CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

2Memo invulling motie pro actieve rol Oss in de agrarische transitie.DOCX

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Visie landbouw Oss1.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Interne memo

Aan

Gemeenteraad Oss

Betreft

Invulling van de motie Proactieve rol Oss in agrarische transitie

Van

College van B&W

Datum

20 april 2021

Opdracht van de motie Op 11 maart 2021 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarbij het college wordt opgedragen: -

Aan te geven op welke wijze(n) invulling gegeven kan worden aan een proactieve en faciliterende rol voor onze agrarische ondernemers;

-

Aan te geven welke instrumenten/middelen daarvoor nodig zijn;

-

De uitkomst aan de commissie en de raad voor te leggen uiterlijk wanneer de agrarische visie ter advisering aan de commissie wordt voorgelegd.

De motie is gebaseerd op de besprekingen van de nota’s ‘De toekomst van de landbouw in Oss’ en “Beleid voor Vrijkomende Agrarische Bedrijven en Bedrijfsbebouwing” met de onderliggende analyses. -

In de adviesnota ‘De toekomst van de landbouw in Oss’ is beschreven hoe wij denken invulling te geven aan het toekomstperspectief voor de agrarische sector in Oss.

-

Met het Raadsbesluit over het VAB-beleid van 11 maart 2021 is bepaald hoe we omgaan met vrijkomende agrarische gebouwen.

-

In de onderliggende analyse is de verwachting uitgesproken dat een derde van de agrarische bedrijven tussen nu en 2024 gaat stoppen.

Aanpak Ter uitvoering van de motie hebben wij de consequenties van deze aspecten in onderlinge samenhang bezien en geïnventariseerd wat het van onze organisatie in de volle breedte aan middelen en mankracht vraagt om hier adequaat invulling aan te kunnen geven. Daarvoor is intern intensief overlegd met de afdelingen LWE, RO, VTH, Vastgoed en IBOR. Agrarisch netwerk Onze agrariërs zijn onderdeel van een breed netwerk van onder meer toeleveranciers, afnemers, financiers, adviseurs en belangenorganisaties. Van daaruit worden agrariërs ondersteund in de keuzes die zij maken in hun bedrijfsvoering en toekomstplannen. Daaromheen zijn er vele stakeholders die invloed uitoefenen op de agrarische sector waaronder natuur- en milieu-organisaties en instellingen en bedrijven die zich richten op deelterreinen zoals het Waterschap. Ook zij richten zich tot ons als gemeente.

1

Interne memo

ZLTO Oss-den Bosch is de vertegenwoordiger van de plaatselijke agrariërs en voor ons een belangrijke gesprekspartner. Zij geven in hun eigen visie aan behoefte te hebben aan een sterk netwerk met goede verbindingen tussen sector en overheid en aan een overheid die duidelijke afspraken maakt, procedures zo kort mogelijk houdt en zorgt dat de ondernemer nieuwe kansen kan benutten. In de adviesnota geven we aan dat we, gelet op alle ontwikkelingen, het nodig vinden onze inbreng in het netwerk te vergroten. Uiteraard met als vertrekpunt onze specifieke verantwoordelijkheid en onze belangen als gemeente. Daarmee zorgen we ervoor dat de belangen van onze agrarische sector en onze visie daarop worden meegewogen. Tegelijkertijd komt dit ook ten goede aan onze agrariërs. Dit is daarmee al een meer proactieve en faciliterende rol dan tot nu toe. Daaraan wordt nu beleidsmatig invulling gegeven door onze programmamanager en onze omgevingsmanager Buitengebied. Dit is niet toereikend. Hun aandachtsveld is breder dan alleen de landbouw. Daarom hebben we snel behoefte aan uitbreiding met een ervaren beleidsregisseur/ambassadeur Landbouw. Dit past in de structuur zoals we die ook al hebben ingevuld voor Recreatie & Toerisme en voor Erfgoed. Voorbereid zijn op wat er op ons afkomt De analyses maken duidelijk wat er de komende jaren op ons afkomt als gevolg van de voortgaande transitie.

Dit gaat kwantitatief en kwalitatief veel vragen van onze organisatie in de breedte. Op beleidsmatig niveau maar ook in de uitvoering door afdelingen zoals RO, VTH, Vastgoed en IBOR. In beide adviesnota’s, de visie landbouw en het VAB beleid, hebben we beschreven welke rollen wij onderscheiden.

2

Interne memo

Wat de rollen in de linkerkant van het schema betreft, rechtmatige en presterende overheid, moeten we ons realiseren dat wij gehouden zijn aan procedures en deadlines. En dat wij uitvoeringstaken hebben te vervullen van hogere overheden. Anders dan in het bedrijfsleven zijn initiatiefnemers gebonden aan onze dienstverlening. Zij kunnen niet uitwijken naar andere aanbieders. Daarmee hebben wij verplichtingen waarop onze organisatie ingericht zal moeten zijn. Dat beperkt onze keuzevrijheid. Met betrekking tot de rechterzijde van het schema, netwerkende en participerende overheid, hebben wij vanuit de ambitie uit de Adviesnota de rol in het netwerk te vervullen zoals beschreven. Daarbij hebben we de keuze om deze pro-actiever en meer faciliterend invullen. Dat vraagt extra inzet, schept verwachtingen en haalt meer werk naar ons toe. Niet alleen aan de voorkant maar ook voor onze uitvoeringsorganisatie. Daarvoor is dan extra en dedicated menskracht met specifieke know how en kwaliteiten nodig. Op pagina 17 van de Adviesnota hebben we deze rollen uitgewerkt in een schema. Hoe kunnen we invulling geven aan uw motie en wat is daarvoor nodig We onderscheiden drie scenario’s voor ons als gemeente: 1.

Uitvoering van de visie ‘De toekomst van de landbouw in Oss’ in de huidige situatie,

2.

Uitvoering van de visie en berekend zijn op de piek aan aanvragen in de komende jaren,

3.

Proactief benaderen van individuele agrariërs.

Scenario 1, Uitvoering van de visie ‘De toekomst van de landbouw in Oss’ in de huidige situatie In de visie hebben we aangegeven hoe we onze rol zien (hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5): “In de kern is onze basisrol in de transitie het adequaat uitvoeren van onze wettelijke rol. Onderdeel daarvan is 3

Interne memo

de toekomstgerichte verdeling van de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw en de andere functies. Daarnaast zijn wij een van de partijen in een brede groep stakeholders die belangen hebben bij de toekomstgerichte ontwikkeling van de agrarische sector. Vanuit onze visie stimuleren en faciliteren wij gewenste ontwikkelingen en proberen wij relevante partijen daarop te verbinden. Hierbij hoort ook het verbinden van opgaven en het zoeken van koppelkansen. Op deze manier doen we een proactieve toevoeging aan onze huidige rol en de stimulering van ontwikkelingen. Extra capaciteit: in de huidige situatie ontbreekt hiervoor 2 fte. 1 Fte om bij RO en VTH de basis op orde te krijgen, 1 fte bij LWE voor een beleidsregisseur/-ambassadeur agrarische zaken. Scenario 2, uitvoering van de visie en berekend zijn op de piek aan aanvragen in de komende jaren Zoals in de analyse beschreven, verwachten we de komende jaren veel vragen, aanvragen en initiatieven. Zowel van bedrijven die overwegen te stoppen als van bedrijven die doorontwikkelen en bijvoorbeeld hun stallen emissiearm moeten maken: 

Er zijn in Oss circa 65 locaties van gestopte agrariërs die hun bedrijfsactiviteiten reeds hebben gestaakt maar waar nog een vergunning en/of een agrarisch bestemming op rust.

Ingeschat wordt dat op 100-150 locaties agrariërs gaan stoppen binnen nu en 10 jaar.

Naar verwachting zijn er ca 200-250 locaties (150-200 veehouderijen) waar agrariërs het bedrijf verder gaan ontwikkelen. Met een piek voor 2024 in aanvragen vanwege de provinciale eisen voor emissiearme stallen.

In dit scenario doen we mee in het netwerk zoals in scenario 1 beschreven en zijn we intern voorbereid op wat de komende jaren naar verwachting op ons afkomt vanuit de wettelijke taak die bij ons ligt. Wij verwachten dat vrijwel alle bedrijven zich de komende jaren zelf gaan melden voor wijzigen van vergunningen en bestemmingsplannen. Ook voor toezicht en handhaving betekent het extra werk om bedrijven die zich niet zelf melden, te controleren. Daarnaast acteren we in dit scenario in relevante netwerken, faciliteren we gewenste ontwikkelingen en innovaties en verbinden we opgaven via koppelkansen (zoals ook in scenario 1). We werken nauw samen met de ODBN. Extra capaciteit: voor de komende 10 jaar is er bovenop de 2 fte van scenario 1 gemiddeld 7,5 fte extra nodig met een duidelijke piek in 2023. We verwachten in de komende jaren daarvoor leges te ontvangen ter grootte van gemiddeld 4,5 fte. Scenario 3, Proactief benaderen van individuele agrariërs In dit scenario gaan we verder dan in scenario 2. We nodigen alle individuele bedrijven uit voor een keukentafelgesprek. Centraal onderwerp is het toekomstperspectief van het bedrijf. Het gesprek kan naast informatief en adviserend, ook begeleidend van aard zijn. We faciliteren een deel van het proces en denken mee met de agrariër om de drempel te verlagen. Daarnaast faciliteren en 4

Interne memo

stimuleren we de transitie naar kringlooplandbouw, ondersteunen pilots en innovaties en maken een koppeling met andere opgaven zoals natuurontwikkeling en energieopwekking. We onderhouden daartoe contacten met andere partners van de agrariër. Wel geven we van te voren duidelijk aan wat de gemeente wel en niet kan betekenen om teleurstellingen en verkeerde verwachtingen te voorkomen. We nemen als gemeente zo een sturende en trekkende rol in het realiseren van de landbouwtransitie en de koppeling met andere maatschappelijke opgaven. Dit vereist investering in lobby en netwerk maar ook in (financiële) middelen om te komen tot realisatie. Extra capaciteit: gemiddeld 2,5 fte bovenop scenario 1 en 2. Hier ontvangen we geen extra leges voor. Kanttekeningen 

We gaan uit van de huidige kennis en inzichten. De dynamiek in de sector is groot en onvoorspelbaar. Nieuwe en gewijzigde plannen van de hogere overheden en veranderingen in de sector en in marktomstandigheden kunnen leiden tot andere inschattingen.

De doorrekening naar benodigde middelen is uitgevoerd op basis van de huidige kengetallen met toepassing van het principe van “Meer door anders”. Dus zo efficiënt mogelijk werken per casus. En rekening houdend met de termijnen waaraan wij gehouden zijn door specifieke regelingen en door de Omgevingswet.

Zoals bij scenario 2 geschetst, verwachten we de komende jaren veel (aan)vragen en initiatieven. Om onze toetsende rol in lijn daarmee waar te maken, veelal in samenwerking met de ODBN, moeten we onze organisatie versterken. Dit geldt niet alleen voor ons maar voor alle gemeenten en omgevingsdiensten in onze provincie. Maar, zoals met ons ook o.a. de ODBN ervaart, is het aanbod aan gekwalificeerde mensen schaars. Daardoor is invulling van functies een groeiend probleem. Ook in de externe schil.

Conclusie 

We willen en moeten adequaat inspelen op de lopende ontwikkelingen (zoals de Warme Sanering Varkenshouderij, nieuwe stikstofregelingen, innovaties in aanloop naar de nieuwe provinciale eisen, koppelkansen). En op onze ambitie met betrekking tot zowel toekomstgerichte als stoppende agrariërs. Daarvoor hebben we minimaal de 2 fte nodig, zoals geschetst in scenario 1.

Als College hebben we dit in het kader van de prioritering voor het lopende jaar afgewogen. We zien echter geen ruimte voor deze structurele versterking op korte termijn. Daarom houden we dit aan en wegen we dit later mee in de kadernota en meerjarenbegroting. Consequentie daarvan is dat we totdat de benodigde capacitaire uitbreiding is ingevuld, onze ambitie daarop zullen aanpassen: beleidsmatig en bij de invulling door de afdelingen RO en VTH.

5

Interne memo

Voor wat betreft de scenario’s 2 en 3 vragen we uw Raad om ons richting te geven. Dit zullen we dan eveneens onderdeel laten zijn van de bredere integrale afwegingen in de kadernota en meerjarenbegroting.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=51cbf23d-dfcb-4262-89e2-d05d58b12c42