b. bijlagen bij toeliching DGB VG01
Tekst van het document
In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, Pagina 13 van 14
-
03-12-2020
is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Pagina 14 van 14
-
03-12-2020
Bijlage 8
XXX
XXX
XXX
XXX
XXX
462 m2
schapen wei
1.175 m2
393 m2
293 m2
402 m2
370 m2
220 m2
127 m2
123 m2
127 m2
196 m2
388 m2
563 m2
292 m2
383 m2
268 m2
446 m2
778 m2
399 m2
473 m2
432 m2
288 m2
141 m2
131 m2
195 m2
270 m2
275 m2
341 m2
1.166 m2
301 m2
568 m2
504 m2
308 m2
345 m2
310 m2
316 m2
699 m2
Aandachtpunten: huisvuil calamiteiten --> brandweer kabels en leidingen
302 m2
329 m2
277 m2
620 m2
2 144 m2 141 m
2
282 m2
435 m
216 m2
281 m2
279 m2
413 m2
222 m2
302 m2
346 m2
566 m2
171 m
2
129 m2
131 m2
133 m2
222 m2
318 m2
436 m2
1.358 m2
272 m2
153 m2
143 m2
141 m2
201 m2
314 m2
273 m2
256 m2
307 m2
258 m
2
143 m2
351 m2
141 m2
197 m2
527 m2
252 m2
135 m2
133 m2
132 m2
130 m2
259 m2
339 m2
293 m2
329 m2
318 m2
:
Voor
Markt 24
:
Project
Onderdeel :
Postbus 133
4760 AC
Zevenbergen
Reuvers Ontwikkeling en Bouw Maaskade 18, 5347 KD Oss 0412 63 01 00 .
Stedenbouwkunidge verkaveling
MODEL F
Voorontwerp
T
0168-328255
F
0168-328354
E
:
20013
Mail@Qarch.nl
I
www.Qarch.nl
VO-01
: 17-02-2021
Datum
:
: A-0
Formaat
Blad
: 1:500
Schaal
Getekend : MvdM
Werk
Bijlage 3
- Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK LITHOIJENSEDIJK TE LITHOIJEN Gemeente Lithoijen, sectie A, nummer 2801 PROJECT: 18353
VERANTWOORDING Titel
VERKENNEND BODEMONDERZOEK LITHOIJENSEDIJK TE LITHOIJEN
Opdrachtgever
Reuvers Duurzame Ontwikkeling bv Maaskade 18 5347 KD Oss
Rapportnummer
18353
Datum
Projectleider
mevrouw J.P.E.E. van Kempen- Auteur
19 mei 2020
de heer C.A.J.H. Beunis
Mesterom
handtekening
Boormeesters
handtekening
de heer R.J. van der Laan
handtekening
de heer R. Reinders
handtekening
NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss
tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/2
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5
3
2.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5
2.2
VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5
2.2.1
Omgeving _____________________________________________________________ 5
2.2.2
Bodemgebruik _________________________________________________________ 5
2.2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 6
2.2.4
Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 6
2.3
DOELSTELLING _______________________________________________________________ 8
2.4
HYPOTHESE _________________________________________________________________ 8
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 9 3.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 9
3.2
VELDWERKZAAMHEDEN _________________________________________________________ 9
3.3
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN __________________________________________________ 9
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 10
5
RESULTATEN __________________________________________________________________ 12 5.1
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 12
5.2
ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 12
5.3
INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 13
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 15
7
REFERENTIES _________________________________________________________________ 16
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/3
1
INLEIDING Reuvers Duurzame Ontwikkeling bv te Oss heeft, in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op een perceel aan de Lithoijensedijk te Lithoijen. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen:
2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
2002 – Het nemen van grondwatermonsters
2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer T.J.M. van der Maazen. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door mevrouw J.P.E.E. van Kempen-Mesterom.
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/4
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1
Algemeen
De onderzoekslocatie betreft een perceel gelegen aan de Lithoijensedijk te Lithoijen (gemeente Oss) en staat kadastraal bekend als gemeente Lithoijen, sectie A, nummer 2801. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 10.500 m². De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De onderzoekslocatie is gelegen in het noorden van Lithoijen. De directe omgeving van de locatie bestaat uit:
Noordzijde:
Woning, Lithoijense Dijk, uiterwaarden, Prinses Maxima sluizen;
Oostzijde:
Stuwstraat, woningen Kleine Eng;
Zuidzijde:
Woningen, Langwijkstraat;
Westzijde:
Weilanden, Groenewoud (weg).
2.2.2 Bodemgebruik De onderzoekslocatie is in gebruik als weiland en heeft altijd een agrarische functie gehad. Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.
1850
2019
Bron: Kadaster/TopoTijdReis
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/5
2.2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken In 2000 is op de locatie door Van Oort Bodemonderzoek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer MAA.530, d.d. december 2000). Uit de resultaten bleek dat in de boven- en ondergrond lichte verontreinigingen met zware metalen waren gemeten. In het grondwater waren geen verontreinigingen aangetoond.
Bij de gemeente, de opdrachtgever en in ons eigen archief zijn geen verdere bodemonderzoeksgegevens bekend met betrekking tot de onderzoekslocatie.
In de omgeving van de onderzoekslocatie is door IGN in 1998 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk F8-1663/110 ten bate van de ontwikkeling van de Kleine Eng. Tijdens het veldwerk zijn geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond geen verontreiniging kent van de onderzochte parameters. De ondergrond kende een gehalte aan nikkel groter dan de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn concentraties aan chroom en xylenen aangetroffen die de streefwaarde overschrijden. 2.2.4 Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Oss. De gemiddelde maaiveldhoogte varieert van circa 2,2 meter +NAP (polder bij Lith) tot circa 15 meter (Herperduin). In onderstaande figuur is de bodemopbouw schematisch weergegeven. Het figuur is gebaseerd op het Digitaal Geologisch Model (DGM).
Het DGM is een regionaal lagenmodel van de Nederlandse ondergrond tot een diepte van ongeveer 500 meter. De bodemlagen in dit deel van de ondergrond bestaan hoofdzakelijk uit onverharde sedimenten, waarin de grondsoorten klei, zand, grind en veen voorkomen. De lagen worden op basis van verschillen in lithologie en andere eigenschappen ingedeeld in lithostratigrafische eenheden. Het DGM is een model van de opbouw en de samenhang (geometrie) van deze lithostratigrafische eenheden. De basis en de top van de eenheden worden in het model door dieptevlakken weergegeven. Uit de rasters van de top en de basis wordt de dikte van de eenheden afgeleid.
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/6
Tabel 1: Bodemopbouw Code HL BX
Formatie holocene afzettingen Boxtel
BE
Beegden
KR
Kreftenheye
PZWA
Peize
Waalre
OO
Oosterhout
BR
Breda
Algemene lithologische kenmerken rivierklei
Dikte 1 tot enkele meters
De dikte varieert van minder dan 1 m (in gebieden met hooggelegen oudere afzettingen) tot meer dan 30 m (in glaciale en tektonische bekkens)
Zand, zeer fijn tot matig grof (105-300 µm), zwak tot sterk siltig, lichtgeel tot donkerbruin, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Leem, zwak tot sterk zandig, grijsbruin tot donkergrijs, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Veen, kalkloos tot sterk kalkhoudend. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 µm), zwak tot sterk grindig, overwegend kalkloos, grijs en blauwgrijs. Indien de bovenkant aan of nabij het oppervlak ligt, treedt als gevolg van neerslag van ijzerhydroxiden meestal een sterke roodbruine kleuring op. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 2000 µm), geelgrijs tot grijsbruin, kalkloos tot kalkrijk, bont, matig tot sterk grindhoudend. Grind, matig tot zeer grof (5,6 - 63 mm), sterk zandig. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 µm), lichtgrijs tot wit, kalkloos, zwak tot matig grindig (fijn en matig grof; 2 - 16 mm), in de fractie fijn grind zeer veel restkwarts. De formatie bestaat uit een aantal opeenvolgende sedi-mentcycli die in korrelgrootte kunnen variëren van grind, zeer grof (16 - 63 mm) tot klei, zwak siltig. De lithologische spreiding is als volgt samen te vatten: Klei, sterk zandig tot zwak siltig, over het algemeen kalkloos, in specifieke faciës met een hoog gehalte aan ijzercarbonaat, stevig, horizontaal gelaagd (soms met dunne laagjes uiterst fijn tot matig fijn (63 - 210 µm) zand), blauwgrijs en bruingrijs.
Zand, uiterst fijn tot uiterst grof (63 2000 µm), kalkloos tot kalkrijk, sporadisch schelp-houdend, weinig tot matig glimmerhoudend, spoor tot weinig donkere korrels, grijs tot witgrijs, soms bruingrijs, in de grovere fractie met (rood) bonte componenten. Zand, zeer fijn tot zeer grof (105 - 420 µm), spoor tot veel schelpgruis en schelpen, spoor tot weinig glauconiethoudend. Zand, zeer fijn tot zeer grof (105 - 420 µm), kleiig, spoor tot veel schelpgruis en schelpen, spoor tot weinig glauconiethoudend. Klei en zandige klei, zwak tot sterk siltig. Schelpenbanken, enkele decimeters tot > 10 meter in dikte De Formatie bestaat uit een complexe opeenvolging van ondiep mariene en in de kustzone gevormde afzettingen. De aanwe-
De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot circa 40 m.
De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot ruim 100 m. Over het algemeen ligt de dikte tussen 10 en 25 m.
De formatie is tot meer dan 180 m dik. Daarnaast zijn de afzettingen door erosie locaal geheel verdwenen tijdens de Elster glaciatie (waarbij zeer diepe dalen zijn gevormd) en in de glaciale bekkens die in het Saalien zijn ontstaan. De dikte van de formatie varieert van enkele meters, vooral op de Peelhorst, tot meer dan 125 m in de Roerdalslenk
Minder dan 1 tot meer dan 150 m dik.
Van minder dan 1 m tot meer dan 700 m; sterk variabel.
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/7
ST
Sterksel
SY
Stramproy
MS
Maassluis
KI
Kiezeloöliet
zigheid van glauconiet is zeer kenmerkend voor de formatie. Over het algemeen bestaan de afzettingen uit: Zand, zeer fijn tot matig fijn (105 - 210 µm), siltig, grijsgroen tot zwartgroen, glauconiet- en kalkhoudend. Klei, sterk zandig tot matig siltig. Zand, matig grof tot uiterst grof (210 2000 µm), zwak tot sterk grindig, kalkloos tot kalkrijk, grijsbruin, roodbonte (rossige) componenten, matig tot sterk glimmerhoudend. Grind, grijsbruin, roodbonte (rossige) componenten. Kleilagen, zwak tot uiterst siltig, blauwgrijs tot grijs, kalkloos tot kalkrijk, regelmatig met zeer dunne tot dunne (mm-cm) zandlaagjes. Zand, uiterst fijn tot zeer grof (63 – 420 µm), lichtgrijs, lichtbruin of grijswit, gebleekt, kalkloos tot kalkrijk. Zand, uiterst fijn tot matig grof (63 - 300 µm), grijs, overwegend kalkrijk, schelphoudend (mariene schelpen), glimmers. Klei, grijs tot donkergrijs, vaak siltig, vaak zandig, overwegend kalkrijk, glimmers, schelparm tot schelphoudend (mariene schelpen). Zand, zeer fijn tot uiterst grof (105 2000 µm), wit van kleur. Klei, zwak zandig tot zwak siltig, donkergrijs en bruin van kleur, op veel plaatsen met tot bruinkool ingekoolde veenlagen. Grind, fijn tot zeer grof (2-63 mm).
Dikte varieert van enkele meters tot maximaal ca. 60 m. In Midden en West-Nederland bedraagt de gemiddelde dikte 15 meter.
De dikte varieert van minder dan 1 tot meer dan 100 m. De dikte is sterk variabel en wordt voornamelijk bepaald door de geometrie van het Noordzeebekken ten tijde van de afzetting. De dikte neemt globaal in noordwes-telijke richting toe. Aan de randen van het verbreidings-gebied neemt de dikte af tot enkele tientallen meters. De dikte van de afzettingen varieert van minder dan 1 m tot 200 m. De afzettingen dagzomen in Zuid-Limburg. In de Roerdalslenk ligt de bovenkant van de formatie tussen 150 en 250 m beneden maaiveld.
De algemene stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt hoogstwaarschijnlijk beïnvloed door de stand van de nabijgelegen Maas. 2.3
Doelstelling
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of uit te sluiten dat op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is die een belemmering vormt voor het voorgenomen gebruik van de bodem of de geplande activiteiten. Het onderzoek heeft tevens de functie om de onderzoeksresultaten uit 2000 te actualiseren. 2.4
Hypothese
Op basis van de beschikbare gegevens wordt de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek Lithoijensedijk te Lithoijen, sectie A, nummer 2801
CB/18353/8