CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Aanvulling MER.pdf

Adviescommissie Ruimte 14 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Ontwerp bestemmingsplan en MER Herinrichting uiterwaarden Demen-Dieden11.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Natuur De verwachting van de natuurontwikkeling is hoog, maar het MER laat nog onvoldoende zien of de natuurdoelen worden gehaald. Het rapport maakt nog niet duidelijk of de benodigde natuurlijke processen en dynamiek ook daadwerkelijk optreden.

•

Grondwater De gevolgen van de veranderingen in de grondwaterstand binnendijks zijn niet goed in beeld gebracht. In het rapport ontbreekt een beschrijving van mogelijke maatregelen tegen overlast door hogere grondwaterstanden.

1

De provincies Noord-Brabant en Gelderland willen medio 2020 het voorkeursalternatief voor dit project vastleggen in de interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas. Nadat in 2022 de uitwerkingsfase is afgerond met de daarbij horende besluitvorming is uitvoering voorzien van 2023 tot en met 2028. Zie www.meanderendemaas.nl.

2

Natuurmonumenten, 2020. Milieueffectrapportage MeerMaas project Planontwikkeling Demen-Dieden.

-1-

De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het project Demen-Dieden. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. Tijdens het opstellen van dit advies was de formele besluitvormingsprocedure nog niet gestart. Bij het advies heeft de Commissie daarom niet kunnen nagaan of het voorgenomen besluit en het MER op elkaar aansluiten. Het is aan het bevoegd gezag om dit voorafgaand aan de besluitvorming alsnog te beoordelen.

Figuur 1 Voorkeursalternatief planontwikkeling Demen-Dieden Achtergrond Het project Demen-Dieden is een initiatief van Natuurmonumenten, Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat. De geplande herinrichting past niet binnen het huidige bestemmingsplan. De gemeente Oss wil daarom een nieuw bestemmingsplan opstellen. Omdat met de herinrichting grondstoffen gewonnen worden is een ontgrondingsvergunning van de provincie Noord-Brabant nodig. Het besluit over de ontgronding is m.e.r.-plichtig (categorie C16.1). Aangezien het bestemmingsplan kaderstellend is voor dit besluit is het bestemmingsplan ook m.e.r.-plichtig. Omdat er zowel een project- als een planm.e.r. nodig is, is gekozen voor een gecombineerd plan- en project-m.e.r. De gemeenteraad van Oss is bevoegd gezag voor het besluit over het bestemmingsplan, gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant is bevoegd gezag voor de ontgrondingsvergunning. De provincie Noord-Brabant treedt op als coördinerend bevoegd gezag voor de gecombineerde plan- en projectm.e.r.-procedure. Waarom een advies? De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer.

Het bevoegd gezag – in dit geval Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant – besluit over de ontgrondingenvergunning. De gemeenteraad van Oss besluit over het bestemmingsplan. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3345 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-2-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming over het project Demen-Dieden. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren.

Beoogde natuurontwikkeling Het MER gaat voor toekomstige situatie uit van het optreden van natuurlijke riviergebonden processen en dynamiek als stuwende kracht voor natuurontwikkeling. Een analyse van deze processen en factoren in het plangebied ontbreekt echter in het MER. De Commissie wijst erop dat in het gebied sprake is van niet-natuurlijke processen, die binnen dit plan niet beïnvloedbaar zijn, maar wel invloed hebben op het behalen van de natuurdoelen. Ook huidig en toekomstig gebruik kan van invloed zijn op de beoogde natuurontwikkeling. Op drie punten geeft het MER onvoldoende onderbouwing voor het bereiken van het beoogde natuurrijke eindbeeld: •

Het voorkeursalternatief voorziet in dynamische geulen en geïsoleerde nevengeulen. Echter, het plangebied is onderdeel van de gestuwde Maas en kent daardoor slechts een beperkte dynamiek in waterstanden. De Commissie mist in het MER een uitwerking van het verschil in dynamiek tussen beide typen geulen in deze specifieke omgeving. Ook voor de moerassen, ooibossen en graslanden in de uiterwaarden zijn de consequenties van de beperkte dynamiek niet beschreven.

•

De scheepvaart kan zorgen voor kortdurende maar flinke dynamiek in aangetakte nevengeulen. Bij vergelijkbare geulen in de Lek leidt opstuwing en zuiging tot zodanig hoge stroomsnelheden dat hier ongewenste erosie optreedt. Het MER gaat niet in op de mogelijke effecten van (beroeps)vaart op de dynamiek van aangetakte geulen.

•

De uiterwaarden zijn tot op heden intensief bemest. Roofgrond kan zwaar met fosfaat en andere voedingsstoffen belast zijn door het landbouwkundig gebruik. Als deze ‘bemeste fractie’ boven komt te liggen na alle vergraving, werkt dat sterk door in de vegetatieontwikkeling ter plaatse. Deze kan ruiger dan gewenst en in aanvang soortenarm blijven. Een analyse van de kwaliteit van de roofgrond in relatie tot de beoogde natuurdoelen ontbreekt in het MER. Onduidelijk is of en wanneer specifieke maatregelen getroffen worden om de bodemkwaliteit voor de gewenste natuurwaarden te beïnvloeden.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER te beschrijven hoe de genoemde niet-natuurlijke factoren doorwerken in de beoogde natuurontwikkeling.

Stikstof In de huidige situatie vindt in het plangebied akkerbouw plaats, zoals de teelt van bieten en mais, en is grasland in agrarisch gebruik aanwezig. Het MER stelt dat in de toekomstige situatie geen stikstofuitstoot meer plaatsvindt in het plangebied. De bijdrage van de realisatie van het project aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Rijntakken is in 2018

-3-

berekend3. In oktober 2019 is deze berekening naar aanleiding van de uitspraken over het Programma Aanpak Stikstof (PAS)4 geactualiseerd5. Deze aanvulling laat zien, in lijn met het onderzoek uit 2018, dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Rijntakken tijdens de uitvoering van project lager is dan in de huidige situatie. Het MER geeft hiermee voldoende onderbouwing dat aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken kan worden voorkomen6.

Effecten van grondwater Het grondwaterstandsverloop is in beeld gebracht in het model MORIA, hierover heeft afstemming met Waterschap Aa en Maas plaatsgevonden7. De modelresultaten voor de huidige situatie komen overeen met de beschikbare meetresultaten van de aanwezige peilbuizen. Hiermee is aannemelijk dat het model een goede beschrijving van grondwaterstand in de toekomstige situatie geeft. De Commissie mist echter een doorvertaling van deze veranderingen naar de betekenis voor het binnendijkse gebied. Het MER stelt dat bij een T=10 situatie8 in een gebied van 32 hectare, waarvan 5 hectare met bebouwing, de grondwaterstand met meer dan 5 cm stijgt9. Vervolgens is niet duidelijk wat de effecten hiervan zijn op de betreffende bebouwing, aanliggende tuinen en het agrarisch gebruik10. Het MER benoemt dat monitoring van de grondwaterstand belangrijk is om de werkelijk optredende effecten in beeld te krijgen. Wel ontbreekt een overzicht van (mogelijke) maatregelen wanneer ongewenste effecten optreden. Hiermee laat het MER onvoldoende zien hoe eventuele effecten beperkt of voorkomen worden. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER in beeld te brengen welke effecten de veranderingen in de grondwaterstand in een T=10 situatie op het binnendijkse gebied hebben.

Onderzoek ook of maatregelen mogelijk zijn om eventuele ongewenste effecten te voorkomen of te beperken.

Overige aandachtspunten Piping De effecten van het project op piping11 zijn als neutraal beoordeeld omdat enerzijds een ruime afstand tot de dijk wordt aangehouden en anderzijds omdat de technische 3

Lievense CSO, 2018. Planontwikkeling Demen-Dieden Onderzoek Stikstofdepositie.

4

Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daaruit blijkt dat de Passende beoordeling bij het PAS niet als toestemmingsbasis kan dienen voor plannen en projecten die leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden met instandhoudingsdoelstellingen voor stikstofgevoelige soorten en habitattypen.

5

LBP|Sight, 8 oktober 2019. Notitie Verschilberekeningen stikstofdepositie.

6

De Commissie wijst erop dat de maatregel (het beëindigen van het agrarisch gebruik) mogelijk nodig is om het gebied in een gunstige staat van instandhouding te brengen.

7

Acacia Water, 2019. Natuurontwikkeling Demen-Dieden Geohydrologisch onderzoek ten behoeve van MER en vergunningsaanvragen.

8

Een T=10 situatie is een hoogwatersituatie die theoretisch 1x per 10 jaar voorkomt.

9

Op basis van een adviesnota van Waterschap Aa en Maas wordt een stijging van het grondwater van meer dan 5 cm beschouwd als negatief effect, zo staat op bladzijde 52 van het MER.

10

Het MER vermeld op bladzijde 53 (onder Effecten op bebouwing en grondwateroverlast) dat niet bekend is of de berekende toename daadwerkelijk tot overlast leidt.

11

Wanneer door stroming van water onder de dijk zanddeeltjes meegevoerd worden, kunnen holle ruimtes ontstaan, ook wel ‘pipe’ genoemd. Door deze holle ruimtes kan de dijk instabiel worden en bezwijken; dit mechanisme heet ‘piping’.

-4-

maatregelen voor de toekomstige dijkversterking12 zijn meegenomen. Omdat er nog geen besluitvorming over de dijkversterking heeft plaatsgevonden, is dit strikt gezien geen autonome ontwikkeling en maakt het geen onderdeel uit van de referentiesituatie. Dit doet echter geen afbreuk aan de conclusie die in het MER is opgenomen. De Commissie beveelt wel aan om voorafgaand aan de besluitvorming de autonome ontwikkelingen te actualiseren op basis van de op dat moment bekende stand van zaken. Geef daarbij ook duidelijkheid over de gehanteerde afstand tot de dijk. Het MER en de rapportage geotechniek13 noemen nu verschillende afstanden14.

Dwarsstroming Dwarsstroming is een aandachtspunt voor de vergunbaarheid van het project in het kader van de Waterwet, aldus het MER. De berekende dwarsstroming is namelijk groter dan de eisen uit het Rivierkundig beoordelingskader (verder: RBK)15. De uitgebreide informatie in het achtergrondrapport16 laat echter zien dat de optredende dwarsstroming geen belemmering vormt voor de scheepvaart. Het RBK stelt dat een project vergunbaar is wanneer kan worden aangetoond dat optredende dwarsstroming geen hinder voor de scheepvaart veroorzaakt. De Commissie acht de conclusies in de rivierkundige rapportage aannemelijk. Dit rapport laat ook zien dat Rijkswaterstaat, op basis van de beschikbare gegevens en voorliggend ontwerp, van oordeel is dat dwarsstroming niet belemmerend is voor scheepvaart17. De Commissie beveelt aan om de relevante conclusies uit het achtergronddocument ook in het MER te vermelden, zodat dit ook bij de besluitvorming duidelijk is.

Landschap en cultuurhistorie In 2019 heeft de Commissie een advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau voor het milieueffectrapport voor het project Meanderende Maas. 18 Dit advies is ook van toepassing op het MER voor het project Demen-Dieden, zoals het MER terecht vermeldt. In het advies vraagt de Commissie aan te geven uit welke elementen de Lelyzone in het plangebied precies bestaat en welke waarden deze elementen vertegenwoordigen. De Lelyzone is aangelegd bij het kanaliseren van de Maas benedenstrooms van Grave, waarbij aan weerszijden van de rivier een verlaagde zone in de uiterwaarden is gegraven voor de afvoer bij hoge waterstanden. Het MER gaat echter niet in op de in het plangebied aanwezige elementen en waarden van de Lelyzone. Ook ontbreekt in het MER een systematisch overzicht van (de kenmerken van) de weinige landschapselementen binnen de uiterwaarden. Bij de kenmerken die wel beschreven staan, zijn cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden door elkaar benoemd. Ondanks dat een uitwerking van de Lelyzone, landschappelijke en cultuurhistorische elementen ontbreken of onduidelijk zijn, acht de Commissie de conclusie dat het plan een

12

De dijkversterking langs dit deel van de Maas maakt onderdeel uit van het project Meanderende Maas.

13

Lievense Infra bv, 2019. Demen-Dieden Geotechniek.

14

Het MER gaat uit van een afstand van 75 meter uit de teen van de dijk. In het geotechnisch rapport staat in paragraaf 4.3.2 ‘In het ontwerp is als uitgangspunt genomen dat er in het voorland op 75 m ± 10 meter vanaf de buitenteen van de dijk

geen vergravingen plaats zullen vinden’. 15

Het Rivierkundig Beoordelingskader voor ingrepen in de grote rivieren beschrijft hoe Rijkswaterstaat bij de vergunningverlening rivierkundige effecten van voorgenomen ingrepen in de rivier bepaalt en beoordeelt.

16

Lievense|WSP, 2020. Natuurontwikkeling Demen-Dieden Rivierkundige rapportage ten behoeve van vergunningsaanvragen.

17

Het oordeel van Rijkswaterstaat is onder voorbehoud. Op basis van het definitieve ontwerp volgt een definitief oordeel.

18

Commissie voor de milieueffectrapportage, 2019. Meanderende Maas Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport. https://commissiemer.nl/adviezen/3346

-5-

positieve bijdrage levert aan het landschap juist, omdat het gebied in de toekomstige situatie weer als uiterwaard herkenbaar is en een relatie met de rivier krijgt. De Commissie beveelt wel aan om voorafgaand aan de besluitvorming nader te beschrijven wat de specifieke waarden van de Lelyzone zijn en waarom gekozen is voor het versterken van deze zone. In deze beschrijving dienen ook de overige landschapselementen benoemd te worden.

-6-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Casper van der Giessen drs. Marinus Kooiman drs. Allard van Leerdam drs. Aletta Lüchtenborg (secretaris) drs. Marieke van Rhijn (voorzitter) drs. Frank Wijnants Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan en ontgrondingsvergunning Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit C16.1 (winning oppervlaktedelfstoffen). Omdat er zowel een project- als een plan-m.e.r.

nodig is, is een gecombineerd plan- en project-m.e.r. opgesteld. Bevoegd gezag besluiten De gemeenteraad van Oss (bestemmingsplan) en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (ontgrondingsvergunning) Initiatiefnemer besluiten Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss (bestemmingsplan) en Natuurmonumenten in samenwerking met Wetering, K3Delta en Rijkswaterstaat (ontgrondingsvergunning) Coördinerend bevoegd gezag m.e.r.-procedure Provincie Noord-Brabant Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie gemeld geen zienswijzen of adviezen te hebben ontvangen omdat het project vooruitlopend op de nog op te stellen ontwerpbesluiten nog niet ter visie gelegd is. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3345 in te vullen in het zoekvak.

Natuurbescherming. Sinds 1905. Natuurmonumenten beschermt 355 natuurgebieden en waardevolle landschappen. Overal in Nederland. Voor iedereen. Dat doen we sinds 1905 met steun van vrienden, vrijwilligers, leden en bedrijven. Kijk op onze website wat jij voor de natuur kunt doen. www.natuurmonumenten.nl Natuurmonumenten | Postbus 9955 | 1243 ZS ‘s-Graveland | T (035) 655 99 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=0ba7d8bd-62a5-46f7-a0b9-a1dc407460d4