bijlage 1 - stikstofonderzoek
Tekst van het document
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE TITUS BRANDSMALYCEUM OSS
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Stikstofdepositieonderzoek Titus Brandsmalyceum Oss 20230063.v03 16 juli 2025 Gemeente Oss
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING....................................................................................................................................... 4
1.1. Algemeen ..................................................................................................................................... 4 1.2. Ligging van het plan .................................................................................................................... 8 2.1. Omgevingswet ............................................................................................................................. 9 2.1.1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ..................................................................................... 9 2.1.2. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) ................................................................................. 9 2.2. Beleidsregels intern en extern salderen ...................................................................................... 9 2.2.1. Intern salderen ................................................................................................................... 10 2.2.2. Referentiesituatie ............................................................................................................... 10 3.
REKENONDERZOEK ................................................................................................................... 12
3.1. Uitgangspunten aanlegfase ....................................................................................................... 12 3.1.1. Mobiele werktuigen ............................................................................................................ 12 3.1.2. Bouwverkeer ...................................................................................................................... 13 3.1.3. Koude start ........................................................................................................................ 14 3.2.
Berekeningswijze ....................................................................................................................... 15
4. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 16 BIJLAGE I. AERIUS-BEREKENING AANLEG............................................................................ 17
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
3
1.
INLEIDING
1.1.
Algemeen
Gemeente Oss heeft het voornemen om ter plaatse van het perceel gelegen aan de Titus Brandsmalyceum in Oss een stadsportpark aan te leggen. Aangrenzend van de park wordt ook een bijgebouw met kleedkamers gerealiseerd voor de leerlingen van de lyceum. In het kader van deze ontwikkeling moet een stikstofdepositieonderzoek voor de aanlegfase worden uitgevoerd. Het stadsportpark is toegankelijk voor het publiek en zal niet worden voorzien met extra parkeerfaciliteiten. Dit betekent dat bezoekers hoofdzakelijk te voet of per fiets zullen arriveren. Hierdoor zijn er in de gebruiksfase geen stikstofrelevante emissiebronnen aanwezig. Daarnaast wordt het nieuwe bijgebouw, bestemd voor sanitaire voorzieningen voor de leerlingen, volledig gasloos gerealiseerd. Aangezien het gebouw geen extra verkeersaantrekkende werking heeft en geen nieuwe emissiebronnen introduceert, is ook deze ontwikkeling buiten beschouwing gelaten in het onderhavige onderzoek. Het plangebied is kadastraal bekend als perceel 4094(gedeeltelijk), sectie E en gemeente OSS00 (Oss) zoals weergeven op afbeelding 1. Op afbeelding 2 is de beoogde indeling van de inrichting weergegeven.
Afbeelding 1. Ligging plangebied Bron: kadastralekaart.com
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
4
Afbeelding 2a. Tekening beoogde situatie stadspark Bron: gemeente Oss
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
5
Afbeelding 2b. Tekening beoogde situatie gebouw met kleedkamers Bron: VDL de Meeuw
Afbeelding 2c. 3D impressie Bron: VDL de Meeuw
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
6
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: informatie versterkt door de initiatiefnemer; via internet toegankelijke informatie en digitale ondergronden (PDOK); gegevens en bureauexpertise de Roever Omgevingsadvies. N.B. De gehanteerde uitgangspunten zijn realistisch doch worst-case.
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
7
1.2.
Ligging van het plan
De ligging van het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met stikstof gevoelige habitattypen zijn weergegeven op afbeelding 3. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebied betreffen ‘Rijntakken’ gelegen op een afstand van circa 11,2 kilometer. Dit is een Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats.
Afbeelding 3. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Bron: AERIUS-calculator
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
8
2. WETTELIJK KADER 2.1.
Omgevingswet
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In artikel 5.1 lid 1 van deze wet is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten te verrichten. Dit zijn projecten die niet direct verband houden of nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden, maar welke significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-activiteiten. Verder is in artikel 4.3 lid 1 van deze wet is opgenomen dat voor Natura 2000-activiteiten bij algemene maatregel van bestuur regels moeten worden gesteld. De bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels ten aanzien van Natura 2000-activiteiten zijn opgenomen in diverse besluiten:
2.1.1.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Indien een project zou kunnen voorzien in significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan dient een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit aangevraagd te worden. In artikel 8.74b van het Bkl zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan de aanvraag moet voldoen. De aanvraag moet vergezeld worden van een passende beoordeling waaruit met zekerheid blijkt dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan de omgevingsvergunning alsnog worden verleend indien er geen alternatieve oplossingen zijn, het project nodig is om dwingende regenen van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.
2.1.2.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
In het Bal zijn een scala aan activiteiten opgenomen die gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving. Aan deze activiteiten zijn regels gesteld, waarbij in het Bal is aangeven uit welk oogmerk deze regels zijn gesteld. Tevens is in het Bal opgenomen wie het bevoegd gezag is bij de desbetreffende activiteit, of er een specifieke zorgplicht geldt, of aan de activiteit maatwerkvoorschriften gesteld kunnen worden en welke gegevens moeten worden verstrekt bij een melding, een verzoek, een aanvraag en dergelijke. In afdeling 11.1 van het Bal zijn regels opgenomen voor activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden
2.2.
Beleidsregels intern en extern salderen
Vanwege de vernietiging van het PAS is het voor het bevoegd gezag niet mogelijk om toestemmingen te verlenen voor projecten waarvoor ontwikkelingsruimte nodig is. Om aan te tonen dat een project geen significant effect heeft op de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bestaan de volgende mogelijkheden: - aantonen dat in de beoogde situatie geen effect (stikstofdepositie < 0,00 mol/ha/jaar) op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden optreedt; - middels intern of extern salderen aantonen dat in de beoogde situatie geen sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie; Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
9
-
middels een ecologische voortoets onderzoeken of significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Een ecologische voortoets is een mogelijkheid voor activiteiten die enkel zorgen voor een stikstofdepositie op hectares waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) niet wordt overschreden.
Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor zowel intern salderen als extern salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.
2.2.1.
Intern salderen
Na een uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024 1 is de werkwijze rondom intern salderen voor de beoordeling van de gevolgen van projecten voor de natuur gewijzigd. Voorheen kan intern salderen worden zonder voorwaarde ingezet bij de voortoets. Dit is veranderd. De gevolgen van het project dienen op zichzelf te worden beoordeeld zonder rekening te houden met de gevolgen van de oude situatie. Intern salderen en gevolgen van de bestaande vergunde situatie (referentiesituatie) mogen echter nog wel worden betrokken bij de passende beoordeling als mitigerende maatregel bij de vraagstuk of een natuurvergunning voor een project kan worden verleend.
2.2.2.
Referentiesituatie
Bij de passende beoordeling kan salderen worden ingezet als mitigerende maatregel. Om te beoordelen hoeveel stikstof mag worden weggestreept, is inzicht nodig in wat op basis van de oude natuurvergunning of milieutoestemming was toegestaan. Dat wordt de referentiesituatie genoemd. Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden voor projecten de volgende referentiesituaties[2], een: - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum, zie afbeelding 4.
1
https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/december/rechtspraak-over-intern-salderen-wijzigt/
2
Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
10
Afbeelding 4. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]
Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie.
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
11
3.
REKENONDERZOEK
De voor stikstof relevante emissiebronnen van de aanlegfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder nader toegelicht.
3.1.
Uitgangspunten aanlegfase
De aanlegfase, bestaande uit de realisatie van een stadsportpark met een maximale zal niet langer dan 1 jaar duren. De NOx- en NH3-emissies zijn dan met name afkomstig van de inzet van mobiele werktuigen en (bouw-) verkeer.
3.1.1.
Mobiele werktuigen
Bij aanvang van voorliggend stikstofdepositieonderzoek was bij de opdrachtgever niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden bij de bouwwerkzaamheden. Daarmee is ook over dieselverbruik, bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen nog geen specifieke informatie beschikbaar. De in deze paragraaf vermelde inzet van de mobiele werktuigen is daarom een worst-case inschatting van De Roever op basis van bureauexpertise en informatie van vergelijkbare bouwprojecten. De NOx- en NH3-emissies als gevolg van de inzet van mobiele werktuigen zijn bepaald door middel van het opgegeven brandstofverbruik (formule 1 (TNO-rapport “AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen”, projectnummer: 060.47477, d.d.10 december 2021)) en de voorgeschreven emissie factoren van de Aerius calculator. Het brandstofverbruik is weergegeven in tabel 1. De opdrachtgever werkt samen met moderne aannemers die allemaal de laatste technologie in hun voer- en werktuigen hebben en die dat ook verlangen van hun onderaannemers. Daarom kan worden aangenomen dat de mobiele werktuigen daadwerkelijk gebruik maken van AdBlue, en dat alle mobiele werktuigen een goed functionerende SCR-katalysator hebben. Hierdoor is een AdBlue verbruik van 6% aannemelijk. 1)
B = Pmax * D * (Fv + Fe) * R
D B Fv
Tijd dat het werktuig draait [uur/jaar]; Brandstofverbruik [liter/jaar]; Range van 2% - 15% van het maximale vermogen Lage waarden: grote, moderne machines met transmissie Hoge waarden: kleinere, oudere machines met een vaste as waarop pompen en dynamo's meedraaien Gemiddeld 35% overeenkomstig TNO-factsheet Standaardwaarde 0,25 overeenkomstig TNO-factsheet
Fe R
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
12
Tabel 1a. Brandstofverbruik van de mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase (stadspark). Pmax
D
Fv
Fe
R
Brandstofverbruik
Brandstofverbruik
Adblue(6%)
kW
uur/jaar
-
-
liter/kWh
liter/uur
liter/jaar
liter/jaar
Graafmachine
230
40
0,085
0,35
0,25
25,0
1000
60
shovel
150
20
0,085
0,35
0,25
16,3
326
19
Kiepwagens
200
10
0,085
0,35
0,25
21,8
218
13
Hijskraan
200
5
0,085
0,35
0,25
21,8
109
6
Mobiele werktuigen
Tabel 1b. Brandstofverbruik van de mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase (gebouw met kleedkamers). Pmax
D
Fv
Fe
R
Brandstofverbruik
Brandstofverbruik
Adblue(6%)
kW
uur/jaar
-
-
liter/kWh
liter/uur
liter/jaar
liter/jaar
Hoogwerker
65
40
0,085
0,35
0,25
25,0
1000
60
Minikraan
40
20
0,085
0,35
0,25
16,3
326
19
Mobiele werktuigen
De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de planlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Mobiele werktuigen’, sector ‘Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning’.
3.1.2.
Bouwverkeer
Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Materieel wordt aangevoerd middels vrachtwagens. Het aantal ritten van vrachtwagens en personenauto’s/bestelbusjes is een worst-case inschatting van De Roever op basis van bureauexpertise en informatie van vergelijkbare projecten. Tabel 2 geeft het aantal voertuigen en voertuigbewegingen voor de gehele aanlegfase. Er wordt uitgegaan van een aanlegduur van 3 maanden met 60 werkdagen. Tabel 2a. Aantal voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase (stadspark en bijgebouw) Type voertuig Aantal Verkeergeneratie Verkeergeneratie (per etmaal) (per etmaal) (totaal) Personenauto’s en bestelbussen
10
20
1200
Vrachtwagens
2
4
240
De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De vrachtwagenbewegingen zijn in AERIUS worst-case allemaal gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Er is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom met 10% stagnatie. Het manoeuvreren van het vrachtverkeer is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein met 100% stagnatie. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen. Direct aan de Oostwal is het verkeer al opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig de verkeersgegevens van het BBMA 2022, zie afbeelding 5.
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
13
Afbeeldingen 4. Verkeersgegevens BBMA 2022.
Voor stationair draaiende vrachtwagens wordt uitgegaan van 10 minuten per voertuig op basis van de kengetallen van de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024 van Bij12. Rekenjaar 2025
Kengetal NH3 (g/uur)
Kengetal NOx (g/uur)
Aantal vrachtwagen
Draaiduur per voertuig (min)
Totale draaiduur (uur)
Emissie NH3 (kg/jaar)
Emissie NOx (kg/jaar)
vrachtauto’s > 20 ton GVW
0,8976
92,4864
120
10
20
0,0
1,8
De vrachtwagen zullen op verschillen plekken van de bouwlocatie laden/lossen. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de planlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Anders’.
3.1.3.
Koude start
In de aanlegfase is voor licht verkeer uitgegaan van een worstcasescenario waarbij 50% van de verkeergeneratie een koude start betreft; alleen bij de terugreis is er sprake van mogelijk langer dan 2 uur stilstand. Dit resulteert in een totaal van 600 koude starts per jaar. De vrachtwagens zullen niet langer dan twee uur stilstaan op de planlocatie waardoor voor deze Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
14
voertuigen geen sprake is van een koude start. De emissies zijn gemodelleerd als een vlakbron binnen het plangebied en in AERIUS opgenomen als bron binnen de sectorgroep 'Verkeer' en de sector 'Koude start: overig'.
3.2.
Berekeningswijze
De stikstofdepositie door de huidige activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (2024.2). Er is AERIUS-berekening uitgevoerd met de emissies als gevolg van de aanlegfase. Voor de berekening van de aanlegfase is als rekenjaar worst-case 2025 gekozen. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de berekeningen met Natura 2000gebieden zijn te vinden in bijlage I.
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
15
4.
CONCLUSIES
In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de beoogde ontwikkeling aan het Titus Brandsmalyceum in Oss, de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000gebieden berekend. Uit de berekening blijkt dat in de aanlegfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit.
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
16
BIJLAGE
I.
AERIUS-BEREKENING AANLEG
Onderzoek stikstofdepositie Titus Brandsmalyceum Oss Datum: 16 juli 2025 ; Referentie: 20230063.v03
17
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
De Roever Omgevingsadvies Molenstraat 30, 5341GD Oss stadsportpark Oss Realisatie van een stadsportpark en bijgebouw AERIUS rekenbestand van de aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Rms4c9bPzeeD 16 juli 2025, 11:43 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
2025 -
0,4 kg/j
12,6 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 2 5 6
Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
Anders... | Anders... | Plangebied Anders... | Anders... | stationair draaien Verkeer | Koude start: overig | koude start aanleg Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
26,7 g/j 0,4 kg/j 9,3 g/j
1,8 kg/j 0,2 kg/j 9,8 kg/j 0,7 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2025 1
Anders... | Anders...
2
Anders... | Anders...
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:164704,7 Warmteinhoud Y:419906,13 Spreiding Oppervlakte 0,25 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0m
Naam stationair draaien Uittreedhoogte Locatie X:164704,7 Warmteinhoud Y:419906,13 Spreiding Oppervlakte 0,25 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
0,0 m 0,000 MW 0m
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer aanlegfase Locatie X:164705,57 Y:419939,19 Lengte 139,29 m Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Stagnatie vrachtverkeer Locatie X:164702,36 Y:419943,65 Lengte 290,90 m Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
NOₓ
1,8 kg/j
Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 49,2 g/j Hoogte - - NH₃ 4,1 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
1.200,0 /jaar 0,0 /jaar 240,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
10,0 % 0,0 % 10,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - - NH₃ 5,2 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
0,0 /jaar 0,0 /jaar 240,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 100,0 % 0,0 %
6/7
Projectberekening
5
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
koude start aanleg X:164704,7 Y:419906,13 0,25 ha
NOₓ NH₃ Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Mobiele werktuigen X:164704,7 Y:419906,13 0,25 ha
Stageklasse
0,2 kg/j 26,7 g/j
600,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
9,8 kg/j 0,4 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
40 u/j 60 l/j
NOₓ 5,6 kg/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 326 l/j ja
20 u/j 19 l/j
NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 2,1 kg/j
Kiepwagens Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja 218 l/j
10 u/j 13 l/j
Hijskraan
5 u/j
Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 1000 l/j ja Schovel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 109 l/j ja
NH₃
6 l/j
78,2 g/j NOₓ 1,3 kg/j NH₃ 52,3 g/j NOₓ 0,9 kg/j NH₃
26,2 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
Rms4c9bPzeeD (16 juli 2025)
7/7