Advies aan BW - gedifferentieerde tarieven pgb HV april 2021 (1).DOCX
Tekst van het document
Advies aan B&W Onderwerp Invoering gedifferentieerde tarieven PGB huishoudelijke verzorging Datum
11-5-2021
Naam en telefoon
Joke de Wit 06-32451637
Afdeling
MM/MO
Portefeuillehouder
Thijs van Kessel
Wat adviseer je te besluiten? 1.
Een gedifferentieerde tariefstelling in te voeren voor het persoonsgebonden budget (PGB) voor de Wmo voorziening huishoudelijke verzorging (HV).
2.
De gedifferentieerde tarieven vast te stellen op maximaal: a.
100% van het ZIN-tarief (zorg in natura) voor huishoudelijke verzorging via een professionele dienstverlener;
b.
85% van het ZIN-tarief voor huishoudelijke verzorging via een ZZP’er of freelancer;
c.
50% van het ZIN-tarief voor huishoudelijke verzorging door iemand uit het eigen sociale netwerk (informele zorg).
3.
De raad voor te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 aan te passen conform bijlage 2 - Raadsbesluit 1ste wijziging verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2020.
4.
De uit dit besluit - tot invoering van gedifferentieerde tarieven PGB HV - voortvloeiende aanpassingen door te voeren in de Nadere regels en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Oss 2021.
5.
De raad voor te stellen om in de eerstvolgende begrotingswijziging op te nemen dat het structureel verwachte bedrag dat wordt bespaard door de invoering van de gedifferentieerde tarieven van €150.000 wordt verlaagd naar € 90.000,-.
6.
Akkoord te gaan met de concept antwoordbrief (bijlage 4) op het advies van de ASD (bijlage 3)
7.
Dit dossier openbaar te maken op 18 mei 2021.
Wat is de aanleiding voor dit advies? Sinds 2007 is huishoudelijke verzorging een wettelijke taak van de gemeente. De voorziening is bedoeld voor mensen die door een beperking of hoge leeftijd hun huishouden niet meer zelfstandig kunnen doen en geen mogelijkheid hebben om zelf hulp te regelen. In Oss ontvangen ongeveer 2.250 inwoners huishoudelijke verzorging vanuit de Wmo. Inwoners kunnen huishoudelijke verzorging ontvangen van gecontracteerde zorgaanbieders via zorg in natura (zin) of via een persoonsgebonden budget (PGB). Met een PGB regelen mensen zelf de ondersteuning. Zij kunnen er dan voor kiezen om de ondersteuning in te kopen bij een erkende zorgstelling, bij een ZZP’er/freelancer of bij iemand uit het sociale netwerk. In september 2020 ontvingen 142 (6% van de 2.250) cliënten een PGB voor huishoudelijke verzorging. Van de 142 cliënten met een PGB voor huishoudelijke verzorging kopen:
Advies aan B&W
Pagina 1 van 10
Advies aan B&W -
123 cliënten huishoudelijke verzorging in bij een informele hulpverlener (87%);
-
10 cliënten huishoudelijke verzorging in bij een zorgaanbieder (7%);
-
9 cliënten huishoudelijke verzorging in bij een ZZP’er (6%).
In bijlage 1 is een verdere uitwerking te vinden van het aantal PGB’s voor huishoudelijke verzorging, de kosten en de verdeling van hoe de zorg wordt ingekocht. Bij huishoudelijke verzorging geldt er nu één tarief voor het PGB, ongeacht waar inwoners de ondersteuning inkopen. Hiermee is huishoudelijke verzorging een uitzondering op de andere voorzieningen vanuit de Wmo en de andere gemeenten in de regio. Bij de overige voorzieningen wordt onderscheid gemaakt tussen dienstverlening via een professionele zorgorganisatie, een zelfstandige zonder personeel/freelancer en een dienstverlening door iemand uit het sociaal netwerk. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten (bron: Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2020): 1.
Een budgethouder die een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met een voor de sector toepasselijke cao, kan het maximum (100%) PGB-tarief ontvangen.
2.
Inschakeling van een ZZP’er of zorgorganisatie die arbeidsvoorwaarden met lagere loonschalen hanteert, leidt als gevolg van aannemelijke minderkosten, tot een verlaging van het maximum PGB-tarief met 15%.
3.
Wordt de ondersteuning geleverd door een persoon uit het netwerk van de cliënt (die al dan niet een professionele hulpverlener is) dan bedraagt het PGB-tarief 50% van het instellingstarief waarbij altijd voldaan wordt aan de wet minimumloon.
Het voorstel is om eenzelfde gedifferentieerde tariefstelling in te voeren voor PGB voor huishoudelijke verzorging. Aan welke opdracht draagt dit advies bij? Dit advies draagt bij aan: -
De mogelijkheid voor Osse inwoners om met voldoende huishoudelijke hulp zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen;
-
een uniforme werkwijze in de WMO binnen de gemeente Oss en in de regio;
-
reële salarisverhoudingen in de zorg;
-
een financieel houdbare inrichting van de huishoudelijke verzorging en de WMO;
Welk resultaat willen we bereiken? Met dit advies willen we de volgende resultaten bereiken: -
de PGB tarieven zijn binnen de gemeente gelijk getrokken;
-
de PGB tarieven voor huishoudelijke verzorging zijn toereikend en reëel;
-
we werken binnen de regio volgens dezelfde uitgangspunten.
-
de voorziening is financieel houdbaar;
Advies aan B&W
Pagina 2 van 10
Advies aan B&W
Welke argumenten zijn er voor dit advies? 1.1 Het PGB-tarief mag lager zijn dan de tarieven voor zorg in natura Gemeenten mogen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende type hulpverleners. Er mag onderscheid gemaakt worden tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale netwerk, door hulpverleners die werken volgens kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen (bron: kamerbrief betreffende toelichting tarieven PGB van minister De Jonge, 27 juni 2019). Een voorwaarde is wel dat het PGB-tarief toereikend is. 1.2 Huishoudelijke verzorging is de enige Wmo-voorziening waar we geen gedifferentieerde tariefstelling hanteren. Bij de vaststelling van het tarief voor andere Wmo-diensten wordt (al) onderscheid gemaakt tussen dienstverlening via een professionele zorgorganisatie (100% van het zin tarief), een ZZP’er of freelancer (85% van het zin tarief) en dienstverlening door iemand uit het sociale netwerk (informele zorg, 50% van het zin-tarief). Huishoudelijke verzorging is de enige voorziening waarvoor geen gedifferentieerde tariefstelling geldt. Het streven is om binnen de Wmo een zo eenduidig mogelijke manier van werken te hanteren. Dat pleit ervoor om ook een gedifferentieerde tariefstelling in te voeren voor huishoudelijke verzorging.
1.3 Gemeenten in de regio werken ook met een gedifferentieerde tariefstelling PGB-HV. De gemeenten Sint Anthonis, Boekel, Bernheze, Boxmeer, Landerd, Meierijstad en Oss werken samen op het gebied van huishoudelijke verzorging (zonder dat daar een gemeenschappelijke regeling of budget van toepassing is). Dat resulteert in eenzelfde werkwijze in de toegang en inkoopcontracten. Deze gemeenten in de sub-regio werken allen met een gedifferentieerde tariefstelling voor huishoudelijke verzorging. De gemeente Oss is de enige uitzondering. 1.4 Door een gedifferentieerde tariefstelling houden we de voorziening meer betaalbaar. Het merendeel (123 van de 142) van de cliënten die huishoudelijke verzorging ontvangen vanuit een PGB, koopt de ondersteuning in bij iemand uit het eigen sociale netwerk. Samen bedraagt dit €319.076,50. Dit is 84% van het totale budget PGB huishoudelijke verzorging (zie bijlage 1 voor een nadere uitwerking). Na invoering van een gedifferentieerde tariefstelling, zijn de tarieven voor informele zorg 50% van het ZIN-tarief. Daardoor kunnen we de voorziening meer betaalbaar houden. 2.1 Bij gedifferentieerde tarieven is de vergoeding nog steeds toereikend In de wet staat dat de tarieven voor PGB ‘toereikend’ moeten zijn. Dat betekent dat mensen de benodigde ondersteuning moeten kunnen inkopen met het budget dat de gemeente toekent.
Eerder is onderzocht welke percentages per type zorgverlener gehanteerd kunnen worden voor het bepalen van de PGB tarieven als percentage van de ZIN tarieven naar zorgsoort. Het advies toentertijd was om de volgende tarieven te hanteren: Professionele zorgverlener:
90% van zin
Gekwalificeerde ZZP’ers:
75% van zin
Niet gekwalificeerde ZZP’ers (informele zorg):
50% van zin
Advies aan B&W
Pagina 3 van 10
Advies aan B&W
Gemeenten kunnen hierin een eigen lijn kiezen. De tarieven zoals voorgesteld in dit voorstel (100%85%-50%), zijn gangbaar. Daarmee kunnen we ervan uit gaan dat de tarieven zoals voorgesteld in dit tarief, reëel en toereikend zijn. 3.1 In de Verordening WMO 2020 aanpassen: -
Artikel 11 lid 1d luidt: “Bij diensten – met uitzondering van huishoudelijke verzorging – is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en nietprofessionals. Daarbij gelden enz.” Hieruit kan vervallen de zinsnede: met uitzondering van huishoudelijke verzorging
-
Artikel 11 lid 1e kan hiermee eveneens vervallen.
Deze aanpassingen zijn verwerkt tot het raadsbesluit 1ste Wijziging verordening wet maatschappelijke ondersteuning 2020 (bijlage 2) 4.1 In de Nadere regels en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2021 aanpassen: -
Op pagina 18 in Paragraaf 3.2.1 staat: “Bij de vaststelling van het tarief wordt – met uitzondering van huishoudelijke verzorging - onderscheid gemaakt tussen dienstverlening via een professionele zorgverlener, een zelfstandige zonder personeel of freelancer en dienstverlening door iemand uit het sociaal netwerk (informele zorg)”. Hieruit kan de tekst: “met uitzondering van huishoudelijke verzorging” vervallen.
-
De tekst van paragraaf 3.2.2 Persoonsgebonden budget huishoudelijke verzorging wijzigen in: “Het pgb voor huishoudelijke verzorging is afgeleid van de tarieven waarvoor de gemeente deze dienst heeft gecontracteerd bij verstrekking in natura. In Hoofdstuk 7 Pgbtarieven is een tabel met de tarieven voor huishoudelijke verzorging opgenomen”.
-
In Paragraaf 7.1 Pgb-tarieven voor huishoudelijke verzorging toevoegen: “conform het tarief voor huishoudelijke verzorging in natura met in achtneming van de gedifferentieerde tariefstelling”.
5.1 Om inwoners zo veel mogelijk rechtszekerheid te geven, hanteert Oss een ruime overgangsregeling a.
Inwoners met een voorziening voor bepaalde tijd, houden deze voorziening tot het einde van de looptijd. Bij herindicatie vallen zij onder het nieuwe beleid en de nieuwe tarieven. De overgangstermijn voor het toepassen van de nieuwe tarieven is ten minste 6 maanden na dit besluit.
b.
Inwoners met een voorziening die is bepaald door de rechter, behouden (uiteraard) de toegekende ongewijzigde voorziening.
c.
Inwoners die een PGB voor onbepaalde tijd toegekend hebben gekregen, worden uitgenodigd voor een herbeoordeling. Voor deze inwoners wordt een overgangstermijn van 6 maanden gehanteerd, na de datum van het nieuwe besluit over de voorziening HV.
Advies aan B&W
Pagina 4 van 10
Advies aan B&W d.
Inwoners met een maatwerk voorziening PGB-HV worden uitgenodigd voor een herbeoordeling. Voor deze inwoners wordt een overgangstermijn van 6 maanden gehanteerd na de datum van de bekendmaking van de aangepaste verordening WMO.
6.1 De structurele bezuiniging in de begroting voor deze beleidswijziging aanpassen van €150.000 naar € 90.000,Tijdens het opstellen van de begroting 2021 is de in 2019 ingeboekte bezuiniging van €200.000 naar beneden bijgesteld. Daarbij is ingeschat dat na volledige uitrol van dit besluit – het besluit omvat een ruime overgangsregeling – de besparing maximaal €150.000 structureel zou zijn. Het huidige jaarlijkse maximum PGB-tarief is €2.506,51 per jaar. Het maximale ZIN-tarief is door recente stijgingen € 3.271,68 per jaar (2,25 uur x 52 weken x €27,96) - Als een inwoner van het huidige maximum PGB tarief overgaat naar het maximale ZIN-tarief kost dit de gemeente jaarlijks €765,17 per jaar. - Een overgang van het huidige maximum PGB-tarief naar het gedifferentieerde PGB tarief (50% tarief ZIN 2020) levert jaarlijks een besparing op van € 870,67.
Als alle 123 inwoners blijven kiezen voor informele zorg geeft dit een maximale besparing van € 107.092,41. Als alle inwoners kiezen voor ZIN kost dit: € -94.115,61. Op basis van de huidige ervaring verwachten we dat maar weinig inwoners de overstap naar ZIN zullen maken in reactie op de nieuwe gedifferentieerde tarieven. Na volledige uitvoering van dit besluit verwachten we daarom op basis van de cijfers van sept 2020 een structurele besparing van maximaal € 90.000,-. Deze besparing zal in verband met een langlopend invoeringstraject, in de loop van enkele jaren worden gerealiseerd. 7.1 De ASD heeft advies uitgebracht op dit voorgenomen besluit en het college reageert daarop Zie daarvoor de bijlage 3 en 4.
Wat zijn kanttekeningen, tegenargumenten of risico’s? 1.1 Een groot deel van de cliënten die huishoudelijke verzorging inkopen via een PGB, zullen een lager PGB ontvangen. Van de 142 cliënten die huishoudelijke verzorging inkopen via een PGB, doen 123 cliënten dit bij een informele zorgverlener. Negen cliënten kopen huishoudelijke verzorging in bij een ZZP’er. Tien cliënten kopen huishoudelijke verzorging in bij een zorgaanbieder. De tarieven voor inkopen bij een ZZP’er/freelancer en informele zorgverlener gaan met deze gedifferentieerde tariefstelling omlaag (15% respectievelijk 50%). 1.2 De gedifferentieerde tarieven zijn marktconform en voldoen aan de wet minimumloon Het huidige lumpsum tarief voor zorg in natura (ZIN) HV is €27,96. 50 % daarvan voor inhuur informele zorg geeft een uurloon van € 13,98. Dit uurloon ligt boven het minimumloon €10,60 (excl. 8% vakantiegeld bij 36 uur per week)
Advies aan B&W
Pagina 5 van 10
Advies aan B&W Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën De financiële gevolgen van dit besluit zijn afhankelijk van de keuzen die cliënten maken. Het huidige jaarlijkse maximum PGB-tarief is €2.506,51 per jaar. Het maximale ZIN-tarief is door recente stijgingen voor 2020 € 3.271,68 per jaar (2,25 uur x 52 weken x €27,96) -
Als een inwoner van het huidige maximum PGB tarief overgaat naar het maximale ZIN-tarief kost dit de gemeente jaarlijks €765,17 per jaar.
-
Een overgang van het huidige maximum PGB-tarief naar het gedifferentieerde PGB tarief (50% tarief ZIN 2020) levert jaarlijks een besparing op van € 870,67.
Als alle 123 inwoners blijven kiezen voor informele zorg geeft dit een maximale besparing van € 107.092,41. Als alle inwoners kiezen voor ZIN kost dit: € -94.115,61. Op basis van de huidige ervaring verwachten we dat maar weinig inwoners de overstap naar ZIN zullen maken in reactie op de nieuwe gedifferentieerde tarieven. Na volledige uitvoering van dit besluit verwachten we op basis van de actuele cijfers (sept 2020) een structurele besparing van maximaal € 90.000,-. Deze besparing zal in verband met een langlopend invoeringstraject, in de loop van enkele jaren worden gerealiseerd. b. Juridisch Juridische zaken wijst erop, dat deze nieuwe regelgeving nadelig is voor inwoners. De uitrol daarvan vraagt om grote zorgvuldigheid. In dit voorstel is onderbouwd, dat de gedifferentieerde tarieven op een voldoende niveau zijn, om de voor de inwoner noodzakelijke zorg in te kunnen kopen. Door de overgangsregeling zijn inwoners in staat om tijdig nieuwe afspraken te maken met zorgaanbieders. Herbeoordeling van voorzieningen die zijn toegekend voor onbepaalde tijd zullen met grote zorgvuldigheid gebeuren. Dit vraagt voldoende capaciteit in de uitvoering. Ook zal extra capaciteit nodig zijn voor bezwaar en beroep. c. Communicatie - Een groot deel van de cliënten met een PGB krijgt na invoering een lager budget. Goede communicatie richting inwoners is dus noodzakelijk.
Daarom informeren we inwoners met een PGBHV per brief over wat er voor hen verandert. Daarna volgen we zorgvuldig welke aanvullende uitleg, begeleiding of communicatie nog nodig is. - Daarnaast worden de collega’s van de toegang geinformeerd over de veranderingen en de brief die wordt gestuurd. - De collega’s van de afdeling communicatie zijn op de hoogte, voor het geval er vragen vanuit bijvoorbeeld de pers worden gesteld. d. Uitvoering Een implementatieplan zal direct na dit besluit worden opgesteld en in uitvoering genomen.
e. Overlegd met - Adviesraad sociaal domein (ASD);
Advies aan B&W
Pagina 6 van 10
Advies aan B&W - Merlijn Kurvers (programmamanager); Peter Noten (teammanager) - de driehoek Wmo: Wilma van der Wielen (teamleider Wmo), Ester van Dijk, Peter Nederlof (contractmanagement), Maartje Wijnveld (uitvoerend beleid); Anne de Jong (kwaliteitsmedewerker); Sylvia Nip (Financieel adviseur) - Coen van den Hout (financiën) - Annelies Keijzers / Mariska Nass (juridisch adviseurs JZ)
Bijlagen: 1.
Aanvullende informatie PGB HV
2.
Raadsbesluit wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning 2020
3.
Advies ASD van 9 maart 2021
4.
Reactie college op het advies van de ASD van 31 maart 2021
Samenvatting In Oss ontvangen ongeveer 2.250 inwoners huishoudelijke verzorging (HV) vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Ongeveer 142 cliënten ontvangen daarvoor een Persoonsgebonden budget (PGB). Voor het PGB HV geldt in Oss nu één tarief, namelijk het gecontracteerde tarief voor zorg in natura (ZIN) bij professionele aanbieders. Deze werkwijze wijkt af ten opzichte van de andere Wmo-producten en ten opzichte van de andere gemeenten in de regio. Het voorstel is om - net als in de regiogemeenten - gedifferentieerde tarieven in te voeren: 100% van het ZIN-tarief voor huishoudelijke verzorging via een professionele dienstverlener, 85% van het ZIN-tarief voor huishoudelijke verzorging via een ZZP’er/freelancer en 50% van het ZIN-tarief voor huishoudelijke verzorging door iemand uit het eigen sociale netwerk (informele zorg).
Advies aan B&W
Pagina 7 van 10
Advies aan B&W Bijlage 1. Huishoudelijke verzorging en persoonsgebonden budget Eind september 2020 waren er in Oss in ongeveer 2.250 inwoners die huishoudelijke verzorging vanuit de WMO ontvingen. Daarvan ontvingen 142 cliënten op dat moment een persoonsgebonden budget (PGB). De overige cliënten ontvingen huishoudelijke via zorg in natura (ZIN). In deze bijlage zoomen we verder in op de aantallen en kosten van PGB voor huishoudelijke verzorging. Hoe wordt de hoogte van een PGB voor huishoudelijke verzorging bepaald? De vaststelling van een persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging vindt plaats door de aandachtsgebieden waarbij ondersteuning nodig is, de grootte van de woning, de leefeenheid en de tarieven zoals vermeld in het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning. Op basis van individueel maatwerk kan een PGB hoger of later dan de normbedragen worden vastgesteld. Wat zijn de totale kosten van PGB huishoudelijke verzorging? Er zijn 142 unieke cliënten met een PGB voor huishoudelijke verzorging (bron: Sociale Verzekeringsbank, peildatum 17 september 2020). Van deze 142 cliënten hebben: -
123 cliënten een PGB, waarvan de cliënten gemiddeld een bedrag van € 2.365,45 op jaarbasis ontvangen;
-
19 cliënten een maatwerk indicatie huishoudelijke verzorging. Gemiddeld ontvangen cliënten met een maatwerk indicatie huishoudelijke verzorging € 4.768,05 per jaar aan PGB.
Totaal aan PGB’s excl. maatwerk:
€ 290.950,22
Totaal aan maatwerk PGB’s:
€
Totaal aan kosten per jaar
€ 381.543,16
90.592,94
Waar kopen cliënten met een PGB voor huishoudelijke verzorging de zorg in? Van de 142 unieke cliënten huishoudelijke verzorging met een PGB kopen: -
123 cliënten huishoudelijke verzorging in bij een informele hulpverlener;
-
10 cliënten huishoudelijke verzorging in bij een zorgaanbieder;
-
9 cliënten zorg in bijeen ZZP’er.
Wat opvallend is, is het totale PGB-budget voor cliënten die huishoudelijke verzorging inkopen bij een informele hulpverlener. Dit bedraagt in totaal € 319.076,50 per jaar. Dit is 84% van het totale PGB huishoudelijke verzorging.
Advies aan B&W
Pagina 8 van 10
Advies aan B&W
Verhouding PGB jaarbudget: informeel , zzp, instelling
10%
6%
84%
Informeel
Zorgaanbieder
ZZP'er
Hoeveel wordt gemiddeld per hulpverlener uitbetaald? In totaal zijn er 10 actieve zorgovereenkomsten met formele hulpverleners (OVO Instelling) en 8 met ZZP’ers (OVO Freelance). In de onderstaande tabel zijn voor ZZP’ers en instellingen de gemiddelden terug te vinden met betrekking tot de lonen en de ureninzet (NB. Het aantal registraties zijn beperkt en onvolledig. Dit laatste zal worden verbeterd door meer sturing hierop). Deze cijfers zijn dus slechts indicatief.
Categorie
Gemiddeld Gemiddeld
Gemiddelde
bruto
ureninzet per
maandloon
uurloon
week
Instellingen 21,55
208
1,7
ZZP'ers
208,59
2,9
16,06
In totaal zijn er 153 actieve zorgovereenkomsten met informele hulpverleners (in 103 gevallen zijn er goede/volledige gegevens beschikbaar – de onderstaande informatie is daarom voldoende betrouwbaar). Het gemiddeld bruto uurloon dat nu voor informele zorg (ongeschoold en zonder kwaliteitsgaranties) wordt betaald bedraagt € 14,26. (NB. minimumloon is € 10,60 (36 uur per week, excl. 8% vakantiegeld). De gemiddelde ureninzet bij informele hulp is 3,19 uur per week en het gemiddeld maandloon is € 191,32. Bij de lumpsum inkoop van Zorg in Natura (waarbinnen ook extra inzet voor bv. was en maaltijdbereiding kunnen worden geleverd) is de inzet gemiddeld 2,25 uur per week. Hoeveel cliënten maken hun PGB niet op? En om hoeveel geld gaat dit? Van het totale PGB 2019 is € 45.438,56 niet gebruikt (bron: Sociale Verzekeringsbank, peildatum 26 oktober 2020). Dit is circa 11% van het totale PGB huishoudelijke verzorging.
Advies aan B&W
Pagina 9 van 10
Advies aan B&W De duur van de indiceringen PGB-HV (per 22 september 2020) -
38 inwoners - hebben een indicatie voor onbepaalde tijd
-
30 indicaties lopen nog in 2020 af
-
35 lopen in 2021 af
-
22 lopen in 2022 af
-
8 lopen in 2023 af
-
1 loopt in 2024 af
-
6 lopen in 2025 af
-
Daarnaast zijn er 2 maatwerkvoorzieningen met specifieke afspraken
Advies aan B&W
Pagina 10 van 10