CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoord artikel 41 vragen VDG over woningbouw in de kernen.PDF

Adviescommissie Ruimte 24 juni 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Antwoord artikel 41 vragen VDG over woningbouw in de kernen3.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oss

GeTvTEENTE

Fractie VDG

T.a.v. Jessica Keijzer-Nab en Roel van de Camp E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl

Postbus 5

5340 BA Oss

Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?

Datum

Ons kenmerk

04-05-2021

Behandeld door

Doorkiesnummer

T.A.J. Thissen

9536

Onderwerp

Aantal bijlagen

Artikel 41 vragen van de fractie VDG over woningbouw in de kernen

Geachte mevrouw Keijzer-Nab, geachte heer van de Camp,

U hebt het college op 7 april2021 artikel 41 vragen gesteld over woningbouw in de kernen

Dit is onze beantwoording. Dit thema is regelmatig onderwerp van gesprek met uw raad, zoals ook recent nog tijdens de bespreking in de Opiniecommissie van B april jl. over de aanpak van de versnelling van de woningbouw en in de bespreking van de Programma-evaluatie. Daarin hebben wij het ook gehad over onder andere de verandering van woonbehoefte en -wensen, de groeiende

kwalitatieve mismatch van vraag en aanbod en over de verschillen in onze stadjes en dorpen. Dit mede tegen de achtergrond van het feit dat het nog niet zo heel lang geleden is dat de situatie op de woningmarkt heel anders was dan nu, wat tot vertragingen heeft geleid in de woningbouw. Voor uw informatie hebben wij in de stukken voor de Opiniecommissie een overzicht gegeven van onze lopende activiteiten.

Ik heb in de Opiniecommissie ook verwezen naar de Gebiedsvisie Stadjes en kernen als een van de drie onderdelen van de Omgevingsvisie. Daaraan wordt gewerkt onder leiding van mijn collega wethouder van Geffen. Die deelvisie zal ook ingaan op hoe wij de toekomstige aanpak van de woningbouw in de kernen zien. Inmiddels hebben we voor Geffen en Ravenstein al wel de plannen met uw Raad besproken. Over die bredere toekomstvisie kan ik in deze brief geen voorschot nemen. Op de vragen in die richting reageer ik dan ook terughoudend. In deze reactie schets ik tevens de verandering in de interne aanpak van woningbouwplannen in de

vorm van de Intaketafel, waarmee u recent nader kennis hebt gemaakt. Binnen deze context beantwoord ik uw vragen .

Volgvel

Ons kenmerk

2

U stelt ter introductiei "In de kteine kernen van Oss staat momenteel maar een enkele woning

te koop. Gezien het huidige aanbod lijkt de gerealiseerde woningbouw van de laatste jaren voor de kernen niet voldoende. Er is mogelijk een inhaalslag gemaakt, maar dat wil niet zeggen dat er een structurele oplossing is".

1. Wat vind het college hiervan? Ziet u dat er een inhaalslag wordt gemaakt maar

dat dit nog geen structurele oplossing is? Er is de laatste jaren in alle kernen van de gemeente Oss woningbouw gerealiseerd, in relatief grote aantallen met name in de clusters Geffen, Lith en Megen. Voor een deel was dit een inhaalslag. Datzelfde loopt nu ook in Ravenstein. Hieronder geven wij een beeld van de gerealiseerde woningen in de periode 2Ot6 t/m 2020' Ook voor de komende periode lopen er in alle clusters plannen voor woningbouw. Het

overzicht is uitgesplitst naar concrete plannen - die deels al in aanbouw zijn - en potentiele plannen, waarvoor we werken aan planontwikkeling. Naast Ravenstein en Geffen geldt dit o'a voor Lithoijen, Macharen en Overlangel, zoals ook aangekondigd in de Woonvisie 2020.

Erzijn sinds 2016 in totaal ruim 500 woningen toegevoegd in de kernen. Voor ruim 600 woningen zijn er al concrete plannen en voor ongeveer hetzelfde aantal worden nieuwe plannen opgestart. Op basis hiervan zijn wij van mening dat het nu niet meer gaat om alleen een inhaalslag, maar dat we gericht zorgen voor de toevoeging van woningbouw in het landelijk gebied. Met de huidige woningmarkt en de prognoses als vertrekpunten. Naast de bekende locaties staan we open voor nieuwe initiatieven vanuit de gemeenschap. Via de Intaketafel beoordelen we plannen vanuit de hele gemeente Oss, en dus ook uit de kernen.

Volgvel

Ons kenmerk

3

2016 Um 2020

kernenclusters

aantal woningen 150

concrete

voor potentiele

plancapaciteit

projecten

250

95

Geffen'

totale plancapaciteit 345

250

951

1

170

51

170

Herpen

150

ís

Overlangel, 154

198

273

75

Het Wild

1

Lith,

121i

Lithoijen

151

5

11

lvhren-Kessel

53:

Oijen

18i

131

49

70

Haren.

119

15 !

À/acharen'

40

10i

11

Ívbgenl

24t 120

29

30

250

Demen

370

1i

28" 1

Huisseling

3 :

Ravenstein

250,

5í5

Totaal

630

645

1.275

bron: PFMWonen inventarísatie

2021

vanuit

NB: Berghem wordt gerekend tot stedelijk gebied zie ook de kaart in de bijlage.

2. Wij vinden dat dit actuele beeld niet overeenkomt met de woonvisie Oss. Wat

vindt het College hiervan? En kan het College dit oplossen? De Woonvisie is de basis voor de beoordeling van woningbouwplannen en wij handelen hier

ook naar bij initiatieven die zich aandienen. Uitgangspunt in de Woonvisie is dat in alle kernen

ruimte blijft voor kleinschalige toevoegingen, die een aanvulling vormen op de aanwezige woningvoorraad en aansluiten op de behoefte of herontwikkeling van bestaande bebouwing. Daarbij hanteren wij het uitgangspunt "inbreiding voor uitbreiding". Over de verdere concretisering van het woningbouwprogramma zijn wij in gesprek met de kernen. Hierbij ligt er ook een rol voor de gemeenschap zelf om daarbinnen initiatieven te stimuleren en te ontplooien die aansluiten op de lokale behoefte. Voorbeelden daarvan zijn

o.a. plannen in Herpen, Overlangel, Lithoijen en Macharen. In Geffen en Ravenstein is het een ander verhaal, zoals in de aanhef al benoemd en zoals zichtbaar in de tabel. U stelt: "De woonvisie bevat op bladzijde 6 een beeld voor het landetijke en stedetijk gebied

Dit is voor ons niet te vertalen naar individuele kernen". En vraagt daarna:

3. Is het mogelijk om dit beeld ook te geven voor de kernen? 4, Als dit mogelijk is, wil het college dit beeld maken? 5. Is het mogelijk om een realistische kern specifieke doorkijk te maken naar de woonwensen voor de toekomst?

Ons kenmerk

Volgvel

4

6. Als dit mogelijk is, wil het college deze realistische kern specifieke doorkijk ook maken? Voor de uitwerking van het woningbouwprogramma en bij de periodieke woonwensenonderzoeken hanteren wij de indeling van de kernenclusters. Zie ook de kaart in de bijlage.

7, Kunt u een overzicht geven van het portefeuille management van de woningvraag voor de komende 3 jaar en langere termijn (1O jaar) voor alle kernen? Onderstaand overzicht geeft een beeld van de verwachte woningbouwopgave in de kernenclusters van Oss zoals wij die tot nu toe hanteren. Basis voor de opgave is de meest

recente provinciale prognose voor de ontwikkeling van de bevolking en woningvoorraad. Deze prognose is doorvertaald naar gebiedsdelen van Oss, waaronder de kernenclusters, aangevuld met de recente plusambitie van Oss vanuit de Taskforce Wonen (kolom model Oss). De aantallen vanuit de opgaven zijn niet absoluut, maar indicatief en het gaat hier om de periode

tot 2030. Zoals in de aanhef aangegeven wordt dit mede onderwerp van gesprek in de Gebiedsvisie Stadjes en Kernen. bandbreedte toevoeging woningen landelijk gebied totaal conc rete

Deriode

prognose 2020

2o2o t/m2024 2025 tlmzo2g I 2020 2029

572 476

7 7

model Oss

iteit*

c apac

plannen in ontwikkeling totale capaciteit

680 584

598

100

148

r.265

746

305 405

1.151

* inventarisatie ndbreedte toevoeging woningen cluster Megen periode 2020 tlm 2024 2025 tlm 2029

otaal

prognose 2020 73 54 128

nrodel Oss 80

c onc rete ca pac iteit x

plannen in

ontwikkeling totale capaciteit

a7 55

7

61

94

bandbreedte toevoeging woningen cluster Herpen periode 2020 tlm2024 2025 tlm 2029 I 2020 2029

plannen in

conc rete

prognose 2020 89 74

model Oss L04 89 193

iteitx

c apac

ontwikkeling totale capaciteit

105

74 0

1

I

bandbreedte toevoeging woningen cluster Ravenstein periode 2020 tlm 2024 2025 tlm 2029

concrete

prognose 2020

124 113

model Oss

ca pac iteit *

155

113

t44

13

50 100 150

t26

237

Totaal 20

bandbreedte toevoeging woningen cluster Lith

Periode 2020 t/m2024 2025 t/m2029 2029

156 116

model oss 175 135

c a pac iteit

11

plannen in

conc rete

prognose 2o2o

plannen in ontwikkeling totale ca pac iteit

x

ontwikkeling totale capac iteit

L79 54

50

233

272

bandbreedte toevoeging woningen Geffen periode

rete

model Oss

ca pac iteit x

2025 tlm 2029

130 118

166 155

0

2029

248

1

2O2O tlm 2024

T

c onc

prognose 2020

tt4 TL4

plannen in

ontwikkeling totale capaciteit 50 100 2

Oss Volgvel

Ons kenmerk

5

8. Wat is het aantal geplande te bouwen woningen, in welke verhouding (hu url koo p I sociaal / a ppartementen/vrijstaand /vrije kavels) per kern? 9. Op welke locaties en voor wanneer staat deze woningbouw gepland toegespitst per kern? 1O. In hoeverre voldoen deze geplande te bouwen woningen aan de woningvraag in

de toekomst van de kernen? Wij kunnen dit beeld voor de kernenclusters op dit moment niet maken. Via een Raadsinformatiebrief gaan wij op korte termijn in op de kwalitatieve behoefte en de plancapaciteiten. Hieronder geven wij wel een beeld van de capaciteiten in concrete plannen voor woningbouw in alle kernen in het landelijke gebied tezamen in de periode tot 2030. Dit is afgezet tegen de basisbehoefte (prognose 2O2O). 202OÍ/m 2029, landelijk gebied

202O t/m 2029 opgave versus capaciteit landelijk gebied totaal

totaal 1.200

350 1.000

300 250

800

2W 600 150 100

4m

50

200

0 sociale huur vrije sector huur goedkope koop middeldure

dure koop

koop

r prognose 2020 r concrete capaciteit*

0

prognose2020 concretecepaciteit*

r appart./levensloopbestendig I Grondgebonden

Voorde kernen worden nieuwe plannen ontwikkeld zoals bij vraag l aan bod kwam. Hierbij moet ook ingespeeld worden op de kwalitatieve tekorten, die uit bovenstaande grafieken naar voren komen. Het is ook belangrijk dat initiatieven uit de kernen zelf inspelen op de behoefte.

11. In hoeverre zijn de woningbouwverenigingen actief bezig met het toekomstig

wonen in kernen? 12. Kunt u inzicht geven in de plannen per kern? 13. Is daar tevens een wens of een verplichting naar de partijen? De behoefte aan sociale huurwoningen is voor de stad anders dan voor de stadjes en dorpen En dit verschilt per kern. Uitgangspunt voor de kernen is ca 2Oo/o sociale huurwoningen. We

zijn in gesprek met zowel Mooiland als Brabant Wonen over uitbreiding op diverse locaties, ook in de kernen. Lopende en recente resultaten zijn onder meerte zien in Lith, (15 appartementen in het centrum), Geffen, Ravenstein (Klooster/Hooghuislocatie), Megen (voormalig verzorgingshuis) en Herpen (Wilgendaal).

Volgvel

Ons kenmerk

6

U stelt: 'Wonen bestaat meer dan enkel uit het bestaande aanbod en reeds geplande

(grootschalige) nieuwbouwplannen. Als antwoord op de technische vragen gaf u aan dat in de kernen vooral nog kansen worden gezien door incidentele inbreidingen, omzetting van vastgoed maar ook toevoeging van bijvoorbeeld mantel(zorg)woningen of splitsing van

woningen".

L4.Ziet het college voldoende kansen voor inbreiding? 15. En in hoeverre wordt ingegaan op particuliere initiatieven? Sinds 1 december 2O2O zijn we gestart met de pilot Intaketafel. Die bestaat uit deskundigen vanuit de diverse betrokken afdelingen uit onze organisatie.

Initiatieven voor particuliere woningbouw worden aan de Intaketafel besproken en in eerste aanleg beoordeeld op wenselijkheid vanuit ons beleid. Daarbij hanteert de Intaketafel de beleidslijn zoals omschreven onder vraag !7. In veel gevallen heeft de initiatiefnemer eerst een oriënterend gesprek met de regisseur, planoloog en/of stedenbouwkundige, waarbij uitleg

wordt gegeven over het geldende beleid en eventuele aandachtspunten. Initiatieven die door de Intaketafel als niet wenselijk worden beoordeeld, worden eerst op basis van het advies van de Intaketafel oriënterend besproken door het college van B&W

voordat de initiatiefnemer antwoord op diens verzoek ontvangt. Initiatieven die door de

Intaketafel als wenselijk worden beoordeeld, komen bij de afdeling RO in behandeling voor een toets op haalbaarheid (principebesluit). Conform de legesverordening zijn er kosten verbonden aan het in behandeling nemen van een principebesluit. Initiatiefnemers moeten daar actief een akkoord voor geven. Soms kiest men er dan voor om de beoordeling van het principeverzoek niet door te zetten.

16. Kunt u inzicht geven in het aantal gehonoreerde en afgewezen pri nci peverzoeken hiervoor? L7. En om welke redenen worden principeverzoeken voor incidentele inbreidingen,

omzetting van vastgoed afgewezen? We gaan hier in op de vraag over principeverzoeken. Daarnaast bekijkt de Intaketafel

wekelijks initiatieven die nog niet zo ver zijn dat het een principeverzoek wordt, zie vorig antwoord. Daarnaast is er ook regelmatig sprake van toevoegingen binnen de bestaande voorraad, zoals omzetting van winkels naar woningen, kantoor naar wonen, toevoeging van mantelzorgwoningen et cetera.

Principeverzoeken afdeling RO particuliere woningbouw kernen (ligging niet in

buitengebied). Status

202í)

Ql 2021

Principemedewerking

8

1

Afwijzing

6

0

Niet doorgezet door initiatiefnemer

3

0

Oss Volgvel

Ons kenmerk

7

Akkoord initiatiefnemer op leges afwachten

1

3

In behandeling

1

1

Totaal

19

5

De basis voor beoordeling van particuliere initiatieven zijn de Structuurvisie Oss 2020 en de

Structuurvisie kleine kernen. Deze lijn is doorgezet in de toelichting van bestemmingsplannen voor de kernen. Zie ook bijgevoegde kaart voor een overzicht van de beleidslijn per kern.

In de kernen Herpen, Ravenstein, Megen, Lith en Geffen is het toevoegen van woningen via inbreiding toegestaan als er geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande omgeving. Ook wordt zoals eerder benoemd gewerkt aan de ontwikkeling van locaties aansluitend aan de kernen Geffen en Ravestein. De beleidslijn voor de middelgrote kernen (Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Macharen, Haren, Deursen-Dennenburg en Overlangel) en voor de kleine landelijke kernen (Het Wild, Teeffelen, Dieden, Demen, Huisseling, Neerloon en Neerlangel) is dat we alleen nieuwe woningen toevoegen als er sprake is van een kwaliteitsverbetering of het in stand houden van karakteristieke bebouwing. De Intaketafel beoordeelt de wenselijkheid van deze initiatieven op hoofdlijnen, aan de hand

van het geldende beleid. De afdeling RO beoordeelt vervolgens de haalbaarheid van de wenselijke verzoeken (principebesluit).

In de actualisatie van het Portefeuillemanagement Wonen in 2019 is voor de kernen Macharen, Lithoijen en Overlangel specifiek benoemd dat er behoefte is aan extra

mogelijkheden voor woningbouw. In deze kernen worden gesprekken gevoerd om te komen

tot vertaling daarvan in concrete plannen, zoals op de sportvelden-locatie in Macharen en de oude school/kringloopwinkel in Overlangel.

Burgerparticipatie 18. Hoe zorgen wij dat de inwoners van kernen betrokken zijn (en blijven) bij de toekomst van wonen in die kern: wat betreft toekomstige bouwplannen en woonwensen? Op verschillende manieren, bijvoorbeeld :

. Via de dorpsraden zijn we in gesprek met inwoners, ook over het thema Wonen. . Periodiek doen we een woonwensenonderzoek . We denken actief mee over initiatieven van inwonerscollectieven, bijvoorbeeld de voetbalvelden in Macharen, het CPO-|nitiatief in Overlangel en het seniorenhotje in Wilgendaal en Oijen.

o We betrekken inwoners in groter of kleiner verband actief in plannen voor projecten, bijv. woningbouw in Geffen en Ravenstein.

Volgvel

Ons kenmerk

B

De ambtelijke organisatie heeft ruimte om initiatiefnemers (groepen) te adviseren,

ondersteunen en begeleiden in het ontwikkelen van initiatieven. Waar de gemeente zelf grondposities heeft, kunnen deze eventueel ook betrokken worden. Als er concrete plannen zijn worden inwoners betrokken bij de omgevingsdialoog.

In voorbereiding op de Omgevingsvisie zijn we dit jaar gestart met een gebiedsvisie Stadjes & Kernen. In dit traject gaan we met de inwoners in gesprek over wensen en ambities die er per kern leven, zo ook over woningbouw.

19. We komen nog te spreken over de deelvisie kleine kernen, in hoeverre en op welk moment worden de wijk-dorpsraden/ bewoners hierin nu al betrokken of actief

over geïnformeerd? Dit is nog niet bekend. In de opiniërende bespreking in februari 2O2L zijn uitgangspunten meegegeven voor de wijze waarop participatie rondom de Omgevingsvisie/ -plannen moet

plaatsvinden. Deze worden nu verwerkt in een participatiekader.

Overige vragen U stelt: "De druk op de woningmarkt is hoog, starters hebben weinig ruimte om een woning aan te schaffen. De starterslening kan hierbij helpen" en "We zien dat er investeerders ziin die woningen kopen om ze te verhuren aan derden. Die dan geen woning kopen maar de woning huren. Zelfwoonpticht wordt genoemd als mogelijk instrument bij het voorkomen van deze situatie".

20. Klopt het dat het potje van de starterslening op dit moment leeg is? Als gemeente Oss hebben wij in de periode 2OO7 tlm 2016 startersleningen verstrekt. Met name in de crisisjaren was het een instrument om beweging in de woningmarkt te houden. In 2Ot7 is de regeling beëindigd. Wij zijn van mening dat de starterslening in de huidige markt eerder een prijsopdrijvend effect heeft dan dat het bijdraagt aan meer woningen die voor jongeren bereikbaar zijn. Op dit moment is niet de financieringsmogelijkheid de belemmerende factor waarom starters niet snel genoeg aan een woning kunnen komen, maar de beperkte beschikbaarheid van betaalbare woningen. Onze inzet is nu dan ook vooral

gericht op de versnelling van woningbouwplannen en op het vergroten van het aandeel betaalbare woningen in projecten.

21. Bij welke woningbouwprojecten ziet het college de zelfwoonplicht als een gewenst en nuttig instrument? Er is een ambtelijke notitie naar de gemeenteraad in voorbereiding waarin wordt ingaan op voor- en nadelen van verschillende financiële en juridische instrumenten, de starterslening en de zelfbewoningsplicht komen daarin ook aan bod.

Oss Volgvel

Ons kenmerk

9

Ik hoop uw vragen hiermee naar tevredenheid te hebben beantwoord. Met vrie

ke groet,

Namens

Colle

Mr. J

n

Oss

n

Wethouder Ruimtelijke Ordening Kernen c.a

Megen Oijen

Dieden Demen

Macharen Lith

Lithoijen

Deursen-Dennenburg Haren

Teeffelen

Maren-Kessel

Ravenstein Huisseling

Neerloon

Overlangel ‘t Wild

Berghem

Herpen

Oss

Geffen

stedelijk gebied hoofdkernen tussenformaat kernen landelijke kernen

STEDELIJK GEBIED Oss-Berghem

Om die reden hebben hier ook de grotere gemeentelijke woningbouwlocaties een plek gekregen.

Initiatieven worden hier ruimtelijk voorstelbaar geacht indien deze geen afbreuk doen aan bestaande ruimtelijke kwaliteiten en wanneer de initiatieven op een goede manier binnen de ruimtelijke structuur kunnen worden ingepast.

Initiatieven worden hier ruimtelijk voorstelbaar geacht indien deze geen afbreuk doen aan bestaande ruimtelijke kwaliteiten en wanneer de initiatieven op een goede manier binnen de ruimtelijke structuur kunnen worden ingepast. Wanneer er voldoende woningbouwcapaciteit aanwezig is (bv. in de vorm van een gemeentelijke woningbouwlocatie) kan dit reden zijn om terughoudend om te gaan met het verzoek tot de bouw van een extra woning op een onbebouwde plek.

HOOFDKERNEN

TUSSENFORMAAT KERNEN

Lith, Geffen, Megen, Ravenstein, Herpen

Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Macharen, Haren, Deursen-Dennenburg, Overlangel

Oss en Berghem vormen samen het stedelijk gebied van de gemeente. Een belangrijk deel van de verstedelijkingsopgave zal hier een plek moeten krijgen.

Deze kernen zijn aangewezen als hoofdkern binnen een dorpencluster. Het ruimtelijk beleid is erop gericht om de voorzieningen hier zoveel mogelijk in stand te houden.

Deze kernen zitten tussen de landelijke kernen en hoofdkernen in. Vaak is de historische bebouwingsstructuur hier

op- of aangevuld met nieuwe woonstraten of woonbuurten. Vaak is er een duidelijke scheiding tussen de kern en het omliggende landelijk gebied (waar deze bij een landelijke kern meer met elkaar verweven zijn). Initiatieven worden hier ruimtelijk voorstelbaar geacht indien deze geen afbreuk doen aan bestaande ruimtelijke kwaliteiten en wanneer de initiatieven op een goede manier binnen de ruimtelijke structuur kunnen worden ingepast.

LANDELIJKE KERNEN ‘t Wild, Teeffelen, Dieden, Demen, Neerloon De landschappelijke en stedenbouwkundige structuur van deze kernen is bijzonder waardevol. Bebouwing wordt afgewisseld door onbebouwde plekken, die ‘lucht’ brengen in de bebouwingsstructuur. Deze plekken zorgen voor een groen, landelijk karakter en zorgen voor zicht op het landschap. Deze verwevenheid tussen bebouwing en landschap is kwetsbaar. Het absorptievermogen om nieuwe

woningbouwontwikkelingen in deze waardevolle historische structuren op te nemen is laag. Initiatieven in bovenstaande kernen worden ruimtelijk alleen voorstelbaar geacht wanneer deze een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit met zich meebrengen. Bijvoorbeeld wanneer de bouw van een woning gepaard gaat met de sloop van een substantiële hoeveelheid oude (op)stallen, het saneren van een overlast veroorzakend bedrijf of wanneer het leidt tot renovatie en behoud van cultuurhistorisch of architectonisch waardevolle bebouwing. Ook wanneer de ruimtelijke impact slechts zeer beperkt is, zoals bij woningsplitsing, zijn initiatieven in principe ruimtelijk voorstelbaar, mits het parkeren en de ontsluiting op een goede wijze op het eigen perceel kan worden vormgegeven en er voldoende ruimte aanwezig is voor twee maal 100-150 m2 aan bijgebouwen. Met name voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle panden is dit eenbespreekbare optie. Na splitsing van de woning dienen beide woningen over voldoende vloeroppervlak te beschikken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=362a9841-294b-4212-b695-1095fb8975b1