Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting BP Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Bijlage bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting
Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023 Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 3 Ecologische Quickscan Bijlage 4 Archeologisch vooronderzoek Bijlage 5 Selectieadvies archeologisch vooronderzoek Bijlage 6 Watertoets Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 Rapport externe veiligheid Bijlage 9 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 10 Besluit hogere waarden BP Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023 Bijlage 11 Geluideffecten bij omliggende bestaande woningen Bijlage 12 Trillingsonderzoek Bijlage 13 Trillingsonderzoek Prognose spoortrillingen Bijlage 14 M_E_R_-aanmeldnotitie Bijlage 15 Omgevingsdialoog Bijlage 16 Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbesluit hogere waarden BP Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem – 2023 Bijlage 17 Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Kerkstraat-Zevenbergseweg Berghem - 2023
Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan
Kerkstraat
1-1A 2
2A 4
6
8
10
12
14
22
24
2B-2E
26
28
30
32
34
36
38
40
3
3A
2 4
6
8
33
42
35
34
37
36 32
5
Kerkstraa t
2
38
63
61
62
60
71
70
68
67
66
69
64
72
65
73
verwijderbare parkeerpaal (hulpdiensten)
wadi verwijderbare parkeerpaal (hulpdiensten)
wadi
59
parkeerplaats voor BNR 8 en 9
31
27
16
25
15 7
29
30 77
76
75
18
74
17 8 9
79
20
19
78
P P
Zevenbergseweg
81
80
cyaan: collectief hekwerk
10
1
24 23
P
P
13
4
4
rt poo
12
3
5
46
45
9 14
25
7
9A optie garagebox (sectionaaldeur)
2
3
4
5
47
6
7
8
9
10
11
14
15
49
38
35
6
13
48
optie garagebox (sectionaaldeur)
6
1
51
52
53
54
11
2 P
55
56
50
P
57
22
21
optie garagebox
58
28 26
16
17
18
19
12
20
et en m iner
ort carp
28
29
30
37
rs: g
paa
e ond
k, roo dsst
1.5
(g erk ekw ash
ij h ns b
.2 r), 1
oo
et sp
ehe
34
33
32
40
43
oog mh
re
le g
a
m
rhou
rm
e ssch luid e g d: roo
Parkeren: 10x Sociale en middenhuur kleiner dan 100 m2 gbo (1,4) 5x Overige grondgebonden woningen tussen 100 - 125 m2 gbo (2) 11x Overige grondgebonden woningen tussen 125 - 150 m2 gbo (2,2) 9x Overige grondgebonden woningen groter dan 150 m² gbo (2,4) 2x BNR 37&38 (niet in plangebied) Overige grondgebonden woningen groter dan 150 m² gbo (2,4)
or
o nsp
Trei
mb
l co
tuee
en , ev
herm
c idss
gelu
21
24
23
22
26
27
31
36
39
42
41
44
Totaal benodigde parkeerplaatsen Aantal parkeerplaatsen getekend
Kerkstraat te Berghem Onderdeel:
11 O n t w e r p
&
B o u w P r o c e s B e g e l e i d i n g
De Hammen 40 Ravenstein ▪ 0486 - 412829 ▪ www.kantoorprincen.nl
NOORD
Situatie Projectfase:
Getekend:
Schetsontwerp
BvO
Schaal:
Formaat:
Projectadres:
Bouwplan:
1:500
A2
Kadastrale Gemeente:
Burgerlijke Gemeente:
Datum:
Gewijzigd:
Berghem
Oss
14-01-2025
Sectie:
Nummer(s):
Projectnummer:
Tekeningnummer:
B
4106, 5740
W-20-1191
SO 00
© 2021 Princen BouwProcesBegeleiding B.V., KVK: 63418274
=4,8 = 74,6 = 81
Projectomschrijving:
13
=14 =10 =24,2 =21,6
Bijlage 2 Stikstofdepositie-onderzoek
Notitie AERIUS-berekening Datum Onderwerp Kenmerk Bijlagen
12 januari 2025 AERIUS-berekeningen 38 grondgebonden woningen achter Zevenbergseweg 7 en 9, Berghem 2x output AERIUS-calculator
Aanleiding In verband met het voorgenomen initiatief, de realisatie van 38 grondgebonden woningen op het terrein van Zevenbergseweg 7 en 9 in Berghem, is deze notitie opgesteld. Initiatieven in de fysieke leefomgeving mogen Natura 2000-gebieden niet schaden. In verband daarmee is het van belang dat bezien wordt in hoeverre een dergelijk initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden en sprake is van een Natura 2000 activiteit. Met behulp van de AERIUS-calculator kan dit voor het aspect stikstofdepositie voor zowel het realiseren (slopen, bouwen, aanleggen) als gebruiken van een locatie inzichtelijk worden gemaakt. Hiervoor moet ingevolge de Omgevingswet de laatste versie van de calculator gebruikt worden. Als hieruit blijkt dat geen sprake is van een negatief effect op een Natura 2000-gebied is geen sprake van een Natura 2000 activiteit en hoeft hiervoor geen vergunning aangevraagd te worden. De stikstofdepositie die bij de realisatie van het initiatief en het gebruiken ervan op nabijgelegen Natura 2000-gebieden tot stand komt is met behulp van de AERIUS-calculator welke op 12 januari 2025 online was berekend. De PDF-exports met de rekenresultaten zijn bijgevoegd bij deze notitie. In deze notitie wordt aanvullend ingegaan op de (achtergrond van de) invoergegevens.
Het initiatief De ontwikkeling betreft de realisatie van 38 grondgebonden woningen op het terrein achter Zevenbergseweg 7 en 9 in Berghem. De ontwikkeling bestaat uit verschillende typen woningen, namelijk: • 6 vrijstaande woningen (koop); • 4 halfvrijstaande woningen (koop); • 6 patio-woningen (koop, vergelijkbaar met type twee onder één kap); • 12 hoek-/tussenwoningen (koop); • 10 rug aan rug woningen (huur, sociaal). Het is uiteindelijk de bedoeling het plangebied als volgt in te richten (zie de afbeelding hieronder).
1
Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt rekening gehouden met het vervoer van bewoners en hun bezoek. Voor het vervoer van bewoners zijn we uitgegaan van de in de tabel opgenomen verkeersgeneratie per etmaal (conform CROW, rest bebouwde kom, matig stedelijk, worst case): 261 verkeersbewegingen. Functie
Verkeersgeneratie per etmaal per stuk
Aantal
Koop, vrijstaand
8,6
6
51,6
Koop, twee-onder-een-kap (patio’s en halfvrijstaande woningen)
8,2
10
82
Koop, tussen/hoek
7,5
12
90
Huur, sociaal (rug-aan-rug)
5,3
10
53
Totaal
Verkeersgeneratie per etmaal totaal
279,6 verkeersbewegingen
2
Daarbij wordt het traject vanaf omliggende straten gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’ en ‘stagerend’. Van de totale verkeersgeneratie is rekening gehouden met 5% middelzwaar vervoer en 5% zwaar vervoer. De gebruiksfase is beoogd in 2027. Resultaat gebruiksfase Het resultaat van de berekening is dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Realisatiefase Bekeken is om welke stikstof uitstotende werkzaamheden het in het bouwproces gaat, de aanlegfase. De aanlegfase bestaat uit machines die op de bouw worden gebruikt en vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats. Het bouwproces is in beeld gebracht en aan de hand daarvan zijn met de AERIUS-calculator berekeningen uitgevoerd. Voor de bouw wordt de volgende werkwijze wordt gehanteerd: iedere dag nemen de bouwvakkers het materiaal dat zij die dag op de bouw nodig hebben mee. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en het benodigde zware vervoer naar de bouw. Daarnaast worden veel producten prefab in de fabriek gemaakt. Dat bespaart machinegebruik op de bouwlocatie. Deze producten worden met zwaar vervoer (volle vrachtwagens) bij de bouw aangeleverd. Het terrein moet worden ‘klaargemaakt’ voor oplevering (woonrijp maken). Hiervoor is ter plaatse een graafmachine 10 werkdagen aan het werk. Er moet grond afgevoerd en aangevoerd worden.
Verder moet bestrating en beplanting geleverd worden. De bestrating wordt met zwaar vervoer gebracht. De beplanting (net als ander klein materiaal) wordt door de werklieden meegebracht op aanhangers aan hun bussen. Hieronder zijn de waarden opgenomen die gebruikt zijn als input voor de AERIUS-berekening om de eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te kunnen bepalen. Indicatoren werkzaamheden op bouwterrein: • Graafmachines (kraan): 243 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, 2019, 4% Ad blue verbruik; • Bouwkraan: 324 uur @ 11l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014-2018; • Betonpomp: 20 uur @ 20l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014-2018. Indicatoren vervoer van en naar bouwterrein: Tijdens de bouw zal sprake zijn van 6600 vervoersbewegingen totaal. Het gaat dan om licht verkeer al dan niet met aanhanger dat verspreid over 1 jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt.
3
Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de bouwvakkers tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht worden zware vervoersmiddelen ingezet. Het gaat dan om de aanvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: aan- en afvoer van graafmachines, 22 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van hoogwerkers, 22 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van afvalcontainers, 144 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van grond, 171 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van beplanting en bestrating, 18 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouwhekken, 6 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouw-/materiaalketen, 4 vervoersbewegingen; aanvoer van beton, 144 vervoersbewegingen; aanvoer van gevelstenen, 36 vervoersbewegingen; aanvoer van prefab vloeren, 48 vervoersbewegingen; aanvoer van dakplaten, 24 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van metselsilo, 8 vervoersbewegingen; aanvoer van kalkzandsteenelementen, 72 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van badkamers en keukens, 20 vervoersbewegingen; Het gaat voor het gehele project om 739 vervoersbewegingen totaal. Het gaat dan om zwaar verkeer dat verspreid over 2 jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt.
Indicatoren woonrijp maken • Graafmachines: 80 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, =>2019, 4% Ad blue verbruik; Indicatoren vervoer woonrijp maken Tijdens het woonrijp maken zal sprake zijn van: 120 lichte vervoersbewegingen (werklieden al dan niet met aanhanger met beplantingsmateriaal); Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de werklieden tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht worden zware vervoersmiddelen (35) ingezet. Het gaat dan om de aanvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: o aan- en afvoer van grond, 20 vervoersbewegingen; o aan- en afvoer van bestrating, 12 vervoersbewegingen; o aanvoer straatmeubilair, 1 vervoersbeweging; o aan- en afvoer van graafmachines, 2 vervoersbewegingen. Het gaat dan om verkeer dat vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt. Wegtype is ‘binnen bebouwde kom’ en ‘stagnerend’. De realisatiefase is beoogd in 2026. Resultaat realisatiefase
4
Het resultaat van de berekening is de realisatiefase van het plan niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Conclusie Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 12,9 kilometer en is Rijntakken. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat zowel door de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De AERIUSberekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Op basis van het resultaat van de berekeningen hoeft er geen verder onderzoek naar stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen uitgevoerd te worden en is het niet nodig een vergunning voor een Natura 2000-activiteit aan te vragen.
5
Bijlage 3 Ecologische Quickscan
Natuur
ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
Locatie: Kerkstraat/Zevenbergseweg Berghem Rapportnummer: 2025-BE-1206 In opdracht van: Reuvers Projecten in Ontwikkeling BV Maaskade 18 5347 KD Oss
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2025-BE-1206 Opdrachtgever Reuvers Projecten in Ontwikkeling BV Contactpersoon
Locatie Kerkstraat/Zevenbergseweg Berghem Auteur
Collegiale controle
Opleverdatum 24 januari 2025
De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.
1
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.
INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Criteria................................................................................................................................... 4 1.4 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 4
2.
PROJECTGEGEVENS ....................................................................................................... 5 2.1 Ligging van het plangebied .................................................................................................. 5 2.2 Omschrijving van het invloedsgebied ................................................................................. 5 2.3 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................. 6
3.
PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ............................................................................ 7 3.1 Bureauonderzoek ................................................................................................................. 7 3.2 Veldonderzoek ...................................................................................................................... 7 3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek....................................................... 8
4.
BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 13 4.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 13 4.2 Houtopstanden ................................................................................................................... 14 4.3 Soortenbescherming .......................................................................................................... 15
5.
RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 27 5.1 Resultaten en advies beschermde gebieden en houtopstanden ..................................... 27 5.2 Resultaten en advies beschermde soorten ....................................................................... 27 5.3 Aanbevelingen .................................................................................................................... 28 5.4 Toelichting op nader onderzoek ........................................................................................ 29
6.
BRONNEN ................................................................................................................... 31
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
2
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
SAMENVATTING
Opdrachtgever is voornemens om de bestemming van het plangebied Kerkstraat/Zevenbergseweg te Berghem te wijzigen. Het plangebied bestaat uit meerdere percelen. Eén perceel met braakliggende grond met een schuur en vegetatie, en delen van percelen die momenteel deel uitmaken van tuinen bij omliggende woningen. De bestaande schuur zal worden gesloopt, bomen worden gerooid en andere vegetatie wordt verwijderd. Daarna is het voornemen om 38 nieuwe woningen te realiseren. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. Omdat overtreding van de Omgevingswet in het kader van ecologie op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan in het plangebied in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. In de schuur zijn krijtsporen en braakballen van een of meerdere uilen aangetroffen.
Hierdoor kunnen de beoogde werkzaamheden negatieve effecten hebben op mogelijk aanwezige nest- en verblijfplaatsen van deze beschermde soortgroep. Nader onderzoek naar de nest- en verblijfplaatsen en het leefgebied van kerkuilen en steenuilen is noodzakelijk, conform het Kennisdocument Kerkuil (Tyto alba) juli 2017 en het Kennisdocument Steenuil (Athene Noctua) juli 2017. Er zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op overige soortgroepen en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. De eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden dient aangetoond of uitgesloten te worden met een Aeriusberekening. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.
Brabant Eco Januari 2025
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
3
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
1. INLEIDING EN ONDERZOEK In dit hoofdstuk staan de aanleiding en doelstelling van deze ecologische quickscan beschreven. Ook staan de criteria en de geldigheid van dit onderzoek vermeld. Op enkele uitzonderingen na, zijn de provincies het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de vergunningverlening en handhaving. Zie bijlage 2.
1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Reuvers Projecten in Ontwikkeling BV is het voornemen om in het plangebied Kerkstraat/Zevenbergseweg te Berghem de bestaande schuur te slopen, bomen te rooien en andere vegetatie te verwijderen. Daarna worden 38 nieuwe woningen gerealiseerd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Omgevingswet. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor het plangebied en directe omgeving in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied van de voorgenomen ingreep mogelijk planten- en diersoorten aanwezig zijn, die volgens de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De centrale vraag luidt: Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? Als blijkt dat de ingreep leidt tot een mogelijke overtreding van de Omgevingswet, wordt bepaald naar welke soorten en functies eventueel aanvullend onderzoek nodig is en of nadere toetsing in het kader van beschermde gebieden noodzakelijk is.
1.3 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door ecologisch deskundigen. Een ecologisch deskundige heeft aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring en geeft ecologisch advies en/of begeleidt werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.
1.4 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waarvoor dit niet geldt, moeten de gegevens recenter zijn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
4
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
2. PROJECTGEGEVENS
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste gegevens ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Allereerst wordt ingegaan op de geografische ligging van het plangebied en de kenmerken van het invloedsgebied. Vervolgens worden de voorgenomen ontwikkelingen en het toekomstige gebruik beschreven.
2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Kerkstraat/Zevenbergseweg, in de kern van Berghem. Berghem is een dorp behorende tot de gemeente Oss in de provincie Noord-Brabant. Ten noorden van het dorp ligt de Maasvallei en ten zuiden de Herpse Bossen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Berghem
Afbeelding 1: Ligging plangebied (rode cirkel) in de wijdere omgeving. Bron: Google Earth.
2.2 Omschrijving van het invloedsgebied Het plangebied bestaat uit meerdere percelen. Eén perceel met braakliggende grond met een schuur en vegetatie, en delen van percelen die momenteel deel uitmaken van tuinen bij omliggende woningen. Het invloedsgebied bestaat vooral uit cultuurgronden afgewisseld met tuinpercelen behorende bij de woningen. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
5
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Afbeelding 2: Globaal omlijnd plangebied in blauw. Bron: Google Earth.
Afbeelding 3: Globaal omlijnd plangebied in rood. Bron: Reuvers Projecten in Ontwikkeling BV.
2.3 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het wijzigen van de bestemming van het plangebied Kerkstraat/Zevenbergseweg te Berghem. Het voornemen is om de bestaande schuur te slopen, bomen te rooien en andere vegetatie te verwijderen. Daarna worden 38 nieuwe woningen gerealiseerd.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
6
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
3. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Omgevingswet. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied en of er met de voorgenomen ingreep negatieve effecten te verwachten zijn op de kwaliteit van beschermde natuurgebieden in de omgeving. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, is de eerste stap van ecologisch onderzoek en geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten, dieren en natuurgebieden. De ecologische waarden worden in kaart gebracht middels bureau- en veldonderzoek. De volgende vragen worden beantwoord: o Welke beschermde soorten zijn potentieel aanwezig binnen het invloedsgebied van de beoogde ingreep? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Omgevingswet ten aanzien van het onderdeel ecologie overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning in het kader van de ecologie aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? Een ecologische quickscan is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek.
Er zijn in dit verkennend onderzoek geen nadere inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een nadere inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode(n) van het jaar.
3.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van het plangebied gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.
gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.
3.2 Veldonderzoek Op woensdag 22 januari 2025 hebben ecologen in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 3 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, Brabant Eco; ecologische dienstverlening
7
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.
3.3 Beschrijving plangebied ten tijde van het veldbezoek Het plangebied omvat meerdere percelen. Eén perceel met braakliggende grond met een schuur en vegetatie, en delen van percelen die momenteel deel uitmaken van tuinen bij omliggende woningen. De percelen worden gescheiden door omheining en/of hagen. Zie foto met nummering van de delen beneden. Het grootste perceel (1) bestaat uit braakliggende grond met een schuur. De schuur, gelegen in het midden van het perceel, heeft een halfopen en een gesloten deel. Het halfopen deel is opgebouwd uit rode bakstenen muren, terwijl het gesloten deel aan de buitenzijde uit rode bakstenen muren bestaat en aan de binnenzijde uit kalkzandsteen. De muren zijn dubbelsteens en hebben geen spouw. Bovenop de muren liggen houten balken. Het dak wordt ondersteund door metalen palen en een combinatie van metalen en houten spanten. Het dak is volledig bedekt met damwandplaten en heeft geen dakbeschot. De kopgevels zijn afgewerkt met boeiboorden. Aan de zuidzijde van de schuur bevinden zich twee ramen en een grote metalen schuifdeur. Aan de oostzijde is er een normale deur, die dichtgeschroefd is met een plaat. Rondom en in de schuur liggen verschillende materialen, voornamelijk van metaal, en staan er enkele containers. Het grootste deel van het perceel bestaat uit grond die recentelijk is bewerkt, met enkel gras tussen de bewerkte grond.
Aan de noordwestzijde groeit nog gras, met soorten zoals zuring, klaver en weegbree. Ook zitten er nog restanten van hedera in de grond. Het perceel is omheind en toegankelijk via een metalen poort aan de noordoostzijde. Een onverhard pad leidt van de Kerkstraat naar de schuur. Ten zuiden van het perceel ligt het treinspoor. De spoorberm vertoont enige ruigte door de aanwezigheid van struiken, zoals braam, en jonge bomen. Aan de noordzijde grenst het perceel aan tuinen, waarvan de erfgrenzen zijn afgebakend met hagen van laurierkers en conifeer. De overige delen van het plangebied bestaan uit gedeeltes van percelen en omvatten delen van tuinen die bij de omliggende woningen horen (2, 3 & 4). Deze tuinen bestaan grotendeels uit gras, hagen en enkele bomen. Eén van de tuinen bevat ook een moestuin en een tuinkas die binnen het plangebied vallen. Soorten die in deze tuinen zijn aangetroffen, zijn onder andere kastanje, eik, beuk, berk, haagbeuk, conifeer, laurierkers, liguster, hedera, fijnstraal en zuring.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
8
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
3
4
2 1
Afbeelding 4: Plangebied opgedeeld in vier genummerde secties voor duidelijke identificatie van de verschillende delen op de foto’s.
Foto 1: Overzicht schuur gezien vanaf het zuiden (1).
Foto 2: Oostzijde schuur (1).
Foto 3: Zuidzijde gesloten deel schuur (1).
Foto 4: Zuidzijde halfopen deel schuur (1).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
9
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Foto 5: Zuidzijde gesloten deel schuur (1).
Foto 6: Westzijde schuur (1).
Foto 7: Noordzijde schuur (1).
Foto 8: Noordoostzijde met braakliggende grond (1).
Foto 9: Noordoostzijde met containers (1).
Foto 10: Zuidoostzijde en midden met braakliggende grond en materialen (1).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
10
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Foto 11: Zuidzijde en midden met braakliggende grond en materialen (1).
Foto 12: Midden met braakliggende grond en materialen (1).
Foto 13: Noordwestzijde met vegetatie (1).
Foto 14: Erfgrens zuidzijde met spoorberm rechts (1).
Foto 15: Overzicht tuin met bomen, hagen en andere vegetatie (2).
Foto 16: Overzicht tuin met bomen, hagen en andere vegetatie (2).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
11
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Foto 17: Overzicht tuin met bomen (3).
Foto 18: Overzicht tuin met bomen en struiken (3).
Foto 19: Overzicht tuin met laurierkers (3).
Foto 20: Overzicht tuin met bomen, hagen en andere vegetatie (3).
Foto 21: Overzicht tuin met hagen en andere vegetatie (3).
Foto 22: Overzicht tuin met hagen (4).
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
12
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN In dit hoofdstuk worden de beschermde gebieden en soorten beschreven die zich (mogelijk) in de nabijheid van het plangebied bevinden. Er wordt aangegeven of de voorgenomen ingreep mogelijk negatieve effecten heeft op deze beschermde gebieden en soorten en of er met de werkzaamheden beschermde houtopstanden verdwijnen.
4.1 Gebiedsbescherming Door middel van bureaustudie is onderzocht of het plangebied binnen of in de nabijheid van beschermde natuurgebieden gelegen is. Daarbij is gebruikgemaakt van de gegevens van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en de provincie NoordBrabant.
4.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 13 kilometer afstand van noordelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Op ongeveer 20 kilometer afstand naar het zuidwesten ligt Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en oostelijk op 24 kilometer Natura 2000-gebied ‘Sint Jansberg’. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000-gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.
Minimaal 13 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000
Afbeelding 5: Natura 2000-gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Natura2000.eea.europa.eu.
Met de meest nabije Natura 2000-gebieden op minder dan 25 kilometer afstand valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten (Aanpak Stikstof). Door de korte afstand kan er mogelijk verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Een stikstofberekening om eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de geplande inrichtings-, sloop- en/of bouwwerkzaamheden op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten is daarom noodzakelijk.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
13
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 1,2 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groene kleur.
Minimaal 1,2 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland
Afbeelding 6: Natuurnetwerk Nederland-gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving.
In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aantasting van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.
4.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. De voorgenomen activiteiten hebben mogelijk geen negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Een Aerius-berekening is nodig om externe effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten.
4.2 Houtopstanden Volgens artikel 11.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving in de Omgevingswet is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de Gedeputeerde Staten. Het betreft hier houtopstanden van tenminste 10 are of rijbeplanting van minimaal 20 bomen. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden. Indien het totale oppervlakte of aantal bomen klein is dan deze 10 are of 20 bomen, dan gelden de rijksregels over het vellen en herplanten niet. Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap waardoor de Omgevingswet wat betreft houtopstanden niet van toepassing is. Let wel dat de bebouwingscontour houtkap voor de Omgevingswet kan verschillen van de grenzen van de bebouwde kom. Dit is per gemeente vastgesteld in het omgevingsplan.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
14
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 Om een overtreding van de gemeentelijke uitzonderingsregels te voorkomen dient altijd alvorens tot kap over te gaan bij het gemeenteloket een nacheck gedaan te worden of voor de betreffende boom of houtopstand een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden noodzakelijk is.
4.3 Soortenbescherming Bijlage 1, project Kerkstraat/Zevenbergseweg met nummer BE-1206 d.d. 19 januari 2025 geeft een overzicht van de waargenomen planten- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Bijlage 3 betreft een lijst van beschermde soorten onder de Habitatrichtlijn. Deze soorten zijn beschermd onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Dit betreft soorten wiens voortplantings- en rustplaatsen beschermd dienen te worden en waarvoor Nederland tot het natuurlijke verspreidingsgebied behoort. Bijlage 4 betreft een lijst aan soorten van nationaal belang welke verder niet in de Vogel- of Habitatrichtlijn zijn opgenomen maar waarvoor wel rijksregels gelden om ze te beschermen. Per soortgroep wordt in onderstaande paragrafen beschreven welke soorten worden verwacht in het plangebied, welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
4.3.1 Flora De beschermde plantensoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Beschermde plantensoort Kartuizer anjer
Habitat grasland, in bermen en op rotsachtige plaatsen
Tabel 1: Waargenomen beschermde plantensoorten binnen een straal van twee kilometer.
Kartuizer anjer Kartuizer anjer staat op zonnige, warme en droge, matig voedselarme en uitgesproken stikstofarme, basenrijke en vaak kalkhoudende grond (al of niet lemig zand en mergel) en ook op stenige plaatsen). Ze groeit in schrale- en kalkgraslanden, in bossages langs bermen en dijken en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Veldbezoek flora Onder de Omgevingswet beschermde planten komen voornamelijk voor in voedselarme biotopen met specifieke standplaatscondities. Dit soort locaties worden voornamelijk gevonden in natuurgebieden, zoals de duingebieden langs de Noordzeekust en in de provincie Limburg, alsmede op bedrijfsterreinen als de Maasvlakte. Op basis van de ligging en de aard van de locatie is het onwaarschijnlijk dat er binnen het projectgebied beschermde vaatplantsoorten voorkomen. Het veldwerk bestond uit het, ter plaatse, inschatten of er potentiële groeiplaatsen voor beschermde flora in het projectgebied aanwezig zijn. Het grootste perceel van het plangebied bestaat grotendeels uit braakliggende grond die recentelijk is bewerkt, met voornamelijk restanten van gras tussen de bewerkte grond. Aan de noordwestzijde groeit nog gras, met soorten zoals zuring, klaver en weegbree. Verder zijn er restanten van hedera in de grond te vinden. Aan de noordzijde grenst het perceel aan tuinen, waarvan de erfgrenzen zijn afgebakend met hagen van laurierkers en conifeer.
De overige delen van het plangebied bestaan uit gedeeltes van percelen en omvatten delen van tuinen die bij de omliggende woningen horen. Deze tuinen bestaan grotendeels uit gras, hagen en enkele bomen. Soorten die in deze tuinen zijn aangetroffen, zijn onder andere kastanje, eik, beuk, berk, haagbeuk, conifeer, laurierkers, liguster, hedera, fijnstraal en zuring. Tijdens het onderzoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
15
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 Deelconclusie flora Geen van de beschermde soorten is aangetroffen in het projectgebied, noch geschikt biotoop dat bewijs zou leveren dat deze soort(en) er aanwezig zouden kunnen zijn. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Er kan volstaan worden met de zorgplicht.
4.3.2 Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of vergunningverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist Vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuissoort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis
Verblijfplaatsen in vooral bebouwing soms bebouwing, soms bomen vooral bebouwing, soms bomen vaak bebouwing vooral bomen
Tabel 2: Waargenomen vleermuizen binnen een straal van twee kilometer.
Veldbezoek vleermuizen Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. De in het plangebied staande bomen met geschikte stamdiameter zijn tijdens het veldbezoek geïnspecteerd op holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Hiervan zijn geen waarnemingen gedaan. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De schuur biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. De schuur heeft een halfopen en een gesloten deel. Het halfopen deel is opgebouwd uit rode bakstenen muren, terwijl het gesloten deel aan de buitenzijde uit rode bakstenen muren bestaat en aan de binnenzijde uit kalkzandsteen. Bovenop de muren liggen houten balken. Openingen van het gesloten deel zijn gedicht met purschuim. Deze openingen leidden oorspronkelijk naar binnen, want er zijn geen tussenruimtes aanwezig doordat het dubbelsteense muren betreft zonder spouw. Het dak wordt ondersteund door metalen palen en een combinatie van metalen en houten spanten. Het dak is volledig bedekt met damwandplaten en de kopgevels zijn afgewerkt met boeiboorden.
Er is geen dakbeschot aanwezig. Hierdoor is er geen tussenruimte in het dak waar vleermuizen zouden kunnen verblijven. Ook de kozijnen zitten nog strak in de gevel. Verder is er geen bebouwing aanwezig in het plangebied, op een tuinkas na. Echter biedt deze ook geen mogelijkheden omdat deze enkel bestaat uit een vorm van kunststof.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
16
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206
Foto 23: Dubbelsteense muur zonder spouw.
Foto 24: Geen dakbeschot aanwezig.
Foto 25: Balken bovenop de muren.
Foto 26: Kozijnen strak in de gevel.
Enkele van de omliggende woningen bieden wel potentie voor vleermuizen, bijvoorbeeld door open stootvoegen. Deze woningen maken geen deel uit van het plangebied en blijven behouden, waardoor eventuele verblijfplaatsen van vleermuizen intact blijven. Het is echter noodzakelijk om rekening te houden met mogelijke negatieve externe effecten.
Foto 27: Open stootvoegen in een woning naast het plangebied.
Mogelijk zal het plangebied gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn, zoals de bossen en weilanden.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
17
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Deelconclusie vleermuizen Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen omgevingsvergunning nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden of vliegroutes van vleermuizen. Men dient wel rekening te houden met mogelijke negatieve externe effecten, zoals kunstlicht, geluid en trillingen, die invloed kunnen hebben op potentiële structuren voor vleermuizen. Er dient extra aandacht te worden besteed aan het voorkomen van deze verstoringen de werkzaamheden zoveel mogelijk bij daglicht uit te voeren en indien er gebruik wordt gemaakt van kunstlicht, dit naar beneden te richten en niet op de omliggende bebouwing, bomen en andere groenelementen.
4.3.3 Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Das Steenmarter
Bescherming beschermd beschermd
Tabel 3: Waargenomen marterachtigen binnen een straal van twee kilometer.
Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Veldbezoek marterachtigen De aanwezigheid van marterachtigen wordt vaak verraden door uitwerpselen, prooiresten of een herkenbare martergeur. Tijdens het veldbezoek is specifiek gelet op sporen van marterachtigen, maar er zijn geen aanwijzingen gevonden die op hun aanwezigheid duiden. Het plangebied is goed onderhouden en opgeruimd. De schuur wordt bezemschoon gehouden.
De schuur is halfopen, maar doordat er geen dakbeschot, zolder of andere tussenruimtes aanwezig zijn, ontbreekt een aantrekkelijke schuilplek voor soorten zoals de steenmarter. Ook het materiaal wat in de schuur ligt opgeslagen is niet geschikt voor een marter om een verblijfplaats in te vinden. Het betreft namelijk machines en houten planken en metalen zonder tussenruimtes. Verder is er in het plangebied geen ruigte aanwezig, enkel wat hoog gras in enkele tuinen. Dit biedt in theorie door de enige dekking jaagmogelijkheden voor marterachtigen, maar vormt geen essentieel leefgebied. Ook vindt hier veel verstoring plaats door menselijke activiteit en huisdieren. Daarnaast zijn
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
18
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 kleine marterachtigen sterk afhankelijk van natuurlijke structuren, zoals houtstapels, dichte vegetatie en natuurlijke holen. Dit is in het plangebied afwezig. Ten zuiden van het plangebied ligt het treinspoor. De spoorberm vertoont enige ruigte door de aanwezigheid van struiken, zoals braam, en jonge bomen. Deze ruigte kunnen marterachtigen gebruiken om zich te verplaatsen of in te foerageren. Omdat deze berm met ruigte niet tot het plangebied behoort, blijf het intact. Deelconclusie marterachtigen Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van marterachtigen in het plangebied. Door het goed onderhouden terrein, het ontbreken van geschikte schuilplaatsen en de verstorende factoren, zoals de aanwezigheid van menselijke activiteit en huisdieren, is het plangebied niet geschikt als verblijfplaats. Hoewel het hoge gras in enkele tuinen enige dekking en jaagmogelijkheden biedt, vormt het geen essentieel leefgebied.
4.3.4 Overige grondgebonden zoogdieren De overige grondgebonden zoogdieren omvatten alle verder in het wild levende zoogdieren, waaronder vooral knaagdieren, evenhoevigen en insecteneters. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen omgevingsvergunning hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige grondgebonden zoogdieren te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige zoogdiersoort Bever Eekhoorn Wolf
Bescherming beschermd beschermd beschermd
Tabel 4: Waargenomen beschermde grondgebonden zoogdieren binnen een straal van twee kilometer.
Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Eekhoorn Eekhoorns zijn te vinden in verschillende bosomgevingen, waaronder loof-, naald- en gemengd bos. Ze komen ook voor in tuinen, parken en houtwallen. Als er voldoende voedsel beschikbaar is, kunnen ze ook in bebouwde gebieden worden aangetroffen. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden, zoals eikels, noten en zaden uit kegels van naaldbomen. Ook eten ze als aanvulling daarop (afhankelijk van het jaargetijde) knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Specifieke voedselbomen kunnen zijn: eiken-, beuken-, walnoot-, hazelnoten- en pijnbomen. Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Naast één hoofdnest zijn ook vaak vijf tot zes bijnesten aanwezig. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. Deze gebieden bieden namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën.
De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. Veldbezoek overige grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied staan enkele bomen. Tijdens het veldbezoek zijn in deze bomen geen eekhoornnesten waargenomen. Ook zijn er geen sporen van eekhoorns gevonden, zoals afgeknaagde
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
19
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 notendoppen of beschadigde boomschors. Dit wijst erop dat de eekhoorn waarschijnlijk geen actief gebruik maakt van de bomen in en rondom het plangebied. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. Hoewel de wolf theoretisch gezien in de omgeving zou kunnen voorkomen of het plangebied zou kunnen passeren, is het plangebied zelf geen essentieel onderdeel van zijn leefgebied. Tijdens het veldbezoek is gebleken dat het aannemelijk is dat er vrijgestelde soorten in het plangebied kunnen worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Hierdoor dient rekening gehouden te worden met vluchtroutes voor de grondgebonden zoogdieren. Deelconclusie overige grondgebonden zoogdieren Het is uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van overige grondgebonden zoogdieren.
4.3.5 Vogels In de Omgevingswet worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. Net als de oude Wet natuurbescherming hanteert de Omgevingswet geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde nesten’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een vergunningsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels in Noord-Brabant kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4).
De vogelsoorten uit deze categorieën die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort
Beschermingscategorie*
Nestplaats
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief
4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4
in bomen in bomen in gebouwen en nestkasten op de grond, in gebouwen en nestkasten in bomen in gebouwen en nestkasten in gebouwen en nestkasten in bomen en op de grond in bomen, op gebouwen en nestpalen in bomen en op de grond in bomen in gebouwen, bomen en nestkasten in bomen in gebouwen, boomholtes en nestkasten in bomen
Tabel 5: Waargenomen vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten binnen een straal van twee kilometer. *Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk van bebouwing 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen kolonie) 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar een specifiek nest
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
20
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn honkvaste broeders, maar voldoende flexibel. Hun nesten zijn alleen jaarrond beschermd als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. De vogelsoorten uit deze categorie die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vogelsoort Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Ekster Gekraagde roodstaart Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Koolmees Pimpelmees Raaf Spreeuw Tapuit Torenvalk Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
Nestplaats in bomen in gebouwen in boomholtes en nestkasten in boomholtes in boomholtes en nestkasten in boomholtes, nestkasten en gebouwen in bomen in boomholtes, nestkasten en holen in boomholtes en tegen gebouwen in boomholtes in boomholtes tegen gebouwen in steile wanden in boomholtes in boomholtes en nestkasten in boomholtes en nestkasten in bomen in boomholtes, gebouwen en nestkasten in konijnenholen in gebouwen, bomen en nestkasten in bomen in boomholtes, nestkasten en muizengangen in gebouwen in boomholtes
Tabel 6: Waargenomen vogelsoorten waarvan de nesten alleen jaarrond beschermd zijn als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen.
Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Soms maken ze gebruik van nestkasten die speciaal voor hen zijn opgehangen. De ransuil is een uilensoort die in verschillende habitats voorkomt, waaronder bosgebieden, parken, open landschappen met verspreide bomen en agrarisch gebied met houtwallen en bosjes. Ze nestelen zich vaak in bomen, meestal in verlaten nesten van andere vogels zoals kraaien of eksters. Ze geven ook de voorkeur aan bomen met dichte takken of holen in oude bomen. De oehoe is een grote uilensoort die een breed scala aan habitats bewoont, variërend van rotsachtige berggebieden tot bosrijke gebieden en zelfs open landschappen.
Oehoes maken vaak gebruik van bestaande nesten van andere grote vogels, zoals arenden of roofvogels, maar ze kunnen ook hun eigen nesten bouwen op rotsrichels, in bomen of zelfs op de grond.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
21
Ecologische quickscan Kerkstraat Zevenbergseweg Berghem, BE-1206 Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van de huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Gewoonlijk binnen een straal van enkele honderden meters van de nestlocatie. Deze uitgesproken standvogels nestelen bij voorkeur onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en mussenkasten. Ooievaar Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Roek Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig. Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit.
Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. Grote gele kwikstaart In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. Boerenzwaluw/Huiszwaluw De boerenzwaluw staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en de nestplaatsen ervan zijn jaarrond beschermd. Broedvogels keren jaarlijks terug naar dezelfde kolonie, al zijn vooral de vrouwtjes minder plaats trouw. Jonge vogels zoeken een geschikte nestplek in de omgeving van hun ouderlijk nest. Boerenzwaluwen zijn in Nederland van maart tot in oktober, incidentele waarnemingen daargelaten. De meerderheid der broedvogels arriveert in april of begin mei, soms echter later vanwege ongunstige trekomstandigheden. De Boerenzwaluw nestelt in het hele land in boerenland, met een voorkeur voor gemengde bedrijven. Het gros van de paren huist in koeien-, varkens- of paardenstallen.