b. Bijlagenboek bij toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Rijnstraat ong. en 18 Herpen - 2024
Bijlagen bij toelichting
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Indexpagina bijlagen bij de toelichting Bestemmingsplan Rijnstraat ong. / Rijnstraat 18 Herpen – 2023 Bijlage 1
- Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 2
- Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat 18, Herpen
Bijlage 3
- Resultaten www.dewatertoets.nl Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 4
- Quickscan flora en fauna Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 5
- AERIUS berekeningen Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 5a
- AERIUS projectberekening aanlegfasewoning
Bijlage 5b
- AERIUS extra beoordeling aanlegfasewoning
Bijlage 5c
- projectberekening gebruiksfasewoning
Bijlage 5d
- AERIUS extra beoordeling gebruiksfasewoning
Bijlage 6
- Advies veiligheidsregio
Bijlage 7
- Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18, Herpen
Bijlage 8
- Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 9
- LIR-berekening
Bijlage 10
- Certificaat bouwtitel Rijnstraat Herpen Princen Reuvers
Bijlage 1
- Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat ong., Herpen
Bijlage 2
- Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat 18, Herpen
Bijlage 3
- Resultaten www.dewatertoets.nl Rijnstraat ong., Herpen
datum 21-8-2020 dossiercode 20200821-38-24089 Samenvatting ingevoerde gegevens Persoonlijke gegevens aanvrager Projectnaam: Rijnstraat ong., Herpen Naam aanvrager: Nikol van de Goor Organisatie: Pittiger in planologie Straat/Postbus: Verwestraat Huisnummer: 32 Postcode: 5491BZ Plaats: Sint Oedenrode Telefoon: 0619743337 E-mail: 0619743337 Contactpersoon gemeente Naam gemeente: Oss Contactpersoon: Karien van Rossem Telefoon: 140412 E-mail: k.van.rossem@oss.nl Kaartmateriaal Heeft het ingetekende plangebied kaartmateriaal geraakt? nee Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Oss Vragen Houdt het plan uitsluitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen sprake van een verhardingstoename en/of afkoppeling van hemelwater? nee Is er sprake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee Vervolgvragen Omvat het plan een verhardingstoename of een afkoppeling van hemelwater(oppervlak) waarbij het oppervlak 2000 m2 of meer bedraagt? nee Betreft het de bouw van minimaal 100 woningen en/of de (her)ontwikkeling van een bedrijventerrein? nee Is er sprake van een grondwateronttrekking (inclusief drainage)? nee Aanvullende vragen Hoe wordt in het plan het hemelwater verwerkt?
1. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt geïnfiltreerd ja 2. Via een gescheiden stelsel: hemelwater wordt vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater 3. Via een gemengd stelsel Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken? nee Ligging plangebied
Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl
datum 21-8-2020 dossiercode 20200821-38-24089 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 2.000 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Wel verzoeken wij u alvast om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt ontvangen wij toch graag het voorontwerpplan. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas
Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Bijlage 4
- Quickscan flora en fauna Rijnstraat ong., Herpen
erl Buro Ma L a n
d s c
h a p
,
l o E c o
g i e
&
ant
t e R u i m
l i j k e
O rd
e n i n
g
B M- R APPOR T 2020
Herpen Rijnstraat (ongenummerd) Ecologische quickscan J. va n Suijle kom, 9 se p te mb e r 2020
Inhoud Blz 1
Inleiding
3
1.1
Algemeen
3
1.2
Methode / doel
3
1.3
Beschrijving van het plangebied en de ingrepen
3
2
Wet- en regelgeving
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
3
Bronnenonderzoek
8
3.1
Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
8
3.2
Gebiedsbescherming
8
4
Resultaten van het veldonderzoek
8
4.1
Algemeen
8
4.2
Beschermde soorten: resultaten en verwachting
8
5
Conclusie
11
Literatuur
12
I m p re ss i e v a n h e t plangebied F oto ’s : B u ro M a e r l a n t 11-07-2020.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen Op verzoek van Pittiger in Planologie heeft Buro Maerlant een ecologische quickscan uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ingrepen in het plangebied Rijnstraat (ongenummerd)te Herpen. Het veldbezoek werd uitgevoerd op 11 juli 2020. Men is voornemens het plangebied te ontwikkelen voor de realisatie van een woning. Voor dit doel wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
1.2 Methode / doel De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek en de verslaglegging daarvan. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van diersporen zoals uitwerpselen, krab- en graafsporen, en is de vegetatie bekeken. Tevens zijn waarnemingen van aanwezige diersoorten gedaan. Op basis van expert-judgement is een inschatting gemaakt van het mogelijke voorkomen van beschermde soorten. Dit is afgewogen tegen de toekomstige ontwikkelingen. Doel van het onderzoek is een goed onderbouwde inschatting te geven, zodat kan worden gehandeld conform de Wet natuurbescherming.
1.3 Beschrijving van het plangebied en de ingrepen Het plangebied Rijnstraat (ongenummerd) (vanaf nu ‘het plangebied’) is gelegen tegen de rand van de bebouwde kom van Herpen en omvat ter hoogte van de toekomstige bouwlocatie een perceel grasland dat werd begraasd door pony’s (zie figuur 1). Het totaalplan omvat een overig deel van het grasland, deels omgeven door een haag, een perceel grasland met bomen en een droge greppel. Het totaalplan wordt landchappelijk ingepast met onder meer een groot oppervlak bloemrijk grasland, zones hoogstamfruit, hagen en struwelen. Met ‘het plangebied’ wordt in onderhavige tekst en beoordeling de locatie van de ingrepen / het toekomstige woonperceel bedoeld, zoals met rood weergegeven in figuur 1. Fi guur 1 Gl obal e s i t ueri ng v an het pl angebi ed (i n bl auw).R ood= t e s l open ops t al l en en ni euwe bouwl ocat i e. B ron l ucht f ot o: Googl e.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
3
Wet- en regelgeving 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn in deze wet geïmplementeerd. Bevoegdheden inzake ontheffingen en vrijstellingen komen met deze wet te liggen bij de provincie. In sommige situaties is het Rijk bevoegd gezag. Soortbescherming: drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent inzake soortbescherming drie aparte beschermingsregimes: voor soorten van de Vogelrichtlijn, van de Habitatrichtlijn inclusief het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en voor andere nationaal beschermde soorten. Per beschermingsregime gelden aparte verbodsbepalingen en bijbehorende vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden (zie onderstaande tabel). Tab el 1 Ver bod sb e p a l i n g e n We t n atuu r b e s c h e r m i n g . B ron: b ro c h u re so o r t b e s cher m i n g b i j r u i m t e l i j k e ingrepe n , M i n i s t e r i e v a n E con om i sc h e Z a k e n .
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk
levende vogels opzettelijk te
natuurlijke verspreidingsgebied
te doden of te vangen
doden of te vangen.
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de voortplan-
Het is verboden de vaste voort-
nesten, rustplaatsen en eieren
tingsplaatsen of rustplaatsen
plantingsplaatsen of rustplaatsen
van vogels te vernielen of te
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadi-
beschadigen, of nesten van
vernielen
gen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Niet van toepassing
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur opzettelijk te
hebben
vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels op-
Het is verboden dieren opzette-
zettelijk te verstoren, tenzij de
lijk te verstoren
vogels weg te nemen
Niet van toepassing
verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten
Het is verboden plantensoorten in
in hun natuurlijke verspreidings-
hun natuurlijke verspreidingsgebied
gebied opzettelijk te plukken en
opzettelijk te plukken en te ver-
te verzamelen, af te snijden, te
zamelen, af te snijden, te ontworte-
ontwortelen of te vernielen
len of te vernielen
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
4
Ontheffing en vrijstelling Op basis van een ontheffing of een vrijstelling is overtreding van de verbodsbepalingen in principe mogelijk. Aangetoond dient te worden dat er sprake is van geen andere bevredigende oplossing (alternatief), er sprake is van een door de wet genoemd belang (bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid) en de ingreep geen afbreuk doet aan de gunstige instandhouding van de soort. Nieuw in de wet is dat voor alle soorten de mogelijkheid wordt geboden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Indien aan bovenstaand wordt voldaan geldt een vrijstelling als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. De verbodsbepalingen zijn gericht op het individu, echter wordt bij de beoordeling of kan worden afgeweken van de bepalingen gekeken naar de gunstige instandhouding van de soort. De zorgplicht blijft in de Wet natuurbescherming evenwel van toepassing, óók voor niet beschermde soorten, dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor alle planten en dieren en de leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, echter kan hierop door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Jaarronde bescherming vogels Nesten van vogels zijn doorgaans alleen beschermd tijdens het broedseizoen.
Van een beperkt aantal vogelsoorten zijn nesten ook in de niewe wet buiten het broedseizoen en dus jaarrond beschermd (zie tabel 2). Categorie
Omschrijving Jaarrond beschermde nesten
Ta b e l 2 B e sc h e r m i n g sc a tegori e ë n n e s t e n , w a a rop d e v e r b o d sb e p a l i ngen v a n a r t i k e l 3 . 1 en 3. 5 W n b v a n t o e p a s s i n g z i j n : J a a r ro n d (1 t/ m 4 ) o f t i j d e n s h e t b ro e d se i z o e n ( c a t eg o r i e 5 ).
1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De fysiekke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil). Niet jaarond beschermde nesten
5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (voorbeeld: boerenzwaluw, ekster, groene specht en spreeuw.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
5
Van alle categorieën vogels in hierboven genoemde tabel is het belangrijk aan- of afwezigheid van nesten / territoria aan te tonen en sprake is van een mogelijk effect. Via een omgevingscheck en eventueel nader onderzoek is dit mogelijk. Voor categorie 5 - soorten is een potentie inschatting doorgaans voldoende. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming is gebiedsbescherming op vergelijkbare wijze geregeld als de voormalige Natuurbeschermingswet 1998. Ook in de Wet natuurbescherming wet beoogt men bescherming van gebieden die nationaal en internationaal van belang zijn. Het betreft de bescherming van gebieden op Nederlands grondgebied die vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn zijn aangewezen. Gezamenlijk vormen deze gebieden een Europees netwerk: Natura 2000. De status van beschermde natuurmonumenten is bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet komen te vervallen. Het merendeel van de voormalig beschermde gebieden maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland en zijn op deze wijze beschermd. Ingrepen en effecten In de Wet natuurbescherming is bepaald, dat handelingen of projecten die mogelijk schadelijk invloed hebben op Natura 2000-gebieden vergunningsplichtig zijn. Door middel van toetsing wordt bepaald of sprake is van effecten,en zo ja in welke mate dit is. Toetsing vindt plaats in drie fasen:
» » orientatiefase of voortoets; » » verstorings- en verslechteringstoets (bij mogelijke negatieve, maar géén significant negatieve effecten);
» » passende beoordeling (kans op significant negatieve effecten). Als uit de verstorings- en verslechteringstoets blijkt, dat sprake is van mogelijk negatieve effecten dient in een aanvullende toetsing een effectbeoordeling plaats te vinden en is een vergunning nodig. Het bevoegd gezag (de provincie en in sommige situaties het Ministerie) verleent een vergunning onder strikte voorwaarden, waarbij met voldoende mitigerende en compenserende maatregelen de instandhoudingsdoelstellingen zijn gewaarborgd.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
6
3 Bronnenonderzoek 3.1 Data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Voor het onderzoek zijn de gegevens uit de NDFF middels quickscanhulp opgevraagd. Het betreft waarnemingen van beschermde soorten krachtens de Wet natuurbescherming binnen een straal van 0 tot 5 km ten opzichte van het plangebied. Dit is exclusief algemene beschermde soorten waarvoor bij ruimtelijke ingrepen een provinciale vrijstelling geldt. De gegevens zijn in de onderstaande tabel weergegeven (tabel 4). Ta b e l 4 Data uit de NDFF: wa a r n e m i n g e n st r i kte r b e sc h e r m de soorten in de omgeving van he t p l a n g e b i e d , e xc l u s i e f a l g e m e n e soorten waarvoor e e n p ro v i n c i a l e vr i j s t e l l i n g g e l d t . © ND F F - q u i c k s c a nhu l p . n l 0 8 - 0 9 - 2 0 2 0 .
Naam Bever Buizerd Das Gewone dwergvleermuis Gierzwaluw Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Alpenwatersalamander Beekrombout Boomvalk Bunzing Eekhoorn Gevlekte witsnuitlibel Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Grote Gele Kwikstaart Grote modderkruiper Havik Hazelworm Heikikker Kamsalamander Kartuizer anjer Kruiptijm Laatvlieger Levendbarende hagedis Poelkikker Ringslang Rugstreeppad Slechtvalk Steenmarter Steenuil Vinpootsalamander Wespendief Wezel Zwarte Wouw
Groep Zoogdieren Vogels Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Amfibieën Libellen Vogels Zoogdieren Zoogdieren Libellen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vogels Vissen Vogels Reptielen Amfibieën Amfibieën Vaatplanten Vaatplanten Zoogdieren Reptielen Amfibieën Reptielen Amfibieën Vogels Zoogdieren Vogels Amfibieën Vogels Zoogdieren Vogels
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Bij de uitwerking van de resultaten van het veldonderzoek (zie hier onder) wordt een verwachting uitgesproken in hoeverre deze beschermde soorten ín het plangebied aanwezig kunnen zijn en in hoeverre effecten zijn te verwachten. Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
7
3.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ruime afstand (> 13 km) van Natura 2000-gebieden. Externe werking, en in het bijzonder depostie van stikstof, is door de geringe aard van de ingrepen en deze ruime afstand met zekerheid uit te sluiten. Er is slechts sprake van de bouw van één woning, die conform de huidige regels gasloos worden uitgevoerd. Daarnaast komt de (intensieve) agrarische functie van een groot opppervlak te vervallen en maakt plaats voor natuur. Zones op een afstand van circa 350 meter of meer in de omgeving maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (of NNN). Ingrepen in- of direct nabij het Natuurnetwerk zijn niet voorzien. Op deze afstand heeft de realisatie van een woning op voorhand géén effect. Negatieve effecten op het Natuurnetwerk kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.
4 Resultaten van het veldonderzoek 4.1 Algemeen Het veldonderzoek werd uitgevoerd in de late ochtend van 11 juli 2020. Tijdens het veldbezoek was het bewolkt en droog, was sprake van enige wind bij een temperatuur van circa 18°C. Biotopen n het plangebied, delen van de ingrepen, waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Perceel grasland / weide, soortenarm met dominerend raaigras, begraasd door pony’s. De grasmat was vrij kort door begrazing en vertoonde veel kale plekken. Er was lokaal sprake van opslag van de grote brandnetel. Het perceel was recentelijk bemest met drijfmest. Aan de noordelijke rand was gedeeltelijk een beukenhaag aanwezig.
» » Het toekomstige woonperceel / het plangebied is gelegen nabij een woning met tuin. In de ruimere omgeving van het plangebied waren de volgende biotopen aanwezig:
» » Vergelijkbaar deel van de weide, eveneens begraasd, met ten zuiden daarvan open agrarisch gebied.
» » Droge greppel / wadi licht verruigd met algemene pioniersoorten als de klaproos en reukloze kamille, gelegen aan een weg;
» » Tuin / grasland met aan de rand enkele forsere zomereiken. » » Woonkavels met diverse recente woningen en woningen in aanbouw. 4.2 Beschermde soorten: resultaten en verwachting Planten In de omgeving van het plangebied zijn de kruiptijm en de kartuizer anjer waargenomen (zie data NDFF in tabel 4). De kruiptijm is een zeldzame soort van voedselarm en droog substraat. Bijkens verspreidingsatlas.nl is de enige waarneming in deze regio een niet wild exemplaar (https://www.verspreidingsatlas.nl/1420 ). De kartuizer anjer is eveneens een soort van voedselarm substraat. In het plangebied zijn geen beschermde planten aangeHerpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
8
troffen, en kon het mogelijke voorkomen op basis van het habitat op voorhand worden uitgesloten. Er was ter hoogte van de te bebouwen weide sprake van (uiterst) voedselrijke omstandigheden en begrazing. De aanwezigheid van beschermde vaatplanten binnen de werkgrenzen kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. Zoogdieren algemeen In de omgeving zijn blijkens de data van de NDFF de bever, de das, eekhoorn, wezel en de steenmarter aangetroffen. Voor de bever ontbrak op voorhand potentie. Sporen van grondgebonden zoogdieren werden niet aangetroffen binnen de werkgrenzen, ook geen holen. De aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren kan op basis van deze habitatscan redelijkerwijs worden uitgesloten. De ruimere omgeving biedt voor diverse soorten potentie. Dit is voor de ingrepen niet relevant. De voorgenomen inpassing biedt voor veel soorten kansen. Vleermuizen Verblijfplaatsen In de omgeving van het plangebied zijn divers soorten vleermuizen waargenomen, onder meer de gewone dwergvleermuis, de gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Het betreft soorten die ook in deze context kunnen worden verwacht. In het plangebied zelf ontbraken binnen de werkgrenzen elementen die kunnen dienen als verblijfplaats zoals geschikte gebouwen of bomen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied zelf kan worden uitgesloten.
De nabijgelegen woning is beoordeeld als potentieel geschikt voor vleermuizen. Indien vleermuizen van de woning gebruikmaken worden geen effecten verwacht doordat op voldoende afstand van de bestaande bebouwing wordt gebouwd op de plek van een weide. Foerageergebied en vliegroutes De weide / het plangebied zelf had door het ontbreken van opgaande beplantingen op voorhand weinig betekenis als jachtgebied voor vleermuizen. Op windstille momenten kúnnen vleermuizen ook boven het plangebied jagend worden verwacht. Een belangrijke functie wordt niet verwacht. Structuren die kunnen dienen als vliegroute waren niet aanwezig in of direct nabij het plangebied / de werkgrenzen. Negatieve effecten op de navigeer- en foerageermogelijkheden van vleermuizen zijn redelijkerwijs uit te sluiten.
Vogels Algemene / flexibele soorten, niet jaarrond beschemd In het plangebied zelf werden tijdens het veldbezoek geen vogels aangetroffen. Door het ontbreken van voldoende beschutting en rust (begrazing) kan de aanwezigheid van broedende vogels binnen het toekomstige bouwblok worden uitgesloten. In de haag aan de rand van het perceel kúnnen vogels tot broeden komen. Door met de ingrepen preventief rekening te houden met broedende vogels worden effecten eenvoudig voorkomen.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
9
Jaarrond beschermde soorten Jaarrond beschermde soorten (nesten, categorie 1 t/m 4) In de nabije omgeving zijn blijkens data uit de NDFF diverse jaarrond beschermde vogels aangetroffen, onder meer enkele soorten roofvogels, uilen en soorten als de huismus, de steenuil en de kerkuil. Ook voor jaarrond beschermde soorten ontbrak geschikte broedbiotoop in het plangebied zelf. De ruimere omgeving biedt voor veel soorten potentie. Dit is voor de ingrepen niet relevant. De aanwezigheid van nesten van jaarrond beschermde broedvogels in- of direct nabij de werkgrenzen kan worden uitgesloten. Vissen In het plangebied ontbreekt open water. Effecten op vissen zijn dan ook niet van toepassing. Amfibieën Blijkens de data uit de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied diverse stikter beschermde amfibieën aangetroffen, waaronder de kamsalmander, alpenwatersalamander, heikikker en de poelkikker. De ruimere omgeving is voor alle soorten ook zeer geschikt door de aanwezigheid van vennen en wateren met natuurvriendelijke oevers. Binnen de werkgrenzen ontbraken potenies door de afwezigheid van open water en voldoende beschutting / vegetatie. De aanwezigheid van amfibieën in de omgeving is voor de ingrepen niet relevant. Reptielen In de omgeving van het plangebied zijn de ringslang, de hazelworm en de levendbarende hagedis aangetroffen.
De ringslang is gebonden aan wateren met structuurrijke oevers. Een biotoop dat geheel ontbrak. De hazelworm en levendbarende hagedis prefereren kleinschalige elementen zoals houtwallen, bosranden en / of plekken met ruigten. In het plangebied en de directe omgeving was spraka van onvoldoende beschutting en derhalve ongeschikte biotoop. De aanwezigheid van reptielen binnen de werkgrenzen kan op basis van het aangetroffen habitat redelijkerwijs worden uitgesloten. Insecten In de ruimere omgeving van het plangebied zijn aan water gebonden beekrombout en gevlekte witsnuitlibel. In het plangebied ontbraken potenties geheel, mede door de afwezigheid van geschikte waardplanten en water. De aanwezigheid van beschermde insecten kan op basis van het aangetroffen habitat worden uitgesloten. Overige soortgroepen Voor de overige door de Wet natuurbescherming strikter beschermde soortgroepen ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied. Effecten zijn door de aard van de ingrepen ook niet aan de orde.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
10
5 Conclusie Soorten In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden:
» Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) nabij de randen. Effecten Doordat de werkzaamheden op het land plaatsvinden, beperkt van aard zijn, en preventief afdoende maatregelen kunnen worden getroffen, zijn over het algemeen géén negatieve effecten op strikter beschermde soorten te verwachten. Beschermde gebieden Het plangebied ligt niet in beschermde gebieden krachtens Natura 2000, NNN / de Provinciale Verordening. Er is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van het plan op beschermde gebieden in de ruimere omgeving uit te sluiten zijn.
Advies Doordat de kans bestaat dat broedende vogels aanwezig zijn nabij randen (hagen) van het plangebied, wordt aanbevolen rekening te houden met de broedperiode en werkzaamheden met zwaar materieel (grondwerk bijvoorbeeld) uit te voeren buiten het broedseizoen. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld, dat geen nesten aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het verstoren van broedende vogels, dat leidt tot het permanent verlaten van een nest, is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan.
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
11
Literatuur Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeenk, en J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Diepenbeek, A. van, 1999. Veldgids Diersporen (tweede druk, 2003). KNNV Uitgeverij, Utrecht. Meijden, R. van der, 2005. Heukel’s flora van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen.
Internet » » Google maps » » http://www.natuurindegemeente.nl/aandeslagmetdenatuurwet/wp-content/uploads/2016/12/Soortenbescherming_bij_ruimtelijke_ingrepen_1.3_15122016.pdf
» » www.nederlandsesoorten.nl » » https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
12
Buro Maerlant Dorpsstraat 17 4271 AA Dussen T 085 877 86 85 E info@BuroMaerlant.nl I www.BuroMaerlant.nl KvK 69667705
Herpen Rijnstraat (ongebummerd) Ecologische quickscan
13
Bijlage 5
- AERIUS berekeningen Rijnstraat ong., Herpen
Notitie AERIUS-berekening Datum Onderwerp Ons kenmerk Bijlagen
18 oktober 2024 AERIUS-berekening Rijnstraat ong., Herpen 2x output AERIUS-calculator
Aanleiding In verband met het voorgenomen initiatief, de ontwikkeling van een vrijstaande woning, aan Rijnstraat ong. in Herpen is deze notitie opgesteld. Initiatieven in de fysieke leefomgeving mogen Natura 2000-gebieden niet schaden. In verband daarmee is het van belang dat bezien wordt in hoeverre een dergelijk initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Met behulp van de AERIUS-calculator kan dit voor het aspect stikstofdepositie voor zowel het realiseren (slopen, bouwen, aanleggen) als gebruiken van een locatie inzichtelijk worden gemaakt. Sinds de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht is geworden was het niet meer nodig om dit voor de realisatiefase te doen. Deze wet bevatte namelijk vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van bouwprojecten. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159). Sindsdien moet voor initiatieven in de fysieke leefomgeving zowel voor de gebruiks- als realisatiefase weer een aeriusberekening worden gemaakt. In de Regeling natuurbescherming is opgenomen dat met de laatste versie van de AERIUS Calculator gerekend moet worden.
De stikstofdepositie die bij de realisatie van het initiatief en het gebruiken ervan op nabijgelegen Natura 2000 gebieden tot stand komt is met behulp van de AERIUS-calculator welke op 18 oktober 2023 online was berekend. De PDF-exports met de rekenresultaten zijn bijgevoegd bij deze notitie. In deze notitie wordt aanvullend ingegaan op de (achtergrond van de) invoergegevens. Het initiatief De ontwikkeling betreft het realiseren en gebruiken van een nieuwe woning aan Rijnstraat ong. in Herpen. Het is uiteindelijk de bedoeling het plangebied als volgt in te richten (zie de afbeelding hieronder).
1
Gebruiksfase In de gebruiksfase wordt in verband met het verplicht gas- en haardloos wonen alleen rekening gehouden met het vervoer van bewoners en hun bezoek. Voor het vervoer van bewoners zijn we uitgegaan van 8 vervoersbewegingen per etmaal. Conform CROW is voor vrijstaande woningen 7,8 mvt/ etmaal de maximale norm, dit is afgerond 8. Daarbij wordt het traject vanaf omliggende straten gebruikt totdat het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld (grotere weg). De gebruiksfase is beoogd in 2026. Resultaat gebruiksfase Het resultaat van de berekening is dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Aanlegfase Bekeken is om welke stikstof uitstotende werkzaamheden het in het bouwproces gaat, de aanlegfase. De aanlegfase bestaat uit machines die op de bouw worden gebruikt en vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats. Het bouwproces van aannemers is in beeld gebracht en aan de hand daarvan zijn met de AERIUS-calculator berekeningen uitgevoerd. De beoogde bouwers hanteren over het algemeen de volgende werkwijze: iedere dag nemen de bouwvakkers het materiaal dat zij die dag op de bouw nodig hebben mee. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en het benodigde zware vervoer naar de bouw. Daarnaast worden veel producten prefab in de fabriek gemaakt. Dat bespaart machinegebruik op de bouwlocatie.
Deze producten worden met zwaar vervoer (volle vrachtwagens) bij de bouw aangeleverd. Hieronder zijn de waarden opgenomen die gebruikt zijn als input voor de AERIUS-berekening om de eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te kunnen bepalen. Indicatoren werkzaamheden op bouwterrein: • Graafmachines: 14 uur @ 8l/uur, Stage IV, Stage IV, 75-560kW, 2014; • Bouwkraan: 18 uur @ 11l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014; • Betonpomp: 9 uur @ 20l/uur, Stage IV, 75-560kW, 2014. • Indicatoren vervoer van en naar bouwterrein: Tijdens de bouw zal sprake zijn van 2200 lichte vervoersbewegingen totaal. Het gaat dan om licht verkeer al dan niet met aanhanger dat verspreid over een jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt. Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de bouwvakkers tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht worden zware vervoersmiddelen ingezet. Het gaat dan om de aanvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: - aan- en afvoer van graafmachines, 4 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van hoogwerkers, 4 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van betonpomp, 2 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van afvalcontainers, 12 vervoersbewegingen; 2
-
aan- en afvoer van grond, 8 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouwhekken, 2 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van bouwkeet, 2 vervoersbewegingen; aanvoer van beton, 4 vervoersbewegingen; aanvoer van gevelstenen, 2 vervoersbewegingen; aanvoer van prefab vloeren, 2 vervoersbewegingen; aanvoer van dakplaten, 2 vervoersbewegingen; aan- en afvoer van metselsilo, 2 vervoersbewegingen; aanvoer van kalkzandsteenelementen, 2 vervoersbewegingen.
Het gaat voor het gehele project om 48 zware vervoersbewegingen totaal. Het gaat dan om zwaar verkeer dat verspreid over een jaar (maximale bouwtijd) vanaf omliggende wegen van en naar de bouwlocatie rijdt totdat het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld (dichtstbij gelegen hoofdweg). Stationair draaiende voertuigen: Voor het stationair draaien i.v.m. wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2023 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal 10 minuten stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig
Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per jaar
norm gram per uur NOx 2024
norm gram per uur NH3 2024
Totaal NOx in gram
Totaal NH3 in gram
licht
2200 mvt / 367 uur
3,768
0,183
1381,6
67,1
zwaar
48 mvt / 8 uur
71,0118
0,9054
568,08
7,24
1.949,69 g/NOx
74,34 g/NH3
Totale emissie
De aanlegfase is beoogd in 2025. Resultaat aanlegfase Het resultaat van de berekening is de aanlegfase van het plan niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Conclusie Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden in Nederland en binnen 25 kilometer in het buitenland (2 toegevoegde rekenpunten). De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied.
3
Op basis van de hierboven gepresenteerde gegevens hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden.
4
Bijlage 5a
- AERIUS projectberekening aanlegfasewoning
Bijlage 5b
- AERIUS extra beoordeling aanlegfasewoning
Bijlage 5c
- projectberekening gebruiksfasewoning
Bijlage 5d
- AERIUS extra beoordeling gebruiksfasewoning
Bijlage 6
- Advies veiligheidsregio
Advies: Hoogeveldsestraat, Oijen en Rijnstraat, Herpen
> Gegevens risicobeheersing Behandeld door:
Peter Vernooij
Telefoon:
06-21154752
E-mail:
p.vernooij@brwbn.nl
Datum brief:
31 mei 2021
> Gegevens aanvrager Aanvrager
Gemeente Oss
Contactpersoon:
Lynn den Exter
Telefoon en e-mail:
0412-629062 / baliebml@oss.nl
> Gegevens aanvraag Locatie
Hoogveldsestraat 17, 5394LH Oijen
Zaaknummer aanvrager:
Advies ruimtelijke onderbouwing Hoogveldsestraat 17 in Oijen/Rijnstraat ong. in Herpen
Zaaknummer brandweer:
2021-003654
> Adviesgrondslag U hebt de Veiligheidsregio Brabant Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het bestemmingplan 'Herziening buitengebied Oss'. In paragraaf 5.1.3 wordt ingegaan op het aspect externe veiligheid. De veiligheidsregio onderschrijft deze paragraaf. Een nader advies is niet noodzakelijk.
Pagina 1 van 1
Bijlage 7
- Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18, Herpen
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Project RST.334722
December 2022 Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Opdrachtgever Contactpersoon
: Pittiger in Planologie : Mw. N. van de Goor
Projectnummer Rapportagedatum
: RST.334722 : 01-12-2022
Het voorliggend onderzoek is uitgevoerd onder de ‘Algemene voorwaarden Van Oort Bodemonderzoek BV’ die ter inzage liggen op het kantoor aan de Zoggelsestraat 15a te Heesch en de Kamer van Koophandel te ’s-Hertogenbosch. Van Oort Bodemonderzoek BV is gecertificeerd volgens BRL SIKB 2000 (EC-SIK-20257) en beschikt over een kwalibo-erkenning.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
1
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Project RST.334722
Inhoudsopgave
Blz
1.
Inleiding
3
2.
Vooronderzoek 2.1 Algemeen 2.2 Onderzoeksvragen 2.3 Afbakening en locatiegegevens 2.4 Terreingebruik onderzoekslocatie 2.5 Voorgaande onderzoeken en saneringen 2.6 Omgeving locatie 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie
4 4 4 5 6 7 7 8
3.
Hypothese en onderzoeksopzet
9
4.
Uitgevoerd onderzoek 4.1 Veldonderzoek 4.2 Laboratoriumonderzoek
10 10 11
5.
Resultaten veldonderzoek
12
6.
Resultaten laboratoriumonderzoek 6.1 Algemeen bodembeleid en toetsingskader 6.2 Toetsing analyseresultaten
13 13 14
7.
Conclusies 7.1 Grond 7.2 Grondwater 7.3 Hypothese
15 15 15 15
8.
Samenvatting en advies
16
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Kadastrale kaart Informatie vooronderzoek Situatietekening met boorlocaties Boorprofielen Toetsing analyseresultaten Analysecertificaten laboratorium
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
2
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
1.
Project RST.334722
Inleiding
In opdracht van Pittiger in Planologie is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Rijnstraat 18 te Herpen (gemeente Oss). Aanleiding tot het bodemonderzoek is het wijzigen van de bestemming naar wonen. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er met betrekking tot de bodemkwaliteit bezwaren zijn tegen een woonbestemming. De uitvoering van het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de NEN 5740 (Bodem-Landbodem-Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoekOnderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009). In dit rapport komen achtereenvolgens aan de orde; het vooronderzoek, de onderzoeksopzet, het uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek, de onderzoeksresultaten, de conclusies en een samenvatting met advies. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring zoals bedoeld in het kader van het Besluit en de regeling bodemkwaliteit. Er is in dat verband ook geen onderzoek gedaan naar PFAS. Bij eventueel vrijkomende grond zijn de resultaten van het onderzoek wel geschikt om een inschatting te maken van de toepassingsmogelijkheden. Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. Van Oort Bodemonderzoek BV is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever.
Betrouwbaarheid en aansprakelijkheid Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van grond en grondwater. Deze in wet- en regelgeving vastgestelde benadering maakt het onmogelijk om op basis van de resultaten van een onderzoek garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie te geven. Aan de hand van een bodemonderzoek wordt de kans op de aanwezigheid van een later aan te treffen bodemverontreiniging tot een minimum beperkt. Van Oort Bodemonderzoek BV accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die opdrachtgever of derden nemen naar aanleiding van het uitgevoerd onderzoek. Een vooronderzoek is sterk afhankelijk van de bronnen en (historische) gegevens die aangeleverd worden. Van Oort Bodemonderzoek BV kan niet instaan voor de volledigheid van de ontvangen informatie en gegevens van derden.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
3
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
2.
Vooronderzoek
2.1.
Algemeen, aanleiding en doel
Project RST.334722
Voor de uitvoering van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 (BodemLandbodem-Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de vooronderzoekslocatie. 2.2.
Onderzoeksvragen
De aanleiding voor het vooronderzoek is in dit geval het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van een uit te voeren bodemonderzoek. Hieronder staan de onderzoeksvragen opgesomd zoals geformuleerd in de NEN 5725. Dit met een verwijzing naar de paragraaf of hoofdstuk waarin deze gemotiveerd wordt beantwoord.
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? (2.3) Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn deze en waar liggen ze? (2.4) Is de bodem asbestverdacht? Zo ja, wat zijn de mogelijke bronnen en verdachte terreindelen? (2.4) Heeft er in het verleden bodemonderzoek plaatsgevonden? Zo ja, welke en wat zijn de resultaten. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht? Zo ja, waar bevindt deze zich? (2.5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke en waar bevinden deze zich? (2.6) Is er sprake van een bodemkwaliteitskaart? Zo ja, welke kwaliteitsklasse is voor de locatie toegekend en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? (2.6) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? (2.7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of wordt bodemonderzoek noodzakelijk geacht? Motiveer het antwoord (H3)
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
4
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Project RST.334722
Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Kadaster - Informatie opdrachtgever en eigenaar - Regionaal bodemloket omgevingsdienst - Informatie gemeente en BHIC (bodemkwaliteitskaart en bouw- en milieuarchief) - Historische kaarten en registratiekaart gebouwen (topotijdreis.nl, BAG-viewer) - Actuele luchtfoto’s (google earth) - Grondwaterkaart van Nederland (TNO, Dino-loket) 2.3.
Afbakening en locatiegegevens
De onderzoekslocatie bevindt zich aan de zuidrand van Herpen. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 1135 (ged). In bijlage 1 is een kadastrale kaart bijgevoegd. De oppervlakte van de te onderzoeken locatie bedraagt circa 1.450 m2. Het onderzoeksgebied van het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en tot 25 meter in de aangrenzende percelen. Gezien de ligging en gebruik van de locatie is deze afbakening als voldoende beschouwd. Hieronder is een luchtfoto bijgevoegd met de globale begrenzing van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.1: Globale ligging onderzoekslocatie
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
5
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
2.4.
Project RST.334722
Terreingebruik onderzoekslocatie
Historisch gebruik Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie altijd sprake geweest van agrarisch gebruik. De locatie is nooit bebouwd of verhard geweest. Hieronder is een historische kaart bijgevoegd van 2005. Destijds was er ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake van grasland.
Figuur 2.2: Historische kaart 2005
Oostelijk grensde de locatie voorheen aan het voormalig varkensbedrijf van de familie Cuppens aan de Rijnstraat 10. Dit bedrijf is in 2015-2016 gesaneerd (zie ook paragraaf 2.6). De woning met huisnummer 18 is gebouwd in 2018. De locatie staat verder niet geregistreerd in het regionaal bodemloket. In bijlage 2 is het omgevingsrapport bijgevoegd zoals ontvangen van het bodemloket van de regionale omgevingsdienst. Van de locatie zelf is geen bodeminformatie bekend. Huidig gebruik Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden heeft een terreininspectie plaatsgevonden. In bijlage 3 zijn een situatietekening en een aantal terreinfoto’s bijgevoegd waarop de bevindingen staan aangegeven.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
6
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Project RST.334722
Ter plaatse is sprake van tuin en gazon en een voetbalveldje. De toegangspaden zijn verhard met klinkers. De tuinhuisjes binnen de onderzoekslocatie zijn gedekt met kunststof dakplaten. Er is geen sprake van asbesttoepassingen. Tijdens de terreininspectie zijn verder geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging waargenomen. Toekomstig gebruik De bestemming wordt gewijzigd naar het huidig gebruik (wonen). Voor zover bekend veranderd de situatie in de toekomst niet. 2.5.
Voorgaande onderzoeken en saneringen
Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bodemonderzoeken of bodemsaneringen uitgevoerd. 2.6.
Omgeving locatie
De locatie ligt aan de zuidrand van Herpen in een overgangsgebied van wonen naar landelijk gebruik. In zuidelijke en westelijk richting grenst de locatie aan weilanden. Noordelijk grenst de locatie aan een woonperceel (Oude Molenweg 7) dat deels bedrijfsmatig in gebruik lijkt door een autohandelsonderneming. Binnen een straal van 25 meter uit de onderzoekslocatie is in het bodemloket van de regionale omgevingsdienst de volgende relevante bodeminformatie aangetroffen: Rijnstraat 10 (NB082830007): Het betreft het voormalig varkensbedrijf noordelijk van de onderzoekslocatie. Ná de sloop heeft in september 2016 een verkennend bodem- en nader asbestonderzoek plaatsgevonden (Milon, rapportnr 20161065). De bovengrond was licht verontreinigd met PCB’s (>Aw) en het grondwater licht verontreinigd met koper en barium (>Sw). Met proefsleuven werd aangetoond dat de bovengrond van het meest noordoostelijk terreindeel sterk verontreinigd was met asbest. Er was sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging met een volume van circa 1.000 m3. Met een BUS-sanering is de verontreinigde grond in de periode november-december 2016 ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker. In totaal ging het om 1394 ton. Per besluit d.d. 02-01-2017 is de sanering door de provincie akkoord bevonden.
Op basis van het totaal aan beschikbare informatie is aangenomen dat er in de nabijheid van de locatie zich geen (grootschalige) gevallen van verontreinigingen voordoen die van invloed zijn (geweest) op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente Oss beschikt over een bodemkwaliteitskaart (maart 2020). Voor ontgraving en toepassing zijn kaarten van boven- en ondergrond onderscheiden.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
7
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
Project RST.334722
De kaart sluit aan op het landelijk bodembeleid waarbij onderscheid is gemaakt tussen natuur en landbouw, wonen en industrie. Het onderzoeksgebied is op de bodemfunctiekaart ingedeeld in de zone ‘Wonen’. In de regio Noordoost Brabant is verder bekend dat in het grondwater verhoogde gehaltes zware metalen voor kunnen komen. Vaak worden ze zonder duidelijk aanwijsbare reden aangetroffen, kunnen sterk fluctueren en worden veelal als lokaal verhoogde achtergrondwaarden beschouwd. 2.7.
Bodemopbouw en geohydrologie
De gegevens van de bodemopbouw en geohydrologie zijn verkregen van de Grondwaterkaart van Nederland (TNO) en het DINO-loket. In de onderstaande tabel is de bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie schematisch weergegeven. De locatie ligt in de geologisch hoger gelegen Peelhorst. Tabel 2.1: Regionale bodemopbouw Globale diepte (m-mv)
Geohydrologische
Lithostratigrafische
eenheid
eenheid
Lithologie
0-5
Deklaag
Nuenengroep en Holoceen
Fijne (soms lemige) zanden
5-15
1e watervoerende pakket
Formaties van Veghel en
Fijne en grove grindrijke
Kreftenheye
zanden
De stromingsrichting van het freatisch grondwater is ter plaatse noord-noordoost gericht. De grondwaterstand is voorafgaand aan het onderzoek ingeschat op een diepte van 1,5 tot 2,0 m-mv. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied van een waterpompstation. Verder is niet onderzocht of er op korte afstand industriële grondwateronttrekkingen aanwezig zijn met een invloedssfeer tot aan de onderzoekslocatie.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
8
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
3.
Project RST.334722
Hypothese en onderzoeksopzet
De NEN 5740 beschrijft voor verschillende situaties de te hanteren onderzoeksstrategie. Verdachte en niet-verdachte locaties worden daarbij onderscheiden. Voor asbest in bodem is de NEN 5707 van toepassing. Bij een bestemmingswijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning is alleen een asbestonderzoek noodzakelijk wanneer sprake is van een asbestverdachte situatie. Op basis van het uitgevoerd vooronderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: Vanwege het ontbreken van een mogelijke oorzaak van bodemverontreiniging is de onderzoekshypothese voor de onderzoekslocatie ‘niet verdacht’. Er zijn geen vermoedens van de aanwezigheid van asbest in de bodem; - geen voormalige of aanwezige gebouwen die gedekt zijn met asbestverdachte toepassingen en waar sprake is van onbedekte drupzones - geen aanwezige puinverhardingen - voor zover bekend bevinden zich in de bodem geen puinresten In overleg met de opdrachtgever is op basis van de bovenstaande conclusies de onderstaande onderzoeksopzet vastgesteld. NEN 5740: onderzoeksstrategie, veldwerk en laboratoriumonderzoek Locatie
Woonkavel
Opp. (m2)
Strategie 1)
1.450
ONV-NL
Veldwerkzaamheden Grond Grondwater Aantal boringen Aantal peilbuizen (diepte in m-mv) (filterdiepte m-mv)
Laboratoriumonderzoek Grond Grondwater (NEN-pakket 2)) (NEN-pakket 3)
6x 0,5 1x 2,0
1x bgr 1x ogr
1x (ca. 2,5-3,5)
1x grw
1) ONV-NL: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie 2) Standaardpakket grond: zware metalen (9), PCB (7), PAK 10, minerale olie (GC), organische stof en lutum 3) Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), aromaten (BTEXN), chloorkoolwaterstoffen (17) en minerale olie
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
9
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
4.
Uitgevoerd onderzoek
4.1.
Veldonderzoek
Project RST.334722
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000 en de van toepassing zijnde NEN-normen (NPR 5741 en NEN 5742 t/m NEN 5744). Het veldwerk is uitgevoerd door de heer M.W.T. van Oort. Een erkend en ervaren veldwerker die geregistreerd staat onder de BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden hebben plaats gevonden op 14 en 21 november 2022. Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkzaamheden is weergegeven in tabel 4.1. De locaties van de boringen zijn weergegeven op de situatietekening in bijlage 3. Tabel 4.1: Uitgevoerde werkzaamheden Aantal boringen met boordiepte Ondiep tot ca. 0,5 m-mv Diep tot 2,0 m-mv
met peilbuis
6 (01, 03, 04, 05, 07, 08)
1 (P06)
1 (02)
Opmerking
De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over de onderzoekslocatie. De peilbuis is stroomafwaarts van de stromingsrichting van het freatisch grondwater geplaatst. De bovenkant van het filter van de peilbuis is aangebracht op een diepte van 0,5 tot 1,0 meter beneden de aangetroffen grondwaterspiegel. De peilbuis steekt ongeveer 0,5 meter boven maaiveld uit. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd en zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Van de grond zijn monsters genomen in trajecten van maximaal 0,5 meter. Bodemlagen met kenmerken van verontreinigingen of een afwijkende textuur zijn separaat bemonsterd. Het grondwater uit de peilbuis is ná minstens een wachttijd van zeven dagen bemonsterd met behulp van een slangenpomp. Ná het vaststellen van de grondwaterstand is het grondwater afgepompt waarna de zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU) zijn gemeten. Ten behoeve van een analyse op zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd met een wegwerpfilter (0,45 µm). Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
10
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
4.2.
Project RST.334722
Laboratoriumonderzoek
Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV te Rotterdam. Een geaccrediteerde (ISO/IEC 17025) en AS3000-erkend laboratorium voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De analysecertificaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Op basis van het veldwerk en de zintuiglijke waarnemingen heeft een selectie plaats gevonden van de te analyseren mengmonsters (zie tabel 4.2). De mengmonsters zijn niet in het veld maar in het laboratorium samengesteld. Het zogenaamd standaard NEN-pakket bevat een analyse van de volgende parameters. Grond ; droge stof, organische stof, lutum, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK en minerale olie. Grondwater ; zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), aromatische koolwaterstoffen, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie. Tabel 4.2: Laboratoriumonderzoek Mengmonster (traject m-mv)
Deelmonsters (traject m-mv)
Analyses
Grond MMB1 (0,00-0,50) MMO2 (0,50-1,80) Grondwater
1.1 (0,00-0,50); 2.1 (0,00-0,50); 3.1 (0,00-0,50); 4.1 (0,00-0,50); 5.1 (0,00-0,50); 6.1 (0,00-0,50); 7.1 (0,00-0,50); 8.1 (0,00-0,40) 2.2 (0,50-1,00); 2.3 (1,00-1,30); 2.4 (1,30-1,70); 6.2 (0,50-1,00); 6.3 (1,00-1,40); 6.4 (1,40-1,80)
NEN-pakket
P06
NEN-pakket
GRW (2,00-4,00)
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
NEN-pakket
11
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
5.
Project RST.334722
Resultaten veldonderzoek
Het opgeboord materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmengingen en verontreinigingen. De profielbeschrijvingen van de uitgevoerde grondboringen zijn opgenomen in bijlage 4. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit zand. De humushoudende bovenlaag is aangetroffen tot een diepte van 1,3 á 1,4 m-mv. Het grondwater bevond zich op een diepte van afgerond 2,1 m-mv. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bodemvreemd materialen aangetroffen. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De resultaten van het grondwateronderzoek zijn in tabel 5.1 opgenomen. Tabel 5.1: Veldmetingen grondwater Peilbuis (filter, m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Overig*
P06 2,12 6,4 830 2,29 Goedlopende peilbuis, niet belucht (2,00-4,00) *) Bij een slechtlopende peilbuis waarbij het filter gedeeltelijk droog is gevallen zijn de analyseresultaten indicatief. Wanneer bij goedlopende peilbuizen het filter snijdend staat met de grondwaterspiegel (belucht) zijn de analyseresultaten voor vluchtige verbindingen indicatief.
Er zijn geen indicaties voor een afwijkende situatie.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
12
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
6.
Resultaten laboratoriumonderzoek
6.1.
Algemeen bodembeleid en toetsingskader
Project RST.334722
De analyseresultaten zijn getoetst aan het landelijk referentiekader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hierin wordt onderscheid gemaakt in de volgende twee toetsingsniveaus:
Achtergrondwaarde (Aw) en streefwaarde (Sw) Het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige humane en ecologische risico’s bestaan. Bij geen overschrijding van de Aw en/of Sw is geen sprake van een verontreiniging.
Interventiewaarde (Iw) Het toetsingsniveau waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Bij een overschrijding van de Iw is sprake van een sterke verontreiniging.
De achtergrondwaarde en streefwaarde worden regelmatig overschreden als gevolg van lokaal verhoogde achtergrondwaarden of diffuse belasting. Om vast te kunnen stellen wanneer aanvullend onderzoek gewenst of noodzakelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een derde toetsingsniveau, de tussenwaarde; Tussenwaarde (Tw) De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (Tw=Aw/Sw+Iw/2). Bij een overschrijding bestaat er een vermoeden dat een (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en dient veelal een aanvullend onderzoek te worden aanbevolen. De interpretatie en toetsing heeft plaatsgevonden middels de Bodem Toets en Validatieservice van Rijkswaterstaat. De BoToVa is het instrument dat de toetsingsregels uit de bodemwetgeving vanuit het Rijk op digitale wijze toegankelijk maakt voor applicaties van gebruikers die de toetsing aan bodemnormen uitvoeren. Gebruik is gemaakt van de applicatie @mis van laboratorium SGS Environmental Analytics BV. Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de (meng)monsters van het onderzoek zijn tevens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (generiek kader, toepassing als landbodem).
PFAS In het kader van het Besluit bodemkwaliteit geldt bij grondverzet (grondtoepassing) het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (sinds 01-10-2019). Er is geen onderzoek gedaan naar PFAS.
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
13
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
6.2.
Project RST.334722
Toetsing analyseresultaten
In bijlage 5 zijn de toetsingstabellen bijgevoegd waarin de analyses zijn getoetst aan de genoemde toetsingsniveaus. De meetwaarden voor grond (or) zijn op basis van organische stof en lutum omgerekend naar een standaardbodem (br). In de tabellen 6.1 en 6.2 is van de grond- en grondwatermonsters een overzicht opgenomen waarin uitsluitend de verhoogde parameters staan aangegeven. In de laatste kolom staat voor grond het resultaat van de indicatieve toetsing aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Tabel 6.1: Overschrijdingstabel grond Monster (m-mv)
Boringen
Bijzonderheden
Overschrijdingen > Aw > Tw Licht matig Koper, PCB (som) -
Toetsing Bbk > Iw Sterk -
MMB1 1, 2, 3, 4, 5, Industriegrond (0,00-0,50) 6, 7, 8 MMO2 2, 6 AW (0,50-1,80) Betekenis AW= Achtergrondwaarde-kwaliteit, NT= Niet Toepasbaar > Aw en <=Tw : Concentratie is hoger dan de achtergrondwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] > Tw en <= Iw : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] > Iw : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]
Tabel 6.2: Overschrijdingstabel grondwater Monster GRW Betekenis > Sw en <=Tw > Tw en <= Iw > Iw
Peilbuis (filter m-mv) P06 (2,00-4,00)
Overschrijdingen > Sw Licht Nikkel, zink
> Tw Matig -
> Iw Sterk -
: Concentratie is hoger dan de streefwaarde en lager dan of gelijk aan de tussenwaarde [licht verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de tussenwaarde en lager dan of gelijk aan de interventiewaarde [matig verontreinigd] : Concentratie is hoger dan de interventiewaarde [sterk verontreinigd]
Van Oort Bodemonderzoek BV Heesch
14
Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18 te Herpen
7.
Conclusies
7.1.
Grond
Project RST.334722
Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boringen geen verontreinigingen, bijmengingen, afwijkingen of andere bijzonderheden waargenomen. Op basis van het laboratoriumonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: In het mengmonster van de bovengrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehaltes koper en PCB’s aangetoond. In het mengmonster van de ondergrond zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde geen verhoogde gehaltes gemeten. De bovengrond is licht verontreinigd met koper en PCB’s. Een directe verklaring is niet te geven. De ondergrond is niet verontreinigd. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is de bovengrond beoordeeld als industriegrond (bij toepassing als landbodem). De ondergrond voldoet als achtergrondwaarde-grond. 7.2.