Antwoord motie 21-059.DOCX
Tekst van het document
Gemeenteraad E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
Behandeld door
Doorkiesnummer
06-09-2022
4917848
S. Dohmen
5772
Onderwerp
Aantal bijlagen
Motie 21-059
1
Geachte leden van de gemeenteraad, In de raadsvergadering van november 2021 heeft uw raad een motie aangenomen om de effecten te onderzoeken van het verhogen van de inkomensgrens voor het Osse minimabeleid. Letterlijk draagt de raad het college op: 1.
Te komen met een voorstel waarin men een verhoging van de inkomensgrens van 120
% naar 130% bij het minimabeleid heeft uitgewerkt. 2.
Dit voorstel van het college bevat ook een structureel dekkingsplan en
wordt voorgelegd aan de raad. Voor de uitwerking van de motie hebben we onderzoek gedaan naar de effecten en consequenties van de verhoging naar 130% van de bijstandsnorm. We hebben deze in kaart gebracht inclusief eenmalige en structurele kosten. Op basis van deze bevindingen ziet het college geen meerwaarde in een generieke verhoging van de inkomensgrens van het armoedebeleid naar 130%. In deze brief zullen wij u toelichten waarom. Minima Effect Rapportage MER
Volgvel
Ons kenmerk
2
We hebben een Minima Effect Rapportage door het NIBUD laten uitvoeren. Hiermee kunnen we het effect van de verhoging op de totale inkomenspositie zien op verschillende niveaus. Ook wordt hierin de prijsontwikkeling meegenomen en niet alleen het inkomen. Centrale vraag Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Oss? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Bij de armoedeval kijken we naar uitstroomvallen (van bijstand naar werk) en doorstroomvallen (van werk bijvoorbeeld met een inkomen van 120% naar werk met een inkomen van 130%). Onderzoeksopzet Het NIBUD onderzoekt op basis van standaard maandbegrotingen en huishoudtypen. De bedragen zijn gebaseerd op uitgebreid onderzoek van het CPB. De huishoudtypen zijn door de gemeente Oss gekozen. Daarbij wordt uitgegaan van groepen inwoners en voorbeeldberekeningen. Het kan dus op individueel niveau anders zijn. De begrotingen zijn gebaseerd op drie belangrijke uitgangspunten; 1.
Huishoudens kunnen zeer goed met geld omgaan.
2.
Alle inkomensondersteuning wordt aangevraagd.
3.
Er zijn geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven.
Een belangrijke kanttekening is dat op het moment van onderzoek er sprake is van flinke prijsstijgingen bij de energie, maar ook bij levensmiddelen. De begrotingen van dit onderzoek zijn gebaseerd op het prijspijl van januari 2022. Daarom is het van belang ons te realiseren dat een klein positief saldo zomaar kan omslaan in een tekort. Conclusies van het NIBUD Het armoedebeleid van de gemeente Oss is ruimhartig en in bijna alle gevallen toereikend. De uitzondering zijn paren met oudere kinderen, die zowel op bijstandsniveau als op 130% te laag uitkomen. Met een tekort van respectievelijk 12 en 124 euro.
Volgvel
Ons kenmerk
3
Bij drie van de onderzochte huishoudtypen doet zich een uitstroomval voor. Het eenoudergezin met oudere kinderen en de paren met (jonge of oudere) kinderen houden op 130 % van de norm minder over dan op bijstandsniveau. Bij het inkomen op 130 % van de bijstandsnorm krijgen alle onderzochte huishoudtypen met een doorstroomval te maken. Door het wegvallen van het recht op alle minimaregelingen én de energietoeslag blijft er bij elk onderzocht huishoudtype onder de streep minder over op 130 % dan bij een inkomen op 120 %. Aanbevelingen door het NIBUD 1.
Verminder het niet-gebruik van regelingen.
2.
Stimuleer goed financieel beheer.
3.
Help energielasten te verlagen.
4.
Breng duidelijk de voordelen van AZOSS onder de aandacht.
5.
Zie er op toe dat deelnemers aan AZOSS het juiste pakket kiezen.
6.
Overweeg een ongedeeld budget voor kosten van kinderen.
7.
Maak een gedegen afweging tussen een uitvoerbaar armoedebeleid en het voorkomen van een armoedeval.
8.
Onderzoek de mogelijkheid om de vergoeding voor sociale participatie voor volwassenen te verhogen.
9.
Stimuleer paren met oudere kinderen bij het verhogen van hun inkomen.
10. Zet niet in op het generiek verhogen van de inkomensgrens maar kies voor kwetsbare huishoudens. Zelfs al houden huishoudens tot 130% in eerste instantie niet meer over dan op bijstandsniveau adviseert het NIBUD toch de inkomensgrens niet op te hogen naar 130%, maar gericht armoedebeleid te voeren, werk te stimuleren en de Osse aanpak te volgen. Voor inwoners geldt nog steeds dat werk het meest perspectief biedt om uit armoede te komen en meedoen te stimuleren. De gemeente Oss is er voor alle inwoners en we leveren maatwerk. Dat betekent dat soms ook inwoners met een inkomen tot 140% of 150% een beroep op ons kunnen doen. Ook hebben we voor specifieke groepen een gerichte aanpak. Zoals de hogere bijdrage voor schoolkosten, wanneer kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan. Een generaliserende maatregel zoals het verhogen van de inkomensgrens naar 130% past niet in onze aanpak en
Volgvel
Ons kenmerk
4
is niet effectief voor de inwoners die dat het hardste nodig hebben. We zien dat de huidige crisis niet alleen de allerarmsten raakt, maar door alle inkomensgroepen heen gaat. Mede daarom heeft de minister extra maatregelingen aangekondigd naast de eerdere aangekondigde wijzigingen in de Participatiewet. Naar verwachting gaan deze de bijstand iets gunstiger maken. Denk bijvoorbeeld aan aanpassing van de kostendelersnorm en een ruimere vrijlating van bijverdiensten. Het verdient aanbeveling om deze ontwikkelingen af te wachten en niet op voorhand de inkomensgrens te verhogen. Financiële consequenties Volgens Oss Stat hebben wij 4600 huishoudens met een inkomen tot 120% en 5800 huishoudens met een inkomen tot 130%. In 2021 hebben wij 3822 huishoudens bereikt met ons minimabeleid tot 120%. Dat is een bereik van 83%. Als we de grens verhogen naar 130% en we bereiken 75 % van de huishoudens, dan bereiken we 4722 huishoudens. Dat zijn 900 huishoudens meer. Dat is een verhoging van 23,5% We moeten de kosten dus met 23,5% meer begroten als we de grens verhogen naar 130% Aan deze berekening zit een aantal kanttekeningen: 1.
We vergelijken ons bereik uit 2021 met cijfers over de huishoudens van CBS (IIV) uit 2019. Dat zijn de meest recente beschikbare cijfers.
2.
De aantallen kunnen nog wel eens hoger zijn dan in 2019 gelet op corona en de economische situatie.
3.
Het is de vraag of we een bereik halen van 75% als we grens verhogen. Meestal bereik je minder inwoners als grens hoger ligt. Vandaar de keuze voor 75%.
4.
We moeten niet alleen de kosten voor feitelijke verstrekkingen rekenen, maar ook de uitvoeringskosten voor een grotere doelgroep.
Structurele product kosten AZOSS Bijzondere Bijstand Individuele Inkomens toeslag Meedoen is Belangrijk (MIB) sociale en culturele activiteiten MIB - zwemlessen MIB - schoolkosten Subsidies armoedevoorzieningen Totaal
€ € €
2021 1.214.661 2.322.182 781.193
€ € € € €
706.850 46.612 177.100 396.344 5.646.963
23,50% kostenstijging € 285.445 € 545.713 € 183.580 € € € € €
166.110 10.954 41.619 93.141 1.326.562
Volgvel
Ons kenmerk
5
Berekening meerkosten verhogen naar 130% op basis van 75% bereik structurele productkosten =
€
1.326.562
structurele uitvoeringskosten =
€
214.000
Totaal
€
1.540.562
bij gebruik van cumulatie van voorzieningen
Voor de verhoging naar 130% van het armoedebeleid hebben we geen dekking in de huidige begroting. Zowel binnen het budget voor de subsidies als binnen het budget voor Bijzondere Bijstand en Minimabeleid is geen financiële ruimte. Gelet op de stijgende kosten is het zelfs de vraag of we de komende jaren voldoende budget hebben om de huidige groep te bedienen en maatwerk te blijven toepassen. Wanneer we de grens voor het Armoedebeleid verhogen naar 130% zullen we structureel € 1.540.562,- extra moeten opnemen in de begroting. Consequenties voor uitvoering Daarnaast zijn er consequenties voor de uitvoering. Niet alleen brengt een grotere doelgroep meer uitvoerend werk met zich mee, maar zullen ook alle beleidsregels, verordeningen, aanvraagprocedures en werkprocessen aangepast moeten worden. Dat geldt voor alle regelingen afzonderlijk. En niet alleen voor onze gemeentelijke regelingen, ook voor betrokken organisaties. Ons Armoedebeleid voeren we samen uit met onze partners in het maatschappelijke veld. Daarvoor verlenen we subsidie. De meeste organisaties die subsidie ontvangen hanteren ook een inkomensgrens tot 120%. Wanneer we de grens verhogen zullen zij ook een grotere doelgroep krijgen en dat legt veel extra druk op de vrijwilligers.
Tot slot Oss heeft een ruimhartig armoedebeleid, dat we conform het NIBUD onderzoek, verder kunnen verbeteren als we op een aantal doelgroepen die het zwaarder hebben extra inzetten. Een algemene verhoging van de 130%grens heeft vele consequentie en geen beter effect. Het college volgt daarom het advies van het NIBUD en kiest niet voor een algemene verhoging van de armoedegrens maar voor het leveren van maatwerk aan inwoners die het nodig hebben.
Volgvel
Ons kenmerk
6
Met vriendelijke groet,
ing. J.P.J. Hooiveld, Wethouder Werk & Inkomen, Sport en Onderwijs