Bijlage 1B Regels met bijlagen BP Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Burg. van Erpstraat 80 Berghem - 2023 Regels
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 2 van 108 vastgesteld
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
16
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
18
Artikel 3
Agrarisch met waarden - Landschap
18
Artikel 4
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog
29
Hoofdstuk 3
Algemene regels
31
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
31
Artikel 6
Landschappelijke tegenprestatie
32
Artikel 7
Algemene bouwregels
33
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
35
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
36
Artikel 10
Afwijken van de bouw- en gebruiksregels algemeen
38
Artikel 11
Wijzigingsregels
39
Artikel 12
Overige regels
43
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
44
Artikel 13
Overgangsrecht
44
Artikel 14
Slotregel
45
Bijlagen regels
47
Bijlage 1
Mogelijkheden functieverandering agrarische bedrijven
48
Bijlage 2
Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven
50
Bijlage 3
Bestaande kleinschalige activiteiten
52
Bijlage 4
Bedrijvenlijst
61
Bijlage 5
Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten
72
Bijlage 6
Tabel 'Diersoorten veehouderijen'
75
Bijlage 7
Tabel 'Hobbymatig vee'
84
Bijlage 8
Tabel 'Stikstofrechten'
86
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 3 van 108 vastgesteld
Bijlage 9
Landschappelijke inpassing
102
Bijlage 10
Situatietekening bestaand
107
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 4 van 108 vastgesteld
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 5 van 108 vastgesteld
Regels
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 6 van 108 vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
aan-huis-gebonden activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.2
aanbouw:
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld over het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
achtergevel:
de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het gebouw - zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan. In hoeksituaties is sprake van slechts één achtergevel, waarbij de oriëntering van de woning bepalend is. 1.6
afhankelijke woonruimte:
een vrijstaand bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de bijbehorende woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1.7
agrarisch bedrijf:
inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een paardenhouderij, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf. 1.8
agrarisch medegebruik:
agarisch medegebruik in de vorm van extensief beheerd grasland en/of het extensief begrazen van het gebied, waarbij de instandhouding en versterking van omliggende en ter plaatse aanwezige natuur- en landschapswaarden voorop staat. 1.9
agrarisch verwant bedrijf:
een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruikt gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 7 van 108 vastgesteld
1.10
agrarisch-technisch hulpbedrijf:
een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking en bedrijven die uitsluitend administratieve werkzaamheden verrichten en/of administratieve dienstverlening aanbieden. 1.11
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken die geen gebouw zijn. 1.12
bed and breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis en/of bijbehorende aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw, en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.13
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woning. 1.14
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo):
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit, kantoor of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.15
bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.16
bedrijvenlijst:
de lijst van handels- en bedrijfsactiviteiten die als bijlage 4 onderdeel uitmaakt van de regels, waarin deze activiteiten naar milieucategorie zijn onderscheiden. 1.17 bestaand: a. voor bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan legaal bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; b. voor gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat legaal aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.18
bestaande ammoniakemissie:
het bestaand aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: a. bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het plan; b. bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan;
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 8 van 108 vastgesteld
c. bestaande diersoorten: de diersoorten waarvoor de legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan zijn gebouwd. 1.19
bestaand dierenverblijf:
uitsluitend voor zover het betreft de toepassing van de artikelen 3.4 en 3.5: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of omgevingsvergunning beperkte milieutoets ex artikel 2, eerste lid onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren. 1.20
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.21
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.22
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming, met dien verstande dat geometrisch bepaalde bestemmingsvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' als één bestemmingsvlak gelden. 1.23
bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.24
bouwen:
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.25
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.26
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolders. 1.27
bouwmassa:
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.28
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.29
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 9 van 108 vastgesteld
1.30
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn, zijn toegelaten. Geometrisch bepaalde bouwvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' gelden als één bouwvlak. 1.31
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.32
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33
dienstverlening:
een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen. 1.34
dierenverblijf:
een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen. 1.35
dove gevel:
een gevel die voldoet aan de voorwaarden uit artikel 1b vierde lid van de Wet geluidhinder. 1.36
eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond. 1.37
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.38
extensieve dagrecreatie:
recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen. 1.39
functie:
activiteiten waarvoor gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.40
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 10 van 108 vastgesteld
1.41
gebruiksoppervlakte:
de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik, bepaald volgens NEN2580. 1.42
groepsmatige activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend in de vorm van het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan drie of meer personen tegelijk, kinderopvang daaronder mede begrepen. 1.43
grondgebonden veehouderij:
een veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Of hiervan sprake is wordt getoetst op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld. 1.44
GVE (groot vee-eenheid):
eenheid waarmee de fosfaatproductie van landbouwhuisdieren wordt uitgedrukt en waarbij 1 GVE overeenkomt met de fosfaatproductie van één melkkoe. 1.45
hobbymatig agrarisch grondgebruik:
het gebruik van grond voor agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd, met uitzondering van volkstuinen. 1.46
hokdier:
runderen met uitzondering van melkrundvee, varkens, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren met uitzondering van nertsen. 1.47
hokdierhouderij:
veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. 1.48
hoofdgebouw:
een gebouw dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.49
horeca:
een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: a. het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse of elders te nuttigen; b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het exploiteren van zaalaccommodatie; d. het bieden van gelegenheid tot dansen. 1.50
huishouden:
een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is, waaronder mede wordt begrepen: a. het inwonen of het bewonen van kamers door niet meer dan 2 verwanten of andere personen in het
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 11 van 108 vastgesteld
hoofdgebouw en/of aan- en uitbouw, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen de gezamenlijk huisvesting van een groep van maximaal 2 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. 1.51
inwoning
Bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen. 1.52
kampeermiddel:
tent, tentwagen, kampeerauto of toercaravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.53
kampeerterrein:
een terrein, speciaal ingericht om in een kampeermiddel te overnachten. 1.54
kantoor:
een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening. 1.55
kas:
een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 1.56
kavelpad:
een pad zonder doorgaande functie dat dient ter ontsluiting van een individueel agrarisch perceel of enkele individuele agrarische percelen. 1.57
kelder:
een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.58
kwetsbaar object:
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald die in acht genomen moet worden. 1.59
landschappelijke waarde/landschapswaarde:
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht. 1.60
lawaaisport:
voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport, waterskiën en de modelvliegsport.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 12 van 108 vastgesteld
1.61
lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten:
de lijst, behorend bij deze regels (bijlage 5), waarin is aangegeven welke beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten rechtstreeks toelaatbaar zijn in woningen. 1.62
maatschappelijk c.q. maatschappelijke voorzieningen:
maatschappelijke voorzieningen op het gebied en/of in de vorm van: asielzoekerscentrum, bibliotheek, drugsopvang, gezondheidszorg (inclusief apotheek), jeugdopvang, kinder- en naschoolse opvang, onderwijs, openbaar bestuur en openbare dienstverlening, praktijkruimte, religie en levensbeschouwing, uitvaartcentrum, verenigingsleven, welzijnsinstelling, zorgboerderij, zorginstelling, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.63
mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.64
mestbewerking:
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.65
ondergeschikte detailhandel:
beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met bedrijfsactiviteiten die als hoofdfunctie worden uitgeoefend. 1.66
overig agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf, paardenhouderij of glastuinbouwbedrijf valt. 1.67
paardenbak:
een al dan niet door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere aangebrachte ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het laten loslopen van paarden en/of pony's dan wel het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen. 1.68
paardenhouderij:
een agrarisch bedrijf dat is gericht op het fokken, opfokken, beleren en/of trainen van paarden. 1.69 peil: a. voor bouwwerken op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld. 1.70
permanente bewoning:
bewoning van een verblijf als hoofdverblijf. 1.71
plan:
het bestemmingsplan 'Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023' met identificatienummer NL.IMRO.0828.BPburgverpstr80bgh-VG01 van de gemeente Oss.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 13 van 108 vastgesteld
1.72
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.73
reclassering:
instantie die veroordeelden na het uitzitten van hun straf helpt terug te keren in de samenleving; meerderjarigen begeleidt bij taakstraffen; mensen begeleidt die als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf toezicht door de reclassering opgelegd hebben gekregen. 1.74
risicovolle inrichting:
een inrichting waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.75
ruimtelijke kwaliteit:
de kwaliteit van de ruimte zoals bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte. 1.76
schuilgelegenheid:
een niet voor bewoning bestemd agrarisch bedrijfsgebouw dat dient voor beschutting van vee tegen weersinvloeden. 1.77
seksinrichting:
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.78
slaapplaats:
een ruimte of plek waarop een ledikant, een slaapplek of iets dergelijks staat, dan wel waarop een matras, slaapmatje, luchtbed of iets dergeljks ligt, en waarop men slapen kan of pleegt te slapen, alsmede een plek of ruimte waarop een voorwerp staat dat geschikt is om op betrekkelijk eenvoudige en snelle wijze te worden omgebouwd tot een plaats waarop men slapen kan. 1.79
stacaravan:
een caravan of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen dat mede gelet op de afmetingen niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat/die het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden. 1.80
statische opslag:
opslag van goederen die naar hun aard weinig verplaatsing nodig hebben, zoals caravans, campers, boten en (klassieke) auto's.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 14 van 108 vastgesteld
1.81
teeltbedrijf/vollegrondsteeltbedrijf:
een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 1.82
teeltondersteunende voorziening:
voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om één of meer van de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; c. bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water). Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoeken, boomteelthekken, hagelnetten, insectengazen, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten. Knalapparatuur wordt niet aangemerkt als teeltondersteunende voorziening. 1.83
tijdelijke teeltondersteunende voorziening:
teeltondersteunende voorziening die zo lang de teelt het vereist aanwezig is, met een maximum van acht maanden per jaar. 1.84
uitbouw:
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.85
vee:
runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.86
veehouderij:
een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.87
verdieping:
elke bouwlaag boven de eerste bouwlaag op de begane grond. 1.88
voorgevellijn:
de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.89
werk:
een constructie die geen bouwwerk is. 1.90
wonen:
het bewonen van een woning.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 15 van 108 vastgesteld
1.91
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.92
woonhuis:
een gebouw dat één grondgebonden woning omvat. 1.93
zorgvuldige veehouderij:
een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 16 van 108 vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel. 2.2
de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3
het bebouwingspercentage:
de oppervlakte die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald. 2.4
de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6
de breedte van een bouwperceel:
tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over ten minste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw indien geen bouwvlak is aangegeven. 2.7
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de inhoud van een bouwwerk:
het gedeelte van een bouwwerk dat gelegen is boven peil, tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk dat geen gebouw is met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, luchtkokers, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 17 van 108 vastgesteld
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 18 van 108 vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschap
3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1
Algemeen
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitoefening van het agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. het wonen, uitsluitend in de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie; c. activiteiten, genoemd in Bijlage 5 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m²; d. een bed and breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 slaapkamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; e. extensieve dagrecreatie; f. ontwikkeling, behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; g. verkeer, uitsluitend in de vorm van 1. bestaande uitwegen en kunstwerken 2. onverharde wegen en onverharde paden 3. bestaande halfverharde wegen en bestaande halfverharde paden h. bestaande nutsvoorzieningen, waaronder antennemasten; i. (voorzieningen voor) waterkering en waterhuishouding alsmede herstel, ontwikkeling en instandhouding van watergangen, sloten en greppels, alsmede voor andere wateren met een kleinere oppervlakte dan 200 m²; j. erf- en randbeplantingen; k. tuinen bij woningen die geen agrarische bedrijfswoning zijn, onder de volgende voorwaarden: 1.
de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt, is niet groter dan 1.500 m² 2. de maximale afstand tot het bijbehorende bestemmingsvlak is 20 m l. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - reclassering': een woongebouw voor de huisvesting van maximaal 4 reclasseringscliënten; m. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende voorzieningen 3.1.2
Detaillering
In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf': a. is binnen elk bouwvlak niet meer dan één bedrijf toegestaan, met dien verstande dat bouwvlakken die zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' tezamen worden aangemerkt als één bouwvlak; b. zijn niet-natuurlijke waterretentie, opslag (onder andere van mest en voer), sleufsilo's, kuilvoerplaten, tuinen, paardenbakken, vis(kweek)vijvers en andere permanente voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak mede begrepen; c. is een voorziening voor het bewerken van mest mede begrepen, maar alleen als deze afkomstig is van de eigen locatie; d. is de uitoefening van een veehouderij en een paardenhouderij uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', met dien verstande dat binnen bouwvlakken uitsluitend als vee en paarden mogen worden gehouden: de diersoorten zoals opgenomen bij dat bouwvlak in Bijlage 6 Tabel 'Diersoorten veehouderijen' alsmede hobbymatig vee zoals gedefinieerd in Bijlage 7 Tabel 'Hobbymatig vee' tot de in die bijlage genoemde omvang; e. is binnen de zone 'overige zone - beperking veehouderij' de uitoefening van een veehouderij
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 19 van 108 vastgesteld
uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij', met dien verstande dat: 1. voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), ten hoogste de omvang heeft van de gebouwen die: op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; 2. voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de bouwwerken die geen gebouw zijn ten hoogste de omvang heeft van de bouwwerken die geen gebouw zijn die: op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; 3. voor een grondgebonden veehouderij een toename van de oppervlakte van dierenverblijven niet is toegestaan; 4. binnen gebouwen dieren alleen op de begane grond gehouden mogen worden, met uitzondering van volière- en scharrelstallen, waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden voor legkippen; 5. in afwijking van het bepaalde onder 4 voorzieningen voor dierenwelzijn op alle bouwlagen aanwezig mogen zijn; f. is per agrarisch bedrijf maximaal de bestaande stikstofdepositie (mol/ha/jaar) begrepen/toegestaan.
Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan de hoogste depositie ingevolge: 1. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van de legaal bestaande ammoniakemissie ten tijde van de vaststelling van het plan; dan wel 2. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals die opgenomen is in Bijlage 8 Tabel 'Stikstofrechten', voor zover deze vergunning onherroepelijk is, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals die opgenomen is in Bijlage 8 Tabel 'Stikstofrechten', voor zover deze vergunning onherroepelijk is, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals die opgenomen is in Bijlage 8 Tabel 'Stikstofrechten'. g.
is de verkoop aan huis van op het agrarisch bedrijf geproduceerde goederen mede begrepen, tot een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 35 m²; h. zijn kleinschalige nevenactiviteiten uitsluitend mede begrepen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. het gebruik voor de nevenactiviteit vindt plaats binnen het bouwvlak; 2. de vorm, omvang en locatie van de nevenactiviteit zijn beperkt tot de vorm, omvang en locatie van bedrijvigheid zoals die zijn vermeld in Bijlage 3 Bestaande kleinschalige activiteiten; 3. er vindt geen buitenopslag voor de nevenactiviteiten plaats; 4. het parkeren vindt op eigen terrein en binnen het bouwvlak, plaats; i. zijn buiten het bouwvlak per buiten dat bouwvlak gelegen legale schuilgelegenheid voor vee een verharding en opslag hierop toegestaan mits de oppervlakte niet groter is dan 30 m², de verharding aansluitend aan het gebouw ligt en de grootte van de opslag van voer maximaal 1 m3 is; j. is recreatief nachtverblijf in de vorm van kortdurend, incidenteel overnachten (maximaal 1 nacht) in een camper zonder extra voorzieningen toegestaan, uitsluitend binnen bouwvlakken en uitsluitend indien één of meer bedrijfswoningen zijn toegestaan; In het doel 'verkeer' is mede begrepen de verbreding van wegen voor de aanleg van al dan niet vrijliggende fiets- en voetpaden, voorzover deze zijn gelegen binnen een zone van 30 m uit de as van de
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 20 van 108 vastgesteld
bestaande weg of uitweg. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen, genoemd in artikel 3.1. 3.2.2 Algemene bouwregels voor het agrarisch bedrijf a. Bouwwerken mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a, zijn ook buiten bouwvlakken erf- en terreinafscheidingen en leipalen toegestaan. c. Het bouwvlak mag, met inachtneming van de overige regels van dit plan, volledig worden bebouwd, met dien verstande dat windturbines niet zijn toegestaan. 3.2.3 Specifieke bouwregels voor agrarische bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor de woonfunctie a. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt per bouwvlak maximaal één. b. Voor de voorgevel van de bedrijfswoning mogen geen aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers, balkons en luifels, mits de voorgevel met ten hoogste 1,5 m wordt overschreden en de breedte van de erker, het balkon of de luifel niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voorgevel. c. De inhoud van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie mag maximaal 750 m3 bedragen. d. De goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie mogen niet meer bedragen dan: 1. binnen de zone, 'overige zone - dekzandrand' 3 respectievelijk 10 m; e.
De goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning mogen niet meer bedragen dan 3 respectievelijk 5 m. f. De oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning mag niet meer bedragen dan 100 m². g. Vrijstaande bijgebouwen moeten op minimaal 1 m achter de voorgevel worden gebouwd. 3.2.4 Specifieke bouwregels voor agrarische bedrijfsgebouwen a. Bedrijfsgebouwen moeten achter de achtergevel van de bedrijfswoning, indien aanwezig, worden gebouwd. Als er meer dan één bedrijfswoning aanwezig is, geldt als achtergevel uitsluitend die achtergevel die het dichtst bij de weg is gelegen. b. De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 12 m. c. De goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan: 1. binnen de zone 'overige zone - dekzandrand' 3,5 m; d. In afwijking van het bepaalde onder a tot en met c mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - reclassering' één woongebouw voor de huisvesting van maximaal vier reclasseringscliënten worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 230 m2, een maximale goothoogte van 3,5 m en een maximale bouwhoogte van 8,0 m. 3.2.5 Specifieke bouwregels voor bouwwerken die geen gebouw zijn voor het agrarisch bedrijf a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag 1.
binnen bouwvlakken voor de voorgevellijn of als er geen voorgevellijn is niet meer bedragen dan 1,2 m; 2. binnen bouwvlakken voor het overige niet meer bedragen dan 2 m; 3. buiten bouwvlakken niet meer bedragen dan 1,2 m. b. De bouwhoogte van sleufsilo's mag niet meer bedragen dan 2,5 m. c. De bouwhoogte van voersilo's, monovergisters en windwokkels mag niet meer bedragen dan 12 m. d. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van stapmolens mag niet meer bedragen dan 4 m. f. De bouwhoogte van leipalen voor bomen-, planten- en gewassenteelt mag niet meer bedraagt dan 3
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 21 van 108 vastgesteld
m. g. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag niet meer bedragen dan 3 m. h. Bouwwerken die geen gebouw zijn, moeten, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 1,2 m, achter de voorgevellijn worden gebouwd. 3.2.6 Algemene bouwregels voor overige doeleinden a. Voor de bebouwing ten dienste van nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen gelden de volgende regels: 1. uitsluitend voor nutsvoorzieningen mogen gebouwen worden opgericht, tot een maximale hoogte van 3 m en een maximale oppervlakte per gebouw van 15 m²; 2. voor het overige mogen uitsluitend bouwwerken die geen gebouw zijn, worden opgericht mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van antennemasten niet meer mag bedragen dan 40 m; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 m. b. Voor het overige mag niet worden gebouwd. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
nadere eisen stellen aan: a. de situering van de bebouwing; b. de nokrichting van daken; c. de oriëntatierichting van de bebouwing. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit
Basisregel
Voorw aarden
Het overschrijden van de goothoogte van bedrijfsw oningen
artikel 3.2.3 onder d - de noodzaak voor deze afw ijking moet zijn aangetoond - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5 m
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 22 van 108 vastgesteld Het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf voor een veehouderij
artikel 3.1.2 onder e3
- maatregelen w orden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, een en ander conform de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vastgestelde regels van de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij zoals die gelden ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning - de ontw ikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving. Het betreft hier onder andere verkeersafw ikkeling, milieuaspecten en volksgezondheid - er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouw de kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentagesmaatregelen w orden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert - er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontw ikkeling - het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij is pas toegestaan nadat het moratorium voor geitenhouderij in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is opgeheven, w aardoor het op provinciaal niveau niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden - bij ligging in
de zone 'overige zone - beperking veehouderij' mag, als sprake is van een niet-grondgebonden veehouderij, de oppervlakte van de gebouw en, met uitzondering van de bestaande bedrijfsw oning(en), ten hoogste de omvang hebben van de gebouw en die: * op 21 september 2013 legaal aanw ezig of in uitvoering w aren; of * gebouw d mogen w orden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning - als sprake is van een hokdierhouderij: Gedeputeerde Staten hebben bew ijs overlegd dat: * binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, w aarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; * ingeval van sloop de oppervlakte van de sanering ten minste 120% bedraagt van de oppervlakte die w ordt opgericht of in gebruik w ordt genomen; * ingeval van herbestemming de oppervlakte van de sanering ten minste 200% bedraagt van de oppervlakte die w ordt opgericht of in gebruik w ordt genomen; * deze sanering plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of ingebruiknemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling * w aarbij geldt voor veehouderijen die gebruik maken van de regeling in artikel 2.68 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (uitzonderingsregeling stoppende veehouderij) dat alleen de
oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren die nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 23 van 108 vastgesteld Het situeren van bedrijfsgebouw en vóór de achtergevel van de bedrijfsw oning, dan w el situering van de bedrijfsw oning dusdanig dat bestaande bedrijfsgebouw en niet achter de achtergevel van de bedrijfsw oning zijn gebouw d
artikel 3.2.4 onder a - de noodzaak voor deze afw ijking moet zijn aangetoond - het bedrijfsgebouw is op ten minste 1 m achter de voorgevel van de w oning gesitueerd
Het overschrijden van de goothoogte van bedrijfsgebouw en
artikel 3.2.5 onder c - de noodzaak voor deze afw ijking moet zijn aangetoond - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m
Het bouw en van w indturbines binnen het bouw vlak
artikel 3.2.2 onder c1 en artikel 3.2.5 onder g
- de hoogte mag niet meer bedragen dan 25 m - de w indturbine mag grootschalige opw ekking van w ind- en zonne-energie niet schaden
Afwijken van de gebruiksregels
3.5
Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.
de ruimtelijke kwaliteit; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de landschappelijke en natuurwaarden; de verkeersveiligheid; de woonsituatie;
en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit
Voorw aarden
Het gebruik van bijgebouw en of bedrijfsgebouw en voor bew oning
- het gebruik dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg - op het perceel dient al een w oning aanw ezig te zijn - de omgevingsvergunning w ordt niet meer dan één keer tegelijkertijd per w oning verleend - er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van belangen van belanghebbenden - de voor mantelzorg te gebruiken ruimte w ordt ingepast binnen de bouw mogelijkheden voor bijgebouw en of bedrijfsgebouw en en is in ieder geval niet groter dan 100 m² - het bijgebouw of het bedrijfsgebouw is gelegen op een afstand van niet meer dan 40 m van de w oning, tenzij op ruimere afstand van de w oning een bestaand bijgebouw of bedrijfsgebouw is gelegen dat op relatief eenvoudige w ijze geschikt is te maken voor bew oning en er sprake blijft van een relatie tussen w oning en bijgebouw of bedrijfsgebouw
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 24 van 108 vastgesteld Kleinschalige activiteiten
- de activiteit w ordt uitgeoefend als niet-zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf - het gebruik voor de kleinschalige activiteit vindt plaats binnen het agrarisch bouw vlak - de afw ijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de w aterhuishouding en -kw aliteit ter plaatse - er dient voldaan te w orden aan het bepaalde in Bijlage 2 Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven met dien verstande dat als een bouw vlak binnen meerdere zones ligt, per kleinschalige activiteit het ruimste regime geldt - buitenopslag is niet toegestaan - er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekking - een goede verkeersafw ikkeling is gew aarborgd en er w ordt voorzien in de parkeerbehoefte binnen het bouw vlak - law aaisporten zijn niet toegestaan - de maximale oppervlakte voor opslag bedraagt 1.000 m², verminderd met de oppervlakte die in gebruik is voor andere kleinschalige activiteiten dan opslag; - de maximale oppervlakte van andere kleinschalige activiteiten dan opslag bedraagt 500 m², met dien verstande dat de maximale oppervlakte voor verkoopactiviteiten niet meer dan 200 m² bedraagt - verkoop van streekproducten mag alleen plaatsvinden in combinatie met verkoop van agrarische dan w el ambachtelijke producten van het eigen agrarische dan w el ambachtelijke bedrijf
Minicamping
- deze afw ijkingsmogelijkheid is niet toepasbaar binnen de zone 'overige zone - primair agrarisch gebied' - het aantal plaatsen bedraagt maximaal 25 - de minicamping is gesitueerd binnen of direct aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouw vlak - de landschappelijke inpassing dient op zorgvuldige w ijze plaats te vinden aan de hand van een gedetailleerd uitgew erkt en door burgemeester en w ethouders goedgekeurd inrichtingsplan - parkeren dient op eigen terrein binnen het bouw vlak plaats te vinden - alleen kampeermiddelen zijn toegestaan; stacaravans en andere recreatieve bouw w erken zijn niet toegestaan - het gebruik is uitsluitend toegestaan in de periode van 31 maart tot 1 oktober
Huisvesting tijdelijke arbeidskrachten
- het betreft uitsluitend voorzieningen in de vorm van overnachtingsmogelijkheden en verblijfsruimten voor tijdelijke arbeidskrachten die benodigd zijn voor en w erkzaam zijn bij het betreffende bedrijf gedurende het plant- en oogstseizoen, met een maximum van zes maanden per jaar - de voorzieningen hebben een maximale oppervlakte van 200 m²
Het toestaan van activiteiten die genoemd w orden in Bijlage 5 - de w oonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat w il zeggen voor Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden ten minste 50%, gehandhaafd activiteitenmet een bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 35 - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² m² of die niet in die lijst genoemd w orden, maar naar aard en - er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst w él genoemde kw aliteit van de w oonomgeving activiteiten - een goede verkeersafw ikkeling is gew aarborgd en er w ordt voorzien in de parkeerbehoefte - het betreft een activiteit uit of vergelijkbaar met categorie 1 van Bijlage 4 Bedrijvenlijst - de activiteit mag geen sterk publieksaantrekkende w erking hebben - de activiteit is niet uitgesloten in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten'
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 25 van 108 vastgesteld Het toestaan van groepsmatige activiteiten
- de w oonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat w il zeggen voor ten minste 50%, gehandhaafd - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² - de aard, de groepsgrootte en de frequentie leiden niet tot een onevenredige aantasting van de kw aliteit van de w oonomgeving - een goede verkeersafw ikkeling is gew aarborgd en er w ordt voorzien in de parkeerbehoefte
Detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit
- de detailhandel is onderdeel van de klantgerichte activiteiten ter plaatse - de detailhandel is van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel van de totale bedrijfsvoering
Het toestaan van paardenbakken voor hobbymatig gebruik
- de paardenbak is gesitueerd direct aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouw vlak dan w el het bijbehorende bestemmingsvlak 'Wonen' - de totale oppervlakte bedraagt niet méér dan 1.225 m² per bijbehorend agrarisch bouw vlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Wonen' - de paardenbak is gesitueerd op minimaal 20 m van de as van de w eg - de paardenbak is voorzien van een goede landschappelijke inpassing - de paardenbak is gesitueerd op minimaal 20 m van w oningen van derden
Het bew onen van een bedrijfsw oning met aan-, uit- en bijgebouw en en bijbehorend erf anders dan als bedrijfsw oning (de plattelandsw oning)
- binnen het bouw vlak is een agrarisch bedrijf actief - er is geen sprake van milieuhygiënische bezw aren; als milieuhygiënisch bezw aar w orden in ieder geval niet beschouw d milieuhygiënische bezw aren als gevolg van de aanw ezigheid van een agrarisch bedrijf binnen het bouw vlak - de belangen van omliggende al dan niet agrarische bedrijven en aangrenzende percelen w orden niet onevenredig aangetast
Het halfverharden van onverharde w egen en paden, en het aanleggen van verharde kavelpaden
n.v.t.
Het gebruik als tuin van agrarische gronden buiten het - de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming bestemmingsvlak op een grotere afstand tot het bijbehorende 'Agrarisch met w aarden - Landschap' die als tuin w orden bestemmingsvlak dan 20 m gebruikt, is niet groter dan 1.500 m² - indien sprake is van een burgerw oning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met w aarden Landschap' die als tuin w orden gebruikt en de oppervlakte van de bijbehorende bestemming 'Wonen' zijn samen niet groter dan 3.000 m² - indien sprake is van een niet-agrarische bedrijfsw oning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met w aarden - Landschap' die als tuin w orden gebruikt en de oppervlakte van de betreffende w oning met tuin, voor zover gelegen binnen het betreffende bestemmingsvlak, zijn samen niet groter dan 3.000 m² Toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) op Natura 2000 gebied
De natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden mogen niet w orden aangetast. Deze kenmerken w orden niet aangetast als op grond van de Wet natuurbescherming vergunning is verleend.
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 26 van 108 vastgesteld Het uitbreiden van de oppervlakte bebouw ing die in gebruik is - maatregelen w orden getroffen en in stand gehouden die als dierenverblijf voor een veehouderij invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, een en ander conform de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vastgestelde regels van de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij zoals die gelden ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning - de ontw ikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving. Het betreft hier onder andere verkeersafw ikkeling, milieuaspecten en volksgezondheid - er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouw de kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen w orden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert - er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontw ikkeling - het uibreiden van de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij is pas toegestaan nadat het moratorium voor geitenhouderij in de Interim
omgevings Noord-Brabant is opgeheven, w aardoor het op provinciaal niveau niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden - bij ligging in de zone 'overige zone - beperking veehouderij' mag, als sprake is van een niet-grondgebonden veehouderij, de oppervlakte van de gebouw en, met uitzondering van de bestaande bedrijfsw oning(en), ten hoogste de omvang hebben van de gebouw en die: * op 21 september 2013 legaal aanw ezig of in uitvoering w aren; of * gebouw d mogen w orden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning - als sprake is van een hokdierhouderij: Gedeputeerde Staten hebben bew ijs overlegd dat: * binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, w aarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; * ingeval van sloop de oppervlakte van de sanering ten minste 120% bedraagt van de oppervlakte die w ordt opgericht of in gebruik w ordt genomen; * ingeval van herbestemming de oppervlakte van de sanering ten minste 200% bedraagt van de oppervlakte die w ordt opgericht of in gebruik w ordt genomen; * deze sanering plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of ingebruiknemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling * w aarbij geldt voor
veehouderijen die gebruik maken van de regeling in artikel 2.68 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (uitzonderingsregeling stoppende veehouderij) dat alleen de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren die nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 27 van 108 vastgesteld Het houden van een ander veetype dan op basis van artikel 3.1.2 is toegestaan
- er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontw ikkeling - het omschakelen naar een nertsenhouderij is niet toegestaan - er mag geen sprake zijn van een diersoort of bedrijfsvorm die eerder is beëindigd in het kader van de beëindigingsregelingen RBV, VIV, BIV, SUN of de 'uitzonderingsregeling stoppende veehouderij' als bedoeld in artikel 2.68 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; - als sprake is van geiten: het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij is pas toegestaan nadat het moratorium voor geitenhouderij in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is opgeheven, w aardoor het op provinciaal niveau niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden
De huisvesting van meer dan één huishouden in een vrijstaande bedrijfsw oning met de aanduiding 'specifieke vorm van w onen - plattelandsw oning 1'
- het past binnen de geldende bouw regels en overige geldende gebruiksbepalingen - de w oning w ordt niet bew oond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte - de belangen van eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden w orden niet onevenredig geschaad - het straat- en bebouw ingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen w orden niet onevenredig geschaad - er w ordt voldaan aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeernormen - de afw ijking w ordt voorzien van een ruimtelijke motivatie
Mestvergisting afkomstig van samenw erkende rundveebedrijven
- de capaciteit bedraagt ten hoogste 25.000 ton per jaar - de locatie is goed ontsloten - de op- en overslag en verw erking van producten vinden niet in de openlucht plaats - in het geval dat de mest na vergisting ter plaatse verder w ordt bew erkt, w ordt ten minste 50% van het volume van de mest omgezet in loosbaar w ater - de ontw ikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving; het betreft hier onder andere verkeersafw ikkeling, milieuaspecten en volksgezondheid
Mestbew erking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouw ing voor mestbew erking van mest die niet afkomstig is van het bouw vlak w aarop de mest bew erkt w ordt
- de mest w ordt met pijpleidingen aangevoerd vanaf de locatie w aar de mest w ordt geproduceerd - ten minste 50% van het volume van de mest w ordt omgezet in loosbaar w ater - de op- en overslag en de verw erking van producten vinden niet in de open lucht plaats - de mestbew erking is vanuit het oogpunt van een veilige en gezonde leefomgeving en gelet op artikel 3.5 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, inpasbaar in de omgeving - de locatie ligt buiten de aanduiding 'overige zone beperking veehouderij' - de landschappelijke inpassing bedraagt ten minste15% van de omvang van het bouw perceel - er w ordt aangetoond dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omw onenden bij de planontw ikkeling
3.6
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar 'Inleidende regels'
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 28 van 108 vastgesteld
Direct naar 'Bestemmingsregels' Direct naar 'Algemene regels' Direct naar 'Overgangs- en slotregels' Direct naar 'Bijlagen regels'
Burgemeester van Erpstraat 80 Berghem - 2023 pag 29 van 108 vastgesteld
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken die geen bouwwerk zijn of van werkzaamheden 4.2.1
Vergunningsplicht
Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 1.000 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verbandhoudende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. 4.2.2
Uitzonderingen
Het verbod in artikel 4.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van inwerkingtreding van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' worden in ieder geval grondbewerkingen ten dienste van het agrarische gebruik beschouwd als normaal gebruik, mits de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld wordt geroerd. 4.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. De in artikel 4.2.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend als: 1.