2RV Eerste financiële tussenrapportage 2021 def.DOCX
Tekst van het document
Datum 18 mei 2021 Onderwerp Eerste financiële tussenrapportage 2021
Aantal bijlagen 1
Wat adviseert het college te besluiten? 1. De Eerste financiële tussenrapportage 2021 vast te stellen
Wat is de aanleiding voor dit advies? In de Eerste financiële tussenrapportage 2021 geven we de huidige afwijkingen van de begroting weer. Het gaat om de 3O-ontwikkelingen, budgettair neutrale wijzigingen en overige ontwikkelingen. Daarnaast hebben we in deze rapportage de decembercirculaire 2020 en maartbrief 2021 verwerkt. De tussenrapportage wordt tegelijk met het jaarverslag en de jaarrekening 2020 in de gemeenteraad behandeld. Samenvatting van de Eerste financiële tussenrapportage 2020 We hebben de Eerste financiële tussenrapportage van 2021 opgesteld. We hebben hier de 3Oontwikkelingen, de decembercirculaire van 2020, het extra COVID-19 compensatiepakket in maart 2021 en een aantal overige ontwikkelingen verwerkt. We lichten eerst het algemene financiële beeld en risico’s toe. Daarna geven we de conclusies van de uitkomsten van deze rapportage en doen we voorstellen hoe we hiermee om willen gaan. De financiële positie staat onder druk. Dit bleek al uit de begroting 2021-2024. De provincie beoordeelde onze begroting destijds als "ORANJE". Op basis van deze eerste financiële rapportage (voor alle jaren forse tekorten) moeten we ons richting de kadernota 2022 en de programmabegroting 2022-2025 voorbereiden op code "ROOD". Daarnaast zien we risico's en onzekerheden op het gebied van: COVID-19: compensatiemaatregelen en vooral wat de structurele effecten zijn van deze crisis;
Volgvel
Ons kenmerk
2
-
Kostenstijgingen in het sociaal domein; Onzekerheden vanuit de landelijke verkiezingen, waarbij we denken aan: o Tijdigheid van nieuw kabinet o Effect op het accres o Effect op het abonnementstarief o Effect op de opschalingskorting o Effect op compensatie kosten Jeugdhulp o Effect op herverdeling van gemeentefonds (kan voor onze gemeente positief uitvallen).
Hierbij zien we tegelijkertijd een "streng" toetsingskader vanuit de provincie Noord-Brabant voor de begroting 2022-2025. Dit toetsingskader van de provincie schrijft voor: Jeugdzorg: we mogen rekening blijven houden met € 1,7 miljoen extra inkomsten, zoals we dit tot nu toe ook doen als "geaccepteerd" tekort. We mogen geen rekening houden met extra middelen. We mogen geen rekening houden met overige extra inkomsten, ook niet met positieve herverdeeleffecten van het gemeentefonds. De raming van investeringslasten is strenger dan onze voorschriften voorschrijven, wat jaarlijks maximaal tussen € 0,3 en € 0,7 miljoen extra kosten in de begroting betekent. Samengevat zien we een forse uitdaging om de (meerjaren)begroting sluitend te maken. In de kadernota 2022-2025 werken we bovenstaande ontwikkelingen verder uit en actualiseren we het financieel perspectief op basis van de meicirculaire 2021. Ook bepalen we dan samen hoe we met deze forse uitdaging omgaan. Wanneer we uitgaan van de voorstellen voor 3O-ontwikkelingen, overige ontwikkelingen, de uitkomsten van de decembercirculaire 2020 en het extra COVID-19 compensatiepakket zoals wij die op willen nemen in deze rapportage zien we het volgende beeld:
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2021
2022
2023
2024
Saldo programmabegroting 2021-2024
1.120
-154
2.828
1.689
3O-Ontwikkelingen
2.711
1.371
1.376
1.351
65
5
0
-30
-488
-179
-234
-251
3.408
1.042
3.970
2.759
1.700
1.700
2.270
1.059
Overige ontwikkelingen Decembercirculaire 2020 en Maartbrief 2021 Totaalsaldo Geaccepteerd tekort Saldo
3.408
1.042
Volgvel
Ons kenmerk
3
De conclusie uit deze tabel is dat de uitkomsten van deze rapportage ervoor zorgen dat de financiële positie verder onder druk komt te staan. Met name in 2021 zien we een fors tekort van afgerond € 3,4 miljoen. Meerjarig zien we in 2022 een tekort van € 1 miljoen, in 2023 € 2,3 miljoen en structureel vanaf 2024 € 1,1 miljoen. Opvallende posten In deze financiële tussenrapportage zien we een aantal opvallende posten die we graag onder de aandacht brengen: We zien forse kostenstijgingen binnen de Wmo van in totaal afgerond € 1 miljoen (structureel). Het gaat om de onderdelen Dagbesteding en begeleiding (€ 604.000), Wmo voorzieningen (€ 209.000) en huishoudelijke verzorging (€ 175.000). Voor ICT zien we ook meerdere nadelen, in totaal gaat het om een structureel bedrag van ongeveer € 355.000. Dit is onder andere voor hogere kosten voor software, extra licentiekosten en de nieuwe business case voor het thuiswerken. Daarnaast zien we incidenteel hogere kosten voor de BSOB, namelijk € 261.000 voor een hogere deelnemersbijdrage voor 2021 en het project ‘Waarderen op oppervlakte’ van € 228.000. We verwerken in deze financiële tussenrapportage de decembercirculaire van 2020 en de Maartbrief van 2021. Voor het jaar 2021 ontvangen we vanuit de decembercirculaire een bedrag van € 1.361.000 en vanuit de maartbrief een bedrag van € 1.146.000. Dit is voor compensatiemaatregelen COVID-19.
We stellen voor om dit bedrag voor deze doelen te reserveren. Daarnaast is er per saldo sprake van een structureel voordeel van afgerond € 0,25 miljoen.
Opdrachten richting programmabegroting 2022-2025 Zoals al eerder aangegeven stellen we voor om (nog) niet met alle ingediende 3Oontwikkelingen en overige ontwikkelingen akkoord te gaan. Wanneer we wel al deze posten mee zouden nemen zou de financiële positie er structureel ongeveer € 0,4 miljoen negatiever uit zien en zouden we dus een structureel tekort van € 1,5 miljoen hebben. Richting de programmabegroting gaan we aan de slag met de volgende opdrachten: Knoppenvoorstel sociaal domein: Het college heeft een bestuursopdracht vastgesteld met als opdracht "breng kostenbeheersings (on)mogelijkheden breed in beeld zodat het inzicht en bestuurlijk gesprek over identiteit van de gemeente en de koers van het sociaal domein beter worden". De eerste gesprekken hierover zijn gevoerd en dit werken we verder richting de programmabegroting uit. Voorstellen moeten voldoen aan uitgangspunten: rijksbudget moet omhoog, voorstellen mogen transformatie niet hinderen, aandacht voor uitvoering, geen heilige huisjes. We zien een jaarlijks voordeel binnen Beschermd Wonen. Oss is centrumgemeente voor beschermd wonen. We krijgen geld van het Rijk om deze taak voor de hele regio (Brabant-NoordOost-Oost) uit te voeren. De uitgaven zijn afgelopen jaren lager uitgevallen dan we verwacht hadden.
We onderzoeken richting de programmabegroting 2022-2025 of en hoeveel ruimte er is binnen de budget van Beschermd Wonen (het Osse gedeelte uiteraard). Deze ruimte kunnen we dan inzetten om een gedeelte van de kostenstijgingen van de overige onderdelen van de Wmo af te dekken.
Volgvel
Ons kenmerk
4
-
We zien een kostenstijging voor de onafhankelijke cliëntenondersteuning (OCO) van € 21.000. We bekijken of we deze kostenstijging op kunnen vangen binnen het budget voor 'Wmo algemeen' omdat we hier bij de afgelopen jaarrekeningen voordelen zagen. We zien een aantal kostenstijgingen en aanvragen voor de organisatie (afgerond € 389.000). We willen deze richting de begroting beter analyseren, bekijken waar de stuurknoppen zitten en wanneer het noodzakelijk is om formatie en geld beschikbaar te stellen om dit zo veel mogelijk binnen bestaande middelen voor de organisatie op te lossen. Dit geldt voor de volgende onderwerpen: o Formatie voor toezichthouders voor de BasisRegistratie Personen (BRP) o Hogere kosten Facilitair en service centrum o Verlening ondersteuning Helpdesk o Doorontwikkeling KCM (dienstverlening publiekscentrum) o Ondersteuning audiovisueel/hybride werken We komen hier bij de programmabegroting 2022-2025 op terug.
Waar moeten we rekening mee houden? a. Financiën We hebben de financiële effecten beschreven in deze tussenrapportage. b. Communicatie Niet van toepassing. c. Uitvoering Niet van toepassing. d. Overlegd met Budgethouders, Directieteam en F&C
Bijlagen: Eerste financiële tussenrapportage 2021
Samenvatting (=korte inhoud) De eerste financiële tussenrapportage over 2021 is opgesteld. Daaruit blijkt dat we op basis van de huidige inzichten vanaf 2021 forse tekorten hebben. Daarnaast zien we nog een flink aantal financiële risico’s door de COVID-19 crisis en de landelijke verkiezingen. Conclusie van deze rapportage is dat er nu geen structurele begrotingsruimte richting de programmabegroting 2022-2025 is, zelfs een structureel tekort. We moeten ons voorbereiden op code ROOD richting de begroting. Voor de zomer zullen we op basis van de meicirculaire de financiële positie actualiseren.