CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

B Karakterschets van de kernen met hoofdlijnen van de straatinterviews.DOCX

Opiniecommissie Ruimte 9 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: Gespreksnotitie Stadjes en Kernen6.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage B bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen: Karakter kernen en belangrijkste lessen straatinterviews

Leeswijzer voor de commissieleden: De bestuurlijk opdracht is: duidelijk lokale accenten in de visie. Daarvoor hebben we zo´n 100 mensen geïnterviewd en de kernen kort beschreven. Hieronder een eerste karakterisering van de Osse kernen en de hoofdlijn van de straatinterviews. De belangrijkste bevindingen zijn nu voor het leesgemak geel gearceerd. We vullen de info later aan met zaken die we in de klankbordgroep horen (zoals structuur en verleden), maar nu concentreren we ons op de interviews (met eerst een korte toelichting op het proces). Ze zijn straks input bij de participatie en bij de lokale accenten van de visie. De projectleider Willem van den Elzen 27 oktober 2021.

Inhoud Het proces van de straatinterviews ........................................................................................3 Wat horen we in de straatinterviews? ....................................................................................4 Hoofdkernen ......................................................................................................................5 1.

Geffen .....................................................................................................................5

2.

Herpen ....................................................................................................................6

3.

Lith .........................................................................................................................7

4.

Megen .....................................................................................................................8

5.

Ravenstein ...............................................................................................................9

Dorpse kernen ..................................................................................................................10 6.

Maren-Kessel..........................................................................................................10

7.

Lithoijen ................................................................................................................11

8.

Oijen .....................................................................................................................11

9.

Haren ....................................................................................................................12

10.

Macharen ...............................................................................................................13

11.

Dennenburg: ‘Over den Dam’....................................................................................14

12.

Deursen .................................................................................................................14

13.

Overlangel .............................................................................................................15

Landelijke kernen:.............................................................................................................16 14.

Demen ..................................................................................................................16

15.

Dieden...................................................................................................................16

16.

Huisseling ..............................................................................................................16

17.

Neerloon ................................................................................................................17

18.

Teeffelen................................................................................................................17

19.

’t Wild....................................................................................................................18

Clusters woningen in het landelijk gebied: ............................................................................19 20.

Keent ....................................................................................................................19

21.

Koolwijk.................................................................................................................19

22.

Neerlangel..............................................................................................................20

Het proces van de straatinterviews De twee camjo’s, ofwel camerajournalisten Julia van Schijndel en Nienke Vervoort zijn oudstagiairs. Ze kennen Oss goed, ze wonen in de kernen. Ze kregen de opdracht om met een camera mensen uit alle kernen te vragen naar hun leefomgeving. Waarom woon je in een dorp? Wat is kenmerkend? Wat bevalt er goed aan? Wat mis je? Ze werkten geen strakke vragenlijst af, maar stelden open vragen. Ze kregen de opdracht om zoveel mogelijk verschillende mensen te interviewen, om verschillende ervaringen en waarden op te halen, in aanvulling op de visie vanuit de klankbordgroep en ons netwerk. Ze hebben 94 interviews vastgelegd met toestemming van de geïnterviewden, met een goede verdeling over de leeftijden, geslachten en natuurlijk de kernen. Ze spraken jongeren en ouderen, jonge ouders, vrijwilligers, studenten, wandelaars, import, teruggekeerden en ondernemers. Van de filmpjes maakten ze vijf korte films van enkele minuten, met als thema’s: 1.

Saamhorigheid

2.

Woningbouw

3.

Winkels en horeca

4.

Rust en ruimte

5.

Bijzondere plekken

Deze filmpjes gebruiken we bij de fysieke bijeenkomsten, om bewoners met elkaar in gesprek te laten gaan over hun leefomgeving. Als we belangrijke groepen missen, benaderen we ze op sociale media. Ook dan kunnen ze reageren op een filmpje, maar dan een kort fragment en een concrete stelling of vraag. Tot slot: stagiair commerciële economie Pim Trum gebruikt deze informatie, mogelijk aangevuld met eigen informatie, om zogenoemde persona’s te maken. Portretten van typische bewoners van de Osse kernen. Ook deze kunnen we inzetten voor het ophalen van reacties, maar ook bij het schrijven van de visie. We zorgen dat we dan altijd de belangen van groepen inwoners in het achterhoofd houden: wat waarderen zij aan hun omgeving, wat missen ze, wat moeten we beschermen? Wat kunnen we mogelijk maken? Welke rol hebben de bewoners daar zelf bij? Kortom een onderbouwde visie van het Osse bestuur op de Osse kernen, die met beide voeten in de samenleving staat. Met één voet in de klei en de andere op het zand.

Wat horen we in de straatinterviews? Er zit een duidelijke rode draad in alle interviews. Hieronder de voornaamste bevindingen. Daarna per kern een verdere uitwerking. Saamhorigheid, rust en natuur; verenigingen en ‘vroeger’ De term die we in alle Osse kernen het vaakst horen, is saamhorigheid. Vooral in de variant ‘onskent-ons’, die we meer dan zeker tien keer hoorden. In de hoofdkernen uit zich dat vaak in actief zijn voor het verenigingsleven, in de kleine landelijke kernen zie je dit terug in de verbondenheid met vroeger. In bijna elke kern wandel je zo de zeer gewaardeerde natuur in. ‘Rust’ is dan ook een pluspunt wat overal terug te vinden was. Vaak geven ze aan dat ze met de auto snel bij de voorzieningen zijn en bij drukte, als ze dat willen. Gebrek aan woningen; gevolgen voor de leefbaarheid en verenigingsleven Wat ook overal terugkwam, was het gebrek aan woningen voor starters en doorstroomwoningen. ‘Eigen’ inwoners voelen zich gedwongen om naar de stad te verhuizen. De inwoners zijn bang dat dit gevolgen heeft voor de leefbaarheid en het verenigingsleven. Sommige bewoners geven aan dat de kern aan het vergrijzen is.

Voorzieningen zijn schaars, maar bewoners accepteren dat In de dorps- en landelijke zijn voorzieningen schaars, maar de inwoners vinden het goed zo. De mensen die er wonen weten dat ze ergens wonen waar bijvoorbeeld geen supermarkt is. In de hoofdkernen zie je dat bepaalde winkels wel gemist worden, vaak omdat ze er vroeger wel zaten. Qua horeca lijken de inwoners van de stadjes en kernen niets te missen, hooguit een kroeg in Ravenstein of stamcafé in Geffen. Voorzieningen voor ouderen zijn soms ook schaars en veel mensen geven aan dat ze daarom mogelijk moeten verhuizen naar een grotere kern of kleinere woning.

Trots op de woonplaats en tevreden Al met al zien de inwoners dat er genoeg moois te vinden is in hun woonplaats en daar zijn ze dan ook hartstikke trots op. Toelichting: de interviews zijn op straat gedaan met de toevallige passanten. We hebben gezocht naar diversiteit, maar niet naar representativiteit. Wat hierna volgt is een weerslag van die gesprekken. We moeten in verdere gesprekken achterhalen hoe breed dat herkend wordt. Verderop enkele hoofdlijnen per kern en de voornaamste informatie uit de interviews zelf.

Hoofdkernen

1.

Geffen

Werkdorp Geffen is met ruim 5.000 inwoners de grootste kern buiten het stedelijk gebied OssBerghem. Van oudsher waren Oss en Geffen verbonden. De Joodse familie Van den Bergh, grondleggers van de grote tapijtfabriek Bergoss en van de Osse margarinefabrieken waaruit later Unilever ontstond, kwam uit Geffen. In het zuidoosten, aan het Kraaijeven, is de oudste Joodse begraafplaats van Noord-Brabant te vinden. Het gebied rond Geffen is al 4000 jaar bewoond, maar de huidige kern stamt uit de 12e of 13e eeuw. Karakteristieke gebouwen uit Geffen zijn de Maria Magdalenakerk, met een toren uit de 15e eeuw, en op de Heuvel de pastorie en het voormalige klooster. Geffen heeft twee mooie molens: Zeldenrust en De Vlijt. Opvallend veel Geffenaren werkten in de bouw en werkten als arbeider in Oss. Waardevol, volgens de straatinterviews: Effe noar Geffe, verenigingsleven, veiligheid en voor elkaar klaarstaan. Arboretum, wandelpaden, Het Veld (de akkerpercelen). Winkels worden soms gemist (maar Den Bosch en Oss zijn dichtbij), net als een ‘caféeke of terras’. Cluster Geffen heeft geen andere kernen. Aantal interviews: 7

Wat hoorden we in de straatinterviews? In Geffen zijn voldoende basisvoorzieningen, geven onze respondenten aan. Geïnterviewden zijn blij met de supermarkt, drogisterij, bloemenwinkel en een paar andere speciaalzaken en met de wekelijkse viskraam. Ze zijn niet erg georiënteerd op een andere kern; ze vinden de dagelijkse zaken in Geffen. Verder zijn ritjes naar Oss en Den Bosch voor de meesten ook geen probleem. De ligging ervaren ze als prettig. De geïnterviewden begrijpen dat het moeilijk is om een zaak draaiende te kunnen houden in een kern als Geffen. Geffen is een dorp van ‘handen uit de mouwen’. Relatief veel Geffenaren werken in de bouw. Onze Geffenaren noemen zichzelf open, behulpzaam en gezellig. Er wordt genoeg georganiseerd en daar komen veel mensen op af. Het dorp is trots op ‘Effe noar Geffe’ en het verenigingsleven. Het voetbalveld is een belangrijke plek. Ook al is Geffen één van de grotere kernen, er heerst een echt dorps gevoel met veel binding. De rust en veiligheid in Geffen worden ook gewaardeerd. In Geffen komt meer ruimte voor groen en natuur (zoals het arboretum), wat volgens de geïnterviewden echt van toegevoegde waarde is.

2.

Herpen

Herpen was de hoofdplaats van het toenmalige Land van Herpen, een gebied dat zich uitstrekte van Dieden in het noorden tot Boekel in het zuiden. Het had al in de 12e eeuw een kasteel. In de 14e eeuw kwam deze heerlijkheid in handen van de familie Van Valkenburg, de stichters van Ravenstein. Het kasteel is weg, maar het dorpscentrum bevat nog wel enkele andere markante bouwwerken uit de lokale geschiedenis. Zoals het voormalige klooster en de prominente kerk Sint Sebastianus, met een 14e-eeuwse toren en een rijkversierd interieur met plafondschilderingen uit de 15e eeuw. Herpen heeft relatief de oudste bevolking van Oss. Het aantal jongeren is 19% en het aantal 65plussers is 23%.1 Cluster Herpen omvat ook de dorpskern Overlangel en de landelijke kern Neerloon. (Koolwijk, Neerlangel en Keent horen officieel bij het buitengebied.) Aantal interviews in de kern: 7 Aantal interviews inclusief andere kernen: 15

Wat hoorden we in de straatinterviews? De Herpense dorpskernen Overlangel en Neerloon richten zich vaak op Ravenstein en Grave. Net zoals het buitengebied Keent. Mensen uit Koolwijk voelen zich daarentegen echt een buurt van Herpen. Zij maken wel gebruik van de voorzieningen in Berghem, naast die in Herpen, zo vertellen onze respondenten. Herpenaren noemen betrokkenheid als kenmerk. Mensen staan klaar om elkaar te helpen waar nodig. Ook het verenigingsleven is actief en er zijn genoeg inwoners die wat willen organiseren. Nieuwe bewoners worden makkelijk in de gemeenschap opgenomen; ze omschrijven het als een ‘warm welkom’. Door het verenigingsleven, maar ook door de voorzieningen, wordt Herpen omschreven als ‘leefbaar’. Herpse jongeren noemen het wat minder leefbaar. Zij zien kroegen verdwijnen, waardoor ze in de weekenden verder weg moeten voor ontmoeten. Ook is het openbaar vervoer niet ideaal, de buurtbus volstaat niet voor de Herpse scholieren en studenten. De jongeren hebben hun jeugd als prettig ervaren, omdat ze er in rust en met veel vrienden op hebben kunnen groeien. In Herpen missen de geïnterviewden weinig praktische voorzieningen. Ze zijn blij met de supermarkt en vinden het niet erg dat ze voor speciaalzaken naar Ravenstein of Schaijk moeten rijden.

Ter vergelijking: Berghem heeft de jongste bevolking, met 27% jongeren en 16% 65+. Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019 1

3.

Lith

‘Dorp aan de Rivier’ Lith ligt voor een deel op de dijk. Het dorp groeide landinwaarts. Tussen het nieuwe deel en de hoge Lithse Dijk loopt steeds een netwerk van bijzondere paden, die bewoners vroeger in tijden van overstroming de kans bood toch nog enigszins met droge voeten de verschillende delen van het dorp te bereiken. Beeldbepalend in Lith is het stuw- en sluizencomplex uit de jaren ‘30, Molen Zeldenrust uit 1800 en de Sint-Lambertuskerk uit 1900 geven Lith zijn gezicht. De Lithse Dijk biedt nog steeds een breed uitzicht over het rivierlandschap. Op de dijk zijn ook enkele markante gebouwen te vinden, zoals de protestantse kerk en het voormalige doktershuis. Ook de mythische hoofdrolspeler van het boek ‘Dorp aan de Rivier’ van Anton Coolen, een reusachtige snoek, die in een van de diepe wielen zwom, is nog op de dijk te zien. Cluster Lith omvat ook de dorpskernen Lithoijen, Maren-Kessel en Oijen en de landelijke kernen Teeffelen en ’t Wild Aantal interviews in de kern: 7 Aantal interviews inclusief andere kernen: 23

Wat hoorden we in de straatinterviews? Oijen en Lithoijen zijn georiënteerd op Lith, deze twee zien elkaar als gelijken. Teeffelen ziet zichzelf als losstaand, alhoewel ze faciliteiten delen met Lithoijen en Lith. Maren-Kessel is meer georiënteerd op Rosmalen. ’t Wild voelt zichzelf geen onderdeel van Maren-Kessel, maar maakt wel gebruik van de voorzieningen, zo vertellen onze respondenten. Lith heeft een hechte gemeenschap, de respondenten hechten waarde aan sociale contacten. De grote kern heeft een dorps karakter door het ons-kent-ons. Lith heeft relatief veel voorzieningen, maar de supermarkt blijft favoriet. Deze is niet altijd geschikt voor de weekboodschappen (te klein), maar het biedt de Lithenaren (en omwonenden) wel een stukje gemak. Een drogisterij ontbreekt. Omdat deze er wel ooit zat, wordt hij gemist. Ook voor kinderen ontbreekt het nog aan voorzieningen, geven enkele ouders aan. Het schoolplein mag wat uitgebreider en er staan op te weinig plekken speeltuintjes. Voor jongeren ontbreekt vooral een goede logistieke verbinding naar Oss. De buurtbus is te weinig betrouwbaar. Rond Lith is veel ruimte en natuur. Geïnterviewden waarderen dit en zoeken daar de rust op.

4.

Megen

Megen was de hoofdplaats van het onafhankelijk graafschap Megen. Het staat al in de 8e eeuw geschriften en kreeg in 1357 stadsrechten, ruim 40 jaar eerder dan grote broer Oss. Megen werd, net als Ravenstein, een kleine vestingstad. Van die tijd is de Gevangenentoren nog te zien. Het onafhankelijk Megen was in de 17e en 18e eeuw een toevluchtsoord voor katholieken die in de protestantse Nederlandse Republiek van die tijd niet werden geduld. De stad heeft nog steeds twee actieve kloosterorden binnen zijn muren: die van de Franciscanen en van de zusters Clarissen. Dat nonnenklooster is gebouwd op de ruïne van het kasteel van Megen, dat in 1581 werd verwoest, aan het begin van de Tachtigjarige oorlog. Vooral in het noorden van Megen is die geschiedenis nog goed zichtbaar. Cluster Megen omvat ook de dorpskernen Haren en Macharen. Aantal interviews in het stadje: 10 Aantal interviews inclusief andere kernen: 29

Wat hoorden we in de straatinterviews? Megen lijkt in een aantal opzicht op Ravenstein. Er zijn ook in Megen weinig overeenkomsten tussen de stadskern en de dorpse kernen. In beide plaatsen is woningbouw voor starters meerdere keren als actueel probleem genoemd. Respondenten willen graag dat de eigen jeugd er kan blijven wonen, maar dat is nu moeilijk. Door hoge prijzen en gebrek aan aanbod, trekken jongeren naar het stedelijk gebied of elders, zo vertellen onze respondenten. Ook in Megen zijn de geïnterviewden trots op het karakteristieke stadje. Ze roemen het bloeiende verenigingsleven. Dat zorgt voor binding en saamhorigheid. Er wordt genoeg georganiseerd voor jong en oud. De geïnterviewden geven aan dat voorzieningen de leefbaarheid verhogen, vooral een kleine buurtsuper, zoals de Spar van vroeger of een groenteman. De geïnterviewden willen het rustieke karakter behouden en vinden een grote supermarkt daarom niet passend. Megenaren waarderen vooral de rust. Ze lopen ook zo de dijk op voor een flinke wandeling langs de Maas.

5.

Ravenstein

Ravenstein was de hoofdplaats van het vrije Land van Ravenstein, een Duits vorstendom dat lang niet bij Nederland hoorde. Het stadje is ontstaan rond het kasteel van Walraven van Valkenburg. Deze heer gebruikte het om tol te kunnen heffen van de schepen op de Maas. Ravenstein, op een strategische plek aan de rivier, lag regelmatig onder vuur. Het groeide uit tot vestingstadje. Rond 1800 ging het deel uitmaken van Nederland. Het kasteel is toen ontmanteld. De vestingwerken zijn niet meer zichtbaar, op het Philips van Kleefbolwerk na. Het middeleeuwse karakter is in het oude centrum nog goed te zien. Er staan monumentale woonhuizen, de twee stadspoorten, stellingmolen De Nijverheid, de Garnizoenskerk en de 18e-eeuwse Sint-Luciakerk, het enige kerkgebouw in Nederland dat is opgetrokken in de Duitse barokstijl. Hij is gebouwd met de opbrengsten van een loterij en nog altijd geliefd bij veel inwoners. Ravenstein heeft een voor Brabant bijzondere Nederlands-Hervormde kerk. Daarnaast is de nieuwere en erg robuuste en katholieke Bossche School goed zichtbaar bij veel gebouwen in het stadje. In het zuidwesten, net over het spoor bij het station, komt waarschijnlijk een nieuwe woonwijk. Cluster Ravenstein omvat ook de dorpskernen Deursen-Dennenburg en de landelijke kernen Demen, Dieden (samen Over den Dam) en Huisseling.

(Neerlangel hoort bij het buitengebied.) Aantal interviews in het stadje: 8 Aantal interviews inclusief andere kernen: 19

Wat hoorden we in de straatinterviews? Het centrum van Ravenstein verschilt erg van de woonwijken en de omliggende kernen. Wat ze bindt, is dat ze Ravenstein georiënteerd zijn. De dorps- en landelijke kernen vooral voor voorzieningen, zoals de supermarkt. Mensen in de kleinste kernen gaan er ook naartoe voor de mensen en gezelligheid drukte, zo vertellen onze respondenten. Ravenstein spreekt het duidelijkst een voorkeur uit voor toerisme. Geïnterviewden in Ravenstein zijn trots op het stadshart. Ze vinden het mooi dat er zoveel behouden is en delen dat graag met toeristen. Enkelen spreken hun zorgen uit dat ondernemers wegtrekken uit het stadje (richting het station). Een aantal is bang dat het woongenot en toerisme in het stadje eronder lijdt. Sommige geïnterviewden spreken over een ‘leegloop’, terwijl ondernemers het zien als nieuwe kans op een andere plek. Een aantal spreekt de hoop uit dat er winkeltjes komen in de leegkomende panden. Zo blijft het ook aantrekkelijk voor de toeristen. Enkele geïnterviewden vinden dat er te weinig wordt georganiseerd. In Ravenstein horen we dat geïnterviewden een kroeg missen. Als er iets georganiseerd wordt, komen hier veel mensen op af.

Dorpse kernen

Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Haren, Macharen, Deursen-Dennenburg, Overlangel: 40 interviews

6.

Maren-Kessel

Maren-Kessel is het nieuwste dorp binnen de gemeente Oss. Het is na de oorlog als nieuwe woonkern bedacht, midden tussen de oude kernen Maren (ten westen) en Kessel (ten oosten). Deze werden in 1944 geëvacueerd en door de oorlogshandelingen zwaar beschadigd: zowel de Marense als de Kesselse kerk hebben de oorlog niet overleefd. De huidige Sint-Lambertuskerk van Maren-Kessel stamt dan ook uit begin jaren 50 en ging het hart vormen van een nieuw gezamenlijk dorp: Maren-Kessel. Beide oude afzonderlijke kernen verdwenen echter niet helemaal van de kaart en bevatten nog enkele oude gebouwen uit de vooroorlogse geschiedenis. Zoals de bijzondere combinatie van de oude pastorie, de Mariakapel en het in onbruik geraakte kerkhof van Kessel. De geschiedenis gaat hier echter nog veel verder terug. Grootschalige archeologische opgravingen in deze omgeving doen vermoeden dat nabij Maren-Kessel niet alleen een Romeinse tempel heeft gestaan, maar dat er wellicht ook een grote slag heeft plaatsgevonden tussen de Romeinen en lokale stammen, waarbij mogelijk zelfs Julius Caesar aanwezig is geweest.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Maren-Kessel is grotendeels georiënteerd op Rosmalen en Den Bosch. Veel inwoners verhuizen volgens de geïnterviewden vanuit die plaatsen naar Maren-Kessel, voor de rust en de betaalbare woningen. Maren-Kessel heeft zelf voorzieningen, maar niet genoeg voor het dagelijks leven. Er is een basisschool, waar de kinderen uit ’t Wild ook altijd naartoe gaan. Verder is er een voetbalclub en andere verenigingen, zoals een ‘vrouwenclub’. De geïnterviewden noemen het verenigingsleven ‘bruisend’ en ‘bindend’. Voor een simpele boodschap, moeten de inwoners toch naar Rosmalen (‘8 minuten rijden’) of Lith. De geïnterviewden die in Maren-Kessel zijn opgegroeid, zijn vaak van plan hier te blijven wonen. Zij zien steeds meer onbekende gezichten in hun dorp komen wonen. Zolang de nieuwe inwoners zich betrokken en open opstellen, is dit voor de oorspronkelijke inwoners geen probleem. Ze waarderen de ligging van Maren-Kessel, dit is een van de redenen om hier te wonen. Ze zijn zo op hun werk en bij de voorzieningen, maar wonen een stuk groter in een groene omgeving.

7.

Lithoijen

Het centrum van Lithoijen kwam in de 19e en begin 20e eeuw vervolgens zuidelijker te liggen, rondom het huidige Prelaat van den Berghplein. Daar zijn nog steeds het oude raadhuis, het voormalige klooster en de Sint-Remigiuskerk te vinden, aan de oostkant afgesloten door de dijk. Deze groepering van gebouwen geeft het plein haast het gevoel van een filmset, bedoeld als voorbeeld van het rijke roomse leven in een Brabants rivierdorp.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Lithoijen en Oijen zien elkaar als gelijke, maar ook aparte dorpen, horen we. Ze zijn op elkaar gericht en lijken op elkaar, maar hebben toch ieder een unieke identiteit. Oijen dat is vooral een actief verenigingsleven dat zorgt voor binding, Lithoijen is meer saamhorig door het ons-kent-ons van vroeger. De Lithoijenaren omschrijven het zelf als ‘gewoon gezellig’. De jeugd uit Oijen en Lithoijen begint zicht ook steeds meer te mengen tot één grote groep. Beide kernen zijn rustig en ruim. Ze hechten veel waarde aan de dijk en Maas. Ook vinden de geïnterviewden het fijn dat de meeste woningen een grote tuin hebben, waarin kinderen veilig kunnen spelen en ze zichzelf kunnen terugtrekken. Ook vinden ze het belangrijk dat het kleinschalig en dorps blijft. Woningbouw voor de eigen jeugd is gewenst, om de binding te behouden en vergrijzing tegen te gaan. Toch willen ze niet dat er veel bijgebouwd wordt en inwoners vanuit buitenaf (“dat volk”) zijn niet per sé heel gewenst. Ook geven sommigen aan dat ze het gevoel hebben dat ze achtergesteld worden ten opzichte van de stad (Oss). “Alles wat daar niet welkom is, wordt hier gedumpt”. Dit gaat over de inwoners van buitenaf, maar ook bijhouden van de bermen en het windmolenpark. Beide kernen zijn georiënteerd op Lith.

De jeugd uit Lithoijen en Oijen verhuist hier ook steeds vaker naartoe, omdat daar woningen te koop zijn.

8.

Oijen

Oijen ligt aan Brabantse kant van de Maas, maar ruim vier eeuwen lang bij Gelderland. Pas in 1814 ging het weer van Brabant deel uitmaken. Oijen lag vroeger in het strijdgebied tussen de hertogen van Brabant en Gelre. De restanten van het nabijgelegen kasteel laten dat ook zien. Van die burcht resteert nu alleen nog het voorgebouw en de gracht, aangezien het hoofdgebouw in 1837 is gesloopt. Naast de katholieke Sint-Servatiuskerk, gebouwd in de jaren 60, heeft Oijen ook een klein protestants kerkgebouw. Deze Napoleonskerk stamt uit 1810.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Lithoijen

9.

Haren

Haren werd voor het eerst vermeld in oorkonden uit het eind van de 12e eeuw. Het dorp behoorde lange tijd tot het zelfstandige graafschap Megen, dat pas zo’n twee eeuwen geleden ook echt deel ging uitmaken van Nederland. De Zusters Franciscanessen Penitenten lieten begin 16e eeuw een slotklooster bouwen in Haren, genaamd Bethlehem. De zusters zijn in 1968 vertrokken, maar het klooster is nog steeds aan de zuidkant van het dorp te vinden, niet ver van de 19e-eeuwse SintLambertuskerk en bijbehorende pastorie, beide rijksmonumenten. Haren heeft een bijzondere essenstructuur, open en zeer oude gemeenschappelijke akkers in het dorp.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Haren is een hecht dorp, zo horen we in de interviews. Het ons-kent-ons gevoel vloeit voort uit mensen die elkaar vanaf de basisschool kennen en in het dorp blijven wonen. Dit zie je bij jeugd van net na de bassischool, maar ook bij mensen die zelf kinderen op de basisschool hebben. Dit zorgt voor de hoge mate van sociale controle, wat vooral gezien wordt als iets positiefs. Iedereen kijkt om naar elkaars kinderen en staat voor elkaar klaar waar nodig. Verder is Haren rustig. Er is genoeg natuur om je in terug te trekken, je loopt zo de polder in. Oude én nieuwe inwoners waarderen dat. In Haren wordt genoeg georganiseerd voor jong en oud. Vaak is het wel hetzelfde clubje mensen dat ergens de tanden in zet, maar “waar is dat niet zo”? Uiteindelijk zijn de Harense inwoners blij dat ze elkaar regelmatig treffen op feesten, quizzen etc. Ook voelen geïnterviewden zich betrokken bij hun eigen buurt, waar regelmatig een barbecues of iets anders wordt georganiseerd. Dit biedt nieuwe inwoners ook een kans om te integreren. Wat geïnterviewden in Haren wel nog missen, dat zijn voorzieningen voor kinderen en starters. Er zijn vrij weinig speeltuintjes, bijvoorbeeld in de nieuwe wijk waar nu veel jonge gezinnen wonen. Het vermoeden dat de basisschool over een tijdje moet verdwijnen, speelt ook in Haren.

De inwoners balen daarvan, maar begrijpen ergens wel waarom. Juist hierom vinden ze het belangrijk dat er extra voorzieningen voor kinderen komen. De eigen jeugd zou graag in Haren willen blijven wonen. Het feit dat er weinig voorzieningen zijn, nemen zij graag voor lief omdat de sociale binding zo hoog is. Helaas zijn er voor hen weinig mogelijkheden om er te kunnen blijven wonen, waardoor ze noodgedwongen naar Oss of Berghem moeten uitwijken.

10.

Macharen

Macharen maakte, net als buurdorp Haren, lange tijd deel uit van het graafschap Megen en hoorde dus niet bij het Nederlandse grondgebied. Dit veranderde pas in de Franse tijd, rond 1800. Het dorp wordt aan de noordgrens afgesloten door een oude Maasarm, die ten oosten van het dorp overgaat in het Burgemeester Delenkanaal, dat de rivier sinds de jaren ‘60 met de Osse haven verbindt. In Macharen zijn ook nog bouwwerken van oudere datum te vinden, zoals de 19e-eeuwse Sint-Petrus'-Bandenkerk en de voormalige pastorie uit 1834.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Macharen is een hechte gemeenschap, zeggen de geïnterviewden. Iedereen kent elkaar, elkaars ouders en kinderen; ons-kent-ons. De Bongerd speelt hier een centrale rol in. Jong en (vooral) oud komt hier samen. Er is een groot aantal vrijwilligers in Macharen. De KBO mag zich de grootste van de gemeente Oss noemen. De geïnterviewden vinden ontmoeten belangrijk om de gemeenschap te onderhouden. In Macharen brainstormen diverse werkgroepen over hoe ze Macharen leefbaar houden. Dit is actueel, omdat de basisschool waarschijnlijk vertrekt. Het schoolplein is altijd een belangrijke ontmoetingsplek voor ouders geweest. De school verdwijnt vanwege de vergrijzing, zeggen oudere geïnterviewden. Ze wijzen op het gebrek aan woningbouw, vooral voor starters. Een ander probleem te weinig doorstroomwoningen voor ouderen. Ze blijven in hun grote gezinswoningen wonen. In Macharen zijn bijna geen voorzieningen. Ouderen vinden dit geen probleem, zolang zij nog mobiel zijn. Een ritje naar Oss of Haren (Aldi) is zo gemaakt. Zij verwachten in de toekomst wel naar Oss te moeten verhuizen. Betere logistieke voorzieningen zouden het wonen in Macharen vergemakkelijken.

11.

Dennenburg: ‘Over den Dam’

Dennenburg wordt vaak in één adem genoemd met het naastgelegen Deursen, maar van origine waren dit echt twee gescheiden woonkernen in het Land van Ravenstein. Erg druk is Dennenburg nooit geweest, maar de bewoning op deze plek heeft wel een lange historie. De eerste bebouwing van de Sint-Michaëlskerk is 1000 jaar oud. Het verwaarloosde gebouw is eind jaren 50 grondig gerestaureerd. Deursen en Dennenburg worden door inwoners zelf samen met Demen en Dieden aangeduid als: ’Wij wonen in Over den Dam.’

Wat hoorden we in de straatinterviews? Dennenburg en Deursen zijn dorpse kernen en Dieden en Demen landelijke kernen, maar de geïnterviewden zien dit als één groot dorp: Over den Dam. Het verenigingsleven en de vriendengroepen bestaan uit inwoners van heel Over den Dam, Onder d’n Plag speelt hier een centrale rol in. Betrokken inwoners en verenigingen organiseren veel evenementen, waar heel Over den Dam van de partij is. Hierbij maakt het niet uit ‘of je nou uit Deursen of uit Demen komt’. Over den Dam is erg rustig gelegen, je loopt zo de dijk op of de polder in. De inwoners waarderen deze rust en het vele groen. Ze weten elkaar te vinden als ze behoefte hebben aan drukte, maar trekken zich aan het eind van de dag graag weer terug in hun rustige straat met grote tuin. In Over den Dam zijn er geen voorzieningen, maar deze missen de geïnterviewden niet. Ze zijn zo in Ravenstein, waar je alles kan vinden. Binnen een paar minuten fietsen sta je op het station en heb je de boodschappen binnen. De ligging vinden ze daarom fijn. Net zoals in Ravenstein, vinden ze dat er voor de jongeren niet genoeg mogelijkheden zijn om op stap te gaan. Ze missen dit niet per sé in eigen dorp, maar een leuke kroeg of club in de omgeving (Ravenstein of Oss) zou wel leuk zijn.

12.

Deursen

Deursen, vaak samen met het westelijk gelegen Dennenburg als één woonkern vermeld, ligt tegen de Dorpenweg. De neogotische Sint-Vincentiuskerk uit 1877 en bijbehorende pastorie zijn goed te zien. De bewoning op deze plek gaat terug tot aan de Romeinse tijd. Verder heeft Deursen de SintRochuskapel en het voormalige klooster Soeterbeeck, beiden gebouwd in de 18e eeuw.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Dennenburg.

13.

Overlangel

Overlangel lag vroeger direct aan de Maas. Dat betekende bedrijvigheid voor het dorp, want er kwam een haven waar gehandeld werd in steenkool, graan, wijn en hop. De Maasarm waar Overlangel zijn voorspoed aan dankte, werd met de Maasverbetering in de jaren 30 van de 20ste eeuw echter afgesneden. De vaargeul kwam daardoor ver van het dorp te liggen en de groei stagneerde. De rijkdom uit de 19e eeuw had er toen inmiddels al wel voor gezorgd dat in 1854 een nieuwe kerk gebouwd kon worden: de Sint-Antoniuskerk. Dat gebouw verving de gelijknamige kapel op die plek in Overlangel. Het bijzonderste aspect van de Antoniuskerk is de opengewerkte, gietijzeren spits; uniek in deze regio.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Overlangel ziet zichzelf als één met Neerloon en heeft ook veel verbinding met Keent. De scheidslijnen zijn ook hier vervaagd en de vriendengroepen lopen door elkaar heen. Het kernwoord van Overlangel, Neerloon en Keent is ‘rust’. Elke inwoner heeft veel eigen groen, voornamelijk in Keent en Neerloon. In Overlangel is het nog wat bruisender en is er plek voor een aantal kleine verenigingen. Waar de inwoners van Keent en Neerloon vervolgens weer van mee mogen genieten. Omdat de gemeenschap erg kleinschalig is, is er een goede band tussen alle leeftijden. De inwoners trekken niet alleen op met leeftijdsgenoten, maar vormen banden met zowel ouderen als jongeren. Wellicht daardoor willen de inwoners er graag blijven wonen. Maar ook hier is dat voor starters een probleem. Als je niet in staat bent om zelf een huis te bouwen, wordt het lastig om er een goede starters- of eengezinswoning te vinden. De jeugd vindt dit jammer, want ze zouden graag in dit saamhorige gebied, waar ze zijn opgegroeid, willen blijven wonen. De inwoners van Overlangel, Keent en Neerloon missen wel wat maatwerk. Zo hebben ze meer groenafval dan in de stad, maar wordt dit niet vaker opgehaald. Dit is maar een klein voorbeeld, maar de inwoners hebben behoefte aan meer maatwerk voor de groenere omgeving waarin zij wonen.

Landelijke kernen:

Demen, Dieden, Huisseling, Neerloon Teeffelen en ´t Wild: 49 interviews

14.

Demen

Demen, gelegen aan een langgerekte Maasbocht met een brede uiterwaard, behoorde vroeger tot het Land van Ravenstein. Het is nooit een heel groot dorp geweest, al bestaat het waarschijnlijk als woonkern al wel sinds de elfde eeuw. Het huidige 19e-eeuwse kerkgebouw van Demen, gewijd aan Sint-Willibrordus, heeft delen die nog uit de 15e eeuw stammen. Daarnaast bevat het dorp enkele monumentale boerderijen uit de 17e en 18e eeuw. Demen heeft door een veerpont een directe verbinding met Batenburg, aan de overkant van de Maas. Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Dennenburg

15.

Dieden

Dieden is lange tijd een eigen heerlijkheid geweest, die bovendien was aangesloten bij het Land van Maas en Waal, aan de overzijde van de rivier. Ten westen van het dorp was ook een kasteel te vinden, maar dat is in 1875 grotendeels afgebroken. Een paar bijgebouwen zijn wel opgenomen in het boerenbedrijf dat op het oude kasteelterrein ontstond. De omliggende kasteelgracht is nog steeds goed te zien vanaf de Maasdijk. Aan die dijk zijn in Dieden verder nog de schilderachtige Sint-Laurentiuskerk uit de 13e eeuw te vinden en de uit 1865 stammende stellingmolen Stella Polaris. Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Dennenburg

16.

Huisseling

Huisseling is ooit helemaal van de kaart geveegd. Dat gebeurde in 1621 toen de lokale bevolking werd bevolen om de aanwezige huizen en de kerk volledig af te breken om een vrij schootsveld te creëren voor de nabijgelegen vestingstad Ravenstein. Niet lang daarna werd het dorp weer opgebouwd, compleet met kerk, al stamt de huidige Sint-Lambertuskerk uit het begin van de 20e eeuw. Verder is in Huisseling nog een bijzonder knekelhuisje te vinden. In zo’n gebouwtje op werden beenderen van overledenen bewaard, die bijvoorbeeld werden gevonden bij het delven of ruimen van graven. Het huisje is gebouwd in 1878, maar is samengesteld uit oudere delen, vermoedelijk van rond 1700.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Huisseling voelt zich verbonden met Ravenstein, vooral voor praktische zaken als het station en de supermarkt. De Huisselingse jeugd trekt ook naar de vriendengroepen in Ravenstein. Toch ziet Huisseling zich als een ‘los dorp’, waar de inwoners tot rust kunnen komen. In Huisseling loopt niet iedereen de deur plat bij elkaar, maar ze zijn er als ze elkaar nodig hebben, horen we.

17.

Neerloon

Neerloon ligt op een plek waar de Maas vroeger erg bochtig was en in de zomer, bij lage waterstand, daardoor soms bijna droogviel. Zelfs de Romeinen maakten al gebruik van deze doorwaadbare plek. De huidige kern werd voor het eerst vermeld in de 12e eeuw en had ook toen veel te maken met de grillen van de rivier, waardoor Neerloon regelmatig omringd werd door het Maaswater en min of meer een eiland werd. Het dorp was in de 14e eeuw een deel van het Land van Cuijk en lag zodoende als enclave middenin het Land van Ravenstein. Uit die tijd stamt ook de toren van de Sint-Victorkerk, die de overstroming van 1820 overleefde. Het schip en koor gingen hierbij verloren en werden vervangen door een waterstaatskerk. In de 19e eeuw werden er kerken gebouwd met landelijke steun van de overheid. Ingenieurs van het Ministerie van Waterstaat verleenden hun toestemming aan de ontwerpen en controleerden het uitvoerende werk. Daarom werd zo’n nieuwe kerk, zoals in Neerloon, een waterstaatskerk genoemd.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Overlangel

18.

Teeffelen

Teeffelen wordt al lang bewoond. Archeologische vondsten laten een geschiedenis zien die teruggaat tot zo’n 700 jaar voor Christus. Het dorp maakte in de middeleeuwen deel uit van het graafschap Megen en hoorde dus niet tot de Meierij van ’s-Hertogenbosch. Tijdens de 17e en 18e eeuw betekende dit dat in Teeffelen het katholieke geloof wel was toegestaan, terwijl het in de Meierij door de Staten-Generaal was verboden. In die periode had Teeffelen ook een eigen school voor katholiek onderwijs en werd de SintBenedictuskerk, nog steeds het meest prominente gebouw van het dorp, vernieuwd en vergroot.

Wat hoorden we in de straatinterviews? In Teeffelen staat de rust ook centraal. De inwoners hebben veel ruimte om vrij te wonen. De huizen staan niet dicht op elkaar. Bewoners zien zichzelf als een hechte gemeenschap. Iedereen kent elkaar, de sociale controle is hoog. De inwoners houden een oogje voor elkaar in het zeil.

De inwoners van Teeffelen zijn aanpakkers. Ze krijgen niet alles wat ze willen voor elkaar vanuit de gemeente, dus zetten ze zelf hun schouders eronder. Zo krijgen ze veel zelf gedaan, daar zijn ze trots op. Ze weten op die manier ook wat ze aan elkaar hebben. Ze voelen zich het buitengebied, terwijl ze dat niet zijn. Dit komt omdat ze zich ten opzichte van de andere (grotere) kernen achtergesteld voelen qua onderhoud. Ze zouden meer maatwerk dus prettig vinden. In Teeffelen komen de laatste tijd steeds inwoners van ‘buitenaf’ wonen. Dit is prima, zolang zij bijdragen aan de gemeenschap.

19.

’t Wild

’t Wild is de meest westelijke kern van de gemeente Oss, gelegen op de grens met ’sHertogenbosch en de provincie Gelderland. ’t Wild ontstond als gehucht in de late middeleeuwen, nadat ook dit deel van de Maas werd bedijkt. Lange tijd heeft de bebouwing zich volledig geconcentreerd langs de dijk, totdat de Duitse bezetter in oktober 1944 de inwoners van ’t Wild beval hun huizen te verlaten, waarna praktisch de hele kern met de grond gelijkgemaakt werd. Na de bevrijding werd het gehucht weliswaar opgebouwd, maar van de vooroorlogse bebouwing bleef alleen de Wildse Hut behouden.

Wat hoorden we in de straatinterviews? ‘t Wild voelt zich verbonden met Maren-Kessel. Ze zijn hier geen buurt van, maar het is wel hun ‘grote broer’. ’t Wild is georiënteerd op Maren-Kessel, zoals de basisschool en mensen. Voor de boodschappen moeten zij een stukje verder rijden. Al met al vinden ze de ligging prettig. In ’t Wild wonen de inwoners erg ruim met veel groen; je woont vrij. Hier hechten zij veel waarde aan en dit is ook de reden waarom de inwoners hier blijven. In ’t Wild kent iedereen elkaar en voelt men zich met elkaar verbonden. “Ik heb de sleutel van de poort van mijn buurman” is hier een mooi voorbeeld van.

Clusters woningen in het landelijk gebied: Deze clusters horen bij het buitengebied, maar we willen ze wel graag een plek geven in de gespreksnotitie. We hebben er ook mensen geïnterviewd over wat de leefomgeving voor hen betekent.

Keent, Koolwijk Neerlangel: 4 interviews

20.

Keent

Keent is de kleinste afzonderlijke kern van de gemeente Oss. Het heeft geen echt herkenbaar centrum met kerk of raadhuis en is dus vooral een buurtschap, een verzameling van enkele boerderijen. Het plaatsje, dat al werd vermeld in de 13e eeuw, heeft echter wel een bijzondere geschiedenis. Tot aan de Maaskanalisatie van de jaren ‘30 en ‘40 lag het namelijk aan de Gelderse zijde van de rivier, pas daarna werd het Brabants. Keent wordt ook nu nog omsloten door een oude Maasarm. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag in de weilanden van Keent een militair vliegveld dat door de geallieerde troepen is gebruikt tijdens de bevrijding van deze regio in 1944.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Zie Overlangel

21.

Koolwijk

Koolwijk heeft vooral een betekenis voor Oss en omgeving door zijn kapel, gewijd aan Sint-Anna. Koolwijk lag lange tijd op de grens van het vrije Land van Ravenstein met Oss en Berghem. Omdat Oss en Berghem bij de Nederlandse Republiek hoorden in de 17e en 18e eeuw mocht het katholicisme dus niet openbaar uitgeoefend worden. In het Land van Ravenstein was dit verbod niet van kracht en dus trok katholiek Oss vroeger naar het kapelletje van Koolwijk. De SintAnnakapel, die voor het eerst vermeld werd in 1485 en gaandeweg de eeuwen verschillende keren werd aangepast en uitgebreid, is nog steeds in hart van Koolwijk te vinden.

Wat hoorden we in de straatinterviews? ‘De Kollûk’ (Koolwijk) noemt zichzelf een buurt van Herpen, ze zien zichzelf niet als los dorp. Qua voorzieningen was Koolwijk in het verleden ook vaak op Herpen gericht, maar tegenwoordig richten de inwoners zich ook wat vaker op Berghem. Koolwijk is een hechte gemeenschap met een ondernemende buurtvereniging.

22.

Neerlangel

Neerlangel is de op één na kleinste kern van de gemeente Oss, maar wel een plek die al zeer lang bewoond is. De Sint-Jan de Doperkerk van Neerlangel is zelfs het oudste tufstenen gebouw van Noord-Brabant, met een toren die stamt uit de 11e eeuw. Aanvankelijk heette deze plaats gewoon Langel, verwijzend naar zijn langgerekte vorm langs de Maas, maar door de stichting van Ravenstein in de 14e eeuw werd de kern in tweeën gehakt. Ter onderscheid is daarna de term ‘Overlangel’ in gebruik geraakt voor het deel dat stroomopwaarts van de rivier lag. Het deel stroomafwaarts, rondom de oude kerk werd zodoende ‘Nederlangel’: het huidige Neerlangel.

Wat hoorden we in de straatinterviews? Omdat Neerlangel zo’n klein dorpje is, is de gemeenschap erg hecht. Iedereen kent elkaars familie en de dorpsleden houden het gehucht samen leefbaar. Zo heeft ieder één keer in de zoveel tijd de beurt om de kerk bij te houden. Dat typeert Neerlangel: samen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=ac4cd21e-baf1-4168-8b0b-93e4bee204b2