3.b Bijlagenboek 2 bij toelichting
Tekst van het document
spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.
Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten): Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport.
Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente. Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.
Pagina 31 van 33
-
20-07-2021
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).
Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.
Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde
In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één
Pagina 32 van 33
-
20-07-2021
of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Pagina 33 van 33
-
20-07-2021
Bijlage 3
Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Waarborging kwaliteit / Certificering De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd conform de eisen uit het ‘Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer’ (Kwalibo). Dit besluit richt zich op kwaliteit en integriteit van de bodemintermediair, in deze specifiek: Inventerra. Bodemintermediairs moeten bij het uitvoeren van kritische functies door of onder directe leiding van daartoe erkende medewerkers onafhankelijk zijn van hun opdrachtgevers om hun integriteit te borgen. De eis van verplichte functiescheiding ten aanzien van de zogeheten kritische functies betreft alleen de relatie opdrachtgever (indien eigenaar) versus bodemintermediair. Bij iedere (potentiële) opdracht wordt voor de uitvoering van de kritische functies gecontroleerd of van functiescheiding sprake is. Inventerra is geen eigenaar van de onderzoekslocatie beschreven in dit rapport en heeft geen belang bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Inventerra is gecertificeerd conform ISO 9001 en voor het uitvoeren van veldwerk bij bodemonderzoek conform BRL SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018. De naleving van de kwaliteitseisen en –procedures wordt periodiek getoetst door interne en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De voor het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater worden uitgevoerd door een RvA geaccrediteerd laboratorium.
Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgestelde procedures worden gehanteerd zodat de resultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Betrouwbaarheid / garanties Het bodemonderzoek wordt op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Hoewel naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek wordt gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale afwijkingen in het bodemmateriaal niet worden gedetecteerd. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal boringen en een beperkt aantal chemische analyses. Tevens wordt er op gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Nadien kan mogelijk door externe factoren de bodemkwaliteit veranderen. Aan de resultaten van het onderzoek kan derhalve geen absolute waarde worden toegekend. Elke aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van een discrepantie tussen de bij het onderzoek gebleken bodemkwaliteit en de feitelijke bodemkwaliteit is uitgesloten. Over de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen en verkregen informatie wordt opgemerkt dat deze niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Inventerra afhankelijk van deze bronnen, waardoor Inventerra niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Bijlage 12
- Verkennend bodemonderzoek Sportvelden
Stationskw artier Ravenstein - 2024 pag 488 van 1654 vastgesteld
Bijlage 12 Verkennend bodemonderzoek Sportvelden
Verkennend (asbest)bodemonderzoe k Dorskamp en Baxenbosstraat Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
COLOFON
Opdrachtgever
Gemeente Oss Postbus 5 5340 BA Oss
Contactbedrijf
Buro SRO Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG Arnhem
Locatie
Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein Stationskwartier (deelgebied 3)
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Verkennend asbestonderzoek 5897 Asfaltonderzoek CROW 210
Rapportnummer
21-2249.3-R01AvH
Datum rapport
8 februari 2022
Auteur
Dhr. A.J. van Houwelingen Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE .................................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3
4.
Algemene gegevens locatie .............................................................................................. 2 Hypothese ...................................................................................................................... 2
Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek NEN 5740 .............................................. 3 Onderzoeksstrategie verkennend asbestonderzoek NEN 5897 ............................................... 3 Asfaltonderzoek (CROW 210) ............................................................................................ 4
UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK NEN 5740 ................................. 5 4.1 4.2
Uitvoering veldwerk ......................................................................................................... 5 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ......................................................................... 6
5.
UITVOERING EN RESULTATEN ASBESTONDERZOEK NEN 5897 ............................................ 9
6.
UITVOERING EN RESULTATEN ASFALTONDERZOEK .......................................................... 10
7.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 11
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Omgevingskaart 1.2 Situatietekening(en) 1.3 Foto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
1. INLEIDING
In opdracht van de Gemeente Oss heeft Inventerra in januari 2022 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5897 verricht op de locatie aan de Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein. Tevens is asfaltonderzoek conform CROW 210 uitgevoerd. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen wijziging van de bestemming. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Het doel van het uitvoeren van dit bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certification gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer ECSIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001. De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever.
Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☒ ☒
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 1 van 12
2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725
2.1
Algemene gegevens locatie
Conform de NEN 5740 zal eerst een hypothese worden opgesteld omtrent de aan- en afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verspreiding van eventuele bodemverontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese is de uitvoering van een vooronderzoek overeenkomstig de NEN 5725 noodzakelijk. Het vooronderzoek is reeds eerder door ons bureau uitgevoerd en op 14 oktober 2021 gerapporteerd onder kenmerk 21-2249-R01AvH. Voor de gegevens van het vooronderzoek wordt verwezen naar deze rapportage. Dit vooronderzoek had betrekking op een groter gebied dan alleen onderhavige onderzoekslocatie. Navolgende informatie betreft alleen onderhavige onderzoekslocatie. Tabel 1 Overzicht algemene gegevens van de onderzoekslocatie
Gegevens onderzoekslocatie Adres
Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein
XY-coördinaten
X: 172.100
Kadastrale gegevens
Sectie D, nrs. 308, 884, 1645, 1961, 1962, 2137 (ged.), 2165 (ged.)
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 5,9 hectare
Huidig gebruik
De onderzoekslocatie betreft de velden, kantine en kleedkamers van de voetbalvereniging, bosschages en een dichtbegroeid braakliggend terrein, met een gedeeltelijke puinverharding. Tevens is een deel van de Baxenbosstraat (asfalt) binnen het gebied gelegen.
Toekomstig gebruik
Gepland is de wijziging van de bestemming.
2.2
Y: 422.730 (centraal gemeten)
Hypothese
Voor de locatie Stationskwartier (Deelgebieden 1 t/m 3) is door Inventerra een vooronderzoek uitgevoerd (rapport 21-2249-R01AvH, d.d. 14 oktober 2021). Hieruit blijkt voor onderhavig deelgebied het volgende: Ter plaatse van het braakliggende terrein aan de Baxenbosstraat is een puinverharding aanwezig van onbekende herkomst en kwaliteit. Omdat de kwaliteit niet bekend is, is deze verdacht voor asbest, waarvoor onderzoek dient te worden verricht volgens de NEN 5897 met de strategie voor halfverhardingslagen. Tevens is de onderliggende bodem verdacht voor een verontreiniging met zware metalen en PAK. Bij onderzoek dient de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste, niet-lijnvormige locatie, heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL, NEN 5740) te worden gehanteerd. De exacte oppervlakte van de puinverharding is niet bekend wegens de dichte begroeiing van het terrein met onder andere bramenstruiken, maar wordt vooralsnog ingeschat op circa 700 m². Vanwege mogelijke funderingslagen onder de Baxenbosstraat wordt deze deellocatie eveneens als verdacht beschouwd voor een verontreiniging met asbest en de onderliggende bodem voor zware metalen en PAK. Bij onderzoek dient de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste, niet-lijnvormige locatie, heterogeen verdeelde verontreiniging’ (VED-HE-NL, NEN 5740) te worden gehanteerd. De oppervlakte bedraagt ca. 500 m².
Voor het overige deel van de onderzoekslocatie, respectievelijk de algemene bodemkwaliteit, is de strategie ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL) van toepassing.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 2 van 12
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE
3.1
Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek NEN 5740
Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypotheses en onderzoeksstrategieën is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie, opp. Puinverharding
Strategie VED-HE-N L
ca. 700 m² Mogelijke funderingslaag
VED-HE-N L
#
:
* : % : NENG :
NENW :
3.2
bg/vd
og
gw
5x 0,5 m-vd
1x*
3x NENG#
-
1x NENW*
-%
3x NENG#
-
-%
6x*
8x NENG
7x NENG
6x NENW*
5x 0,5 m-vd 2x 2,0 m-mv 48x 0,5 m-mv
ONV-NL
ca. 5,9 hectare
Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld
Analyses peilbuizen
1x 2,0 m-mv
Baxenbosstraat, ca. 500 m ² Alg. bodemkwaliteit,
Veldwerk boringen
14x 2,0 m-mv
bg: bovengrond
vd: verdachte laag
og: ondergrond
gw: grondwater
vooralsnog wordt uitgegaan van 1 verdachte laag; indien de veldwaarnemingen daartoe aanleiding geven worden extra analyses uitgevoerd het grondwateronderzoek wordt gecombineerd vooralsnog worden geen mobiele verontreinigingen verwacht, zodat geen grondwateronderzoek wordt uitgevoerd standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie)
Onderzoeksstrategie verkennend asbestonderzoek NEN 5897
Op basis van het vooronderzoek worden op enkele deellocaties verhardingslagen van puin verwacht met een onbekende herkomst en kwaliteit, waardoor deze verhardingslagen verdacht zijn voor een verontreiniging met asbest. Om vast te stellen of de verdenking op een verontreiniging met asbest terecht is, is een verkennend asbestonderzoek nodig. Uitgangspunt voor het verkennend asbestonderzoek is dat sprake is van een puinverharding en er dus geen sprake is van bodem (>50% bodemvreemd materiaal) en dat daarom de NEN 5897 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, strategie voor een afgedekte funderingslaag). Navolgend is per terreindeel aangegeven welke werkzaamheden er worden uitgevoerd. Tabel 3 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie, opp.
Strategie
Veldwerk inspectiegaten 30x30 cm
Puinverharding
NEN 5897 -
5x 0,5 m in
ca. 700 m²
halfverharding
verhardingslaag
Mogelijke fundering Baxenbosstraat ca. 500 m²
NEN 5897 – Afgedekte verhardingslaag
5x 0,5 m in verhardingslaag*
Analyses
waarvan doorgeboord
vd
-
1x asbest (<20 mm)
-
1x asbest (<20 mm)
Verklaring tabel: vd : verdachte laag/funderingslaag * : wegens de gesloten asfaltverhardingen worden geen inspectiegaten gegraven, maar wordt gebruik gemaakt van de boringen van het verkennend bodemonderzoek (diameter 120 mm)
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 3 van 12
Doordat deels gebruik wordt gemaakt van boringen met diameter van 120 mm wordt strikt genomen minder verhardingsmateriaal geïnspecteerd en voor analyse aangeboden aan het laboratorium dan de norm voorschrijft. Dit is een situatie waarin de NEN 5897 echter voorziet. Als in het betreffende mengmonster asbest worden aangetoond, dan heeft dat gehalte een indicatief karakter en mag het gehalte niet worden getoetst aan de interventiewaarde of de waarde voor nader onderzoek. Wordt geen asbest aangetoond, dan is de bodem onverdacht voor asbest en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Het opgegraven en opgeboorde puin wordt gezeefd en/of uitgeharkt en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (AVM). Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat geen asbestverdachte materialen in de bodem worden aangetroffen (grove fractie >20 mm). Indien hier wel sprake van is, dienen die eveneens te worden geanalyseerd. 3.3
Asfaltonderzoek (CROW 210)
Binnen de onderzoekslocatie is een asfaltverharding aanwezig. Het asfaltonderzoek ter plaatse heeft tot doel om, conform CROW 210, te bepalen of het asfalt teerhoudend is, omdat het asfalt bij de beoogde herontwikkeling van het terrein naar verwachting zal worden verwijderd. Dit betreft het deel van de Baxenbosstraat dat binnen de onderzoekslocatie is gelegen, met een oppervlakte van ca. 500 m². Voor het asfaltonderzoek wordt ervan uitgegaan dat de verharding is aangelegd voor 1995, een dikte heeft tot 15 en een dichtheid heeft van 2.500 kg/m³. Conform de CROW 210 worden de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 4 Overzicht uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses Locatie, opp.
Geschat tonnage
Boringen*
Analyses
Asfaltverharding, ca. 500 m²
ca. 190 ton
2x
2x PAK-marker# 1x PAK-GCMS@
Verklaring tabel: * : asfaltboring i.c.m. bodemonderzoek NEN 5740 # : PAK-markertest, inclusief fotograferen asfaltkern en beschrijven laagopbouw @ : PAK-analyse (GCMS)
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 4 van 12
4. UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK NEN 5740
4.1
Uitvoering veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. te Oosterhout. De uitvoerend veldmedewerkers, dhr. L.A.H. Knoop (protocol 2001) en dhr. C.A.P. Snoeren (protocollen 2001 en 2002), zijn in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. NC-SIK-20330. De veldwerkzaamheden in het kader van protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen) zijn uitgevoerd op 13, 14 en 20 januari 2022, in combinatie met het verkennend asbestonderzoek (zie hoofdstuk 5) en het asfaltonderzoek (zie hoofdstuk 6). Hierna is weergegeven ten behoeve van welke deellocaties de diverse boringen zijn uitgevoerd. • boringen 101 t/m 107: puinverharding nabij de Baxenbosstraat • boringen 201 t/m 268: algemene bodemkwaliteit • boringen 301 t/m 307: Baxenbosstraat Abusievelijk is 1 boring (boring 266) niet uitgevoerd. Om de boringen te kunnen uitvoeren ter plaatse van het dicht (met vooral bramenstruiken) begroeide terrein aan de Baxenbosstraat, zijn smalle paadjes gemaaid. De boorlocaties zijn hier deels op aangepast. Ter plaatse van dit terrein zijn aan de zuid- en westzijde grondwallen aanwezig, waarin zich dassenburchten bevinden. Om de dassen niet te verstoren zijn geen boringen in de grondwallen verricht.
De boringen 104, 217, 224, 237, 247, 251 en 254 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De situering van de boringen en de peilbuizen is weergegeven in bijlage 1.2. Tevens zijn enkele overzichtsfoto’s opgenomen van het dichtbegroeide terrein aan de Baxenbosstraat. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. De bodem op de locatie bestaat voornamelijk uit klei tot de maximale boordiepte. Plaatselijk komt vanaf een diepte van 2,0 à 2,5 m-mv zand voor tot de maximale boordiepte. In de bovengrond / onder de verharding wordt plaatselijk bovenop de klei een opgebrachte zandlaag aangetroffen. Onder de asfaltverharding is sprake van een verhardingslaag bestaande uit grind met bijmengingen van slakken en baksteen. Bij enkele boringen voor de algemene bodemkwaliteit zijn geringe bijmengingen met baksteen aangetroffen. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte van 1,0 tot 1,5 m-mv.
Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is op 27 januari 2022 door dhr. C.A.P. Snoeren van BodemBasics B.V. zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in navolgende tabel.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 5 van 12
Tabel 5 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)*
Bijzonderheden
104
1,50 - 2,50
1,00
7,3
843
19,4
-
217
2,00 - 3,00
1,20
7,4
891
34,5
-
224
1,50 - 2,50
1,00
7,3
950
26,4
-
237
1,50 - 2,50
1,00
7,5
853
29,4
-
247
1,50 - 2,50
1,00
7,3
918
19,4
-
251
1,50 - 2,50
1,00
7,4
982
28,1
-
254
1,50 - 2,50
1,00
7,2
929
67,1
-
Peilbuis
Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 4.2
Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd. Omdat tijdens de uitvoeringen van de veldwerkzaamheden onder de verhardingen van de Baxenbosstraat en de aangrenzende puinverharding, geen bijmengingen met bodemvreemde materialen zijn aangetroffen zijn deze locaties als één onderzoekslocatie beschouwd bij het samenstellen van de mengmonsters en zijn hiervoor dus minder analyses uitgevoerd. Vanwege het aantreffen van bijmengingen met baksteen elders op het terrein zijn daarvoor echter weer extra analyses uitgevoerd. Tabel 6 Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Grond
Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
301 (0,50 - 1,00) MMV01
303 (0,40 - 0,90) 304 (0,40 - 0,90)
306 (0,30 - 0,80)
> I
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Kobalt (0,02)
-
-
Kobalt (0,12) NENG
Nikkel (0,16)
Baxenbosstraat
Zink (-) Cadmium (0,01)
101 (0,50 - 1,00) 102 (0,20 - 0,50)
> T
klei onder verharding
305 (0,50 - 1,00)
MMV02
> AW
klei onder NENG
Baxenbosstraat en puinverharding
307 (0,30 - 0,80)
Kobalt (0,06) Nikkel (0,05)
103 (0,40 - 0,90) MMV03
104 (0,25 - 0,50) 105 (0,20 - 0,50)
NENG
klei onder
Kobalt (0,03)
puinverharding
Nikkel (0,02)
107 (0,20 - 0,50) 228 (0,00 - 0,50) 237 (0,00 - 0,30) MMBG01
241 (0,00 - 0,30) 243 (0,08 - 0,50)
NENG
zandige bovengrond, voetbalvelden
245 (0,08 - 0,40) 259 (0,00 - 0,50) 225 (0,00 - 0,50) 226 (0,00 - 0,50) 227 (0,00 - 0,50) MMBG02
229 (0,00 - 0,50) 234 (0,00 - 0,50)
NENG
kleiige bovengrond, voetbalvelden
235 (0,00 - 0,50) 238 (0,00 - 0,50)
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 6 van 12
Vervolg tabel 6 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
kleiige bovengrond,
Kobalt (0,06)
voetbalvelden
Nikkel (0,04)
kleiige bovengrond,
Kobalt (0,07)
voetbalvelden
Cadmium (-)
> T
> I
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
232 (0,00 - 0,50) 236 (0,00 - 0,50) MMBG03
239 (0,00 - 0,50) 242 (0,00 - 0,50)
NENG
244 (0,00 - 0,50) 253 (0,00 - 0,50) 246 (0,00 - 0,50) 248 (0,00 - 0,50) MMBG04
262 (0,00 - 0,50) 263 (0,00 - 0,50)
NENG
264 (0,00 - 0,50) 268 (0,00 - 0,50) 252 (0,00 - 0,50) 255 (0,00 - 0,50) MMBG05
256 (0,00 - 0,50) 258 (0,00 - 0,50)
NENG
kleiige bovengrond, voetbalvelden
Kobalt (0,01)
260 (0,00 - 0,50) 261 (0,00 - 0,50) 201 (0,00 - 0,50) 203 (0,00 - 0,50) MMBG06
205 (0,00 - 0,50) 213 (0,00 - 0,50)
NENG
kleiige bovengrond,
Kobalt (0,08)
braakliggend terrein
Cadmium (-)
214 (0,00 - 0,50) 215 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50) MMBG07
207 (0,00 - 0,50) 209 (0,00 - 0,50)
NENG
kleiige bovengrond, braakliggend terrein
Kobalt (0,05)
210 (0,00 - 0,50) 211 (0,00 - 0,50) 216 (0,00 - 0,50) 217 (0,00 - 0,50) MMBG08
218 (0,00 - 0,50) 219 (0,00 - 0,50)
Kobalt (0,06) NENG
kleiige bovengrond,
Nikkel (0,06)
braakliggend terrein
Cadmium (0,03)
220 (0,00 - 0,50)
Lood (0,01)
221 (0,00 - 0,50) Kobalt (0,03) 222 (0,00 - 0,50) MMBG09
223 (0,00 - 0,50)
NENG
223 (0,50 - 1,00)
zand met sporen
Zink (0,03)
baksteen, braakliggend
Cadmium (0,01)
terrein
Lood (0,01) PAK (-)
224 (0,50 - 1,00) 224 (1,00 - 1,50) MMOG01
228 (0,50 - 1,00) 228 (1,00 - 1,50)
NENG
kleiige on dergrond, voetbalvelden
231 (0,50 - 1,00)
PCB (som 7) (0,01) Kobalt (0,03) Nikkel (0,09)
231 (1,00 - 1,50) 233 (0,50 - 1,00) 233 (1,00 - 1,50) MMOG02
237 (0,80 - 1,00) 237 (1,00 - 1,50)
NENG
kleiige on dergrond,
Kobalt (0,03)
voetbalvelden
Nikkel (0,08)
241 (0,50 - 1,00) 241 (1,00 - 1,50) 243 (0,50 - 1,00) 243 (1,00 - 1,50) MMOG03
245 (0,70 - 1,00) 245 (1,00 - 1,50)
NENG
kleiige on dergrond, voetbalvelden
Kobalt (0,01)
247 (0,50 - 1,00) 247 (1,00 - 1,50)
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 7 van 12
Vervolg tabel 6 Grond
Overzicht grond- en grondwatermonsters en analyseresultaten Boring met traject (m-mv)
Analyse
Toelichting
> AW
> T
> I
kleiige on dergrond,
Kobalt (0,05)
voetbalvelden
Nikkel (0,1)
-
-
kleiige on dergrond,
Kobalt (0,03)
voetbalvelden
Nikkel (0,13)
-
-
-
-
Kobalt (0,01)
-
-
-
-
-
> S
> T
> I
-
-
250 (0,50 - 1,00) 250 (1,00 - 1,50) MMOG04
251 (0,50 - 1,00) 251 (1,00 - 1,50)
NENG
265 (0,50 - 1,00) 265 (1,00 - 1,50) 254 (0,50 - 1,00) 254 (1,00 - 1,50) MMOG05
257 (0,50 - 1,00) 257 (1,00 - 1,50)
NENG
259 (0,50 - 1,00) 259 (1,00 - 1,50) MMOG06
223 (1,00 - 1,50) 223 (1,50 - 2,00)
kleiige ondergrond met NENG
sporen baksteen, braakliggend terrein
Kobalt (0,01) PAK (0,01)
203 (0,50 - 1,00) MMOG07
203 (1,00 - 1,50) 212 (0,50 - 1,00)
NENG
kleiige on dergrond, braakliggend terrein
212 (1,00 - 1,50) 208 (0,50 - 1,00) 208 (1,00 - 1,50) MMOG08
217 (0,50 - 1,00) 217 (1,00 - 1,50)
NENG
kleiige on dergrond, braakliggend terrein
219 (0,50 - 1,00) 219 (1,00 - 1,50) Grondwater
Filterstelling (m-mv)
Analyse
Toelichting
Nikkel (0,2)
104-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
parkeerterrein
217-1-1
2,00 - 3,00
NEN W
voetbalvelden
Barium (0,09)
-
-
224-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
voetbalvelden
-
-
-
237-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
voetbalvelden
Barium (0,04)
-
-
247-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
tennisvereniging
-
-
-
251-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
braakliggend terrein
-
-
-
254-1-1
1,50 - 2,50
NEN W
voetbalvelden
-
-
-
Barium (0,05)
Verklaring tabel: NENG : standaard pakket grond NENW : standaard pakket grondwater > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 8 van 12
5. UITVOERING EN RESULTATEN ASBESTONDERZOEK NEN 5897
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2018. De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. te Oosterhout. De uitvoerend veldmedewerker, dhr. L.A.H. Knoop, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. NC-SIK-20330. Bij de uitgevoerde maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het asbestonderzoek is gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek, op 13 januari 2022. Omdat de Baxenbosstraat geheel verhard is met asfalt is gebruik gemaakt van de kernboringen voor het verkennend bodemonderzoek. Ter plaatse van de puinverharding zijn de inspectiegaten G01 t/m G05 gegraven en ter plaatse van de Baxenbosstraat zijn de boringen 301 t/m 307 verricht. Van de inspectiegaten / boringen zijn profielbeschrijvingen gemaakt, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. De situering van de inspectiegaten en boringen is weergegeven op de tekeningen in bijlage 1.2. In bijlage 1.3 zijn enkele foto’s opgenomen. Het opgegraven puin (ter plaatse van de puinverharding) en opgeboorde grind (onder de Baxenbosstraat) is gezeefd. In het opgegraven puin/repac zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen in de fractie >20 mm. Gezien het doel van het onderzoek zijn van de opgegraven en opgeboorde verharding 2 mengmonsters samengesteld ter analyse op asbest.
De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van de analyses zijn in de navolgende tabel weergegeven. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. Tabel 7 Overzicht (meng)monsters en analyseresultaten gaten / boringen G01 G02 AMM1 G03 G04 G05 301 302 303 AMM2 304 305 306 307 n.a. = geen asbest aangetoond Mengmonster
Diepte (m-mv) 0,00 – 0,50 0,00 – 0,20 0,00 – 0,25 0,00 – 0,20 0,00 – 0,20 0,07 – 0,50 0,06 - 0,50 0,06 – 0,40 0,06 – 0,40 0,07 – 0,50 0,07 – 0,30 0,09 – 0,30
Toelichting
Gewogen asbestgehalte
puinverharding
n.a.
grind met slakken en baksteen onder asfalt Baxenbosstraat
n.a.
Omdat voor AMM02 gebruik is gemaakt van de boringen door het asfalt (diameter 120 mm) is minder materiaal bemonsterd dan volgens de norm nodig is. Aangezien geen asbest is aangetoond mag het puin als onverdacht worden beschouwd en is geen nader onderzoek nodig.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 9 van 12
6. UITVOERING EN RESULTATEN ASFALTONDERZOEK
Doel van het asfaltonderzoek is vaststellen of sprake is van teerhoudend asfalt (dan bevat asfalt een PAKgehalte hoger dan 75 mg/kgds en mag het niet worden hergebruikt in nieuw asfalt). Op 13 januari 2022 zijn asfaltboringen verricht, in combinatie met de overige onderzoeken. Dit betreffen de boringen 301 t/m 307. Van 2 kernen (boringen 302 en 305) is conform CROW 210 de constructieopbouw en laagdikte bepaald. Tevens is een PAK-markertest uitgevoerd, waarbij bij geen van beide kernen een teerindicatie is aangetroffen. Voor een meer gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar de analysecertificaten in bijlage 3. Aansluitend is 1 mengmonster, van de kernen uit boringen 302 en 305, onderzocht middels een GCMSanalyse op PAK. Hierbij is geen PAK boven de bepalingsgrens vastgesteld. Omdat geen PAK-gehalte is gemeten dat de toetsingswaarde van 75 mg/kgds overschrijdt, waarboven asfalt als teerhoudend moet worden beschouwd, kan het asfalt derhalve als niet-teerhoudend worden beschouwd. De volledige resultaten van het onderzoek van het asfalt zijn opgenomen in de analysecertificaten in bijlage 3.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 10 van 12
7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van de Gemeente Oss heeft Inventerra in januari 2022 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5897 verricht op de locatie gelegen aan de Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein. Tevens is asfaltonderzoek conform CROW 210 uitgevoerd. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van circa 5,9 hectare en betreft de velden, kantine en kleedkamers van de voetbalvereniging, bosschages en een dichtbegroeid braakliggend terrein, met een gedeeltelijke puinverharding. Tevens is een deel van de Baxenbosstraat (asfalt) binnen het gebeid gelegen. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen wijziging van de bestemming. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Het doel van het uitvoeren van dit bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het huidige en toekomstige gebruik. Verkennend bodemonderzoek Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor bodemverontreiniging met zware metalen en PAK voor de bodem onder de puinverharding en onder het funderingsmateriaal van de Baxenbosstraat en onverdacht voor het overige terrein.
Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: • In de mengmonsters van de grond onder de verhardingen (MMV01 t/m MMV03) zijn lichte verontreinigingen met enkele zware metalen aangetoond. Dit wijkt echter niet af van de bodemkwaliteit op het overige terrein. In het grondwater ter plaatse van de puinverharding (peilbuis 104) zijn licht verhoogde concentraties nikkel en barium aangetoond. Deze worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. • In de bovengrond en ondergrond op het overige terrein zijn over het algemeen lichte verontreinigingen met enkele zware metalen en plaatselijk lichte verontreinigingen met PAK en PCB vastgesteld. • In het grondwater uit de peilbuizen 217 en 237 zijn licht verhoogde concentraties met barium gemeten. Deze worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. In de overige grondwatermonsters zijn geen verhoogde concentraties gemeten. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ ter plaatse de verhardingen (formeel) bevestigd vanwege de lichte verontreinigingen met zware metalen in de grond. Evenzo dient de hypothese ‘niet verdacht voor verontreiniging’ voor het overige terrein (formeel gesproken) verworpen te worden, wegens de licht verhoogde gehalten met enkele zware metalen, PAK en PCB in de grond.
Voor beiden geldt echter dat de aangetoonde verhoogde gehalten zodanig licht verhoogd zijn dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming. Verkennend asbestonderzoek Bij het uitgevoerde asbestonderzoek is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Asfaltonderzoek Uit het uitgevoerde asfaltonderzoek blijkt dat het asfalt niet-teerhoudend is en derhalve geschikt is voor recycling.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 11 van 12
Resumé Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming. Algemeen Dit onderzoek is onder Kwalibo (een onderdeel van het Besluit bodemkwaliteit) uitgevoerd. Het betreft echter géén partijkeuring. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan er sprake zijn van beperkingen in de hergebruiksmogelijkheden en/of van verwerkingskosten. Ook kan door derden, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van de af te voeren partij verlangd worden. Bij graafwerkzaamheden in de grond dient rekening gehouden te worden met eventueel te treffen veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400. Voor verdere informatie hierover kunt u zich tot Inventerra wenden.
Verkennend bodemonderzoek Dorskamp en Baxenbosstraat te Ravenstein 21-2249.3-R01AvH
pag. 12 van 12
Bijlage 1
Weergave onderzoekslocatie
Bijlage 1.1
Omgevingskaart
Omgevingskaart
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich de onderzoekslocatie
Bijlage 1.2
Situatietekening(en)
t
aa str bos
xen
Ba
xe
Ba
ss nbo
D 1961
at tra
D 2165
at
tra
oss
enb
Bax
53
51
ka
47 45 egk
We
p
am
W
g ee
mp
29
49
30
32
Den Ong
37
34
36
39
38
D 1961
40
41
42
44
43
45
D 1962
47
85
D8
54
52
123
50
48
D 1645
46
40
44
42
D3 08
D 1613
208 9
60
35
Baxenbosstraat
612
D1
120
122
singel s Station
0
209
52
50A
50
54
58
Schaafdries
Dorskamp
2