CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording nagekomen vragen commissies windenergie.docx

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente OssBij agendapunt: Agenda gerelateerd Verkenning Duurzame Polder1.767 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording nagekomen vragen windenergie. Dit document bevat de antwoorden op nagekomen vragen die raadsleden hebben nagezonden naar aanleiding van de hoorcommissies windenergie op 16 en 23 september. Hieronder ziet u in zwart de vragen en in rood de beantwoording van de experts. Geluid en laagfrequent geluid  Omdat er weinig tijd overbleef voor beantwoording van de vragen over geluid voelde ik me bezwaard om door te vragen. Daarom graag een completer antwoord op vraag 6 van thema 16. Met name met betrekking tot de kaarten. Nog geen antwoord. 

Als antwoord op vraag 13 van thema 16 werd gemeld dat laagfrequent geluid goed wordt afgeremd door ramen en muren. Andere bronnen, zoals Jan de Laat van het LUMC zeggen echter dat laagfrequent geluid zelfs door de grond heen gaat. Uit een studie van het RIVM uit 2013 zou blijken dat laagfrequent geluid door muren en daken gaat en binnenshuis zelfs drukgolven kan veroorzaken. Is de heer Geleijns hiermee bekend? Wat is zijn reactie? Nog geen antwoord.

De heer Geleijns gaf aan dat schepen, railverkeer en compressoren een hoger aandeel laagfrequent geluid hebben. Verschil met windmolens is dat het bij treinen en schepen om tijdelijk geluid gaat en bij windmolens continu doorgaat, zolang het waait. Klopt dit? Is dit een reden om toch een aparte norm voor laagfrequent geluid te gaan hanteren? Een aparte norm vaststellen voor laagfrequent geluid /LFG is niet voor de hand liggend. De heer Geleijns gaf aan dat de winturbines op dezelfde plek blijven staan en andere bronnen “mobiel’ zijn, dat is wat anders van continu versus niet continu geluid en meer een nietakoestisch gegeven, dat de hinder kan beïnvloeden. Bij bepaling van de wettelijke normen zullen hoogstwaarschijnlijk de specifieke blootstelling-effect-curves zijn gebruikt die horen bij windturbinegeluid, zoals wij interpreteren uit het feit dat de geluidnormen voor windturbines lager/strenger zijn dan die voor wegverkeer/railverkeer/industrie. Dit is namelijk passend bij het beeld uit wetenschappelijke literatuur dat windturbinegeluid bij de zelfde dB’s aan blootstelling, een hoger percentage ernstige geluidhinder geeft dan geluid van die andere bronnen. Er wordt in de norm dus reeds rekening gehouden met de relatieve hogere hinderlijkheid van geluid van windturbines (of dit nu door het laagfrequente aspect komt of andere unieke facetten) ten opzichte van andere bronnen.

Een aparte norm voor laagfrequent geluid heeft ons inziens daarom geen toegevoegde waarde. Dit nog los even van de discussie of een hoger beschermingsniveau gewenst is.

Als antwoord op vraag 15 van thema 16 werd gezegd dat laagfrequent geluid al in de norm zit. Dat geldt voor Nederland, maar niet voor Denemarken. Welk effect heeft deze norm voor de vergunningverlening in Denemarken? De Denen zullen toch niet voor niets deze norm hebben vastgesteld? Wat betekent het in de praktijk? De Nederlandse norm (47dB Lden) en de Deense norm bieden een vergelijkbaar beschermingsniveau: De Deense norm geldt namelijk voor binnen en de Nederlandse norm voor buiten op de gevel. Vanwege dit verschil tussen binnennorm en buitennorm, zou het nog de moeite waard kunnen zijn het effect voor verschillende woning-isolatietypen en windturbines (hoogte etc) nader te onderzoeken. Dit zou wellicht in het afwegingskader voor de Osse situatie betrokken kunnen worden, bijvoorbeeld door woningen met lagere isolatiewaarde een hoger beschermingsniveau te geven (bijvoorbeeld windmolens op grotere afstand) en/of als gemeente te helpen om deze woningen op een goede/duurzame manier te isoleren tegen geluid (waarbij ook aandacht is voor goed kunnen blijven ventileren).

Klopt het dat laagfrequent geluid veel verder draagt dan hoorbaar geluid en dat het daarom niet handig is om alles in één norm te stoppen? Het klopt dat LFG (wat niet perse onhoorbaar is) ver kan dragen afhankelijk van

bodemsoort/water en overige omstandigheden. Deze zijn verdisconteerd in 1 maat (zie toelichting bij vraag hierboven). Een aparte norm voor verschillende omstandigheden en bodemtypes is niet wenselijk. Wel zullen, zover wij weten, de verschillende bodemtypes en omstandigheden worden betrokken in berekening van de lokale geluidcontour en dus meegenomen worden in waar windmolens wel of niet kunnen worden geplaatst ten opzichte van woningen. 

Mevrouw van Kamp van het RIVM was slecht te verstaan en ik voelde me bezwaard om door te vragen. Zij refereerde alleen aan het onderzoek van Poulsen. Is zij bekend met het onderzoek van Jan de Laat van het LUMC? Wat vindt ze van zijn bevindingen? Klopt het dat de schadelijke effecten van laagfrequent geluid pas na langere tijd optreden? Is zij op de hoogte van het feit dat ook aan de Universiteit van Groningen onderzoek naar laagfrequent geluid wordt gedaan? Onderzoek van De Laat is niet gepubliceerd en daarom kan het RIVM daar geen oordeel over vellen. Maar het gaat om een literatuur review (dus geen nieuw onderzoek maar het beschouwen van bestaande literatuur/onderzoeken) en specifiek over het onderzoek van Poulsen (enige onderzoek dat LFG betrekt). Zowel het RIVM als De Laat heeft dus enkel het onderzoek van Poulsen over LFG om op te varen. Vandaar deze reactie. Er zijn verschillende onderzoeken van de Universiteit Groningen bij het RIVM bekend, o.a. die onder supervisie van Frits van den Berg. Welk onderzoek wordt specifiek naar verwezen? En idem: er is over hun bevindingen nog niet gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, dus het RIVM kan daar nog geen oordeel over vellen.

Wat vindt het RIVM van het advies van Jan de Laat om de norm te verlagen naar 35 dB of een afstandsnorm van vijf keer de ashoogte aan te houden? Een afstandsnorm levert ongelijke beschermingsniveaus op voor omwonenden, vanwege verschillen in propagatie van geluid op verschillende typen bodem/ondergrond en landschap. Zoals bij de bijeenkomst van 23 september besproken, kan men gemeentelijk beleid formuleren om een hoger beschermingsniveau te hanteren dan wettelijk is voorgeschreven (47dB Lden). Op grond van gezondheidsbescherming vinden GGD en RIVM 45dB Lden (voorgesteld door WHO in 2018) of lager zeker verdedigbaar.

Impact op (weide)vogels, fauna en vleermuizen Ik heb een paar vervolgvragen naar aanleiding van de beantwoording door het IVN (waarvoor dank):  Rubriek 15, vraag 2: in het antwoord van IVN wordt gesproken over het ‘afpalingsrecht’ rond eendenkooien. Bij welke eendenkooien in de Duurzame Polder bestaat dat recht? Betekent het dat binnen een straal van 753m rond zo’n eendenkooi geen windmolen mag worden geplaatst? Of alleen met toestemming van de eigenaar van de kooi? Of alleen met toestemming van de pachter/beheerder? 

Vraag 3 van rubriek 15 (over subsidie) is nog niet beantwoord. Graag alsnog antwoord.

IVN meldt dat er ook rode lijstsoorten voorkomen, zoals de Kleine Zwaan, ‘waarvoor wettelijke verplichtingen gelden’. Wat houden die wettelijke verplichtingen in en wat betekenen ze concreet?

Juridische procedure 

Welke gevolgen heeft het arrest van het EU hof. Hoe zit dit nu precies?

EZK kent het bericht dat Stichting Democratisch Energie Initiatief een kort geding heeft aangespannen tegen de bouw van windparken Drentse Monden en Oostermoer en Pottendijk. De stichting baseert zich op een arrest van het Hof van Justitie naar aanleiding van vragen van een Belgische rechter of milieunormen in een Vlaamse wettelijke regeling procedureel wel op de juiste wijze tot stand zijn gekomen, meer in het bijzonder of niet een zogeheten plan-MER had moeten worden opgesteld.

 

Dit arrest heeft betrekking op de Vlaamse regelgeving. Er wordt niet ingegaan op Nederlandse algemene regels. De algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer blijven onverminderd van toepassing. In Nederland heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 3 april 2019 juist geoordeeld dat voor de Nederlandse algemene regels (uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer) geen plan-MER-plicht geldt. Dit oordeel was gebaseerd op een eerder arrest van het Hof van Justitie, waarvan het arrest in deze Vlaamse zaak een bevestiging is. EZK is daarom van mening dat dit arrest geen gevolgen heeft voor het Nederlandse stelsel. Waarbij het uiteindelijk aan de hoogste rechter is, om hier op basis van een aangespannen zaak, een eindoordeel over te vellen. Beantwoording laatste vraag door Ton Brouwers:

Het arrest van het EU Hof van 25 juni 2020 heeft betrekking op de verplichting een milieueffectrapport (MER) op te stellen voor plannen of programma’s die aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Volgens vaste rechtspraak kunnen ook bepalingen die zijn vormgegeven als algemeen verbindend voorschrift, als plan of programma worden aangemerkt. In dit geval heeft het Europese Hof een algemeen verbindend voorschrift van de Vlaamse regering met milieuregels over de bouw en exploitatie van windturbines aangemerkt als plan of programma dat aanzienlijke milieugevolgen kan hebben. Dit betekent dat de Vlaamse regering vóór de vaststelling van deze regeling een MER had moeten maken. Dit MER kan alsnog worden opgesteld. In de tussentijd kunnen aanvragen voor de bouw en exploitatie van windturbines niet aan deze Vlaamse regeling worden getoetst, omdat de rechter de regeling buiten toepassing moet laten wegens strijd met Europese regelgeving. Het Nederlandse Activiteitenbesluit milieubeheer is mogelijk vergelijkbaar met de Vlaamse regeling, zodat het arrest ook gevolgen zou kunnen hebben voor het Activiteitenbesluit milieubeheer.

In een uitspraak van 3 april 2019 (windlocatie Battenoord Goeree-Overflakkee) heeft de Raad van State geconcludeerd dat de in het Activiteitenbesluit opgenomen bepalingen voor windturbines geen plan of programma vormen die aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, omdat deze bepalingen niet concreet bijdragen aan de totstandkoming van een windproject. De Raad van State zal uitsluitsel moeten geven of het arrest van 25 juni 2020 tot een andere conclusie moet leiden. Op dit moment zijn hierover nog geen uitspraken gedaan. Dit betekent dat het arrest nog geen gevolgen heeft voor Nederland. Het heeft geen zin te anticiperen op een uitspraak van de Raad van State over het arrest van 25 juni 2020. Het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat algemene regels voor windturbines die rechtstreeks gelden, zolang de Raad van State geen aanleiding heeft gezien deze regeling buiten toepassing te laten wegens strijd met Europese regelgeving. Dit betekent dat mag worden uitgegaan van de regels in het Activiteitenbesluit. Additionele nagekomen vraag aan Robert Aerts (Enexis) De gemeente Oss heeft als doel 17 % van de RES opgave NOB duurzaam op te wekken. Dat is 0,255 TWh (van 1,5 TWh) De vraag: hoeveel terrawattuur wordt er nu met grootverbruikersaansluiting geproduceerd in Oss? Het antwoord: De gemeente Oss wekt nu circa 7,8% van haar opgave op. Dat is dus 0,02 TWh

(er is dus geen onderscheid te maken tussen klein- en grootverbruik). Dit kan ik je helaas ook niet aanleveren omdat data voor grootverbruik geen "open data" is. Daarnaast zijn er nog tal van duurzame projecten die nog gerealiseerd moeten gaan worden. (Enexis heeft hier dus al wel goedgekeurde offertes van). Om het RES bod te halen zullen er dus nog meer initiatieven zon/wind bij moeten gaan komen. Mocht het zijn dat er nog vragen zijn, neem dan contact met mij op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f643cafe-0e88-4afc-b9ba-ef686ce73605