Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting BP Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023
Tekst van het document
M & A Bodem & Asbest BV
2.6. Beantwoording onderzoeksvragen volgens NEN 5725 Voor de aanleiding A dienen de onderzoeksvragen te worden beantwoorden. In paragraaf 2.1 t/m 2.5 is de motivatie gegeven van alle bevindingen op de locatie. Onderstaand worden de onderzoeksvragen beantwoord. 1. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende ? De afbakening is op de tekening in bijlage 1a opgenomen en dit is de onderzoekslocatie waarvoor het onderzoek heeft plaatsgevonden. 2. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging ? Op de locatie is geen sprake van potentiële bronnen van verontreiniging. 3. Is de bodem asbestverdacht ? Nee. Bij de voormalige druplijnen van de vervallen schuur waren verharding en/of goten aanwezig onder de druplijn. 4. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie ? Zie paragraaf 2.5. 5. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit ? Nee. 6. Wordt op (een deel van) de locatie bodemverontreiniging vermoed ? In principe is er geen verdacht op een bodemverontreiniging. Op grond van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Oss blijkt dat zowel de bovengrond als ondergrond, worden ingeschaald op de toepassing voor de functie ‘wonen’. Dit betekent dat er op voorhand geen verdacht is op een negatieve bodemkwaliteit. 7. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend ? Nee, de kwaliteit van de bodem is niet afdoende bekend.
Er is een onderzoek volgens NEN 5740 nodig.
6
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
2.7. Hypothese Gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen kan gesteld worden dat geen verontreinigingen worden verwacht in de bodem. Derhalve wordt de hypothese "onverdachte, niet lijnvormige locatie" gesteld, welke aan de hand van de analyseresultaten zal worden getoetst. Op grond van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Oss blijkt dat zowel de bovengrond als ondergrond, worden ingeschaald op de toepassing voor de functie ‘wonen’. Dit betekent dat er op voorhand geen verdacht is op een negatieve bodemkwaliteit.
7
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
3. Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek 3.1. Onderzoeksstrategie De gekozen onderzoeksstrategie is conform de NEN 5740 voor onverdachte locaties. Hierbij worden de monsters genomen volgens een gelijkmatig over het terrein verdeeld patroon. De oppervlakte van het onderzoeksgedeelte bedraagt totaal ca. 250 m2. Onderzoeksstrategie onverdachte locaties volgens NEN 5740 AANTAL BORINGEN tot 0,5 m
2
tot 2 m
1
TE ONDERZOEKEN MENGMONSTERS
peilbuis
grond
1
grondwater
0 - 0,5 m
0,5 - 2,0 m
1
1
1
De boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 1a.
3.2. Veldwerk Op 16 januari 2023 zijn op de onderzoekslocatie 4 handboringen verricht van 0 tot 0,5 m - mv (bovengrond), welke gelijkmatig verdeeld zijn over de locatie. Hiervan zijn twee boringen doorgezet tot 2,0 m-mv. Van alle separate boringen zijn vervolgens monsters genomen en van deze monsters zijn in het laboratorium twee mengmonsters samengesteld: M1 : boring 1.1 t/m 4.1 0,2 - 0,5 m-mv M2 : boring 2.2 + 4.2 0,5 - 1,0 m-mv boring 2.3 + 4.3 1,0 - 1,5 m-mv boring 2.4 + 4.4 1,5 - 1,9 m-mv Op 9 januari 2023 is reeds één boring verricht tot 1,5 meter beneden de grondwaterspiegel en afgewerkt als peilbuis (HDPE). De ruimte rond de peilbuis is tot ca. 50 cm boven de filter aangevuld met zuiver filterzand en daar bovenop is 50 cm zwelklei (bentoniet) aangebracht.
8
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
Verder is het boorgat afgedekt met zuiver fijn zand. De peilbuis is direct na plaatsing een aantal malen afgepompt, waarna d.d. 16 januari 2023 grondwatermonsters zijn genomen. Vervolgens werd de grondwaterstand gemeten en monsters genomen, waarbij de pH en de elektrische geleidbaarheid (EGV) werden bepaald en zijn weergegeven in onderstaande tabel: Peilbuis P1 GWS
1,96 m - mv
pH
6,63
EGV
809 :S/cm
D
17 NTU
3.3 Laboratoriumonderzoek De mengmonsters van de boven- en ondergrond en de grondwatermonsters zijn door het geaccrediteerde milieulaboratorium, AL-West te Deventer, geanalyseerd op de volgende onderzoeksparameters : M1, M2
:
zware metalen, PAK, PCB, minerale olie, droge stof, lutum en humus
P1
:
zware metalen, BTEX, naftaleen, VOH, minerale olie
Het pakket van de zware metalen bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. De vluchtige aromaten (BTEX) worden vertegenwoordigd door benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xylenen. Voor de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH) is een selectie gemaakt van de gechloreerde organische oplosmiddelen.
9
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
4. Resultaten 4.1. Boorbeschrijving In bijlage 4 zijn de boorbeschrijvingen weergegeven, waarbij de beschrijving van de bodemopbouw is weergegeven conform NEN 5104. Deze is inmiddels vervallen, maar de BRL 2000 onderschrijft deze nog steeds. Daarom heeft de beschrijving toch conform NEN 5104 plaatsgevonden.
4.2. Zintuiglijke waarnemingen In de grond zijn geen bodemvreemde materialen, zoals bijvoorbeeld puin, kolenassen of zinkslakken aangetroffen. In de grondmonsters werden eveneens geen abnormale kleur- en/of geurafwijkingen waargenomen.
10
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
4.3. Chemische en fysische analyses In de volgende tabel 1 worden de resultaten van de grond weergegeven. In bijlage 3c is de toetsing aan de Wbb-normering opgenomen. Tabel 1a: Analyseresultaten boven- en ondergrond Onderzoeksparameter
M1
M2
0 - 0,5 m
0,5 - 1,9 m
Droge stof [% w/w]
87,5
83,9
Organische stof [% ds]
1,7
1,9
Lutum [% ds]
4,4
1,9
Barium
21
< 20
Cadmium
0,22
< 0,20
Kobalt
< 3,0
< 3,0
Koper
7,7
5,1
Kwik
< 0,05
< 0,05
Lood
17
13
Molybdeen
< 1,5
< 1,5
Nikkel
< 4,0
< 4,0
Zink
40
22
0,43
0,35
0,0049
0,0049
47 *
< 35
Zware metalen [mg/kg DS]
PAK-totaal (VROM) [mg/kg DS] PCB [mg/kg DS] Minerale olie (GC) [mg/kg DS]
‘<‘ : betekent lager dan de detectielimiet voor de betreffende parameter Toetsing Wet bodemkwaliteit * : > achtergrondwaarde ** : > tussenwaarde *** : > interventiewaarde
11
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
Tabel 2 : Analyseresultaten grondwater [µg/l] Onderzoeksparam eter
P1
pH
6,63
EGV 20 EC [µS/cm]
809
Grondwaterstand [m-mv]
1,96
S
T
I
Zware metalen Barium
< 20
50
337
625
Cadmium
< 0,20
0,4
3,2
6,0
Kobalt
< 2,0
20
60
100
Koper
8,0
15
45
75
Kwik
< 0,050
0,05
0,18
0,30
Lood
4,2
15
45
75
Molybdeen
< 2,0
5
152
300
Nikkel
< 3,0
15
45
75
Zink
22
65
433
800
1,1,1-Trichloorethaan
< 0,10
0,01
150
300
1,2-Dichloorethaan
< 0,20
7
203,5
400
1,1,2-Trichloorethaan
< 0,10
0,01
65
130
Tetrachlooretheen
< 0,10
0,01
20
40
Dichloormethaan
< 0,20
0,01
500
1000
Tetrachloormethaan
< 0,10
0,01
5
10
Trichlooretheen
< 0,20
24
262
500
Dichloorethenen
0,21
0,01
10
20
Dichloorpropanen
0,42
0,8
40
80
Benzeen
< 0,20
0,2
15
30
Tolueen
< 0,20
7
503,5
1000
Ethylbenzeen
< 0,20
4
77
150
Xylenen (som)
0,21
0,2
35,1
77
Naftaleen
< 0,020
0,01
35
77
Minerale olie
< 50
50
325
600
Vl.gechloreerde kwst.(VOH)
Vluchtige Aromaten (BETX)
12
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
5. Interpretatie en toetsing van de resultaten 5.1. Algemeen Grond De resultaten van de chemische en fysische analyse voor de grondmonsters dienen getoetst te worden aan de achtergrondwaarden (AW) volgens het Besluit bodemkwaliteit. Verder zijn voor de bodem nog de interventiewaarden (I) van belang volgens de Circulaire bodemsanering. Alle toetsingswaarden zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte en het lutumgehalte van de grond, welke in het laboratorium zijn bepaald. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met de genoemde toetsingswaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het onderzochte terrein. Hierbij kan de volgende gradatie worden aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie lager dan de achtergrondwaarde - verontreinigd : concentratie hoger dan de achtergrondwaarde - sterk verontreinigd : concentratie hoger dan de interventiewaarde Indien de tussenwaarde (de helft van de som AW + I) wordt overschreden voor een parameter, dan dient te worden geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van deze parameter. Hergebruik van grond volgens Besluit bodemkwaliteit Indicatief kunnen de analyseresultaten worden getoetst of de beoogde gebruiksfunctie voldoet aan de kwaliteitsnorm volgens het Besluit bodemkwaliteit.
Hiermee wordt een inschatting gemaakt of de grond herbruikbaar is voor het gebruiksdoel. In het Besluit bodemkwaliteit zijn de maximale waarden geformuleerde voor het generieke gebied voor de gebruiksfuncties wonen en industrie. Er wordt dan getoetst aan de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen (maxW) en industrie (maxI). Verder gelden in dit kader een tweetal uitzonderingsregels: < indien voor (bij een standaard analysepakket) maximaal 3 parameters wordt voldaan aan het criterium dat de concentratie lager is dan 2 keer de achtergrondwaarde (maar lager dan de maximale waarde), kan deze eveneens als niet verontreinigd worden beschouwd. 13
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
<
M & A Bodem & Asbest BV
indien de concentratie hoger is dan deze maximale waarde, maar voor maximaal 3 parameters de concentratie lager is dan de som van de achtergrondwaarde en de maximale waarde, deze voldoet aan de maximale waarde.
Indien de gemeente in het bezit is van een bodemkwaliteitskaart die voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit, kunnen lokale maximale waarden worden geformuleerd die mogelijk hoger zijn dan de generieke maximale waarde. Grondwater De resultaten van de chemische en fysische analyses van het grondwater dienen getoetst te worden aan de streef- en interventiewaarden uit de toetsingstabel van de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met deze streef- en interventiewaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het grondwater. Hierbij wordt de volgende gradatie aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie # S - licht verontreinigd : S < concentratie # T - matig verontreinigd : T < concentratie # I - sterk verontreinigd : concentratie > I Indien voor één of meer parameters de tussenwaarde wordt overschreden dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de verspreiding van de verontreiniging(en). Indien voor één of meer parameters de interventiewaarde wordt overschreden kan sprake zijn van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Volgens de Wet bodembescherming is hier echter pas sprake van indien de verontreinigde hoeveelheid minimaal 100 m3 grondwater bedraagt.
14
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
5.2. Grond Uit de resultaten van tabel 1a blijkt dat in de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor minerale olie wordt overschreden. In de ondergrond worden de AW voor de onderzoeksparameters niet overschreden. De lichte verhoging met minerale olie in de bovengrond kan niet worden verklaard op grond van de zintuiglijke waarnemingen en het gebruik van het perceel. Gezien het gehalte is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie toepasbaar is voor de bodemfunctieklasse wonen. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Oss.
5.3. Grondwater Uit tabel 2 blijkt dat het grondwater niet verontreinigd is. De verhoogde troebelheid van het grondwater wordt veroorzaakt door het zeer fijne zand in de ondergrond. Het zand is dermate fijn, dat de inline filters dit slechts ten dele eruit halen. De troebelheid heeft verder geen invloed op de analyses gehad volgens het laboratorium.
15
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
6. Conclusies en aanbevelingen Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte, niet lijnvormige locatie" volgens de NEN 5740 worden verworpen, gezien de lichte verhoging met minerale olie. Een nieuw onderzoek is echter niet noodzakelijk, omdat met de toegepaste onderzoeksstrategie voldoende informatie is verkregen over de chemische bodemgesteldheid. De lichte verhoging met minerale olie in de bovengrond kan niet worden verklaard op grond van de zintuiglijke waarnemingen en het gebruik van het perceel. Gezien het gehalte is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie toepasbaar is voor de bodemfunctieklasse wonen. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Oss. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de realisatie van de huisvesting van de reclassering op het perceel.
16
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
7. Referenties 1.
Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN-5740, NNI. 2. NPR-5741; Nederlandse Praktijkrichtlijn Bodem. Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, NNI, eerste druk, februari 1994. 3. Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, NEN 5725, NNI. 4. NEN 5707; monsterneming van asbest in de bodem. 5. Besluit bodemkwaliteit. 6. Regeling Bodemkwaliteit. 7. Circulaire bodemsanering. 8. Circulaire Interventiewaarden bodemsanering. 9. Bodemkaart van Nederland, Stiboka, 1970. 10. Grondwaterkaart van Nederland, TNO, 1976 11. Topografische kaart van de omgeving, 1:25.000, topografische dienst, 1991
17
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 1a : Situatie- en boorpunttekening
Topografische situatie Schaal 1 : 25.000
2 X
3 P1
4
X
1
Projectnr: 223-BBE80 Project: Burg. van Erpstraat 80 te Berghem Legenda:
Datum: 16-1-2023
Kad. Gem. Berghem, sectie B, nrs. 5046+5524
Schaal 1: 750
Onderzoekslocatie met situering boringen
X boring tot 0,5 m-mv boring tot 2,0 m-mv boring met peilbuis
Grondwaterstroming: N Strategie: 2-1-1 1-1-1
Get: WvA
Bijlage 1a
Burg. van Erpstraat 80, Berghem
M & A Bodem & Asbest BV
Bijlage 1b : Omgevingsrapportage provincie Noord-Brabant