Bijlage 1 B&W advies Locatiestudie Ravenstein de locatiestudie.PDF
Tekst van het document
Bovenste Hoornwerk Ravenstein Gebiedsvisie en inrichtingsplan
OVSL, 17 december 2021 EINDCONCEPT
Inhoud 1. Doel en afbakening
3
2. Samenvatting Waterfront Ravenstein (2016)
5
3. Uitgangspunten voor deze opgave
6
4. Samenvatting gebiedsvisie op hoofdlijnen
16
5. Bovenste Hoornwerk en omgeving
18
6. Kenmerken vestingonderdelen
19
7. Eerste schetsen en referentiebeelden
22
8. Schetsontwerp hoornwerk en omgeving
29
9. Inrichtingsplan op hoofdpunten en in fasen
35
10. Aandachtspunten voor het vervolg
36
1. Doel en afbakening van deze studie Op en rond het Bovenste Hoornwerk in Ravenstein spelen twee ontwikkelingen, de nieuwbouw van gemeenschapshuis Vidi Reo en het versterken van de dijk in het kader van het Meanderende Maas - project. Beide hebben invloed op de totale inrichting van het plangebied (hoornwerk en ruimere omgeving, inclusief voormalig campingterrein en parkeerterrein Benedenbleek). Gelet op de omvang van deze ontwikkelingen in relatie tot de schaal van de binnenstad van Ravenstein, is besloten eerst een gebiedsvisie en dan een inrichtingsplan op te stellen. Daarna volgen nog kostenramingen (van het gemeenschapshuis en de omgeving) en de bestemming- en vergunningenprocedures. Doel van de gebiedsvisie is de nadere uitwerking van deze twee ontwikkelingen te kaderen, in het licht van het beter zichtbaar en beleefbaar te maken van de hele vesting en de historische gelaagdheid daarvan en dan in het bijzonder de herinrichting van het Bovenste Hoornwerk. Het inrichtingsplan heeft als doel te laten zien hoe de inrichting van het plangebied in kan spelen op de dijkverzwaring, op de aanwezige historische elementen en op de verschillende functies, die in het plangebied een plek dienen te krijgen (nu of in de nabije toekomst). 3
bron: Topotijdreis
Gebiedsvisie
bron: Topotijdreis
2. Samenvatting Waterfront Ravenstein De in 2016 opgestelde visie Waterfront Ravenstein is destijds niet vastgesteld maar wel breed gedeeld. Hij biedt houvast voor een gebiedsvisie voor het Bovenste Hoornwerk en omgeving. Waterfront Ravenstein streeft naar het helen van de vesting en het versterken van de relatie tussen Ravenstein en de Maas. De visie stelt dat Ravenstein in toeristisch-recreatief opzicht ‘geen tweede Heusden’ mag worden. Men wil het cultuurhistorische, recreatieve potentieel benutten en versterken en binnendijkse en buitendijkse ontwikkelingen met elkaar verbinden. Concreet betekent dit ter hoogte van het Bovenste Hoornwerk het verleggen van de toegang tot de haven en het zichtbaar en beleefbaar maken van een ‘gelaagde’ vesting, die in meerdere periodes is uitgebouwd en verschillende stelsels heeft gekend. De kaarten uit Waterfront Ravenstein laten onder meer zien dat (de contouren van) de oude vestinggracht, het bovenste hoornwerk en het half-bastion bij nieuwe ontwikkelingen zichtbaar gemaakt zouden kunnen worden en dat het halfbastion en hoornwerk een nieuwe invulling kunnen krijgen. 5
bron: Waterfront Ravenstein
3. Uitgangspunten voor deze opgave Bij de totstandkoming van deze studie is met inhoudelijke experts (van gemeente, provincie en Adviesteam Omgevingskwaliteit) en met omwonenden en belanghebbenden besproken hoe de uitspraken uit Waterfront Ravenstein vertaald kunnen worden naar uitgangspunten voor de gebiedsvisie en het inrichtingsplan. Deze uitgangspunten worden hierna puntsgewijs toegelicht: • De uitspraak ‘geen tweede Heusden’ nader definiëren en als basis voor verdere uitwerkingen hanteren (een ‘zachte’ vesting); • De vesting helen, niet door een complete reconstructie, maar door oorspronkelijke contouren van vestingonderdelen (of een zo nauwkeurig mogelijke benadering daarvan) te respecteren en in het ontwerp op te nemen en door de ‘wandelingen’ rond de vesting waar mogelijk aan te vullen; • De gelaagdheid van de vesting zichtbaar maken (relicten of onderdelen uit meerdere perioden mogen naast elkaar bestaan); • De dijk als een continue groene lijn te beschouwen (bomendijk) waar Ravenstein aan is opgehangen. Aan weerszijden is er zicht op de vesting aan de ene kant en de rivier aan de andere kant; • Bestaande en nieuwe functies indien nodig herschikken en afstemmen op de aard van de verschillende vestingonderdelen. 6
‘Geen tweede Heusden’ wil zeggen niet zo …
‘Harde vestingwerken’ Strak georganiseerd Aangeharkt en (volledig) gereconstrueerd Recht toe recht aan Een weinig gelaagd plan Sterk op toerisme gericht 7
bron: visitbrabant.nl, OVSL
… maar zo!
‘Zachte vestingwerken’ Enigszins informeel georganiseerd Losjes, geen complete reconstructie, maar wel weer heel en zichtbaar Vloeiende, landschappelijke lijnen Meerdere tijdslagen Niet alleen op toerisme gericht 8
bron: bd.nl, OVSL
versterken groene karakter en wandelmogelijkheden langs openbare en private plekken achterkanten naar het water als belangrijk kenmerk van Ravenstein verbindingen leggen met lange afstandsroutes en knooppuntnetwerken
Missende schakels in de wandelingen rond de vesting aanvullen 9
Veel achterkanten gericht op de vestinggracht, afwisseling openbaar - privé behouden 10
Per ontwikkeling onderzoeken of vestingonderdelen / -lagen kunnen worden versterkt 11
Dijk met bomenrijen als continue groene lijn 12
Vrij zicht over de uiterwaarden … 13
… en de vestinggracht
Functies indien nodig herschikken (spelen, hangen, informeren, parkeren, uitlaten, …) 14
Gebiedsvisie op hoofdlijnen
15
bron: topotijdreis.nl
4. Samenvatting gebiedsvisie op hoofdlijnen ‘Geen tweede Heusden’
Ravenstein is een ‘zachte’ vesting, met een landschappelijk, groene singel rondom. Daaraan liggen met name achterkanten en (groene) parkjes en tuinen. Wandelpaden maken het mogelijk kortere of langere rondjes te maken, afwisselend aan weerszijden van het water. De rand langs de Maas heeft het karakter van een groene wandelboulevard, waar de auto te gast is.
Relatie Ravenstein - Maas versterken
Zicht vanaf de dijk is cruciaal. Onder de bomen door zie je aan de ene kant de stromende rivier en de uiterwaarden, aan de andere kant is er zicht op de singelgracht en (oude) vestingwerken. Wandelpaden verbinden de binnenstad met de uiterwaarden. De versterkte dijk vormt een doorlopende lijn, waar de stad ‘aan opgehangen is’. Er wordt een duidelijkere verbinding gemaakt met de haven en het veer.
Zichtbare en beleefbare gelaagdheid en zichtbare en beleefbare (contouren van) vestingonderdelen
Per plek aan de singel wordt onderzocht hoe de geschiedenis in elkaar steekt en welke aspecten gecombineerd kunnen worden met nieuwe ontwikkelingen. Reconstructie kan, maar is geen hard uitgangspunt. Inspiratie is dat wel: telkens wordt de vraag gesteld of er (nieuwe) relaties kunnen worden gelegd tussen verleden en toekomst en welke (nieuwe) functies op welke plek kunnen landen.
Toekomstige ontwikkelingen niet uitsluiten
Met name de oorspronkelijke contouren en aard van de vestingonderdelen zijn leidend bij het zoeken naar nieuwe invullingen en leggen de basis voor heldere zones binnen het plangebied, die onderling nauw samenhangen. Elke zone krijgt een eigen programma en uitvoeringstraject, waarbij voortdurend onderlinge afstemming plaatsvindt. 1614
Inrichtingsplan (schetsontwerp)
bron: topotijdreis.nl
5. Bovenste Hoornwerk en omgeving Op dit moment is er sprake van een ontbrekende schakel in de vestinggordel ter hoogte van de Bleek. De continuïteit van de singel is weg, de situatie is onoverzichtelijk. De singelgracht maakt een haakse beweging en loopt van het centrum weg. De ontwikkeling van het gemeenschapshuis biedt een kans om het zichtbaar en beleefbaar maken van de vesting ter hoogte van de Bleek en het Bovenste Hoornwerk te versterken en ad hoc incidenten uit het verleden te heroverwegen. Ontwikkelingen die nu een plek krijgen (inpassing nieuwe gemeenschapshuis en dijkversterking) moeten inspelen op de (contouren en aard van de) vestingwerken en ontwikkelingen in de verdere toekomst niet frustreren. Beide ontwikkelingen zullen een grote impact hebben op het Bovenste Hoornwerk, de Benedenbleek en de plek van het half-bastion.
18
6. Kenmerken vestingonderdelen Het Bovenste Hoornwerk diende ooit ter verdediging van de stad en fungeerde als kogelvanger en geschutsplek in tijden van gevaar. In rustige tijden was het waarschijnlijk een gebied voor (tijdelijke) groene functies zoals bleek , weiland of moestuin. Reconstructie van de oorspronkelijke vorm met grondlichamen is niet het eerste doel. Wel wordt onderzocht wat kan passen bij de aard en kenmerken van het hoornwerk. Die kenmerken zijn (zie ook kaartje rechtsboven): • Vooruitgeschoven post, met naar binnen geklapte punt; • Open terrein, voor meerdere functies inzetbaar (flexibel); • Drie min of meer dichte zijden en een open ‘keel’ richting stad; • Duidelijke zichtrelatie tussen stad en hoornwerk; • Buitencontouren redelijk intact: noordzijde valt samen met dijk, zuidzijde met gracht tussen hoornwerk en woonwijk, oostzijde met dichte enclave van Veerhuis, enkele woningen, Jeugdwerkterrein en gracht; • ‘Keel’ is nu niet helder gedefinieerd,historische kaarten laten knik parallel aan half-bastion zien, exacte positie oorspronkelijke westrand van hoornwerk is (nog) niet bekend. 19
bron: topotijdreis, bron: Maurits Maurits Cobben, Cobben OVSL
Het half-bastion verving waarschijnlijk het meer naar het westen gelegen rondeel uit eerdere tijden. Tussen beide zijn restanten van een tunnel (holle beer) aangetroffen. Reconstructie van de oorspronkelijke vorm van het half-bastion in combinatie met de dijkversterking is een optie. Op dit moment is er echter nog geen programma voor de nadere functioneel-ruimtelijke invulling van een eventueel te reconstrueren half-bastion. De Benedenbleek was ooit een waterpartij of gracht. Het water terugbrengen is niet het eerste doel. Bovendien zijn er indicaties dat vervuilde grond is gebruikt om destijds de gracht te dempen. Wel wordt onderzocht wat past bij de bij de kenmerken: • Laag, leeg, vlak en open; • Tussengebied tussen vestingstad (met muren, rondelen en bastions) en verdedigingsgordel (van ravelijnen en hoornwerken). Net als voor de keel van het hoornwerk geldt ook voor de gracht en het half-bastion dat de exacte contouren op dit moment nog niet bekend zijn. Maar een zo nauwkeurig mogelijke duiding van die contouren (zie volgende pagina) biedt al wel houvast voor een nadere zonering en indeling van het plangebied en voor aantakkingen op de omgeving. Bovendien sluit het hanteren van die contouren toekomstige reconstructies niet op voorhand uit. 20
bron: topotijdreis, bron: Maurits Maurits Cobben, Cobben OVSL
Historische contouren als basis voor zonering hoornwerk 21
bron: topotijdreis.nl
7. Eerste schetsen en (referentie-)beelden
22
23
24
25
bron: OVSL / Meanderende Maas
26
27
28
8. Schetsontwerp hoornwerk en omgeving, vier belangrijke onderdelen
29
A. Dijkversterking
C. Ontsluiting
De manier van dijkversterking heeft een grote impact, niet alleen op de dijk en zijn profiel, maar ook op het half- bastion en de gebruikswaarde van het vlakke terrein binnen het hoornwerk. Ook de ontsluiting wordt hierdoor beïnvloed.
De komst van de nieuwbouw van Vidi Reo stelt nieuwe eisen aan de ontsluiting van het hoornwerk. Die loopt op dit moment via de Bleek. De vraag is of het wenselijk is dat zo te houden.
B. Positie nieuwbouw Vidi Reo
D. Parkeren
Omdat het bouwprogramma van Vidi Reo aanzienlijk is , is de positie van de nieuwbouw zeer bepalend voor de ruimtelijke opbouw van het hoornwerk en de gebruikswaarde daarvan.
Door de komst van Vidi Reo zal de parkeercapaciteit binnen het plangebied moeten worden aangepast. Dat geldt ook voor de dijkverzwaring en de ontwikkelingen rond het Veerhuis.
A. Dijkversterking
Scherm in huidige teen van de dijk Op dit moment wordt aan de binnenzijde van de dijk ingezet op het aanbrengen van een scherm in de teen van de huidige dijk langs het hoornwerk om ‘piping’ tegen te gaan. Dit gebeurt naast het verhogen van de dijk met een tuimeldijkconstructie. Dit betekent een zo min mogelijk ruimtebeslag van de dijk op het hoornwerk. Het scherm zal vermoedelijk lopen tot aan het half-bastion of via het half-bastion richting de kruin van de dijk. 30
B. Positie nieuwbouw Vidi Reo op hoornwerk
31
Midden op het hoornwerk
Tegen de dijk
+ gebouw als ‘object’, vrij in de ruimte, alzijdig gebruik mogelijk
+ gebouw als ‘voorportaal’ van de stad, direct aan belangrijkste entree
- fors ruimtebeslag, inefficiënt gebruik buitenruimte, open karakter hoornwerk en zichtrelatie met stad worden verstoord
- combinatie met dijk kan conflict opleveren, in het gebouw ontstaan grote hoogteverschillen, ontsluiting van het gebouw wordt lastig
Schakel tussen hoornwerk en bleek
Aan de zuidrand (= voorstel)
+ gebouw als ‘schakel’ tussen stad en hoornwerk, bakent ruimtes af en kan oude contouren versterken
+ gebouw als ‘onderdeel van de rand’, kan oude contouren herstellen, laat zichtrelatie en open karakter intact
- zichtrelatie wordt verstoord, open ‘keel’ van hoornwerk wordt afgeblokt
- relatie met / zicht naar woonbuurt is aandachtspunt
B. Positie nieuwbouw Vidi Reo op hoornwerk Aan de oostrand van het hoornwerk + maximale vrijheid voor de uitwerking en vormgeving van het gebouw - minimale relatie met het centrum, weinig ruimte rondom, enkelzijdige oriëntatie Op de Benedenbleek + gebouw dicht bij de stad - continuïteit vesting(-gracht) wordt verstoord, evenals de zichtrelatie hoornwerk - binnenstad, gebouw wordt eerder een blokkade dan een verbindende schakel 32
C. Ontsluiting nieuwbouw Vidi Reo en hoornwerk Huidige route: stad in - stad uit
Eenrichtingsverkeer linksom
+ geen aanpassingen nodig aan de dijk, de bekende situatie blijft gehandhaafd, geen extra conflictpunten
+ houd min of meer vast aan vertrouwde route, opvulling van parkeren van binnen naar buiten
- onlogische ontsluiting, genereert overlast in Walstraat en zoekgedrag op Bovenbleek Directe aansluiting op dijk (= voorstel)
Eenrichtingsverkeer rechtsom
+ verkeer van buiten wordt uit het centrum gehouden, minder verkeer in Walstraat, minder zoekgedrag
+ houd min of meer vast aan vertrouwde route
- aansluiting op dijk is lastig, vraagt om zorgvuldige uitwerking, ruimtebeslag afrit moet uitgezocht worden 33
- Walstraat (en centrum) blijven onderdeel van parkeerroute, uitrit vraagt zorgvuldige uitwerking
- bij te ver doorrijden ontstaat tegengesteld zoekverkeer of omrijgedrag, Walstraat (en centrum) blijven onderdeel van parkeerroute, inrit vraagt zorgvuldige uitwerking
D. Parkeren in het plangebied Uitbreiding Benedenbleek
Geconcentreerd op 2 plekken
+ past bij huidige ontsluiting, men ‘kent’ de situatie
+ veiligere situatie op de dijk, gedeelde capaciteit, sluit ontwikkeling naar concentratie op één plek niet uit
- nog grotere ‘plaat’, onaantrekkelijke ruimte tussen stad en hoornwerk
Verspreid, overal een beetje parkeren
Geconcentreerd op 1 plek (= voorstel)
+ dicht bij de ‘deur’ parkeren, ieder houdt zijn eigen broek op
+ veilige situatie op dijk, overzichtelijk voor bezoekers, scheiding bewonersparkeren, één duidelijke ontsluiting
- ‘overal’ staan geparkeerde auto’s, veel zoekgedrag tussen verschillende terreinen 34
- twee losse terreinen, zoekverkeer tussen beide concentraties, eventueel dubbele ontsluiting nodig
- groot parkeerterrein vraagt om zorgvuldige inrichting, langere afstand tot binnenstad
9. Inrichtingsplan op hoofdpunten en in fasen Fase 1
dijkversterking met scherm in teen, nieuwe afrit, tijdelijke uitbreiding parkeerterrein Benedenbleek, Vidi Reo langs zuidzijde met prominente kop, nieuwe wandelroutes langs oever richting Veerhuis 35
Fase 2
ontwikkeling half-bastion, nieuwe verbindingen naar centrum, verplaatsing parkeren naar middenterrein (tevens evenemententerrein), ontwikkeling park op Benedenbleek, nieuwbouw Jeugdwerk
10. Aandachtspunten voor het vervolg Voor de verdere uitwerking van de gebiedsvisie en het inrichtingsplan zijn de volgende punten van belang: • (voordurende) afstemming met uitvoeringsprogramma Meanderende Maas en uitwerking ontwerp Vidi Reo • meenemen van de uitkomsten van verkennende archeologisch onderzoeken en eventueel vervolg op die onderzoeken • nader uitwerken programma van eisen voor inrichtingsplan Hoornwerk en omgeving • uitwerken (nieuw) programma half-bastion en locatie Jeugdwerk •…
36
bron: onderzoek BAAC