CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

actualisatie omgevingsbeleid 2025

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Actualisatie omgevingsbeleid 20259.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Actualisatie Omgevingsbeleid 2025

Afdeling RO Maart 2025

1

1.Inleiding

ontwikkelingsmogelijkheden voor Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB locaties). Dat was ook mede naar aanleiding van de vaststelling

1.1 Aanleiding en achtergrond

van het bestemmingsplan buitengebied in 2020. Nu hebben we opnieuw

In gemeente Oss voeren we een zo consistent mogelijk beleid op het

het net opgehaald en behandelen we thema’s die zowel spelen in het

gebied van ruimtelijke ordening en ruimtelijke ontwikkeling. Dat leggen

stedelijk gebied, als in het buitengebied en de stadjes en kernen.

we vast in onze omgevingsvisie, sectorale beleidsvisies, omgevingsprogramma’s en verankeren we uiteindelijk in ons

1.2 De thema’s van de beleidsactualisatie RO 2025

omgevingsplan. Tegelijkertijd willen we inspelen op veranderende

In deze beleidsactualisatie komen de volgende onderwerpen aan de

behoeftes en nieuwe trends en ontwikkelingen in de fysieke

orde:

leefomgeving. Daarom bekijken we doorlopend op welke aspecten we

-

dat beleid moeten actualiseren.

Wonen: o

Splitsing van woningen binnen bestaand stedelijk gebied;

Daarnaast bekijken we aan de hand van concrete verzoeken en

o

initiatieven die voorbijkomen op de intaketafel of die we meekrijgen in gesprekken met inwoners, initiatiefnemers en ontwikkelaars hoe we

Het toevoegen van één of enkele woningen in bestaand stedelijk gebied.

-

Voorzieningen:

invulling geven aan dat beleid en hoe dat in de praktijk vorm krijgt. We

o

Kinderopvang en Buitenschoolse Opvang;

zien dat er soms behoefte is aan verduidelijking of uitwerking van het

o

Maatschappelijke dagbesteding;

beleid, of een nadere inkadering. Ook kijken we hoe we binnen de

o

Begeleid- en beschermd wonen;

uitgangspunten van het beleid invulling kunnen geven aan nieuwe

o

Bouwloodsen voor carnavalswagens;

ontwikkelingen waarin het beleid (nog) niet voorziet. Deze leggen we

o

Sportscholen.

vast in deze actualisatie van het Omgevingsbeleid. Zo voorkomen we

-

Toerisme en recreatie:

willekeur en ontstaat een integraal bestuurlijk geborgd actueel

o

Kleinschalige verblijfsvoorzieningen;

toetsingskader voor verzoeken en initiatieven.

o

Camperplaatsen.

In 2021 hebben we de eerste beleidsactualisatie doorgevoerd. Die ging

Per onderwerp geven we in één zin de gekozen oplossingsrichting weer.

toen vooral over een aantal actuele buitengebied gerelateerde thema’s

Deze werken we vervolgens verder uit aan de hand van drie vragen:

zoals toepassing van Ruimte-voor-Ruimte-regeling, de regeling

1.

Wat is het vraagstuk?

kwaliteitsverbetering van het landschap en de

2.

Waar lopen we op dit moment tegenaan? 2

3.

Hoe gaan we het oplossen?

beleidsactualisatie betrokken kan worden en eventueel input kan geven. Daarom is het concept van de beleidsactualisatie eerst opiniërend

1.3 Juridische status en verhouding tot andere visies.

besproken. Deze opiniërende bespreking heeft niet geleid tot wezenlijke

Zoals in paragraaf 1.1 reeds aangegeven leggen we ons ruimtelijk beleid

aanpassingen aan de beleidsactualisatie. Wel hebben we er voor

vast in onze omgevingsvisie, gebiedsvisies, sectorale beleidsvisies en

gekozen om de juridische status van dit stuk en de verhouding ten

omgevingsprogramma’s. Deze visies of programma’s richten zich op de

opzichte van beleidsvisies, omgevingswetprogramma’s en de

lange of middellange termijn en kennen vaak een intensief en langdurig

omgevingsvisie extra te duiden (zie paragraaf 1.3).

totstandkomingsproces, al dan niet in combinatie met een milieu effect rapportage (MER). Deze actualisatie van het omgevingsbeleid heeft niet dezelfde status en doel. Het is geen “stip op de horizon” of gericht op een specifiek beleidsdoel. Het is feitelijk een nadere uitwerking of inkleuring van dat beleid aan de hand van vraagstukken uit de dagelijkse praktijk. Het is een handvat voor ons en voor initiatiefnemers, bedrijven en inwoners hoe we omgaan met de in paragraaf 1.2 beschreven vraagstukken. Het vormt op die manier een leidraad voor beoordeling van initiatieven (al dan niet op de intaketafel), vergunningverlening, afwijken- en wijzigen van het omgevingsplan. Op dat moment vindt ook de participatie en/of de omgevingsdialoog plaats. De beleidsactualisatie heeft niet de juridische status van visie, beleidsnotitie, programma of verordening. 1.4 Proces. Tijdens de behandeling van de beleidsactualisatie 2021 heeft de gemeenteraad in meerderheid aangegeven gecharmeerd te zijn van de systematiek van periodieke beleidsactualisaties op actuele thema’s en aan de hand van concrete verzoeken. Vandaar dat we opnieuw een beleidsactualisatie doorvoeren. Wel is tijdens de behandeling de vraag opgeworpen of de raad wat eerder in het proces van de 3

2. Thema Wonen

aan een bepaalde specifieke woonbehoefte of biedt het de mogelijkheid om de bestaande woningvoorraad intensiever te benutten.

Kern van de gekozen oplossingsrichting: We kijken naar mogelijkheden voor intensiever gebruik van woningen en

2.2 Waar lopen we momenteel tegenaan?

woongebieden in de bebouwde kom indien dat past in de

Het verstedelijkingsbeleid van zowel rijk, provincie als regio is gericht op

omgeving. De mogelijkheden voor het toevoegen van woningen

zorgvuldig ruimtegebruik, inbreiding gaat voor uitbreiding en

zijn afhankelijk van de locatie: in stedelijk gebied en

intensievere benutting van bestaand stedelijk gebied. Dat heeft vele

hoofdkernen is een nieuwe woning mogelijk indien het geen

voordelen: versterking van de bestaande stedelijke structuur, behoud

afbreuk doet aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit.

van draagvlak onder voorzieningen (ook bij huishoudensverdunning),

In de dorps- en landelijke kernen is het toevoegen van een

benutting van bestaande bovengrondse en ondergrondse infrastructuur

woning mogelijk indien er ruimtelijk sprake is van

en beperking van transportbewegingen met de auto door nabijheid van

kwaliteitsverbetering en programmatisch van een waardevolle

voorzieningen. Tegelijkertijd voorkomen we dat de stad of dorp als een

toevoeging. De bestaande beleidslijn voor het buitengebied zoals

olievlek uitdijt in het landschap en dat verstedelijking ten koste gaat van

vastgelegd in de beleidsactualisatie 2021 blijft ongewijzigd.

het landelijk gebied, natuur of agrarisch grondgebruik.

2.1 Wat is het vraagstuk?

Maar dat betekent niet dat het wenselijk is om ieder stukje groen of

Naast grootschalige woningbouwontwikkelingen zoals Geffen ’t Veld,

iedere open plek in het stedelijk gebied op te vullen met woningbouw.

Stationskwartier Ravenstein, Amsteleind en de diverse projecten binnen

Zeker in de stadjes en kernen waar de historisch gegroeide ruimtelijke

het programma Verstedelijking (zoals Raadhuislaan, Euterpepark,

structuur, veelal bestaande uit een combinatie/afwisseling van openheid

Sibeliuspark) krijgen we ook regelmatig verzoeken voor het toevoegen

en geslotenheid, waardevol is en bijdraagt aan de identiteit en kwaliteit

van één of enkele woningen in bestaand stedelijk gebied of het

van het dorp. Bovendien zijn veel aanvragen financieel gedreven: men

intensiever benutten van woningen of woongebouwen, zowel in Oss als

heeft een pand of een stuk grond in bezit en wil daar financieel

in de kernen. Het kan daarbij gaan om splitsen van een bestaande

rendement uit halen door splitsing of de bouw van een nieuwe woning.

woning in meerdere wooneenheden, optoppen of de bouw van een

De maatschappelijke relevantie hiervan is vaak beperkt. Het gaat om

woning op een lege plek in het bestaand stedelijk gebied. En hoewel we

één of enkele woningen die kwalitatief weinig toevoegen aan de

met het toevoegen van een of enkele woningen niet de woningnood

bestaande woningvoorraad en waarmee we de woningnood niet direct

gaan oplossen kan een aanvraag voor een woning wel invulling geven

oplossen. De opgave is dan ook vooral om een goede afweging te maken

4

bij deze aanvragen en te kijken naar de gevolgen van intensivering van

coöperatie). Belangrijke afwegingen daarbij zijn met name de toename

gebruiksdruk op de omgeving.

in verkeer en- gebruiksdruk, de woonkwaliteit en de ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing.

2.3 Hoe willen we het oplossen? In de basis staan we positief ten opzichte van initiatieven voor het

a.) Toename in verkeer- en gebruiksdruk: als gevolg van splitsing van

toevoegen van woningen en intensiever benutten van de bestaande

woningen in meerdere eenheden/optopping zal de gebruiksdruk ter

voorraad in bestaand stedelijk gebied. Zoals gezegd heeft inbreiding de

plekke toenemen. Immers daar waar voorheen één huishouden kon

voorkeur boven uitbreiding en is het bestaand stedelijk gebied ook

worden gehuisvest, worden dat er nu twee of meer. Die toename in

bedoeld voor wonen. Dat betekent echter niet dat iedere woning

gebruiksdruk moet passen in de omgeving. Dat wil zeggen dat de

geschikt is om te splitsen of voor optoppen, of dat we iedere lege plek

parkeerdruk van bewoners en bezoekers hetzij op eigen terrein, hetzij in

willen opvullen. Voor deze beleidsactualisatie maken we onderscheid in

de openbare ruimte kan worden opgevangen en dat voldaan moet

twee situaties:

worden aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Ook moeten de woningen

-

het splitsen van woningen in meerdere eenheden;

individueel goed bereikbaar zijn vanaf openbaar gebied en moet er

-

de bouw van nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied.

ruimte zijn voor het stallen van fietsen, scootmobielen en een opstelplaats voor kliko’s of vuilniszakken.

2.3.1. Het splitsen van woningen in meerdere eenheden. Als we het in de context van de beleidsactualisatie hebben over het

b.) Woonkwaliteit. Ook na splitsing dienen de woningen van voldoende

splitsen van een woning gaat het niet om kamerbewoning, inwoning of

kwaliteit te zijn. Daarbij hanteren wij een ondergrens van circa 50 m2

mantelwonen, maar echt om het splitsen van een bestaand pand (al dan

woonoppervlakte per woning. Binnen die oppervlakte is het mogelijk om

niet door sloop- en nieuwbouw) in meerdere zelfstandige woningen in

een woning met alle noodzakelijke basisvoorzieningen voor een één of

bestaand stedelijk gebied. Voor kamerbewoning, inwoning en

twee persoons huishouden te realiseren zoals een woonkamer/keuken,

mantelwonen hebben we al andere beleidskaders. Bij woningsplitsing

badkamer en één of twee slaapkamers. Daarnaast dient een woning te

gaat het bijvoorbeeld over de verbouwing van een vrijstaande woning

beschikken over een buitenruimte (tuin, terras of balkon), voldoende

naar een twee-onder-een-kap woning (verticale splitsing) of de splitsing

daglichttoetreding en een berging, bijvoorbeeld voor het stallen van

van een woning in een boven- en beneden woning of toevoegen van een

fietsen.

extra bouwlaag (horizontale splitsing/optopping). In sommige gevallen gaat het ook verder dan een individuele woning en gaat het een

c.) Ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing. De vraag of intensiever

woningbouwcomplex of een woonblok (bv eigendom van een

gebruik ruimtelijk of stedenbouwkundig past hangt af van de ligging en 5

de omgeving. In centrumgebieden waar doorgaans reeds sprake is van

2.3.2. Het toevoegen van nieuwe woningen in bestaand stedelijk gebied.

intensiever gebruik zal de splitsing van een pand eerder passen dan in

Het toevoegen van een nieuwe woning vraagt vaak om een wat meer

een woonwijk. Bovendien willen we ook het aanbod betaalbare

diepgaande stedenbouwkundige afweging dan splitsing van een

grondgebonden eengezinswoningen behouden. Bij verticale splitsing

bestaande woning. Immers bij splitsing verandert er doorgaans niet zo

(bijvoorbeeld een vrijstaande woning splitsen naar een tweekapper) is

veel aan het straatbeeld, terwijl dat bij nieuwbouw wel het geval is. Is

het zaak dat beide woningen een voldoende groot perceel overhouden,

een lege plek op dit moment een gat in de bebouwing of juist een

dat de woningen een passende frontbreedte hebben en dat er twee

waardevolle open plek in het dorp of de wijk? En gaat het om een locatie

volwaardige woningen ontstaan. Exacte maten en afmetingen zijn

midden in de stad of juist om een landelijke kern? We hanteren daarbij

daarbij op voorhand lastig te geven. Dat hangt af van de situatie ter

het onderscheid in stedelijk gebied, hoofdkern, dorpskern en landelijke

plekke. Zo is bijvoorbeeld in de dorpen de aanwezigheid van een

kern:

voortuin tussen voorgevel en straat kenmerkend. Splitsing mag er dan niet toe leiden dat de voortuin geheel als parkeerplaats gebruikt gaat

a.) In het stedelijk gebied Oss-Berghem is het toevoegen van een

worden.

woning op een lege plek mogelijk indien het niet gaat om een waardevolle/ karakteristieke open plek en/of het geen afbreuk doet aan

Naast splitsing van een woning zien we vaak verzoeken voorbijkomen

de hoofdgroenstructuur. Denk daarbij aan open plekken in de historische

voor de omzetting in gebruik. Dus bijvoorbeeld van detailhandel of

bebouwingslinten zoals bijvoorbeeld de Amsteleindstraat, de

horeca naar wonen. De wenselijkheid en de juridische borging daarvan

Spaanderstraat of de Hescheweg. Dergelijke straten ontlenen hun

hangt af van de locatie. Als het gaat om een (vaak historisch gegroeide)

kwaliteit aan het groene en open karakter en de afwisseling tussen

solitaire detailhandel- bedrijf- of horecavestiging ergens in een woonwijk

bebouwing en openheid. We willen voorkomen dat we deze

dan zal omzetting in veel gevallen voorstelbaar zijn. Borging vindt dan

dichtbouwen. Daarnaast gelden de groene lobben en stadsparken als

plaats middels het wijzigen van het omgevingsplan zodat de vaak niet

waardevol onderdeel van de groenstructuur van het stedelijk gebied.

(meer) passende horeca, detailhandel of bedrijfsfunctie komt te

Deze dragen bij aan de identiteit, de nabijheid van groen, gezondheid,

vervallen. Gaat het om een locatie in het hoofd- buurt- of dorps (winkel)

het ontmoeten, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

centrum dan is het veelal wenselijk om van het bestemmingsplan/ omgevingsplan af te wijken door middel van een omgevingsvergunning,

b.) In de hoofdkernen (Herpen, Ravenstein, Megen, Lith, Geffen) en de

zodat de onderliggende winkel- of horecafunctie overeind blijft en voor

dorpskernen (Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Macharen, Haren, Deursen-

toekomstig gebruik beschikbaar blijft.

Dennenburg, Overlangel) geldt een vergelijkbare afweging als in het stedelijk gebied, namelijk dat het toevoegen van een woning op een 6

lege plek mogelijk is indien deze geen afbreuk doet aan de bestaande

In alle gevallen geldt dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke

ruimtelijke kwaliteit en op een goede manier wordt ingepast. Het

en functionele inpassing. Een woonperceel moet voldoende oppervlakte

verschil met het stedelijk gebied is echter wel dat in de kernen er eerder

en frontbreedte hebben en goed zijn ontsloten. Woningen in de tweede

sprake zal zijn van een waardevolle open plek of een plek die onderdeel

lijn, weggestopt achter bestaande bebouwing zijn niet wenselijk (met

uitmaakt van een karakteristiek dorpslint. Bovendien geldt voor de

uitzondering wanneer sprake is van herstel van historische ensembles).

dorpen vaak een wat zachtere overgang van het dorp naar het

En de nieuwe woning moet qua situering en oriëntatie aansluiten in het

buitengebied, waarvan het vaak ongewenst is deze te intensiveren naar

bestaande straatbeeld. Daarnaast kijken we, in lijn met de geamendeerd

een harde dorpsrand.

aangenomen 'Gebiedsvisie stadjes en kernen’, in welke mate een nieuwe woning aansluit bij de woonwensen en woningbehoefte in de betreffende

c. In de landelijke kernen (’t Wild, Teeffelen, Dieden, Demen, Huisseling,

kern. Daarbij is het uitgangspunt dat een woning dient aan te sluiten bij

Neerloon, Neerlangel, Koolwijk en Keent) geldt dat woningbouw mogelijk

de actuele behoefte (bijvoorbeeld voor starters of senioren) en echt iets

is indien er sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. In deze

dient toe te voegen aan de woningvoorraad.

kernen geldt de afwisseling tussen open en gesloten, open doorzichten op het buitengebied en oude open erven in de dorpskern in bijna alle

2.3.3 Kostenverhaal

gevallen als kwaliteit. Enkel in gevallen dat het gaat om bijvoorbeeld

Het is niet mogelijk om als gemeente te werken met een systeem van

sanering of transformatie van bestaande bebouwing of een oud gat in de

directe baatafroming. Dat wil zeggen dat je als gemeente niet een deel

bebouwing dat nooit is opgevuld, is het toevoegen van een woning

van de bestemmingswinst die ontstaat bij het toestaan van de bouw van

voorstelbaar.

een nieuwe woning (bv een tuin wordt bouwgrond) kunt afromen. Uiteraard verhalen we wel als gemeente de kosten die samenhangen

Het toevoegen van woningen in het buitengebied is en blijft op basis van

met de mogelijkheid voor de bouw van een nieuwe woning zoals

het bestaande beleid alleen mogelijk in uitzonderingsgevallen, wanneer

plankosten, kosten voor aansluiting op NUTS voorzieningen e.d.

dit past binnen de ruimtelijke structuur en leidt tot kwaliteitsverbetering

Daarvoor gelden de kaders van de Nota Kostenverhaal.

(zoals bijvoorbeeld de sanering van een agrarisch bedrijf) en/of door middel van aanschaf van een Ruimte-voor-Ruimte-titel conform het beleid zoals vastgelegd in de beleidsactualisatie RO 2021 en de provinciale Omgevingsverordening.

7

3. Thema Voorzieningen

binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. Wanneer verzoeken betrekking hebben op het bestaand stedelijk gebied kijken we vooral of

3.1 Kinderopvang en BSO.

ze geen afbreuk doen aan het woon- en leefklimaat ter plekke en zaken als verkeer en parkeren goed geregeld zijn. We zien echter ook steeds

Kern van de gekozen oplossingsrichting: We streven zoveel

vaker dat voor locaties in het buitengebied een dergelijk verzoek gedaan

mogelijk naar vestiging van Kinderopvang en Buitenschoolse

wordt, bijvoorbeeld als nevenactiviteit bij een woning of een agrarisch

opvang (BSO) in bestaand stedelijk gebied, dicht bij de

bedrijf of als een hoofdactiviteit bijvoorbeeld als functieverandering van

gebruiker. BSO en kinderopvang in het buitengebied is mogelijk

een voormalig agrarisch bedrijf (VAB locatie).

als het type kinderopvang daar specifiek om vraagt. De geschiktheid van een locatie hangt af van de verkeersituatie,

3.1.2 Waar lopen we tegenaan?

effecten op woon- en leefklimaat van omliggende functies en de

De kinderopvang/BSO is in de basis een stedelijke voorziening die in

nabijheid van hinder veroorzakende of risicovolle bedrijven en

principe ook thuishoort in het stedelijk gebied (de wijken en de kernen).

activiteiten.

Hier is de concentratie van behoefte het grootst en voorkomen we ongewenste verkeersbewegingen. We streven dan ook naar concentratie

3.1.1 Wat is het vraagstuk?

van maatschappelijke voorzieningen in bestaand stedelijk gebied.

We zien een toenemende vraag naar locaties voor kinderopvang en BSO,

Daarnaast dragen voorzieningen voor kinderopvang bij aan de

zeker nu het kabinet wellicht voornemens is deze (bijna) gratis te

leefbaarheid van de wijken en met name de kleine kernen.

maken. Zo is ook de kinderopvangtoeslag aan ouders al twee keer verhoogd, waardoor er meer vraag ontstaat. We willen deze vraag op

Een kinderopvang/BSO in het buitengebied kan echter voorzien in een

een passende manier accommoderen. Hoewel er verschil is tussen

specifieke behoefte die gerelateerd is aan de kenmerken van het

kinderopvang (kinderen van 0-4, vaak hele dagen) en BSO (kinderen

landelijk gebied, zoals rust, natuur en landschapsbeleving, buiten

tussen 4-12, vaak dagdelen voor- en naschools en tijdens

spelen, omgaan met dieren enzovoorts. Daarnaast zien we dat een

schoolvakanties) zijn de ruimtelijk relevante beoordelingsaspecten veelal

BSO/Kinderopvang als neven- of hoofdactiviteit invulling kan geven aan

vergelijkbaar. Zaken als omvang, oppervlakte, groepsbezetting, sociale

de behoefte van agrarische bedrijven om te verbreden of van functie te

veiligheid, hygiëne, buitenruimte zijn geregeld in de Wet kinderopvang.

veranderen. Echter niet iedere locatie in het buitengebied leent zich voor

Daar gaan wij als gemeente niet over. Wel toetsen we als gemeente wat

een dergelijke ontwikkeling. Voorkomen moet worden dat duurzame

geschikte locaties zijn en onder welke ruimtelijke randvoorwaarden

agrarische locaties belemmerd worden door gevoelige functies zoals

vestiging voorstelbaar is. We maken daarbij onderscheid tussen locaties

BSO/Kinderopvang. En we willen ook niet dat kwetsbare groepen zoals 8

kinderen blootgesteld worden aan mogelijk nadelige effecten van een

-

We streven niet per definitie naar concentratie van

veehouderij, zoals overlast van geur of gezondheidsproblemen door

BSO/Kinderopvang bij scholen, maar combinatie met een school

endotoxinen.

is wel logisch. Bijvoorbeeld voor dubbelgebruik van de speelplaats of het beperken van verkeersbewegingen. Ook kan het voor ouders van meerdere kinderen handig zijn om deze

3.1.3 Hoe willen we het oplossen?

naar dezelfde locatie te brengen en halen. Maar ook een Kinderopvang/BSO in stedelijk gebied

combinatie met andere maatschappelijke functies zoals een

In het stedelijk gebied willen we meewerken aan initiatieven voor

buurthuis, sportlocatie, zorglocatie of kinderboerderij zijn

nieuwe voorzieningen voor kinderopvang als hoofdactiviteit

voorstelbaar.

(maatschappelijke functie) als dat ruimtelijk past. Op bedrijventerreinen

-

Kinderopvang en BSO zijn gevoelige functies. Het gaat om

is vestiging van een kinderopvang in de basis niet wenselijk.

kwetsbare en beperkt zelfredzame groepen waarbij voldoende

Uitzondering hierop kan zijn voor gemengde bedrijventerreinen waar

afstand tot risicovolle en hinder veroorzakende activiteiten dient

enkel lichte vormen van bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn (maximaal

te worden gehouden op basis van de hiervoor geldende

milieucategorie 2).

regelgeving. Denk daarbij aan bedrijven maar ook aan wegen en spoorwegen.

Kinderopvang geldt conform de VNG lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’

-

Kinderopvang en BSO veroorzaken zelf ook effecten op hun

zelf als een bedrijf in milieucategorie 2 met een hinderafstand van 30

omgeving. Denk aan de eerdergenoemde verkeersbewegingen

meter als gevolg van geluid en een hoge verkeersaantrekkende werking.

maar ook het geluid van (buiten) spelende kinderen. Stemgeluid

In gemengde gebieden kan eventueel een kleinere afstand (10 meter)

van kinderen wordt in het milieuspoor (toetsing aan het Besluit

gehanteerd worden.

Activiteiten leefomgeving) weliswaar buiten beschouwing gelaten, maar moet wel meegenomen worden in het kader van

Bij de afweging voor vestiging van kinderopvang in het stedelijk gebied

een goede ruimtelijke ordening. Dat wil zeggen dat

kijken we in ieder geval naar de volgende aspecten:

buitenspeelplaatsen goed moeten worden ingepast en geen

-

Passend in de verkeersstructuur en het verkeersbeeld voor een

onevenredige hinder mogen veroorzaken op omliggende

veilige verkeersafwikkeling. Halen en brengen gebeurt vaak op

functies. We hanteren daarvoor de eerdergenoemde minimale

een piekmoment aan het begin en aan het einde van de dag. Er

afstandsnorm van 30 en 10 meter. Andersom kunnen spelende

moet voldoende parkeergelegenheid zijn voor het halen en

kinderen juist veel toevoegen aan bijvoorbeeld de beleving van

brengen en voor medewerkers.

ouderen. Dit kan bij wooncomplexen voor ouderen maar ook in 9

de buurt van een dagbestedingslocatie mooie verbindingen

-

opleveren.

Kinderopvang/BSO is voorstelbaar als ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of als invulling van een (voormalige) VAB locatie waarbij kinderopvang als

Kinderopvang/BSO in het buitengebied

nevenactiviteit bij de woonfunctie mogelijk is. De functie wordt

Kinderopvang/BSO is zoals gezegd een stedelijke functie die in eerste

ingepast binnen de bestaande bouwmogelijkheden tot een

aanzet ook thuishoort in het stedelijk gebied zodat ouders kun kinderen

maximum van in beginsel 500 m2 (exclusief buitenruimte). Dit

met de fiets of te voet naar de kinderopvang/BSO kunnen brengen en

sluit aan op de toegestane oppervlakte van nevenactiviteiten

dat BSO’s ook in de buurt van scholen gevestigd worden. We willen

zoals we die in het bestemmingsplan Buitengebied (tijdelijk

echter ook in het buitengebied ruimte bieden voor kinderopvang en

omgevingsplan) al geregeld hebben.

BSO. Landelijk zijn er meerdere mooie voorbeelden van professionele

-

overbodige/voormalige bedrijfsbebouwing te worden gesaneerd.

vormen van agrarische kinderopvang die een bijzondere vorm van opvang bieden. De relatie met het buitengebied (ruimte, rust,

In het geval van volledige functieverandering dient alle andere

-

Kinderopvang/BSO is voorstelbaar in bebouwingsconcentraties,

natuurbeleving, omgaan met dieren) maakt deze voorzieningen

stads- en dorpsranden en gemengd landelijk gebied, niet in

onderscheidend ten opzichte van de voorzieningen in stedelijk gebied.

primair agrarisch gebied. De mogelijkheden in het overig

Vestiging is echter alleen mogelijk op een bestaand “bestemmingsvlak”,

agrarisch gebied hangt af van de nabijheid van dorpen en het

dus als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een woonfunctie of als

stedelijk gebied en van andere agrarische bedrijven, en in

invulling van een functieveranderingsopgave van een vrijkomend

hoeverre dit belemmerend is voor de bedrijfsvoering dan wel

agrarisch bedrijf (VAB). De functie dient ingepast te worden in de

vanuit het oogpunt van leefklimaat niet wenselijk is.

bestaande bouwmogelijkheden en verdere verstening van het

-

Er moet sprake zijn van voldoende mogelijkheden voor parkeren

buitengebied moet beperkt worden. In sommige gevallen kan de

en een veilige verkeersafwikkeling. Parkeren dient op het eigen

Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap van toepassing zijn.

terrein plaats te vinden en de locatie dient passend ontsloten te

Bovendien is het van groot belang dat een dergelijke gevoelige functie

zijn (bv niet aan een smal zandpad dat enkel geschikt is voor

op voldoende afstand van risicovolle of hinder veroorzakende activiteiten

landbouwverkeer).

wordt gesitueerd en dat reeds aanwezige functies zoals agrarische of

-

Net als in stedelijk gebied geldt dat kinderopvang en BSO

buitengebied gebonden bedrijven niet worden belemmerd in hun

gevoelige functies zijn, waarbij voldoende afstand in acht

functioneren en ontwikkelingsmogelijkheden. We kijken daarbij in ieder

genomen moet worden t.o.v. wegen (50 m provinciale weg en

geval naar de volgende aspecten:

300 m rijksweg) en andere risicovolle en hinder veroorzakende

10

bedrijven. Hiervoor zal voldaan moeten worden aan de geldende wet- en regelgeving op dit gebied. -

Speciale aandacht gaat uit naar hinder op het gebied van geluid en luchtkwaliteit en risico’s op het gebied van gezondheid als gevolg van omliggende agrarische bedrijven.

11

3.2 Maatschappelijke dagbesteding.

dagbesteding als neven- of hoofdactiviteit invulling kan geven aan de behoefte van agrarische bedrijven om te verbreden of van functie te

Kern van de gekozen oplossingsrichting: We willen diverse

veranderen. Echter niet iedere locatie in het buitengebied leent zich voor

vormen van dagbesteding mogelijk maken, idealiter dicht bij de

een dergelijke ontwikkeling. Voorkomen moet worden dat duurzame

inwoners, mits dat past qua gebruiksdruk en geen

agrarische locaties belemmerd worden door gevoelige functies zoals

belemmeringen oplevert voor de omgeving.

dagbesteding. En we willen ook niet dat kwetsbare groepen zoals ouderen of mensen met een beperking blootgesteld worden aan mogelijk

3.2.1 Wat is het vraagstuk?

nadelige effecten van een veehouderij, zoals overlast van geur of

We krijgen de laatste jaren veel verzoeken voor vestiging van

gezondheidsproblemen door endotoxinen

maatschappelijke functies zoals de dagopvang en het bieden van dagbesteding in het kader van psychiatrie, geriatrie, somatiek,

3.2.3 Hoe willen we het oplossen?

resocialisering en rehabilitisering. Dergelijke voorzieningen zijn in de basis stedelijke functies die in bestaand stedelijk gebied thuishoren

Dagbesteding in stedelijk gebied.

maar we zien ook veelvuldig verzoeken langskomen in het buitengebied.

Bij het mogelijk maken van dagbesteding in stedelijk gebied kijken we

Waar willen we dergelijke functies wel en niet toestaan en onder welke

vooral naar een goede verkeers- en parkeerafwikkeling bij aankomst en

voorwaarden?

vertrek en voldoende parkeermogelijkheden voor personeel. Mensen die gebruik maken van dagbesteding worden vaak met busjes gebracht en

3.2.2 Waar lopen we tegenaan?

gehaald. De vraag of er sprake is van hinder op omliggende functies

Een sociale stad biedt de mogelijkheden om sociaal-maatschappelijke

hangt af van de vorm van dagbesteding maar is vaak beperkt.

ontwikkelingen mogelijk te maken, zoals vormen van dagbesteding waar

Dagverblijven gelden volgens de VNG lijst Bedrijven en Milieuzonering

mensen met uiteenlopende achtergronden bij elkaar kunnen komen voor

als een milieucategorie 1 bedrijf met een hinderafstand van 10 meter.

een zinvolle dagbesteding. Dagbesteding is een maatschappelijke

Daarnaast is dagbesteding zelf een gevoelige functie. Het betreft vaak

activiteit en daarmee een stedelijke voorziening die in een stedelijke

kwetsbare en beperkt zelfredzame personen die niet in de buurt van

setting vaak goed in te passen is. We zien in toenemende mate ook

risicovolle of hinder veroorzakende activiteiten opgevangen kunnen

verzoeken voor vormen van dagbesteding in het buitengebied. Die

worden. Vestiging op een bedrijventerrein ligt daarom niet voor de hand

verzoeken hangen vaak samen met buitengebied gerelateerde

en er dient voldoende afstand ten opzichte van risicobronnen in acht

activiteiten zoals verbouwen van groente en fruit, dierverzorging,

genomen te worden. Uitzondering hierop kan zijn gemengde

natuur- en landschapsbeheer en dergelijke. Daarnaast zien we dat een 12

bedrijventerreinen waar enkel lichte vormen van bedrijfsactiviteiten mogelijk zijn (maximaal milieucategorie 2).

Bij de afweging kijken we in ieder geval naar de volgende aspecten: -

Dagbesteding is mogelijk als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of woonfunctie, of als invulling van een (voormalige) VAB

Dagbesteding in het buitengebied.

locatie waarbij de functie wordt ingepast binnen de bestaande

Ook in het buitengebied willen we ruimte bieden aan dagbesteding.

bouwmogelijkheden tot een maximum van in beginsel 500 m2

Zoals gezegd zijn er vormen van dagbesteding die direct samenhangen

(exclusief buitenruimte). Alle andere overbodige/voormalige

met buitengebied gerelateerde activiteiten zoals het verzorgen van

bedrijfsbebouwing dient te worden gesaneerd in geval van

dieren, het kweken van groente en fruit en verblijven in de natuur. Maar

volledige functieverandering, dus bij beëindiging van de

ook de rust en een prikkelarme omgeving. Als dagbesteding alleen

oorspronkelijke functie.

bestaat uit het meewerken/meehelpen op het agrarisch bedrijf en

-

Dagbesteding is voorstelbaar in bebouwingsconcentraties, stads-

hiervoor geen specifieke voorzieningen getroffen hoeven te worden, dan

en dorpsranden en gemengd landelijk gebied, niet in primair

is dit een activiteit waarvan we vinden dat die gewoon tot de normale

agrarisch gebied. De mogelijkheden in overig agrarisch gebied

bedrijfsvoering behoort en is dit dus al rechtstreeks toegestaan.

hangen af van de nabijheid van andere agrarische bedrijven. -

Er moet sprake zijn van voldoende mogelijkheden voor parkeren

Vestiging is mogelijk op een bestaand bestemmingsvlak, dus als

en een veilige verkeersafwikkeling. Parkeren dient op het eigen

nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een woonfunctie of als

terrein plaats te vinden en de locatie dient passend ontsloten te

invulling van een functieveranderingsopgave van een vrijkomend

zijn (bv niet aan een smal zandpad dat enkel geschikt is voor

agrarisch bedrijf (VAB). De functie dient ingepast te worden in de

landbouwverkeer).

bestaande bouwmogelijkheden en verdere verstening van het

-

Net als in stedelijk gebied geldt dat dagbesteding gevoelige

buitengebied moet beperkt worden. In sommige gevallen kan de

functies zijn, waarbij voldoende afstand in acht genomen moet

Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap van toepassing zijn.

worden t.o.v. risicovolle en hinder veroorzakende bedrijven.

Bovendien is het van groot belang dat een dergelijke gevoelige functie

Speciale aandacht gaat daarbij uit naar hinder op het gebied van

op voldoende afstand van risicovolle of hinder veroorzakende activiteiten

geluid en luchtkwaliteit en risico’s op het gebied van gezondheid

wordt gesitueerd en dat reeds aanwezige functies zoals agrarische of

als gevolg van omliggende agrarische bedrijven.

buitengebied gebonden bedrijven niet worden belemmerd in hun functioneren en ontwikkelingsmogelijkheden.

-

Er dient goede afstemming te zijn met afdeling Zorg-WMO i.v.m. contractering, analyse van de behoeftevraag en het zorgaanbod.

13

3.3 Begeleid en beschermd wonen.

voorzieningen thuishoren. Echter als gevolg van de steeds specifiekere en vaak meer zorgbehoevende doelgroep vraagt vestiging ook in

Kern van de gekozen oplossingsrichting: gezien de toenemende

stedelijk gebied om een goede ruimtelijke afweging. In het buitengebied

vraag naar kleinschalige voorzieningen voor beschermd en

bieden de huidige kaders nauwelijks ruimte voor vestiging. Daarnaast

begeleid wonen willen we hiervoor meer ruimte gaan bieden.

zien we dat voorzieningen voor verzorgd en beschermd wonen worden

Zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied.

gemoderniseerd en aangepast aan de huidige behoefte van cliënten. Bewoners hebben niet langer alleen een kleine kamer in een instelling

3.3.1 Wat is het vraagstuk?

maar vaak een volledig appartement of studio maar wel met 24-uurs

Mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag worden geacht steeds

zorg en begeleiding en gezamenlijke voorzieningen zoals een huiskamer

langer zelfstandig te wonen en er is nog steeds sprake van een trend

of ontmoetingsruimte.

richting scheiding van wonen en zorg. De klassieke verzorgingstehuizen voor mensen met een lichte zorgvraag verdwijnen langzaam uit het

Ook kan het in niet-stedelijk gebied juist passend zijn omdat psychisch

straatbeeld en maken plaats voor hetzij reguliere woningen waarbij zorg

kwetsbaren vaak moeilijker een woning vinden vanwege een

los ingekocht kan worden, hetzij locaties voor personen met een

overlastverleden of contra-indicaties zoals een specifieke zorgbehoefte

zwaardere zorgvraag. Met name in die laatste categorie zien we een

of een verslaving. Een rustige plek zou voor de doelgroep dus juist ook

toenemende vraag en ook een toenemende verscheidenheid. In

goed kunnen werken, want daar is meer spraken van een rustige(re)

tegenstelling tot dagbesteding gaat het hierbij om 24 uurs verblijf en

woonomgeving en prikkelreductie. Daarnaast kan begeleid of beschermd

zorg. Soms is het verblijf tijdelijk (enkele weken of maanden), maar

wonen ook een passende invulling zijn voor de transformatie van een

vaak ook permanent. Dergelijke voorzieningen zijn in de basis stedelijke

vrijkomend agrarisch- of niet agrarisch bedrijf in het buitengebied.

functies die in bestaand stedelijk gebied thuishoren maar we zien ook veelvuldig verzoeken langskomen in het buitengebied wanneer sprake is

3.3.3 Hoe willen we het oplossen?

van een specifieke doelgroep die baat heeft bij de kwaliteiten van het buitengebied (rust, prikkelarm, ruimte). Waar willen we dergelijke

Begeleid en beschermd wonen in stedelijk gebied

functies wel en niet toestaan en onder welke voorwaarden?

Voorzieningen voor begeleid en beschermd wonen willen we in eerste aanleg in stedelijk gebied, in de nabijheid van andere voorzieningen,

3.3.2 Waar lopen we tegenaan?

mogelijk maken. Daarbij dient vooral gekeken te worden naar een goede

Begeleid en beschermd wonen zijn maatschappelijke voorzieningen die

inpassing en effecten op de omgeving. Dat hangt mede af van de maat

in eerste aanzet in stedelijk gebied in de nabijheid van andere

en schaal van de voorziening. Kleinschalige voorzieningen zoals een 14

gezinshuis of een woongroep zijn vaak goed in te passen in een

setting. Ook kunnen er combinaties gezocht worden met buitengebied

reguliere woonomgeving of een meer gemengde omgeving. Grotere

gebonden activiteiten zoals het verzorgen van dieren, het kweken van

voorzieningen en instellingen vragen om maatwerk daar waar het

groente en fruit en verblijven in de natuur.

inpassing betreft. Zorginstellingen gelden volgens de VNG lijst Bedrijven en Milieuzonering als milieucategorie 2 bedrijf met een hinderafstand

Vestiging is mogelijk op een bestaand bestemmingsvlak daar waar het

van 30 meter. Dit hangt met name samen met geluid als gevolg van

gaat om functieverandering van een vrijkomend of voormalig (agrarisch)

verkeersbewegingen. Daarnaast zijn zorginstellingen zelf een gevoelige

bedrijf- of woonfunctie. We gaan bij functieverandering van een bedrijf

functie. Het betreft vaak kwetsbare en beperkt zelfredzame personen die

uit van sanering van alle overtollige bebouwing en hergebruik/herbouw

niet in de buurt van risicovolle of hinder veroorzakende activiteiten

passend binnen de regeling Maatwerk Omgevingskwaliteit of

opgevangen kunnen worden. Vestiging op een bedrijventerrein ligt

Kwaliteitsverbetering Landschap. Maatwerk is mogelijk indien het betreft

daarom niet voor de hand en er dient voldoende afstand ten opzichte

een combinatie van agrarische activiteiten en beschermd of verzorgd

van risicobronnen in acht genomen te worden.

wonen waarbij de agrarische activiteiten grotendeels in stand blijven. Wel is het van groot belang dat er voldoende afstand tot risicovolle of

Voor beschermd wonen is er al langer de behoefte aan prikkelarme

hinder veroorzakende activiteiten in acht wordt genomen dat reeds

woonruimte voor structurele overlastgevers die dusdanig onaangepast

aanwezige functies zoals agrarische of buitengebied gebonden bedrijven

gedrag vertonen, dat zij niet meer in aanmerking komen voor woningen.

niet worden belemmerd in hun functioneren en

Voor huisvesting van deze doelgroep gelden er aanvullende

ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afweging kijken we daarbij in ieder

randvoorwaarden zoals:

geval naar de volgende aspecten:

-

Op een minimale afstand van 250 meter tot vormen van

-

Verzorgd of beschermd wonen is voorstelbaar op een bestaand

kinderopvang/basisonderwijs;

bouwperceel in bebouwings- concentraties, stads- en

-

Goede toegankelijkheid voor hulpdiensten;

dorpsranden en gemengd landelijk gebied, niet in primair

-

Niet in aandachtsbuurten;

agrarisch gebied. De mogelijkheden in het overig agrarisch

-

Geen actuele overlastlocatie in de buurt.

gebied hangen af van de nabijheid van andere agrarische bedrijven.

Begeleid en beschermd wonen in het buitengebied

-

Er moet sprake zijn van een goede parkeer- en

In sommige gevallen kan er aanleiding zijn om ook in het buitengebied

verkeersafwikkeling. Parkeren dient op het eigen terrein plaats

ruimte te bieden voor verzorgd en beschermd wonen. Bepaalde

te vinden en de locatie dient passend ontsloten te zijn (bv niet

doelgroepen zijn gebaat bij rust, ruimte en/of een meer natuurlijke 15

aan een smal zandpad dat enkel geschikt is voor landbouwverkeer). -

Net als in stedelijk gebied geldt dat beschermd of verzorgd wonen gevoelige functies zijn, waarbij voldoende afstand in acht genomen moet worden t.o.v. risicovolle en hinder veroorzakende bedrijven. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar hinder op het gebied van geluid en luchtkwaliteit en risico’s op het gebied van gezondheid als gevolg van omliggende agrarische bedrijven.

-

Er dient sprake te zijn van goede stemming met de afdelingen Zorg en Mens & Maatschappij/ programma zorg en welzijn inzake de behoeftevraag, het zorgaanbod, relatie met WMO, contractering enz.

16

3.4 Bouwloodsen carnaval

In het najaar 2023 is op initiatief van de gemeente een bijeenkomst georganiseerd voor alle carnavalsverenigingen in de gemeente Oss.

Kern van de gekozen oplossingsrichting is: we willen waar

Doel van de bijeenkomst was om de problematiek van de bouwloodsen

mogelijk medewerking verlenen aan gebruik of realisatie van

te inventariseren. Door de verschillende verenigingen is aangegeven hoe

bouwloodsen voor carnaval. Logische plekken hiervoor zijn

per kern de stand van zaken is. Door een aantal kernen is daarbij

bestaande loodsen of locaties met de functie bedrijf in een lage

gesignaleerd dat er behoefte is aan nieuwe ruimte of uitbreiding van

milieucategorie of in gebieden met gemengde functies in

bestaande bouwloodsen. Andere kernen bleken geen problemen te

stedelijk gebied. In het buitengebied zijn bouwloodsen bij

hebben. Daarnaast was de grootste zorg bij de verenigingen vooral om

agrarische bedrijven nabij de kernen voorstelbaar, behalve in

de betaalbaarheid en exploitatie van de loodsen rond te krijgen, met

primair agrarisch gebied. Eventuele andere locaties in het

name door de gestegen energiekosten. Verder speelt de vrees of de

buitengebied vragen om maatwerk.

jeugd voldoende betrokken blijft bij het carnaval.

3.4.1 Wat is het vraagstuk?

3.4.2 Waar lopen we tegenaan?

We krijgen als gemeente al een tijd uit diverse kernen verzoeken,

Het initiatief voor het vinden van geschikte locaties voor het bouwen van

vragen en noodkreten over gebrek aan bouwmogelijkheden voor

carnavalswagens ligt bij de verenigingen zelf. Daar is echter vaak niet

carnavalswagens. We zien carnaval als een belangrijk sociaal en

duidelijk waar men terecht zou kunnen voor het vinden van geschikte

cultureel evenement voor de gemeenschap en ruimte voor het bouwen

locaties. De activiteiten die in de bouwloodsen plaatsvinden zoals lassen,

van carnavalswagens hoort daarbij. Dit is ook zo opgenomen in het

slijpen, decorbouw, verven, spuiten, maken van kleding e.d. zijn in

coalitieakkoord, waarin aangegeven is dat de gemeente wil faciliteren en

principe “bedrijfsmatige” activiteiten. Die passen binnen de

meedenken bij de realisatie van carnaval bouwloodsen.

functieaanduiding van een bedrijf categorie 2 of 3 met een hindercontour van 30-50 meter naar de omgeving, veelal vanwege het

Traditioneel zijn de bouwactiviteiten voor carnavalswagens vaak

geluid dat veroorzaakt wordt naar de omgeving. Tegelijkertijd vervullen

ondergebracht in schuren bij agrarische bedrijven. Op meerdere plekken

de bouwloodsen ook een belangrijke sociale functie. Het zijn plekken

is dat echter niet meer mogelijk, bijvoorbeeld omdat agrarische

waar de verenigingsleden elkaar ontmoeten, waar (veelal in de

bedrijven stoppen en hun stallen afbreken of omdat de ruimte nodig is

avonduren en de weekenden) samen aan wagens wordt gebouwd,

voor de bedrijfsvoering ter plekke.

vergaderd en wat wordt gedronken. Daarmee vallen de bouwloodsen een beetje tussen verschillende typen gebruiksfuncties in en zijn er niet zomaar locaties te vinden die direct passend zijn. 17

mogelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van een (voormalig) agrarisch 3.4.3 Hoe willen we het oplossen?

bedrijf of andersoortig bedrijf of functie.

Een bouwloods past in principe op een kleinschalig bedrijventerrein met een lage milieucategorie (2 of 3). Deze bedrijventerreinen bieden plek

Bij het beoordelen van verzoeken kijken we in ieder geval naar de

aan de eerdergenoemde bedrijfsactiviteiten en kennen vaak voldoende

volgende aspecten:

afstand tot gevoelige functies. Echter, aangezien het hier om

-

Bouwloodsen binnen de bebouwde kom zijn voorstelbaar op

vrijwilligerswerk gaat zal het voor de verenigingen financieel lastig zijn

locaties met een bedrijfsfunctie in en lage milieucategorie,

om een bedrijventerrein een kavel/pand te huren/kopen. Daarnaast is

maatschappelijke functie of een gemengde functie (of daarmee

het ook niet de bedoeling om deze activiteiten tussen bedrijven met een

vergelijkbaar) waar bedrijvigheid categorie 2 en 3 voorstelbaar

hoge milieu- en risicocategorie te laten landen. Binnen de bebouwde

is.

kom is een bouwloods voor carnaval voorstelbaar, zolang dit niet in een

-

Bouwloodsen in het buitengebied zijn voorstelbaar als

woonomgeving is. Dit omdat de bouwactiviteiten vaak in de avond

nevenfunctie bij een (agrarisch) bedrijf binnen het bestaande

plaatsvinden en dat in een woonomgeving niet wenselijk is. Wel kan

bouwblok in bestaande bebouwing of (al dan niet tijdelijk) nieuw

gedacht worden aan leegstaande bedrijfsruimtes op kleine

op te richten bebouwing, mits passend binnen de

bedrijventerreinen of in gemengde gebieden waar al meer functies naast

bouwvoorschriften. De locatie dient te liggen in de nabijheid van

elkaar voorkomen zoals bijvoorbeeld een maatschappelijke

een van de kernen (ca 1-2 km) en niet in primair agrarisch

voorzieningen, culturele of commerciële voorzieningen.

gebied. -

In sommige gevallen is maatwerk mogelijk bijvoorbeeld wanneer

In het buitengebied is een locatie voorstelbaar die niet te ver van de

het gaat om een VAB locatie, een bestaande sportlocatie, een

bebouwde kom af ligt (binnen een straal van 1-2 km) in de stads- en

maatschappelijke voorziening of bij een recreatieve functie in

dorpsranden, bebouwingsconcentraties, gemengd landelijk gebied of in

het buitengebied of een bestaande locatie waar reeds bebouwing

sommige gevallen overig agrarisch gebied, niet zijnde primair agrarisch

aanwezig is.

gebied. De locatie dient goed ontsloten te zijn zodat de grote wagens goed en veilig te verplaatsen zijn en ook veilig te bereiken zijn door de

-

Nieuwbouw op een leeg weiland, solitair of buiten het bouwblok is in principe niet voorstelbaar.

vrijwilligers. Dat geldt uiteraard ook voor het stedelijk gebied. In het buitengebied is het vertrekpunt dan dat gezocht moet worden naar mogelijkheden binnen een bestaand bouwperceel. Dat wil zeggen dat er sprake moet zijn van een locatie waar al bebouwing aanwezig om 18

3.5 Sportscholen

Veel van de actieve sportscholen in Oss zijn gevestigd op het Bedrijventerrein Euterpelaan, waardoor een concentratie aan

Kern van de gekozen oplossingsrichting is: We willen

commerciële sportvoorzieningen is ontstaan op het bedrijventerrein. Als

sportscholen mogelijk maken in wijken en buurten, dicht bij de

gevolg van de op handen zijde gebiedsontwikkeling en

gebruikers op daartoe passende plekken. Ook kijken we naar de

transformatieopgave van het bedrijventerrein moeten een aantal

mogelijkheden binnen onze sportparken en maatschappelijk

sportscholen op zoek naar een nieuwe locatie. Het blijkt in de praktijk

vastgoed. Vestiging op een bedrijventerrein is mogelijk indien

lastig om een passende en betaalbare locatie te vinden voor een

het gaat om een locatie aan de rand van een bedrijventerrein in

sportschool.

een reeds sterk gemengde omgeving met een lage milieucategorie. Sportscholen in het buitengebied zijn

3.5.2 Waar lopen we tegenaan?

voorstelbaar indien het gaat om een VAB locatie grenzend aan

Het aandeel locaties waar het vestigen van sportscholen rechtstreeks is

het stedelijk gebied op een daartoe passende locatie.

toegestaan is beperkt (gebruik ten behoeve van sport (cultuur en ontspanning), in sommige gevallen maatschappelijk of gemengde

3.5.1 Wat is het vraagstuk?

doeleinden) en is vaak gekoppeld aan ter plekke aanwezige functie

De afgelopen 20 jaar is het aantal sportscholen en fitnesscentra

(bijvoorbeeld een gymzaal of een sportkantine). Sportscholen vragen

(commerciële sportaanbieders) in Nederland sterk gegroeid. Die groei

ook om een specifiek type locatie. Het liefst dicht bij de gebruikers, goed

hangt samen met de groei van het aantal sportschoolbezoekers (+145%

bereikbaar, voldoende ruimte voor apparatuur, kleedruimtes en een bar,

tussen 2001 en 2020) als ook de frequentie (+ 82% van het aantal dat

en betaalbaar. Maar sportscholen hebben ook behoorlijk wat

meer dan 2 dagen per week de sportschool bezoekt). En hoewel de

uitstralingseffecten op de directe omgeving zoals verkeersaantrekkende

coronapandemie een tijdelijke dip in sportschoolbezoek heeft

werking, parkeerdruk, komen en gaan van bezoekers ook in de

veroorzaakt, blijft de vraag naar ruimte voor sportscholen overeind,

weekenden en avonduren en geluid als gevolg van muziek en gebruik

mede als gevolg van de vergrijzing, de individualisering en toenemend

van apparatuur. Sportscholen en fitnesscentra vallen onder

gezondheid- en welzijnsbesef. Voldoende en passend aanbod van

milieucategorie 2 met een grootste hinderafstand van 30m in verband

sportvoorzieningen is een van de doelen van ons sport- en

met geluid en verkeer als aandachtspunt. In gemengde gebieden kan

gezondheidsbeleid. Bovendien vervullen sportscholen vaak ook een rol

eventueel een kleinere afstand (10 meter) gehanteerd worden.

als ontmoetingsplek en een sociale hub en dragen in die zin ook bij aan de sociale cohesie, gemeenschapszin en leefbaarheid.

We zien in de praktijk dat als sportscholen een locatie vinden, deze vaak zijn gelegen op een bedrijventerrein in leegstaande panden. Deze 19

panden zijn voor de sportschooleigenaren vaak betaalbaar, snel geschikt

wijken. Ook kijken we naar de mogelijkheden om ruimte te bieden voor

te maken vanwege de hogere plafonds en het is voor vastgoedeigenaren

sportscholen op onze sportparken en in maatschappelijk vastgoed, zoals

veelal lucratief om (al dan niet tijdelijk) te verhuren aan een

omschreven in de Oss sport en beweegvisie 2030. Uiteraard dient de

sportschool. Tegelijkertijd hebben we ook een grote behoefte aan ruimte

locatie wel goed bereikbaar te zijn, moet er sprake zijn van voldoende

voor bedrijfslocaties en willen we niet dat sportscholen een

afstand tot omliggende woningen en dient er voldoende

verdringingseffect hebben op de vestigingsmogelijkheden voor reguliere

parkeergelegenheid te zijn, afgestemd op de locatie, de omvang en het

bedrijvigheid. Daarnaast hebben sportscholen een sterk

beoogde gebruik. In sommige gevallen is vestiging in de plint van een

consumentgericht karakter en zijn voor sommige milieuaspecten ook

woongebouw ook mogelijk, mits dit qua geluid en gebruiksdruk passend

gevoelige functies (zoals bijvoorbeeld externe veiligheid). Vestiging van

is.

een sportschool met een hoge gebruiksintensiteit kan daardoor belemmeringen en beperkingen opwerpen voor de

Het is in principe niet gewenst om de vestiging van een sportschool op

ontwikkelingsmogelijkheden voor aangrenzende en omliggende

een industrieterrein te faciliteren. We willen immers niet dat er een

bedrijven. Zeker daar waar het bedrijven in hogere milieucategorieën

verdringingseffect optreedt voor bedrijven die zich niet kunnen vestigen

betreft (cat 3.1 en hoger). Bovendien is het ongewenst om

in buurten en wijken. Bovendien kunnen sportscholen de

verkeerstromen zoals zwaar vrachtverkeer enerzijds en

bedrijfsontwikkeling van bedrijven met een hoge milieucategorie

sportschoolbezoekers op de fiets anderzijds op een bedrijventerrein te

belemmeren en brengt het ongewenste verkeersstromen op het

mengen.

industrieterrein met zich mee. Daarnaast liggen de meeste industrieterreinen niet in de directe nabijheid van de gebruikers van de

3.5.3. Hoe willen we het oplossen?

sportscholen. In sommige gevallen is hier een uitzondering op mogelijk.

Sportscholen dragen bij aan de doelen van ons sport- en

Bijvoorbeeld daar waar het gaat om een locatie aan de rand van een

gezondheidsbeleid en hoewel het sporten vaak op individuele basis

bedrijventerrein in een al sterk gemengde omgeving met andere

gebeurt zijn het wel plekken waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten.

functies, die zich beperkt leent voor verdere bedrijfsontwikkeling en zich

Bovendien willen we stimuleren dat sportscholen zich zo dicht mogelijk

in de nabijheid van gebruikers bevindt. Of bijvoorbeeld daar waar het

bij hun gebruikers vestigen. Dit maakt het bezoek laagdrempelig en

gaat om solitair gelegen bedrijfsfunctie of een klein binnenstedelijk

maakt het aantrekkelijk om de sportschool te voet of met de fiets te

bedrijventerrein waarvan het voorstelbaar is dat er een

bezoeken. Daarom is het gewenst om sportscholen zoveel mogelijk een

functieverandering naar een meer gemengd gebied plaatsvindt.

plek te geven in de buurten en wijken. Denk daarbij aan leegstaande

Uiteraard gelden hierbij eveneens de voorwaarden van een goede

winkel- of kantoorpanden of vrijkomende solitaire bedrijfslocaties in de 20

bereikbaarheid, voldoende parkeergelegenheid en voldoende afstand tot omliggende woningen. Het gaat hier echt om maatwerk. Hoewel sportscholen in de basis stedelijke voorzieningen zijn, zou een locatie van een vrijkomend (agrarisch) bedrijf in het buitengebied ook geschikt kunnen zijn voor de vestiging van een sportschool. Bijvoorbeeld als het gaat om een locatie direct grenzend aan bestaand stedelijk gebied of daar waar het gaat om een bestaand bouwperceel waar als gevolg van de ontwikkelingsrichting van het gebied een sportschool passend kan zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de recreatieve ontwikkeling rondom de Geffense Plas. Vestiging van een sportschool in primair agrarisch gebied, op een solitair gelegen locatie of een onbebouwd perceel is niet gewenst.

21

huidige regeling in ons bestemmingsplan Buitengebied (tijdelijk 4. Thema Toerisme en recreatie

omgevingsplan) hiervoor al redelijke mogelijkheden biedt. In de meeste komplannen zijn de mogelijkheden voor B&B beperkt tot het

4.1 Kleinschalige verblijfsrecreatie.

hoofdgebouw. In bijgebouwen is het alleen mogelijk indien het gaat om karakteristieke of cultuurhistorisch waardevolle bijgebouwen. Ook is de

Kern van de gekozen oplossingsrichting: we willen de

omvang beperkt tot 2 kamers voor maximaal 4 personen. Een dergelijke

mogelijkheden voor kleinschalige verblijfsrecreatieve

regeling geldt ook voor woningen in het buitengebied met dien

voorzieningen bij woningen uitbreiden, vergelijkbaar met de

verstande dat hier nog een afwijkingsmogelijkheid geldt voor een

mogelijkheden in het buitengebied.

kleinschalige recreatieve voorzieningen in een omvang tot maximaal 5 kamers voor in totaal maximaal 10 personen. Voor recreatieve

4.1.1 Wat is het vraagstuk?

nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven gelden reeds ruimere

Mede als gevolg van de coronapandemie, maar ook door

regelingen.

klimaatverandering en duurzaamheidsoverwegingen (her)ontdekken veel mensen de mogelijkheden om te recreëren in eigen land. Daarbij is

4.1.3 Hoe willen we het oplossen?

in toenemende mate vraag naar kleinschalige en bijzondere

De belangrijkste belemmering waar we in de praktijk tegenaan lopen is

verblijfsmogelijkheden waarbij beleving van streek of gebied voorop

het feit dat een kleinschalige verblijfsrecreatieve voorziening zoals een

staat. Dat resulteert in een toenemende vraag naar kleinschalige

B&B in de basis niet is toegestaan in vrijstaande bijgebouwen en beperkt

verblijfsaccommodaties, zowel in het buitengebied als in het stedelijk

is tot 4 personen. Die mogelijkheid willen we graag verruimen door het

gebied. Denk aan voorzieningen voor bed&breakfast (B&B) en

toestaan van een B&B in vrijstaande bijgebouwen, ook als deze niet

kleinschalige kampeermogelijkheden. Het past binnen ons beleid voor

cultuurhistorisch zijn. Een regeling vergelijkbaar met woningen in het

toerisme en recreatie en versterking van het toeristisch recreatief

buitengebied biedt daartoe voldoende mogelijkheden.

aanbod in onze gemeente om invulling te geven aan deze vraag, mits

Vanuit ons toeristisch-recreatief beleid willen we met name in de dorpen

dat past op de locatie en geen afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu

op de oeverwal langs de Maas dit faciliteren.

van omwonenden en de kwaliteiten van het gebied en de omgeving. Bij de afweging van verzoeken kijken we in ieder geval naar de volgende 4.1.2 Waar lopen we tegenaan? Het huidige beleid en regelgeving sluit niet meer helemaal aan op de vraag naar kleinschalige, kwalitatief goede voorzieningen. Hoewel de

aspecten: -

De kleinschalige recreatieve verblijfsaccommodatie moet ingepast worden binnen de bestaande bouwmogelijkheden; 22

-

De omvang mag maximaal 5 kamers bedragen voor maximaal 10 personen;

-

De activiteit moet passen binnen, en ondergeschikt zijn en blijven aan de woonfunctie.

-

Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van woningen in de omgeving.

-

Er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor in de omgeving gevestigde bedrijven;

-

De verkeerdruk dient te passen in de omgeving en parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden;

-

Er dient sprake te zijn van een goed verblijfsklimaat, passend binnen de regelgeving voor milieuhinder en veiligheid.

-

Permanente bewoning is niet toegestaan.

23

4.2 Camperplaatsen.

waar tenten of caravans zijn toegestaan, zijn als kampeermiddel ook campers mogelijk. In het bestemmingsplan Buitengebied (tijdelijk

Kern van de gekozen oplossingsrichting: we willen ruimte bieden

omgevingsplan) is bij iedere functie maximaal 1 camperplaats

voor camperplaatsen zowel in stedelijk gebied als in het

toegestaan. Maar meer mogelijkheden zijn er niet. Gezien de

buitengebied. Daarbij maken we onderscheid tussen

toenemende vraag en specifieke voorkeuren (zowel in landelijk gebied,

camperplaatsen als nevenactiviteit bij een bestaande functie of

maar zeker ook in stedelijk gebied) willen we hier een beleidslijn voor

een camperplaats als zelfstandige solitaire functie.

opzetten.

4.2.1 Wat is het vraagstuk?

Wat betreft de ruimtelijke behoefte aan camperplaatsen kan grofweg

Naast meer vraag naar kleinschalige gebouwde verblijfsrecreatieve

onderscheid gemaakt worden in 3 categorieën:

voorzieningen zien we een toename in de vraag naar camperplaatsen.

-

Op bestaande campings en verblijfsrecreatieve terreinen. Hier is

Ook hier geldt dat dat mede komt als gevolg van de (her)ontdekking

de aanwezigheid van campers mogelijk binnen de geldende

van de toeristische potentie van ons eigen land, maar ook

functieaanduiding. Hiervoor is geen aanpassing van beleid nodig;

demografische ontwikkelingen spelen hierbij een rol. De groep

-

(maximaal 10 plekken);

welgestelde actieve senioren in Nederland groeit en zij trekken er op uit om in hun camper, met de fiets achterop, het land te verkennen. De

In een kleinschalige sfeer op toeristisch aantrekkelijke plekken

-

Grootschalige voorzieningen (meer dan 10 plekken).

voorzieningenbehoefte van een “camperaar” is echter anders dan die van andere toeristen met tent of caravan. De verblijfsduur op één locatie

4.2.3 Hoe willen we het oplossen?

is vaak kort en nabijheid van voorzieningen zoals restaurants, terrassen,

We maken onderscheid tussen twee type camperplaatsen (naast

fietsroutes of andere activiteiten is voor hen belangrijker dan een

camperplaatsen op bestaande recreatieterreinen):

uitgebreide camping met allerlei voorzieningen zoals een zwembad,

-

campingwinkel of een speeltuin. Een camperplaats moet vooral praktisch, schoon en veilig zijn, voorzien van water, stroom en een

Kleinschalige campervoorzieningen als nevenactiviteit bij een andere functie;

-

De meer grootschalige camperplaatsen als zelfstandige functie.

gelegenheid om vuil water af te voeren. Kleinschalige campervoorzieningen zijn toegestaan als nevenactiviteit bij 4.2.2 Waar lopen we tegenaan?

een andere functie zoals een woning, een (agrarisch) bedrijf of een

Momenteel hebben we geen specifiek beleid of regelingen voor

horecavoorziening. Dit geldt zowel voor het stedelijk gebied als het

camperplaatsen buiten de specifieke verblijfsrecreatieve functies. Daar 24

buitengebied. Bij de beoordeling van verzoeken kijken we daarbij in

niet toegestaan in primair agrarisch gebied of op een

iedergeval naar de volgende aspecten:

bedrijventerrein.

-

Een camperplaats is voorstelbaar als nevenactiviteit bij een

-

bestaande functie en moet binnen hetzelfde bestemmingsvlak worden ingepast, of direct aansluitend op eigen terrein. -

binnen de regelgeving voor milieuhinder en veiligheid -

De maximale verblijfsduur is 7 nachten en permanente stalling is niet toegestaan

De camperplaats moet stedenbouwkundig en landschappelijk goed worden ingepast op eigen terrein. Daarbij kijken we onder

Er dient sprake te zijn van een goed verblijfsklimaat passend

-

Er dient voorzien te worden in goede voorzieningen voor elektriciteit en (afval)water.

andere naar de beschikbare ruimte, bij voorkeur op het achterterrein, niet direct aan de straat of openbare ruimte,

-

-

goede bereikbaarheid en een camperplaats mag niet ten koste

Naast kleinschalige voorzieningen zien we ook aanvragen voor grotere

gaan van parkeervoorzieningen voor de reeds aanwezige functie.

voorzieningen. Dan gaat het om een solitaire verblijfsrecreatieve functie,

Bij een woning of andere functie in stedelijk gebied gaan we uit

soms gecombineerd met bijvoorbeeld mogelijkheden voor stalling,

van een maximum van vijf camperplaatsen (hoewel in de

reparatie en onderhoud. Een dergelijke voorziening kan een passende

praktijk de beschikbare ruimte eerder de beperkende factor zal

invulling zijn van een voormalig (agrarisch) bedrijf (VAB locatie) in het

zijn).

buitengebied of een locatie aan de rand van het stedelijk gebied,

Voor woningen in het buitengebied gaan we eveneens uit van

bijvoorbeeld nabij Herperduin of in een van de dorpen op de oeverwal

een maximum van vijf plekken, gelijk aan de mogelijkheid voor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=2a3eacc6-ebf6-4f72-af04-dbbb27e83d0f