CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

2a Bijlage 1 Regels Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit.PDF

Adviescommissie Ruimte 23 september 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Ontwerpbestemmingsplan herontwikkeling varkenshouderij Oijense Bovendijk 19 te Oijen291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

boomgaardje aan de dijk t.b.v. landschappelijke inpassing nieuwe woningen/woonpercelen

hoofdontsluiting via bestaande ontsluiting vanaf de dijk

nieuwe woningen rondom een collectief erf

natuurlijke poel in een klein ‘natuurgebiedje’

klein bosje met hogere bomen als inpassing (verankering wooncluster)

nieuwe woning eventueel mogelijk na beëindiging naastgelegen agrarisch bedrijf

boomgaardje of bosje als collectief groen op erf (en om loods in te passen)

‘karrepad’ als ‘achterom’ met knotwilgen langs bestaande sloot

bestaande loods loods landschappelijk inplanten (knotwilgen / struweel)

ALGEMEEN:

STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN:

LANDSCHAPPELIJKE UITGANGSPUNTEN:

-

-

-

-

Gelegen op oeverwal, kenmerkend met bebouwing langs de dijk. Percelen in lengterichting, gescheiden door sloten en oorspronkelijk ook met bomen. Naar achteren toe geen / minder bebouwing.

-

Eigentijds landelijk ‘boerenerf’ achter de woningen aan de dijk. Landelijke, eenvoudige bouwvolumes van één bouwlag met een duidelijke kap (geen dakkapellen). Zogenaamde ‘schuurwoningen’ met een landelijke uitstraling. Ingetogen kleur- en materiaalgebruik. Overwegend baksteen in aardetinten en hout voor het hoofdvolume. Groene erfafscheidingen (heggen, hagen, bomen). Geen gebouwde erfafscheidingen (schuttingen, muren).

-

Werken met inheemse en gebiedseigen beplanting. Kenmerkende soorten op erven; walnoot, es, paardekastanje, linde, esdoorn, fruitbomen (appel, peer, kers, pruim). Kenmerkend landschappelijk groen; natte delen grienden, populierenbosjes, knotwilg, zwarte els, wilg. Behoud bestaande bomen (behalve coniferen). Knotwilgen langs de sloot aanbrengen als structuur. Bloksgewijze verdichting met grienden, populierenakkers, en boomgaardjes. Achterzijde simpel houden - alleen langs perceelsgrenzen aan zetten met knotbomen – ‘karrepad’ zo secundair mogelijk. Tussenruimte karrepad en sloot minimaal 3 meter en ingericht als een overgang van nat naar droog. Extensief beheer als riet en ruigte. Aanleg poel in een klein ‘natuurgebiedje’ als vierkant blok, of als het gebruikt wordt als drinkpoel voor het vee gedeeltelijk uitgerasterd. Rondom ruigte en beheer gericht op het openhouden van de poel. Poel dient volgens de voorschriften van bijvoorbeeld Brabants Landschap te worden aangelegd en onderhouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=30c449f7-9d6f-433c-bb79-d71d8614373d