2Bijlagen bij toelichting .PDF
Tekst van het document
5
HYPOTHESE .................................................................................................................................. 4
6
OPZET VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................... 4 6.1 Algemeen ............................................................................................................................. 4 6.2 Veldwerkzaamheden............................................................................................................ 4 6.3 Laboratoriumwerkzaamheden.............................................................................................. 5
7
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ...................................................................... 5
8
RESULTATEN................................................................................................................................. 6 8.1 Zintuiglijke waarnemingen.................................................................................................... 6 8.2 Analyseresultaten en bodemkwaliteit................................................................................... 7 8.3 Interpretatie .......................................................................................................................... 7
9
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 8
10
REFERENTIES ............................................................................................................................... 8
BIJLAGE 1
Situering in de regio
2
Locatie-overzicht
3
Boorprofielbeschrijvingen
4
Analysecertificaten grond en grondwater
5
Toetsingstabel
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/2
1
INLEIDING De gemeente Oss heeft in verband met de overdacht van diverse woonwagenlocaties in Oss, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op het perceel Brasem 2-16 te Oss. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2000 gecertificeerd onderzoeksbureau dat tevens gecertificeerd is voor bemonstering conform de BRL SIKB 2000 met bijbehorende VKBprotocollen 2001, 2002 en 2018. NIPA milieutechniek b.v. is door het ministerie van VROM op grond van artikel 4 van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer de erkenning verleend als bedoeld in artikel 2 van het Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer voor de werkzaamheid “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen 2002 – Het nemen van grondwatermonsters 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer J.M. Janssen. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.B.P. van der Stroom.
2
LOCATIEGEGEVENS De onderzoekslocatie betreft de woonwagenlocatie aan de Brasem te Oss en heeft een oppervlakte van circa 3.780 m². Het perceel is gelegen aan de westelijke rand van Oss. Op de onderzoekslocatie zijn vijf woonwagens en acht schuren aanwezig. Tevens is op de locatie achter een de schuren van nummers 12, 14 en 16 een losstaande bebouwing aanwezig. Voorzover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 2.
3
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK Het onderzoek heeft als doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is.
4
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
4.1
Algemeen Voor de bodemopbouw en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de Grondwaterkaart van Nederland van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO (’s-Hertogenbosch, Kaartbladen 45 West en 45 Oost). Hierin zijn de volgende regionale gegevens samengevat.
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/3
4.2
Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Oss. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa 4 meter +NAP. Plaatselijk kan de bodemopbouw afwijken van onderstaande gegevens. De in het Holoceen gevormde deklaag, behorende tot de Nuenen Groep, bestaat uit klei, veen en lemig zand en heeft een dikte van slechts enkele meters. Onder deze slecht doorlatende deklaag bevind zich het eerste watervoerend pakket bestaande uit de grofzandige formaties van Sterksel en Kreftenheye. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 70 meter. De scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket bestaat uit kleien en slibhoudende afzettingen van de formaties van Kedichem en Tegelen over een dikte van circa 35 meter. De bovenste helft van het tweede watervoerend pakket bestaat voornamelijk uit grove zanden en grinden behorende tot de formaties van Tegelen en Maassluis. Het onderste deel heeft dezelfde samenstelling en behoort tot de formaties van Oosterhout en Kiezeloöliet. De bovenste en onderste helft worden van elkaar gescheiden door kleien behorende tot de formatie van Belfeld.
4.3
Regionale grondwaterstromingsrichting De algemene stromingsrichting van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt hoogstwaarschijnlijk beïnvloed door de stand van de nabijgelegen Maas.
5
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie beschouwd kan worden als een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging (ONV).
6
OPZET VAN HET ONDERZOEK
6.1
Algemeen Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 3.780 m² zijn, conform de NEN 5740, dertien boringen verricht tot circa 0,5 meter –mv (B01 t/m B13). Drie van deze boringen zijn doorgezet tot circa 2,0 meter –mv voor de bemonstering van de ondergrond (B01, B05 en B11). Eén van deze boringen is doorgezet tot circa 1,5 meter onder het oppervlakkig grondwaterniveau. In het boorgat van deze boring is een peilbuis geplaatst voor de bemonstering van het grondwater (Pb11). Twee bovengrondmengmonsters en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters van het NEN-grondpakket. De bovengrondmengmonsters zijn aanvullend geanalyseerd op de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor het berekenen van de achtergrond- en interventiewaarden zijn van één grondmengmonster tevens de gehaltes aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op de parameters van het NEN-grondwaterpakket.
6.2
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 2. Alle boringen zijn op 24 juni 2009 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is in afwijking op de BRL SIKB 2000, protocol 2001, in overleg met de gemeente Oss, na grondig afpompen, eveneens op 24 juni 2009 bemonsterd. De pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002/5. De boorwerkzaamheden en de grondwatermonstername zijn verzorgd door de heer T. Wassink.
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/4
6.3
Laboratoriumwerkzaamheden De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 4. De monsterrestanten en de niet-geanalyseerde grondmonsters zijn opgeslagen in een donkere ruimte, bij een temperatuur van +4 °C.
7
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde [3 & 4]. De streefwaarden voor grond zijn per 1 oktober 2008 vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000), deze zijn vastgesteld in het Regeling bodemkwaliteit [5]. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streefwaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de circulaire Streef- en interventiewaarden bodemsanering [6], de interventiewaarden zijn vastgelegd in de circulaire bodemsanering 2006 [3]. De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan.
De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden. Uit de NEN 5740 [1] kan het volgende worden afgeleid. Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de tussenwaarde overschrijdt. Deze waarde wordt ook in de circulaire Bodemsanering gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. De tussenwaarde betreft de halve som van de achtergrond- cq streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen.
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/5
In onderhavig rapport wordt de volgende terminologie gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: niet verontreinigd/verhoogd (-): de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde/ streefwaarde; licht verontreinigd/verhoogd (+): de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde/ streefwaarde maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; matig verontreinigd/verhoogd (++): de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de tussenwaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd/verhoogd (+++): de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde. De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de achtergrond- en interventiewaarden van de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 5. Hierbij wordt opgemerkt dat niet voor ieder geanalyseerd grondmonster de gehaltes aan lutum en organisch stof hoeven te worden bepaald. Bij de toetsing is in dat geval gebruik gemaakt van de meest vergelijkbare gehaltes aan lutum en organisch stof ten opzichte van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen ter plaatse. 8
RESULTATEN
8.1
Zintuiglijke waarnemingen Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Ter plaatse van de boringen B02, B03, en B06 t/m B10 is een verharding aanwezig bestaande uit klinkers. De bodem is vanaf 0,0 á 0,8 meter –mv tot minimaal het diepste punt van de boringen, circa 2,8 meter –mv, opgebouwd uit matig tot zeer fijn (siltig/humeus/grindig) zand.Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 1,3 á 1,5 meter –mv. De zuurgraad (pH) van het grondwater heeft een waarde van 6,66. De geleidbaarheid (Ec) heeft een waarde van 516 µS/cm. De pH en de Ec hebben derhalve, voor deze regio, normale waarden.
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/6
8.2
Analyseresultaten en bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4; de analyse- en toetsingsresultaten zijn samengevat in tabel 1. Tabel 1:
Toetsingsresultaten grond en grondwater Grond
monster boring meter –mv bijmenging metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK gechloreerde kwst. C+T dichlooretheen overige individueel aromatische kwst. benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen minerale olie naftaleen polychloorbifenylen PCBs (7) organochloorpesticiden som DDD som DDE som DDT som drins HCHs Verklaring van tekens: + ++ +++ #
8.3
MM1 1 t/m 6 0,0-0,5 -
MM2 7 t/m 13 0,0-0,5 -
-
Grondwater MM3 Pb11 01, 05 en 11 11 0,5-1,5 filter 1,8-2,8 -
-
0,0049
#
0,0049
# -
0,0014
# -
0,0014
#
110 0,8
# -
0,14
# -
-
#
+ # -
0,21
0,0049
niets vermeld betekent niet geanalyseerd < achtergrond- cq streefwaarde > achtergrond- cq streefwaarde en < tussenwaarde > tussenwaarde en < interventiewaarde > interventiewaarde betreft de minimale rapportagegrens conform het SIKB protocol voor somparameters, van de som zijn geen van deze individuele parameters verhoogd aangetoond gehaltes in grond in mg/kg d.s.; gehaltes in het grondwater in µg/l
Interpretatie In zowel de zintuiglijk als schoon beoordeelde toplaag (MM1 en MM2) als ondergrond (MM3) van de vaste bodem zijn geen verhoogde gehaltes aan de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater ter plaatse van peilbuis Pb11 is een licht verhoog gehalte aan barium gemeten. Dergelijke gehaltes aan barium komen veelvuldig van nature in het grondwater voor en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging. Een aanvullend of nader onderzoek is hiervoor, ons inziens, derhalve niet zinvol.
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/7
9
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Brasem 2-16 te Oss, blijkt dat zowel de vaste bodem als het grondwater niet (noemenswaardig) verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in hoofdstuk 5, worden aanvaard. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, derhalve niet zinvol. Tegen de overdracht van het woonwagencomplex zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieuhygiënische bezwaren aan te voeren. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen.
10
REFERENTIES 1. NEN 5740, oktober 1999. Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek [13.080.01]. NNI, Delft. 2. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Beoordelingsrichting voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek, BRL SIKB 2000, Gouda, 3 maart 2005. 3. Circulaire Bodemsanering 2006, 10 juli 2008, Staatscourant 131. 4. Landelijke referentiewaarden ter onderbouwing van maximale waarden in het bodembeleid, RIVM rapport 711701053 5. Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant nr 247, 20 december 2007 6. Circulaire Streef- en interventiewaarden bodemsanering, Staatscourant 39, 24 februari 2000
Verkennend bodemonderzoek woonwagenlocatie Brasem 2-16 te Oss
RH/11196/8
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 11196 3408
l
2
re
Fo
9
4
1
3065
3059
7
14
3066
132
3058
3409
3067
3407
at
tra
ss Vi 5
52 8
12
10
54
3405 56
3404
3406
58
144
3396
60
12
14
3395 3394
16
3105
3393
35
47
45
3386
3387
10
133
37
39
41
43
3391
3390 3388 3389
42
44
6
40
4
38
30173018
36
Brasem
3016
3380
3379
3378
34
Visstraat
2855
3384
3383
3382
3381
32
8
Zalm
3022 3019 3020 3021
3023 3024
47 43
2
59
57
55
51
53
49
47 45
Meerval
Oude
57
4057 55
4058
53
3053 0m
12345 25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Bebouwing Overige topografie
Voor een eensluidend uittreksel, EINDHOVEN, 23 juni 2009 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
OSS D 2855
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Wei
Omgevingskaart
Klantreferentie: 11196
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Schaal 1: 12500 Hier bevindt zich Kadastraal object OSS D 2855 Brasem 2, 5345 DA OSS © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
Bijlage: 3
Boring:
01
Boring:
GWS: Opmerking:
150
GWS: Opmerking: 0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin
02
0 -8
0
A
Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A -50
50
Zand, zeer fijn, neutraalbruin
klinker
-50
50
B -100
100
Zand, zeer fijn, geeloranje C -150
150
Zand, zeer fijn, neutraalbeige D -200
200
Boring:
03
Boring:
GWS: Opmerking:
04
GWS: Opmerking: 0 -8
0
-50
0
0
Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A 50
klinker
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin A
50
-50
Projectcode:
11196
getekend volgens NEN 5104
Projectnaam:
Brasem 2-16 te Oss
Schaal:
1: 40
Boormeester:
rvr tw
Pagina:
1/4
Bijlage: 3
Boring:
05
Boring:
GWS: Opmerking:
130
GWS: Opmerking: 0 -8
0
06
0 -8
0 Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A 50
klinker Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A -50
50 B -100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, beigegeel C -150
150
Zand, zeer fijn, neutraalbeige D -200
200
Boring:
07
Boring:
GWS: Opmerking:
08
GWS: Opmerking: 0 -8
0
-50
0 -8
0
Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A 50
klinker
Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A 50
klinker
-50
Projectcode:
11196
getekend volgens NEN 5104
Projectnaam:
Brasem 2-16 te Oss
Schaal:
1: 40
Boormeester:
rvr tw
Pagina:
2/4
Bijlage: 3
Boring:
09
Boring:
GWS: Opmerking:
10
GWS: Opmerking: 0 -8
0
A -50
50
-50
50
11
Boring:
GWS: Opmerking:
130
GWS: Opmerking: 0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin
Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
A
Boring:
0
0 -8
0 Zand, matig fijn, zwak grindig, neutraalbeige
12
0
0
A
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin A
50
50
-50
B -70
Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsoranje
C -100
100
Zand, zeer fijn, geeloranje D -130
Zand, zeer fijn, neutraalbeige
E 150 F 200
250
-280
Projectcode:
11196
getekend volgens NEN 5104
Projectnaam:
Brasem 2-16 te Oss
Schaal:
1: 40
Boormeester:
rvr tw
Pagina:
3/4
Bijlage: 3
Boring:
13
GWS: Opmerking: 0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin A -50
50
Projectcode:
11196
getekend volgens NEN 5104
Projectnaam:
Brasem 2-16 te Oss
Schaal:
1: 40
Boormeester:
rvr tw
Pagina:
4/4
NIPA milieutechniek BV T.a.v. JvdS Landweerstraat Zuid 109 5349 AK OSS
Analysecertificaat Datum: 02-07-2009
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2009099479 11196 Brasem 2-16 te Oss 25-06-2009
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst gekoeld bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Laboratoriummanager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Projectcode
11196 Brasem 2-16 te Oss
Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
24-06-2009
2009099479 25-06-2009 02-07-2009/09:45 A,B,C 1/3
56 - projectkorting 5%
Analyse
Eenheid
1
2
3
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
93.7
90.8
S
Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000
S
Bodemkundige analyses Droge stof
% (m/m)
93.6
S
Organische stof
% (m/m) ds
0.7
S
Gloeirest
% (m/m) ds
98.9
S
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
6.0
S
Metalen Barium (Ba)
mg/kg ds
18
<15
<15
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.17
<0.17
<0.17
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
<4.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
7.6
6.5
4.2
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
<13
<13
<13
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
40
26
<17
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
--
--
--
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
--
--
--
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
--
--
--
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
--
--
--
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
--
--
--
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
--
--
--
S
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
<38
<38
<38
S
Organo chloorbestrijdingsmiddelen, OCB alfa-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
beta-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
gamma-HCH
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Hexachloorbenzeen
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloor
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloorepoxide (cis)
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Heptachloorepoxide (trans)
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Q
Hexachloorbutadiëen
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Aldrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving 1 MM1 2 MM2 3 MM3
Analytico-nr. 4766631 4766632 4766633
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Projectcode
11196 Brasem 2-16 te Oss
Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
24-06-2009
2009099479 25-06-2009 02-07-2009/09:45 A,B,C 2/3
56 - projectkorting 5%
Analyse
Eenheid
1
2
S
Dieldrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
3
S
Endrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Isodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
Telodrin
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
alfa-Endosulfan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
alfa-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
gamma-Chloordaan
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
o,p-DDT
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
p,p-DDT
mg/kg ds
<0.0010
0.0028
S
o,p-DDE
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
p,p-DDE
mg/kg ds
<0.0010
0.0012
S
o,p-DDD
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
p,p-DDD
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
S
HCH (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0028
0.0028
S
Drins (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0021
0.0021
Drins (som)
mg/kg ds
<0.0030
<0.0030
S
Heptachloorepoxide (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
0.0014
S
DDD (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
0.0014
S
DDE (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
0.0019
S
DDT (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
0.0035
S
DDX (som) (factor 0,7)
mg kg/ds
0.0042
0.0068
DDX (som)
mg/kg ds
<0.0060
<0.0060
Chloordaan (som)
mg kg/ds
<0.0020
<0.0020
OCB (som)
mg/kg ds
<0.023
<0.023
S
Chloordaan (som) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0014
0.0014
S
OCB (som) LB (factor 0,7)
mg/kg ds
0.015
0.017 1)
Q
OCB (som) WB (factor 0,7)
mg/kg ds
0.016
0.019
S
Polychloorbifenylen, PCB PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138/163
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Monsteromschrijving 1 MM1 2 MM2 3 MM3
Analytico-nr. 4766631 4766632 4766633
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Projectcode
11196 Brasem 2-16 te Oss
Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
24-06-2009
2009099479 25-06-2009 02-07-2009/09:45 A,B,C 3/3
56 - projectkorting 5%
Analyse
Eenheid
1
2
3
S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
0.0049
0.0049
S
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds
<0.010
<0.010
<0.010
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.010
<0.010
<0.010
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.0050
<0.0050
<0.0050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.019
0.023
0.017
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.010
0.010
<0.010
S
Chryseen
mg/kg ds
0.011
0.013
<0.010
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.010
<0.010
<0.010
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.010
0.011
<0.010
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.010
<0.010
<0.010
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.010
<0.010
<0.010
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.082
0.097
0.077
Nr. Monsteromschrijving 1 MM1 2 MM2 3 MM3
Analytico-nr. 4766631 4766632 4766633
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting
CE
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Akkoord Pr.coörd.
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2009099479 Pagina 1/1 Analytico-n Boornr
Deelmonster Omschrijving Van
Tot
Barcode
Monsteromschrijving
4766631 4766631 4766631 4766631 4766631 4766631
06 01 04 02 03 05
A A A A A A
A A A A A A
8 0 0 8 8 8
50 50 50 50 50 50
0503671293 0900952230 0503671281 0503671290 0503671292 0503671295
MM1
4766632 4766632 4766632 4766632 4766632 4766632 4766632
08 13 10 12 09 07 11
A A A A A A A
A A A A A A A
8 0 8 0 8 8 0
50 50 50 50 50 50 50
0503671291 0900952231 0900952228 0900952229 0503671287 0503671294 0503671114
MM2
4766633 4766633 4766633 4766633 4766633 4766633 4766633
11 05 01 11 05 01 11
B B B C C C D
B B B C C C D
50 50 50 70 100 100 100
70 100 100 100 150 150 130
0503671289 0900952237 0900952238 0503671078 0900952236 0900952239 0503671260
MM3
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2009099479 Pagina 1/1 Opmerking 1) Indicatieve waarde(n) vanwege matrixstoring.
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2009099479
. Pagina 1/1
Analyse PAK (VROM) PAK som AS3000 PCB 7 som AS3000 Polychloorbifenylen (PCB) OCB som AS3000 Organochloorbest.midd. (OCB) Minerale Olie (GC) AES/ICP Zink (Zn) AES/ICP Lood (Pb) AES/ICP Nikkel (Ni) AES/ICP Molybdeen (Mo) AES/ICP Kwik (Hg) AES/ICP Koper (Cu) AES/ICP Cobalt (Co) AES/ICP Cadmium (Cd) AES/ICP Barium (Ba) Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Organische stof Droge stof Cryogeen malen AS3000
Methode W0301 W0301 W0262 W0262 W0262 W0262 W0202 W0423 W0423 W0423 W0423 W0423 W0423 W0423 W0423 W0423 W0173 W0109 W0104 W0106
Techniek HPLC HPLC GC-MS GC-MS GC-MS GC-MS GC-FID ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES ICP-AES Sedimentatie Gravimetrie Gravimetrie Voorbehandeling
Referentiemethode Cf. pb 3010-6 en cf. NEN 6977 Cf. pb 3010-6 en cf. NEN 6977 Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980 Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980 Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980 Cf. pb 3010-8 en gw. NEN 6980 Cf. pb 3010-7 en cf. NEN 6978 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-5/NEN-EN-ISO 17294-2 Cf. pb 3010-6 en cf. NEN 5753 Cf. NEN 5754 Cf. pb 3010-2 en Gw. NEN-ISO 11465 Cf. AS3000
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie september 2008.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
NIPA milieutechniek BV T.a.v. JvdS Landweerstraat Zuid 109 5349 AK OSS
Analysecertificaat Datum: 30-06-2009
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2009099480 11196 Brasem 2-16 te Oss 25-06-2009
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Aanvullende informatie behorend bij dit analysecertificaat kunt U vinden in het overzicht "Specificaties Analysemethoden". Extra exemplaren zijn verkrijgbaar bij de afdeling Verkoop en Advies. De grondmonsters worden tot 6 weken na datum ontvangst gekoeld bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 week voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Laboratoriummanager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Projectcode
11196 Brasem 2-16 te Oss
Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
24-06-2009
2009099480 25-06-2009 30-06-2009/10:01 A,C 1/2
56 - projectkorting 5%
Analyse
Eenheid
1
S
Metalen Barium (Ba)
µg/L
110
S
Cadmium (Cd)
µg/L
<0.80
S
Kobalt (Co)
µg/L
<5.0
S
Koper (Cu)
µg/L
<15
S
Kwik (Hg)
µg/L
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
µg/L
<3.6
S
Nikkel (Ni)
µg/L
<15
S
Lood (Pb)
µg/L
<15
S
Zink (Zn)
µg/L
<60
S
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen
µg/L
<0.20
S
Tolueen
µg/L
<0.30
S
Ethylbenzeen
µg/L
<0.30
S
o-Xyleen
µg/L
<0.10
S
m,p-Xyleen
µg/L
<0.20
S
Xylenen (som) factor 0,7
µg/L
0.21
BTEX (som)
µg/L
<1.1
S
Naftaleen
µg/L
<0.050
S
Styreen
µg/L
<0.30
S
Vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L
<0.20
S
Trichloormethaan
µg/L
<0.60
S
Tetrachloormethaan
µg/L
<0.10
S
Trichlooretheen
µg/L
<0.60
S
Tetrachlooretheen
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichloorethaan
µg/L
<0.60
S
1,2-Dichloorethaan
µg/L
<0.60
S
1,1,1-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
1,1,2-Trichloorethaan
µg/L
<0.10
S
cis 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
trans 1,2-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
CKW (som)
µg/L
<3.2
S
1,1-Dichlooretheen
µg/L
<0.10
S
Dichloorpropanen som factor 0.7
µg/L
0.52
Nr. Monsteromschrijving 1 11-PB11-1
Analytico-nr. 4766634
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw projectnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Datum monstername Monsternemer Projectcode
11196 Brasem 2-16 te Oss
Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
24-06-2009 56 - projectkorting 5% Eenheid
1
S
Analyse 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7
µg/L
0.14
S
Vinylchloride
µg/L
<0.10
S
1,1-Dichloorpropaan
µg/L
<0.25
S
1,2-Dichloorpropaan
µg/L
<0.25
S
1,3-Dichloorpropaan
µg/L
<0.25
S
Tribroommethaan
µg/L
<2.0
Minerale olie Minerale olie (C10-C12)
µg/L
--
Minerale olie (C12-C16)
µg/L
--
Minerale olie (C16-C21)
µg/L
--
Minerale olie (C21-C30)
µg/L
--
Minerale olie (C30-C35)
µg/L
--
Minerale olie (C35-C40)
µg/L
--
Minerale olie totaal (C10-C40)
µg/L
<100
S
2009099480 25-06-2009 30-06-2009/10:01 A,C 2/2
Nr. Monsteromschrijving 1 11-PB11-1
Analytico-nr. 4766634
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS 3000 erkende verrichting
CE
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Akkoord Pr.coörd.
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2009099480 Pagina 1/1 Analytico-n Boornr
Deelmonster Omschrijving Van
Tot
Barcode
Monsteromschrijving
4766634 4766634
1 2
280 280
0690734489 0700446366
11-PB11-1
11 11
1 2
180 180
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2009099480
. Pagina 1/1
Analyse Minerale Olie (GC) tribroommethaan 1,3-dichloorpropaan 1,2-Dichloorpropaan 1,1-dichloorpropaan CKW : Vinylchloride DiChlprop. som AS300 CKW : 1,1-Dichlooretheen Gechl. koolwaterstoffen (CKW) Styreen Aromaten (BTEXN) ICP-MS Zink ICP-MS Lood ICP-MS Nikkel ICP-MS Molybdeen (Mo) ICP-MS Kwik ICP-MS Koper ICP-MS Kobalt (Co) ICP-MS Cadmium ICP-MS Barium
H
Methode W0215 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0254 W0420 W0420 W0420 W0420 W0420 W0420 W0420 W0420 W0420
Techniek LVI-GC-FID HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS HS-GC-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS ICP-MS
Referentiemethode Cf. pb 3110-5 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3130-1/2 en gw. NEN EN ISO 1568 Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294Cf. pb 3110-3 en cf. NEN-EN-ISO 17294-
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie september 2008.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 44-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info@analytico.com Site www.analytico.com
ABN AMRO 54 85 74 456 VAT/BTW No. NL 8043.14.883.B01 KvK No. 09088623
Eurofins Analytico B.V. is ISO 9001: 2000 gecertificeerd door Lloyd's RQA en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. LNE), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheden van Frankrijk en Luxemburg (MEV).
TOETSINGSTABEL achtergrond/streef- en interventiewaarden
organisch stofgehalte
0,7 %
lutumgehalte
6,0 % grond in mg/ kgds
metalen
AW2000
Bijlage :
5
Projectnummer :
11196
grondwater in µg/l
T
I
S
T
I
arseen
12,55
30,12
47,70
10,00
35,00
60,00
barium
73,55
*
*
50,00
337,50
625,00
cadmium
0,37
4,19
8,02
0,40
3,20
6,00
chroom
34,10
1,00
15,50
30,00
chroom III
72,85
chroom VI
41,23
111,60 48,36
cobalt
6,13
41,91
77,69
20,00
60,00
100,00
koper
22,00
63,25
104,50
15,00
45,00
75,00
kwik
0,11
0,05
0,18
0,30
kwik (anorganisch)
13,39
kwik (organisch)
26,68
1,54
2,96
molybdeen
1,50
95,75
190,00
5,00
152,50
300,00
lood
34,12
197,88
361,65
15,00
45,00
75,00
nikkel
16,00
30,86
45,71
15,00
45,00
75,00
zink
71,00
218,07
365,14
65,00
432,50
800,00
minerale olie
38,00
519,00
1.000,00
50,00
325,00
600,00
PAK
1,50
20,75
40,00
-
-
-
polychloorbifenylen (som 7)
0,00
0,10
0,20
0,01
0,01
0,01
heptachloorepoxide (som)
0,002
0,40
0,80
0,005 ng/l
overige parameters
som DDT, DDE & DDD som DDT
0,04
0,12
0,02
0,14
0,26
som DDD
0,00
3,40
6,80
som al-, diel- en endrin
0,003
0,01
0,03
som HCH 0,000
0,01
0,01
-
0,05
0,10
0,05
0,53
1,00
0,20
som DDE
a-HCH
3,00
0,004 ng/l
1,70
3,40
33 ng/l
ß-HCH
0,000
0,16
0,32
8 ng/l
y-HCH
0,001
0,12
0,24
9 ng/l
benzeen
0,04
0,13
0,22
0,20
15,10
30,00
tolueen
0,04
3,22
6,40
7,00
503,50
1000,00
ethylbenzeen
0,04
11,02
22,00
4,00
77,00
150,00
xylenen
0,09
1,75
3,40
0,20
35,10
70,00
styreen
0,05
8,63
17,20
6,00
153,00
300,00
0,01
35,01
70,00
aromatische kwst
naftaleen
-
-
-
gechloreerde kwst vinylchloride
0,02
0,01
0,02
0,01
2,51
5,00
dichloormethaan
0,02
0,39
0,78
0,01
500,01
1000,00
1,1-dichloorethaan
0,04
1,50
3,00
7,00
453,50
900,00
1,2-dichloorethaan
0,04
0,64
1,28
7,00
203,50
400,00
1,1-dichlooretheen
0,06
0,03
0,06
0,01
5,01
10,00
1,2-dichlooretheen (cis & trans)
0,06
0,10
0,20
0,01
10,01
20,00
1,1,1-trichloorethaan
0,05
1,50
3,00
0,01
150,01
300,00
1,1,2-trichloorethaan
0,06
1,00
2,00
0,01
65,01
130,00
trichloormethaan (chloroform)
0,05
0,59
1,12
6,00
203,00
400,00
tetrachloormethaan (tetra)
0,06
0,10
0,14
0,01
5,01
10,00
trichlooretheen (tri)
0,05
0,28
0,50
24,00
262,00
500,00
tetrachlooretheen (per)
0,03
0,90
1,76
0,01
20,01
40,00
dichloorfenolen
0,04
2,20
4,40
0,20
15,10
30,00
dichloorpropanen
2,40
1,40
0,40
0,80
40,40
80,00
toetswaarden afgeleid van de circulaire bodemsanering 2006 bijlage 1 AW 2000
Achtergrondwaarden
S
Streefwaarde
T
Tussenwaarde (halve som achtergrond- cq streefwaarde en de interventiewaarde)
I
Interventiewaarde
-
Geen streef- of interventiewaarde bekend
*
de norm voor Barium is tijdelijk ingetrokken (Staatcourant 2009 nr67 7 april 2009)
Bijlage 2
- Quickscan Flora en Fauna
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BRASEM TE OSS
Rapportage quickscan flora en fauna Brasem te Oss Opdrachtgever
Gemeente Oss Postbus 5 5340 BA Oss
Rapportnummer Versienummer
5461.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
14 december 2017
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
drs. J.G.T. Driessen
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ing. R.J. Stoffer
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 4
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 5
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING ..................................................... 6 4.1 4.2 4.3 4.4
5
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
6
Vogels ............................................................................................................................... 9 Vleermuizen .................................................................................................................... 10 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 11 Reptielen ......................................................................................................................... 12 Amfibieën ........................................................................................................................ 12 Vissen ............................................................................................................................. 13 Ongewervelden............................................................................................................... 13 Vaatplanten..................................................................................................................... 13
TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ......................................................................... 14 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Zorgplicht .......................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ........................................................................................................ 6 Gebiedenbescherming ..................................................................................................... 7 Houtopstanden ................................................................................................................. 8
Algemene broedvogels ................................................................................................... 14 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën .................................................... 14 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 14 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 14
TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ........................................................................ 15 7.1 7.2
Natura 2000-gebieden .................................................................................................... 15 Natuurnetwerk Nederland ............................................................................................... 15
8
HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................. 17
9
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 18
Bijlage 1 Bijlage 2
toelichting verbodsbepalingen Wet natuurbescherming verklarende woordenlijst 5461.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Gemeente Oss opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna aan de Brasem te Oss. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader de voorgenomen uitbreiding van het subwoonwagencentrum ter plaatse. Het onderzoek heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000 gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek.
R 5461.001 versie D1
Pagina 1 van 19
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 0,55 ha) is gelegen aan de Brasem, aan de westkant van Oss. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 45 C (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 162.328, Y = 420.462.
Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft het terrein van een subwoonwagenkamp. Het terrein is in de huidige situatie aan de zuidzijde bebouwd met twee woonwagens en klein bijgebouw. Het noordelijk deel van het terrein bestaat uit een kort grasveld met enkele bomen en struiken. Op de westelijke perceelsgrens is een afwateringssloot aanwezig. Daarnaast bevinden zich rondom de perceelsgrenzen tevens bomen en struiken. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
R 5461.001 versie D1
Pagina 2 van 19
Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.
Figuur 3. Woonwagen met omliggend terrein.
Figuur 4. De twee woonwagens op het terrein.
Figuur 5. Grasveld aan de noordkant.
Figuur 6. Aanwezige lage bomen op het terrein met daarachter noordelijke perceelsgrens.
Figuur 7. Oostelijke perceelsgrens.
Figuur 8. Sloot op westelijke perceelsgrens.
R 5461.001 versie D1
Pagina 3 van 19
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens het aantal standplaatsen van woonwagens binnen het subwoonwagencentrum te verhogen van 2 naar 8 woonwagens. Ten behoeve van de plaatsing van de woonwagens zal groen verwijderd worden in de vorm van bomen en struiken. Tevens is het mogelijk dat er een ontsluiting komt richting de Visstraat of de Gewandeweg.
R 5461.001 versie D1
Pagina 4 van 19
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 5 december 2017. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Voor het in kaart brengen van beschermde soorten op of in de omgeving van de onderzoekslocatie is de site van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Daarnaast zijn actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
R 5461.001 versie D1
Pagina 5 van 19
4
OVERZICHT VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING
Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Wet natuurbescherming bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. De Wet natuurbescherming is gericht op:
het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies.
De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij soortenbescherming ligt grotendeels bij de provincies. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.1
Zorgplicht
Het eerste artikel in de Wet natuurbescherming heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. In bijlage 1 wordt dit artikel nader toegelicht. 4.2
Soortenbescherming
Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten;
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
In bijlage 1 worden deze artikelen nader toegelicht
R 5461.001 versie D1
Pagina 6 van 19
4.3
Gebiedenbescherming
Indien een onderzoekslocatie in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. 4.3.1
Natura 2000
Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).
Het is krachtens de Wet natuurbescherming verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. 4.3.2
Natuurnetwerk Nederland
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit:
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.
R 5461.001 versie D1
Pagina 7 van 19
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 4.4
Houtopstanden
De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In bijlage 1 (tabel V) worden de regels nader toegelicht. Wanneer houtopstanden geveld worden, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Op basis van deze melding wordt door de provincie beoordeeld of de voorgenomen velling aanvaardbaar is in het kader van natuur- en landschapswaarden. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Indien bij de voorgenomen ontwikkeling herplantplicht geldt, maar niet voldaan kan worden aan de herplantplicht op de projectlocatie zelf, dan dient een ontheffing aangevraagd te worden met betrekking tot de herplantplicht bij de desbetreffende provincie.