Bijlage 1 B Toelichting - Berghemseweg 7 in Herpen.PDF
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Berghemseweg 7 Herpen - 2022 Toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 1 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022
Gemeente Oss, 8 februari 2022
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 2 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................ 5 1.2 Plangebied ....................................................................................................................................... 6 1.3 Geldende bestemmingsplannen ...................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie .............................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ............................................................................................................... 10 3.1 Beoogde situatie ............................................................................................................................ 10 3.2 Stedenbouwkundige karakteristiek ................................................................................................ 12 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................
14 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 14 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 16 4.3 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 16 4.4 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ......................................................................................................... 25 5.1 Landschap ..................................................................................................................................... 25 5.2 Natuur ............................................................................................................................................ 28 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ...................................................................................................... 31 5.4 Mobiliteit en parkeren ....................................................................................................................
37 5.5 Water ............................................................................................................................................. 37 5.6 Defensie ........................................................................................................................................ 39 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................... 41 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ...................................................................................................... 56 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................. 58 6.1 Algemeen ...................................................................................................................................... 58 6.2 Regels............................................................................................................................................ 58 Hoofdstuk 7 Handhaving ..................................................................................................................... 60 7.1 Beleidskader ..................................................................................................................................
60 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ................................................................ 60 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht............................................................. 61 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 62 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................ 63 9.1 Omgevingsdialoog ......................................................................................................................... 63 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................... 63 9.3 Inspraak ......................................................................................................................................... 63 9.4 Zienswijzen .................................................................................................................................... 63
REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek 1. Samenvatting en toetsresultaten www.dewatertoets.nl 2. Akoestisch onderzoek wegverkeer 3. Verkennend bodemonderzoek 4. Verkennend archeologisch bureau- en booronderzoek 5. Selectiebesluit
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 3 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
6. Aeriusberekeningen + notitie 7. Quickscan flora en fauna
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 4 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
TOELICHTING Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 5 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan is opgesteld om gevolg te kunnen geven aan de herbouw van een woning buiten het bestemmingsvlak aan Berghemseweg 7 in Herpen alsook het tegelijkertijd uitbreiden van het bestemmingsvlak van circa 600 m2 naar 1500 m2. De afbeeldingen hieronder geven (op perceelsniveau) inzicht in de plannen. Bestaande situatie
Toekomstige situatie
Enkelbestemming wonen 1500 m2
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 6 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Omdat het plan niet past in het vigerende bestemmingsplan heeft de initiatiefnemer, tevens eigenaar van de locatie, voor zijn plannen een verzoek ingediend bij de gemeente Oss. De gemeente Oss heeft ingestemd met het verzoek. Alvorens de initiatiefnemer voor zijn plan een omgevingsvergunning kan aanvragen en kan gaan uitvoeren is een juridisch-planologische grondslag nodig. Met deze reden is dit bestemmingsplan opgesteld, waarin wordt onderbouwd dat het plan getuigt van een goede ruimtelijke ordening. De regels en verbeelding die onderdeel zijn van dit bestemmingsplan vormen het nieuwe juridische-planologische kader. 1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Oss aan Berghemseweg 7 in Herpen. De ligging en begrenzing van het plangebied zijn globaal weergegeven op onderstaande luchtfoto’s.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 7 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
1.3 Geldende bestemmingsplannen Ter plaatse van Berghemseweg 7 in Herpen vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’, vastgesteld op 16 april 2020 door de gemeenteraad van Oss. De vigerende bestemming is deels ‘Wonen’ en deels ‘Agrarisch met waarden landschap’. In het plangebied is verder nog de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog’ van toepassing. Een deel van de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschap’ wil de initiatiefnemer gebruiken voor het wonen. Hij wil hier een deel van zijn her te bouwen woning projecteren en zijn tuin uitbreiden. Helaas biedt het bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2010 hiertoe geen mogelijkheden. Hieronder is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van Berghemseweg 7 in Herpen zoals gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl weergegeven (zie het rode pijltje voor de locatie-aanduiding).
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 8 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Tot de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 16 april 2020. Na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘Berghemseweg 7 Herpen – 2022’ verliest dit plan, binnen het plangebied, haar rechtskracht.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 9 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie In de bestaande situatie is op het perceel binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ van circa 600 m2 een (burger)woning met bijgebouwen ten behoeve van het wonen aanwezig. De afbeelding en foto’s hieronder illustreren dit.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 10 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Hoofdstuk 3
Beoogde situatie
3.1 Beoogde situatie Het verzoek is om de huidige woning en bijgebouwen te slopen en elders op het perceel nieuw te bouwen. Daarbij is het de bedoeling dat het bestemmingsvlak wonen wordt vergroot naar circa 1500 m2. Op onderstaande afbeelding is de situatieschets van de toekomstige situatie weergegeven.
Enkelbestemming wonen 1500 m2
3.1.1 Bebouwing De gevelbeelden van de nieuwe woning zijn als volgt (zie afbeeldingen hieronder).
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 11 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
De bouwhoogte van de nieuwe woning is 7,67 meter, de goothoogte varieert tussen de 2,5 en 3 meter. 3.1.2 Locatie en bestemming De nieuwe woning is deels gesitueerd ter plaatse van de vigerende bestemming ‘Wonen’ en deels ter plaatse van de vigerende bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap’. Het beoogde bijgebouw is gesitueerd ter hoogte van de vigerende bestemming ‘Wonen’. Omdat het juridisch-planologisch niet mogelijk is om de nieuwe woning ter plaatse van de vigerende bestemming ‘Agrarisch met waarden –
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 12 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
landschap’ te realiseren is aanpassing van de bestemming nodig. Met deze toelichting wordt gemotiveerd dat de aanpassing getuigt van een goede ruimtelijke ordening op basis waarvan de regels en verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan zijn opgesteld. De afbeelding onder 2.2. van deze toelichting geeft inzicht in het nieuwe bestemmingsvlak ‘Wonen’. Het nieuwe bestemmingsvlak is groter dan het huidige bestemmingsvlak. Nu het bestemmingsplan voor de locatiewijziging van de woning moet worden aangepast, wordt meteen het bestemmingvlak vergroot tot de reguliere 1500 m2 die voor woonbestemmingen in het buitengebied geldt. 3.2
Stedenbouwkundige karakteristiek
3.2.1 Stedenbouw De nieuwe woning zal wat vrijer komen te staan op het kavel waardoor er meer lucht komt tussen de aangrenzende woning. Daarnaast zal de woning wat verder van de weg af komen te staan in vergelijking met de huidige bebouwing. De huidige woning staat zeer dicht op de Berghemseweg. In de nieuwe situatie zal de woning wat verder naar achter komen te staan waardoor er aan de voorzijde van de woning wat meer ruimte komt. De positie van de woning op het kavel is zo geplaatst dat er nog een ruime afstand overblijft voor de agrarische bestemming waardoor de doorzichten naar het achter gebied gehandhaafd blijven. 3.2.2 Architectuur en beeldkwaliteit De architectuur van de woning kan worden omschreven als een woning die qua materiaal en vormentaal aansluit bij een landelijke woning die op een eigentijdse manier is ontworpen. In materiaal en kleur wordt is gezocht naar aardse en natuurlijk tinten die men terug kan vinden in de omgeving. De gevels van de woning wordt opgetrokken in een bruin genuanceerde metselwerk en wordt gedekt met een rieten kap. Accenten in de gevel zullen worden bekleed met hout in natuurlijke tint. De gevelopeningen zullen op een moderne manier zorgen voor een ingetogen woning waarbij de leefruimtes gericht zijn op het achter gebied.
De voorzijde van de woning aan de Berghemseweg zal wat gesloten zijn omdat hier de functies zitten met een wat meer geslotener karakter. De woning zal qua schaal niet afdoen aan de woning in zijn omgeving. Door een eenvoudig volume bestaande uit één bouwlaag met kap en ruime uitbouwen aan de achterzijde zorgt het ervoor dat de woning niet te massaal overkomt en past in de omgeving. Het programma word zodanig verdeeld over de begane grond, waarbij het mogelijk wordt om hierdoor een levensloopbestendige woning te creëren. Hierdoor is een woning ontworpen die stedenbouwkundig en architectonisch aansluit bij de kenmerken van de Berghemseweg. Hieronder zijn ter illustratie hiervan enkele artist impressions opgenomen.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 13 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
De huidige te slopen woning is qua omvang volgens de hedendaagse begrippen niet groot te noemen. Om het huidige stedenbouwkundige beeld niet te veel aan te tasten is ervoor gekozen om ook de nieuw te realiseren woning qua omvang beperkt te laten. Ook de goot- en bouwhoogte sluiten aan bij het huidige beeld. Voor het hoofdgebouw is een volume van 582 m3 beoogd. Door te werken met een vergunningsvrije aanbouw aan de achterzijde is het mogelijk om binnen het reeds in het vigerende bestemmingsplan toegelaten aantal m3’s voor hoofdgebouwen en zonder het huidige stedenbouwkundige beeld aan te tasten op de begane grond een levensloopbestendig programma te realiseren. 3.2.3 Functionele karakteristiek Er is in de nieuwe situatie sprake van de functies ‘Wonen’ en ‘Agrarisch met waarden - landschap’. Dit is in lijn met de huidige situatie waarin die functies ook voorkomen en in lijn met de functies die rondom het plangebied aanwezig zijn. 3.2.4 Groen en water In het plangebied is buiten de tuin behorende bij de woning geen sprake van groen of water.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 14 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Het plan voorziet niet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook niet van toepassing. Wel is op vrijwillige basis een samenwerkingsovereenkomst (anterieure overeenkomst) gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Oss, waarin is overeengekomen dat de initiatiefnemer betaalt voor het in procedure brengen van het bestemmingsplan, garant staat voor de planschade en andere minder vergaande afspraken worden gemaakt.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 15 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. In dit geval gaat het om het verplaatsen van bouwmogelijkheden, geen nieuw ruimtebeslag.
Het betreft hier daarom geen stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het kader van de SVIR en geformuleerd in de Bro, artikel 1.1.1 onder punt i: “Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of een zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen” en tot uiting komt in jurisprudentie hierover. De ladder voor duurzame verstedelijking behoeft voor onderhavige ontwikkeling dan ook niet nader doorlopen te worden. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 16 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. 4.2
Rijksbeleid
4.2.1
De Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De ontwikkeling is niet strijdig met De Nationale Omgevingsvisie. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 17 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.
Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd. Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst.
Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 18 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Door dit plan worden bouwmogelijkheden (herbouw één woning buiten het vigerende bestemmingsvlak) verplaatst. Geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling of iets dergelijks. Het initiatief is niet strijdig met de Brabantse Omgevingsvisie. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld.
Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Onderhavig initiatief ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Landelijk gebied’ heeft. Voor onderhavige ontwikkeling in het landelijk gebied geldt artikel 3.69 afwijkende regels wonen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Onder a.
van dat artikel is geregeld dat een bestemmingsplan van toepassing op het ‘Landelijk gebied’ kan voor zien in de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. In onderhavige situatie is het geval aan de orde dat een nieuwe woning wordt gebouwd, welke een bestaande woning vervangt. Juridisch (regels bestemmingsplan en voorwaarde vergunning) is verzekerd dat de bestaande woning wordt opgeheven. Er is in de huidige situatie vrijwel geen sprake van overtollige bebouwing. Het betreft hier een woonperceel met een normaal aantal m2’s aan bijgebouwen. De huidige bijgebouwen zullen net als de woning worden gesloopt. Er komt één nieuw bijgebouw voor in de plaats. Het nieuwe aantal m2’s aan bijgebouwen overschrijdt het reguliere maximale aantal dat voor woonpercelen in het buitengebied/ vergunningsvrij geldt niet.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 19 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. In paragraaf 3.1.2. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zijn regels gesteld over de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met het plan wordt invulling gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. De huidig op de locatie aanwezige functies zijn hier passend. Deze blijven dan ook bestaan. In de huidige situatie is geen sprake van overtollige bebouwing. Er is slechts sprake van een regulier aantal m2’s aan bijgebouwen dat voor een woonperceel in het buitengebied geldt. Twee losse bijgebouwen worden gesloopt. Er komt één nieuw bijgebouw voor in de plaats. Zorgvuldig ruimtegebruik is daarmee een feit. De veranderingen in de occupatielaag zijn passend op deze plek. Het gaat om een verplaatsing van bebouwing, waarbij de landschappelijke structuur zoals de omgeving die ter plaatse kent niet wordt aangetast. De woning blijft geclusterd met de naastgelegen bebouwing op nummer 9. Doorzichten blijven behouden. Het initiatief is gelegen in het landelijk gebied.
In paragraaf 5.1.2 wordt daarom aangeven hoe omgegaan wordt met het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss ernaar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Onderhavige ontwikkeling is niet strijdig met de Structuurvisie. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’.
Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 20 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid,
waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Het initiatief moet passen binnen de structuurvisie ‘Buitengebied Oss - 2015’.
Onderhavige locatie is gelegen in het gebied ‘Dekzandrand’ en is niet gelegen in een bebouwingsconcentratie. De dekzandrand is een overgangszone tussen het lagergelegen kleigebied en de hoger gelegen dekzandrug. De dekzandrand is van oudsher een geschikte bewoningsplaats. Er zijn in dit gebied veel archeologische waardevolle nederzettingsresten gevonden (en nog te verwachten). Ook zijn er oude verkavelingspatronen, houtwalstructuren en oude boerderijen te vinden. De dekzandrand is een intensief bewoond gebied. Herpen ligt op een dekzandrand. De dekzandranden kenmerken zicht van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een half-open karakter. Rond de
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 21 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
kernen en bebouwingsconcentraties liggen oude ontginningen met een onregelmatig verkavelingspatroon. Verder van de kernen af liggen nieuwere ontginningen met een van oorsprong smalle slagenverkaveling. In dit gebied komt veel kwelwater uit de hogere zandgronden aan het oppervlak. Daarom is het gebied grotendeels in lange smalle kavels (met slootjes) opgedeeld: het ‘slagenlandschap’. Deze kavels liggen loodrecht op de hogere dekzandrug, zoals bij de bosrand van Maashorst-Herperduin. Daardoor zorgen deze kavels voor ritme en geleding van de plek. De kenmerkende houtwallen waren vroeger in het hele gebied aanwezig. De verkaveling met deze perceelbeplanting is op veel plekken grotendeels verloren gegaan. De verkaveling is grootschaliger geworden. Momenteel zijn het grootschalige land- en tuinbouwgebieden, met een zeer open karakter. Het contrast tussen de historisch gegroeide patronen van de oude verbindingswegen en de rafelige dorpsranden enerzijds en de rationele lijnelementen van de latere ontginningen anderzijds geven dit gebied een eigen ruimtelijk karakter. Op veel plekken op de dekzandrand verschijnen hekken en schuilgelegenheden, is sprake van buitenopslag en er vinden steeds meer stedelijke activiteiten plaats. Het is op de dekzandrand niet de bedoeling nieuwe woningen toe te voegen. Bestaande woningen kunnen blijven.
Bedrijfswoningen kunnen omgezet worden naar burgerwoningen. Qua natuur liggen er geen grote opgaven. Er kunnen – met de verplichte regeling kwaliteitsverbetering van het landschap meer robuuste groene ‘vingers’ in de vorm van bosjes haaks op het bos van Maashorst-Herperduin als nieuwe landschappelijke structuur aangelegd worden. Hakhoutsingels kunnen worden teruggebracht en in de nattere delen kunnen deze bosjes in het kwelgebied gevormd worden met bomen die houden van natte omstandigheden. Onderhavig initiatief betreft het herbouwen van een bestaande burgerwoning. Het bouwperceel wordt hiervoor vergroot. Het bouwperceel is in de huidige situatie namelijk erg smal, waardoor niet op een doelmatige wijze een nieuwe woning die passend is in de huidige tijdsgeest gerealiseerd kan worden. Landschappelijke inpassing maakt geen onderdeel uit van het initiatief. Het initiatief is namelijk kleiner dan de drempelwaarde die conform de tussen de provincie en gemeenten in het RRO gemaakte afspraken geldt voor landschappelijke inpassing. Onderhavig initiatief is niet in strijd met de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. 4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht.
Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 22 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. • PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie.
Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • De omvang van de woningbouwopgave is afgeleid van de prognose van de provincie NoordBrabant. De meest recente prognose is van september 2020 en vormt het kader voor de afweging en verantwoording van nieuwe plannen. Ten opzichte van de eerdere prognose van 2017 is de benodigde groei van de woningvoorraad fors verhoogd, met name tot 2030. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. • De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen.
In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus, Oss als woongemeente versterken. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen Onderhavig plan is onderdeel van de harde plancapaciteit. Het gaat hier om herbouw van een bestaande woning op een andere plek (buiten het bestemmingsvlak): bestaande voorraad. Geen sprake is van de 1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 23 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
ontwikkeling van een nieuwe woning. Het plan hoeft met die reden niet kwantitatief of kwalitatief ten opzichte van het woningbouwprogramma te worden gemotiveerd. Het initiatief is niet strijdig met het Osse woonbeleid. 4.4.5 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. In het welstandsvrije deel van de gemeente blijft de mogelijkheid bestaan om bouwplannen voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur voor een vrijblijvend welstandsadvies. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument.
Voor het plan is geen beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zijn niet vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd. 4.4.6 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is er op gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan.
Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage opgenomen bij de regels van dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 24 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publieksaantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 25 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
Hoofdstuk 5
5.1
Omgevingsaspecten
Landschap
5.1.1 Nota Landschapsbeleid Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld. De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van niet-inheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. Onderhavig initiatief is gelegen in het deelgebied ‘Dekzandrand’.
De dekzandrand is een overgangszone van het lagergelegen kleigebied naar de hogergelegen dekzandrug. De dekzandgebieden zijn van oudsher de meest geschikte bewoningsplaatsen. Er zijn daarom ook veel archeologische waardevolle nederzettingsresten gevonden (en nog te verwachten), evenals oude verkavelingspatronen, (hout)walstructuren en oude boerderij- en, met name in de noordelijke rand van de stad Oss. In en rond de kernen en buurtschappen bevinden zich oude ontginningen en ontginningspatronen. Op grotere afstand van deze kernen en buurtschappen zijn later ontstane nieuwere, grootschaliger ontginningen te vinden. De dekzandranden kenmerken zich van oorsprong door een kleinschalige opbouw, met een halfopen tot besloten karakter en met nabij de kernen een onregelmatig verkavelingspatroon. Het contrast tussen de historisch gegroeide patronen van de oude verbindingswegen en rafelige dorpsranden en de rationele lineaire elementen van de grootschalige ontginningen geven dit gebied een eigen ruimtelijke karakteristiek. Het gewenste ruimtelijk beeld voor de dekzandranden is dat van een afwisselend en groen beeld. Zo kan het kleinschalige en halfopen (tot besloten) karakter weer worden teruggebracht. Het terugbrengen van de kleinschaligheid kan plaatsvinden door de aanplant van opgaand groen.
Voor het verkavelingspatroon in deze overgangszone geldt dat gestreefd moet worden om bij de kernen en clusters de onregelmatige blokverkaveling te behouden en versterken. In het overige gebied is het doel de regelmatige slagenverkaveling loodrecht op de dek- zandrug -met zeer smalle percelen- te behouden en verbeteren. Deze structuren kunnen benadrukt worden door herstel en uitbreiding van kavelrandbeplanting in de vorm van houtwallen en singels. Nieuwe aanplant en herstel van houtwallen draagt bij aan de verhoging van de natuurwaarden in dit gebied. Ook kunnen meer robuuste groene ‘vingers’ in de vorm van bosjes haaks op het bos van Herperduin als
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 26 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
nieuwe landschappelijke structuur aangelegd worden. Deze smalle bosjes in het kwelgebied kunnen bestaan uit bomen die houden van natte omstandigheden: bijvoorbeeld elzen-essen hakhoutbosjes. Daar waar de grond minder vochtig is, kunnen eikenbosjes aangeplant worden. Dit afwisselend landschap zal een scala aan zoogdieren (waaronder de das), vogels en insecten aantrekken. De kalkrijke kwel op de dekzandrand draagt bij aan de ecologische potenties van het gebied. Er wordt dan ook gestreefd naar behoud en ontwikkeling van waardevolle (kwel-)vegetaties in sloten en aan slootkanten. Er bestaan goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van natte hooilanden met bloemrijke kruidenvegetaties en amfibieënpoelen. Vanuit ecologisch oogpunt is het leggen van een relatie tussen zand- en kleigebied wenselijk, zoals met de smalle ‘landschapszone’ van Herperduin naar de Hertogswetering is gebeurd. Deze zone kan verder ontwikkeld worden door deze breder te maken. De gemeente Oss kan deze ontwikkeling in gang zetten, omdat zij gronden in eigendom heeft aansluitend op deze zone. Nieuwe functies kunnen bijdragen aan de gewenste landschappelijke verbeteringen. De slagenverkaveling met kavelrandbeplanting kan hierbij prima dienen als casco. De volgende aandachtspunten in/ bij ontwikkelingen op de ‘Dekzandranden’ worden genoemd: -
herstel kavelrandbeplanting als voorwaarde bij ontwikkelingen in bestemmingsplannen opnemen; onderzoeken hoe uitbreiding van kavelrandbeplanting kan worden bewerkstelligd op gronden van particulieren (subsidievormen stimuleren randen/ landschapspakketten bijvoorbeeld); nieuwe ontwikkelingen en/ of functies landschappelijk inpassen en laten bijdragen aan de gewenste landschappelijke verbeteringen; onregelmatige blokverkaveling nabij kernen versterken; in het overig gebied regelmatige slagenverkaveling loodrecht op de dekzandrug versterken; bestaande kavelrandbeplanting in bestemmingsplan opnemen stimuleren; in de dekzandrand inzetten op transformatie, het toelaten van nieuwe functies onderzoeken; als gemeente actief inzetten op verbreding van de landschapszone Herperduin-Hertogswetering; de ecologische potenties op de dekzandrand vergroten door de aanwezigheid kalkrijke kwel uit te buiten; ontwikkelen streekeigen bouwstijl (kortgevel boerderij/ landhuis).
Onderhavig initiatief past in het deelgebied ‘Dekzandrand’ van de Nota Landschapsbeleid – 2015. Er wordt een oude woning gesloopt en een nieuwe woning in de gewenste bouwstijl (in architectuur en beeldkwaliteit, niet in volume) voor dit gebied ontwikkeld. 5.1.2
Kwaliteitsverbetering van het landschap
Regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit staat in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. In januari 2013 is het afsprakenkader over de toepassing en uitwerking van deze regeling vastgesteld. Dit regionale afsprakenkader is oorspronkelijk bedoeld als uitwerking van regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de Verordening ruimte. Het afsprakenkader geldt nog steeds. Toepassingsbereik De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie. Deze notitie geeft de minimale inspanning aan die de gemeente Oss regionaal heeft afgesproken. Gemeenten hebben alle vrijheid om meer kwaliteitsverbetering te verlangen als ze dat nodig vinden op
Bestemmingsplan Berghemseweg 7 Herpen – 2022, pag. 27 van 63 Vastgesteld 8 februari 2022
basis van beleids- of gebiedsambities. Het afsprakenkader is nadrukkelijk geen ruimtelijk afwegingskader. Gemeenten moeten zelf beoordelen of een ontwikkeling ruimtelijk gewenst is. Vervolgens kan aan de hand van het afsprakenkader beoordeeld worden waar de kwaliteitsverbetering minimaal aan moet voldoen. Afspraken toepassingsbereik 1. de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact: • cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie • cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing • cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4.
De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Het initiatief betreft de herbouw van een bestaande woning op een plek die deels buiten het bestemmingsvlak ligt. Het bestemmingsvlak wordt vergroot van circa 600 m2 naar circa 1500 m2. De ontwikkeling is in het afsprakenkader gecategoriseerd in categorie 1: geen landschappelijke inpassing. Dit betekent dat kwaliteitsverbetering van het landschap niet aan de orde is. Er is geen landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Onderhavige ontwikkeling betreft een categorie 1 ontwikkeling. Een bestaande woning wordt herbouwd. De woning wordt niet groter dan 750 m3, dit wordt ook juridisch gezien in dit bestemmingsplan niet toegelaten. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsvlak ‘Wonen’ vergroot tot 1500 m2 totaal. Dit alles resulteert in de conclusie dat sprake is van een categorie 1 ontwikkeling. Landschappelijke inpassing of een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap is niet aan de orde.