CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Toelichting - BP Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel.PDF

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel34.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGPSLAN Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 1 van 83 15 december 2022

Bestemmingsplan

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel Vastgesteld Toelichting

Gemeente Oss, 15 december 2022

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 2 van 83 15 december 2022

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofstuk 1.

Hoofstuk 2.

Hoofstuk 3.

Hoofstuk 4.

Hoofstuk 5.

Hoofstuk 6.

Hoofstuk 7.

Hoofstuk 8. Hoofstuk 9.

Inleiding................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied .................................................................................................................... 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................... 7 Bestaande situatie ................................................................................................................ 11 2.1 Ontstaansgeschiedenis............................................................................................... 11 2.2 Bestaande situatie ...................................................................................................... 11 Toelichting op het plan .......................................................................................................... 14 3.1 Beoogde situatie ......................................................................................................... 14 3.2 Stedenbouwkundige karakteristiek .............................................................................

17 3.3 Functionele karakteristiek ........................................................................................... 17 3.4 Groen en water ........................................................................................................... 17 Ruimtelijk beleidskader .......................................................................................................... 19 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................ 19 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................. 21 4.3 Provinciaal beleid........................................................................................................ 22 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 27 Omgevingsaspecten ............................................................................................................. 35 5.1 Landschap .................................................................................................................. 35 5.2 Natuur .........................................................................................................................

35 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie .................................................................................... 40 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................. 43 5.5 Water .......................................................................................................................... 46 5.6 Defensie ..................................................................................................................... 49 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................ 50 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) .................................................................................... 74 Toelichting op de regels ........................................................................................................ 76 6.1 Algemeen ................................................................................................................... 76 6.2 Regels ........................................................................................................................ 76 Handhaving ...........................................................................................................................

78 7.1 Beleidskader ............................................................................................................... 78 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ..............................................78 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht ..........................................78 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 80 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................... 81 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................... 81 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................ 81 9.3 Inspraak ...................................................................................................................... 82 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................. 82 9.5 Ambtshalve wijziging .................................................................................................. 83

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 3 van 83 15 december 2022

BIJLAGEN Bijlage 1: Voorgrondbelasting Wildseweg 4 Bijlage 2: AERIUS-berekeningen Wildseweg 1 Bijlage 3: AERIUS-berekeningen Wildseweg 2 Bijlage 4: AERIUS-berekeningen Wildseweg 4 Bijlage 5: Watertoets Wildseweg 1 Bijlage 6: Watertoets Wildseweg 2 Bijlage 7: Watertoets Wildseweg 4 Bijlage 8: ISL3a berekeningen Wildseweg 3 Bijlage 9: ISL3a berekeningen Deelenweg 8 Bijlage 10: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wildseweg 2 Bijlage 11: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Wildseweg 4 Bijlage 12: Bodemonderzoek Wildseweg 1 Bijlage 13: Bodemonderzoek Wildseweg 2 Bijlage 14: Bodemonderzoek Wildseweg 4 Bijlage 15: Flora- en faunainspectie Wildseweg 2 Bijlage 16: Flora- en faunainspectie Wildseweg 4 Bijlage 17: Landschappelijk inpassingsplan Wildseweg 1, 2 en 4 Maren-Kessel Bijlage 18: Onderzoek Externe veiligheid

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 4 van 83 15 december 2022

TOELICHTING Bestemmingsplan Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 5 van 83 15 december 2022

Hoofstuk 1.

1.1

Inleiding

Aanleiding

Ten zuidwesten van de kern Maren-Kessel, aan de Maas, is het gehucht ’t Wild gelegen. ‘t Wild is de kleinste woonkern van de gemeente Oss. Aan de oostelijke zijde van deze verder overwegende woonkern zijn drie bedrijven gelegen, te weten een (voormalig) agrarisch bedrijf, een intensieve veehouderij en een opslagbedrijf. Om de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de woonkern te verbeteren zijn de eigenaren van deze bedrijven voornemens hun (agrarische) bedrijvigheid te beëindigen c.q. te wijzigen, al dan niet in combinatie met sloop van bedrijfsgebouwen en het daarvoor in de plaats realiseren van nieuwe woningen.

Wildseweg 1

Wildseweg 2

Wildseweg 4

Afbeelding 1. Ligging locaties Wildseweg 1 (rood), Wildseweg 2 (blauw) en Wildseweg 4 (groen)

In het noordoostelijke deel van ’t Wild, aan de Wildseweg 1, is een voormalige agrarisch bedrijf gelegen. Al geruime tijd is geen sprake meer van agrarische bedrijfsactiviteiten, de agrarische bedrijfswoning wordt bewoond door burgers en de voormalige agrarische bebouwing achter de bedrijfswoning wordt thans gebruikt voor lichte bedrijvigheid. Hoewel er al geruime tijd geen sprake meer is van agrarische activiteiten is de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan nog steeds bestemd voor agrarische doeleinden. De bestemming dient gewijzigd te worden in een woonbestemming zodat agrarische bedrijfsactiviteiten voor de toekomst zijn uitgesloten, de huidige burgerbewoning van de woning gelegaliseerd wordt en waarbij ondergeschikte lichte bedrijvigheid in de voormalige agrarische bebouwing mogelijk blijft. In de oostelijke hoek van de Wildseweg met de Leeuwkesgraaf, aan de Wildseweg 2, is de intensieve veehouderij gelegen, bestaande uit een agrarische bedrijfswoning, stallen en verharding (erfverharding en voeropslagen). Het bedrijf houdt vleesvarkens, vleesstieren en melkvee. Het ontbreken van een opvolger heeft de agrariër doen besluiten op korte termijn te stoppen met de intensieve veehouderij.

In dat kader is agrariër bereid de milieutoestemming voor het houden van vee in te trekken, een aanzienlijk deel van de stallen te slopen en de daarbij behorende verharding te verwijderen. Ter compensatie van het saneren van de intensieve veehouderij wenst de agrariër de woning en twee schuren te handhaven om hier lichte bedrijvigheid te ontplooien en twee nieuwe woningen te realiseren (één gericht op de Wildseweg bij een te behouden schuur, de andere op de Leeuwkesgraaf). De huidige agrarische bestemming dient in dat kader

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 6 van 83 15 december 2022

gewijzigd te worden in een woonbestemming zodat agrarische bedrijfsactiviteiten voor de toekomst zijn uitgesloten, de huidige woning als burgerwoning kan worden gebruikt, twee nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd en de twee te handhaven schuren gebruikt kunnen worden voor ondergeschikte lichte bedrijvigheid. In de westelijke hoek van de Wildseweg met de Leeuwkesgraaf, aan de Wildseweg 4, is het opslagbedrijf gelegen. De eigenaar is bereid gevonden om de bedrijfsactiviteiten volledig te beëindigen en een deel van de bedrijfsbebouwing te slopen. Ter compensatie van het saneren van het opslagbedrijf wenst de eigenaar de woning met achtergelegen karakteristieke schuur te handhaven als burgerwoning en een nieuwe woning te realiseren (gericht op de Leeuwkesgraaf). De huidige bedrijfsbestemming dient in dat kader gewijzigd te worden in een woonbestemming zodat bedrijfsactiviteiten voor de toekomst zijn uitgesloten, de huidige woning met achtergelegen schuur als burgerwoning kan worden gebruikt en een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. 1.2

Plangebied

Het plangebied omvat de locaties Wildseweg 1, 2 en 4 gelegen in ’t Wild. Deze kleine woonkern ligt in het westen van de gemeente Oss tegen de Maas aan. De kern ligt op enige afstand van de kernen MarenKessel en Rosmalen en is verbonden met deze kernen door de N625, die dwars door ‘t Wild voert. Wildseweg 1 De locatie Wildseweg 1 staat kadastraal bekend als gemeente Lith, sectie F en nummers 470, 1045 en 1046 (ged.). Deze locatie grenst in het oosten aan de burgerwoning Wildseweg 1a. Ook in zuidwestelijke richting, aan de overzijde van een aangrenzend weiland, bevinden zich burgerwoningen, maar ook de horecagelegenheid “De Wildse Hut”. Aan de noordelijke zijde grenst de locatie aan het agrarische buitengebied van Oss. Dit gebied kenmerkt zich als een open en grootschalig ontginningslandschap, verspreid tussen de landbouwpercelen bevinden zich (grootschalige) agrarische bedrijven. Wildseweg 2 De locatie Wildseweg 2 staat kadastraal bekend als gemeente Lith, sectie F en nummers 10 (ged.) en 11 en ligt in de oksel van de Wildseweg en Leeuwkesgraaf. Aan de overzijde van de weg ligt de locatie Wildseweg 1 en de eerder genoemde horecagelegenheid. De locatie wordt aan de westelijke zijde begrensd door de Leeuwkesgraaf, aan de overzijde van deze weg zijn het opslagbedrijf en een burgerwoning gelegen. Ook ten zuiden van deze locatie bevinden zich enkele woningen aan de Leeuwkesgraaf.

Aan de oostelijke zijde grenst de locatie aan het agrarische buitengebied van Oss. Wildseweg 4 De locatie Wildseweg 4 staat kadastraal bekend als gemeente Alem, sectie H en nummer 562 en ligt in de westelijke oksel van de Wildseweg en Leeuwkesgraaf.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 7 van 83 15 december 2022

Deze locatie wordt aan drie zijden ingeklemd door wegen. In het noorden ligt de locatie tegen de Wildseweg aan, in het oosten tegen de Leeuwkesgraaf (met aan de overzijde de intensieve veehouderij Wildseweg 2) en in het westen tegen de Nieuwe Provinciale weg (N625). In zuidelijke richting grenst de locatie aan een burgerwoning

Wildseweg N625

Leeuwkesgraaf Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied en omgeving

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Per locatie is het vigerende bestemmingsplan hierna geanalyseerd. Alle locaties maken onderdeel uit van het bestemmingsplan “Kom het Wild 2011” van de gemeente Oss (vastgesteld d.d. 10 mei 2012). Wildseweg 1 De locatie Wildseweg 1 is bestemd als ‘Agrarisch’ en daarbij voorzien van een bouwvlak met een oppervlakte van bijna 1.400 m2. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen met daarbij de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 4 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 7,5 m’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij het bouwvlak geheel mag worden bebouwd. Per bouwvlak is één agrarisch bedrijf toegestaan. Per agrarisch bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 8 van 83 15 december 2022

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Wildseweg 1

In de agrarische bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het College van Burgemeester en Wethouders om de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’, mits voldaan wordt aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden. In dit geval kan echter geen gebruik gemaakt worden van deze wijzigingsbevoegdheid omdat niet voldaan wordt aan de wijzigingsvoorwaarden daar de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing behouden blijft. Wildseweg 2 De locatie Wildseweg 2 is eveneens bestemd als ‘Agrarisch’ en daarbij voorzien van een bouwvlak met een oppervlakte van circa 1,5 ha. Binnen het bouwvlak is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ opgenomen met de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 4 m’, maximum bouwhoogte: 10 m’ en ‘maximum bebouwingspercentage terrein: 35%’. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen met daarbij de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 4 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 7,5 m’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met in dit specifieke geval een intensieve veehouderij. Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij het bouwvlak voor een oppervlakte van 35% mag worden bebouwd. Per bouwvlak is één agrarisch bedrijf toegestaan.

Per agrarisch bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 9 van 83 15 december 2022

Afbeelding 4. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Wildseweg 2

In de agrarische bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het College van Burgemeester en Wethouders om de bestemming ‘Agrarisch’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’, mits voldaan wordt aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden. In dit geval kan echter geen gebruik gemaakt worden van deze wijzigingsbevoegdheid omdat niet voldaan wordt aan de wijzigingsvoorwaarden daar de bestaande voormalige agrarische bedrijfsbebouwing voor een deel behouden blijft en ook nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd. Wildseweg 4 De locatie Wildseweg 4 is bestemd als ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – opslagbedrijf’ en daarbij voorzien van een bouwvlak met een oppervlakte van circa 2.500 m 2. Tevens is een deel van de locatie tevens bestemd als ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde middelhoog’. Binnen het bouwvlak zijn de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 4 m’, maximum bouwhoogte: 10 m’ en ‘maximum bebouwingspercentage terrein: 50%’ opgenomen. Ter plaatse van de bedrijfswoning is de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’ opgenomen met daarbij de maatvoeringen ‘maximum goothoogte: 4 m’ en ‘maximum bouwhoogte: 9 m’. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven met in dit specifieke geval een opslagbedrijf.

Gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, waarbij het bouwvlak voor een oppervlakte van 50% mag worden bebouwd. Per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan, specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 10 van 83 15 december 2022

Afbeelding 5. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Wildseweg 4

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel geldt binnen alle delen het plangebied het bestemmingsplan “Kom het Wild 2011” van de gemeente Oss. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen alle delen van het plangebied, zijn rechtskracht.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 11 van 83 15 december 2022

Hoofstuk 2.

2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

De kern ’t Wild is in de late middeleeuwen ontstaan op en langs beide zijden van de Maasdijk tussen Alem en Gewande. De kern lag oorspronkelijk als dijkbebouwing op de Maasdijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kern praktisch met de grond gelijk gemaakt. Na de bevrijding is de kern opnieuw opgebouwd. De kern is daarbij niet opnieuw opgebouwd op de dijk, maar meer landinwaarts. De enige vooroorlogse bebouwing die nog aanwezig is betreft het café-restaurant Wildse Hut, gelegen op de aanvang van de Wildseweg.

Afbeelding 6. Buurtschap ‘t Wild voor de oorlog (1940)

Afbeelding 7. Buurtschap ‘t Wild na de oorlog (1956)

Na de bevrijding (omstreeks 1944) is begonnen met het opnieuw opbouwen van het buurtschap. De bebouwing werd voornamelijk opgericht aan de Leeuwkesgraaf en de Nieuwe Provincialeweg (welke is gerealiseerd in de jaren ’60 van de vorige eeuw). Na de realisatie van de Nieuwe Provincialeweg heeft kleinschalige planmatige woningbouw plaatsgevonden, maar heeft zich ook (agrarische) bedrijvigheid gevestigd aan de rand van de kern. In de loop der jaren zijn de bebouwingslinten van de Leeuwkesgraaf, de Nieuwe Provincialeweg en de Zandenweg steeds verder verdicht, is de bedrijvigheid grotendeels weer vertrokken en is het buurtschap gegroeid tot de huidige woonkern. 2.2

Bestaande situatie

Alle delen van het plangebied zijn gelegen binnen de bebouwde kom van ‘t Wild aan de Wildseweg. Wildseweg 1 Dit (voormalig) agrarisch bedrijf is gelegen in het noordoostelijk deel van de kern. De locatie is bebouwd met een bedrijfswoning met daarachter een loods en twee kleinere schuren. Direct naast deze locatie ligt een andere woning met loods. De naast elkaar gelegen woningen maken gebruik van een samengevoegde erfverharding.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 12 van 83 15 december 2022

Afbeelding 8. Aanzicht locatie Wildseweg 1

Wildseweg 2 Deze intensieve veehouderij is gevestigd aan de overzijde van de weg ten opzichte van de locatie Wildseweg 1, in de oostelijke hoek van de Wildseweg met de Leeuwkesgraaf. Kenmerkend is de ligging aan de rand van het agrarische buitengebied. De locatie is bebouwd met een bedrijfswoning en vier stallen met inpandige loodsen. Daarnaast is op de locatie verharding aanwezig in de vorm van erfverharding en voeropslagen. De intensieve veehouderij beschikt over een milieutoestemming voor het houden van 88 koeien met 123 stuks jongvee, 20 vleesstieren en 708 vleesvarkens. In de volgende tabel is de vergunde situatie weergegeven. Tabel 1.Vergunde situatie Wildseweg 2

Diercategorie

Huisvestingssysteem

Aantal dieren

Ammoniak (NH3)

Geuremissie (OU/s)

Fijnstof emissie (PM10)

Melk- en kalfkoeien Zoogkoeien Vrouwelijk jongvee Vleesstieren Vleesvarkens Vleesvarkens Totaal

A1.100 A2.100 A3.100 A6.100 D3.2.1 D3.100

50 38 123 20 300 408 939

650 156 541 106 1.350 1.224 4.027

0 0 0 712 6.900 9.384 16.996

7 3 5 3 46 62 126

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 13 van 83 15 december 2022

Afbeelding 9. Aanzicht locatie Wildseweg 2

Wildseweg 4 In de westelijke oksel van de Wildseweg met de Leeuwkesgraaf ligt het opslagbedrijf. De locatie is bebouwd met een bedrijfswoning met daarachter twee karakteristieke schuren, gericht op de Wildseweg. Gericht op de Leeuwkesgraaf staat een tweede loods. Qua bouwstijl wijkt deze loods af van de andere bebouwing op deze locatie.

Afbeelding 10. Aanzicht locatie Wildseweg 4

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 14 van 83 15 december 2022

Hoofstuk 3. 3.1

Toelichting op het plan

Beoogde situatie

Wildseweg 1 De locatie Wildseweg 1 is thans nog bestemd voor agrarische doeleinden, terwijl de agrarische activiteiten al jaren geleden zijn gestaakt. De bedrijfswoning wordt feitelijk gebruikt als burgerwoning. De eigenaren van deze locatie staan op de markt waar ze groenten en fruit verkopen. Op woensdag worden de te verkopen groenten en fruit geleverd door één vrachtwagen, waarna eigenaren op vrij- en zaterdag met hun marktwagen naar de markt rijden. De marktwagen en de dagopslag aan groenten en fruit staan in de loods achter de woning. Er is nadrukkelijk geen sprake van buitenopslag. Dit gebruik wordt voortgezet, waardoor de loods en beide schuren behouden blijven. In totaal blijft 415 m 2 aan bijgebouwen behouden. De bedrijfswoning blijft behouden en wordt omgezet naar een burgerwoning. Met het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is het niet langer mogelijk de locatie aan te wenden voor agrarisch gebruik. Het is daarmee uitgesloten dat op de locatie nieuwe agrarische activiteiten worden ontplooid. Daarvoor in de plaats dienen lichte vormen van bedrijvigheid mogelijk te zijn in de te behouden loods en schuren, zodat de marktwagen nog steeds binnen gestald kan worden en ook de groenten en fruit inpandig opgeslagen kunnen worden van woensdag tot vrij- of zaterdag.

Door middel van de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – kleinschalige bedrijvigheid’ en specifiek ‘specifieke vorm van wonen – groente- en fruitopslag’ is vastgelegd dat in de loods en schuren lichte vormen van bedrijvigheid zijn toegestaan en in het bijzonder de marktwagen kan blijven worden gestald en de groenteen fruit kunnen worden opgeslagen. Wildseweg 2 Het ontbreken van een opvolger heeft de agrariër doen besluiten op korte termijn te stoppen met de intensieve veehouderij. Uiterlijk eind 2022 zal de agrariër volledig stoppen met het houden van vee. In dat kader is agrariër daarna bereid de milieutoestemming voor het houden van vee in te trekken, een aanzienlijk deel van de stallen te slopen en de daarbij behorende verharding te verwijderen. Met de sanering worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt met uitzondering van de meest westelijk en oostelijk gelegen stallen. Het achterste gedeelte van de westelijk gelegen stal wordt wel gesloopt. Ook de omliggende verharding wordt verwijderd. In totaal wordt circa 1.170 m2 aan bebouwing gesloopt en circa 2.510 m2 aan verharding verwijderd. De westelijk gelegen stal met een oppervlakte van 590 m2 blijft behouden bij de huidige (bedrijfs)woning. De oostelijk gelegen stal met een oppervlakte van 470 m 2 blijft ook behouden.

Het slopen van de bebouwing en het verwijderen van de verharding zorgt voor een aanzienlijke ontstening van de Wildseweg. Initiatiefnemer dient voor de sloop een sloopmelding in te dienen uiterlijk op 1 januari 2023. De sloop dient vervolgens plaats te vinden binnen zes maanden na de sloopmelding. De bedrijfswoning blijft behouden. In het kader van de sanering van de intensieve veehouderij wordt deze woning omgezet naar een burgerwoning. Met het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming is het niet langer mogelijk de locatie aan te wenden voor een agrarisch gebruik. Het is daarmee uitgesloten dat op de locatie nieuwe veehouderijactiviteiten worden ontplooid. Ter compensatie van de sanering wil agrariër twee nieuwe woningen oprichten. Een van de woningen is beoogd voor de oostelijke stal, aan de Wildseweg. De andere woning is beoogd in het zuidwesten, aan de Leeuwkesgraaf.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 15 van 83 15 december 2022

Ten slotte wenst de agrariër de mogelijkheid te hebben lichte vormen van bedrijvigheid te ontplooien in de twee te behouden stallen. Zelf heeft de agrariër de westelijke stal al ingericht als kleinschalige werkplaats. Hier worden op kleine schaal (steigerhouten) (tuin)meubels vervaardigd. In het kader van deze werkzaamheden vindt in de stal houtbewerking en opslag van hout plaats, maar ook op kleine schaal detailhandel van de ter plaatse vervaardigde meubels in een kleine showroom en een kleine kantoorruimte. De showroom is eigenlijk een soort opslaglocatie, met een oppervlakte van 72 m 2, waar gegadigden de meubels kunnen bekijken. De showroom is kleinschalig ten opzichte van de werkplaats en zal daar dan ook ondergeschikt aan zijn. De showroom is open op woensdag en zaterdag van 10:30-16:00 en enkel op afspraak kunnen de vervaardigde meubels bezichtigd worden. Gemiddeld bezoeken 3 á 4 personen per week de showroom. Initiatiefnemer wil daarbij in de westelijke stal de mogelijk behouden deze specifieke bedrijfsactiviteit om te zetten naar andere vormen van lichte bedrijvigheid.

Door middel van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – kleinschalige bedrijvigheid’ en specifiek ‘specifieke vorm van wonen – timmerbedrijf met showroom’ is vastgelegd dat in de loods lichte vormen van bedrijvigheid zijn toegestaan en in het bijzonder kan worden gebruikt voor houtbewerking met showroom. Een soortgelijk gebruik, in de vorm van lichte bedrijvigheid, moet ook mogelijk zijn in de andere te behouden stal. Hier is nog niet duidelijk wat voor soort bedrijvigheid wordt ontplooid. Alle vormen van lichte bedrijvigheid moeten daarom mogelijk zijn. Het uitoefenen van lichte bedrijvigheid in de oostelijk te behouden stal is vastgelegd door het opnemen van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen – kleinschalige bedrijvigheid’. Buitenopslag is op beide locaties nadrukkelijk niet aan de orde. Wildseweg 4 Eigenaar van deze locatie is bereid gevonden om de bedrijfsactiviteiten van het opslagbedrijf volledig te beëindigen en een deel van de bedrijfsbebouwing te slopen, te weten de loods aan de Leeuwkesgraaf. In totaal wordt circa 560 m2 aan bebouwing gesloopt en circa 560 m2 aan erfverharding. Initiatiefnemer dient voor de sloop een sloopmelding in te dienen uiterlijk op 1 januari 2023. De sloop dient vervolgens plaats te vinden binnen twee maanden na de sloopmelding.

Ter compensatie van het saneren van het opslagbedrijf wenst de eigenaar de woning met achtergelegen karakteristieke schuren (met een oppervlakte van 395 en 70 m2, totaal 492 m2) te handhaven als burgerwoning en een nieuwe woning te realiseren (gericht op de Leeuwkesgraaf). De huidige bedrijfsbestemming dient in dat kader gewijzigd te worden in een woonbestemming zodat bedrijfsactiviteiten voor de toekomst zijn uitgesloten, de huidige woning met achtergelegen schuur als burgerwoning kan worden gebruikt en een nieuwe woning kan worden gerealiseerd.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 16 van 83 15 december 2022

Afbeelding 11. Beoogde locatie nieuwe woningen

Afbeelding 12. Beoogde situatie gehele plangebied met te behouden bebouwing (groen), te slopen bebouwing (rood) en te verwijderen erfverharding (blauw)

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 17 van 83 15 december 2022

3.2

Stedenbouwkundige karakteristiek

Alle drie de locaties liggen in de bebouwde kom van ’t Wild. De locaties Wildseweg 1 en 2 liggen op de overgang van de bebouwde kom met het buitengebied. Het buitengebied kenmerkt zich hier door de landschappelijke openheid. Vanuit de bebouwde kom van ‘t Wild zijn waardevolle doorzichten naar het open rivierlandschap, dan wel naar het open poldergebied. Bij alle twee van de drie locaties vindt sloop van bebouwing plaats. Met de sloop vindt een aanzienlijke ontstening plaats. De ontstening draagt bij aan de openheid van de omgeving en zorgt voor meer doorzichten vanuit de kern naar het open buitengebied. Bij de locatie Wildseweg 2 worden ter compensatie van het saneren van de agrarische bedrijvigheid twee nieuwe woningen opgericht. Bij de locatie Wildseweg 4 wordt ter compensatie van het saneren van de bedrijvigheid één woning opgericht. Alle nieuwe woningen zullen onderdeel uit gaan maken van de bebouwingslinten van of de Wildseweg of de Leeuwkesgraaf. Desondanks blijven tussen de nieuwe woningen en bestaande woningen voldoende ruimte aanwezig zodat doorzichten naar het buitengebied behouden blijven c.q. hersteld worden. De verkaveling draagt bij aan de historische opbouw van de kern ’t Wild die gegroeid is door de aanwezige wegenstructuur steeds verder te verdichten tot de huidige luchtige bebouwingslinten.

Daarnaast is het plan afgestemd op de bestaande kwaliteiten van de omgeving door een landschappelijke inpassing.

3.3

Functionele karakteristiek

Alle delen van het plangebied liggen aan de Wildseweg. Aan de Wildseweg is sprake van verspreid liggende bebouwing met gemengde functies. De bedrijvigheid binnen het plangebied zal volledig worden gestaakt en de drie locaties zullen worden aangewend voor een woongebruik. Alle bedrijvigheid aan de oostelijke zijde van ’t Wild verdwijnt daarmee definitief, wat positief bijdraagt aan het woon- en leefklimaat. Rondom het plangebied bevinden zich uitsluitend woningen, behoudens ter plaatse van het café-restaurant Wildse Hut.

3.4

Groen en water

Alle initiatieven worden landschappelijk ingepast waardoor de ontwikkelingen goed passend zijn in het landschap en de omgeving. De landschappelijke inpassing voor alle delen van het plangebied is weergeven in afbeelding 13. Wildseweg 1 De landschappelijke inpassing binnen dit deel van het plangebied bestaat uit het toevoegen van een beukenhaag (circa 30 meter) langs de voortuin en het aanplanten van een rij knotwilgen (circa 15 bomen) langs de zuidwestelijke perceelsgrens. Wildseweg 2 Bij de Wildseweg 2 worden niet alleen de nieuwe woningen landschappelijk ingepast maar ook de bestaande woning. Aan de zuidzijde en aan de oostzijde van de bestaande woning wordt een struweelhaag aangeplant. Daarnaast worden ten noordoosten van de bestaande woning nog zes bomen opgericht. De

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 18 van 83 15 december 2022

aanwezige bomen en heg ten noordwesten en westen van de bestaande woning blijven eveneens behouden. Ten oosten van de bestaande woning wordt een nieuwe woning gerealiseerd. In het oostelijk gedeelte van het nieuwe woonperceel wordt een hoogstamfruitboomgaarden gerealiseerd van 15 bomen. Deze hoogstamfruitboomgaarden zal worden voorzien van een bloemrijkgras als ‘vloer’. Het woonperceel zal worden omringd door een haag waarbij aan de noordelijke zijde, ter plaatse van de oprit, een opening blijft gehandhaafd. Daarnaast wordt ten zuiden van de bestaande woning een nieuwe woning gerealiseerd. Tussen de bestaande woning en deze nieuwe woning wordt een bloemrijk grasveld gerealiseerd. In dit grasveld worden twee groepen bomen gerealiseerd. Een bomengroep zal bestaan uit winterlindes en een bomengroep zal bestaan uit walnoten. In het zuidenwesten van dit nieuwe woonperceel zal daarnaast een hoogstamfruitboomgaarden worden gerealiseerd bestaande uit 6 bomen. Het woonperceel zal in het noorden en oosten worden omringd door een haag en in het westen door een struweelhaag. Wildseweg 4 De landschappelijke inpassing bestaat op deze plek uit hagen, een bomenrij en de aanleg van een hoogstamfruitboomgaard. In het zuidwestelijke deel zal een hoogstamfruitboomgaard (11 bomen) worden gerealiseerd met een bloemrijk grasland als ‘vloer’.

Ten noorden en oosten van de hoogstamfruitboomgaard zal een haag worden gerealiseerd die de afscherming vormt tussen de bestaande woning en de boomgaard. In het zuiden van de woonpercelen zal een bomenrij bestaande uit 10 bomen worden gerealiseerd. Daarnaast zal ten westen, zuiden en voor een deel ten oosten van het nieuwe woonperceel een haag worden aangeplant.

Afbeelding 13. Landschappelijke inpassing voor alle drie de delen van het plangebied.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 19 van 83 15 december 2022

Hoofstuk 4.

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: -

Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.

Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2.

De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 20 van 83 15 december 2022

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Doorwerking plangebied Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 april 2016, zaak nr. ECLI:NL:RVS:2016:1075), is een planologische functiewijziging geen stedelijke ontwikkeling. Hiervan is ter plaatse van de locatie Wildseweg 1 en voor een deel ter plaatse van de locatie Wildseweg 2 en 4 sprake (waar bestaande woningen blijven behouden, maar wel van functie worden gewijzigd van bedrijfswoning tot burgerwoning). Er is met deze functiewijzigingen geen sprake van het creëren van meer bouwmogelijkheden.

Integendeel, betreffende bouwvlakken worden aanzienlijk verkleind en er mag maar een deel van de bestaande bebouwing behouden blijven, het resterende deel van de bebouwing zal gesloopt worden. Er hoeft in het kader van de functiewijzigingen dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Onderhavig bestemmingsplan maakt niet meer dan 11 nieuwe woningen mogelijk (maximaal 3 nieuwe woningen) en betreft daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro. Er hoeft in het kader van de nieuwe woningen ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen.

Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: -

Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 21 van 83 15 december 2022

De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen.

Geconcludeerd kan worden dat het Barro niet van toepassing is op onderhavig plan. 4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -

-

-

-

-

-

Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.

We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 22 van 83 15 december 2022

Doorwerking plangebied Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief.

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: -

Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie

Doorwerking plangebied Onderhavig initiatief voorziet in het beëindigen van twee agrarische bedrijven en één opslagbedrijf die allen zijn gelegen in het stedelijk gebied. Met het initiatief vervalt alle bedrijvigheid aan de oostelijke zijde van ’t Wild. Door het wegvallen van de uitstoot van fijnstof, ammoniak en geur en de verkeersaantrekkende werking van met name zware verkeersbewegingen betekent dit een enorme verbetering van het woon- en leefklimaat in ’t Wild. Daarvoor in de plaats worden woningen gerealiseerd waar een grote behoefte aan blijkt de komende jaren in Brabant. Het beëindigen van de ongewenste bedrijvigheid in een woonkern en het wijzigen van de betreffende bestemmingen naar een woonbestemming past binnen de visie van Noord-Brabant. Ook het oprichten van drie woningen daarvoor in de plaats past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 23 van 83 15 december 2022

4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt grotendeels in het ‘Stedelijk gebied – Landelijke kern’ en voor een klein deel in het ‘Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied’. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’ en voor ‘Gemengd landelijk gebied’.

Afbeelding 14. Uitsnede basiskaart landelijk gebied van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met Wildseweg 1 rood omcirkeld, Wildseweg 2 blauw omcirkeld en Wildseweg 4 groen omcirkeld

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 24 van 83 15 december 2022

Vanwege de ligging in het stedelijk gebied zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in:  Stedelijk concentratiegebied  Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1.

Lid 2.

Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Doorwerking plangebied Gesteld wordt dat de ontwikkeling van deze locaties is aan te merken als een duurzame ontwikkeling. Het saneren van de (agrarische) bedrijvigheid, waaronder een intensieve veehouderij, draagt positief bij aan de omgevingskwaliteit en een veilige en gezonde leefomgeving (emissies van geur, fijn stof en ammoniak worden gestaakt). Ook wordt veel bebouwing op deze locaties verwijderd en worden de locaties voorzien van een passende landschappelijke inrichting (nieuw groen) wat niet alleen bijdraagt aan een fraai aanzicht, maar ook aan het voorkomen van hittestress. Ter compensatie van de sanering van de intensieve veehouderij worden twee nieuwe woningen gerealiseerd en ter compensatie van de sanering van het opslagbedrijf wordt één nieuwe woning gerealiseerd. De woningen zijn beoogd binnen het stedelijk gebied. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, op locaties die reeds bebouwd zijn. Zodoende is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en draagt de ontwikkeling bij aan een transformatie van het stedelijk gebied.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 25 van 83 15 december 2022

In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Doorwerking plangebied In dit geval is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, op locaties die reeds bebouwd zijn. Een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking heeft plaatsgevonden, hieruit blijkt dat de Ladder in dit geval niet van toepassing is gezien de kleinschaligheid. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt.

Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1. Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2. De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Regionale afspraken woningbouw De delen van het plangebied waar de nieuwe woningen worden gerealiseerd zijn gelegen in het stedelijk gebied. Met de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoningen tot burgerwoningen en de realisatie van de drie woningen wordt voldaan aan de regionale afspraken tot woningbouw.

Voor een actueel beeld van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte in Noord-Brabant, actualiseert de provincie Noord-Brabant regelmatig de bevolkings- en woningbehoefteprognose. Met de prognoseactualisering van 2020 wordt de vorige bevolkings- en woningbehoefteprognose uit 2017 vervangen. De Brabantse bevolking zal tot begin jaren '40 nog groeien. Onder andere als gevolg van die groei kent de provincie, met name de komende 10 tot 15 jaar nog een flinke woningbouwopgave. Tot 2030 zal de woningvoorraad nog met ruim 120.000 woningen moeten toenemen, gemiddeld zo'n 10.000 woningen (netto) per jaar. Een dergelijk niveau is de afgelopen jaren niet gehaald, al vertoont de woningmarkt wel

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 26 van 83 15 december 2022

duidelijk tekenen van herstel. Het tempo van bouwen zal echter verder omhoog moeten om de verwachte huishoudensgroei op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. De bevolkings- en woningbehoefteprognose heeft de provincie opgesteld binnen de kaders van het eigen provinciale verstedelijkingsbeleid, gericht op het concentreren van de verstedelijking. De provincie heeft een indicatie per gemeente gemaakt van de verwachte toename van de woningvoorraad. In onderstaande tabel is de indicatie van de woningvoorraad voor de gemeente Oss opgenomen. Tabel 2.verwachte toename woningvoorraad in gemeente Oss

Gemeente

Oss

Feitelijke woningvoorraad

Prognose van de woningvoorraad

Indicatie toename woningvoorraad

Groeiindex

2020

2025

2030

2035

2040

2020-2030

20202030 (2020 = 100)

40.325

43.045

45.485

47.400

48.78 0

5.160

112,8

Deze 'programma-indicatie' is richtinggevend voor regionale woningbouwafspraken en speelt ze ook een rol bij onze advisering en beoordeling van bestemmingsplannen voor woningbouw.De actuele gegevens uit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose vormen ook belangrijke ingrediënten voor de Brabantse Agenda Wonen. In het kader van een duurzaam verstedelijkingsbeleid (zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik) vindt de provincie het allereerst van belang, dat de mogelijkheden om het woningbouwprogramma in te zetten op binnenstedelijke locaties en voor het herbestemmen van leegstaand vastgoed goed worden benut. Of, zoals de provincie het in 'Beweging in Brabant- Bestuursakkoord 2015-2019' verwoord heeft: "herbestemmen wordt meer en meer het nieuwe bouwen". Hierbij zijn vooral de eerstkomende jaren (tot 2030) van groot belang. Zoals uit de prognose blijkt, zal in deze periode immers het leeuwendeel van de benodigde woonruimte moeten worden gerealiseerd. De herontwikkeling van het plangebied voorziet binnenstedelijk in de realisatie van woningen en voorziet in de behoefte aan woningbouw. Het initiatief sluit nadrukkelijk aan op het beleid van de provincie om meer woningen te bouwen in de kernen. Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen.

Dat zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. Met deze agenda geven Gedeputeerde Staten aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. Zo moet de woningvoorraad de komende 10 tot 15 jaar met 11%, ofwel zo’n 120.000 woningen, toenemen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt – betaalbare koop en middeldure huur – blijft punt van aandacht. Verder vragen initiatieven voor nieuwe woonvormen als flexwonen, tiny houses, tijdelijk wonen en nieuwe combinaties van wonen, werken en zorg steeds vaker van overheden om experimenteerruimte te bieden.

Wildseweg 1-2-4 Maren-Kessel, pag. 27 van 83 15 december 2022

Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen. Om ook langs deze lijn bij te dragen aan versnelling van de woningbouwproductie. Woningbouw is het enige type vastgoed waar de komende jaren nog een behoorlijke vraag naar is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed. Woningbouw kan daarom ook vrijwel als enige een substantiële bijdrage leveren aan maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken als verduurzaming en het terugdringen van leegstand. Na 2030 neemt de groei van de woningbehoefte sterk af, en verdwijnt ook de kans om werk te maken van inbreidingslocaties. Dus de urgentie om in de komende paar jaar de vraag naar woningen slim te benutten is heel groot. In de regionale woningbouwafspraken wil de provincie daarom prioriteit geven aan plannen voor herbestemming van leegstaande gebouwen of plannen voor inbreidingslocaties. Een principe dat ook iets kan betekenen voor bestaande woningbouwplannen, die dan niet, pas later of na aanpassing kunnen worden gerealiseerd.

De provincie geeft gemeente dus ruim baan bij (onder andere) inbreidingen. Met de toevoeging van woningen voorziet het initiatief al in een concrete behoefte. De ontwikkeling betreft een transformatie in bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de prioritering van de provincie. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. Wij hebben voor dit initiatief de wijzigingen van de Interim Verordening doorgenomen en geconstateerd dat het toetsingskader hetzelfde is gebleven. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Oss – 2020 Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: -

het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=2e934560-8b2b-4ee3-aaac-ebac4bdad21b