Bijlage 11A Toelichting BP Secretarisstraatje 1 Berghem - 2023
Tekst van het document
Bestemmingsplan Secretarisstraatje 1 Berghem - 2023
Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 1 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Bestemmingsplan Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023 vastgesteld Toelichting
Gemeente Oss, 14 december 2023
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 2 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen..................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie................................................................................................................. 7 2.1 Ontstaansgeschiedenis .................................................................................................................. 7 2.2 Bestaande situatie.......................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 3 Toelichting op het plan ............................................................................................................... 9 3.1 Beoogde situatie ...................................................................................................................................
9 3.2 Uitgangspunten en doelstellingen van het bestemmingsplan ............................................................. 10 3.3 Stedenbouwkundige karakteristiek ..................................................................................................... 10 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 11 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................. 11 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 13 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 14 4.4 Gemeentelijk beleid...................................................................................................................... 18 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................ 23 5.1 Natuur ..........................................................................................................................................
23 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie ..................................................................................................... 26 5.3 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................... 29 5.5 Water ........................................................................................................................................... 30 5.6 Defensie ....................................................................................................................................... 32 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................. 32 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ..................................................................................................... 45 Hoofdstuk 6
Toelichting op de planregels ................................................................................................ 47
Hoofdstuk 7
Handhaving .......................................................................................................................... 49
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................. 51
Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 52
BIJLAGEN
1. AERIUS berekening gebruiksfase 2. AERIUS berekening bouwfase 3. Digitale watertoets
SEPARATE BIJLAGEN
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Ingenieursburo Ulehake (d.d. 9 november 2022, kenmerk: 17658-01) Verkennend bodemonderzoek, Van Oort (d.d. 17 november 2022, kenmerk: SSE.334222) Quickscan flora en fauna, Brabant Eco (d.d. 25 november 2022, kenmerk: 2022-BE-0438) Omgevingsdialoog geanonimiseerd.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 3 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
TOELICHTING Bestemmingsplan Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 4 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Bij de gemeente Oss is door initiatiefnemer een verzoek ingediend voor het oprichten van een nieuwe woning op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Berghem, sectie B, nummers 5849 en 3784. De nieuwe woning is beoogd naast de bestaande woning Secretarisstraatje 1 in Berghem, waar initiatiefnemers zelf woonachtig is.
Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Berghem Dorp – 2015” is de beoogde oprichting van een woning niet toegestaan. Alhoewel de locatie bestemd is als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’, is de locatie niet voorzien van een bouwvlak. Het is uitsluitend toegestaan een woning te realiseren ter plaatse van een bouwvlak. De gemeente Oss wil toch meewerken aan het mogelijk maken hier een nieuwe woning op te richten. Het perceel ligt in het bestaand stedelijk gebied van Berghem en maakt onderdeel uit van een omgeving die overwegend bestaat uit woonfuncties. Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan de locatie een bouwvlak toegekend waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe woning ontstaan.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 5 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
1.2
Plangebied
De nieuwe woning is beoogd op de hoek van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel, welke zijn gelegen in het noordoosten van de kern Berghem. Ter plaatse van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel is sprake van een bebouwingslint welke overwegend uit vrijstaande woningen op ruime percelen bestaat.
Afbeelding 2 Beoogde locatie nieuwe woning
Het perceel waarop de nieuwe woning beoogd is (zijnde het plangebied) wordt aan de zuidelijke- en oostelijke zijde begrensd door het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel. De noord- en westzijde worden begrenst door de bestaande woning Secretarisstraatje 1. Het plangebied is dan ook in de huidige situatie in gebruik als tuin bij de woning Secretarisstraatje 1. 1.3
Geldende bestemmingsplannen
Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “Secretarisstraatje ong. Berghem - 2022” gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst. Naam bestemmingsplan
Datum vaststelling
Berghem Dorp - 2015
29 maart 2012
Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss
15 februari 2022
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 6 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest het bestemmingsplan “Berghem Dorp – 2015” haar rechtskracht. Het andere bestemmingsplan “Voorbereidingsbesluit huisvesting arbeidsmigranten Oss” blijft. In het vigerende bestemmingsplan “Berghem Dorp – 2015” is het plangebied bestemd als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’. Ter plaatse van de woning Secretarisstraatje 1 is een bouwvlak opgenomen met de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum bouwhoogte: 9 m’ en ‘maximum goothoogte: 4,5 m’. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’.
Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (rood; plangebied)
De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven bij woningen en andere ondergeschikte voorzieningen zoals terrassen, paden en parkeervoorzieningen. De voor ‘Wonen – Vrijstaand’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in de vorm van vrijstaande woonhuizen en parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan met in dit geval een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 10 meter.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 7 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
Berghem is ontstaan op een hogere plek in het landschap en is gelegen op het overgangsgebied van de hoger gelegen zandgronden naar de rivierklei van de Maasvallei in het noorden. Dit verklaart de grote verschillen tussen het landschap aan de noordzijde en de zuidzijde van het dorp. Ten zuiden van het dorp een kleinschalig landschap bestaande uit bossen, kleine akker- en weidepercelen met veel bomen en houtwallen, ten noorden van het dorp een grootschalig open polderlandschap. Het dorp heeft zich van oorsprong ontwikkeld langs enkele doorgaande wegen. Lange tijd groeide Berghem ‘kavel voor kavel’ door uitbreiding en verdichting van de bebouwingslinten en bebouwingsclusters aan deze wegen. Belangrijk voor de contacten met de buitenwereld was natuurlijk de aanleg van verharde wegen of “kunstwegen”, zoals ze toen genoemd werden, van klinkers of grint. In 1856 kwam de provinciale weg Oss - Herpen gereed. De route Osseweg – Julianastraat – Burgemeester van Erpstraat werd daardoor de belangrijkste route binnen Berghem. Dit bebouwingslint verdichtte zich dan ook het meest, samen met de parallel aan de Julianastraat gelegen Sint Willibrordusstraat. Later kregen de uitbreidingen een grootschaliger karakter. De ruimte tussen de bebouwingslinten en het spoor werd langzaam maar zeker ingevuld met planmatig opgezette, naoorlogse woonbuurten.
Nog later, na de jaren negentig is de ‘sprong’ over het spoor genomen en is de kern Berghem in zuidelijke richting uitgebreid. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar op navolgende uitsneden uit topografische kaarten, die een beeld geven van de ontstaansgeschiedenis van Berghem vanaf 1928.
Afbeelding 4 Berghem anno 1925
2.2
Anno 2000
Bestaande situatie
Het plangebied is gelegen op de hoek van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel, in de bebouwde kom van Berghem. Het Secretarisstraatje betreft een deels doodlopende weg (voor autoverkeer) welke opgesplitst is in twee delen. Het noordelijke deel van het Secretarisstraatje is toegankelijk vanaf de Burgemeester van Erpstraat en biedt toegang tot de woningen Secretarisstraatje 7 en 16. Het zuidelijke deel van het Secretarisstraatje is toegankelijk vanaf de Wilhelminasingel en biedt toegang tot de woningen Secretarisstraatje 1 t/m 6, 8, 10 en 12. Ter plaatse van de kruising met het Wolvepad is een fietsdoorgang gelegen welke doorgang biedt tot het noordelijke deel van het Secretarisstraatje voor voet- en fietsverkeer.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 8 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Op de locatie Secretarisstraatje 1 is thans een vrijstaande woning gelegen op een riant perceel.
Afbeelding 5 Luchtfoto plangebied (rood huidige woonlocatie, geel beoogde nieuwe woonkavel)
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 9 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 3 Toelichting op het plan 3.1 Beoogde situatie In het noordoosten van de van de kern van Berghem, aan het Secretarisstraatje 1, staat de woning van initiatiefnemer. Initiatiefnemer heeft een groot woonperceel ( in totaliteit ruim 3.900 m²) waarvan een groot gedeelte in gebruik is als tuin en oprit bij de woning. Gezien het royale perceel is bij initiatiefnemer het idee ontstaan om een gedeelte af te splitsen ten behoeve van het bouwen van een nieuwe woning. De zuidelijke punt van het perceel is gelegen op de hoek van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel hierdoor ontstaat de mogelijkheid hier een nieuwe woning te realiseren met ruime achtertuin, zonder afbreuk te doen aan de royale tuin van de bestaande woning.
Afbeelding 6 Beoogde toekomstige situatie
Daarnaast is in de gemeente Oss grote vraag naar woonruimte. De woningmarkt is flink aangetrokken waardoor de woningbehoefte hoger is dan het woningaanbod. Met het realiseren van een nieuwe woning, te midden van de bebouwde kom, wordt er een nieuwe geschikte woonruimte toegevoegd aan de kern. Met het realiseren van een nieuwe woning wil initiatiefnemer een (kleine) bijdrage leveren aan het heersende woningtekort. Gezien de ruimte opzet van dit perceel en de omliggende bebouwing welke overwegend uit woningen bestaat is het toevoegen van een woning op deze locatie een passende ontwikkeling. Daarnaast is het verdichten van bestaand stedelijk gebied op plaatsen waar hiervoor voldoende ruimte beschikbaar is een goede manier om bij te dragen aan de verstedelijkingsopgave van Oss.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 10 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
3.2 Uitgangspunten en doelstellingen van het bestemmingsplan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken van een nieuwe vrijstaande woning op te kunnen richten op de hoek van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel, ten zuiden van de woning Secretarisstraatje 1. Bij de opstelling van het bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten voor de realisatie van één nieuwe vrijstaande woning binnen het plangebied; Het nieuwe bouwvlak omvat het hoofdgebouw van de woning, niet de bijbehorende bouwwerken; Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Oss dient het onderhavige bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”; De geldende dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan dienen opnieuw te gelden, mits nog actueel. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het gehele plangebied nog steeds bestemd is als ‘Tuin’ en ‘Wonen – Vrijstaand’, maar waarbij aan de locatie een bouwvlak is toegekend op de plek waar het nieuwe hoofdgebouw is beoogd. Ter plaatse van de bestaande woning zijn de bestaande bestemmingen en aanduidingen overgenomen zoals deze reeds zijn toegekend.
De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ is tevens opnieuw aan het plangebied toegekend. 3.3 Stedenbouwkundige karakteristiek Het plangebied ligt in het noordoostelijke deel van de bebouwde kom van Berghem, op de hoek van het Secretarisstraatje en de Wilhelminasingel. De nieuwe woning zorgt voor een passende en logische verdichting van het thans bestaande bebouwingslint van zowel het Secretarisstraatje als de Wilhelminasingel. Ondanks het splitsen van het bestaande perceel van de woning van initiatiefnemer zijn zowel de bestaande woning als de nieuwe woning in de toekomstige situatie voorzien van een ruime tuin. Hiermee wordt aangesloten bij de karakteristiek van de omliggende vrijstaande woningen op ruim opgezette percelen. De nieuwe woning zal evenwijdig aan de perceelsgrens gepositioneerd worden voor wat betreft de oostgevel van de woning. De zuidgevel zal in lijn liggen met de woningen aan de Wilhelminasingel 45 en 47 en het Secretarisstraatje 2. Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet een specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan de locatie toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met één vrijstaande woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels.
Over de architectonische uitstraling van de nieuwe woningen is momenteel dan ook nog niets bekend. Uiteraard zal met het ontwerp van de woning aangesloten worden op de omliggende bebouwing zodat deze qua vorm, geleding als gevel (uitstraling) passen in het heersende straatbeeld en de woning ook kwalitatief past in de omgeving.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 11 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 12 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. De ladder is uitsluitend van toepassing als een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt gerealiseerd. Het begrip “stedelijke ontwikkeling” is daarbij als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Zoals de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 december 2013, zaak nr. 201302867/1/R4), is het begrip woningbouwlocatie in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro niet nader gedefinieerd in het Bro. Voorts ontbreekt in de nota van toelichting bij deze bepaling (Stb.
2012, 388) een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling. De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen in de bebouwde kom, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het oprichten van één extra woning in de bebouwde kom van Berghem evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Er hoeft in dit geval dan ook niet aan de ladder getoetst te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden.
In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 13 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Met het initiatief worden geen van de andere belangen geschaad. In het plangebied is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, een nieuwe woning op deze plek is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 14 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uitlaat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat met de nieuwe woning wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 15 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming.
Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd. Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool.
Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De uitbreidingsopgave wordt steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van uitbreiding). Daarnaast is herbestemmen het nieuwe
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 16 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. Onderhavig initiatief voorziet in het oprichten van een nieuwe woning in de bebouwde kom van Berghem. Het oprichten van één nieuwe woning past binnen de visie van Noord-Brabant omdat het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied en het initiatief, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse provinciale woningbouwopgave voor de komende jaren. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.
Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘stedelijk gebied - concentratiegebied’ heeft. Daarom zijn de regels uit Afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant. Voor stedelijke ontwikkelingen zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • Stedelijk concentratiegebied • Kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar.
Er is een basisregeling geformuleerd voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in ‘Stedelijk gebied’ worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 17 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Afbeelding 7 Uitsnede Iov (rood; plangebied)
In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2.
er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking);
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 18 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
c.
gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richtinggevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied.
Het bestaand stedelijk gebied is een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Binnen het stedelijk gebied zijn nieuwe stedelijk ontwikkelingen, zoals ook woningen, mogelijk. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen de kern Berghem. Met het oprichten van de woning op deze locatie is dan ook sprake van inbreiding. Er wordt namelijk een nieuwe woning gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plan bevordert een gezonde leefomgeving door de woning te realiseren binnen de kern van Berghem. Deze kern kenmerkt zich door de overheersende woonomgeving. Met het oprichten van de nieuwe woning wordt aangesloten bij deze overheersende woonomgeving. Met het oprichten van één nieuwe woning wordt een bijdrage geleverd aan zorgvuldig ruimtegebruik zoals in artikel 3.6 en aan een duurzame stedelijke ontwikkeling zoals in artikel 3.42. Het initiatief is passend binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Oss - 2020 Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus;
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 19 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
-
het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens.
Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss ernaar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de Structuurvisie is opgenomen dat een belangrijke opgave is om het woningaanbod op peil te houden. Er zullen voldoende nieuwe woningen moeten worden toegevoegd om te kunnen voldoen aan de behoefte vanuit de huidige en toekomstige inwoners. Hierbij gaat het niet alleen over de aantallen te bouwen woningen (kwantiteit) maar ook steeds meer over de kwaliteit. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. Aan woningen blijkt de komende jaren een flinke behoefte. Het oprichten van de nieuwe woning past binnen de Structuurvisie Oss 2020 omdat het, al is het maar op kleine schaal, bijdraagt aan de forse woningbouwopgave. 4.4.2 Woonvisie gemeente Oss 2020 De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. In 2022 is daar met de Woonagenda 2022-2024 een actualisatie op gemaakt. De Woonagenda 2022-2024 geeft richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren en borduurt voor top de Woonvisie van 2020. Zo wordt uitvoering gegeven aan vier ambities: Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen.
Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Door sterk te sturen op inbreiding en herstructurering wordt de stedelijke structuur versterkt en (onnodige) verstening van het buitengebied tegen gegaan. Met het initiatief wordt één nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd in de kern Berghem. De nieuwe woning sluit aan bij het vergroten van de differentiatie van de woningvoorraad. Daarnaast voorziet de nieuwe woning in een passende verdichting van een reeds bestaand bebouwingslint. Het initiatief is daarmee passend binnen de woonvisie van de gemeente Oss. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss).
Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. In 2021 is d e ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 20 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inpassing voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen.
Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie in het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmagen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied).
Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Berghem. Berghem valt in de PFM Wonen Oss onder het Stedelijk gebied Oss-Berghem. De woningbouwopgave voor het stedelijk gebied Oss-Berghem tot 2032 heeft een bandbreedte van ongeveer 4.000 en 4.400 woningen. De bestaande plancapaciteit is voor deze periode circa 4.123 woningen groot. De nadruk in de opgave ligt bij de goedkopere woningen, zowel in de huur als koop.
Voor het toevoegen van woningen ligt de nadruk onder andere op (binnenstedelijke) herstructurering. Met herstructurering worden bestaande gebouwen of terreinen aangepast aan de 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 21 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
behoeften van een nieuwe markt. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Hiermee is sprake van de toevoeging van één woning. Aangezien in alle kernen ruimte is voor kleinschalige toevoegingen is het oprichten van één woning binnen Berghem passend in de PFM Wonen Oss. De toevoeging van een enkele woning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar mits de ontwikkeling passend is bij de organische ruimtelijke structuur van de kernen (ruimtelijk en stedenbouwkundig voorstelbaar). Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro art. 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig. Met onderhavig initiatief wordt een nieuwe woning gerealiseerd. De woning is beoogd nabij andere woningen, waardoor het initiatief functioneel aansluit bij de huidige functie en dus passend is in de omgeving. Het initiatief is passend binnen de ruimtelijke- en functionele structuur van het Secretarisstraatje. De woning is passend binnen het PFM Wonen Oss. 4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss.
Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zullen niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning.
Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 22 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan. Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen bij de regels. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven.
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 23 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsaspecten
Natuur
5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuur- en landschapsvisie 2005 De visie vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.
De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Aan initiatiefnemers wordt gevraagd om dit ook te doen. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”.
In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd.
Secretarisstraatje 1 Berghem – 2023, pag. 24 van 52 Vastgesteld 14 december 2023
5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Deze bescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van de soort niet in gevaar komt. De gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt er op neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Hoewel er geen directe relatie lag en ligt tussen een bestemmingsplan en de PAS, is het sneuvelen van de PAS ook voor RO en bestemmingsplannen van belang, met name ook door de aandacht voor stikstof. Tot nu toe werd als ondergrens waaronder je geen Natuurvergunning nodig had (0,05 Mol/ha) ook in de RO vaak gebruikt om aan te tonen dat stikstof geen probleem was voor de voorgenomen planontwikkeling.