Antennebeleid Oss 2024
Tekst van het document
3.3. Gebiedsgerichte aanpak vergunningplichtige antennes De gemeente maakt onderscheid tussen faciliterend en restrictief beleid voor antenneplaatsing voor bepaalde gebieden, vooral gericht op het verminderen van de visuele impact van installaties. Er geldt geen beperking in afstand tot woningen, scholen of kindercentra, omdat er landelijke normen zijn die beschermen tegen een te hoge blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden. De blootstelling mag nergens te hoog zijn, ongeacht de afstand tot antennes. Plaatsing van een antenne-installatie wordt getoetst aan de volgende criteria: stedenbouwkundige, landschappelijke, bouwtechnische, welstand (monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten), monumentale en maatschappelijke aspecten, waaronder het belang van mobiele connectiviteit. In een als ‘restrictief’ aangemerkt gebied gelden de ruimtelijke aspecten in versterkte mate. Gebiedstypen en functies Een gebiedsgerichte aanpak betekent dat bij de toetsingscriteria onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende gebiedstypen. De volgende gebieden worden onderscheiden: 1. Bebouwde kom 2. Bedrijventerreinen 3. Sportterreinen 4. Buitengebied Vervolgens worden in elk gebied globaal vijf mogelijke functies onderscheiden: 1. woonfunctie (wonen/zorginstellingen) 2. werkfunctie (bedrijvigheid) 3. recreatieve functie (groen, sportaccommodaties) 4.
infrastructurele functie (auto- spoor- en vaarwegen) 5. natuur 25
3.3.1. Faciliterend en restrictief beleid In deze paragraaf staan de gebieden opgesomd waar faciliterend of restrictief beleid geldt voor de plaatsing van vergunningplichtige antenne-installaties voor mobiele communicatie. In de praktijk gaat het meestal om vrijstaande zendmasten. Faciliterend beleid wil zeggen dat in principe medewerking wordt verleend aan de realisering van een antenne-installatie. Deze medewerking is afhankelijk van de functie van de locatie in een bepaald gebied. Medewerking vindt plaats als in elk geval is voldaan aan de algemene beleidsuitgangspunten uit paragraaf 3.2. Afwijking daarvan kan alleen bij voldoende motivering. Bij restrictief beleid wordt medewerking verleend aan de realisering van antenne-installaties in de aangegeven gebieden als de mobiele connectiviteit in het geding is en door de aanvrager wordt aangetoond dat in gebieden waar een faciliterend beleid wordt gevoerd geen adequate locatie of oplossing gevonden kan worden. De gebieden met een restrictief beleid zijn mede ingegeven vanuit de ervaring dat een antenne-installatie, vaak een vrijstaande zendmast, daar meer bezwaren oplevert met soms lange procedures tot gevolg. De tabel geeft eerst een overzicht in welke gebieden een faciliterend of restrictief beleid geldt. Vervolgens volgt een toelichting met de voorwaarden. Beleid per gebied Faciliterend
Restrictief
•
•
Bebouwde kom: woonfunctie
•
Buitengebied: Natuurnetwerk Nederland
Bebouwde kom: werk- of recreatieve functie
•
Bedrijventerreinen
•
Sportterreinen
•
Buitengebied: infrastructurele functie werk- of recreatieve functie
3.3.2. Bebouwde kom: werk- of recreatieve functie In gebieden binnen de bebouwde kom met een werkfunctie of recreatieve functie voert de gemeente een faciliterend beleid ten aanzien van antenne-installaties voor mobiele communicatie. Voor het faciliterende beleid op deze locaties gelden de volgende voorwaarden: • zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken plaatsen (er dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is);
26
• • •
zoveel mogelijk plaatsen uit het zicht (voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie); minimaliseren qua aantal (waarbij rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheid tot site-sharing); zoveel mogelijk integreren in architectuur en/of omgeving.
3.3.3. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn aangewezen gebieden waar een clustering van bedrijven is. Het esthetische aspect van antenne-installaties is van minder groot belang in deze gebieden. Inpassing van antenneinstallaties is op bedrijventerreinen daarom makkelijker te realiseren. Voor bedrijventerreinen voert de gemeente een faciliterend beleid ten aanzien van antenne-installaties. De specifieke voorwaarden hiervoor zijn: • zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken (er dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is); • vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst (voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie).
3.3.4. Sportterreinen Sportterreinen zijn buitenterreinen waar sportverenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier dat het esthetische aspect van minder groot belang is. Voorwaarden voor plaatsing op sportterreinen zijn: • zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken of in combinatie met andere functionaliteit (bijvoorbeeld veldverlichting); • vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst (voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie).
3.3.5. Bebouwde kom: woonfunctie Binnen de bebouwde kom is het realiseren van vrijstaande zendmasten vanwege de grote zichtbaarheid minder gewenst. Daarom geldt voor locaties met een woonfunctie binnen de bebouwde kom een restrictief beleid. Alleen bij aantoonbaar onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor omgevingsvergunningvrije antenne-installaties op bijvoorbeeld daken wil de gemeente een aanvraag in behandeling nemen.
3.3.6. Buitengebied Onder het buitengebied worden de gebieden buiten de bebouwde kom verstaan, ook wel aangeduid als landelijk gebied. Hieronder vallen gebieden met een agrarisch karakter, maar ook natuur- en recreatiegebieden. De gemeente streeft naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden of natuurwaarden in de directe omgeving. Antenne-installaties dienen op zo´n manier en op zo’n locatie gerealiseerd te worden, dat ze de minste verstoring van de horizon opleveren. Voorwaarden voor plaatsing in het buitengebied zijn: • zoveel mogelijk bij reeds gebouwde of gerealiseerde elementen in het gebied. Denk aan wegen, viaducten, hoogspanningsmasten en verkeersportalen maar ook aan agrarische
27
•
•
bedrijfscentra en de daar aanwezige hogere bouwwerken, zoals silo’s (bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is); een locatie in of aan een bos heeft de voorkeur boven een locatie midden in een open weidegebied (bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is); in beschermd natuurgebied en in een gebied met een cultuurhistorische en/of bijzondere landschappelijk waarde dient een grote mate van terughoudendheid te worden betracht bij de plaatsing van nieuwe antenne-installaties.
Antenneplaatsingen in het – vaak meer open – buitengebied, springen meer in het oog. Bij voorkeur vinden er daarom zo min mogelijk antenneplaatsingen plaats in het buitengebied. Maar de gemeente Oss is een gemeente met een groot buitengebied. Ook daar is een goed mobiel netwerk met voldoende bereik gewenst. Voor een groot deel van ons buitengebied geldt daarom toch een faciliterend beleid ten aanzien van antenneplaatsing.
3.3.7. Provinciale beperkingen Voor antenneplaatsing in Natuurnetwerk Nederland gebieden waaronder Natura 2000-gebieden geldt terughoudendheid en moeten aanvragen worden afgestemd met de provincie Noord-Brabant als bevoegd gezag. Vanuit de provinciale verordening kunnen ook regels gelden voor activiteiten nabij wegen.
3.4. Tijdelijke antenneplaatsing Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij tijdelijke of kortdurende antenneplaatsing gewenst is om de mobiele bereikbaarheid te garanderen. Op basis van jurisprudentie geldt een periode tot 31 dagen in elk geval als kortdurend. Voor langdurige plaatsing vraagt een aanbieder een (tijdelijke) omgevingsvergunning aan. Calamiteiten Als een aanbieder op een locatie tijdelijk geen dekking kan bieden door overmacht, zoals stormschade, is kortdurende antenneplaatsing mogelijk na overleg met de gemeente. Evenementen Bij grote evenementen en op feestdagen is kortdurende antenneplaatsing vaak noodzakelijk voor extra netwerkcapaciteit en het waarborgen van 112-bereik. Ruimtelijke herontwikkeling Door ruimtelijke herontwikkeling moet een vergunningvrije antenne-installatie soms verplaatst worden. In afwachting van een geschikte locatie kan een telecomprovider ter overbrugging een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen.
28
3.5. Criteria bij monumenten en beschermde dorps- of stadsgezichten De gemeente hanteert zoveel mogelijk de leidraad van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen. Het beleid van de gemeente is dat er in principe geen antenne-installaties zichtbaar geplaatst mogen worden op monumenten en dat er in beschermde dorps- of stadsgezichten terughoudendheid wordt betracht bij het plaatsen van zichtbare antennes. Antenne-installaties mogen geen onevenredige of onomkeerbare afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde gebieden. Plaatsing van een antenne op, aan of bij een monument of cultuurhistorisch gebouw of gebied dient daarom zorgvuldig te worden bekeken met vroegtijdige inbreng van relevante afdelingen en monumenten- en welstandcommissie. Uitgangspunten voor deze afstemming staan in hoofdstuk 5. De gemeente stelt bij een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antenne-installatie of een small cell op, aan of bij een monument en in rijksbeschermde dorps- of stadsgezichten de volgende voorwaarden: • Blijvende bouwkundige aantasting of (gevolg)schade aan het monument moet worden voorkomen. • De zichtbaarheid van de antenne vanaf de openbare ruimte moet worden geminimaliseerd. • Bliksem- en brandbeveiliging moeten worden aangepast op de nieuwe situatie.
• Restauratie- en onderhoudswerkzaamheden in, aan of op het monument moeten ongehinderd doorgang kunnen vinden.
3.6. Plaatsing small cells op gemeentelijke infrastructuur Voor de plaatsing van small cells zal de gemeente -vanuit haar wettelijke plicht- voldoen aan redelijke verzoeken tot toegang tot haar infrastructuur. Bij een verzoek om medegebruik van onder haar zeggenschap staande publieke infrastructuur voor de aanleg en exploitatie van small cells hanteert de gemeente Oss de landelijke Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells: Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells | Publicatie | Overal snel internet Het initiatief voor plaatsing van antenne-installaties, inclusief vergunningvrije small cells, ligt bij de aanbieder. De gemeente voert een faciliterend beleid voor de plaatsing van vergunningvrije small cells op gemeentelijke infrastructuur. De algemene voorwaarden daarvoor zijn voor elke aanbieder gelijk en worden hieronder besproken. Redelijk verzoek Voor de plaatsing van small cells zal de gemeente -vanuit haar wettelijke plicht- voldoen aan redelijke verzoeken voor toegang tot infrastructuur die onder zeggenschap staat van de gemeente. Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten kunnen een verzoek tot medegebruik indienen.
29
Kosten voor plaatsing De aanvrager is verantwoordelijk voor de kosten van de aanpassingen en werkzaamheden die nodig zijn om de plaatsing van small cells op de gemeentelijke infrastructuur mogelijk te maken. De eigenaar van de small cell draagt de kosten voor vervanging, reparatie en verplaatsing van zijn small cells die in, op of aan gemeentelijke infrastructuur geplaatst zijn en de kosten van bijbehorende infrastructurele werkzaamheden. Onderbouwing van een verzoek tot medegebruik De onderbouwing bij een verzoek tot medegebruik van gemeentelijke infrastructuur bevat in elk geval de volgende punten: • Beschrijving van de infrastructuur en locatie waarvoor medegebruik wordt aangevraagd. • Een toelichting waarom medegebruik nodig is vanuit netwerktechnisch oogpunt en de gewenste mobiele connectiviteit. • Een toelichting indien het medegebruik nodig is voor het verbinden van een small cell met een backbonenetwerk. Beoordelingsgronden Criteria die de gemeente gebruikt voor beoordeling van de redelijkheid van de aanvraag zijn: • De infrastructuur is technisch geschikt voor het plaatsen van de small cell. • De infrastructuur is noodzakelijk voor de verbinding van small cells met een backbonenetwerk (indien van toepassing). • Redenen van veiligheid: de infrastructuur kan normaal blijven functioneren.
• De integriteit en veiligheid van alle reeds aangelegde netwerken of van kritieke nationale infrastructuur is niet in het geding. • Er is geen risico op ernstige verstoring van de geplande elektronische communicatiediensten wanneer andere diensten via dezelfde infrastructuur worden verstrekt. Vastlegging en vergoeding Bij de vastlegging van afspraken over medegebruik hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: • De afspraken over medegebruik worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst. • Er wordt een datum van ingebruikname van de infrastructuur vastgelegd. • Er worden afspraken vastgelegd voor situaties waarin gemeentelijke plannen de infrastructuur wijzigen. • De gemeente vraagt voor medegebruik van haar infrastructuur een marktconforme vergoeding van aanbieders. • Voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor small cell plaatsing vraagt de gemeente een kostendekkende administratieve vergoeding (leges). • De voorwaarden en tarieven voor medegebruik van infrastructuur voor small cell plaatsing worden inclusief onderbouwing openbaar gemaakt.
30
Voor het medegebruik van gemeentelijke infrastructuur en gebouwen voor het plaatsen van small cells, wordt een marktconforme vergoeding in rekening gebracht. Voor de afhandeling van verzoeken tot medegebruik van infrastructuur voor het plaatsen van small cells worden leges in rekening gebracht conform de legesverordening van de gemeente Oss.
31
4. Communicatie en antenneplaatsing 4.1. Uitgangspunten communicatie door de gemeente Bij de plaatsing van antennes heeft de gemeente aandacht voor eventuele zorgen van inwoners over de impact van antennes. Een groot deel van de antenneplaatsingen is omgevingsvergunningvrij, waardoor de gemeente niet betrokken is bij eventuele communicatie over de plaatsing. Tegelijk richten inwoners zich vaak in eerste instantie tot de gemeente als ze worden geconfronteerd met veranderingen in de openbare ruimte, ook bij antenneplaatsing. Zowel ambtenaren, wethouders als raadsleden kunnen aangesproken worden als er een nieuwe antenne-installatie wordt geplaatst. Onbekendheid, geen invloed op besluitvorming en geen direct individueel voordeel kan invloed hebben op de beleving bij antenneplaatsing. Het vooraf betrekken van belanghebbenden kan het draagvlak bevorderen en bijdragen aan een zorgvuldige belangenafweging door de gemeente Oss. Het communicatiebeleid dat gemeente Oss met betrekking tot antenne-installaties voor ogen heeft, is gebaseerd op het verstrekken van goede informatie en het betrekken van bewoners bij de locatiekeuze van antenne-installaties. We streven per geval in samenwerking met de initiatiefnemer naar maatwerk in de communicatie.
Verder gebruiken en verwijzen we de gemeente naar de landelijke informatie van de Rijksoverheid (Antennebureau), GGD en het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid.
Vergunningsvrije antennes Voorafgaand aan het plaatsingsplangesprek vormt de gemeente Oss zich een beeld van de beoogde locatie(s) voor antenneplaatsing en de omgeving. •
De gemeente Oss brengt tijdens het plaatsingsplangesprek kennis in over de lokale situatie en aandachtspunten voor de communicatie.
•
De gemeente Oss stimuleert aanbieders via het plaatsingsplangesprek om de omgeving tijdig te informeren over een antenneplaatsing. Bij plaatsing van small cells op een woongebouw is afgesproken dat de operators de eigenaar en/of verhuurder informeren waar informatiemateriaal te vinden is voor bewoners. Afhankelijk van de situatie kan de gemeente zelf bijdragen in de informatievoorziening.
•
Bij grootschalige uitrol van small cells en bij plaatsing van antennes en small cells op eigen gemeentelijke infrastructuur maakt de gemeente afspraken met de antenne-eigenaar over de communicatie aan omwonenden en andere belanghebbenden.
•
Na het plaatsingsplangesprek beoordeelt de gemeente Oss of ze in afstemming met aanbieder(s) omwonenden, bedrijven of belangengroepen aanvullend wil informeren en welke praktische communicatieondersteuning de gemeente kan bieden.
32
Aanvraag omgevingsvergunning Op basis van het vooroverleg bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning vormt de gemeente Oss zich een beeld van de beoogde locatie voor antenneplaatsing en de omgeving. In het overleg kunnen afspraken worden gemaakt over de gewenste communicatieaanpak en eventuele samenwerking daarbij tussen aanvrager en gemeente. Primaire verantwoordelijkheid over communicatie en participatie ligt bij de initiatiefnemer. Het betrekken van de omgeving levert waardevolle inzichten op over de beoogde locatie. Daarnaast voorkomt het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden vaak bezwaren later in het traject. Bij het betrekken van belanghebbenden valt te denken aan een (online) gesprek, huis-aan-huisbrief of inloopbijeenkomst met daarin de aankondiging van de voorgenomen aanvraag. Standaardvragen die daarbij beantwoord kunnen worden zijn: waarom is de zendmast nodig, waarom op deze locatie en welke regels gelden er? Belangrijk is vooral duidelijk te maken wat het plan inhoudt, in welke fase het plan/project zich bevindt en wat de intentie is bij de participatie: waarom en waarover mogen mensen in deze fase meedenken en waarover niet? Hierbij speelt vaak ook de balans tussen ‘het algemeen belang’ en ‘andere belangen’ een rol. De meeste mensen willen graag goed bereik en snappen dat daar antennes voor nodig zijn, maar niemand wil ze graag tegenover het huis hebben.
Daarbij zijn er ook partijen die geld (willen) verdienen dankzij zo’n antenne, dus erkenning daarvan en transparantie hierover helpt. Aan de hand van te maken afspraken bepaalt de gemeente Oss of aanvullende communicatieve maatregelen noodzakelijk en van toegevoegde waarde zijn. Dit staat los van de wettelijke publicatieverplichtingen.
4.2. Participatie Gemeente Oss werkt op dit moment aan een nota participatiebeleid en een participatieverordening in het kader van de Omgevingswet. Daarnaast wordt een handreiking opgesteld voor initiatiefnemers. Zodra deze gereed en vastgesteld zijn, zullen deze via de website van de gemeente Oss beschikbaar worden gesteld.
33
5. Interne organisatie rondom digitale infrastructuur De coördinatie van de aanleg van digitale infrastructuur voor antennes wordt belegd bij team vergunningen van de afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Binnen deze afdeling wordt een medewerker aangewezen als vast aanspreekpunt voor interne en externe belanghebbenden. De betreffende contactgegevens worden in ieder geval actief gedeeld met Monet, de vereniging van Nederlandse netwerkoperators. De afdeling VTH heeft de volgende taken: •
Externe afstemming o Aanspreekpunt voor (potentiële) initiatiefnemers van antenneplaatsing. o Opvolgen van afspraken uit het Antenneconvent waaronder: - Deelname aan het plaatsingsplangesprek. - Registratie contactgegevens bij VNG (antenneconvenant@vng.nl) t.b.v. ‘kennisgeving voorgenomen grootschalige plaatsing small cells’. - Inplannen plaatsingsplangesprek. Monet stuurt het Plaatsingsplan standaard naar het algemene e-mailadres van de gemeente t.a.v. de afdeling VTH, team vergunningen. o Externe afstemming na vergunningverlening over infrastructurele werkzaamheden.
•
Interne afstemming o Het inrichten van een proces voor verzoeken van medegebruik van gemeentelijke infrastructuur. o Interne afstemming rondom aanvragen voor antenneplaatsing. o Afstemming met gebieds- en wijkcoördinatoren, o.a. over communicatie. o Interne afstemming na vergunningverlening over infrastructurele werkzaamheden. o Interne ontsluiting van relevante data.
Afstemming welstand en monumenten Voor de afstemming rond een aanvraag voor antenneplaatsing op een monument of in een beschermd stads/dorpsgebied voert de afdeling integraal vooroverleg met de aanvrager en betrokken interne afdelingen en externe adviseurs. •
34
Bijlage 1. Begrippenlijst Antennes voor mobiele communicatie worden in de praktijk aangeduid met verschillende termen, bijvoorbeeld met zendmast. De Telecommunicatiewet bevat de termen antennes, antennesystemen en opstelpunten. Het Besluit omgevingsrecht en Besluit bouwwerken leefomgeving hanteren het begrip antenne-installatie. Hieronder volgt een uitleg van de belangrijkste termen. Aanbieder Een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk, -dienst of bijbehorende faciliteit. Doorgaans is een aanbieder een landelijke telecomprovider (operator) of een beheerder van antenne-opstelpunten (ook wel tower company genoemd). Agentschap Telecom Agentschap Telecom voert de wet- en regelgeving uit die gaat over de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de digitale infrastructuur. Het agentschap houdt toezicht op relevante regels, eisen en voorwaarden. De organisatie verdeelt onder andere frequentieruimte en verleent frequentievergunningen aan gebruikers. Ook het toezicht op frequentiegebruik behoort tot de hoofdtaken. Agentschap Telecom valt onder het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Antenne Een antenne is een onderdeel van een antenne-installatie. In het dagelijks taalgebruik bedoelt men met antenne vaak een typische antenne-installatie voor mobiele communicatie met drie antennepanelen.
Een antennepaneel ziet er aan de buitenkant vaak uit als een rechthoekige bak. Een antennepaneel van een antenne-installatie voor mobiele communicatie bevat meerdere antennes. Antennebureau Het informatie- en voorlichtingsbureau van de rijksoverheid over antennes en de beheerder van het Antenneregister. Het Antennebureau is ondergebracht bij Agentschap Telecom. Antenne-installatie Een antenne-installatie betreft het bij elkaar behorend geheel van één of meer antennes, antennedragers, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt door een telecomoperator voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden. Mobiele netwerken Er zijn drie netwerken voor mobiele communicatie met landelijke dekking. Elke netwerkoperator heeft -via een zendvergunning- zijn eigen frequenties. De antenne-installaties zenden daarmee gegevens naar en ontvangen gegevens van gebruikerstoestellen in het verzorgingsgebied van de antenne-installatie. Een mobiel netwerk heeft een cellulaire structuur te vergelijken met een honingraat. Iedere raat staat voor een specifiek gebied, een cel. Een antenne-installatie verzorgt het bereik in een cel. De cellen samen vormen het mobiele netwerk.
Het frequentiegebruik in de cellen wordt nauwkeurig op elkaar afgestemd om een goede mobiele verbinding te kunnen garanderen: de radioplanning. Elke cel (antenne) heeft een bepaalde capaciteit en kan een beperkt aantal gebruikers bedienen. Meer gebruikers en meer datagebruik betekent een grotere capaciteitsbehoefte en 35
daardoor mogelijk meer antennes. Een te kort aan capaciteit in het netwerk kan bij de gebruiker de beleving van ‘geen bereik’ geven. Mobiele Network Operator Bedrijf dat een mobiel netwerk exploiteert en aan wie een zendvergunning voor het gebruik van frequenties voor mobiele communicatie is toegekend. De netwerkoperator verzorgt alle techniek die nodig is voor het gebruik en beheer van het mobiele netwerk. Naast toegang aan gebruikers via eigen abonnementen biedt een netwerkoperator ook toegang aan derden, de zogenaamde Mobiele Virtuele Netwerk Operators. Monet Vereniging van Nederlandse netwerkoperators met een landelijke vergunning voor mobiele telecommunicatie. Opstelpunt Een opstelpunt is een bouwwerk waarop één of meerdere antenne-installaties geplaatst wordt. Een opstelpunt kan bijvoorbeeld het dak van een gebouw, een zendmast, een schoorsteen, licht- of een hoogspanningsmast zijn. Voor small cells kunnen dit bestaande opstelpunten van mobiele operators zijn, maar ook bushokjes, lantaarnpalen en gevels van gebouwen. Small cell Een small cell is een kleine antenne-installatie met klein bereik dat onderdeel is van een mobiel netwerk. Ten opzichte van de traditionele antenne-installaties zijn small cells kleiner van formaat en gewicht, hebben ze een lager vermogen en een kleiner bereik.
In de Europese verordening EU 2020/1070 zijn de eigenschappen gespecificeerd van een small cell die vergunningvrij geplaatst kan worden. Er geldt bijvoorbeeld een maximale omvang van 30 liter. Tower company / mastbeheerder Bedrijf dat opstelpunten (vaak masten) exploiteert voor antenneplaatsing, meestal antenneinstallaties voor mobiele communicatie. Mobiele operators en andere aanbieders kunnen ruimte huren van een mastbeheerder voor de plaatsing van een antenne-installatie. Zendmast Een zendmast is een vrijstaande mast die als opstelpunt gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenneinstallaties geplaatst worden.
36