot uiterst siltig, blauwgrijs tot grijs, kalkloos tot kalkrijk, regelmatig met zeer dunne tot dunne (mmcm) zandlaagjes. Zand, uiterst fijn tot zeer grof (63 – 420 µm), lichtgrijs, lichtbruin of grijswit, gebleekt, kalkloos tot kalkrijk. Zand, uiterst fijn tot matig grof (63 - 300 µm), grijs, overwegend kalkrijk, schelphoudend (mariene schelpen), glimmers. Klei, grijs tot donkergrijs, vaak siltig, vaak zandig, overwegend kalkrijk, glimmers, schelparm tot schelphoudend (mariene schelpen). Zand, zeer fijn tot uiterst grof (105 - 2000 µm), wit van kleur. Klei, zwak zandig tot zwak siltig, donkergrijs en bruin van kleur, op veel plaatsen met tot bruinkool ingekoolde veenlagen. Grind, fijn tot zeer grof (2-63 mm).
Dikte varieert van enkele meters tot maximaal ca. 60 m. In Midden en West-Nederland bedraagt de gemiddelde dikte 15 meter.
De dikte varieert van minder dan 1 tot meer dan 100 m. De dikte is sterk variabel en wordt voornamelijk bepaald door de geometrie van het Noordzeebekken ten tijde van de afzetting. De dikte neemt globaal in noordwes-telijke richting toe. Aan de randen van het verbreidings-gebied neemt de dikte af tot enkele tientallen meters. De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot 200 m. De afzettingen dagzomen in ZuidLimburg. In de Roerdalslenk ligt de bovenkant van de formatie tussen 150 en 250 m beneden maaiveld.
De algemene stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt hoogstwaarschijnlijk beïnvloed door de stand van de nabijgelegen Maas. 2.3
Doelstelling
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of uit te sluiten dat op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is die een belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik van de bodem of de geplande activiteiten. 2.4
Hypothese
Op basis van de beschikbare gegevens wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/9
3
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1
Algemeen
Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 2.590 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht:
9 boringen tot 0,5 meter -mv (01 t/m 03, 06 t/m 09, 11, 12)
3 boringen tot 2,0 meter -mv (04, 05 en 10)
Twee bovengrondmengmonsters en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters uit het standaardpakket voor grond. Voor het berekenen van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van drie grondmengmonsters tevens de percentages aan lutum, organisch stof en OCB bepaald. Tevens is mengmonster MM1 samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van PFAS. Aangezien het grondwater in 2019, tijdens het onderzoek op het aangrenzende perceel reeds is onderzocht, is dit nu niet onderzocht. 3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het bemonsteren van de grond en de zintuiglijke beoordeling van de grondmonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 22 april 2020 en 11 mei met handkracht uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R.J. van der Laan en de heer R. Reinders. 3.3
Laboratoriumwerkzaamheden
De chemische analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/10
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde [3 & 4]. De streefwaarden voor grond zijn per 1 oktober 2008 vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000), deze zijn vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013 [3]. De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan.
De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof het gemiddelde gehalte van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden. Uit de NEN 5740 [1] kan het volgende worden afgeleid. De interpretatie van de onderzoeksresultaten en de noodzaak tot het uitvoeren van vervolgonderzoek hangen voor een belangrijk deel af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Ook de onderzoeksinspanning van het vervolgonderzoek wordt voor een belangrijk
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/11
deel hierdoor bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid te bepalen. De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden voor de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn bepaald met behulp van BoToVa. De gestandaardiseerde meetwaarden en de toetsing aan de achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6. Bij de interpretatie van de toetsingsresultaten is uitgegaan van de BodemIndex (BI) BodemIndex (BI) = (gestandaardiseerde meetwaarde - AW) / (IW - AW) AW = achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) IW = interventiewaarde BodemIndex < 0:
gestandaardiseerde meetwaarde < AW
BodemIndex = 0:
gestandaardiseerde meetwaarde = AW
0 < BodemIndex < 0,5:
gestandaardiseerde meetwaarde > AW maar < Tussenwaarde
BodemIndex = 0,5:
gestandaardiseerde meetwaarde = Tussenwaarde
0,5 < BodemIndex < 1:
gestandaardiseerde meetwaarde > Tussenwaarde maar < IW
BodemIndex = 1,0:
gestandaardiseerde meetwaarde = IW
BodemIndex > 1:
gestandaardiseerde meetwaarde > IW NB: De BodemIndex heeft geen wettelijk kader en heeft slechts de functie van hulpmiddel bij de interpretaties van de toetsingsresultaten. De Tussenwaarde heeft eveneens geen wettelijk kader, maar wordt veelal toegepast als een signaalwaarde om tot aanvullend onderzoek over te gaan
De BodemIndex per analyseresultaat is eveneens weergegeven in de tabellen in bijlage 6.
Verkennend bodemonderzoek Kromstraat 64 te Oss, sectie E, nummers 373 en 6246
CB/18344/12