Bijlage 1 Regionale Woondeal Noordoost Brabant 9 maart 2023.PDF
Tekst van het document
Daar waar kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost en daar waar nodig, worden ze landelijk besproken. De meeste belemmeringen kunnen locatie specifiek worden opgelost. Hierbij kan er gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de regionale Versnellingstafel en/of het Expertteam Woningbouw worden ingezet. De landelijke Versnellingstafel is opgericht voor alle boven regionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en te zoeken naar een oplossing. Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governancestructuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daar wordt bij aangesloten.
Kritische succesfactoren: Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen Er is nog geen indicatie dat de woningbouw vertraging oploopt door het niet kunnen aansluiten van woningen op het elektriciteitsnetwerk. Voor voorzieningen in wijken, zoals scholen en/of winkels kan er mogelijk wel vertraging optreden. Bij het tijdig aanvragen van projecten leidt dit vooralsnog niet tot vertraging. Met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) kijkt het Rijk of en waar er in het netwerk moet worden geïnvesteerd, zodat de woningbouw en de voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. De P-MIEK-tafels worden benut om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK overleggen, dan wordt het geagendeerd bij het landelijke MIEK-overleg.
26
Stikstof De uitspraak over de bouwvrijstelling was een tegenslag voor de woningbouwopgave. Het betekent zeker niet dat het land ‘op slot’ gaat. Grote projecten moesten vaak al deposities berekenen, beoordelen en compenseren. De stikstofdepositie in de gebruiksfase (bovenal door verkeersstromen) is daar immers ook groot. Kleinere projecten kunnen veelal doorgang vinden. Hun stikstofdeposities zijn klein en kortstondig en daarmee veelal niet vergunningplichtig. Wel moeten initiatiefnemers als gevolg van de uitspraak berekeningen uitvoeren en ecologisch beoordelen om vast te stellen of de activiteit vergunningplichtig is. Dit leidt tot vertraging en toename van kosten, wat wordt versterkt door capaciteitstekorten bij onderzoeksbureaus en overheden. Met de stikstofbrief van 25 november 2022 is veel duidelijk geworden. Er is een aanpak voor piekbelasters. Hierdoor kan de natuur herstellen en ontstaat op termijn ruimte voor vergunningverlening aan o.a. de woningbouw. Het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) is en blijft een belangrijk instrument om stikstofruimte, die vrijkomt, centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Ook stimuleert het Rijk schoon en emissieloos bouwmateriaal met 400 miljoen euro (bovenop de 500 miljoen euro die al beschikbaar was).
Op de korte termijn (beoogde oplevering Q1 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen d.m.v. kengetallen/ vuistregels. Dit met als doel om de administratieve lasten voor initiatiefnemers, die als gevolg van de extra onderzoeksplicht ontstaan, zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe het door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kan bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Stikstof knelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke Versnellingstafel. Geluid Op locaties waar geluidsproblematiek een belemmering vormt voor woningbouw kan dit op de tafel waar de woondeal wordt besproken, aangekaart worden, zodat gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden. Capaciteit en expertise overheden en Raad van State Door alle fasen en in alle onderzoeken wordt herkend dat de beschikbare personele capaciteit een belangrijke reden voor vertraging is in de woningbouwproductie.
Het gaat daarbij niet alleen om een kwantitatief probleem (aantal mensen), maar ook is er een gebrek aan procesmatige - en inhoudelijke kennis. Het Rijk brengt samen met medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen mogelijkheden in beeld om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, ondersteund door een gezamenlijk uit te voeren onderzoek. Het Expertteam Woningbouw van RVO heeft een loketfunctie waar gemeenten, provincies en woningcorporaties terecht kunnen met vragen over ondersteuning (woningbouw@rvo.nl). Dit expertteam beschikt over (o.a. juridische) experts die medeoverheden en woningcorporaties kunnen bijstaan met onafhankelijk advies en praktische ondersteuning. Deze experts kunnen in een periode van zes tot maximaal twaalf maanden meerdere malen kortstondig worden ingezet om een concreet woningbouwproject te versnellen. We onderzoeken hoe we de loketfunctie kunnen versterken, zodat gemeenten, provincies en woningcorporaties het Expertteam Woningbouw beter weten te vinden met hun vragen.
27
Door middel van de flexpoolregelingen kunnen provincies aan de slag met het opstellen van een regionale of provinciale pool van professionals die voor langere tijd kunnen worden ingezet. Provincies en gemeenten kunnen de bijdrage besteden aan capaciteit in de voorfase van woningbouw- en herstructureringsprojecten en het opstellen van integrale woon-zorgvisies. Zo kunnen zij bijvoorbeeld projectleiders, stedenbouwkundigen of planeconomen inhuren en deze ter beschikking stellen aan gemeenten waar een tekort aan ambtelijke capaciteit een knelpunt vormt. Zowel in 2022 als in 2024 stelt het ministerie van BZK hiervoor 40 miljoen euro beschikbaar, de tranche beschikkingen van 2022 worden op dit moment uitgevoerd. De komende periode gaat het Rijk aan de slag om deze flexpoolfunctie samen met de provincies te versterken. Er is voor vier jaar extra budget van 3 miljoen euro voor uitbreiding van de capaciteit van de Afdeling bestuursrechtspraak (voor de Omgevingskamer) beschikbaar gesteld. Knelpunten als gevolg van gebrek aan capaciteit en expertise bij mede- overheden en Raad van State worden geagendeerd op de lokale woontafels. Desgewenst kan via de regionale Versnellingstafel de landelijke Versnellingstafel worden ingezet. Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal met procesgeld.
Dit bedrag kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeals. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Financiële middelen vanuit het Rijk WBI gelden; de volgende tranche van de woningbouwimpuls: kleine kernen kunnen op basis van de 5e tranche WBI ook gezamenlijk een aanvraag indienen voor projecten van minimaal 200 woningen (voorheen 500 woningen). Dit is echter voor veel gemeenten in deze regio niet de oplossing. RVO ondersteunt de aanvragers via de Impulskamer Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) Het Volkshuisvestingsfonds voor herstructurering Transformatie faciliteit De regelingen voor Tijdelijke huisvesting Financiële middelen vanuit de provincie Flexpool versnelling woningbouw 1e tranche, deel A en B Flexpool versnelling woningbouw 2e tranche (nog uit te werken) Subsidieregeling collectieve woonvormen Ondersteuning bij gebiedstransformaties Flexwoningvloot (in voorbereiding) Overig BZK versterkt via het Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting de mogelijkheid om beter te sturen op betaalbaar bouwen en maakt versnelling van procedures in de beroepsfase mogelijk.
Ook het sturen op een evenwichtige verdeling van de huisvesting van aandachtsgroepen wordt in de wet vastgelegd. BZK werkt aan regulering van de middenhuur (Kamerbrief d.d. 9 december 2022). Het gezamenlijke streven van Rijk en regio is om voldoende betaalbaar aanbod te realiseren en langdurig betaalbaar te houden (Kamerbrief-over-regulering-middenhuur). BZK komt in 2023 met een brief over het wetstraject grondinstrumentarium, gericht op versnelling van (betaalbare) woningbouw. Het Rijk draagt met grondposities en/of vastgoedbezit bij aan het realiseren van de woningbouwopgave.
28
Voor alle opgenomen (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken worden in de woondealoverleggen om de voortgang te monitoren. Het Rijk informeert de regio als er nieuwe regelingen of subsidiemogelijkheden opengesteld worden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden met betrekking tot de aanvraag van financiële middelen.
We spreken af dat: 43. Gemeenten en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in Q2 2023 samen onderzoeken op welke wijze gemeenten gebruik kunnen maken van de WBI gelden. Ook wordt daarbij gekeken hoe aanvragen voor financiële bijdragen vereenvoudigd kunnen worden en of er meer samenhang kan ontstaan met andere subsidiemogelijkheden.
29
8
Ondertekening Regionale Woondeal Noordoost-Brabant Onderstaande vertegenwoordigers van de samenwerkende partijen hebben de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant ondertekend. Datum
Plaats GEMEENTE BOEKEL
Gemeente Bernheze
Gemeente Boekel
Naam
Naam
Gemeente Boxtel
Gemeente Heusden
Naam
Naam
Gemeente Land van Cuijck
Gemeente Maashorst
Naam
Naam
Gemeente Meierijstad
Gemeente Oss
Naam
Naam
30
Gemeente ’s-Hertogenbosch
Gemeente Sint-Michielsgestel
Naam
Naam
Gemeente Vught
Area
Naam
Naam
Brabant Wonen
Charlotte van Beuningen
Naam
Naam
Mooiland
Peelrandwonen
Naam
Naam
31
JOOST
Wonen Vierlingsbeek
Naam
Naam
Woonmeij
Woonveste
Naam
Naam
Woonzorg Nederland
Zayaz
Naam
Naam
Provincie Noord-Brabant
Ministerie van Binnenlandse Zaken
Naam
en Koninkrijksrelaties (BZK) Naam
32
Bijlage 1: Rollen en verantwoordelijkheden Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om zo te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma Water en Bodem sturend. Daar waar twijfel bestaat over de invulling van dit principe ten aanzien van concrete locaties wordt het Waterschap betrokken.
De Provinciale Omgevingsvisie, (interim) omgevingsverordening en het programma3 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal -, regionaal - en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium maakt onderdeel uit van het Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave.
Ook is de minister stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen, het bieden van hulp bij de afstemming met overige ministeries en waar nodig inbreng van menskracht, kennis, rijksgronden en rijksgebouwen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.
3
(Ontwerp) Beleidskader Leefomgeving en (Ontwerp) Beleidskader Wonen en werken
33
De Woningcorporaties in Noordoost-Brabant delen het beeld en de overtuiging dat we op de woningmarkt alleen kunnen versnellen als we samenwerken en afspraken maken. Derhalve ondertekenen zij dan ook mede deze woondeal, wetende dat een belangrijk deel van de opgave in hun handen ligt en een uitvloeisel is van de Nationale Prestatieafspraken. Samenwerkingspartners. Om de opgave ook daadwerkelijk te realiseren is samenwerking met een netwerk van partners nodig, zoals zorg- en marktpartijen. Zij zijn onmisbare netwerkpartners en worden in de komende periode gevraagd om aan te haken op het woondealproces. Samen met de Woonbond wordt bekeken op welke momenten en aan welke tafels een vertegenwoordiging van een huurdersbelangenvereniging een plek moet krijgen.
34
Bijlage 2: Definities/ omschrijvingen Betaalbare woning: een betaalbare woning is een sociale huur of midden huurwoning door corporaties en een midden huurwoning of betaalbare koopwoning door marktpartijen. Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur van 1.000 euro per maand of minder; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot 355.000 euro. Flexwoning: flexibele (verplaatsbare) woonoplossingen met een tijdelijk karakter van de flexwoningen zelf of het gebruik van de locatie waarop de flexwoningen worden geplaatst. De flexwoningen zijn betaalbare woningen, als bedoeld in het Besluit Woningbouwimpuls 2020 en voldoen aan de minimumeisen zoals vastgesteld in het programma van eisen van Aedes. Geclusterde woonvormen: geclusterde woonvormen, vaak met ontmoetingsruimtes, beslaan onder andere hofjeswoningen (zoals de Knarrenhof), servicefats en seniorenfats. Geclusterde woonvormen zijn primair ingericht op de woonwensen van ouderen, maar daarnaast ook op (jong-) volwassenen met een WLZ-indicatie. Deze woonvormen beslaan woningen die tenminste nultreden zijn en voorzien daarmee in hoger wooncomfort. Daarnaast zijn deze woonvormen ingericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Ook hierbij geldt nabijheid van voorzieningen als belangrijk.
Grootschalige renovatie: het verbeteren van de woonkwaliteit van het gebouw door het toekomstbestendig maken van bestaande particuliere woningvoorraad. Het gaat uitdrukkelijk om ingrijpende fysieke ingrepen die de doeltreffendheid en courantheid van de woning verbeteren. Denk aan: het splitsen, samenvoegen, optoppen of uitbouwen van woningen, aanpakken gespikkeld bezit en/ of achterstallig onderhoud. Verduurzaming van de woning kan hier deel van uitmaken, maar slechts als nevendoel. Herstructurering: het vernieuwen van verouderde of verloederde woongebieden, bijvoorbeeld door sloop en nieuwbouw, waardoor met andere typen woningen voorzien wordt in de actuele vraag naar woningen. Levensloopbestendige woningen: levensloopbestendige woningen zijn in potentie bruikbaar voor een volledige levensloop, al dan niet met enkele kleine aanpassingen-op-maat, zoals een beugel aan de muur van het toilet. Deze woningen zijn toegankelijk en bruikbaar voor een bewoner met een rollator. Levensloopbestendige woningen kunnen bewoond worden door verschillende doelgroepen. Nultredenwoningen: nultredenwoningen hoeft geen trap te worden gelopen, zowel binnen het huis als om naar binnen te komen. Vaak betreffen het gelijkvloerse woningen en appartementen in de buurt van voorzieningen. Nultredenwoningen zijn geschikt voor bewoning door ouderen.
Niet alle nultredenwoningen worden bewoond door ouderen; ook jongeren en starters wonen vaker in dit type woningen. De extra nultredenwoningen zijn nodig om in totaliteit genoeg nultredenwoningen te bieden voor doorstromende ouderen en andere groepen die in dit soort woningen willen wonen.
35
Plancapaciteit Bruto plancapaciteit. Alle woningbouwplannen. De bruto toe te voegen woningen. Netto plancapaciteit. Woningbouwplannen minus sloop en/of transformatie. De netto toe te voegen woningen. Harde plancapaciteit. Woningbouwplannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld of onherroepelijk is. Zachte plancapaciteit. Woningbouwplannen waaraan de gemeenteraad een principeakkoord heeft gegeven of die in planvorming zijn genomen, dan wel waarvoor een ontwerp bestemmingsplan is opgesteld. Prioritaire locaties: woningbouwplannen die een belangrijke bijdrage leveren aan de versnelling van de regionale woningbouwopgave. Locaties die belangrijk zijn voor zowel de regionale als gemeentelijke opgave. Sloop: betreft sloop zonder nieuwbouw, om de woningvoorraad te verkleinen. Doel hiervan is om te komen tot betere marktspanning en voorkomen van leegstand. Hiervan is in principe zelden sprake, maar kan aan de orde zijn in regio’s waar bevolkingskrimp plaatsvindt. Transformatie: de verandering van de functie van de bebouwing van het stedelijk gebied, bijvoorbeeld een winkelpand wordt woning of na sloop van een bedrijf ontstaat er ruimte voor woningbouw. Verpleegzorgplekken: een deel van de geclusterde woonvormen betreffen verpleegzorgplekken.
Deze eenheden dienen zorggeschikt te zijn voor extra voorzieningen, zodat deze beter zijn voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord besloten om nieuwe verpleegzorgplekken in te richten op basis van scheiden wonen en zorg. Bewoners betalen de lage eigen bijdrage voor de langdurige zorg die zij ontvangen (volledig pakket thuis (vpt)) en betalen zelf de woonkosten. Vervangende nieuwbouw: het uit de voorraad halen van incourante woningen en vervangen door toekomstbestendige nieuwe woningen in hetzelfde plangebied. Woonzorgvisie: met de Woonzorgvisie is de basis gelegd voor verdere prestatieafspraken en/of een toekomstbestendig uitvoeringsprogramma waarin concreet is vastgelegd welke plannen wanneer worden uitgevoerd om te voorzien in wonen, zorg en welzijn voor ouderen en andere kwetsbare doelgroepen.
Webinar vernieuwende aanpak versnelling woningbouw Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting (realisatiehuisvesting.nl) Kamerbrief-over-aanbieding-plan-van-aanpak-versnellen-processen-en-procedures-woningbouw
36
Bijlage 3: Toelichting vanuit BZK over de sociale huurwoningen d.d. 15 november 2022 (Wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting)
Wat mag worden meegeteld als sociale huur? Het wetsvoorstel Versterken regie Volkshuisvesting wordt op dit moment door BZK opgesteld. Onderdeel van deze wet wordt de definitie van sociale huur. Deze definitie nemen we op in de wet zodat duidelijk is aan welke voorwaarden voldaan moet worden om als zodanig te kwalificeren. We verwachten dat het wetsvoorstel in Q1 2023 in internetconsultatie kan. Hieronder staan de uitgangspunten van wat er in de wet komt te staan. Desgewenst kan dit worden bevestigd in de directeuren en bestuurlijke overleggen die de komende tijd gepland staan: Nieuwbouw Een sociale huurwoning een instandhoudingstermijn heeft van ten minste 25 jaar, waarmee wordt bedoeld dat een nieuwbouwwoning ten minste 25 jaar als sociale huurwoning wordt verhuurd. Het een woning betreft die ook bij mutaties wordt verhuurd met een huurprijs tot de liberalisatiegrens bij aanvang van de huurovereenkomst. De woning door toewijzing beschikbaar is voor huishoudens binnen de DAEB-inkomensgrens. Om te monitoren of aan die eisen wordt voldaan tellen we mee: Woningen die gebouwd zijn op locaties met een bestemming ‘sociale huur’. DAEB-woningen van woningcorporaties (ook flexwoningen). Woningen waarbij een gemeente anderszins kan aantonen dat deze voldoen aan de voorwaarden van de definitie voor sociale huur.
Bestaande voorraad Bij de bestaande particuliere voorraad kan niet worden vastgesteld of worden afgedwongen of de instandhoudingstermijn van 25 jaar is overeengekomen. Daarom worden voor de bestaande voorraad in beginsel enkel sociale huurwoningen van toegelaten instellingen meegeteld. Gemeenten kunnen om aan te tonen dat zij voldoen aan het streven naar 30%, onderbouwd motiveren waarom zij vinden dat ook de particuliere huur tot deze voorraad meetelt. Voor de bestaande voorraad geldt ook dat de aanvangshuur van de woning onder de liberalisatiegrens valt en deze met voorrang wordt toegewezen aan de DAEB-doelgroep.
Hoe gaan we de fair share (30%) meten? Het Rijk verwacht dat gemeenten met minder dan 30% sociale huur in hun woonvoorraad in hun nieuwbouwplannen een hoger percentage sociale huur gaan opnemen dan zij nu in de bestaande voorraad hebben. Dus als een gemeente bijvoorbeeld 20% voorraad heeft, dan draagt een planning met een hoger percentage dan 20% sociale huur in de nieuwbouw bij aan het toewerken naar de 30%. Een gemeente met meer dan 30% sociale huur kan zich juist meer toeleggen op het bouwen van woningen voor mensen met een middeninkomen. Uiteindelijk moet in de regio wel voldoende sociale huur gebouwd worden om aan de vraag te voldoen.
37
Bijlage 4: Diverse informatie ter onderbouwing van de gemaakte afspraken Tabel a: regionaal aandeel in de provinciale afspraken jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
sloop en verkoop beschikbare per jaar (ca. 305 netto per jaar) plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen in harde plancapaciteit
% woningen in harde plancapaciteit (bruto)
2022
2.720
305
2.415
2.485
91%
2023
4.430
305
4.125
3.500
79%
2024
7.465
305
7.160
4.465
60%
2025
6.240
305
5.935
1.220
20%
2026
5.605
305
5.300
1.625
29%
2027-2030
14.785
1.220
13.565
1.255
8%
TOTAAL
41.245
2.745
38.500
14.550
35%
De aantallen sloop en verkoop per jaar betreft een indicatie vanuit de corporaties, het is een ambitie van hen om 305 sociale huurwoningen per jaar te slopen dan wel te verkopen. Tabel b: per gemeente de harde plancapaciteit voor de eerste vijf jaren gemeente
te realiseren woningen bruto 2022/2026
waarvan harde plan capaciteit 2022/2026
harde plan capaciteit in % (bruto) 2022/2026
Bernheze
1.834
558
30%
Boekel
672
291
43%
Boxtel
1.128
688
61%
‘s-Hertogenbosch
6.164
4.735
77%
Heusden
1.538
655
43%
Land van Cuijk
3.170
1.673
53%
Maashorst
2.269
850
37%
Meierijstad
4.431
1.803
41%
Oss
2.949
1.056
36%
Sint Michielsgestel
652
318
49%
Vught
1.647
659
40%
totaal
26.454
13.286
50%
Een plan is hard wanneer het een vastgesteld of onherroepelijk bestemmingsplan heeft.
38
Tabel c: Status van de plannen met een betaalbare opgave, harde plancapaciteit jaar van oplevering
sociale huur
midden huur
betaalbare koop
totaal betaalbare woningen
2022
88%
93%
94%
90%
2023
68%
81%
79%
73%
2024
45%
56%
48%
48%
2025
22%
4%
6%
13%
2026
30%
15%
8%
19%
2027-2030
5%
10%
4%
5%
TOTAAL
32%
25%
24%
28%
Tabel d: per gemeente het aantal sociale huurwoningen in de plannen tot en met 2030 gemeente
te realiseren woningen bruto
sociale huur in de plannen
sociale huur in % (bruto )
Bernheze
2.485
595
24%
Boekel
830
140
17%
Boxtel
1.810
450
25%
Heusden
2.435
820
34%
Land van Cuijk
4.180
800
19%
Maashorst
3.240
790
24%
Meierijstad
6.695
2.030
30%
Oss
5.215
1.670
32%
‘s-Hertogenbosch
11.120
4.415
40%
Sint Michielsgestel
1.135
235
21%
Vught
2.100
425
20%
totaal
41.245
12.370
30%
Tabel e: flexwoningen per gemeente in de huidige plannen bij gemeenten Gemeente
flexwoningen in de plannen bij de gemeenten
Bernheze
114
Boekel
18
Boxtel
12
Heusden
19
Land van Cuijk
250
Maashorst
200
Meierijstad
253
Oss
240
‘s-Hertogenbosch
672
Sint Michielsgestel
19
Vught
50/100
totaal
1847/1897
39
Bijlage 5: gemeentelijke woningbouwprogramma’s4 FACTSHEET
Bernheze betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
209
204
47
0
67
114
37
2023
270
250
48
15
76
139
35
2024
442
104
207
14
87
308
180
2025
504
0
92
62
180
334
51
2026
409
0
51
18
181
250
51
2027-2030
650
0
148
21
303
472
148
TOTAAL
2484
558
593
130
894
1617
502
22%
24%
5%
36%
65%
85%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
47
45
0
67
65
114
110
96%
2023
48
44
15
15
76
71
139
130
94%
2024
207
14
6
87
18
308
24
8%
2025
92
62
180
334
0%
2026
51
18
181
250
0%
2027-2030
148
21
303
472
0%
TOTAAL
593
89 15%
4
130
waarvan in harde plancapaciteit
21 16%
894
154
1617
264
16%
17%
Data uit deze tabellen is afkomstig uit de gemeentelijke woningbouwplanningen (peildatum 12 december 2022). Planningen zijn adaptief en voortdurend aan veranderingen onderhevig. De gegevens worden periodiek gemonitord en geactualiseerd.
40
FACTSHEET
Boekel betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
34
34
0
8
12
20
0
2023
75
57
40
0
7
47
38
2024
87
83
11
0
4
15
11
2025
291
48
31
44
32
107
31
2026
185
69
36
10
46
92
36
2027-2030
156
34
24
0
46
70
24
TOTAAL
828
325
142
62
147
351
140
39%
17%
7%
18%
42%
99%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
0
0
8
8
12
12
20
20
100%
2023
40
22
0
7
7
47
29
62%
2024
11
11
0
4
4
15
15
100%
2025
31
0
44
32
4
107
4
4%
2026
36
9
10
46
16
92
25
27%
2027-2030
24
0
0
46
7
70
7
10%
TOTAAL
142
42
62
147
50
351
100
28%
30%
8 13%
34%
GEMEENTE BOEKEL
41
FACTSHEET
Boxtel betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
270
270
2023
152
2024
235
2025
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
30
92
122
30
138
32
37
69
12
170
87
53
140
76
389
108
57
124
181
32
2026
82
2
6
0
9
0
2027-2030
682
2
240
222
462
0
TOTAAL
1810
690
452
3
528
983
150
38%
25%
0%
29%
54%
33%
0
sociale huur
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
aantal woningen door woningcowrporaties
3
middenhuurwoningen
48
48
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
30
30
0
0
92
92
122
122
100%
2023
32
20
0
0
37
35
69
55
80%
2024
87
33
0
0
53
42
140
75
54%
2025
57
16
0
0
124
34
181
50
28%
2026
6
0
3
0
0
0
9
0
0%
2027-2030
240
0
0
0
222
0
462
0
0%
TOTAAL
452
99
3
0
528
203
983
302
31%
22%
0%
38%
42
FACTSHEET
Heusden betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
186
186
75
5
29
109
49
2023
327
223
104
73
177
59
2024
309
147
80
53
133
46
2025
381
52
153
65
218
139
2026
335
47
136
73
209
92
2027-2030
897
42
274
281
555
130
TOTAAL
2435
697
822
5
574
1401
515
29%
34%
0%
24%
58%
63%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
75
75
5
5
29
29
109
109
100%
2023
104
47
0
73
59
177
106
60%
2024
80
6
0
53
10
133
16
12%
2025
153
0
65
218
0
0%
2026
136
0
73
209
0
0%
2027-2030
274
0
281
555
0
0%
TOTAAL
822
1401
231
16%
128 16%
5
5 100%
574
98 17%
43
FACTSHEET
Land van Cuijk betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
485
255
110
52
184
346
110
2023
786
401
254
47
283
584
254
2024
1029
732
46
159
608
813
46
2025
485
64
102
29
260
391
102
2026
385
221
56
7
216
279
56
2027-2030
1011
202
232
122
432
786
232
TOTAAL
4181
1875
800
416
1983
3199
800
45%
19%
10%
47%
77%
100%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
110
6
52
40
184
149
346
195
56%
2023
254
81
47
18
283
197
584
296
51%
2024
46
28
159
104
608
153
813
285
35%
2025
102
4
29
2
260
32
391
38
10%
2026
56
0
7
0
216
41
279
41
15%
2027-2030
232
6
122
45
432
124
786
175
22%
TOTAAL
800
125
416
209
1983
696
3199
1030
32%
16%
50%
35%
44
FACTSHEET
Maashorst betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
119
119
0
10
14
24
0
2023
173
173
84
14
14
112
72
2024
855
465
210
48
215
473
187
2025
556
47
156
8
138
302
158
2026
566
46
100
13
188
301
79
2027-2030
970
0
238
11
349
598
223
TOTAAL
3239
850
788
104
918
1810
719
26%
24%
3%
28%
56%
91%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
0
0
10
10
14
14
24
24
100%
2023
84
84
14
14
14
14
112
112
100%
2024
210
78
48
20
215
158
473
256
54%
2025
156
0
8
0
138
10
302
10
3%
2026
100
0
13
0
188
10
301
10
3%
2027-2030
238
0
11
0
349
0
598
0
0%
TOTAAL
788
162
104
44
918
206
1810
412
23%
21%
42%
22%
45
FACTSHEET
Meierijstad betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
63
63
25
2023
418
259
178
2024
2234
1303
693
2025
868
0
2026
848
2027-2030
2264
TOTAAL
6695
0
sociale huur
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
aantal woningen door woningcowrporaties koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
24
49
25
71
62
311
192
158
674
1525
271
199
110
357
666
139
178
271
117
269
657
172
0
662
293
837
1792
490
1803
2028
749
2223
5000
1289
27%
30%
11%
33%
75%
64%
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
25
25
0
0
24
24
49
49
100%
2023
178
110
71
31
62
25
311
166
53%
2024
693
360
158
75
674
353
1525
788
52%
2025
199
0
110
0
357
0
666
0
0%
2026
271
100
117
24
269
0
657
124
19%
2027-2030
662
0
293
0
837
0
1792
0
0%
TOTAAL
2028
595
749
130
2223
402
5000
1127
23%
29%
17%
18%
46
FACTSHEET
Oss betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
68
68
0
45
23
68
0
2023
459
385
215
25
180
420
215
2024
461
220
207
122
45
374
207
2025
1043
88
355
159
352
866
385
2026
918
295
308
181
252
741
194
2027-2030
2268
0
585
260
981
1826
576
TOTAAL
5217
1056
1670
792
1833
4295
1577
20%
32%
15%
35%
82%
94%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
0
0
45
45
23
23
68
68
100%
2023
215
141
25
25
180
180
420
346
82%
2024
207
27
122
74
45
32
374
133
36%
2025
355
45
159
24
352
12
866
81
9%
2026
308
101
181
78
252
47
741
226
30%
2027-2030
585
0
260
0
981
0
1826
0
0%
TOTAAL
1670
314
792
246
1833
294
4295
854
20%
19%
31%
16%
47
FACTSHEET
s-Hertogenbosch betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
1151
1151
552
64
92
708
552
2023
1322
1276
485
159
80
724
455
2024
1.132
779
509
207
33
749
484
50
2025
1.280
765
690
366
73
1.128
562
150
2026
1.280
765
690
366
73
1.128
562
150
2027-2030
4.958
973
1.487
1.240
744
3.471
1.240
500
TOTAAL
11122
5708
4.413
2.401
1.094
7.908
3.855
850
51%
40%
22%
10%
71%
87%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
waarvan in harde plancapaciteit
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
552
552
64
64
92
92
708
708
100%
2023
485
461
159
159
80
80
724
700
97%
2024
509
396
207
116
33
46
749
558
74%
2025
690
322
366
10
73
10
1.128
342
30%
2026
690
322
366
10
73
10
1.128
342
30%
2027-2030
1.487
193
1.240
145
744
40
3.471
378
11%
TOTAAL
4.413
2.246
2.401
504
1.094
278
7.908
3.028
38%
51%
21%
25%
48
FACTSHEET
Sint Michielsgestel betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
sociale huurwoningen
125
125
23
0
47
70
0
2023
158
126
57
0
53
110
57
2024
270
46
83
3
106
192
30
2025
49
21
15
0
22
37
15
2026
50
0
0
0
50
50
0
2027-2030
482
2
55
0
92
147
0
TOTAAL
1134
320
233
3
370
606
102
28%
21%
0%
33%
53%
44%
0
sociale huur
middenhuurwoningen
0
huur tot 1000/mnd
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
jaar van oplevering
sociale huurwoningen
waarvan in harde plancapaciteit
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
waarvan in harde plancapaciteit
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
2022
23
23
0
47
47
70
70
100%
2023
57
38
0
53
42
110
80
73%
2024
83
0
3
106
30
192
30
16%
2025
15
15
0
22
0
37
15
41%
2026
0
0
0
50
0
50
0
0%
2027-2030
55
0
0
92
2
147
2
1%
TOTAAL
233
76
3
370
121
606
197
33%
33%
waarvan in harde plancapaciteit
0 0%
33%
49
FACTSHEET
Vught betaalbaarheid jaar van oplevering
bruto nieuwbouw (te realiseren woningen)
2022
beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen)
aantal woningen door woningcowrporaties
aantal woningen in harde plancapaciteit
sociale huurwoningen
hurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
8
8
0
0
0
0
2023
290
211
79
35
29
143
50
2024
535
414
46
10
245
301
46
2025
224
26
60
38
47
145
30
2026
400
0
128
15
119
262
45
2027-2030
375
0
113
0
131
244
TOTAAL
1832
659
426
98
571
1095
171
36%
23%
5%
31%
60%
40%
0
sociale huur waarvan in harde plancapaciteit
0
koop tot 355.000
totaal betaalbare woningen
huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand
koopwoningen onder de € 355.000
totaal betaalbare woningen
waarvan in harde plancapaciteit
% betaalbaarheid in harde plancapaciteit
0
0
0%
143
64
45%
301
228
76%
47
145
26
18%
15
119
262
0
0%
0
131
244
0
0%
1095
318
29%
sociale huurwoningen
2022
0
waarvan in harde plancapaciteit
2023
79
29
35
35
29
2024
46
38
10
10
245
2025
60
26
38
2026
128
2027-2030
113
TOTAAL
426
0
22%
middenhuurwoningen
huur tot 1000/mnd
jaar van oplevering
93
sociale huurwoningen
98
waarvan in harde plancapaciteit
0
45 46%
571
180
180 32%
50
Bijlage 6: Prioritaire woningbouwlocaties Globale aanduiding van de prioritaire locaties in de regio en de kritische succesfactoren Prioritaire locaties Noordoost Brabant Schaal 1 : 175.000 Provincie Noord-Brabant
Oss
Heusden
Oss
Vught
’s-Hertogenbosch
Boxtel
Bernheze
Sint-Michielsgestel
Maashorst
Meierijstad
Boekel
Land van Cuijk
Legenda NOVEX woningbouwlocaties Locaties die gelden ontvangen vanuit het Mobiliteitsfonds Locaties die aan minimaal 3 van de 4 criteria voldoen: voldoende omvang (>50), binnen 3 jaar (ic tm 2025) 1e woning opleveren, bijdragen aan betaalbare programma en of regionale betekenis hebben (samenhang Ontwikkelperspectief mobiliteit) en voldoen aan de criteria onder 3 Locaties die gezamenlijke denkkracht of een duwtje in de rug nodig hebben om tot versnelling te komen, maar niet Locaties die gelden ontvangen vanuit de woningbouwimpuls Ondergrond: Copyright © 2023 Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn Eenheid IMI1, Team GIS, januari 2023, Meldingsnummer M348336_1
1e 3 jaar (ic tm 2025) woning opleveren, bijdragen aan f en mobiliteit) ng te komen, maar niet voldoen aan de criteria onder 3
kangemeld worden dat nog niet duidelijk is in Ten aanzien van de kritische succesfactoren hoeverre van recente stikstofuitspraken. de plannen hinder gaan ondervinden
Bernheze
Maashorst
Land van Cuijk
0
Boekel
Prioritaire locaties
Meierijstad
Land van Cuijk
10
km
51
kritische succesfactoren inbreiding uitleg
status
1e oplevering woning woning aantallen
mobiliteit
Kennis en capaciteit
stikstof
programmering/ businesscase
Andere knelpunten
Weijenwest fase 1 en fase 2/5
uitleg
zacht
2025
244
v
v
?
v
v
Heeswijkse akkers
uitleg
zacht
2023
73
?
Kamersche Hoef
uitleg
zacht
2024
139
?
Zwarte molen
uitleg
hard
in uitvoering
99
De Erven
uitleg
hard
in uitvoering
298
Bunderstraat
uitleg
zacht
2025
320
Schutboom fase 1
uitleg
hard
2025
De Burgt fase 1b
uitleg
hard
2025
uitleg
zacht
2029
1500
Spoorzone incl WXL
inbreiding
hard/zacht
2022
4800
Station Oost
inbreiding
zacht
2025
1190
Groote Wielen Noordoosthoek
uitleg
zacht
2024
700
zacht
2024
400
Gemeente en plannaam Bernheze
v v
? v
?
v
v
v
?
v
v
53
v
?
193
v
?
v
Boekel
v
Boxtel Noordwesthoek
?
v
v
?
v
v
?
v
v
?
v
v
v
v
Den Bosch
extra flexwoningen
v
v
?
v
?
v
?
v
?
v
v
v
?
v
v
Heusden De Grassen
uitleg
zacht
2024
650
De Oosters
uitleg
zacht
2025
135
v
Wolfshoek
uitleg
zacht
2027
400
Generaal De Bonskazerne
inbreiding
optie
2023
117
GVV-terrein
inbreiding
optie
2030
50
Maasbroekse Blokken - fase 2
uitleg
zacht
2028
289
v
v
?
v
v
Maasbroekse Blokken - fase 2 deel 2
uitleg
zacht
2031
280
v
v
?
v
v
Rigida Schothorst
uitleg
zacht
2031
220
v
v
?
v
v
Sprankel
inbreiding
zacht
2025
58
v
?
Wijziging 1 (max 14 woningen) - Brakels Eng
inbreiding
zacht
2025
57
?
Akkerwinde fase 3a/3b/3c
uitleg
zacht
2024
100
?
Eikenheuvel
uitleg
zacht
2025
475
?
v
v
Gebiedsontwikkeling Kastanjeweg-Oost
inbreiding
zacht
2025
350
?
v
v
kloosterstraat dierenparkje
inbreiding
zacht
2024
22
?
v
v
Leeuweriksweg/land v Ravensteinstr
inbreiding
zacht
2025
120
?
Niemeskant
uitleg
zacht
2024
186
?
v
Piusplein
inbreiding
zacht
2024
75
?
v
v
Repelakker fase 3
uitleg
zacht
2024
480
?
v
v
Uden Noord (PM kamer 4)
uitleg
hard
2024
105 of 35
?
v
v
Veghels Buiten NO flexwon
uitleg
zacht
2023
50
?
Veghels Buiten NO
uitleg
zacht
2024
300
Rembrandtlaan
inbreiding
zacht
2024
224
Havenkwartier (Zuidkade)
inbreiding
zacht
2025
Hooghekke fase 1
uitleg
zacht
De Grote Braak/Plein fase 1
inbreiding
Zwembadweg / Koningsvaaren Wvg locatie Sint-Oedenrode
v
v
Land van Cuijk
?
v
v v
Maashorst
v
v
v
v
Meierijstad
? v
v
?
v
150
?
v
2025
75
?
v
zacht
2025
122
?
Uitbreiding
zacht
2025
101
?
Uitbreiding
zacht
2026
550
Fraterspark
inbreiding
zacht
2026
50
Raadhuislaan Noord
inbreiding
zacht
2025
200
Raadhuislaan Zuid
inbreiding
zacht
2026
Euterpelaan
inbreiding
zacht
Sinopel
inbreiding
Schadewijk herstructurering
v v
v
?
v
v
?
v
v
v
v
?
v
v
440
v
v
?
v
v
2025
700
v
v
?
v
v
zacht
2025
130
v
v
?
v
v
inbreiding
zacht
2026
100
v
v
?
v
v
Tijdelijk wonen locaties 2-3-4
inbreiding
zacht
2024
143
v
v
?
v
v
Stationskwartier Ravenstein
inbreiding/ uitleg
zacht
2025
260
v
v
?
v
v
Amsteleind
uitleg
zacht
2025
1100
v
v
?
v
v
inbreiding
zacht
2028
455
?
v
Voorburg
inbreiding
zacht
2026
500
v
?
v
Leijhoeve
inbreiding
zacht
2025
290
v
?
v
Isabellaveld
inbreiding
hard
2024
66
?
v
Enexisterrein
inbreiding
zacht
2026
115
?
v
Oss
Sint Michielsgestel Kentalisterrein Vught v
v v
v
52
Bijlage 7: Contouren financiële herplaatsingsgarantie voor flexwoningen Op 6 december 2022 hebben de Branchevereniging Aedes, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening overeenstemming bereikt over de contouren van een financiële herplaatsingsgarantie voor het realiseren van flexwoningen. Op de Rijksbegroting is 220 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de herplaatsingsgarantie.
Regeling Gemeenten, corporaties en Rijk spannen zich maximaal in om flexwoningen een tweede en eventueel derde locatie te geven. Flexwoningen staan in de regel gemiddeld 10 tot 15 jaar op een locatie en worden daarna hergebruikt op een andere locatie, maar de investering is dan nog niet terugverdiend. De herplaatsingsgarantiestappen: 1.
Eerst verkennen of de woning herplaatst kan worden in de regio van de woningcorporatie.
2.
Daarna verkennen in een andere regio of in de provincie,
3. Daarna zorgt het Rijk voor een marktmeester die landelijk de locaties, wensen van gemeenten en beschikbare flexwoningen bij elkaar brengt. 4. Mocht de woning na deze stappen alsnog niet geplaatst kunnen worden dan volgt er een financiële compensatie.
Financiële compensatie Binnen de financiële herplaatsingsgarantie zijn afspraken gemaakt over de verdeling van dit risico tussen betrokkenen. De verdeling is vastgesteld op 60% Rijk, 25% gemeente en 15% eigen risico voor de corporatie. De komende tijd wordt deze garantiestelling nader financieel-juridisch uitgewerkt.
53