Bijlage 1A Toelichting BP Haagstraat 3-5 Oss - 2023.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Haagstraat 3-5 Oss - 2023 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 1 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Bestemmingsplan Haagstraat 3-5 Oss – 2023
Toelichting
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 2 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
INHOUDSOPGAVE Plantoelichting Inleiding ............................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 5 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 6 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ............................................................................................................... 8 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................ 10 3.1 Stedenbouwkundige karakteristiek ............................................................................................. 10 3.2 Landschappelijk uitgangspunt Oss ............................................................................................. 10 3.3 Landschappelijke inpassing planvoornemen Haagstraat ...........................................................
10 3.4 Beeldkwaliteit .............................................................................................................................. 11 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ...................................................................................................... 12 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 12 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 14 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 14 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 23 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten .......................................................................................................... 29 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 29 5.2 Natuur .........................................................................................................................................
32 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 35 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 38 5.5 Water .......................................................................................................................................... 39 5.6 Defensie...................................................................................................................................... 41 5.7 Milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................................... 43 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 53 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 54 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 54 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................
55 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 55 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 55 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 55 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 57 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 58 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 58 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 58 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 60 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 60
REGELS VERBEELDING
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 3 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
BIJLAGEN
Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 – Quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 3 – Stikstofdepositietoets Bijlage 4 – Watertoets Bijlage 5 – Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Bijlage 6 – Verslag omgevingsdialoog Bijlage 7 – Advies van de Veiligheidsregio / Brandweer Brabant-Noord Bijlage 8 – Quickscan Aardkundige waarden Bijlage 9 – Nota van zienswijzen en wijzigingen
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 4 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Haagstraat 3-5 Oss – 2023
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 5 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Al langere tijd heeft de initiatiefnemer de wens om op de locatie gelegen aan de Haagstraat, tussen nummer 3 en 5 te Oss, een woonhuis met bijgebouw te bouwen. De Haagstraat bestaat deels uit een zandpad als ontsluiting van Haagstraat 5 (in noordelijke richting). Een deel van het zandpad ligt over het perceel van de initiatiefnemer en is belast met een recht van overpad voor die betreffende woning. Op dit moment bestaat de bebouwing uit een loods, gebouwd op het bestemmingsvlak met de bestemming ‘Wonen’ van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss 2020’. Het betreffende bestemmingsvlak heeft een omvang van ruim 360 m2 en is gelegen op het uiterste noordpunt van een voormalige stortplaat, genaamd Wilpertslaan-NB2350903. Er is een eindrapportage NAVOS-onderzoek uit 2007 waarin de status van deze voormalige stortplaats is vastgelegd. De conclusie, zoals beschreven in het rapport, is dat ter plaatse geen wenselijk woonmilieu kan worden gewaarborgd. Kortom: er bevindt zich een woonbestemming zonder woning op thans vervuilde gronden. De bouwtitel van initiatiefnemer bevindt zich dus op een locatie die niet geschikt is in verband met de voormalige stortplaats. Daarom wil initiatiefnemer de bouwtitel verplaatsen naar de westzijde van de Haagstraat om op niet vervuilde grond een woning met bijgebouw te realiseren.
In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het verplaatsen en vergroten van de bestemming ‘Wonen’. Maar deze wijzigingsbevoegdheid is niet toereikend omdat de huidige bestemming ‘Wonen’ gedeeltelijk moet worden ongezet naar de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Voor het verplaatsen en vergroten van de woonbestemming is daarom dit bestemmingsplan opgesteld. Gemeente Oss heeft bij brief van 23 november 2021 laten weten – onder voorwaarden – aan het plan te willen meewerken. Het plan past namelijk niet binnen de geldende planregels, maar wel op hoofdlijnen binnen het beleid. Gemeente stelt wel bij genoemde brief een aantal landschappelijke en stedenbouwkundige voorwaarden waar met onderhavig bestemmingsplan aan wordt voldaan. Dit bestemmingsplan geeft een planologisch-juridische regeling ten behoeve van de realisatie van het onderliggende bouwplan. 1.2 Plangebied Op navolgende luchtfoto is de ligging en globale begrenzing van de planlocatie – kadastraal perceel 627 ged. – rood omlijnd aangegeven (bron: maps.google.nl).
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 6 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
1.3 Geldend bestemmingsplan De planlocatie valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ en heeft de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden - Landschap' en ‘Wonen’ de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie verwachtingswaarde hoog’. Tevens zijn de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – beperking veehouderij’, ‘overige zone – dekzandrug’, ‘overige zone – stads- en dorpsranden’ en ‘overige zone – gemengd landelijk gebied’ van kracht. Op hierna opgenomen uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan zijn de ligging en begrenzing van de planlocatie rood omlijnd aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Strijdigheid bouwplan met vigerend bestemmingsplan Onderhavig planvoornemen ziet op de uitbreiding en vormverandering van een woonbestemming en de oprichting van de woning aan de Haagstraat, op gronden die thans voor agrarische doeleinden zijn bestemd. Dit planvoornemen voldoet niet aan de regels van het vigerende bestemmingsplan, omdat er momenteel een agrarische bestemming rust op de planlocatie, waarbinnen geen nieuwbouw van woningen is toegestaan. Het vigerende bestemmingsplan bevat een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het vergroten van de bestemming Wonen. Deze wijzigingsbevoegdheid is echter niet toereikend,
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 7 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
omdat een deel van de vigerende woonbestemming wordt aangepast naar de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Om te kunnen blijven spreken van een vormverandering moet er nog een raakvlak zijn met het huidige bestemmingsvlak en het nieuwe bestemmingsvlak. In het kader van het zorgvuldig ruimtegebruik moet het oostelijk deel van de woonbestemming op de voormalige stortplaats verdwijnen. Er moet nog wel voor wat betreft een klein gedeelte overlap blijven met de oude woonbestemming en de nieuwe woonbestemming om te kunnen blijven spreken van een vormverandering. De rest van het oostelijke deel krijgt vervolgens de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Hier mag niet gebouwd worden. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het vigerend bestemmingsplan, binnen het plangebied, zijn rechtskracht.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 8 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Al langere tijd heeft de opdrachtgever de wens om op de planlocatie een woonhuis met bijgebouw te bouwen. Hiertoe wenst de initiatiefnemer een uitbreiding en vormverandering van de woonbestemming te bewerkstelligen ten behoeve van de oprichting van de woning met bijgebouw. De gemeente Oss heeft besloten in principe mee te werken aan de ontwikkeling temeer er binnen het bestemmingsplan mogelijkheden worden geboden tot vergroting/uitbreiding van het bestaande bestemmingsvlak ‘Wonen’. Wanneer voldaan wordt aan de gestelde randvoorwaarden is oprichting van een woning mogelijk en kan er is er tevens sprake van een kwaliteitsverbetering ter plaatse. Het planvoornemen brengt geen sloopwerkzaamheden met zich mee, maar zorgt slechts voor een verdere invulling van een bestaand woonlint. De planlocatie is gelegen in de groenbuffer ten zuiden van de kern Oss en ten oosten van de Nieuwe Hescheweg. De nabije omgeving kenmerkt zich door een kleinschalig overwegend agrarisch landschap omringd door bosgebieden. Percelen worden afgebakend met houtsingels en op diverse plekken staan solitaire ‘landschapsbomen’ die vaak de hoekpunten van kavelgrenzen aanduiden. De planlocatie grenst aan de noord- en zuidzijde aan een burgerwoning met weide. Verderop ten noordwesten van de locatie ligt een bosperceel. Ten zuidwesten bevinden zich landbouwpercelen en de bedrijfshallen van DFM bloemen en planten.
In het oosten liggen agrarische gronden met verderop een manege. Met historische kaarten wordt de verandering van een gebied inzichtelijk. Op de hierna weergegeven afbeeldingen wordt aandacht besteed aan de planlocatie en zijn omgeving in de tijdsperiode van 1875 tot 1975. Op de kaart van 1875 kenmerkt de omgeving van de Haagstraat zich door grote heidegebieden met aangrenzende bosstroken. Daarnaast zijn er kleinschalige langgerekte percelen aanwezig. Het gebied binnen de plangrenzen bestaat uit bos en landbouwgrond.
50 jaar later zijn de heidegebieden grotendeels veranderd in bosgebieden. De agrarische percelen nemen toe in omvang en de wegenstructuur wordt langzaam intensiever.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 9 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Groenstructuren moeten wijken voor agrarische percelen. Op de kaart van 1975 worden door de ruilverkaveling de kavels steeds groter van omvang. De stroken verkaveling verdwijnt en biedt ruimte aan grootschaligere landbouw.
De bestaande planlocatie, waarop de nieuwe woning is voorzien, bestaat uit grasland. Op het perceel ten oosten van de Haagstraat, met de woonbestemming ‘Wonen’, is thans een loods aanwezig. Navolgend betreft een foto waarop de planlocatie, ten oosten van de Haagstraat, te zien is. De foto is ontleend aan het onderzoekrapport van Nipa Milieutechniek.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 10 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
De initiatiefnemer is voornemens het bestaande terrein, dat agrarisch in gebruik is, te voorzien van een woning. Het bestemmingsvlak Wonen wordt 1140 m2 en de woning krijgt een maximale inhoud krijgt 750 m3. De geldende bestemming Wonen ten oosten van de Haagstraat, ter plaatse van de bestaande bosschage, wordt grotendeels gewijzigd in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. 3.1 Stedenbouwkundige karakteristiek De planlocatie wordt betiteld als een bijzondere plek in het landschap op de overgang tussen hoog en laag op een plek van een voormalige watergang die de begrenzing van een kampenontginning heeft gevormd. Het behouden van de huidige ligging, perceelsgrenzen en beplantingsstructuren heeft hier prioriteit. Omdat aan de andere kant (oostzijde) van het zandpad al een woning is toegestaan, is de ruimtelijke impact van het plan relatief klein. Met de realisatie van het bouwontwerp ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied niet alleen in stand houdt, maar door de voorgenomen (landschappelijke) inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing zelfs verbetert. Op deze wijze heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert het daarmee tevens een positieve bijdrage aan de waarborging van de stedenbouwkundige en land(schapp)elijke karakteristiek en identiteit ter plaatse.
3.2 Landschappelijk uitgangspunt Oss De grote verschillen tussen de landschappelijke eenheden zijn bepalend voor de kwaliteit van het Osse landschap. Vooral ook omdat deze dicht bij elkaar liggen. De onderscheiden landschapstypen zijn uiterwaard, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug. Binnen deze landschapstypen is er sprake van een verdergaande differentiatie en verfijning. Tussen deze landschapstypen zijn er verschillen in de ruimtelijke karakteristiek, identiteit, beleving, aanwezige functies en in flora en fauna. Voor het gebied tussen Oss en Heesch (ook wel de zuidelijke geledingzone genoemd) is een visie ontwikkeld. Insteek is herstel van het oude kampenlandschap met bosjes, houtwallen en –singels en andere landschappelijke elementen. Het maken van ecologische verbindingen tussen de Geffense Bosjes, Herperduin en de Maashorst is belangrijk. Daarnaast is het dynamische karakter van de ligging tegen de stadsrand een belangrijk uitgangspunt voor ontwikkelingen. Het plangebied is gelegen in een uitloper van de typologie ‘Dekzandrug - kamp- & heideontginning. Het aangrenzende landschapstype (‘dekzandrug - stuifduinen & boscomplex’) is in het landschap goed zichtbaar vanwege de aanwezige boscomplexen in de nabijheid van het plangebied.
Bij de invulling van het landschappelijk inpassingsplan (zie bijlage 1) is rekening gehouden met de kenmerken van het landschaptype waarbinnen het plangebied zich bevindt. 3.3 Landschappelijke inpassing planvoornemen Haagstraat Om ervoor te zorgen dat de woning op een landschappelijke en duurzame manier wordt ingepast is navolgende tekening van het landschappelijk inpassingsplan toegevoegd. De inrichting is gebaseerd op de landschappelijke waarden en historie van het gebied. Het doel is om het initiatief als geheel in het landschap op te nemen. Onderdelen van het landschappelijk inpassingsplan zijn: 1. herstellen kavelrand beplanting 2. erfbeplanting op perceelsgrens (Beukenhaag) 3. handhaven waardevolle bomenrij 4. verlengen boomstructuur (Zomereiken 5 stuks) 5. handhaven zandpad 6. verwijderen van bestaande opstallen
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 11 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Navolgende afbeelding betreft een weergave van de gewenste landschappelijke inpassing van het planvoornemen aan de Haagstraat (zie bijlage 1).
3.4 Beeldkwaliteit Het planvoornemen draagt bij aan een ruimtelijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en vormt daarmee een positieve functionele invulling. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 12 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 13 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Gelet op de onderliggende ontwikkeling (1 woning) voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (AbRS 18 december 2013, nummer 201302867/1/R4). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Gezien het voorgaande vormt de ladder voor duurzame ontwikkeling geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.
4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.
In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 14 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Conclusie voor plan(locatie) De planlocatie is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Geconcludeerd kan worden dat het Barro niet van toepassing is op onderhavig plan. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Conclusie voor plan(locatie) Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 15 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie In dit plan wordt de bestemming Agrarisch met waarden – Landschap gewijzigd in de bestemming Wonen voor het realiseren van een woning.
Het provinciale ruimtelijke beleid staat de realisering van de plannen niet in de weg. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. In april 2022 is de Interim Verordening Noord-Brabant gewijzigd. Deze wijzigingen zijn al doorgevoerd als voorloper op de Omgevingsverordening van de provincie die inwerking treedt als de Omgevingswet inwerking treedt. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten.
Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 16 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van Noord-Brabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. De provincie onderscheidt een achttal thema’s waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze thema’s zijn tevens in kaart gebracht. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op de planlocatie en welke niet. Thema / kaartnaam Milieubescherming Landbouw Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en –berging Basiskaart Landelijk gebied. Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Watersystemen, -veiligheid en -berging
Van toepassing Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja
Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen’ is de planlocatie aangeduid als ‘Voormalige stortplaats’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
Artikel 2.35 Verbod activiteiten Voormalige stortplaats Lid 1 Het is verboden in, op, onder of over een Voormalige Stortplaats: a. werken te realiseren of in stand te houden; b. stoffen of voorwerpen, niet zijnde afvalstoffen, te storten, te plaatsen, neer te leggen, of te laten staan of liggen; c. andere dan de onder a en b bedoelde handelingen te verrichten of handelingen na te laten als daardoor de aanleg van nazorgvoorzieningen verhinderd kan worden of de aanwezige nazorgvoorzieningen beschadigd kunnen worden.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 17 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het treffen van maatregelen volgens een hergebruikplan gesloten stortplaats waarmee Gedeputeerde Staten hebben ingestemd; b. handelingen die betrekking hebben op het oprichten, veranderen of in werking hebben van een inrichting of op het veranderen van de werking daarvan; c. handelingen ter uitvoering van maatregelen vastgesteld bij of krachtens de Wet bodembescherming of de Waterwet; d. handelingen waarvoor melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.37 Meldingsplicht hergebruik stortplaatsen en waarvan is aangegeven dat met de melding volstaan kan worden. Lid 3 Ontheffing van het verbod bedoeld in het eerste lid is mogelijk als het belang, dat de voormalige stortplaats geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, zich daartegen niet verzet. Artikel 2.37 Meldingsplicht hergebruik stortplaatsen Het verbod bedoeld in Artikel 2.34 Verbod activiteiten Gesloten stortplaats, eerste lid en Artikel 2.35 Verbod activiteiten Voormalige stortplaats, eerste lid, geldt niet als er een melding is gedaan overeenkomstig artikel 6.10 in de volgende gevallen: a. handelingen die geen belemmering, dan wel beschadiging betekenen voor de nazorgvoorzieningen; b.
een ondergeschikte wijziging in de uitvoering van een hergebruikplan gesloten stortplaats voor handelingen waarvoor reeds een ontheffing is verleend en welke geen belemmering, dan wel beschadiging betekenen voor de nazorgvoorzieningen; c. een nadere uitwerking van maatregelen ter bescherming van de nazorgvoorzieningen van een hergebruikplan gesloten stortplaats waarvoor reeds een ontheffing of vergunning is verleend teneinde te voldoen aan de voorschriften daarvan. Doorwerking plan(locatie) Artikel 2.35/2.37 Initiatiefnemer heeft een verkennend en aanvullend bodemonderzoek laten uitvoeren (zie bijlage 5). Op basis van aanvullende boringen ter plaatse van de plangrens is geconcludeerd dat de stortcontour van een nabije oude vuilstort zich buiten het plangebied bevindt. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit geen belemmering te vormen voor een woonbestemming en de nieuwbouw van een woning. Rechtstreeks werkende regels: landbouw Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ is de planlocatie aangeduid als ‘Landelijk gebied’ en ‘Verbod uitbreiding veehouderij’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 18 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Onderhavige planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ van de provincie Noord-Brabant. Binnen de provincie wordt onderscheid gemaakt in het landelijke en het stedelijke gebied. Binnen deze eerste aanduiding is onder voorwaarden een stedelijke ontwikkeling mogelijk. De aanduiding ‘Verbod veehouderij’ heeft enkel invloed op de oprichting van, dan wel uitbreiding van bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van een woning, in het buitengebied, de kernrand van Oss. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van verboden tot oprichting van veehouderijen hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Binnen de primair agrarische gebieden is de provincie terughoudend met de (verdere) ontwikkeling van niet-agrarische functies. De land- en tuinbouw heeft in deze gebieden het primaat. Bij stedelijke ontwikkelingen in het landelijke gebied dient te worden voorzien in een kwaliteitsverbetering. Artikel 3.9 ‘kwaliteitsverbetering landschap’ zegt hierover het volgende: Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 19 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
d. e. f. g.
het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Lid 4 Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. --Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Doorwerking plan(locatie) Artikel 3.9 Onderhavig planvoornemen behelst de oprichting van een woning in het landelijk gebied van de gemeente Oss. Artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening heeft met name betrekking op de zorgvuldige landschappelijke inpassing en de kwaliteitsverbetering van het nieuwe plan in de bestaande omgeving. Hierbij wordt de voorgestane ontwikkeling geïntegreerd binnen bestaand gebied, met vooraf vastgestelde kwaliteiten.
Met respect voor deze omgevingskwaliteiten wordt een zorgvuldig inpassingsplan opgesteld welke de kwaliteiten ter plaatse een plaats bieden in de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 van deze plantoelichting is reeds toegelicht op welke wijze de waarden worden gewaardeerd en de nieuwe woning wordt ingepast in de bestaande situatie. Waarbij de woningoprichting niet los mag worden gezien met de voorgenomen landschappelijke inpassing (zie bijlage 1). Artikel 3.68 Omdat aan de andere kant van het zandpad al een woning is toegestaan, is de ruimtelijke impact van het plan relatief klein. De huidige woonbestemming heeft de mogelijkheid om een woning te bouwen. Er is in feite reeds sprake van een ‘bestaande woning’. Echter de bouwtitel kan niet gerealiseerd worden, omdat de bodem is vervuild. Daarvoor moet een uitbreiding en vormverandering van de woonbestemming plaatsvinden. Om te kunnen blijven spreken van vormverandering moet er een raakvlak zijn met het huidige bestemmingsvlak en het nieuwe bestemmingsvlak. In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik moet het oostelijk deel van de huidige woonbestemming op de voormalige stortplaats verdwijnen. Maar er blijft dus wel een kleine overlap met de oude woonbestemming en de nieuwe woonbestemming om te kunnen blijven spreken van een vormverandering.
De rest van het oostelijke deel krijgt vervolgens de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Hier mag niet gebouwd worden.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 20 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Volgens het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ vindt de planontwikkeling plaats in aardkundig waardevol gebied. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld, met daarop maaiveldhoogten en breuklijnen in de omgeving van de planlocatie.
Artikel 3.28 Aardkundig waardevol gebied Op grond van artikel 3.28 dient het projectplan ook gericht te zijn op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de aardkundige waarden. Om deze aardkundige waarden te achterhalen is een quickscan uitgevoerd, waaruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve effecten heeft voor de geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische waarden van de breuk en/of wijstgronden. In deze quickscan – bijgevoegd als bijlage 8 – is een GIS-analyse uitgevoerd waarbij relevante beschikbare gegevens met betrekking tot aardkundige waarden inzichtelijk zijn gemaakt voor de projectlocatie. Vervolgens is de geohydrologische situatie in kaart gebracht en zijn de geohydrologische effecten als gevolg van de ontwikkeling beschreven. Conclusies Op basis van de GIS analyse en de geohydrologische beschouwing wordt het volgende geconcludeerd met betrekking tot de ontwikkellocatie: • De locatie is circa 1.200 meter ten oosten van de Peelrandbreuk gelegen op de Peelhorst; • De locatie ligt circa 90 meter van de nevenbreuk genaamd Raambreuk.
Deze breuk laat ter hoogte van de locatie geen verschuiving zien in de bodemopbouw; • Er bevinden zich geen wijstgronden in de nabije omgeving van de locatie (< 2.500 m); • Er bevinden zich geen overige aardkundige waarden (niet zijnde breuken of wijstgronden) in de nabije omgeving van de locatie (< 800 m);
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 21 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
•
Er worden geen effecten verwacht op de grondwaterstand als gevolg van de ontwikkeling. De hydrologische situatie bij de Peelrandbreuk en wijstgronden kunnen dan ook niet beïnvloed worden.
Gezien bovenstaande conclusies wordt het opnemen van een bescherming van de aardkundige waarden in de regels niet nodig geacht. Instructieregels gemeenten: basiskaart landelijk gebied Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart landelijk gebied’ is de planlocatie aangeduid als ‘Landelijk gebied’ en ‘Gemengd landelijk gebied. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
De aanduiding ‘Landelijk gebied’ heeft ook zijn plek binnen het eerder behandelde thema ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’. Het ‘Landelijk gebied’ is een veelzijdige gebruiksruimte met functies zoals wonen, werken, (historische) landgoederen, recreatie en toerisme. De functies zijn zo ontwikkeld dat er ten alle tijden rekening wordt gehouden met omliggende functies en aanwezige omgevingskwaliteiten. Ten aanzien van gronden aangeduid als zijn ‘Gemengd landelijk gebied’ geldt dat een gemengde plattelandseconomie of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Een planvoornemen dat is gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. De zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, al dan niet solitaire recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Doorwerking plan(locatie) Onderhavig planvoornemen betreft de oprichting van een woning, gecombineerd met landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering. Het vormt daarmee een positieve bijdrage aan het karakter van de planlocatie en haar omgeving. Hiermee worden de kwaliteiten van de gronden in geen geval geschaad en worden de uitgangspunten van de provincie te alle tijden in acht genomen.
Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ is de planlocatie aangeduid als ‘Beperking veehouderij’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 22 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
De aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van een woning, in het buitengebied van Oss. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering en beperkingen veehouderij hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Doorwerking plan(locatie) De aanduidingen binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ zijn niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Watersystemen, -veiligheid en -berging Binnen het kaartbeeld ‘Watersystemen, -veiligheid en -berging’ is de planlocatie aangeduid als ‘norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 23 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
Elke plek heeft een aanduiding welke iets regelt ten aanzien van omgang met water. Onderhavige planlocatie is gelegen in het buitengebied van Oss. De norm ten aanzien van wateroverlast buiten stedelijk gebied is hier dan ook op van toepassing. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt buiten stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: • 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; • 1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; • 1/25 per jaar voor akkerbouw; • 1/10 per jaar voor grasland. Voor bebouwing die is gelegen buiten stedelijk gebied geldt de norm van het omringende landgebruik. De gestelde norm betreft een inspanningsverplichting. Doorwerking plan(locatie) De genoemde inspanningsverplichting zal worden geleverd door initiatiefnemer. Hiertoe is een watertoets uitgevoerd (zie paragraaf 5.5 en bijlage 4). Conclusie De functie die wordt opgericht geeft verdere invulling aan het karakter van landelijk wonen, op korte afstand van de dorpskern. Een en ander doet geen afbreuk aan het bestaande landelijke karakter ter plaatse. Het stedelijke karakter van deze functie is minimaal en passend bij de omgeving. In deze paragraaf zijn de belangen en regels van de provincie Noord-Brabant behandeld.
Er is verantwoord op welke wijze er met dit plan wordt voldaan of wordt tegemoet gekomen aan de randvoorwaarden die de provincie in haar beleid heeft opgenomen. Het belangrijkste onderdeel van de verantwoording zit in de kwaliteitsverbetering die tezamen dient te gaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Derhalve is de verantwoording voor voorliggend plan met name daarop gericht. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in hoofdstuk 5. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Doorwerking plan(locatie) Onderhavig planvoornemen ziet op de uitbreiding en vormverandering van de woonbestemming en de oprichting van een woning met bijgebouw aan de Haagstraat. Deze ontwikkeling gaat gepaard met een
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 24 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
landschappelijke inpassing waarbij de aanwezige waarden ter plaatse worden beschermd. Het huidige bestemmingsvlak Wonen aan de oostzijde van de Haagstraat wordt omgezet naar de bestemming Agrarisch met waarden – Landschap. Hierdoor kunnen de gronden ter plaatse van de voormalige stortplaats niet meer gebruikt en/of bebouwd worden voor woondoeleinden. Het plan versterkt hierdoor de kwaliteit van het woonmilieu ter plaatse. Onderhavig plan past binnen de opgaven van de structuurvisie. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in de structuurvisie. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid,
waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen in de Structuurvisie. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 25 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Doorwerking plan(locatie) Onderhavig planvoornemen ziet op de uitbreiding en vormverandering van een woonbestemming en de oprichting van de woning aan de Haagstraat, op gronden die thans voor agrarische activiteiten zijn bestemd. Dit planvoornemen voldoet niet aan de regels van het vigerende bestemmingsplan, omdat er momenteel een agrarische bestemming rust op de planlocatie, waarbinnen geen nieuwbouw van woningen is toegestaan.
Het vigerende bestemmingsplan bevat echter wel een wijzigingsbevoegdheid die het onder voorwaarden mogelijk maakt om ter plaatse van de Haagstraat het bestemmingsvlak met de bestemming ‘Wonen’ te vergroten tot 1.500 m2. Om te kunnen blijven spreken van een vormverandering moet er nog een raakvlak zijn met het huidige bestemmingsvlak en het nieuwe bestemmingsvlak. In het kader van het zorgvuldig ruimtegebruik moet het oostelijk deel van de woonbestemming op de voormalige stortplaats verdwijnen. Er moet nog wel voor wat betreft een klein gedeelte overlap blijven met de oude woonbestemming en de nieuwe woonbestemming om te kunnen blijven spreken van een vormverandering. De rest van het oostelijke deel krijgt vervolgens de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschap’. Hier mag niet gebouwd worden. De woonbestemming wordt dus verkleind (door het gedeelte van de oostkant te verwijderen). De vergroting /vormverandering van de woonbestemming en de oprichting van de woning met bijgebouw gaat gepaard met een landschappelijke inpassing waarbij de aanwezige waarden ter plaatse worden beschermd om onderdelen versterkt. De bebouwing in het thans aanwezige bestemmingsvlak voor wonen zal worden teniet gedaan. De ruimtelijk-fysieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt nader gemotiveerd in hoofdstuk 5. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q.
doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. 4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: 1. Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. 2. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. 3. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. 4. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
Haagstraat 3-5 Oss - 2023, pag. 26 van 60 vastgesteld 6 juli 2023
4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, 2020. Er vindt periodiek een strategische afwegingen prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen.
Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant ( september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken.
De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.