CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

A Opzet Stadjes en Kernen achtergronden vragen en stellingen.DOCX

Opiniecommissie Ruimte 9 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: Gespreksnotitie Stadjes en Kernen10.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Bijlage A

Achtergronden, vragen en stellingen

Stadjes & Kernen

27 oktober 2021 Voor evaluatie in de raadswerkgroep

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

2

Leeswijzer: Voor de Omgevingsvisie gaan we in gesprek over de fysieke leefomgeving, ook in onze stadjes en kernen. Op basis van die gesprekken maken we onder meer een ebiedsvisie op stadjes en kernen. Samen met de gebiedsvisies op het buitengebied en het stedelijke gebied wordt dit de basis voor onze Omgevingsvisie. We hebben een gespreksnotitie gemaakt, met daarin de onderwerpen die we willen bespreken. In deze bijlage gaan we dieper in op de onderwerpen, met achtergronden, stellingen, vragen en dilemma’s. Hij is bedoeld voor collega’s, voor ons netwerk en voor geïnteresseerden die dieper op de inhoud willen ingaan. Dit is nog geen beleid en zeker nog geen visie. Het is een uitnodiging om te reageren. De gespreksnotitie geeft de onderwerpen die een plek krijgen in de visie. Deze bijlage verkent die onderwerpen, met achtergronden, vragen, stellingen en dilemma’s. Het doel is het ophalen van creatieve ideeën, opmerkingen en tegengeluiden bij collega’s in een klankbordgroep en bij ons externe netwerk en geïnteresseerden. We spreken over deze onderwerpen in april ook met groepen bewoners. De informatie in deze notitie is te veel en soms te specifiek voor het gesprek met hen. Zij krijgen eigen vragen en een eigen opzet van de gesprekken.

Achtergrond: Leefbaarheid van de stadjes en kernen en de opgaven waar gemeenten voor staan; wat kan de leefomgeving daaraan bijdrage en wat is de rol van de gemeente en inwoners? We voegen drie visies (ook die van het stedelijk en landelijk gebied), later samen tot een integrale Omgevingsvisie. Deze wordt de basis voor het Osse beleid, voor programma’s en projecten, vergunningen, subsidies en alle andere manieren waarop de gemeente invloed kan hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. We zoeken overal naar een goede balans tussen beschermen wat we willen behouden en mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. We mogen daarbij verschil maken tussen de kernen. Daarvoor is goede vakkennis nodig, maar ook kennis van het gebied. En dus reacties van verschillende groepen! Waar is dit document op gebaseerd? Deze bijlage is tot stand gekomen uit verschillende gesprekken met datzelfde netwerk en tientallen documenten met achtergronden en beleid. Ook zijn we de stadjes en kernen in gegaan. We hebben gesproken met andere participanten in ons netwerk. We hebben een kleine honderd mensen gesproken en ruim vijf uur aan ruw filmmateriaal verzameld en Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

3

deels al in deze bijlage verwerkt onder de titel in ‘geluiden van de straat’. In bijlage B staan alle hoofdlijnen en de input per kern. Betekent een nieuwe visie dat alles op zijn kop gaat? We kregen vaak de vraag: ‘Gaat nu alles op de schop?’ Nee, dat is niet de bedoeling. Als beleid goed werkt, gaan we het zo nodig inpassen. We willen wel tegenstrijdigheden weghalen en verschillen per gebied mogelijk maken. We gebruiken de visies wel om de grote ‘veranderopgaven’ rond bijvoorbeeld wonen, ontmoeten, gezondheid, klimaat, en sociale samenhang aan te pakken en om te zien of we voor de samenleving de goede accenten leggen. Maar het voornaamste doel is verstandig gebruik en beheer van de leefomgeving. Veel maatregelen zijn lokaal, landelijk of op andere plekken (bijvoorbeeld in andere gebiedsvisies) al in gang gezet. We concentreren ons in de visie op de leefomgeving in de Osse kernen en zaken waar de gemeente verantwoordelijk voor is of grote invloed op heeft. Kijk ook vooral waar nog keuzes mogelijk zijn? Zaken waar de politiek of bestuur een keuze in gemaakt heeft, stellen we in de gebiedsvisie niet opnieuw ter discussie. Als iets geen probleem is, doen we dat ook niet. Veel grote opgaven rond duurzaamheid (zoals energie) pakken we aan vanuit ander (of bestaand) beleid of vertalen we naar de Osse kernen. We bekijken de opgaven thematisch.

De thema’s gaan van dichtbij (wonen, werken) naar wat verder weg (landschap, cultuur). We leggen daarbij accenten op leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid. Hoewel veel zaken met elkaar samenhangen hoef je niet de hele notitie te lezen om er iets van te vinden. Kies de onderwerpen waar je wat over wilt zeggen en reageer. Neem een standpunt in bij dilemma’s, denk creatief over wat we in de kernen kunnen doen voor gezonde, uitnodigende en leefbare kernen. Het projectteam, Ellen Neelen, Edwin van der Velden, Arjan Straathof, Melanie van Erp, Judith van Berkel, Eva Verlouw en Willem van den Elzen.

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

4

Inleiding: Welke grote lijnen zien we? Het college vraagt een visie op algemene kwaliteiten, op vitaliteit, aantrekkelijk wonen, duurzame energie, voorzieningen, ontsluiting, erfgoed en de relatie met het buitengebied. De basis zijn de nationale en provinciale omgevingsvisies Novi en Povi. In de gespreksnotitie legt het college drie accenten: •

Leefbaarheid is de gebruiks- en belevingswaarde van een kern; de waardering van een leef- en woonomgeving, geschikt om te wonen en werken. Ieder heeft daarvan een eigen definitie, dus moeten we dit ophalen bij verschillende gebruikers van de leefomgeving. Maar denk aan prettig wonen, een veilige omgeving, voldoende voorzieningen, bereikbaar en een gevoel van ‘thuis’ in je dorp of stadje.

•

Ontmoeten, ook fysiek, bleek tijdens corona weer eens een eerste levensbehoefte. We stimuleren dat dorpsgenoten elkaar zien en samen zaken oppakken; in de fysieke ruimte, maar mogelijk ook mantelzorg of bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. We clusteren voorzieningen en maken de leefomgeving aantrekkelijk.

•

Gezondheid: de manieren waarop de leefomgeving bewegen, contact, gezondheidsvoorzieningen, milieu, zingeving en dergelijke kan ondersteunen. Dat is een veilige en uitnodigende omgeving, waarin mensen gezonde keuzes kunnen maken.

Hoofdkernen, dorpse en landelijke kernen: De stadjes en kernen in Oss kunnen we verdelen in clusters van hoofdkernen met dorpse en landelijke kernen er omheen. Deze clusters komen vooral voort uit de voormalige gemeenten die door herindeling onderdeel van de gemeente Oss zijn geworden. Op alfabet: Geffen; Herpen met Overlangel, Neerloon, Neerlangel, Keent en Koolwijk; Lith met Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Teeffelen en ’t Wild; Megen met Haren en Macharen en tot slot Ravenstein met DeursenDennenburg, Dieden, Demen en Huisseling. De verschillen tussen de (soorten) kernen zijn belangrijk voor de inwoners, horen we in gesprekken. Later, in de visie gaan we dieper in op de verschillen. Maar voor nu: de dorpen en stadjes zijn ontstaan op logische plekken in het landschap (zoals een hoge en droge ligging) en uit praktische en politieke overwegingen (aan de Maas en als verdediging). Dat geeft ze elk eigen karakters. De hoofdkernen hebben ook voorzieningen voor de omliggende kleinere kernen, zoals scholen en sportvelden. In die hoofdkernen is meer ruimte voor woningbouw. De landelijke kernen hebben veel open ruimte, en ze gaan soms langzaam over in de omgeving. De bewoners koesteren deze ruimtelijke kwaliteit. De dorpse kernen zitten hier tussenin. Ze hebben wel vaak een duidelijke scheiding tussen dorp en platteland. Verderop meer over de verschillen.

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

5

Vergrijzing: we zien in de Osse kernen (net als op veel plekken in Nederland) een toename van het aantal ouderen. Er zijn zo’n 15% meer 65-plussers dan in 2015 in nagenoeg alle kernen. De sterkste toename van het aantal ouderen zagen we in Macharen en Oijen, een toename van 45%. In Demen, Deursen-Dennenburg en Teeffelen daalde het aantal ouderen.1

Ook het relatieve aantal ouderen in de dorpen groeit, van 16% rond 2011 naar 20% nu. Komende tien jaar zal dat waarschijnlijk stijgen naar 23,5%. Vergrijzing betekent vaak minder mobiel, meer (mantel)zorg nodig, levenservaring, vrije tijd etc. Dus: aanpassing van de woonomgeving (seniorenwoningen), van de voorzieningen (toegankelijkheid, afstand, aard), mobiliteit etc. Het zorgt ook voor sociale vraagstukken, zoals zelfstandigheid, sociale contacten en de vraag: kun je blijven wonen in je vertrouwde dorp? Ontgroening: Veel jongeren trekken weg uit de dorpen, voor studie, werk en vaak ook om een gezin te stichten, horen we in straatinterviews. De bevolkingscijfers laten zien dat dat dat alleen geldt voor de kleinere kernen. In Demen, Haren, Huisseling, Macharen, Neerlangel en Teeffelen daalde het aantal 20-30 jarigen sinds 2015. In Lithoijen en Ravenstein bleef het aantal nagenoeg gelijk. In alle andere kernen nam het aantal toe. Tussen 2015 en 2021 nam het aantal 20-30 jarigen in de kernen licht toe, van 10,3% naar 10,5%, maar volgens de prognoses zal het afnemen naar 10% in 2030.

1

https://ossstat.buurtmonitor.nl/jive?workspace_guid=17f1d8a4-ec0f-40de-a49a-0ef42b1de739 Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

6

Als jongeren vertrekken is dat soms vrijwillig, voor studie of werk. In straatinterviews horen we ook: door gebrek aan betaalbare woningen. Als jongeren hun gezin stichten op een andere plek, heeft dat gevolgen voor de leeftijdsopbouw van een dorp maar ook voor scholen, verenigingen (te weinig leden voor een voetbalelftal), winkels (klandizie), mobiliteit (auto, OV), zorg (mantelzorg, kinderopvang) erfgoed (exploitatie gebouwen) etc. Geluiden van de straat: man verhuist naar Berghem Man uit Haren is bijna 29 jaar geleden geboren ‘aan de overkant van de straat’ en vond het hier leuk om hier op te groeien. Hij kon altijd spelen met vriendjes, altijd lekker dichtbij, voetballen, buiten spelen, hoefde zich nooit te vervelen. Familie en vrienden wonen hier. Wel het gevoel dat Haren aan het vergrijzen is, oudere mensen, met respect. Houden huizen bezet, maar je kunt ze niet wegjagen. Hij mist betaalbare woningen voor starters hier, daarom gaat hij naar Berghem verhuizen. De dorpen zijn weer in trek2. We zien dat ook in Oss. Van buiten Oss kwamen in 2020 1262 mensen in een van de kernen wonen, terwijl er 1090 vertrokken, een positief saldo van 172 dus. In 2015 was die groei 25 inwoners. Ze komen voor het grootste deel uit de eigen regio.

Vanuit de stad Oss trokken in 2020 170 meer mensen naar de Osse kernen dan omgekeerd.3 Wie trekken er naar de dorpen? Wat doen we met de toeloop? Wat betekent dat voor voorzieningen, woningen voor de eigen jeugd, verenigingen, karakter dorp? Ontmoeten: de leefomgeving is de laatste halve eeuw veel groter geworden, door de toegenomen mobiliteit en digitale middelen. De behoefte om mensen echt te ontmoeten is niet minder geworden, horen we. Daar moeten we in de leefomgeving rekening mee houden, bijvoorbeeld door veel gelegenheden voor ontmoetingen te maken. Van winkels tot dorpspleinen, plekken die uitnodigen voor een gesprek, tot het bezit van een hond.4 Woonvormen kunnen daar ook aan bijdragen, bijvoorbeeld met gezamenlijke tuinen. Maar we horen ook dat mensen naar de dorpen komen voor rust en graag in hun eigen afgesloten wereld vertoeven. Klopt dat? En wat betekent dat voor de sociale samenhang?

Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 https://www.brabant.nl//media/12a77e85ba1f423592d6a7910a266ba0.pdf 3 Ongeveer de helft van de 680 mensen die van stad Oss naar de Osse kernen gaat, verhuist overigens naar Berghem, dat voor de gebiedsvisies bij het stedelijk gebied hoort. 4 Hondenbezitters lopen gemiddeld drie keer per dag een ronde en komen daar dorpsgenoten tegen. Mogelijk zijn daar voorzieningen voor nodig, zoals hondentoiletten en uitloopvelden, die ook ontmoetingsplekken kunnen zijn. 2

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

7

Mooie leefomgeving: Een opvallende uitspraak: ‘mensen van buiten zeggen dat het hier zo mooi is… Voor ons is het gewoon.’ Mensen die opgroeien in de karakteristieke vestingstadjes Ravenstein of Megen of in een van de groene, landelijke kernen, vinden hun woonomgeving vanzelfsprekend. Het zijn vaak buitenstaanders die de schoonheid van de omgeving en het rijke verenigingsleven zien. In straatinterviews geeft een groot aantal als kwaliteit: de rust. En vaak nemen ze het gebrek aan voorzieningen dan voor lief. Voor het woongenot is het belangrijk dat de ruimtelijke kwaliteit van de kernen behouden blijft, schrijft ook de provincie in de genoemde Voortgangsrapportage. Ook belangrijk is het milieu: bodemkwaliteit, veilige en gezonde bedrijven, geen geluid- en geurhinder. Klimaat: Veel Osse kernen liggen dicht tegen de rivier of uiterwaarden. Welke (dorps)activiteiten kunnen we daar toestaan. Onder welke voorwaarden is wonen daar veilig? En ondernemen? Als er zicht is op de risico’s en alternatieven, kunnen we dan de uiterwaarden toch gebruiken voor (waterbestendig) wonen en (flexibel) werken? Liggen daar extra kansen voor bijvoorbeeld recreatie? Naast water hebben we ook te maken met extreme storm, verdroging en hitte. Bestendige woonwijken zijn volgens de provincie: groen, duurzaam, hebben ruimte voor water en ze kunnen zich aanpassen aan het veranderende klimaat.

Energie: we kunnen de huidige energiegewoonten (verbruik én fossiel) niet volhouden. Maar nieuwe manieren hebben soms grote gevolgen voor de mensen in de stadjes en kernen. Hoe maken we bijvoorbeeld de grote omslag naar groene energie en minder uitstoot in een omgeving waar de auto een eerste levensbehoefte lijkt… Kunnen bewoners profiteren van grotere energieprojecten? Deze en andere vragen stellen we de komende jaren aan ons netwerk (en aan onze bewoners).

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

8

De inhoudelijke thema’s

Wonen en ondernemen: schaarste en ruimte

10

Voorzieningen in de woonwijk

18

Mobiliteit: blijft de auto de dorpen domineren?

28

Klimaat: welk water willen we in een dorp?

31

Energie: meebeslissen en meeprofiteren

33

Milieu: natuur, grondstoffen, ecologie…

34

Landschap, cultuur, historie, vrije tijd

36

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

9

Wonen en ondernemen: schaarste en ruimte De Osse bevolking groeit volgens de huidige prognoses (dus exclusief de woningbouwplannen die in ontwikkeling zijn) van 92.700 inwoners in mei 2021 naar 95.000 in 2030. In aantal is dat niet groot. Maar in aard wel. Bijna een kwart zal 65 of ouder zijn.5 Nu is dat ongeveer 20% in heel Oss. Ook 20% is jonger dan 20, dat zal mogelijk dalen. Daar moeten we rekening mee houden. Herpen heeft een wat oudere bevolking (23%) en Herpen en Ravenstein hebben het grootste aantal alleenstaanden (bijna een kwart). Ossenaren wonen vaker in kleine huishoudens. Het aandeel eenpersoonshuishoudens groeide tussen 2010 en 2019 van 27% naar 30% en zal doorgroeien tot 38% in 2030 in stad en kernen. De woningkrapte heeft vooral gevolgen voor de lagere inkomens: weinig keuze. Huurders hebben meer moeite om rond te komen dan mensen met een koophuis. 58% van hen geeft aan te moeten bezuinigen op andere zaken om het wonen te kunnen betalen. Dat betekent dat er meer woningen nodig zijn, vooral betaalbare woningen. Het burgerpanel (april 2021) zet ‘voldoende woningen’ en vooral woningen voor ouderen het hoogst op de lijst.

Woonaanbod: De gemeente heeft een klein overschot aan grote koopwoningen. Dit overschot wordt groter, omdat het aantal gezinnen niet verder zal groeien in de gemeente. De helft van de 65-plussers met een verhuiswens vindt het huis te groot. Er is

5

Bron voor deze alinea: Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

10

in Oss een groot tekort aan betaalbare huurwoningen, huurappartementen en grondgebonden koopwoningen. Honkvast: de meeste Ossenaren zijn tevreden over de woning én over de buurt.6 In de dorpen is die tevredenheid nog groter, van 85% in Lith tot 89% in Ravenstein. 3 tot 4% is ontevreden. Driekwart van alle Ossenaren voelt zich thuis in de buurt en de helft daarvan is vooral gehecht aan de sociale contacten. Daarnaast zorgt het overheidsbeleid rond zorg ervoor dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Dit alles zorgt ervoor dat de krappe woningmarkt weinig in beweging is. Geluiden van de straat: Vrouw verknocht aan Herpen Vrouw (69) geboren in Herpen, na even Gemert alweer 32 jaar in Herpen: ‘Mijn dochter zegt wel eens, da ge niet in Oss komt wonen. Mar ik ben in Herpen gewend. Ik ken daar niemand in Oss.’ Als Ossenaren verhuizen, blijven ze liefst in hun eigen buurt of in ieder geval in de eigen gemeente. Hoe ouder, hoe meer verknocht aan de woonplaats. Als ouderen verhuizen, willen ze kleiner wonen, of naar een complex met een gezamenlijke ruimte of waar zorg dicht in de buurt is. Daarvan is er in Oss weinig beschikbaar (zo’n 3%).7 Starters: Jongeren die vanuit het ouderlijk huis zelfstandig willen gaan wonen) willen vooral verhuizen omdat ze zelfstandig willen wonen, ouderen vanwege de gezondheid of zorg. Vooral in Lith en Herpen zoeken starters een woning.

In Geffen en Megen is dat het minst. Starters zoeken een woning met parkeergelegenheid en winkels voor de dagelijkse boodschappen. Het aantal starters dat in Oss wil blijven wonen is vooral in de kernen Lith (89%) en Megen (84%) groot. In Ravenstein is dat het minst: 55%. 1. Meer geschikte woningen Belangrijkste knelpunt vaak is het aantal woningen. En dan betaalbare woningen voor starters en vooral de levensloopbestendige en kleinere woningen voor aanstaande senioren. De oplossing is simpel: bouwen, bouwen, bouwen… Maar als 6 7

Bron: Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019 Bron: Context Wonen voor de gebiedsvisie Stadjes en Kernen O&S, aug 2021 Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

11

je inwoners van de (grote én kleine) kernen vraagt wat ze mooi vinden aan hun woonomgeving, zegt bijna iedereen: het karakter van de kern. En dat is het eerste dat verandert, als je flink gaat bouwen. Er is dus een balans nodig tussen wonen en andere waarden. Stelling: •

In de grote kernen Ravenstein, Geffen, Megen, Lith en Herpen is meer ruimte voor woningbouw. Zij kunnen daarmee bijdragen aan de vraag naar woningen in de hele gemeente, ook in de kleinere kernen.

•

Die kleinere kernen willen we niet laten groeien. Vraag:

•

Woningbouw in een kleine kern tast bijna altijd het karakter ervan aan, zoals de traditionele vorm of het open karakter ervan. Hoe kunnen we bouwen en toch het karakter van de kernen behouden?

Wat betekent de zorg voor seniorenwoningen? We hebben te maken met een dubbele vergrijzing: een groeiend aantal ouderen die elk ook nog eens ouder worden. Het aantal mantelzorgers neemt af. En er is geen voorziening meer tussen thuis wonen en het verpleeghuis. Najaar 2021 start de gemeente een onderzoek naar de gevolgen voor onder meer de passende woningvoorraad en ‘nuldelijns’ voorzieningen. Dat wil zeggen: alles wat preventief is, zoals ontmoetingsvoorzieningen in dorpshuizen, welzijnswerk of vrijwilligers. Het effect is grotere zelfstandigheid en een lager beroep op geïndiceerde en dus duurdere (en steeds minder beschikbare) zorg. Maar ook druk op de woningen. De meeste senioren willen in de eigen woning blijven wonen (vooral in Lith en Megen), maar ongeveer de helft geeft aan te moeten verhuizen als de gezondheid achteruit gaat, vooral de mensen in de kernen (en dan vooral in cluster Lith). Meer nog dan de starters (70%) en jongere doorstromers (mensen met een woning die willen verhuizen) tot 65 (72%) willen de 65-plussers in Oss blijven wonen: 82%, vaak dicht in de buurt van een centrum en voorzieningen.8 Het grootste deel van alle doorstromers wil in de eigen buurt blijven. Dilemma:

Bron: Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019 Overigens willen ook andere doelgroepen dicht bij voorzieningen wonen, maar zonder hoogbouw is dat niet mogelijk. 8

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

12

•

Willen we in elke kern alle zorg aanbieden, of zorgen we voor voldoende seniorenwoningen op plekken waar zorg dichtbij is en meer ruimte voor woningen?

•

En accepteren we dan dat ouderen moeten verhuizen als ze zwaardere zorg nodig hebben?

Starterswoningen, vooral voor eigen jeugd Door de krapte en stijgende huur- en woningprijzen is het voor de starters erg moeilijk om een huis te vinden. Het percentage eenpersoonshuishoudens was ook in Oss nog nooit zo hoog. De woningen in Nederland zijn groot, in veel Osse kernen nog veel groter. Woningkrapte belemmert ook de doorstroom. 70% van de Osse starters (en 75% van de doorstromers) wil in Oss blijven wonen. Vooral in Megen en Lith is dat. Ravensteiners willen ook buiten de gemeente wonen. Wonen in de kernen is voor starters bijna niet mogelijk. Geluiden van de straat: Jezelf zijn in Neerloon Een knul van 16 komt uit Overlangel, woont nu in Neerloon: ‘Neerloon is rust, meer is ’t ook nie... Een paar weilanden me wa huizen erop!’ En dat bevalt hem wel. ‘Je kunt zoveel herrie maken als je wil.’ Als het te rustig is gaat hij wel naar zijn vrienden in andere dorpen.

Bron: Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019

60% van starters (en 65% van de doorstromers) heeft interesse in bijzondere woonvormen, zoals zelfbouw op een kavel (vooral voor startende gezinnen) of wonen in een verbouwd kantoor, klooster of ander pand (vaak bij de eenpersoonshuishoudens).9 Mensen met een inkomen tot 2200 euro geven vaker aan dat ze in een verbouwd pand

9

Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019 Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

13

willen wonen. Maar dat is ook de groep die aangeeft geen voorkeur voor kopen of huren te hebben. Ze willen gewoon een betaalbare woning. Vraag: •

Welke mogelijkheden heeft een gemeente om starters met een sociale binding een betaalbare woning te bieden?

•

Zijn er andere manieren om meer woonruimte te creëren? Kan een gemeente stimuleren dat er meer mensen in een huis wonen, bijvoorbeeld door splitsen mogelijk te maken?

Import: De vaak wat rijkere en oudere mensen die naar de dorpen komen voor een rustige omgeving, zijn meestal een waardevolle aanvulling. Velen hebben eigen expertise en tijd en zin om zich in te zetten voor een algemeen belang (zoals een vereniging, erfgoed of de omgeving). Ze zijn soms handig in het voor-elkaar-krijgen: een subsidie vinden. Maar soms botsen belangen, bijvoorbeeld als ze bezwaar hebben tegen een terras dat een gemeenschapshuis rendabel kan houden of een toeristenvoorzieningen. Ze hebben een minder lange band met de rest van het dorp. Bovendien kunnen ze vaak woningen kopen waar ook de eigen jeugd op aast. Vragen: •

Hoe zorgen dat er meer woningen komen voor eigen starters? Dat ze ook beschikbaar blijven voor starters?

•

Welke ruimte bieden we er voor eigen initiatief (zelfbouw, splitsing kavels)? Dilemma:

•

Als er grote vraag is, willen we dan het karakter van de kernen behouden of voldoende woningen bouwen?

•

Willen we eigen plekken voor ouderen of mengen we jong en oud en andere functies? 2. Ondernemen in de grotere kernen

Er zijn bedrijventerreinen in de hoofdkernen Geffen (De Doelen), Lith (Het Wargaren) en Ravenstein (De Kolk en Langakker). Tussen Ravenstein en Herpen ligt De Bulk. Verder is er een klein cluster van bedrijven aan de Houtstraat in Megen. In de kernen hebben verder lokale ondernemers met een bedrijfje of beroep aan huis. Soms groeien succesvolle bedrijven uit hun jasje, zoals vleesbedrijf Zwiers op Het Wargaren en de Plintenfabriek op De Bulk. Verhuizen betekent kosten en verder reizen,

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

14

verhuizen of solliciteren voor het personeel. Bovendien is er dan minder ruimte voor andere lokale ondernemers op de kleine bedrijventerreinen. Stelling: •

Hoofdkernen Ravenstein, Geffen en Herpen liggen dichter bij de snelweg dan Megen en Lith. Hier moet meer ruimte zijn voor ondernemerschap dat van vervoer afhankelijk is.

•

We willen in de kernen de industrieterreinen niet laten groeien. Daar is in de stad Oss voldoende plek voor. Vraag:

•

Hoe bieden we ruimte aan bedrijven die te klein zijn voor een bedrijventerrein maar te groot voor een aan huis gebonden beroep? Bedrijfsverzamelgebouwen? Woon-werkkavels? 3. Ondernemen en werken in de kleine kernen

We kunnen meer tijd- en plaats-onafhankelijk werken. Dat betekent dat bedrijfjes zich ook makkelijker in kleine kernen kunnen vestigen. Ook in kleine gezamenlijke dorpskantoren. Er zijn minder reisbewegingen, maar er is ook een andere infrastructuur nodig (meer ontmoeten; betere digitale middelen, extra parkeergelegenheid in de kernen). Dat betekent wat voor lokale werkgelegenheid (schoonmaak en onderhoud moeten wel op locatie plaatsvinden). En als internetbedrijven de huiskamer ontgroeien en dagelijkse distributie in de avonduren groter wordt… Vraag: •

Willen we extra kleine bedrijvigheid in de kleine kernen mogelijk maken?

•

Waarmee moeten we rekening houden? Hoe kunnen we de nadelen zoveel mogelijk in de hand houden?

•

Willen we werk vooral in de hoofdkernen, zoals Geffen, Megen en Ravenstein? Of ook in dorpse kernen? Wat betekent dat voor infrastructuur? 4. Ondernemen: ruimte voor toerisme?

Vooral op de noordelijke Oeverwal van de Maas is toerisme een item dat veel aandacht vraagt. Toerisme is vooral een bedrijfsactiviteit (in tegenstelling tot recreatie, dat vooral met leefbaarheid te maken heeft). Net als landbouw is het een bedrijfstak met een sterke lobby en als het grootschalig wordt, heeft het een grote impact op de leefomgeving: verkeer op de dijken, drukte in natuurgebieden. Maar ook kansen voor ondernemers, Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

15

voor herbestemming en rendabel maken van belangrijke gebouwen en erfgoed. Zoals Ravenstein zei bij de Voorzieningenkaart, in april 2015: ‘we willen geen Heusden worden, maar ook geen slaapstad.’ Toerisme (en ‘reuring’) op de goede locaties, draagt ook bij aan de recreatie en dus leefbaarheid van een kern. Vooral in de kern Ravenstein noemden jongeren het ontbreken van een kroeg als gemis. Stelling: •

Toerisme is niet alleen van belang voor bedrijven die van toerisme leven, maar ook voor de uitstraling en leefbaarheid.

•

Negatieve gevolgen van toerisme voor de leefbaarheid, zoals seizoensgebonden drukte, zijn onvoldoende meegenomen. Vraag:

•

Ravenstein en Megen zijn prachtig, ook voor mensen van buiten. Willen we hier toeristische trekpleisters van maken?

•

Concentreren we toerisme in Ravenstein, dat daar in de voorzieningenkaarten naar vroeg?

•

De Osse Maasdijk is aantrekkelijk voor recreatie en toerisme, maar de bewoners van de dorpen geven aan dat ze zich daar wel steeds vaker aan storen, bijvoorbeeld aan druk of te snel verkeer. Houden we de dijken vooral voor lokaal recreatief gebruik? Wat betekent dat voor de ontsluiting? En voor toerisme? En spelen er nog andere belangen?

5. Huisvesting van arbeidsmigranten We zien her en der in de kernen woningen en soms loodsen voor (al dan niet tijdelijke) arbeidsmigranten. Afgezien van het recht van iedereen op een fatsoenlijke woning, geeft het soms ook onrust of overlast. Vraag: •

Is dit herkenbaar?

•

Hoe zorgen we voor voldoende woonruimte voor arbeidsmigranten? Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

16

•

Is het een probleem dat we aan kunnen pakken met een gebiedsvisie?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

17

6. Voorzieningen: vasthouden wat echt nodig is We leven in een grote, drukke digitale wereld. Corona heeft nog eens onderstreept hoe belangrijk fysiek contact is, en contact met buren. Vooral voor jongste en oudste bewoners is lokaal contact vaak belangrijk. Als je inwoners vraagt wat ze waarderen in hun dorp, is het vooral het sociale en de verenigingen. Tijdens straatinterviews gaat regelmatig de hand omhoog voor een groet aan een dorpsgenoot. De dorpen trekken meer mensen.10 Door digitale middelen kan dat ook. Hoewel ze voor de rust komen en het groen er waarderen, geven ze vaak aan dat ze voorzieningen missen. En dat je in een dorp niet zonder auto kunt. Belangrijk voor leefbaarheid is: prettige woonomgeving, veiligheid, en voorzieningen voor ontmoeten, gezondheid en dagelijks leven, zoals winkels. Uitgangspunt is om in elk cluster een goed functionerend sociaal en economisch voorzieningenniveau in stand te houden. Voor levende kernen. Wat is er nodig? Hoe bereiken we dat? Stelling: •

Om de leefbaarheid in elk cluster te garanderen, concentreren we voorzieningen in de hoofdkernen. Daar is dan ook meer woningbouw mogelijk. 7. Jonge mensen kiezen voor een kleine kern

Terwijl voorzieningen verdwijnen kiezen meer jonge mensen voor kleinere kernen (Brabants Dagblad 22 7 21, zie ook de genoemde Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021). Vraag: •

Betekent dat dat mensen in kleine kernen willen wonen ondanks het verdwijnen van de voorzieningen?

•

Welke basisvoorzieningen moeten in elk cluster van kernen behouden worden en waarvoor kunnen mensen prima naar het stedelijk gebied?

•

De hoofdkernen hebben vaak meer mogelijkheden voor bouwen. Betekent dat dat ze ook betere voorzieningen nodig hebben en daarmee ook de omliggende kernen bedienen?

Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage 2020/2021 https://www.brabant.nl//media/12a77e85ba1f423592d6a7910a266ba0.pdf 10

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

18

Voorzieningen in de woonwijk Op diverse plekken zien we dat de directe woonomgeving van de inwoners belangrijk is. Burgerpanel, april 2021: Hoe gebruiken de respondenten hun omgeving? Een praatje maken op straat (88% in de dorpen is dat zelfs 92%), dagelijkse boodschappen (78%), een bezoek aan een gezondheidspraktijk (73%), wandelen of hond uitlaten (69%).

Voorbeeld: De Stamtafel Geffen11 is een groep mensen die het wel en wee van Geffen bespreken in café Govers na de Hoogmis. Ze gaf in een visie aan dat het dorpsplein saai is en maakt daarmee duidelijk wat we ook op andere plekken horen: het is belangrijk dat het dorp mooi is en een centrale plek heeft.

De leefomgeving is ‘schoon, heel en veilig’, klimaatbestendig en groen. We willen dat de omgeving uitnodigt om te bewegen en mensen te ontmoeten. Oss heeft sinds tien jaar een wat soberder beheer.12 Daarnaast doen we aan ecologisch beheer, bijvoorbeeld maaien als dat minder schadelijk is voor vogels en bijen, en milieuvriendelijke onkruidbestrijding.13 Over het algemeen zijn inwoners nog altijd erg tevreden over openbare ruimte. In de kinderrijke wijken missen bewoners van met name Haren en Lith de speeltuintjes, horen we in straatinterviews. In de stadjes en kernen kunnen en willen inwoners meer zelf doen om die omgeving mooi te houden. Als er een klacht binnenkomt, bijvoorbeeld over maaien, is een korte toelichting op het beleid meestal voldoende. We willen daarom meer proactief communiceren en bewoners nog wat beter betrekken bij het beheer. Ze vragen daarvoor wel een grotere invloed terug. Stelling: •

De dorpen hebben vaak grote tuinen, met elk eigen speeltoestellen. De gemeente moet zorgen voor één centraal speelveld in de dorpse kernen en niet meer in elke wijk een speeltoestel zetten. Vraag:

•

We neigen naar eigen bubbels. Hoe kan de omgeving uit nodigen om verschillende mensen bij elkaar te brengen?

https://www.geffen.nl/agenda/stamtafel-21 Hoofdlijnen beleid beheer openbare ruimte zijn te vinden op: https://www.oss.nl/RIBOR/4_groen_water_en_ecologie/4_1_groenvoorziening/4-1-1-algemeen_beleid.htm. 13 Het huidige Groenbeleidsplan is geldig tot en met 2022. 11 12

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

19

1. Eigen karakter, keuzevrijheid en ‘verrommeling’ Inwoners waarderen hun eigen kern, zo blijkt uit onder meer de straatinterviews. Ook de eigenheid ervan. Er is meestal een gezonde rivaliteit tussen de dorpen. Ook het uiterlijk van de kern is belangrijk voor de leefbaarheid. De Stamtafel Geffen vraagt aandacht voor ‘verrommeling’. Een herkenbare omgeving zorgt er mede voor dat we ons thuis voelen. Gemeente Oss heeft daarom aandacht voor uniformiteit, om een eenheid te creëren in de hele gemeente. Vraag: •

Hoe kunnen we het karakter van het dorp of bepaalde straten koesteren? Dilemma:

•

Meer keuze voor elke kern en zelf elke straat op verhoogt het risico van versnippering, hogere kosten en discussie over wie uiteindelijk beslist. Maar het geeft ook meer eigenheid aan elke woonomgeving. Wat vinden we belangrijker, wat meer uniformiteit of eigen keuze? 2. Wat is nodig? Speelvoorzieningen in de kernen

Speelplekken voor kinderen kunnen ook ontmoetingsplekken voor ouders en ouderen zijn. Centrale beweegparkjes, groen en verkeersluw. Met speeltoestellen, maar bijvoorbeeld ook eenvoudige en duurzame fitnessapparaten en een jeu-de-boules baantje. Dit is geen pleidooi voor fitnessapparaten, maar voor het bij elkaar brengen van voorzieningen en dus mensen. Vraag: •

Gaan mensen deze centrale plekken gebruiken?

•

Kunnen we de faciliteiten centreren? 3. Wat is nodig? Eigen plek jongeren

Jongeren zijn vaak een speciale groep als het om ontmoeten gaat. Terwijl veel andere generaties graag mixen, zoeken jongeren graag leeftijdgenoten op. Daar zijn biologische verklaringen voor. Maar hangplekken en activiteiten van jongeren zorgen soms ook voor overlast. Vraag: •

Waaraan moet een goede ontmoetingsplek voor jongeren voldoen? Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

20

Burgerpanel, april 2021: Twee derde van de inwoners van de kernen vind buurtfeesten in het eigen dorp belangrijk. Bij de stedelingen is dat nog geen 40% (en 57% van de stedelingen doet daar nooit aan mee).

4. Wat is nodig? Winkels De gemeente beheert geen winkels. Ook heeft een gemeente weinig invloed op waar mensen hun spullen kopen. Maar als we onze inwoners vragen wat ze missen in de kleine kernen, is een van de terugkerende onderwerpen: winkels. Veel mensen kopen spullen online (kleding, tickets, reizen, boeken, elektronica, huishoudelijk, levensmiddelen, maar ook niche-artikelen en tweedehands). Lokale winkels zijn belangrijk voor levensmiddelen en zaken waar we op mispakken. Burgerpanel april 2021: 82% zegt dat de supermarkt tot de belangrijkste voorzieningen hoort. Ruim twee derde van de dorpelingen doet (af en toe?) de boodschappen in de eigen kern!

Kunnen winkeliers in de kernen hun winkels daar nog voor open houden? Winkels zijn ook belangrijk als plek voor ontmoeten en voor leven in een centrum. Een van de geïnterviewden omschreef Megen als ‘het Openluchtmuseum na sluitingstijd’, en dat was zeker ook een compliment voor het uiterlijk en de rust! Dilemma: •

Winkels hebben een grote invloed op het uiterlijk en het leven van een straat. In vestingstadjes en aan beeldbepalende pleinen moeten winkels en bedrijfjes nu passen in het straatbeeld. Dat belemmert mogelijk ook de vestiging. Moeten meer of minder beschermde dorps- en stadsgezichten hebben? Vraag:

•

Welke ruimte geven we aan winkels in de kernen? Willen we een Aldi of Harense Smid in een kleine kern?

•

Als de gemeente een rol heeft: hoe kan de gemeente winkeliers stimuleren om een kern te bedienen?

•

Moet de gemeente in een multifunctioneel gebouw in elke hoofd- of dorpse kern een winkelvoorziening mogelijk maken?

•

Hoe gaan bewoners daar invulling aan geven? Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

21

5. Vastgoed algemeen De gemeente beheert gebouwen voor maatschappelijk gebruik, zoals scholen, sportvelden en gemeenschapshuizen. We zien ook steeds meer ‘steenloos ontmoeten’ of ontmoeten in een café of andere bestaande of particuliere ruimte. Hoe kunnen we het vastgoed slim en efficiënt beheren en een centrale plek laten houden in de leefomgeving? De gemeente ontwikkelt een sociale agenda. Met cijfers en achtergronden brengt de gemeente de brede gezondheid (inclusief gezond en sociaal gedrag) van een gebied in beeld. Dit laat ook zien welke (fysieke) voorzieningen in een kern nodig zijn. Daarover zo meer bij de ‘sociale agenda’. 6. Wat is nodig? Onderwijs: Onderwijs is de basis voor ontwikkeling van de samenleving. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de schoolgebouwen. De kwaliteit van onderwijs is landelijk geregeld, maar scholen hebben ook een taak in het bij elkaar brengen van mensen. Schoollocaties kunnen daar een rol in spelen. De Osse kernen hebben elf basisscholen (Geffen, Lith, Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Megen, Haren, Macharen, Ravenstein, Dennenburg en Herpen). Soms delen ze het gebouw met een bibliotheek of gemeenschapshuis, om te zorgen dat een gebouw zoveel mogelijk opbrengt voor de samenleving en de kosten beheersbaar blijven. Scholen zijn daarmee ook belangrijke ontmoetingsplekken.

Geluiden van de straat: scholier uit Haren, groep 4 Hij mist zijn voortanden, mooi shirt van de Rode Duivels, op de speelplaats van school, bij een springkussen: ‘School is niet leuk, maar de kinderen in de groep wel. Daarmee speelt hij op de speelplaats van school.’ De ontgroening van de kernen betekent dat we regelmatig moeten kijken naar welke scholen moeten fuseren. Een fusie heeft gevolgen voor de dagelijkse reistijd, veiligheid, maar ook voor verenigingen en bijvoorbeeld contacten tussen kinderen na schooltijd. Er zijn naast bedrijfskundige afwegingen landelijke normen om een school al dan niet open te houden. Vraag: •

Wat betekent de ontgroening voor de scholen in de kernen?

•

Als we scholen fuseren, wat betekent dat voor de ouders en kinderen? (Vervoer, sociale samenhang in en tussen de dorpen, verenigingen…?)

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

22

•

Op welke manier kan de leefomgeving helpen om de negatieve gevolgen te beperken en de positieve te benutten?

•

Kan de leefomgeving helpen om onderwijs en andere functies, zoals sport, zorg en ontmoeten, bij elkaar te brengen?

•

Willen we scholen centraal (bijvoorbeeld tussen de kernen) of midden in een kern? 7. Wat is nodig? Sport

Sport is voor sommigen een individueel genoegen, maar heel vaak ook een gezamenlijke activiteit. Sport is dan: ontmoeten, grenzen verleggen, elkaar uitdagen en aanmoedigen, vrijwilligerswerk, een leeromgeving en nog veel meer. Stelling: •

Een gemeente is vooral belangrijk bij gezamenlijk sporten, om de mensen bij elkaar te brengen.

Sporten is ook gezond, ook individueel sporten. En een gezonde bevolking is een algemeen belang. De omgeving kan uitnodigen om te bewegen. Dat kan bijvoorbeeld door autogebruik binnen de dorpen te ontmoedigen en wandelen en fietsen aantrekkelijk te maken. Dilemma: •

Moet een gemeente zich alleen sterk maken voor teamsport of ook mogelijkheden creëren voor individuele sport?

•

Moet een gemeente zich concentreren op jeugd of alle sport en beweging stimuleren?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

23

8. Wat is er nodig? Verenigingen Het aantal leden bij veel verenigingen vermindert. Clubs willen daarom fuseren. (Bijvoorbeeld in Macharen en Oijen tot MOSA, de geplande fusie voetbalclubs Haren en Megen, Ravenstein en Deursen-Dennenburg, verzoek samengaan tennisclub en voetbalclub Herpen, samengaan van korfbal, voetbal en ontmoeten in NeerloonOverlangel-Keent). Stelling: •

Ook voor het ontmoeten tussen de dorpen is het nuttig dat verenigingen elkaar opzoeken. Dilemma:

•

Willen we de accommodaties van verenigingen uit meerdere kernen in één kern houden of zoeken we een plek tussen de kernen in?

Geluiden van de straat: Actieve oudere man uit Herpen Oud ondernemer, zeer actief in het Herpse verenigingsleven. ‘Bij het vakantiewerk zijn bijna net zo veel vrijwilligers als kinderen, dus geen gebrek aan mensen die iets doen voor de gemeenschap.’ 9. Wat is nodig? Voorzieningen zorg en gezondheid De leefomgeving moet gezond zijn: lucht, water, bodem, met zo min mogelijk gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld in het verkeer. Maar gezondheid is meer dan ‘niet ziek zijn’. Het gaat er ook over dat inwoners betrokken zijn bij hun leefomgeving, voldoende bewegen, even tot rust komen op een groene plek vlak bij huis, zich ergens thuis voelen, andere mensen ontmoeten en zingeving & inspiratie halen uit deze ontmoetingen. Het is belangrijk dat de omgeving uitnodigt om je samen met anderen in te zetten voor het behoud en onderhoud van deze omgeving (groen, gemeenschapsopbouw) en dat er veilige, toegankelijke voorzieningen en groene openbare ruimtes zijn voor iedereen. •

Dagelijks functioneren: Afstand tot basisvoorzieningen, bereikbaarheid openbaar vervoer en beloopbaarheid & actief transport.

•

Lichaamsfuncties: Ruimte voor sport en speelplaatsen, Toegankelijke voorzieningen zorg en ondersteuning en Voorzieningen voor specifieke gezondheidsproblematiek.

•

Mentaal welbevinden: Verscheidenheid in woningtypologie, Variatie in leeftijd en Leegstaande bebouwing. Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

24

•

Zingeving: Ruimte voor educatie, Ruimte voor contemplatie en Ruimte voor cultuur.

•

Kwaliteit van leven: Toegang tot gezond voedsel, Groen-water-landschap & natuur en Cultuurhistorische elementen.

•

Sociaal maatschappelijk participeren: Levendige publieke ontmoetingsplekken, Activiteiten op buurtniveau, dagbesteding en Functiemenging, ‘mixed use’.

De ‘dubbele vergrijzing’ (meer ouderen die elk langer leven) heeft het Sociale Domein nog steviger op de politieke en bestuurlijke agenda gezet. Wat betekent de zorg in de kernen voor de fysieke leefomgeving? In Oss woont 2,5% van de ouderen in een zorginstelling. In Nederland is dat 3,8%, anderhalve keer zoveel.14 Burgerpanel 2021: Het meest tevreden over de medische voorzieningen zijn de inwoners van clusters Geffen (88%) en Ravenstein (78%). In Megen (42%) en Lith (34%) is dat het minst.15 Gezonde mensen leveren ook de grootste maatschappelijke bijdrage, zowel in betaald werk als op andere manieren. Nog los van alle ethische vragen is gezondheid dus ook een maatschappelijk en economisch belang. ‘Meedoen’ is op zichzelf ook weer gezond: sociaal, fysiek en mentaal. Daarom investeert een gemeente in een gezonde leefomgeving die op allerlei manieren uitnodigt om mee te doen. Vraag:

14 15

•

Wat is er nodig voor een gezonde en veilige leefomgeving in de kernen?

•

Wat gaat nu niet goed?

•

Hoe kunnen we een gezonde leefstijl stimuleren?

•

Sociaal netwerk: hoe houden we het in stand of breiden we het uit?

•

Hoe stimuleren we ontmoeting?

Context Wonen voor de gebiedsvisie Stadjes en Kernen O&S, aug 2021 Bron: Woonwensenonderzoek Oss O&S ’s-Hertogenbosch nov 2019 Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

25

10. Sociale agenda, clusteren, nieuwe samenwerking Belangrijk voor de leefbaarheid is voldoende voorzieningen. Hoe houden we ze in stand? Welke rol speelt de overheid, van beheer tot mogelijk maken (in plannen, subsidies en ondersteuning)? Hier zien we steeds vaker andere vormen van samenwerking, zoals PPSconstructies, particuliere initiatieven met overheidsparticipatie en regelingen die stimuleren. Dit is een ontwikkeling voor de hele gemeente, maar de invulling in de stadjes en kernen is anders dan in de stad. Vanuit de Sociale Agenda kijken we welke voorzieningen nodig zijn op welke plek. Voorzieningen kunnen gebouwen zijn, maar ook andere vormen aannemen, zoals activiteiten. Op basis daarvan kunnen we breed beleid formuleren wat we als gemeente met partners willen organiseren. We nemen daarin alle opgaven mee, ook bijvoorbeeld duurzaamheid, mobiliteit en toegankelijkheid en vragen over hoe we die opgaven structureel kunnen borgen. We vormen een compleet beeld van accommodaties, maar ook activiteiten (of programmering), van businessmodellen (exploitatie, structurele financiering) en organisatie (governance, netwerken, bemensing, vrijwilligers en professionals). We moeten dan ook creatief kijken naar nieuwe vormen om dit op te pakken, met eigen verdienmodellen voor partners en meer ruimte voor (sociaal) ondernemen.

Waarschijnlijk werkt dit alleen als we initiatieven aan elkaar verbinden. De regels zullen daar ruimte voor moeten maken: alleen die risico’s in regels vangen die we niet op andere manieren kunnen beheersen. Stelling: •

De gemeente Oss moet op een fundamenteel andere manier met partners omgaan. Vanuit goede randvoorwaarden veel meer ruimte bieden.

•

De gemeente moet partijen bij elkaar brengen.

We zien in de dorpen steeds vaker dat functies gecombineerd worden, bijvoorbeeld in een zogenoemde multifunctionele accommodatie (MFA), een collectieve woonvorm of een boerderij die ook een zorg- of winkelfunctie heeft. Op die manier maak je optimaal gebruik van de voorzieningen of grond en breng je mensen bij elkaar. Daarnaast kun je zo mede-eigenaarschap stimuleren. Voor een deel hebben we dit gedaan in de zogenoemde ‘Voorzieningenkaarten’. Maar mogelijk is er een grote rol voor particulier ondernemerschap en een grotere focus op het binnenhalen van andere functies en bedrijven, dan primair clusteren. Op die manier kunnen we wellicht meer en beter ingepaste voorzieningen in de kleine kernen houden en de leefbaarheid vergroten. Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

26

Stelling: •

De visie gaat over komende ontwikkelingen. We gaan bestaande zaken, bijvoorbeeld de resultaten van de Voorzieningenkaarten, niet overdoen.

•

Naarmate er meer maatschappelijke functies of Osse beleidsdoelen gecombineerd worden, gaat de gemeente intensiever begeleiden. Bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van de plannen, partijen bij elkaar brengen, zoeken naar subsidies en mogelijk meer participeren.

•

De gemeente gaat maatschappelijk ondernemen beter (en sneller) ondersteunen. Vraag:

•

Is het clusteren van voorzieningen en binnenhalen van ondernemers een manier om dat wat in een kern nodig is te realiseren?

•

Stimuleert dit dat particulieren zich inzetten voor maatschappelijke doelen?

•

Doen we dit clusteren en gebruik maken van particulier initiatief voldoende?

•

Als het clusteren en beter werken met particulieren helpt, welke barrières zijn er dan om het zo te doen?

•

Wat zijn de nadelen of risico’s hiervan? 11. Grote of kleine een voorzieningen?

Er zijn grofweg twee strategieën voor voorzieningen in de kernen: A.: we maken grote centrale voorzieningen voor sport, voor onderwijs, voor zorg en voor winkels in de stad en soms een van de hoofdkernen. Daarmee zorgen voor een compleet aanbod, maar op wat grotere afstand? Eigen vervoer in de kernen is dan belangrijk. Of B: we zorgen dat in alle cluster van hoofdkernen zoveel mogelijk zelfredzaam zijn. In dat geval krijg je sterk lokaal gerichte, intiemere en eenvoudiger faciliteiten en heb je minder grote voorzieningen voor mobiliteit (parkeren, fietsstraten, OV…) nodig. Zelfredzame kernen hebben ook gevolgen voor de cultuur: dorpen blijven wat meer intern gericht, met wellicht wat meer mixen van generaties binnen de kern in plaats van leeftijdgenoten die elkaar in de stad of hoofdkern opzoeken. Vraag: •

Willen we de kernen zelfvoorzienend maken of willen we clusteren in de grote kernen of stad?

•

Geldt dat voor alle sectoren, zoals onderwijs, cultuur, sport, zorg etc. of zijn er verschillen?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

27

•

Kunnen we stellen: voorzieningen voor mensen van 12 tot 72 kunnen op grotere afstand, daarvoor en daarna is de eigen kern belangrijk. 12. Strategie: Combineren van meer functies

De stamtafel Geffen zegt dat het gemeenschapshuis niet optimaal gebruikt wordt. Als we zoveel mogelijk functies (ook gezondheid, loketten, winkels) op één centrale plek concentreren, zouden het levendige ontmoetingsplekken worden. De vorige alinea ging over de afmeting van een (sport)voorziening, deze over de vorm: zoveel mogelijk functies combineren: sport én cultuur én commercieel. Vraag: •

Klopt het dat de gemeenschapshuizen niet optimaal gebruikt worden, dat er versnippering is?

•

Helpt het om zoveel mogelijk functies te clusteren?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

28

Mobiliteit: blijft de auto de dorpen domineren? Wonen in de kernen heeft als nadeel dat bijna alles verder weg is dan in de stad: scholen, winkels, werk, cultuur. En dus meer bewegingen van personen. Dorpelingen vanaf 18 koesteren de auto. Met een gezin is de auto in de dorpen nagenoeg onmisbaar. Dat heeft gevolgen voor: wegen, parkeren, milieu en veiligheid. En dus voor de leefbaarheid. Burgerpanel, april 2021: In de eigen buurt verplaatst men zich vooral lopend (66%) en met de fiets (55%). Binnen de gemeente neemt men meestal de auto (74%) of de fiets (53%). Bij wat mis je in de wijk, staan snelheid remmende maatregelen op nummer 4, na woningen voor ouderen, betaalbare woningen en rust en stilteplekken. In Ravenstein vind 52% de het aantal opstappunten voor OV voldoende, in Herpen is dat 24%. 1. Wanneer is mobiliteit goed? We willen doorstroming op de hoofdwegen en voldoende parkeren en toegankelijkheid van de voorzieningen in de kernen. Binnen de kernen stimuleren we lopen, fietsen en andere duurzame vervoersvormen. Verkeer moet veilig zijn en sociaal. Inrichten en herinrichten doen we volgens de principes van Duurzaam Veilig. We willen dat verkeer zo min mogelijk hinder veroorzaakt: voor luchtkwaliteit, geluid en sluipverkeer in woonwijken. Vraag: •

Zeker met de vergrijzing en afnemend openbaar vervoer zullen we op zoek moeten naar alternatieve vervoersvormen. Hoe houden we de stadjes en kernen goed bereikbaar voor iedereen, ook als men geen auto kan of wil rijden? 2. Duurzame mobiliteit

Mobiliteit is: mensen bereiken snel en veilig een andere plek. Hoe doen we dat duurzaam? Om te voldoen aan het klimaatakkoord kijken we naar schone energiebronnen, zoals elektriciteit of waterstof. Lopen en fietsen zijn emissieloos. Het is op de korte afstand vaak een goed alternatief voor de auto. Door de ontwikkeling van elektrische fiets, speed pedelecs en (elektrische) scooters kunnen we voor de middellange afstand ook minder gebruik maken van de auto. De provincie schaalt het busvervoer verder af. Veel jongeren hebben minder behoefte aan een eigen auto. We zoeken dus naar andere vormen van gedeelde mobiliteit (deelauto’s) en (innovatief) kleinschalig vervoer (wijk/buurtbus, wijkauto).

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

29

Vraag: •

Is het ondersteunen van elektrisch fietsen een manier om autogebruik terug te dringen, zonder dat mobiliteit echt in het gedrang komt?

•

Zijn er andere manieren om, vooral binnen de dorpen, autogebruik terug te dringen?

•

Je ziet dat ouders soms gezamenlijk het leerlingenvervoer oppakken (Teeffelen). Welke vormen van ‘deelmobiliteit’ zijn geschikt voor de kleine kernen? 3. Openbaar vervoer en alternatieven

In veel gesprekken horen we dat OV niet echt een oplossing is voor de mensen in de kernen. Lange reistijden, slechte aansluiting of bijvoorbeeld een lage frequentie. Er zijn grote verschillen tussen de kernen. Bovendien is het door het provinciaal beleid om OV op onrendabele lijnen af te bouwen en bijvoorbeeld de pontjes niet te ondersteunen, op termijn niet echt betrouwbaar: als ik nu de auto wegdoe, kan ik dan volgend jaar nog met de bus of pont? Een oplossing is om de (e-)fiets goed te bedienen. Vraag: •

Hoe zorgen we (met de provincie) dat openbaar vervoer de (vergrijzende) kernen goed bedient? Ook richting het stedelijk gebied, en de voorzieningen.

•

Zijn er duurzame alternatieven voor OV? 4. De drukke dorpen op de oeverwal

Een grote uitdaging is de prachtige, deels nog ongerepte noordkant van de gemeente, de leefbaarheid van de dorpen op de oeverwal en aan de dijken. Vooral rond ontsluiting, recreatie en kansen voor ondernemers in het toerisme. Er zijn klachten over seizoensgebonden druk verkeer op de dijk. Men vreest de snelheidsverschillen tussen motoren en auto’s, verschillende groepen fietsers en wandelaars. Bovendien geven bewoners aan dat ze het gevoel hebben dat de dijken niet meer van hen zijn, maar van toeristen en dagjesmensen. Er liggen veel vragen open: waar knelt het precies (gevaar, overlast, gevoel van verlies…)? Hoeveel mensen hebben baat bij toerisme? Welke vormen van recreatie zien we hier? Hoeveel seizoensgebonden onrust willen we toestaan? Welke keuzes maken we? Welke opties hebben we om vanuit de ruimtelijke ontwikkeling invloed uit te oefenen op het gebruik van deze mooie ruimte? Vragen die we

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

30

in participatie verder moeten verkennen, maar ook met nader onderzoek. Uiteindelijk maakt het bestuur hier een keuze. Dilemma: •

Willen we zoveel mogelijk mensen laten genieten van het prachtige dijkenlandschap en de mooie dorpen of willen we de drukte in de hand houden? Vraag

•

Waar knelt het precies? Wanneer?

•

Welke mogelijkheden hebben we om in te grijpen?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

31

Klimaat: welk water willen we in een dorp? Het klimaat verandert en daar zien we de eerste gevolgen van: extreem weer, overstromingen, verdroging, hittedagen, bosbranden, gezondheidsrisico’s, exoten die ecosystemen uit evenwicht brengen – en daarna ook economieën (landbouw, voedsel, verzekeringen, vervoer, handel, migratiestromen) en die dus tot onrust leiden. Meestal ver weg, maar overstromingen in Limburg, zware stormen op de Veluwe, hittestress en tijgermuggen in Oss, grillig grondwater en processierupsen in Herperduin maken ons ervan bewust dat het echt ook in de Osse kernen merkbaar wordt. Natuurlijk gaan we ook de oorzaak aanpakken (zie ‘Energie’), maar we moeten ook de gevolgen beperken. Het IPCC-rapport16 onderstreept de urgentie. Meanderende Maas heeft laten zien dat ingrijpen in de leefomgeving zin heeft. De risico’s van overstromingen zoals in de jaren negentig waren in de zomer van 2021 veel kleiner. Maar we zijn er zeker nog niet. De klimaatverandering zet door en dat betekent dat delen van de gemeente straks niet meer zoals nu bewoonbaar zijn. De Osse kernen zijn op hoge plekken gebouwd, maar latere uitbreidingen waren vaak ook op lagere delen. De risico’s van de rivier zijn inmiddels minder, de risico’s van hevige regen en dergelijke worden groter in de kernen. 1. Stadjes en kernen aanpassen aan het klimaat Het Osse college nam de opdracht van Novi over.

Aanpassen aan het klimaat is vooral: ‘waterrobuust’ (veilig, zuinig op zoet water), maar ook nieuwe teelten en maatregelen tegen hittestress (groen, schaduw, kleur van materialen, koele plekken); waar water overigens ook een rol in kan spelen. Hoe vertalen we dat naar de leefomgeving van de Osse kernen? Stelling: •

Oss moet de eventuele risico’s per kern snel in beeld brengen.

•

Denk bij risico’s ook aan kwetsbare voorzieningen zoals scholen, verzorgingshuizen, verdeelkasten elektriciteit en zendmasten. Vraag:

•

Op welke manieren kan klimaatbestendigheid bijdragen aan de leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid?

16

https://www.ipcc.ch/2021/08/09/ar6-wg1-20210809-pr/ Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

32

•

We hebben een opgave om water de ruimte te geven, ook in de kernen. Hoe doen we dat?

•

Hoe biedt water kansen, zoals tegen hitte, voor nieuwe teelten en het verfraaien van de omgeving? 2. Parken en groene zones in de dorpen

De Osse stadjes en kernen hebben nauwelijks parken en andere groene zones, die wel belangrijk zijn voor koelte, opvang van water en biodiversiteit. Voorbeeld: Lithoijen in Vogelvlucht In Lithoijen hebben burgers geëxperimenteerd met ‘natuur-inclusief’ bouwen (Lithoijen in Vogelvlucht), met ruimte voor bijen, vogels en vleermuizen.17 Zowel in de dorpskern als in het landelijk gebied daaromheen. Dat deden ze met nestkasten en bijenhotels bij bewoners en bedrijven, fruitbomen voor voedsel en schuilplekken en bijvoorbeeld hagen, stuiken en bloemenranden. Ook hier kregen ze deskundige begeleiding.

Stelling: •

De gemeente moet nog meer bewonersinitiatieven voor ‘natuur-inclusief’ bouwen belonen met goede begeleiding en ondersteuning. Vraag:

•

17

Hoe kunnen we maatregelen gebruiken om dorpen extra groen te maken?

https://www.orbis.nl/nieuws/lithoijen/ Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

33

Energie: meebeslissen en meeprofiteren Benzinepompen en elektriciteitsmasten; fijnstof, CO2, broeikasgassen; windturbines, zonneparken… Ons gebruik van energie heeft niet alleen invloed op klimaat en milieu, maar ook op de inrichting van onze leefomgeving. We staan voor een enorme energieopgave die we alleen op twee sporen kunnen winnen: met duurzaam opwekken en grootschalig besparen, in allerlei innovatieve combinaties. Oss heeft een opgave in de Regionale Energie Strategie RES: in 2030 260.000 MWh (0,93 PJ) opwekken aan duurzame energie en 11% besparen op energiegebruik. In Ravenstein loopt een pilot om zelf energie op te wekken. In de kernen staan relatief veel grote en weinig energiezuinige woningen.

Stelling: •

De kernen zijn niet geschikt voor grootschalig opwekken van energie.

•

Er zijn wel veel kansen om het energiegebruik te verlagen. Dat regelen we in ander beleid. Vraag:

•

Wat kan wel binnen de dorpen en stadjes?

•

Hoe kunnen de bewoners van de kernen meeprofiteren van energieopwekking?

De benzinepomp van Toon Groos, Dorpstraat Geffen.

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

34

Milieu: natuur, grondstoffen, ecologie… Onze leefomgeving geven we door aan onze kinderen, horen we vaak. Als we niet oppassen maken we niet alleen de erfenis op, maar zadelen we ze op met een lening. Met onze huidige leefwijze is de omgeving straks nauwelijks leefbaar. Dat willen we niet alleen voorkomen voor onze kleinkinderen, maar ook voor de rest van de wereld. Bij milieu horen niet alleen de groene zones (die eerder al aan bod kwamen), maar ook kwaliteit van water, bodem en lucht, omgaan met grondstoffen en ecologie. Oss heeft de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 ondertekend, voor een duurzame infrastructuur, net als het Manifest duurzaam inkopen en het Grondstoffenakkoord. In 2030 hebben we 47% CO2-reductie bereikt ten opzichte van 2017. De circulaire economie gaat daar een bijdrage aan leveren. 1. Verbruik van materialen in de openbare ruimte Bij nieuwe wijken en reconstructieprojecten is het nodig om te kijken naar circulaire werkwijzen om onze CO2-doelen te halen. Daarnaast willen we flexibel bouwen. Dat is: aanpasbaar bouwen voor meerdere generaties en veranderende behoeften. Het bespaart op materiaal en maakt hergebruik eenvoudiger. Het past ook in de sociale doelen voor de stadjes en kernen waar nu behoefte is aan woningen voor starters en ouderen. En ook die behoefte kan veranderen. Stelling: •

Oss moet circulair en flexibel bouwen. 2. Ecosystemen in de dorpen

Ook ecosystemen zijn complex. Als je daar één schakel uit haalt, zeg de bijen, dan kun je het hele systeem uit balans brengen, bijvoorbeeld een voedselketen, of de gezondheid op het spel zetten. Vraag: •

Hoe brengen we meer natuur in de dorpen?

•

Hoe maken we die ecologisch sterk?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

35

3. Geluidsoverlast in de kernen: We mogen straks verschillen maken tussen gebieden, bijvoorbeeld voor bedrijven, evenementen. In onze gesprekken horen we relatief weinig over geluidsoverlast. Meestal dan in combinatie met overlast van verkeer of verwacht rond windturbines. Vraag: •

Is nieuw beleid voor geluid in de kernen nodig?

Bijlage bij de Gespreksnotitie Stadjes en Kernen, versie 12 oktober 2021

36

Landschap, cultuur, historie, vrije tijd Een soms onderschat deel van de leefbaarheid is: identiteit. Terugkerende vakantiegangers weten waar we het over hebben. Jezelf ergens thuis voelen. ‘Ik ben een echt dorpsmens…’ Dat heeft te maken met de gemeenschap waar je woont, maar ook de omgeving: het groen, de vorm van het dorp. Bijvoorbeeld de kerk, een kapel, het pakhuis of de jongensschool. De identiteit van de Osse kernen is niet alleen bepaald door de fysieke omgeving, maar ook door de (sterk katholieke) geschiedenis. De pietendiscussie laat zien hoe zelfs protestanten en ongelovigen zich kunnen hechten aan het knechtje van een oude katholieke heilige. Identiteit is belangrijker voor ons dan we soms denken. Deze paragraaf gaat over de identiteit van onze leefomgeving, zoals we die zien in het landschap, de bebouwing en de sporen van het verleden. 1. Het karakter van de stadjes en kernen Voor toeristen lijken alle dorpen op elkaar, maar de inwoners weten: elke Osse kern heeft een eigen vorm, geschiedenis en karakter. Compleet met de bijbehorende rivaliteit. Sommige liggen op de hogere oeverwal van de Maas, andere, zoals Geffen en Herpen op het dekzand. Deursen-Dennenburg, Haren en Teeffelen zijn op een hoger gelegen rivierduin ontstaan, als een soort ‘eilanden’ in de grote leegte van de polder. Die verschillen bepalen voor een deel de kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=4b7ccd65-fff7-4d94-b31b-6dded61d2fa0