CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting + regels (met bijlagen)

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling bestemmingsplan 'Rijnstraat ong. / Rijnstraat 18 Herpen' - 202431.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGPSLAN Rijnstraat ong. en 18 Herpen - 2024

Toelichting + regels

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 1 van 68 25 januari 2025

Bestemmingsplan Rijnstraat ong. en 18 Herpen - 2024 Toelichting

Gemeente Oss, 25 januari 2025

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 2 van 68 25 januari 2025

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 6 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 14 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 15 4.2 Rijksbeleid ..................................................................................................................................

17 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 17 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 22 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 29 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 29 5.2 Natuur ......................................................................................................................................... 31 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 35 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 39 5.5 Water .......................................................................................................................................... 40 5.6 Defensie......................................................................................................................................

42 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 43 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 59 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 59 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 61 6.2 Regels ......................................................................................................................................... 61 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 64 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 64 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 64 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 65 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ...........................................................................................

66 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 67 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 67 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 67 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 67 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 67

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek 1. Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat ong., Herpen 2. Landschappelijk inpassingsplan Rijnstraat 18, Herpen 3. Resultaten www.dewatertoets.nl Rijnstraat ong., Herpen 4. Quickscan flora en fauna Rijnstraat ong., Herpen 5. AERIUS-berekening Rijnstraat ong., Herpen 6. Advies Veiligheidsregio 7. Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat 18, Herpen 8. Verkennend bodemonderzoek Rijnstraat ong., Herpen 9. LIR-berekening 10. Bouwtitel Ruimte voor ruimte

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 3 van 68 25 januari 2025

TOELICHTING Bestemmingsplan Rijnstraat ong. en 18 Herpen - 2024

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 4 van 68 25 januari 2025

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan Rijnstraat ong. in Herpen ligt een onbebouwd perceel. Het perceel is gelegen in het buitengebied van Herpen in de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’. De eigenaren van deze locatie willen hier een nieuwe vrijstaande woning realiseren. Op het perceel is momenteel een agrarische bestemming van kracht (Agrarisch met waarden - Landschap). Geen sprake is van een bouwvlak, waardoor geen bebouwing is toegestaan. Het perceel kan daardoor alleen gebruikt worden voor agrarische activiteiten zoals akkerbouw. Het planvoornemen, de realisatie van een nieuwe vrijstaande woning, is voorgelegd aan de gemeente Oss via een principeverzoek. De gemeente heeft haar principemedewerking aan het plan kenbaar gemaakt. Omdat de gemeente bij de beoordeling van het principeverzoek heeft geconstateerd dat een deel van de gronden behorende bij Rijnstraat 18 in Herpen, in eigendom van één van de initiatiefnemers van dit plan, niet conform het bestemmingsplan in gebruik is én nu voor de aangrenzende gronden een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld heeft de gemeente verzocht dit te herstellen. Verder heeft de weg die toegang verleent aan de woningen aan Rijnstraat 14, 16 en 18 niet de juiste bestemming, namelijk ‘Wonen’ in plaats van ‘Verkeer’.

Met die reden maken de strijdig in gebruik zijnde gronden ook onderdeel uit van dit bestemmingsplan en zal een deel van de aan de Rijnstraat aanwezige bestemming ‘Natuur’ worden bestemd voor ‘Wonen’ en andersom, waarbij de bestemming ‘Natuur’ vervangen wordt voor de bestemming ‘Groen’. En zullen gronden die nu bestemd zijn voor ‘Wonen’ de bestemming ‘Verkeer’ krijgen. Om een en ander juridisch-planologisch te regelen is een bestemmingsplanherziening aan de orde. Deze toelichting is onderdeel van het bestemmingsplan dat speciaal voor Rijnstraat ong. en 18 is opgesteld en bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. Dit bestemmingsplan toont aan dat voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Noot voor de lezer De motivering voor het planvoornemen (de nieuwe woning aan Rijnstraat ong.) is niet hetzelfde als voor hetgeen met dit bestemmingsplan hersteld moet worden (Rijnstraat 18). Daarom is in deze toelichting voor zover dat relevant was een onderscheid gemaakt per locatie.

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van Herpen in de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie G, nummers 1138 gedeeltelijk, 1136 gedeeltelijk en 1135. Het plangebied is in zijn totaliteit circa 9.765 m2 groot. Het plangebied bestaat uit twee plangedeelten (locaties). Daar waar de nieuwe vrijstaande woning gepland is (Rijnstraat ong., Herpen) en daar waar het vigerende bestemmingsplan hersteld moet worden (Rijnstraat 18, Herpen). Op de afbeeldingen hieronder zijn de twee plangedeelten met een groene arcering weergegeven.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 5 van 68 25 januari 2025

Rijnstraat ong., Herpen:

Rijnstraat 18, Herpen:

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Rijnstraat ong. en 18 Herpen -2024’ geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 16 april 2020. Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliest dit plan, binnen het plangebied, haar rechtskracht.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 6 van 68 25 januari 2025

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

De ondergrond in de gemeente Oss bestaat in het noorden uit een karakteristiek rivierengebied. In het zuiden bestaat de gemeente uit dekzandgebied. Het dekzandgebied is in de laatste ijstijd ontstaan. Tijdens deze periode werd zand door de wind over grote delen van Noord-Brabant verspreid. Na de laatste ijstijd zette de rivier Maas in het ‘rivierengebied’ tijdens overstromingen zand en klei af. De grote zwaardere zanddeeltjes werden dicht bij de oever afgezet. De kleine lichte kleideeltjes werden tijdens de overstroming op grotere afstand van de rivierbedding gedeponeerd. Zo ontstonden de oeverwallen en de komgronden. De Maas bepaalt voor een belangrijk deel de identiteit van het Osse landschap. De Maas bepaalt de ordening en de structuur van het gebied. Hierdoor draagt de rivier in belangrijke mate bij aan het ruimtelijk beeld van het gebied. Kenmerkend hierbij is de zonering van de verschillende landschapstypen parallel aan de rivier. Van noord naar zuid: de rivier met uiterwaarden, de oeverwal en de komgronden. De hoger gelegen oeverwallen en het overgangsgebied tussen het komgebied en het dekzandgebied waren van oudsher populaire vestigingsplaatsen. Het plangebied is gelegen in het zuiden van de gemeente Oss, op een dekzandrand.

Afbeelding van Topotijdreis.nl (Oijen (linksboven) en Herpen (rechtsonder) omstreeks 1875)

2.2

Bestaande situatie

Rijnstraat ong. Ter plaatse van Rijnstraat ong. is hoofdzakelijk sprake van de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschap’. Een kleine smalle strook aan de voorzijde heeft de bestemming ‘Wonen’, omdat het nu onderdeel is van het erf waaraan het plangebied is gelegen. Deze strook is zo smal dat deze bestemming als onderdeel van het totale plangebied geen waarde heeft. Het perceel kan door haar bestemming

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 7 van 68 25 januari 2025

slechts gebruikt worden voor agrarische doeleinden zoals akkerbouw. Geen sprake is van een bouwvlak. Er is ook geen sprake van bebouwing. Het perceel is momenteel in gebruik als weide en wordt ontsloten via het woonerf waaraan het is gelegen. Hieronder is een luchtfoto van de huidige situatie alsook een fotoreportage van de huidige situatie opgenomen.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 8 van 68 25 januari 2025

1

2

3

4

5

6

7

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 9 van 68 25 januari 2025

Rijnstraat 18 Ter plaatse van Rijnstraat 18 in Herpen ziet het bestemmingsplan er op dit moment als volgt uit.

Een deel van de als ‘Natuur’ bestemde gronden worden echter niet als natuur, maar als tuin gebruikt. Die gronden zijn op de afbeeldingen hieronder met gele arcering weergegeven. Verder geldt dat aan de zuidzijde nog dat sprake is van een strook die is bestemd als ‘Agrarisch met waarden - Landschap’, terwijl dit als onderdeel van de woonkavel wordt gebruikt. Het is deels ingericht als tuin en er wordt geparkeerd. Dat gedeelte is op onderstaande afbeelding met een oranje arcering weergegeven.

De percelen ten zuiden en zuidoosten van de woonkavel, welke ook onderdeel zijn van het plangebied, hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ en zijn als weide in gebruik. Het gaat hier om de percelen, kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 1135 gedeeltelijk en nummer 1138 gedeeltelijk.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 10 van 68 25 januari 2025

Verder geldt hier nog dat de toegangsweg tot Rijnstraat 14, 16 en 18 de bestemming ‘Wonen’ heeft, maar feitelijk voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt. Grofweg gaat het om het volledige perceel kadastraal bekend gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 1136.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 11 van 68 25 januari 2025

Hoofdstuk 3 3.1

Beoogde situatie

Beoogde situatie

Het plangebied ligt in het buitengebied. In het buitengebied kunnen – ingegeven door provinciaal beleid – alleen nieuwe rode functies ontwikkeld worden als daarvoor een kwaliteitsverbetering in het buitengebied heeft plaatsgehad. Dat kan o.a. de sanering van een agrarisch bedrijf zijn nu of in het verleden (bouwtitel Ruimte voor Ruimte), ontwikkeling van natuur of het investeren in cultuurhistorische waarden. Het planvoornemen (nieuwe woning aan Rijnstraat ong.) wordt gerealiseerd via de aankoop van een Ruimte voor Ruimte bouwtitel. Verder voorziet het planvoornemen in het opheffen van planologisch strijdigheden (Rijnstraat 18). In ruil hiervoor wordt geïnvesteerd in fysieke kwaliteitsverbeterende maatregelen. Rijnstraat ong. De huidige eigenaar wil hier een woning ontwikkelen welke wordt ontsloten via het woonerf waaraan het perceel op dit moment al gelegen is. De woning wordt gesitueerd dichtbij de huidig aanwezige bebouwing. Voor de woning geldt een maximale inhoudsmaat van 750 m3, een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 8 meter. De maximale hoeveelheid bijgebouwen is 100 m2, waarbij een goothoogte van 3 meter geldt en een bouwhoogte van 5 meter. Het perceel wordt landschappelijk ingepast. Hieronder is de inrichtingsschets van de beoogde situatie opgenomen.

Het gedeelte van het perceel dat is bedoeld voor het wonen (felgroene ondergrond) krijgt de bestemming ‘Wonen’. Het gaat om een bestemmingsvlak van ca. 1000 m2. De rest van het perceel (lichtgroene ondergrond) behoudt/ krijgt de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ zonder enige vorm van bebouwingsmogelijkheden. Op de inrichtingsschets is dit gedeelte van het perceel voorzien van een fruitboomgaard, dat samen met de haag rondom het nieuwe woonperceel onderdeel uitmaakt van de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing wordt in het bestemmingsplan specifiek toegelaten en verplicht. Rijnstraat 18 Het herstelplan houdt in dat de gronden die nu in gebruik zijn voor ‘Wonen’ ook als zodanig worden bestemd. Dit geldt ook voor de gronden die nu voor ‘Verkeer’ en ‘Groen’ in gebruik zijn. In verband met de omschakeling van gronden met de bestemming ‘Natuur’ naar de bestemming ‘Wonen’ is ook

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 12 van 68 25 januari 2025

landschappelijke compensatie aan de orde. E.e.a. is uitgewerkt in een landschapsplan en inrichtingsschets, welke hieronder beide zijn opgenomen.

Gezien het ondergeschikte karakter van deze herstelopgave (er wordt geen hoofdgebouw voor een gevoelige functie mogelijk gemaakt, bebouwing of beplanting verwijderd of een milieubelastende activiteit toegelaten) worden in deze toelichting alleen de voor de opgave relevante aspecten in het kader van een goede ruimtelijke ordening gemotiveerd. Het gaat dan om de aspecten bodem, kwaliteitsverbetering van het landschap en bedrijven en milieuzonering. In de paragrafen waar die aspecten worden behandeld is een specifieke alinea ‘Rijnstraat 18’ opgenomen.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 13 van 68 25 januari 2025

3.2

Stedenbouwkundige karakteristiek

Het plangebied ligt in het buitengebied, volgens de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’ in de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’. De bebouwingsconcentratie kernrand Herpen ligt in het kampenlandschap. Dit landschap heeft een halfopen karakter. Het gebied biedt kansen voor het versterken van de woonfunctie. De nog zichtbare elementen van de oude historische verkavelingsstructuur kunnen behouden worden, door de oude akkercomplexen open te laten en de oude wegen- en padenstructuur van het dorp in stand te houden. Zichtlijnen in het gebied moeten versterkt worden om de kwaliteit van het overgangsgebied tussen buitengebied en kern te handhaven. In dit geval wordt een perceel behorende bij een woonfunctie veranderd (Rijnstraat 18) en wordt een woonbestemming gerealiseerd aansluitend op de bestaande bebouwing (Rijnstraat ong.). De verandering van het perceel bij de bestaande woonfunctie tast de kwaliteit van het overgangsgebied kern vs. buitengebied niet aan. In verband met de nieuwe woning geldt dat de zichtlijnen in stand worden gehouden door de plaatsing van de woning op het perceel en door de landschappelijke inpassing van het perceel.

3.3 Functionele karakteristiek Het plangebied is gelegen in het gemengd landelijk gebied en kent het landschapstype dekzandrand. Het gebruik van de gronden in het gemengd landelijk gebied is gemengd. We spreken hier ook wel van een gemengde plattelandseconomie. In deze gebieden is het gebruik in de afgelopen decennia verkleurd van min of meer puur agrarisch naar een mix van functies als wonen, niet-agrarische bedrijvigheid, recreatie en agrarische bedrijvigheid. Het aandeel agrarische bedrijven zal hier in de toekomst verder afnemen. Dit komt mede doordat de ontwikkelmogelijkheden voor agrarische bedrijven (met name voor veeteelt) in dit gebied beperkt zijn. Het plangebied is ook gelegen in een bebouwingsconcentratie. Bebouwingsconcentraties zijn luchtige bebouwingszwermen in het buitengebied waarbinnen verschillende functies voorkomen. Het toekomstperspectief voor de agrarische sector is hier beperkt. Agrarische bedrijven verdwijnen dan ook uit de bebouwingsconcentraties. De agrarische bedrijven schakelen om naar andere functies zoals ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’. De wisselwerking tussen landschap en stedenbouw is hier heel belangrijk Het plangebied is gelegen in bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’. In het gedeelte van de bebouwingsconcentratie waar de locatie is gelegen is hoofdzakelijk sprake van de woonfunctie en daarnaast enkele bedrijfsfuncties.

Het veranderen van een perceel behorende bij een woonfunctie en het toevoegen van een woonfunctie is passend bij de functionele karakteristiek.

3.4

Groen en water

Groen en water maken buiten de landschappelijke inpassing, de voor-, zij- en achtertuinen op alle percelen en de het feit dat hemelwaterneutraal moet worden ontwikkeld (al het water dat in het plangebied valt moet er ook verwerkt worden) geen specifiek onderdeel uit van de ontwikkeling.

3.5

Beeldkwaliteit

Rijnstraat ong.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 14 van 68 25 januari 2025

Voor de nieuwe woning op deze locatie is een ‘welstandstoets’ niet verplicht. Het is wel mogelijk om het nieuwbouwplan voor vrijblijvend advies voor te leggen aan het Adviesteam Architectuur. Het staat de uiteindelijke initiatiefnemer van de ontwikkeling van de nieuwe woning vrij om hierin een keuze te maken. Rijnstraat 18 Voor deze locatie is een ‘welstandstoets’ niet verplicht. Omdat de bebouwing ter hoogte van deze locatie niet wordt veranderd, hoeft niet overwogen te worden of vrijblijvend advies wordt aangevraagd bij het Adviesteam Architectuur. Voor het aspect ‘welstand’ wordt verder verwezen naar paragraaf 4.4.5 van deze toelichting waar ingegaan wordt op de Nota Welstandsbeleid Oss 2020.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 15 van 68 25 januari 2025

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 16 van 68 25 januari 2025

De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan ‘Rijnstraat ong.

en 18 Herpen - 2024’ maakt de realisering van één nieuwe burgerwoning mogelijk. Het voorliggende plan is daarmee, op basis van jurisprudentie hierover, geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en hoeft dus niet verantwoord te worden vanuit de huidige behoefte.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen.

In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 17 van 68 25 januari 2025

defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De ontwikkeling past binnen de nationale omgevingsvisie, omdat het bijdraagt aan het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. Voor de realisatie van de nieuwe woning is in het verleden agrarische bedrijvigheid gesaneerd, het gaat hier namelijk om Ruimte voor Ruimte. De sanering staat in verhouding tot de ontwikkeling van één nieuwe woning. Verder wordt ervoor gezorgd dat deels illegaal in gebruik genomen gronden positief worden bestemd en de benodigde compensatie aan kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied hiervoor wordt geleverd.

4.3

Provinciaal beleid

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 18 van 68 25 januari 2025

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd.

Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. - Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd. Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel: dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 19 van 68 25 januari 2025

digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Onderhavige locatie is gelegen in het buitengebied van Herpen in een bebouwingsconcentratie. Voor wat betreft de locatie waar de nieuw te realiseren vrijstaande woning is beoogd gaat het om een agrarisch perceel. Hier is het de bedoeling om in ruil voor de aankoop van een bouwtitel Ruimte voor Ruimte een nieuwe woning te realiseren. Het realiseren van een woning op deze plek is passend in de visie die voor de bebouwingsconcentratie is opgesteld. Het realiseren van de nieuwe vrijstaande woning via Ruimte voor Ruimte vindt aansluiting bij ‘Werken aan een concurrerende, duurzame economie’. Door sanering in het verleden wordt bebouwing ter plaatse mogelijk gemaakt. Voor het overige, het herstel/feitelijk bestemmen, is de Brabantse Omgevingsvisie niet van toepassing.

Onderhavige ontwikkeling is passend in de Brabantse Omgevingsvisie.

4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor het ‘Landelijk gebied’. Ook is de aanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ van toepassing. Zie ook de uitsnedes van de kaarten van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied hieronder.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 20 van 68 25 januari 2025

Hieronder is per plangedeelte getoetst aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Rijnstraat ong. Voor deze locatie geldt artikel 3.79 Ruimte-voor-ruimte kavel. In dit artikel is geregeld dat een bestemmingsplan in Stedelijk gebied of Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voorruimtekavels, als deze ontwikkeling: a. door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte plaatsvindt, gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit; b. op een aanvaardbare locatie plaatsvindt als bedoeld in artikel 3.78 maatwerk met als doel omgevingskwaliteit, derde lid;

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 21 van 68 25 januari 2025

c.

past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in artikel 3.77.

Aan sub a. van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan doordat bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte een ruimte-voor-ruimte bouwtitel is aangekocht. Zie bijlage 10 bij deze toelichting voor de door de initiatiefnemers voor deze ontwikkeling aangeschafte bouwtitel. Aangaande sub b. en c. geldt dat sprake is van een aanvaardbare locatie voor de ontwikkeling van een woning als de locatie in een bebouwingsconcentratie ligt of de ontwikkeling een logische afronding geeft van Stedelijk gebied of een bebouwingsconcentratie. Op de locatie wordt één nieuwe woning ontwikkeld. In de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 – wat de ontwikkelingsrichting van de locatie weergeeft - is de ontwikkelingsvisie voor het Osse buitengebied opgenomen. De locatie is daarin gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’ en daarbinnen aangeduid als bebouwingscluster. In bebouwingsclusters is ruimte voor nieuwe woningen. De woning draagt bij aan het behoud en de ontwikkeling van de omgevingskwaliteit van de bebouwingsconcentratie, doordat ontwikkeld wordt aansluitend aan de bestaande bebouwing waardoor waardevolle zichtlijnen worden behouden en landschappelijke inpassing (bijlage 1 bij deze toelichting) die toeziet op de versterking van de kwaliteit van het overgangsgebied tussen buitengebied en kern onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling.

Voldaan wordt aan artikel 3.77 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Verder is nog paragraaf 3.1.2 basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat dan om zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) en toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7). Hierover het volgende. Sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat de toedeling van functies plaatsvindt op een locatie waar bebouwing gewenst is (bebouwingscluster in bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’). Op een plek waar deze niet meer gewenst is, is deze gesloopt (elders in Noord-Brabant). De nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd conform de ontwikkelingsrichting die de gemeente voor het gebied heeft opgesteld (Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015). Doordat dichtbij de bestaande bebouwing wordt gebouwd blijven waardevolle zichtlijnen behouden. In geval van de lagenbenadering kan worden vermeld dat het initiatief elders bijdraagt aan een positief effect op de volksgezondheid (beëindiging agrarische bedrijfsvoering), het milieu (beëindiging agrarische bedrijfsvoering) en het landschap (sloop waardoor de gewenste landschappelijke kwaliteiten kunnen worden gecreëerd). En ter plekke als passend wordt ervaren: het gebied is aangeduid als ‘verstedelijking afweegbaar’, wat betekent dat wijzigingen in de occupatielaag tot de mogelijkheden behoort.

Daarbij wordt ontwikkeld conform de ontwikkelingsvisie die voor het gebied is opgesteld (Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015) en waarmee door de provincie is ingestemd. Verder gaat de ontwikkeling gepaard met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit ter plaatse (zie bijlage 1 van deze toelichting). Deze fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit is middels een voorwaardelijke verplichting in het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan vastgelegd alsook privaatrechtelijk in de anterieure overeenkomst die tussen de initiatiefnemer en de gemeente is gesloten. Voldaan wordt aan de artikelen 3.6 en 3.7 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Rijnstraat 18 Op basis van het provinciale beleid geldt voor Rijnstraat 18 dat aan de RRO afspraken moet worden voldaan, zijnde in dit geval de afspraken die over kwaliteitsverbetering van het landschap zijn gemaakt. Ook moet worden voldaan aan de beleidsregel ‘maatwerk met als doel omgevingskwaliteit’. Hierop is elders in deze toelichting ingegaan. Vooroverlegreactie Op 4 augustus 2021 heeft de Provincie Noord-Brabant in het kader van het wettelijk vooroverleg gereageerd op dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan bestond toen nog uit meerdere locaties. Later

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 22 van 68 25 januari 2025

is dit gewijzigd en maakt alleen het plangebied aan de Rijnstraat onderdeel uit van het plangebied. Bij die wijziging is ook de grondslag van de ontwikkeling aan Rijnstraat ong. gewijzigd, omdat de beoogde woning niet meer via sanering binnen de gemeente maar via een bouwtitel Ruimte voor Ruimte wordt gerealiseerd. Hierdoor zijn twee (beide aangaande het aspect kwaliteitsverbetering van het landschap) van de drie door de provincie benoemde punten in haar vooroverlegreactie niet meer relevant, welke hieronder met die reden dan ook niet aangehaald worden. In haar vooroverlegreactie geeft de provincie aan dat het provinciale beleid over het algemeen onvoldoende in het bestemmingsplan is verwerkt: • In het bestemmingsplan ontbreekt de onderbouwing dat de nieuwe woning aan de Rijnstraat wordt gerealiseerd op een planologische aanvaardbare plek in de bebouwingsconcentratie kernrand Herpen. Deze bebouwingsconcentratie is namelijk enorm groot, waarbij niet alle plekken planologisch aanvaardbaar zijn om woningen te realiseren. De huidige motivering voldoet niet door op te nemen dat de nieuwe woning is gelegen in een bebouwingsconcentratie en wij verzoeken u dit onderdeel nader aan te vullen. In deze toelichting is nader gemotiveerd dat de nieuwe woning aan de Rijnstraat wordt gerealiseerd op een planologisch aanvaardbare locatie.

Geconcludeerd mag worden dat voldaan wordt aan het beleid van de Provincie Noord-Brabant.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss ernaar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. Onderhavige ontwikkeling voldoet aan de structuurvisie. Door de ontwikkeling komt één woning beschikbaar voor burgers welke voorziet in de woningbehoefte en de keuzemogelijkheden in het woningaanbod. Gezien het woningtype wordt door de ontwikkeling bijgedragen aan het vasthouden van huishoudens met hogere inkomens. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd.

Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 23 van 68 25 januari 2025

In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid,

waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden - Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand - Dekzandrug - Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking. Rijnstraat ong.

De locatie is gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’ in Herpen. Zie onderstaande afbeelding waarop de locatie met een rode cirkel is weergegeven.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 24 van 68 25 januari 2025

De visie voor de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’ is als volgt. De agrarische sector kent weinig ontwikkelingsperspectieven in de bebouwingsconcentratie van Herpen. Wel zijn er mogelijkheden voor verbreding en Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Het gebied biedt echter goede kansen voor het versterken van de woonfunctie en de toeristisch-recreatieve functie. Door de ligging dicht bij het centrum van Herpen is het mogelijk om landelijk te wonen en tegelijk te profiteren van de sociale samenhang, het dorpse karakter en de kleinschalige voorzieningen. Met de vermindering van agrarische activiteit en de invloed vanuit de bebouwde kom, ontstaat een spanningsveld; steeds meer functies en gebruik die vreemd zijn aan het buitengebied, oefenen een druk uit waardoor ‘verrommeling’ van het landschap kan optreden. Een enigszins ‘rommelige’ zone aan de rand van de bebouwde kom kan juist heel dorps zijn. Maar wanneer de schaal van nieuwe bebouwing te groot wordt of de verweving tussen bebouwing en landschap verdwijnt, is er sprake van een tendens waarbij de verrommeling een negatieve uitwerking krijgt. Dit zou een grote aantasting betekenen van de aanwezige zichtlijnen. Deze zichtlijnen moeten dan ook versterkt worden om de functie van overgangsgebied tussen buitengebied en kern op een kwalitatieve manier te handhaven.

De nog zichtbare elementen van de oude historische verkavelingsstructuur kunnen behouden worden, door de oude akkercomplexen open te laten en de oude wegen- en padenstructuur vanuit het dorp in stand te houden. Het gebied rondom de Erfdijk is landschappelijk en stedenbouwkundig zeer waardevol. Dit gebied moet beschermd blijven en biedt tevens kansen voor kleinschalige recreatie zoals wandelen, fietsen en verblijfsrecreatie. De wandelmogelijkheden zijn mogelijk te verbeteren door het aanleggen van paden en deze te verbinden. Het vergroten van de doordringbaarheid van het gebied levert een positieve bijdrage aan de beleving ervan. Het initiatief op onderhavige locatie draagt bij aan het realiseren van de visie voor de bebouwingsconcentratie ‘Kernrand Herpen’. In een bebouwingscluster wordt nieuwe bebouwing ontwikkeld, waarbij tegelijkertijd door fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit gewerkt wordt aan de versterking van de bebouwingsconcentratie als overgangsgebied tussen buitengebied en kern.

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 25 van 68 25 januari 2025

Gekozen is voor een fysieke verbetering waarbij het zicht op het achtergelegen oude akkercomplex wordt versterkt. Wonen In de structuurvisie wordt aangegeven dat er al eeuwen wordt gewoond in het buitengebied. Het komgebied is grotendeels vrij gebleven van burgerwoningen. Woningen komen wel verspreid voor in de andere delen van het buitengebied. Ze zijn vooral gelegen op de oeverwallen, op de hoger gelegen zandgronden en langs de uitvalswegen rond de kernen. Dit is typerend voor onderhavig plangebied dat gelegen is op zowel een oeverwal als een dekzandrand. Het buitengebied heeft geen volkshuisvestelijke opgave. Uitgangspunt is dat nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. Wonen is in beginsel een stedelijke functie en hoort in de stad Oss en de andere kernen van de gemeente thuis. Bovendien kunnen (burger) woningen in het buitengebied een belemmering vormen voor de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Nieuwbouw van woningen kan alleen binnen bebouwingsconcentraties. Naast nieuwbouw, kunnen ook burgerwoningen ontstaan door omschakeling, bijvoorbeeld van een voormalige agrarische bedrijfswoning. Wonen kan zo bijdragen aan de vitaliteit en de leefbaarheid van het buitengebied. In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van een nieuwe woning in een bebouwingsconcentratie. De ontwikkeling wordt gerealiseerd in lijn met het beleid.

De mogelijkheden voor toevoeging van nieuwe woningen moeten ook in relatie tot de totale woningbouwbehoefte en – programmering worden gezien/ in afstemming met portefeuillemanagement wonen. In paragrafen 4.4.3/ 4.4.4 wordt hierop verder ingegaan. Het initiatief sluit aan bij de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015. 4.4.3 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. In 2022 is daar met de Woonagenda 2022-2024 een actualisatie op gemaakt. De Woonagenda 2022-2024 geeft richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren en borduurt voort op de Woonvisie van 2020. Zo wordt uitvoering gegeven aan vier ambities: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht.

Uitgangspunt is dat wonen geen kernfunctie is voor het buitengebied. Het toevoegen van een enkele woning is op zich voorstelbaar als dat onderdeel is van andere ontwikkelingen met een duidelijke ruimtelijke-functionele of maatschappelijke meerwaarde-ontwikkeling. Bijvoorbeeld sanering van agrarische bedrijvigheid of oplossen van andere belemmeringen. Dit is in onderhavige situatie aan de orde, omdat door de oprichting van een nieuwe woning een agrarisch bedrijf – op een niet duurzame locatie - kan worden gesaneerd. 4.4.4 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie 2020. Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 26 van 68 25 januari 2025

prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen uitvoerig geactualiseerd en deze wordt jaarlijks bijgesteld. Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte en ontwikkelingen. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van de woningbouwprogrammering zijn: -

-

-

-

-

-

Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus. PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen gezien de grote tekorten op de woningmarkt. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen.

De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen. Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone Oss-Berghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid. De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente.

Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn,

1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale

Woningmarktonderzoek (2019).

Rijnstraat ong. en 18 Herpen – 2024, pag. 27 van 68 25 januari 2025

globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies. Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw aan Rijnstraat ong. in Herpen vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en zoals voorgeschreven vanuit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (zie paragraaf 4.1.2.). De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een nieuwe woning (Rijnstraat ong.). De nieuwe woning wordt toegevoegd aan de gemeentelijke woningvoorraad. Het betreft met deze ontwikkeling daarmee het toevoegen van één nieuwe woning aan de totale woningvoorraad van de gemeente Oss.

De toevoeging van een enkele burgerwoning is vanuit het beleid voor wonen toelaatbaar indien het onderdeel uitmaakt van een ruimtelijke of maatschappelijke meerwaarde-ontwikkeling in het buitengebied. Dit is in onderhavige situatie aan de orde, omdat door de oprichting van een nieuwe woning een agrarisch bedrijf – op een niet duurzame locatie - kan worden gesaneerd. Uit jurisprudentie blijkt dat de toevoeging van een zeer beperkt aantal woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling is in de zin van Bro artikel 3.1.6 lid 2. Een verantwoording volgens de Ladder voor Duurzame verstedelijking is niet nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=254da44e-3fc0-48d6-b89b-c4139b25c672