CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL_IMRO_0828_BPgalerijheuvel-VG02_tb

Gemeenteraad 28 mei 2026, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit Galerij / Heuvel Oss - 202415.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMINGSPLAN Galerij / Heuvel Oss - 2024 Bijlage bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting

Bestemmingsplan Galerij / Heuvel Oss – 2024 Bijlage 1

- Aeriusberekeningen + notitie

Bijlage 2

- Quickscan flora en fauna

Bijlage 3

- Archeologisch onderzoek

Bijlage 4

- Verslag omgevingsdialoog

Bijlage 5

- Digitale watertoets

Bijlage 6

- Akoestisch onderzoek

Bijlage 7

- Historisch bodemonderzoek

Bijlage 8

- M.e.r.-notitie

Bijlage 9

- Selectiebesluit

Bijlage 1

- Aeriusberekeningen + notitie

Notitie AERIUS-berekening Datum Onderwerp Kenmerk Bijlagen

9 november 2023 AERIUS-berekeningen Galerij/Heuvel, Oss 2x output AERIUS-calculator

Aanleiding In verband met het planvoornemen om aan Galerij/Heuvel in Oss 3 winkelruimtes, 35 appartementen en 4 stadswoningen te realiseren is deze notitie opgesteld. Ter plaatse is bebouwing aanwezig waar winkels gevestigd. Het gaat om een overdekte winkelpassage waar veel leegstand aan de orde is. De bedoeling is om de bebouwing te slopen en het nieuwe programma te realiseren. Initiatieven in de fysieke leefomgeving mogen Natura 2000-gebieden niet schaden. In verband daarmee is het van belang dat bezien wordt in hoeverre een dergelijk initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Met behulp van de AERIUS-calculator kan dit voor het aspect stikstofdepositie voor zowel het realiseren (slopen, bouwen, aanleggen) als gebruiken van een locatie inzichtelijk worden gemaakt. Sinds de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht is geworden was het niet meer nodig om dit voor de realisatiefase te doen. Deze wet bevatte namelijk vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van bouwprojecten. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159).

Sindsdien moet voor initiatieven in de fysieke leefomgeving zowel voor de gebruiks- als realisatiefase weer een aeriusberekening worden gemaakt. In de Regeling natuurbescherming is opgenomen dat met de laatste versie van de AERIUS Calculator gerekend moet worden. De stikstofdepositie die bij de realisatie van het initiatief en het gebruiken ervan op nabijgelegen Natura 2000 gebieden tot stand komt is met behulp van de AERIUS-calculator welke op 9 november 2023 online was berekend (versie 2023). De PDF-exports met de rekenresultaten zijn bijgevoegd bij deze notitie. In deze notitie wordt aanvullend ingegaan op de (achtergrond van de) invoergegevens. Het initiatief De ontwikkeling betreft de sloop van bestaande bebouwing, de realisatie en het gebruik van drie winkelruimtes, 35 appartementen en 4 stadswoningen. De ligging van het perceel is als volgt (zie de afbeelding hieronder).

1

Het is uiteindelijk de bedoeling het plangebied als volgt in te richten (eerste afbeelding: schematische weergave begane grond, tweede afbeelding: indeling eerste verdieping, derde afbeelding: sfeerimpressie).

2

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 10,9 kilometer van het plangebied en is ‘Rijntakken’. Gebruiksfase 3

De gebruiksfase is beoogd in 2025. Het gebied kan worden getypeerd als centrum, zeer sterk stedelijk. Met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan geldt aan de hand van de CROW-normen de in de tabel opgenomen worst-case verkeersaantrekkende werking per etmaal. Functie Koop, huis, vrije sector Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Koop, appartement, midden Koop, appartement, duur Winkels | Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000 – 100.000 inwoners

Aantal stuks of m2 BVO 4 10

Norm 5,3 1,6

Totaal 21,2 16

16

5,3

84,8

9 440 m2

5,3 28,6 per 100 m2 BVO

47,7 125,84

295,54 mvt/ etmaal

Van de totale verkeersgeneratie wordt rekening gehouden met 5% middelzwaar vervoer en 5% zwaar vervoer. Bij het invoeren van deze gegevens is het traject vanaf omliggende straten gebruikt naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats buiten het plangebied, omdat het plangebied in voetgangersgebied is gelegen. Het wegtype is ‘binnen bebouwde kom’. In verband met stationair draaien i.v.m. wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal 5 minuten stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per etmaal

norm gram per uur NOx 2024

norm gram per uur NH3 2024

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

licht

266 mvt / 22 uur

3,768

0,183

82,90

4,0

middelzwaar

15 mvt / 1 uur

62,8648

0,7606

62,86

0,76

zwaar

15 mvt / 1 uur

71,0118

0,9054

71,01

0,91

216,77 g/NOx

5,67 g/NH3

Totale emissie per etmaal

4

Totale emissie per jaar

(per etmaal)

(per etmaal)

79.121,05 g/NOx (per jaar)

2.069,55 g/NH3 (per jaar)

Resultaat gebruiksfase Het resultaat van de berekening is dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Realisatiefase Bekeken is om welke stikstof uitstotende werkzaamheden het in het sloop- en bouwproces gaat, de realisatiefase. De realisatiefase bestaat uit machines die voor de sloop en bouw worden gebruikt en vervoersbewegingen van en naar de sloop- en bouwplaats. Het sloopproces en het bouwproces van de beoogd aannemers is in beeld gebracht. Aan de hand daarvan zijn met de AERIUS-calculator berekeningen uitgevoerd. Voor het slopen geldt dat zoveel mogelijk wordt gedemonteerd teneinde kan worden gerecycled. Verder wordt ter plaatse met behulp van een graafmachine gesloopt. De beoogde aannemers hanteren over het algemeen de volgende werkwijze: iedere dag nemen de bouwvakkers het materiaal dat zij die dag op de bouw nodig hebben mee. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en het benodigde zware vervoer naar de bouw. Daarnaast worden veel producten prefab in de fabriek gemaakt. Dat bespaart machinegebruik op de bouwlocatie. Deze producten worden met zwaar vervoer (volle vrachtwagens) bij de bouw aangeleverd. Hieronder zijn de waarden opgenomen die gebruikt zijn als input voor de AERIUS-berekening om de eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de realisatiefase op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te kunnen bepalen.

Indicatoren sloop: Het slopen duurt vier weken, 20 werkdagen. Er wordt gedemonteerd. Verder worden twee graafmachines ingezet. Er wordt ter plekke geen puinbreker gebruikt. •

Graafmachines: 320 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, 4% Ad Blue;

Indicatoren vervoer van en naar sloop en stationair draaien op bouwplaats: De twee graafmachines worden 4 keer aan- en afgevoerd: 16 zware vervoersbewegingen. Sloopafval wordt via zwaar vervoer afgevoerd: 160 zware vervoersbewegingen. Werklieden (4 personen in 4 bussen) komen gedurende vier weken van vijf werkdagen met licht vervoer: 160 lichte vervoersbewegingen. Bij het invoeren van deze gegevens is het traject vanaf omliggende straten gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’.

5

In verband met stationair draaien voor het wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal 15 minuten stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per jaar

norm gram per uur NOx 2024

norm gram per uur NH3 2024

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

licht

160 mvt / 40 uur

3,768

0,183

150,72

7,32

zwaar

176 mvt / 44 uur

71,0118

0,9054

3.124,52

39,84

3.275,24 g/NOx

47,16 g/NH3

Totale emissie

Indicatoren bouw: Activiteit

Mobiel werktuig

Gebruik (uren)

Aandrijving

Grondwerk

Rupskraan 5 ton

128

Diesel

Brandstofverbruik Ad-Blue (liter/uur) verbuik (l/uur) 8 4%

Grondwerk

Shovel 20 ton

192

Diesel

10

4%

Betonwerk

Verreiker D

48

Diesel

3

nvt

Betonwerk

Graafmachine D

64

Diesel

3

nvt

Daken

Verreiker D

56

Diesel

6

3%

Kozijnen en glas

Bouwkraan

120

Diesel

11

4%

Betonwerk

Betonpomp

64

Diesel

20

4%

Betonwerk

Betonmixer

64

Diesel

11

4%

Stage STAGE V 75 560 kW STAGE IV 75 560 kW STAGE IIIB 56 75 kW STAGE IIIA <56 kW STAGE IV 56 75 kW Stage IV, 75560kW STAGE IV 75 560 kW STAGE IV 75 560 kW

6

Grondwerk

Rupskraan 5 ton

160

Diesel

8

4%

Bestrating

Trilplaat

40

Diesel

1,5

nvt

STAGE V 75 560 kW Stage V, < 56 KW

Indicatoren vervoer van en naar bouwterrein: Tijdens de bouw zal sprake zijn van 8900 lichte vervoersbewegingen (bouwvakkers in bussen al dan niet met aanhanger) totaal. Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de bouwvakkers tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht en voor de afvoer van bouwafval worden middelzware en zware vervoersmiddelen ingezet. Het gaat dan om de aan- en afvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: - aan- en afvoer van graafmachines, 18 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van hoogwerkers, 18 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van afvalcontainers, 240 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van grond, 280 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van bouwhekken, 6 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van bouwketen, 4 vervoersbewegingen; - aanvoer van beton, 120 vervoersbewegingen; - aanvoer van gevelstenen, 32 vervoersbewegingen; - aanvoer van prefab vloeren, 40 vervoersbewegingen; - aanvoer van dakplaten, 20 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van metselsilo, 8 vervoersbewegingen; - aanvoer van kalkzandsteenelementen, 60 vervoersbewegingen. Het gaat voor het gehele project om 846 middelzware en zware vervoersbewegingen totaal. Bij het invoeren van deze gegevens is worst-case uitgegaan van zwaar vervoer, waarvoor het traject vanaf omliggende straten is gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’.

In verband met stationair draaien voor het wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal 15 minuten stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per jaar

norm gram per uur NOx 2024

norm gram per uur NH3 2024

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

licht

8900 mvt / 8900 uur

3,768

0,183

33.535,2

1.628,7

7

zwaar

846 mvt / 846 uur

Totale emissie

71,0118

0,9054

60.076,00

756,97

93.611,2 g/NOx

2.385,67 g/NH3

De realisatiefase is beoogd in 2024. Resultaat realisatiefase Het resultaat van de berekening is de realisatiefase van het plan niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Conclusie Het plangebied ligt op circa 10,9 kilometer van het dichtstbij gelegen stikstofgevoelige Natura2000-gebied (Rijntakken). Uit de berekeningen volgt dat zowel door de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in Nederland. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000gebied. Op basis van de AERIUS-resultaten hoeft er geen verder onderzoek naar stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen uitgevoerd te worden en is het niet nodig een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Pittiger in planologie Heuvel 21, 5341CV Oss Galerij/Heuvel, Oss Realisatiefase 39 woningen en 3 winkelruimten RaSodUjggUzE 09 november 2023, 18:06 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar Realisatefase 39 woningen, 3 winkelruimten - Beoogd 2024

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage Realisatefase 39 woningen, 3 winkelruimten - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

5,2 kg/j

278,7 kg/j

2/8

Projectberekening

Realisatefase 39 woningen, 3 winkelruimten (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen 3 Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen sloop 4 Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen bouw  Verkeersnetwerk

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,5 kg/j 171,5 kg/j 50,0 g/j 3,3 kg/j 2,4 kg/j 93,6 kg/j 0,3 kg/j 10,3 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RaSodUjggUzE (09 november 2023)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatefase 39 woningen, 3 winkelruimten" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Realisatefase 39 woningen, 3 winkelruimten, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer sloop en bouw X:164592,27 Y:420119,95 1.575,11 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 10,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 2,5 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

8.900,0 /jaar 0,0 /jaar 846,0 /jaar 0,0 /jaar 160,0 /jaar 0,0 /jaar 176,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/8

Projectberekening

2

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele werktuigen X:164552,99 Y:420068,6 0,13 ha

Graafmachines sloop

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 2560 l/j SCR: ja

Rupskraan 5 ton

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 1024 l/j SCR: ja

128 u/j 40 l/j

Shovel 20 ton

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1920 l/j

192 u/j 76 l/j

Verreiker D

Stage-IIIB, 2011-2013, 56-75 kW, diesel, SCR: nee

144 l/j

48 u/j

39,2 kg/j NH₃ 0,6 kg/j NOₓ 16,0 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 29,4 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 3,1 kg/j

Graafmachine D

Stage-IIIA, 2006-2010, <= 56 kW, diesel, SCR: nee

192 l/j

64 u/j

NH₃ 1,1 g/j NOₓ 6,1 kg/j

Verreiker D

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, 336 l/j SCR: ja

56 u/j

Bouwkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1320 l/j

120 u/j 52 l/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1280 l/j

64 u/j

51 l/j

Betonmixer

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

704 l/j

64 u/j

28 l/j

Rupskraan 5 ton

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 1280 l/j SCR: ja

160 u/j 51 l/j

Trilplaat

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: nee

40 u/j

Naam

3

Naam

Stageklasse

Anders... | Anders...

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen sloop Spreiding Locatie X:164547,61 Y:420101,85 Oppervlakte 0,11 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

60 l/j

171,5 kg/j 2,5 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

320 u/j 102 l/j

10 l/j

Stof Emissie

NOₓ

NH₃ 1,4 g/j NOₓ 6,8 kg/j NH₃ 80,6 g/j NOₓ 20,2 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 19,1 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 10,7 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 19,6 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 1,4 kg/j NH₃ 0,0 kg/j

0,3 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

3,3 kg/j 50,0 g/j

7/8

Projectberekening

4

Naam

Anders... | Anders...

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen bouw Spreiding Locatie X:164546,42 Y:420101,27 Oppervlakte 0,12 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,3 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

93,6 kg/j 2,4 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RaSodUjggUzE (09 november 2023)

8/8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Pittiger in planologie Heuvel 21, 5341CV Oss Galerij/Heuvel, Oss Gebruiksfase 39 woningen en 3 winkelruimten RvTKM23nxur6 09 november 2023, 18:06 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar Gebruiksfase 39 woningen, 3 winkelruimten - Beoogd 2025

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Hoogste bijdrage Gebruiksfase 39 woningen, 3 winkelruimten - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -

RvTKM23nxur6 (09 november 2023)

4,1 kg/j

149,4 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase 39 woningen, 3 winkelruimten (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 2 

Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen Verkeersnetwerk

RvTKM23nxur6 (09 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,1 kg/j 2,0 kg/j

79,1 kg/j 70,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RvTKM23nxur6 (09 november 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase 39 woningen, 3 winkelruimten" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RvTKM23nxur6 (09 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase 39 woningen, 3 winkelruimten, Rekenjaar 2025 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer X:164593,67 Y:420141,82 1.271,39 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Naam

Anders... | Anders...

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen Spreiding Locatie X:164614,31 Y:420124,69 Oppervlakte 0,94 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,3 m 0,000 MW 0m

Links Rechts NOₓ 70,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 16,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 2,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

266,0 /etmaal 15,0 /etmaal 15,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

79,1 kg/j 2,1 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RvTKM23nxur6 (09 november 2023)

6/6

Bijlage 2

- Quickscan flora en fauna

Ecologisch onderzoek aan de Galerij en Heuvel te Oss Pittiger in Planologie

Opdrachtgever:

Opsteller: Kwaliteitscontrole: Datum: Kenmerk:

Pittiger in Planologie Verwestraat 32 5491 BZ Sint-Oedenrode

Ecologisch adviesbureau Eceau R. Meulendijks T.J.P. den Otter 11 april 2023 PIT-2QS221201

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Desondanks accepteert Ecologisch adviesbureau Eceau op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke ondernemingen die de opdrachtgever naar aanleiding van onderhavige rapportage uitvoert. Onderhavige rapportage of delen daarvan mogen niet zonder toestemming van zowel de opdrachtgever en Ecologisch adviesbureau Eceau gebruikt worden door derden of verspreid worden naar derden. Openbaarmaking, kopiëring en elke andere toepassing inbegrepen, het mag enkel gebruikt worden door de opdrachtgever voor wie het is ontwikkeld.

1. Inleiding en planlocatie Aan de Galerij en Heuvel te Oss is de initiatiefnemer voornemens een deel van de bestaande bebouwing te slopen ten behoeve van het realiseren van nieuwe winkels en woongelegenheid in de vorm van appartementen en stadswoningen. De te slopen bebouwing omvat een deel van de bebouwing aan de Galerij en een pand aan de Heuvel. Er zijn geen werkzaamheden voorgenomen zijn aan de belendende bebouwing of omliggend terrein. De onderzoeklocatie betreft een complex met zowel detailhandel als woongelegenheid. In de toekomstig situatie is de begane grond voorzien van detailhandel, appartementen en stadswoningen met vier woonlagen. Op de tweede, derde en vierde verdieping zullen tevens appartementen gerealiseerd worden. In figuur 1 is de ligging van de locatie globaal weergegeven en in bijlage 1 zijn enkele foto’s bijgevoegd. De ontwikkellocatie is volledig bebouwd en wordt aan de noordzijde begrensd door een straat en aan de overige zijden door bebouwing. De noordelijke gevel is met name afgewerkt met glas en kozijnen, het oostelijke gedeelte is opgetrokken uit ofwel damwandplaten ofwel metselwerk en het westelijke/zuidelijke gedeelte is aansluitend op belenende bebouwing. De overige opbouwen zijn opgetrokken uit gemetselde gevels.

Het dak bestaat uit diverse bouwhoogten, waarvan het grootste gedeelte bestaat uit plat bitumen en een kleiner deel afgedekt met grind. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door dichtbebouwd stedelijk gebied met een winkelcentrum, oude stadskern, horecagelegenheden, appartementen en infrastructuur.

Figuur 1

Schematische weergave van de huidige situatie, de rode arcering weergeeft de planlocatie (kaart overzicht: openbasiskaart; kaart detail: PDOK)

1

2. Doel en vraagstelling Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling kunnen alle eventueel aanwezige ecologische functies vernietigd of ernstig verstoord worden, tevens zal er sprake zijn van (tijdelijke) verstoring van de directe omgeving. Flora en fauna die gebruik maken van het leefgebied op of nabij de planlocatie zullen negatieve effecten ervaren. In het kader van de beoogde ontwikkeling zullen middels het onderzoek onderstaande vragen beantwoord worden: Welke beschermde flora en fauna van de Wet natuurbescherming zijn (potentieel) aanwezig binnen de grenzen van het ontwikkelgebied? Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de Wet natuurbescherming en welke effecten worden verwacht? Dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden alvorens de aanvang van de uitvoering om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen?

2

3. Methode Middels voorliggend onderzoek is de potentie voor beschermde flora en fauna en de betekenis van het plangebied voor deze soorten in kaart gebracht. Daarnaast is onderzocht of de beoogde ontwikkeling potentieel een negatief effect heeft op houtopstanden en nabijgelegen beschermde gebieden. Het onderzoek is op te delen in enkele stappen: oriëntatie locatiebezoek bureau-onderzoek rapportage

3.1.

Oriëntatie en locatiebezoek

Bij de oriëntatie van het onderzoek wordt een eerste indruk verkregen van de locatie middels spreidingsdata van soorten, luchtfoto’s, kaarten en aangeleverde data vanuit de opdrachtgever. Gedurende het locatiebezoek wordt het ontwikkelgebied op potentiële verblijfslocaties en functionele onderdelen van leefgebieden gecontroleerd. Tevens wordt een momentopname gedaan van de thans aanwezige beschermde soorten, functies en locatiekenmerken. Buiten de individuen om wordt voornamelijk gelet op sporen of restanten van de flora en fauna. Voorbeelden hiervan zijn veren, braakballen, prooiresten, geursporen, holen en uitwerpselen. Het locatiebezoek is uitgevoerd op 4 april 2023.

3.2.

Bureau-onderzoek en rapportage

Nadat de locatie bezocht is wordt door middel van het raadplegen van naslagwerken, informatiebronnen, kaartdatabases en andere (externe) hulpmiddelen een beoordeling gemaakt van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten, nabijgelegen gebieden en overige beschermde onderdelen vanuit de Wet natuurbescherming. Bij het uitwerken van de rapportage worden de vergaarde data bij de oriëntatie, de aangetroffen zaken tijdens het veldbezoek en de informatie uit het bureau-onderzoek vervolgens samen getoetst. Daaruit volgend wordt duidelijk of bij de uitvoering van de werkzaamheden sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming, indien er geen vervolgstappen worden genomen. Op basis van deze toetsing worden aanbevelingen gedaan voor een eventueel vervolgtraject, maatregelen ter voorkoming van overtreding of een combinatie van beide.

3

4. Bevindingen In onderhavige paragrafen wordt besproken welke beschermde soorten in de omgeving van de onderzoeklocatie voorkomen en wordt er dieper ingegaan op het leefgebied en belangrijke en functionele onderdelen daarvan. De daadwerkelijk aangetroffen habitatonderdelen worden vergeleken met bovenstaande om te bepalen of er sprake is van (negatieve) effecten. Aan de hand van de te verwachten effecten wordt bekeken of er vervolgstappen benodigd zijn ten behoeve van de betreffende soort(en).

4.1.

Algemeen

De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op een volledig bebouwd perceel binnen dichtbebouwd stedelijk gebied. Er is geen sprake van natuurlijke structuren of vegetatie. Gelet op het gebruik van de locatie, de voorgenomen ontwikkeling, de afwezigheid van natuurlijke oppervlaktewateren, de afwezigheid van natuurlijke structuren in zijn algemeen en de afwezigheid van (muur)vegetatie kunnen effecten op de soortgroepen vaatplanten, vlinders, libellen, overige ongewervelde, amfibieën, reptielen en vissen worden uitgesloten. Binnen de soortgroepen zoogdieren en vogels dienen enkel de vleermuizen, steenmarter, huismus en gierzwaluw nader besproken te worden. Behoudens algemene vogels en overige vrijgestelde soorten van de provincie Noord-Brabant (bijvoorbeeld: bruine rat, gewone pad, egel) komen beschermde soorten voornamelijk voor in natuurlijkere omstandigheden; nabij water, schrale graslanden, in bosgebieden en/of andere habitattypen die niet aanwezig zijn op kunstmatige ingerichte percelen met volledige bebouwing.

4.2.

Specifieke soorten

In Nederland komen diverse vleermuissoorten voor die als verblijfslocaties onder andere gebruik maken van bebouwing. Dit betreft voornamelijk enkele relatief veelvoorkomende soorten zoals de laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis. Andere soorten die verblijven in bebouwing, maar in mindere mate voorkomen zijn de watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en tweekleurige vleermuis. De tweekleurige vleermuis komt echter alleen in hoge bebouwing voor, zoals appartementencomplexen en kantoorgebouwen. De aanwezigheid van verblijven van vleermuissoorten die gebruik maken van bomen kan uitgesloten worden aangezien de locatie en het belendend terrein geheel bebouwd of verhard zijn. Voor vleermuisverblijven in bebouwing is het van belang dat eventuele holle ruimtes, zoals een spouw of de ruimte tussen het dakbeschot en de dakbedekking, toegankelijk zijn. Voorbeelden van dergelijke openingen zijn open stootvoegen, opstaande loodslabben, kapotte dakpannen en uitstekende kant- en nokpannen. Voor de huismus, gierzwaluw en andere gebouwbewonende soorten zoals de steenmarter is dit tevens essentieel voor de vestiging. De bebouwing is in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van openingen die leiden tot een potentiële vaste rust- en/of verblijfslocatie voor gebouwbewonende vleermuizen.

Een groot deel van de gevels bestaat uit glas met omlijsting en biedt daarom bij voorbaat geen potentie als rust- en/of verblijfplaats. Bij de enkele gemetselde gevels sluiten de daklijsten nauw aan op de buitengevel waardoor er geen ruimte is voor vleermuizen om een eventuele open ruimte tussen het dakbeschot en de dakbedekking te bereiken, zie figuur 2. Er zijn wel enkele open stootvoegen aangetroffen. Deze bevinden zich echter net boven een raamkozijn van glad geverfd hout, waardoor het vleermuizen moeilijk is deze stootvoegen te bereiken. Ook ontbreekt enige mate van groenelementen, waardoor geen foerageergebied, al dan niet opportunistisch, aanwezig is in de directe nabijheid van de openingen. Daarnaast bevinden de stootvoegen zich op ongeveer twee meter hoogte, wat te weinig ruimte geeft aan vleermuizen om de opwaartse vlucht richting vliegopening uit te voeren, en betreft het een relatief groot raam, waardoor lichtuitstraling tevens een belemmerende en verstorende factor is (Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, 2017). De aanwezigheid van vaste rust- en/of verblijfslocaties voor vleermuizen kunnen derhalve worden uitgesloten. Voor essentiële vliegroutes of foerageergebieden kunnen effecten eveneens uitgesloten worden aangezien er geen groenstructuren aanwezig zijn en de optionele vliegroutes in de directe omgeving abundant en divers aanwezig zijn.

4

Figuur 2

Detailfoto’s van de te slopen bebouwing

Voor steenmarters is het van belang dat er relatief grote openingen aanwezig zijn met een grote holle ruimte. Voor steenmarter dienen de openingen een afmeting te hebben van ca. 5cm breed of een lange spleet van minimaal 3cm breed (natuurpunt.be, 2023). Openingen met dergelijke formaten zijn op geen van de bouwlagen aangetroffen. Aanvullend zijn er op de daken geen hopen met materiaalopslag of andere potentiële wegkruipmogelijkheden aanwezig. De huismus stelt hoge eisen aan het habitat, daar verblijft de soort dan ook het gehele jaar. Indien een aantal van de habitateigenschappen niet voorkomt zal de huismus wegblijven. Als nestlocatie wordt gebruik gemaakt van openingen in bebouwing, met name pannendaken worden bewoond. In de directe omgeving van een potentiële nestlocatie dienen diverse habitatonderdelen aanwezig te zijn, waaronder schoon drinkwater, voldoende schuilgelegenheid in de vorm van jaarrond bladhoudende struiken, hagen of heesters, grind en/of kleine steentjes, voldoende foerageermogelijkheden, droog zand voor zandbaden en niet te veel grote bomen (Kennisdocument Huismus, 2023). Gezien de ligging van het plangebied binnen dichtbebouwd stedelijk gebied, zonder groenstructuren, tuinen en vijvers, is het vereiste habitat aannemelijk niet aanwezig voor de soort. Het is dan ook de verwachting dat de huismus niet in de directe omgeving van het plangebied voorkomt.

De aanwezigheid van functioneel leefgebied en nestlocaties zijn uitgesloten. Bovendien is, zoals beschreven in paragraaf 4.2 voor vleermuizen, de bebouwing overigens op geen plaatsen toegankelijk voor huismus. Waarbij als aanvulling geldt dat de bitumen dakbedekking volledig ongeschikt is voor huismusnesten. Kortom kan de aanwezigheid uitgesloten worden door een combinatie van ongeschikt leefgebied en de afwezigheid van potentiële nestlocaties. Voor de gierzwaluw is de broedlocatie het belangrijkste (grondgebonden) onderdeel van het leefgebied, aangezien de soort uitsluitend voor het broeden het luchtruim verlaat. De bebouwing is echter ongeschikt voor de soort door het ontbreken van openingen die van onderaf aanvliegbaar zijn, zoals vergelijkbaar met de vleermuizen. De aanwezigheid van nesten van de soort is uitgesloten. Gelet op de aard van de ingreep worden tevens geen effecten verwacht op andere essentiële onderdelen van het leefgebied van zowel vleermuizen, steenmarter, huismus, gierzwaluw of andere niet-vrijgestelde soorten van de Wet natuurbescherming. Significante effecten op de functionele leefomgeving van deze soorten kunnen worden uitgesloten. Desondanks zal de locatie gepasseerd of doorkruist worden door vleermuizen.

Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden gedurende de donkere en schemerende dagdelen én er bouwverlichting buiten het pand geplaatst wordt, dan kunnen aanwezige en passerende vleermuizen verstoord worden door strooilicht. Dit is alleen van toepassing in de periode april t/m oktober, buiten de winterrustperiode. Om dergelijke onnodige

5

verstoring te voorkomen dient het de voorkeur in deze periode overdag te werken of vleermuisvriendelijke bouwverlichting toe te passen (naar beneden gericht, convergerend en/of rood-/amberkleurig).

4.3.

Overige soorten

Alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied zijn beschermd middels de Vogelrichtlijn. Hierin is opgenomen dat het verboden is opzettelijk individuen te doden of te vangen, hun nesten of eieren vernielen, beschadigen of weg te nemen en om de vogels dermate (opzettelijk) te verstoren dat een broedsel mislukt, dit laatste is voornamelijk van toepassing binnen de broedperiode (indicatief medio maart t/m medio juli) en geldt ook voor soorten zoals de turkse tortel, scholekster of kauw. Dergelijke soorten broeden onder andere in nissen op of nabij bebouwing. Enkele overdekte delen van de Galerij zijn vrij toegankelijk voor dergelijke soorten en bieden potentiële nestlocaties in de vorm van plantenbakken en richels. Dit betekend dat zorg gedragen dient te worden dat de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen (indicatief medio maart t/m medio juli) plaats dienen te vinden of dat mogelijke nestlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden. Indien dit niet mogelijk is kan met een controle op eventuele aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten het terrein vrijgegeven worden, voorafgaand aan de werkzaamheden en indien geen nesten aanwezig zijn.

Indien wel nesten aangetroffen worden dienen de werkzaamheden ter plaatse opgeschort te worden tot het broedgeval klaar is en dient een bufferzone aangehouden te worden om de functionaliteit van het nest te borgen. De grondgebonden diersoorten die verwacht worden in de directe omgeving van het plangebied zijn vrijgesteld middels de vrijstellingsverordening van de provincie Noord-Brabant in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Onder andere de volgende soorten vallen onder deze vrijstelling: egel, bruine kikker, gewone pad, huismuis en bruine rat. Van deze soorten wordt echter uitsluitend de bruine rat zeer opportunistisch verwacht binnen de invloedssfeer van de beoogde sloopwerkzaamheden. Bij het bouwrijp maken van het terrein en het begin van de opbouw is het echter mogelijk dat de locatie opportunistisch betreedt wordt door andere vrijgestelde grondgebonden soorten.

4.4.

Houtopstanden en gebiedsbescherming

De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking of invloed op houtopstanden. Tevens is de locatie niet gesitueerd binnen het Natuurnetwerk Brabant. Gezien de ligging van het plangebied te midden van dichtbebouwd gebied en ten opzichte van het dichtstbij gesitueerde NNB (1,3km) is externe werking tevens uitgesloten. Derhalve kan een effect op provinciaal beschermde gebieden per definitie uitgesloten worden. Het plangebied is gesitueerd op ca. 11,2km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met kwetsbare en stikstofgevoelige habitattypen. Dit betreft het gebied ‘Rijntakken.’ Gelet op de afstand kunnen mechanische effecten zoals strooilicht, geluidshinder en trillingsverstoring uitgesloten worden. Aanvullend wordt verwacht dat er sprake zal zijn van een verlaging in stikstofuitstoot. De ontwikkeling betreft namelijk het saneren van verouderde bebouwing ten behoeve van nieuw te realiseren bebouwing met een vergelijkbare functie met een verlaging in detailhandel en een verhoging in woongelegenheid, waarbij voldaan dient te worden aan de huidige BENG-eisen. Effecten in het kader van de gebruiksfase zijn derhalve uitgesloten. Aanvullend zijn de werkzaamheden van relatief beperkt formaat in relatie tot de afstand van 11,2km tot kwetsbare Natura 2000-gebieden, waardoor ook een effect als gevolge van stikstofdepositie gedurende de realisatiefase uitgesloten kunnen worden.

6

5. Conclusies Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan de Galerij en Heuvel te Oss is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het slopen van de bestaande bebouwing ten behoeve van het realiseren van een locatie met detailhandel, appartementen en stadswoningen, en alle bijkomende werkzaamheden, leiden niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. Voor vleermuizen is het voldoende als rekening gehouden wordt met passerende individuen. Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing Ten aanzien van vleermuizen zijn geen essentiële vliegroutes, foerageergebieden of vaste rusten/of verblijfslocaties aanwezig.

Desondanks passeren en foerageren vleermuizen aannemelijk op of rondom de locatie en worden door (foutief toegepaste) bouwverlichting mogelijk verstoord indien toegepast Ten aanzien van zowel vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen Er is geen sprake van effecten op houtopstanden onder bescherming van de Wet natuurbescherming Gelet op de afstand tot beschermde gebieden, de aard van de werkzaamheden en de tussengelegen inrichting van het gebied worden geen (negatieve) effecten verwacht

7

6. Vervolgstappen Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid.

6.1.

Nader onderzoek

Naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek is geen aanvullend onderzoek benodigd

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering

Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende individuen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen in de periode april t/m oktober. Voorbeelden van juiste verlichting: amber-/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals turkse tortel, scholekster, kauw en kleine zangvogels werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren, medio maart t/m medio juli. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door de planlocatie vlak voorafgaand aan de werkzaamheden te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna

8

Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2022. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 2.1. februari 2023, Utrecht. Websites, geraadpleegd 2023: natura2000.eea.europa.eu noord-brabant.maps.arcgis.com pas.natura2000.nl wetten.overheid.nl www.floravannederland.nl www.natuurpunt.be www.ndff.nl www.ravon.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.vleermuis.net www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

9

Bijlage 1

Foto’s planlocatie

De projectlocatie omvat een complex aan de Galerij en Heuvel te Oss

De ontwikkeling betreft het saneren van een deel van het complex, waarbij meer woongelegenheid gecreëerd zal worden

10

De gehele locatie is bebouwd en verhard

Het dak bestaat met name uit bitumen dat voor een klein deel is afgedekt met grind.

11

Bijlage 3

- Archeologisch onderzoek

Transect-rapport 4678 Oss, Heuvel 21-25, Burgwal 29-114, Galerij 1-21 en Walstraat 30-36 Gemeente Oss (NB) Archeologisch bureauonderzoek (BO)

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Auteur

M. Verboom-Jansen MSc Versie 2.1 22120004 31-10-2023 Pittiger in Planologie Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein 5395510100 Gemeente Oss J. de Winter/M. Peeters Beoordeeld door bevoegde overheid Transect, Nieuwegein De omgeving van het plangebied op het Kadastrale Minuutplan op 1811-1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl

Versie Projectcode Datum Opdrachtgever Uitvoerder

Onderzoeksmelding Bevoegde overheid Adviseur bevoegde overheid Status Beheer documentatie Voorblad

Autorisatie Naam Drs. T. Nales (Senior KNA Prospector)

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Datum

Paraaf

23-05-2023

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van Pittiger in Planologie heeft Transect b.v. in mei 2023 een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in een plangebied aan de Heuvel 21-25, Galerij 1-21, Burgwal 29114 en Walstraat 30-36 te Oss (gemeente Oss). Het plangebied beslaat ongeveer 6460 m2. De aanleiding van het onderzoek is sloop van een deel van de bestaande bebouwing en het opnieuw oprichten van bebouwing ter plaatse van de te slopen bebouwing. Het kader van het archeologisch onderzoek is de bestemmingsplanwijziging die voor de werkzaamheden wordt aangevraagd. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). De vraagstelling van dit onderzoek richt zich op het vaststellen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op de archeologische waarden van het gebied. De archeologische verwachting en waarde wordt bepaald door van de geomorfologie en de aanwezigheid van historische bebouwing: • Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied zeer waarschijnlijk op een dekzandrug ligt. De veldonderzoeken uit de omgeving in combinatie met het AHN wijzen hierop. Hierdoor vormde het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum mogelijk een aantrekkelijke vestigingsplaats.

In de omgeving van het plangebied is een vondst uit het Neolithicum bekend, maar vuursteenvindplaatsen met haardkuilen zijn in de omgeving van het plangebied vooralsnog niet aangetroffen. Dit kan samenhangen met bodemverstoringen in de omgeving. Verder zijn in de omgeving van het plangebied op het dekzand huisplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse Tijd, Vroegeen Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bekend. Sommige plekken in de omgeving zijn bijna continu bewoond geweest vanaf de IJzertijd tot nu toe. Op basis van bovenstaande (ligging op een dekzandrug en vondsten en sporen uit de omgeving) heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting op archeologische resten en/of sporen uit de periode LaatPaleolithicum-Vroege-Middeleeuwen. • Verder ligt het plangebied in de historische kern van Oss (terrein van hoge archeologische waarde). Het plangebied ligt binnen de 14e eeuwse gracht en omwalling. De gracht zelf wordt niet binnen het huidige plangebied verwacht, maar mogelijk dat nog een dunne uitloper van de omwalling in het zuiden van het huidige plangebied aanwezig is (op basis van het onderzoek van Van Nuenen, 2006). Hier zijn echter geen werkzaamheden gepland. Het plangebied heeft vanwege de ligging in de historische kern een hoge archeologische waarde. Deze waarde heeft betrekking op archeologische resten en/of sporen uit de periode Late-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd.

Archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat-Paleolithicum-Vroege-Middeleeuwen worden verwacht in de top van het dekzand. Uit onderzoek uit de omgeving blijkt dat de historische kern in verschillende fasen is opgehoogd en dat in de omgeving van het plangebied historische ophooglagen van ongeveer 1 m dik zijn waargenomen. De top van het dekzand wordt dus vanaf ongeveer 1,0 m -Mv verwacht. Archeologische resten en/of sporen uit de periode Late-Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen in en onder het historische ophogingspakket aanwezig zijn. In de omgeving is dit pakket soms afgedekt door een recent ophogingspakket van 0,1 à 0,5 m -Mv. In welke mate nog daadwerkelijk archeologische resten en/of sporen aanwezig kunnen zijn is mede afhankelijk van de mate van intactheid van de ondergrond. De niveaus, de top historische ophogingslagen en de top van het dekzand, kunnen namelijk als gevolg van bodemverstoringen zijn aangetast. Uit het milieukundige onderzoek blijkt dat in het nieuw te bouwen gedeelte een kleine sanering heeft plaatsgevonden (figuur 10). Of hierbij alle archeologische niveaus zijn verdwenen is niet bekend. Verder is het hele plangebied bebouwd. Uit de bouwtekeningen blijkt dat de Galerij

gefundeerd is op poeren die tot 2,0 m -peil reiken. Tussen de funderingspoeren zouden nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Ook zijn verschillende kelders aanwezig waarvoor de bodem tot 2,3 m -Mv ontgraven is (bijlage 9). Ter plaatse van de kelders zijn de archeologische niveaus zeer waarschijnlijk al verdwenen. Onder de rest van de bebouwing zouden nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Van een deel van de huidige bebouwing in het plangebied is onbekend tot welke diepte de panden gefundeerd zijn. Advies In het noorden van het plangebied zal de bestaande bebouwing worden gesloopt en nieuwe bebouwing worden gerealiseerd (totaal circa 1620 m 2). De funderingen van de nieuwbouw reiken tot ongeveer 0,9 m -Mv. De overige bebouwing zal blijven staan (circa 4840 m2). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging: • Geadviseerd wordt om ter plaatse van de bestaande kelders de onderzoeksgrens voor de dubbelbestemming archeologie te verruimen naar 50 m2 en dieper dan 2,3 m –Mv (donker blauw in bijlage 9). Hier kunnen alleen nog zeer diepe sporen in het dekzand aanwezig zijn. • In de rest van het plangebied kunnen nog archeologische resten en/of sporen aanwezig zijn. Hier kan de bestaande onderzoeksgrens (50 m2 en dieper dan 30 cm -Mv) gehandhaafd blijven.

Voor wat betreft de voorgenomen werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) wordt geadviseerd hiervoor een vervolgonderzoek uit te voeren. Dit beslaat een deel van het plangebied en betreft ongeveer 1620 m2. In de rest van het plangebied zijn geen graafwerkzaamheden voorzien en wordt dus ook geen vervolgonderzoek geadviseerd. Gezien de archeologische waarde van het plangebied en de hoge archeologische verwachting, wordt geadviseerd om ter plaatse van de sloop- en nieuwbouw werkzaamheden een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Dit proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd na de bovengrondse sloop van de bestaande panden. Het doel van het proefsleuvenonderzoek is om de aan -of afwezigheid van een vindplaats vast te stellen. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kan dan bepaald worden hoe verdere traject zal verlopen. Voor dit vervolgonderzoek is op voorhand een Programma van Eisen (PvE) nodig, waarin de wijze van onderzoek en de randvoorwaarden zijn vastgelegd. Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te zijn goedgekeurd door het bevoegd gezag. Bovenstaande is een advies. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Oss, om op basis van de resultaten van dit rapport te bepalen welke archeologische dubbelbestemmingen moeten worden opgenomen en/of in welke vorm vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd.

Het rapport dient daarom ter toetsing te worden voorgelegd aan de gemeente. De gemeente heeft bepaald dat na de bovengrondse sloop een proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd.

Inhoud 1. Aanleiding

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5. Beleidskader

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem

7

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

17

9. Gespecificeerde archeologische verwachting

25

10. Conclusie en Advies

28

11. Geraadpleegde bronnen

30

Bijlage 1: Kadastrale kaart

33

Bijlage 2: Plantekening

34

Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Oss

35

Bijlage 4: Geomorfologie

37

Bijlage 5: Hoogtekaart

38

Bijlage 6: Bodemkaart

40

Bijlage 7: Archeologische informatie

41

Bijlage 8: Bouwtekeningen bestaande bebouwing

42

Bijlage 9: Overzicht bekende verstoringen

47

1. Aanleiding In opdracht van Pittiger in Planologie heeft Transect b.v. 1 in mei 2023 een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in een plangebied aan de Heuvel 21-25, Galerij 1-21, Burgwal 29114 en Walstraat 30-36 te Oss (gemeente Oss). Het plangebied beslaat ongeveer 6460 m2. De aanleiding van het onderzoek is sloop van een deel van de bestaande bebouwing en het opnieuw oprichten van bebouwing ter plaatse van de te slopen bebouwing. Het kader van het archeologisch onderzoek is de bestemmingsplanwijziging die voor de werkzaamheden wordt aangevraagd. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Archeologisch Bureauonderzoek (BO). De vraagstelling van dit onderzoek richt zich op het vaststellen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op de archeologische waarden van het gebied.

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Om de archeologische waarde van het plangebied te kunnen bepalen is een bureauonderzoek (BO) uitgevoerd. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik binnen en rondom het plangebied, wordt de kans bepaald dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Het resultaat van het archeologisch bureauonderzoek is een rapport met een conclusie voor wat betreft het risico dat aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen bodemingrepen. Aan de hand hiervan wordt een advies voor eventuele vervolgstappen geformuleerd. Met het rapport kan de bevoegde overheid een beslissing nemen in het kader van de vergunningverlening. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de aan- of afwezigheid, diepteligging, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).

In dit kader is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Ook de gemeentelijke archeologische beleidskaart is geraadpleegd (bijlage 2). Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit diverse voorhanden historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Deze informatie is aangevuld met relevante informatie uit achtergrondliteratuur. Amateurs zijn niet geraadpleegd, maar wel is bij de gemeente informatie opgevraagd inzake het plangebied. De geleverde informatie is verwerkt in het rapport. Bouwtekeningen zijn opgevraagd door de opdrachtgever bij de gemeente en verwerkt in hoofdstuk 8. Een volledig overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 11.

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Oss

Plaats

Oss

Toponiem Kaartblad

Heuvel 21-25, Galerij 1-21, Burgwal 29-114, Walstraat 30-36 45E

Centrumcoördinaat

164.573/420.042

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied is een bebouwd gebied dat globaal is gelegen tussen de straten Heuvel, Burgwal, Walstraat en Galerij te Oss (gemeente Oss). Ook een rij panden ten westen van de Galerij behoort nog tot het plangebied. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1 en 9. Kadastraal gezien valt het plangebied binnen diverse percelen binnen OSS00, sectie A (bron: www.kadastralekaart.com). De nummers van de percelen zijn opgenomen in bijlage 1. De begrenzing van het plangebied is gebaseerd op de kadastrale grenzen met de aangrenzende percelen. Het plangebied beslaat ongeveer 6460 m2. Het plangebied is geheel bebouwd (winkels en woningen). De eigenaren en toekomstig gebruikers van het plangebied zijn Regal b.v. en Galerij b.v.

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Aanvraag bestemmingsplanwijziging

Oppervlakte plangebied

6460 m2

Planvorming

Sloop en nieuwbouw winkelgebied

Omvang verstoringen

1620 m2 sloop en nieuwbouw

Bodemverstorende werkzaamheden

Graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Ongeveer 90 cm -Mv

Een deel van de bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt (circa 1620 m 2). Ook de funderingen daarvan zullen worden gesloopt. Een plantekening is opgenomen in bijlage 2. Op de plaats van de gesloopte winkels komt een straatje met aan weerszijden 39 woningen/appartementen en drie nieuwe winkels. De drie winkels komen aan de Heuvel, de woningen/appartementen daarachter. De nieuwe bebouwing beslaat ongeveer 1390 m2. Op het binnenpleintje dat gecreëerd wordt, zullen ook enkele bomen worden geplant. De funderingen van de nieuwbouw komen op ongeveer 90 cm -Mv. Er worden geen heipalen gebruikt. De ontgravingsdiepte voor het straatje is niet bekend. In het gedeelte dat niet wordt gesloopt, vinden geen graafwerkzaamheden plaats. Er zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Aanvraag bestemmingsplanwijziging

Beleidskader

Bestemmingsplan Centrum Oss (2013)

Onderzoeksgrens

50 m2 en dieper dan 30 cm –Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. In het bestemmingsplan “Centrum Oss (2013)” heeft het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie historische kern (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Deze waarde is gebaseerd op de gemeentelijke beleidskaart (bijlage 3). Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 50 m2 en dieper reiken dan 30 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.

Gezien het grotere verstoringsoppervlakte en – de grotere verstoringsdiepte betekent dat in dit geval er in het kader van de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. In het kader van de planprocedure dient de aanvrager een rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNAwaarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f6611b5d-1ba3-45e3-af48-84d67ea417cb