CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Toelichting BP Berghemseweg 2 Herpen - 2023.PDF

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling 7 bestemmingsplannen, gebundelde procedure24.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Berghemseweg 2 Herpen - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 1 van 66

Bestemmingsplan Berghemseweg 2 Herpen – 2023 Toelichting

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 2 van 66

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................... 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 1.3 Geldende bestemmingsplannen....................................................................................................... Hoofdstuk 2 Bestaande situatie................................................................................................................... 2.1 Ontstaansgeschiedenis .................................................................................................................... 2.2 Bestaande situatie............................................................................................................................ 2.3 Functionele karakteristiek ....................................................................................................................... Hoofdstuk 3 Toelichting op het plan ................................................................................................................

3.1 Beoogde situatie .................................................................................................................................... 3.2 Stedenbouwkundige karakteristiek ........................................................................................................ Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader .......................................................................................................... 4.1 Wettelijk kader................................................................................................................................. 4.2 Rijksbeleid ....................................................................................................................................... 4.3 Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 4.4 Gemeentelijk beleid......................................................................................................................... Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 5.1 Landschap ......................................................................................................................................

5.2 Natuur ............................................................................................................................................. 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ........................................................................................................ 5.4 Mobiliteit en parkeren ...................................................................................................................... 5.5 Water .............................................................................................................................................. 5.6 Defensie .......................................................................................................................................... 5.7 Milieuaspecten ................................................................................................................................ 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ........................................................................................................ Hoofdstuk 6 Toelichting op de planregels ................................................................................................... 6.1 Algemeen........................................................................................................................................

6.2 Regels............................................................................................................................................. Hoofdstuk 7 Handhaving ............................................................................................................................. 7.1 Beleidskader ................................................................................................................................... 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................... 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht................................................................ Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................. Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................ 9.1 Omgevingsdialoog ........................................................................................................................... 9.2 Vooroverleg .....................................................................................................................................

9.3 Zienswijzen .....................................................................................................................................

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 3 van 66

TOELICHTING Bestemmingsplan Berghemseweg 2 Herpen – 2023

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 4 van 66

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Bij de gemeente Oss is door initiatiefnemer een verzoek ingediend voor het oprichten van een nieuwe levensloopbestendige woning op het perceel kadastraal bekend als gemeente Ravenstein, sectie H, nummer 524. Dit perceel ligt aan de Berghemseweg, naast de woning met huisnummer 2 waar initiatiefnemer woonachtig is.

Afbeelding 1. Beoogde locatie nieuwe woning (rood omcirkeld) in de kern Herpen

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Kern Herpen – 2012” is de beoogde oprichting van een woning niet toegestaan. Alhoewel de locatie bestemd is als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’, is de locatie niet voorzien van een bouwvlak. Het is uitsluitend toegestaan een woning te realiseren ter plaatse van een bouwvlak. De gemeente Oss wil toch meewerken aan het mogelijk maken hier een nieuwe woning op te richten. Het perceel ligt in het bestaand stedelijk gebied van Herpen. De lijn voor de kern Herpen is dat incidentele toevoeging van woningen voorstelbaar is, mits er geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande kwaliteit van de omgeving. Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan de locatie een bouwvlak toegekend waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe woning ontstaan.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 5 van 66

1.2

Plangebied

De nieuwe woning is beoogd aan de noordelijke zijde van de Berghemseweg, welke is gelegen in de westelijke zijde van de kern Herpen. Ter plaatse heeft de Berghemseweg de karakteristiek van een transpart bebouwingslint waarbij woningen en bedrijven elkaar afwisselen. Het perceel waarop de nieuwe woning beoogd is (zijnde het plangebied) grenst in oostelijke richting aan de bestaande woning Berghemseweg 2. In westelijke richting grenst het plangebied aan een hondenopleidingscentrum. De zuidelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Berghemseweg welke wordt begeleid door een watergang. Aan de overzijde van de Berghemseweg ligt het talud van het viaduct over de snelweg A50. Aan de achterzijde, in noordelijke richting, grenst het plangebied aan een landbouwperceel.

Afbeelding 2. Luchtfoto plangebied en omgeving met kadastrale ondergrond

Het plangebied is in de huidige situatie in gebruik als weiland voor hobbydieren, behorende bij de woning Berghemseweg 2. Bijzonder is dat het weiland aan drie zijden is omgeven door een houtsingel.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 6 van 66

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “Berghemseweg 2 Herpen – 2022” gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 7 van 66

Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Kom Herpen – 2012

29 maart 2012

Parapluplan Geitenhouderijen – 2019

5 maart 2020

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan “Kom Herpen – 2012” haar rechtskracht. De andere bestemmingsplannen blijven overeenkomstig van toepassing. In het vigerende bestemmingsplan “Kom Herpen – 2012” is het plangebied bestemd als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’. Ter plaatse van de woning Berghemseweg 2 is een bouwvlak opgenomen met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 10 m’ en ‘maximum goothoogte: 4,5 m’. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’.

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan met begrenzing plangebied in rood aangegeven

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven bij woningen en andere ondergeschikte voorzieningen zoals terrassen, paden en parkeervoorzieningen. De voor ‘Wonen – Vrijstaand’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van vrijstaande woonhuizen en parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan met in dit geval een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 10 meter.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 8 van 66

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Herpen, gelegen op de overgang van het dekzandgebied naar het rivierengebied van de Maas, is ontstaan op een zandopduiking. Het dorp heeft zich ontwikkeld langs een stelsel van wegen en paden met het Alard van Herpenplein als centrale plek. De belangrijkste route binnen dit stelsel werd gevormd door de Rogstraat, Alard van Herpenplein, Kloosterstraat en Waterstraat, de doorgaande route tussen Berghem en Ravenstein. Ten zuidoosten van deze route (op de droge zandgronden) lag een groot aantal wegen en paden die uitwaaierden naar de Erfdijk. Het aantal wegen ten noordwesten van deze route (op de nattere komgronden) was veel beperkter. Lange tijd groeide Herpen ‘kavel voor kavel’ door uitbreiding en verdichting van de bebouwingslinten en bebouwingsclusters aan deze wegen, zo ook aan de Berghemseweg. Door de aanleg van de rijksweg 50 (inmiddels snelweg A50) is het gebied ten westen van de kern verworden tot een soort ‘restzone’, die ligt ingeklemd tussen snelweg en het centrum van Herpen. Hierdoor is het bebouwingslint van de Berghemseweg nog redelijk transparant met enkele open plekken tussen de huidige bebouwing.

Afbeelding 4. Situatie omstreeks 1950

Afbeelding 5. Situatie omstreeks 1990

De woning Berghemseweg 2 is eind jaren ’70 van de vorige eeuw gebouwd, ongeveer gelijktijdig met de aanleg van de snelweg A50. Pas later, in de jaren ’00, is de daarnaast gelegen bedrijfsbebouwing gebouwd. Toen heeft ook het hondenopleidingscentrum zich naast het plangebied gevestigd, op de plek van een voormalig glastuinbouwbedrijf. 2.2

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen aan de Berghemseweg, in de bebouwde kom van Herpen. De Berghemseweg vormt de belangrijkste verbinding tussen Herpen en Berghem / Oss. Met de aanleg van de snelweg A50 werd de Berghemseweg doorkruist, hier is naast het oorspronkelijke tracé van de Berghemseweg een

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 9 van 66

viaduct aangelegd. Direct gevolg hiervan is dat het oorspronkelijke tracé twee doodlopende ventweggetjes werden. De nieuwe woning is beoogd aan de oostelijk gelegen doodlopende ventweg, direct naast de huidige woning Berghemseweg 2. Dit betreft een statige vrijstaande woning met rondom de woning diverse bijgebouwen. Ten westen van deze woning ligt een weiland voor het houden van hobbydieren (paarden). Op dit weiland wil initiatiefnemer de nieuwe woning oprichten. Het weiland wordt aan de zuidelijke, westelijke en noordelijke zijde omzoomd door een opgaande houtsingel en heeft daardoor een verscholen, maar groen karakter. Het groene karakter van deze locatie wordt versterkt door de laanbeplanting die de Berghemseweg begeleidt en de houtsingels die op het talud van het viaduct staan. Evenwijdig aan de (oorspronkelijke) Berghemseweg ligt ten slotte een watergang.

Afbeelding 6. Vogelvluchtimpressie van het plangebied

In westelijke richting grenst het weiland aan een hondenopleidingscentrum, welke naast de snelweg is gelegen. In oostelijke richting, naast de woning Berghemseweg 2, bevindt zich het transparante bebouwingslint van de Berghemseweg als uitloper van de kern Herpen. Hier bevinden zich tussen de aanwezige woningen nog enkele bedrijfspanden (met bedrijfswoningen) en agrarische percelen. Verder in oostelijke richting (de Berghemseweg is dan overgegaan in de Rogstraat) is sprake van een volgebouwd bebouwingslint met de dorpse bebouwing van de kern Herpen met het kleine centrum van de kern op een afstand van circa 0,5 km van het plangebied. 2.3 Functionele karakteristiek De kern van Herpen heeft een overwegend woonkarakter waardoor de woonfunctie overheerst. In het centrum aan de Rogstraat bevinden zich allerhande centrumfuncties (detailhandel, horeca, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen). Rondom het centrum bevinden zich de

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 10 van 66

monofunctionele woonbuurten. Hier wordt gewoond, eventueel in combinatie met een aan huis verbonden beroep. Verspreid over de kern bevinden zich enkele bedrijven, met daarbij een kleine concentratie aan de westelijke zijde van de kern. Aan de westelijke zijde van kern, tegen de snelweg aan, bevindt zich een hondenopleidingscentrum. Ten slotte zijn enkele, nog onbebouwde percelen in de kern van Herpen in gebruik als landbouwperceel. Het plangebied is gelegen tussen een woning (Berghemseweg 2) en het hondenopleidingscentrum. Rondom deze locatie bevinden zich bedrijven en woningen.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 11 van 66

Hoofdstuk 3

Toelichting op het plan

3.1 Beoogde situatie Aan de rand van de kern van Herpen, aan de Berghemseweg 2, staat de woning van initiatiefnemer. Initiatiefnemer heeft een groot woonperceel (in totaliteit ruim 4.400 m2) wat gedeeltelijk als tuin bij de woning wordt gebruikt en voor het overige als weide voor het houden van hobbydieren (paarden). De zoon van initiatiefnemer heeft inmiddels een leeftijd bereikt dat hij op zich zelf wil gaan wonen. Vanwege de binding met Herpen wil hij hier graag blijven. Er zijn echter weinig woningen beschikbaar in Herpen, daarom is initiatiefnemer de mogelijkheden gaan onderzoeken om op eigen terrein een woning te realiseren voor zijn zoon. De weide biedt meer dan voldoende ruimte om hier een woning te realiseren. Het is dan ook de bedoeling hier een nieuwe vrijstaande woning op te richten. De woning zal daarbij levensloopbestendig uitgevoerd worden zodat initiatiefnemer zelf later in de woning kan gaan wonen (en de zoon in de huidige woning). Tot die tijd zal de zoon in de nieuwe woning gaan wonen. Bij een levensloopbestendige woning worden voorzieningen aangebracht die het mogelijk maken de woning een leven lang te bewonen. Alle voorzieningen worden op de begane grond gerealiseerd. De nieuwe woning wordt in de nabijheid van de snelweg A50 opgericht. De woning is echter zodanig ontworpen dat de woning zelf als het ware voor zichzelf een geluidscherm vormt.

Aan de zijde van de snelweg is namelijk sprake van een dove gevel, dus van een gevel zonder openslaande delen. Verder ligt aan deze zijde van de woning een ondergeschikte woonfunctie; de inpandige garage.

Afbeelding 7. Plattegrond van de beoogde situatie

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 12 van 66

De woning is op een wat grotere afstand van de weg gepositioneerd, evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrens. Hiermee wordt ruimte gecreëerd tussen de houtsingel aan de rand van het weiland en het viaduct. Door deze positionering wordt eveneens aangesloten bij de naastgelegen bebouwing aan de Berghemseweg. De woning Berghemseweg 2 en het bedrijfspand Berghemseweg 1 liggen beide ook wat verder van de weg af. Bij deze lijn wordt dan ook aangesloten. De hoofdmassa van de woning is ontworpen als een eenlaagse bungalow met een plat dak. Alleen het hart van de woning is afgedekt met een zadeldak (er is onder dit dak echter geen sprake van een verdiepingsvloer en dus van een tweede verdieping). Qua massa sluit het bouwplan aan bij de dorpse omgeving. De goothoogte bedraagt maximaal 4 meter en de nokhoogte van het zadeldak bedraagt maximaal 9 meter. Het bouwplan is verder strak vormgegeven waardoor straks een moderne woning zal ontstaan. Vanuit het straatbeeld is er een duidelijk visueel onderscheid tussen hoofd- en bijgebouwen. Voor impressies van het bouwplan zie hierna.

Afbeelding 8. Impressie van de voorgevel

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 13 van 66

Afbeelding 9. Impressie van het hoofdvolume met sporen kop waarbij in de nok gekeken wordt

3.2 Uitgangspunten en doelstellingen van het bestemmingsplan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken een nieuwe vrijstaande woning op te kunnen richten aan de Berghemseweg, direct ten westen van de woning met huisnummer 2. Bij de opstelling van het bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest:  Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van één nieuwe vrijstaande woning binnen het plangebied;  De woning wordt wat verder van de weg gepositioneerd, net zoals de naastgelegen woning;  De woonbestemming wordt evenwijdig getrokken aan de voorgevellijn van het nieuwe bouwvlak;  Het nieuwe bouwvlak omvat het hoofdgebouw van de woning, niet de bijbehorende bouwwerken;  De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woning bedraagt maximaal 4,5 respectievelijk 10 meter. Dan is er overeenstemming met de naastgelegen woning;  Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Oss dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”;  De geldende dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden, mits nog actueel.

Deze uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het gehele plangebied nog steeds bestemd is als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’, maar waarbij aan de locatie een bouwvlak is toegekend op de plek waar het nieuwe hoofdgebouw is beoogd. Ten slotte is een aanduiding opgenomen dat de gooten bouwhoogte van de nieuwe woning maximaal 4,5 respectievelijk 10 meter bedraagt. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoog’ is vanwege de resultaten van het archeologisch onderzoek van het plangebied gehaald.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 14 van 66

3.3 Stedenbouwkundige karakteristiek Het plangebied ligt in het westelijk deel van de bebouwde kom van Herpen, aan de Berghemseweg. De Berghemseweg (en het verlengde Rogstraat en St. Sebastianusstraat) heeft altijd een belangrijke verbinding gevormd tussen Ravenstein / Herpen en Berghem / Oss. Herpen is zelfs ontstaan aan en gegroeid langs deze wegen. Zo is aan de Rogstraat en St. Sebastianusstraat een bebouwingslint ontstaan. Met de aanleg van de snelweg A50, ten westen van Herpen, is tussen de snelweg en het bebouwingslint van de Rogstraat een restgebied ontstaan, verspreid gelegen functies hebben zich hier gevormd tot een transparant bebouwingslint. Dit transparante bebouwingslint reikt tot aan de huidige woning Berghemseweg 2, welke is gelegen aan de ventweg van de Berghemseweg. Door een nieuwe woning te realiseren naast de huidige woning wordt een nieuwe bebouwde functie in dit transparante bebouwingslint toegevoegd, waardoor sprake is van een verdere verdichting van dit bebouwingslint. De nieuwe woning komt bovendien te staan binnen een bestaande woonbestemming. In die zin is een woning, in stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt, op deze plek op zijn plaats. Verder gaan met een nieuwe woning op deze plek geen kwaliteiten verloren. Uit landschappelijk oogpunt is het huidige weiland nagenoeg geheel omzoomd door een houtsingel, waardoor er sprake is van een groen karakter.

Het groene karakter van deze plek blijft behouden daar de omzomende houtsingel grotendeels in stand blijft. Alleen ter plaatse van een nieuw te realiseren oprit worden bomen en struiken verwijderd.

Afbeelding 10. Impressie van de nieuwe woning

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 15 van 66

Hoofdstuk 4

Ruimtelijk beleidskader

4.1 Wettelijk kader 4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 16 van 66

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb. 2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling.

De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het oprichten van één extra woning in de bebouwde kom van Herpen evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: 4.1.3.1 Rijksvaarwegen 4.1.3.2 Grote rivieren 4.1.3.3 Defensie 4.1.3.4 Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 4.1.3.5 Elektriciteitsvoorziening 4.1.3.6 Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen 4.1.3.7 Natuurnetwerk Nederland 4.1.3.8 Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 17 van 66

Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, een nieuwe woning op deze plek is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.2 Rijksbeleid 4.2.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 18 van 66

minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat met de nieuwe woning wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen.

4.3 Provinciaal beleid 4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 19 van 66

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen.

Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd. Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen.

Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De uitbreidingsopgave wordt steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). Daarnaast is herbestemmen het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 20 van 66

steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. Onderhavig initiatief voorziet in het oprichten van een nieuwe woning in de bebouwde kom van Herpen. Het oprichten van één nieuwe woning past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied en het initiatief, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave voor de komende jaren. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen.

De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘stedelijk gebied – landelijke kern’ heeft.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 21 van 66

Afbeelding 11. Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met locatie nieuwe woning rood omcirkeld

Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar. Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 22 van 66

b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel.

Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

Binnen het stedelijk gebied zijn nieuwe stedelijk ontwikkelingen, zoals ook woningen, mogelijk. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen de kern Herpen. Met het oprichten van de woning op deze locatie is dan ook sprake van inbreiding. Er wordt namelijk een nieuwe woning gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 23 van 66

Het plan bevordert een gezonde leefomgeving door de woning te realiseren binnen de kern van Herpen. Deze kern kenmerkt zich door de overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woning wordt aangesloten bij deze overheersende woonomgeving. Met het oprichten van één nieuwe woning wordt een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik zoals in artikel 3.6 en aan een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals in artikel 3.42. Het initiatief is passend binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.3.3 De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020 Voor een actueel beeld van de toekomstige bevolkingsontwikkelingen, veranderingen in de leeftijds- en huishoudenssamenstelling en de hiermee samenhangende woningbehoefte in Noord-Brabant, actualiseert de provincie Noord-Brabant regelmatig de bevolkings- en woningbehoefteprognose. Met de prognose-actualisering van 2020 wordt de vorige bevolkings- en woningbehoefteprognose uit 2017 vervangen. De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Tegen het midden van de jaren ’30 krijgen de landelijke gebieden te maken met een geringe bevolkingskrimp. In het stedelijk gebied blijft de bevolking doorgroeien, al neemt de groei ook hier af.

Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. De provincie heeft een indicatie per gemeente gemaakt van de verwachte toename van de woningvoorraad. In de navolgende tabel is de indicatie van de woningvoorraad voor de gemeente Oss opgenomen. Uit de tabel kan worden afgelezen dat in de gemeente Oss tot aan 2030 nog 5.160 woningen benodigd zijn. Tabel: Indicatie woningvoorraad Gemeente Feitelijke woningvoorraad (2020) Oss 40.325

Prognose van de woningvoorraad 2025 2030 2035 2040 43.045

45.485

47.400

48.780

Indicatie toename woningvoorraad (2020-2030) 5.160

De eerstkomende jaren kennen veel gemeenten nog altijd een toename van hun bevolking, al neemt deze groei wel af in de tijd. De afnemende groei en vervolgens krimp van de bevolking heeft voor vrijwel alle beleidsterreinen grote gevolgen. De provincie heeft dan ook een indicatie per gemeente gemaakt met de verachte toe- en/of afname van de bevolkingsgroepen. In de volgende tabel is de toe- en/of afname van de bevolkingsgroepen binnen de gemeente Oss te zien. Gesteld kan worden dat de gemeente Oss de komende jaren te maken krijgt met een verandering in de leeftijdssamenstelling van de bevolking. Verwacht wordt dat het aantal jongeren en jongvolwassenen lichtelijk afneemt en het aantal 65+’ers zal toenemen. Geconcludeerd kan worden dat de gemeente Oss te maken krijgt met vergrijzing de komende jaren. Tabel: Indicatie toe/afname bevolkingsgroep Leeftijd (%) 2020 2025 2030

0-14 jaar

15,0

14,9

15,4

2035

2040

16,0

16,3

Indicatie toe/afname bevolkingsgroep (2020-2030) +0,4

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 24 van 66

15-29 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75+

18,0 32,4 14,5 11,6 8,5

17,2 31,1 14,8 11,8 10,1

15,9 31,0 13,9 12,6 11,2

14,9 31,7 11,9 13,0 12,4

14,8 31,9 10,8 12,4 13,8

-2,1 -1,4 -0,6 +1,0 +2,7

Het initiatief betreft het oprichten van één nieuwe levensloopbestendige woning. De woning voorziet in de eigen behoefte van de initiatiefnemer. De gemeente Oss zal de komende jaren te maken krijgen met een vergrijzing waardoor extra behoefte is aan levensloopbestendige woningen in de kern, dichtbij voorzieningen. Het initiatief heeft betrekking op het oprichten van een levensloopbestendige woning in de kern Herpen. Het plangebied ligt op korte afstand van de Rogstraat, waaraan de centrumvoorzieningen zijn gelegen. Het initiatief sluit nadrukkelijk aan op het beleid van de provincie om meer levensloopbestendige woningen te bouwen in de kernen. De actuele gegevens uit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose vormen belangrijke onderwerpen voor de Brabantse Agenda Wonen, zie hierna. 4.3.4 Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is in september 2017 vastgesteld. Met deze agenda geven Gedeputeerde Staten aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De belangrijkste punten van de Brabantse Agenda Wonen zijn versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen.

Zo moet de woningvoorraad de eerstkomende 10 tot 15 jaar met zo’n 120.000 woningen toenemen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Uit de provinciale prognose blijkt dat de groei van het totaal aantal huishoudens in Brabant voor het overgrote deel wordt bepaald door een toename van het aantal eenpersoonshuishoudens. Er is dan ook een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt blijft punt van aandacht. In de Brabantse Agenda Wonen zijn zes principes opgesteld waar de provincie zich de komende jaren op gaat richten:  Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstaand en leeg komend kantoor-, winkel- en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat.  De provincie Brabant geeft ruim baan voor ‘goede woningbouwplannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen.

 De provincie Brabant legt meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatieopgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag.  De provincie Brabant ontwikkelt vraaggerichte woningbouwplannen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad.  Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen we voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en -programmering.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 25 van 66

De provincie Brabant versterkt de samenwerking op de regionale woningmarkt, met de gemeenten als eerste aan zet. De provincie vernieuwd de regionale woningbouwafspraken, met een groter accent op de kwalitatieve samenstelling van het planaanbod en de inzet van het woningbouwprogramma voor bredere, vaak ruimtelijk-kwalitatieve doelen en met specifiek aandacht voor de regionale afweging van de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen en uitbreidingslocaties.

Woningbouw is het enige type vastgoed waar de komende jaren nog een behoorlijke vraag naar is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld winkels, kantoren en maatschappelijk vastgoed. Woningbouw kan daarom ook vrijwel als enige een substantiële bijdrage leveren aan maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken als verduurzaming en het terugdringen van leegstand. Na 2030 neemt de groei van de woningbehoefte sterk af, en verdwijnt ook de kans om werk te maken van inbreidingslocaties. Dus de urgentie om in de komende paar jaar de vraag naar woningen slim te benutten is heel groot. In de regionale woningbouwafspraken wil de provincie daarom prioriteit geven aan plannen voor herbestemming van leegstaande gebouwen of plannen voor inbreidingslocaties. Een principe dat ook iets kan betekenen voor bestaande woningbouwplannen, die dan niet, pas later of na aanpassing kunnen worden gerealiseerd. De provincie geeft gemeente dus ruim baan bij (onder andere) inbreidingen. Het initiatief betreft het oprichten van één levensloopbestendige woning in de kern van Herpen. Met het initiatief is sprake van bouwen naar reële (eigen) behoefte, de woning voorziet namelijk in de behoefte van de initiatiefnemer. Bovendien sluit het planvoornemen aan op de typologische behoefte aan levensloopbestendige woningen. Tevens is met onderhavig initiatief sprake van inbreiding.

Het initiatief is niet strijdig met de Brabantse Agenda Wonen. 4.4

Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie Oss - 2020 Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de Structuurvisie is opgenomen dat een belangrijke opgave is om het woningaanbod op peil te houden. Er zullen voldoende nieuwe woningen moeten worden toegevoegd om te kunnen voldoen aan de behoefte vanuit de huidige en toekomstige inwoners. Hierbij gaat het niet alleen over de aantallen te bouwen woningen (kwantiteit) maar ook steeds meer over de kwaliteit. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd.

Aan woningen blijkt de komende jaren een flinke behoefte. Het oprichten van de nieuwe woning past binnen de Structuurvisie Oss 2020 omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse woningbouwopgave.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 26 van 66

4.4.2 Woonvisie gemeente Oss 2020 De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: •

Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma.

•

Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig.

•

Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen.

•

Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.

Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Door sterk te sturen op inbreiding en herstructurering wordt de stedelijke structuur versterkt en (onnodige) verstening van het buitengebied tegen gegaan. Met het initiatief wordt één nieuwe levensloopbestendige woning gerealiseerd in de kern Herpen. De nieuwe woning sluit aan bij het vergroten van de differentiatie van de woningvoorraad. Daarnaast voorziet de nieuwe woning in de eigen wensen en behoefte van de initiatiefnemer. Het initiatief is daarmee passend binnen de woonvisie van de gemeente Oss. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019).

Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie Noord-Brabant. De meest recente prognose is van mei 2017 [CONTROLEREN] en geeft een bandbreedte voor de opgave: Laag (autonome opgave woningvoorraad vanuit bevolkingsprognose) en hoog (autonome opgave + inlopen huidige tekorten). We richten ons voor de komende 10 jaarsperiode op de opgave op basis van de hoge prognose. Dit is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen.

Berghemseweg 2 Herpen – 2023, pag. 27 van 66

•

•

De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=1ff4c112-66d6-45b7-88a8-70df0fc131b9