CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-26-08 Achtergronddocument Agrarische Visie Oss.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Visie landbouw Oss5.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Agrarische visie Oss Achtergronddocument

versie 26 augustus 2020

Waarom een agrarische visie voor Oss ? Invulling geven aan de motie van de raad uit 2018

“een visie op de toekomst van de agrarische sector in Oss opstellen waarin grote ontwikkelingen zoals vrijkomende agrarische bebouwing, mestverwerking, asbestsanering, dierwelzijn en gezondheid worden belicht, met daarbij ruime aandacht voor de vraag hoe de gemeente Oss de agrarische ondernemers het beste kan ondersteunen." …. “ De transitie van de landbouw is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid voor de sector zelf. De agrarische visie maakt inzichtelijk wat deze transitie betekent voor de

gemeente Oss en op welke wijze de gemeente hierin gaat ondersteunen.”

2

Belang van een agrarische visie voor Oss • Economisch en maatschappelijk belang van de agrarische sector voor de gemeente Oss en daarbuiten. De gemeente heeft baat bij een vitaal buitengebied en een vitale, sterke agrarische sector die in balans is met haar omgeving en een bijdrage levert aan maatschappelijke doelen. • Transitie van de landbouw, mede ingegeven door randvoorwaarden en eisen op het gebied van milieu en duurzaamheid die worden gesteld door Europa, het Rijk en de provincie

Noord-Brabant. De visie gaat in op de rol die de gemeente Oss wil en kan spelen • De agrarische visie is een bouwsteen voor toekomstig gemeentelijk beleid (o.a. omgevingsvisie en omgevingsplan). • Ook in Oss is er sprake van maatschappelijk debat over agrarische ontwikkelingen (o.a. over de thema’s gezondheid en mest). De agrarische visie kan bijdragen aan meer begrip en draagvlak voor de landbouw en de wijze waarop de sector rekening dient te houden met de achterliggende waarden en verwachtingen van andere belanghebbenden. 3

Ruimtelijke ordening, betekenis voor landschap. Andere ruimtevragers (stad, energie, natuur en water) Milieu: Geur. Mest. Beladen individuele dossiers: Q-koorts, mestfabriek

Asbest, verduurzaming Stikstof en N2000

Stortvloed aan regelgeving

Gezondheid i.r.t. veehouderij en mest Q-koorts

Financieel perspectief, investeren , consolideren, stoppen. Leegstand. Ondermijning

Thema’s rondom de agrarische visie van Oss

Dierenwelzijn

Verbinding met de leefomgeving, waardering Economische bijdrage in breder perspectief

energietransitie en klimaatopgaven; Kleine en grote kringlopen sluiten

Technologie en innovatie, (nieuwe) verdienmodellen

Ontwikkeling aantal en type agrarische locaties in Oss

De veehouderij overheerst in het buitengebied 428 agrarische bouwvlakken (binnen en buiten de kernen), waarvan 289 veehouderijen. Circa. 15-20 agrarische bouwvlakken liggen binnen grenzen van dorpskernen. Veehouderijgegevens gemeente Oss, jaar 2019: diercategorie

aantal locaties *

aantal dieren totaal

melkrundvee

191

41.424

varkens

84

234.939

paarden

59

2.654

vleesvee

32

19.957

pluimvee

11

836.536

geiten

10 (locaties met >15 geiten)

17.583

schapen

10

4.444

1 *Konijnen 85 gemengde veebedrijven met 2 of meer diercategorieën Nertsen

1

12.854 2.933

* Het aantal locaties waar dieren in de diercategorie, in een voor de betreffende diercategorie relevante omvang, worden gehouden. Het aantal bedrijven met één van de diercategorieën op de (milieu)vergunning ligt hoger dan in deze tabel vermeld staat.

Overige agrarische bedrijvigheid: • 3 overige agrarische bedrijven (champignons en visteelt) • 2 glastuinbouwbedrijven • 41 overige agrarische bedrijven zonder vee 6

Primaire agrarische bedrijven/locaties naar type (2019)

(Classificatie type bedrijf is gebaseerd op 2/3 van de totale nge’s)

(varkens en/of pluimvee(tak))

7

Grondgebruik gemeente Oss

8

Melkveebedrijven domineren Ongeveer 2/3 van de veehouderijen in Oss is een melkrundveebedrijf. De varkenssector is op dit moment na melkrundvee de grootste veehouderijsector in Oss. De pluimveehouderij is zeer beperkt vertegenwoordigd.

54 veehouderijen met varkens en/of pluimvee (vooral varkens) hebben zich zelf aangemeld voor de Stoppersregeling 2020 (een gedoogregeling i.v.m. landelijke eisen m.b.t. de emissie van ammoniak uit stallen van veehouderijen). Op deze locaties moet per 1 januari 2020 de varkens- en/of pluimveetak beëindigd zijn of de stallen moeten dan daadwerkelijk aangepast zijn en voldoen aan de geldende normen voor de maximale ammoniakemissie. Ook onder de melkrundveebedrijven zijn potentiële stoppers (aantal onbekend). Het aantal varkensbedrijven wordt naar verwachting kleiner dan het aantal bedrijven met paarden, geiten en schapen en het relatieve aandeel van melkveesector in Oss wordt hierdoor in de toekomst nog groter.

Van de cultuurgrond in Oss is circa 2/3 deel in gebruik als grasland en een kwart voor de teelt van voedergewassen. Grasland en voedergewassen dienen doorgaans als vers plantaardig veevoer. Dus ook in het agrarisch grondgebruik in Oss overheerst de veehouderij.

9

Bedrijfsopvolging Uit gesprekken met veehouders in de gemeente Oss blijkt dat veel bedrijven die overwegen te gaan stoppen geen bedrijfsopvolger hebben. Dit beeld wordt bevestigd door de jaarlijkse landbouwtellingen. In 2016 had 64% van de bedrijven met als rechtsvorm natuurlijk persoon (eenmanszaken en maatschappen) een bedrijfshoofd van 51 jaar of ouder en heeft 39% van deze groep een opvolger. Het animo om een bedrijf over te nemen wordt in belangrijke mate bepaald door de bedrijfsomvang. Een zekere omvang is nodig om in de toekomst winstgevendheid te kunnen zijn. De potentiële bedrijfsopvolgers zijn over het algemeen hoog opgeleid (HAS/WUR) en werken vaak al in de periferie rondom de primaire agrarische sector. De mogelijkheden om een bedrijf over te nemen hangen af van ondernemerskwaliteiten, toekomstperspectieven van de markt en de omgeving van het bedrijf (ontwikkelings- en/of uitbreidingsmogelijkheden). De melkveehouderij is van oudsher de sector met het hoogste opvolgingspercentage. Landbouwbedrijven in de noordelijke provincies hebben vaker een bedrijfsopvolger dan bedrijven in de zuidelijke provincies. (Bron: Agrimatie, Wageningen UR). 10

Veel ondernemers moeten investeren of andere keuzes maken, drukte aan het omgevingsloket Stoppersregeling 2020: mogelijk dat enkele bedrijven zullen doorstarten, maar de meerderheid van deze bedrijven is naar verwachting al gestopt of zal moeten stoppen. Dit betekent een forse opgave t.a.v. herbestemming of sanering (VAB).

• • • • •

Voor 2024 zullen de meeste blijvende veehouderijen in Oss maatregelen moeten nemen om te voldoen aan provinciale eisen m.b.t. ammoniak. Ook de melkveehouderijen en vlees kalverenhouderijen. In najaar 2019 openstelling saneringsregeling varkenshouderij (rijk). Flankerend beleid provincie voor innovaties in stalsystemen en structuurversterking melkveehouderij. Veel aanmelders van varkenshouders uit Noordoost-Brabant, enkele uit Oss. Mogelijke extra opkoopregeling veehouderij en andere maatregelen i.v.m. stikstofdossier de komende jaren; vraag naar emissierechten veehouderijen (externe saldering) Ontwikkeling van schaalvergroting (minder locaties, blijvers groter) gaat vooralsnog door. Los van gevraagde transitie naar kringlooplandbouw Na invoering fosfaatrechten in 2017 veel verkoop van rechten naar gebieden buiten Brabant. Meer dan aankoop van Brabantse melkveehouders

Dit alles leidt waarschijnlijk tot een extra aanbod VAB-locaties, verzoeken om herbestemming en extra opgave VTH en andere ondersteuning voor gemeente en omgevingsdienst komende jaren.

11

Economische betekenis van de agrarische sector

Economische betekenis veehouderij, Nederland • Agrarische sector is nauw verweven met andere delen van de economie: o Toeleveranciers van goederen en diensten (veevoer, kunstmest, energie, machines, stallen, veterinaire diensten en zakelijke diensten). o Verwerking agrarische producten (voedingsmiddelenindustrie, handel en distributie). • Directe en indirecte activiteiten rond de agrarische sector is een samenhangende keten (het agrocomplex): o In 2016: 7% van de nationaal toegevoegde waarde. o In 2016: Ruim 9% van de nationale werkgelegenheid.

• Binnen het agrocomplex gebaseerd op binnenlandse grondstoffen heeft het grondgebonden veehouderijcomplex in Nederland het grootste aandeel in toegevoegde waarde (ruim 27%) en werkgelegenheid (ruim 34%); in 2016. • Betekenis export wordt steeds groter. • Circa 9% van de nationale werkgelegenheid in het agrocomplex. Circa 1/5 deel daarvan op primaire bedrijven, ongeveer 2% van de nationale werkgelegenheid. (Bron: Agrimatie- WUR)

13

Grote verwevenheid agri & food complex De verschillende schakels in het agri & food complex zijn geografisch verspreid. Een belangrijk deel van de werkgelegenheid in de toelevering en verwerking is verbonden aan de primaire agrarische bedrijven. Daar staat tegenover dat een deel van de bedrijven in het agri & food complex “op eigen benen” staat en de werkgelegenheid niet (meer) verbonden is met de primaire productie.

14

Economische betekenis Agri & Food voor werkgelegenheid in Zuidoost-Nederland Volgens het AgriFood Capital, het samenwerkingsverband van Noordoost-Brabant, is de agrifoodketen de belangrijkste motor van de regionale economie met zo’n 7.000 bedrijven en ruim 52.000 banen.

15

Betekenis agrifood voor de werkgelegenheid in de gemeente Oss • • • • •

De volledige agrifoodketen is vertegenwoordigd binnen de gemeente Oss. Meer dan de helft werkgelegenheid in Oss (ruim 20.000 banen) zit in het agrifood complex. De meeste banen bevinden zich bij de crossovers. De primaire agrarische sector zorgt voor een omvangrijke afzet voor de toeleverende en verwerkende bedrijven en vormt een platform voor innovatie van techniek en systemen. Het agrifoodcomlex in Oss is economisch sterk.

Agrifoodcomplex in Oss:

(bron: Samen Sterker in Agrifood, HAS Den Bosch, 2014)

16

Betekenis primaire agrarische sector in Oss voor de werkgelegenheid •

In Oss: 41.370 banen bij 7.020 bedrijven. (Bron: LISA, 2018)

•

Eind 2017: ca. 300 banen in de primaire agrarische sector.

•

Stel inclusief ondernemers en meewerkende gezinsleden circa 1.000 “arbeidsjaren”, dan voorziet de primaire agrarische sector in 2,5 % van de totale werkgelegenheid in Oss.

De stad Oss telt meer werknemers in de crossovers dan in de agrifoodketen, terwijl de kleinere dorpen juist meer banen hebben in de agrifoodketen zelf. De betekenis van de primaire agrarische bedrijven voor de werkgelegenheid in Oss is kleiner dan die van de toeleverende en verwerkende sectoren.

17

Trend primaire productie en agrifoodketen Strategie van de primaire agrarische sector is bij de meerderheid gericht op zo goed mogelijke kwaliteit voor zo laag mogelijke kosten. Blik is vooral gericht op het eigen bedrijf. Wet- en regelgeving, maar ook maatschappelijke vraagstukken hebben hier effect op: milieu en klimaat, voedselveiligheid, kwaliteit, duurzaamheid. Trend naar gezond en veilig voedsel, herkomst van de producten (streekproducten).

Beleving consument gaat steeds grotere rol spelen. Bedrijven hebben te maken met onder druk gezette prijzen, consumenten willen producten van goede kwaliteit, maar willen hiervoor niet veel betalen. Ketensamenwerking wordt hierdoor steeds belangrijker. Stimuleren van samenwerkingen biedt mogelijkheden om ook voor primaire producenten een goed verdienmodel te creëren. Door ketensamenwerking toegevoegde waarde creëren en inspelen op de wensen van de consument? Hoe dit stimuleren en welke rol kan de gemeente hierin betekenen?

18

Keuzen voor de agrarische ondernemer - 1

19

Keuzen voor de agrarische ondernemer - 2

Bron: Provincie Noord-Brabant

20

Maatschappelijke betekenis van de agrarische sector

Maatschappelijke betekenis agrarische sector (algemeen in Nederland)

Landbouw is meer dan voedselproductie, werkgelegenheid en economie, maar heeft ook een maatschappelijke waarde. De landbouw bepaalt voor een groot deel de identiteit en kwaliteit van het buitengebied en is de ‘hoeder van het buitengebied’. Het buitengebied biedt rust en ontspanning voor inwoners die veelal in een stedelijke omgeving wonen. Ondanks dat het draagvlak voor de landbouw (en met name de veeteelt) lijkt te dalen vindt bijna driekwart van de Nederlanders het noodzakelijk dat Nederland ook in de toekomst agrarische bedrijven heeft en ruim zes op de tien Nederlanders hechten veel waarde aan het Nederlandse platteland en vinden dat de agrarische sector een belangrijke bijdrage levert aan de samenleving. Iets meer dan de helft draagt de boeren een warm hart toe, vindt het belangrijk dat de agrarische sector op een duurzame wijze voedsel produceert en hecht veel waarde aan de Nederlandse agrarische sector. (Bron: Maatschappelijke waardering van Nederlandse landbouw en visserij, TNS, april 2015).

22

Maatschappelijke betekenis landbouw (algemeen in Nederland) Uit onderzoek naar maatschappelijke waardering van de Nederlandse landbouw komen de volgende kritiek- en positieve punten het meest naar voren: Kritiekpunten van de Nederlandse samenleving op de landbouwsectoren: • Te weinig aandacht voor het milieu; • Te weinig aandacht voor dierwelzijn; • Tegen mega-stallen, massaproductie, grootschalige landbouw en intensieve veeteelt.

Positieve punten van landbouw volgens de Nederlandse samenleving: • De Nederlandse agrarische sector “doet het goed”; • Waardering voor het harde werken van de boeren; • De agrarische sector levert goede (Nederlandse) producten. De agrarische sector wordt beter gewaardeerd als de bekendheid met de landbouw groter is. De waardering bij burgers ouder dan 55 jaar is groter dan bij jongeren (18-32 jaar). (Bron: Maatschappelijke waardering van Nederlandse landbouw en visserij, TNS, april 2015).

23

Maatschappelijke waardering veehouderij (algemeen in Nederland) •

De maatschappelijke waardering van de melkveehouderij is het meest positief. Burgers ervaren weinig negatieve emoties als ze aan de melkveehouderij denken. De sector scoort positief op verschillende vormen van vertrouwen: productie, voedselveiligheid van zuivelproducten en samenwerking van schakels in de keten.

•

De waardering van de varkens- en pluimveehouderij is het minst positief. De reputatie van de pluimveesector is de laatste jaren weliswaar licht verbeterd, maar de sector scoort nog steeds relatief laag. Burgers ervaren relatief veel gemengde gevoelens bij het consumeren van varkens- en pluimveevlees, beide sectoren roepen negatieve emoties op en scoren laag wat betreft vertrouwen in productie, voedselveiligheid en samenwerking van schakels in de keten en de perceptie van de burger op innovatie en veiligheid.

•

In verhouding tot de intensieve veehouderij is de maatschappelijke waardering van akkerbouw en tuinbouw relatief hoog.

(Bron: Agrimatie, Wageningen UR).

24

Maatschappelijke waardering van de Nederlandse Agri & Food sectoren

25

Dierenwelzijn een belangrijke factor • • •

•

Op het gebied van dierenwelzijn al veel verbeteringen bereikt; Maar nog genoeg te verbeteren, zoals ruimte, stalklimaat, levensduur, mogelijkheden om natuurlijk gedrag te uiten; Conflicten met andere doelen (milieu) en kostprijsgedreven bedrijven; Toekomst ligt in een dierwaardige kringlooplandbouw.

(Bron: Raad voor Dieraangelegenheden, Staat van het dier, 2019)

26

Reacties n.a.v. stikstofproblematiek? De maatschappij: Uit een recente enquête van NOS Nieuwsuur (2019) blijkt o.a.. dat: • 80% van de ondervraagden de boeren willen ontzien bij het terugdringen van stikstof (d.m.v. compensatie), met name de boeren die al maatregelen hebben getroffen. • 85% wil dat de overheid boeren ondersteunt die willen overstappen op duurzame landbouw. De agrarische sector: Uit de NOS-stikstof enquête onder 6.000 boeren volgt o.a.. dat: • 60% van de veehouders onzekerder is geworden over het voortbestaan van hun bedrijf; • Van de boeren die willen uitbreiden verwacht een meerderheid dat dat niet meer mogelijk is; • Als er een goede financiële regeling komt is stoppen voor 4 op de 10 boeren bespreekbaar; • Slechts 3% procent zegt zich op voorhand te willen aanmelden voor een regeling om zich te laten uitkopen, maar voor 38% is het op termijn wel een mogelijkheid; • Met name voor varkensboeren is stoppen geen taboe: 75% vindt het bespreekbaar. 7% zegt nu al te willen aanmelden voor een subsidieregeling om te stoppen. • Bij melkveehouders is er minder animo om te stoppen. Een meerderheid zegt onder geen beding te willen stoppen, voor 1/3 is het bespreekbaar. • Leeftijd en bedrijfsopvolging speelt een grote rol. Van de boeren zonder opvolger zegt bijna 75% open te staan voor stoppen, terwijl dit bij boeren met een opvolger nog geen 30% betreft.

27

Reacties n.a.v. stikstofproblematiek?

28

Negatieve beeldvorming en agrarisch tegengeluid Uit grootschalig opinieonderzoek door Trouw in 2018 blijkt dat 90% van de boeren last heeft van de negatieve beeldvorming (in de media en negatieve campagnes) en ervaren weinig waardering van de politiek en de consument, terwijl Nederland juist tot de kopgroep in wereld behoort op gebied van voedselveiligheid, milieu en dierwelzijn. De afgelopen jaren hebben volgens de boeren de politici, media en activisten een negatief beeld over boeren geschetst door snelle, ongenuanceerde berichtgeving.

Dit geeft in 2019 aanleiding voor een sterk tegengeluid vanuit de agrarische sector. De agrarische sector wil onder andere de boer-burger kloof verkleinen, balans in het maatschappelijke debat, de Nederlandse boeren weer trots maken en een positieve beïnvloeding van de politiek.

29

Ruimtelijke spreiding veehouderij

Veehouderij: locaties, type en omvang in Oss

(varkens en/of pluimvee(tak))

(CONCEPT

(Classificatie type bedrijf is gebaseerd op 2/3 van de totale nge’s)

Een groot deel van het grondgebied heeft ruimtelijke beperkingen voor de niet-grondgebonden veehouderij (= groen gearceerde percelen op de kaart en de woonkernen)

31

Ruimtelijke opbouw landelijk gebied Duidelijke ruimtelijke opbouw gebaseerd op aanwezige landschapstypen: • Kom: deel is primair agrarisch gebied (Lithse polder) • Oeverwal en dekzand: gemend landelijk gebied, bebouwingsconcentraties, stad en dorpen. • Uiterwaarden langs de Maas: waterveiligheid en waterberging, natuur- en landschapsontwikkeling, benutten recreatieve potenties (o.a. Meanderende Maas).

Bron: gemeente Oss

32

Open komgebieden De veehouderij zit met name in de Lithse Polder; komgebied tussen Geffen en Lith. Dit is hoofdzakelijk melkveehouderij, maar ook locaties met varkens en pluimvee (primair agrarisch gebied maar ook beperkingen veehouderij). Duidelijk minder veehouderijlocaties in het komgebied tussen Haren, Deursen-Dennenburg, Herpen en Berghem (gemengd gebied). In het komgebied zijn de bouwvlakken groter. Ook in de komgebieden krijgt de gemeente steeds vaker verzoeken van stoppende veehouders, onder andere vanwege het ontbreken van een bedrijfsopvolger. Weinig onbenutte bouwvlakken. Overwegend bouwvlakken met functieaanduiding veehouderij. Veel bedrijven in de polder zijn opgericht in de jaren 80, veel ondernemers zijn 55+, de tweede generatie is hier nu aan zet. Agrarische sector heeft hier de ruimte om te ontwikkelen, vooral de grondgebonden veehouderij. Mogelijkheden voor omschakelen en nevenactiviteiten zijn beperkt. Relatief groot deel van het komgebied is provinciaal aangewezen als ‘gebied beperkingen veehouderij’: Hier heeft de agrarische functie nog steeds de overhand, maar het toekomstperspectief voor agrarische bedrijven is in dit gebied beperkter dan in het primair agrarisch gebied, vooral voor de nietgrondgebonden veehouderij. Beleid is op gericht dat (intensieve) veehouderijen hier niet verder ontwikkelen en per saldo “extensiveren”.

33

Oeverwallen en zandgronden Deze gebieden typeren zich door een gemengde plattelandseconomie. Hier zijn diverse agrarische bedrijven, maar er is niet één overheersend type. De veehouderijen zijn verspreid over de deelgebieden gesitueerd. Geen clusters van veehouderijen die leiden tot cumulatieve overlast. Er zijn wel enkele lokale overlast situaties, vooral vanwege de korte afstand tot bebouwde kom. Deze gebieden zijn voor het overgrote gedeelte provinciaal aangewezen als ‘gebied beperkingen veehouderij’ zodat niet-grondgebonden veehouderijen hier niet verder kunnen ontwikkelen en per saldo extensiveren. Delen van de dekzandrand en de dekzandrug hebben een grootschalig agrarisch karakter. Deze gebieden komen door het grondgebruik en het grootschalige karakter overeen met het komgebied. Bijvoorbeeld het gebied tussen Oss-West en Geffen. Vermenging van verschillende functies. Nabij Geffen en tussen Berghem en Herpen enkele agrarische bouwvlakken met aanduiding veehouderij waar inmiddels geen vee meer gehouden wordt.

34

Komgebieden, oeverwallen en zandgronden Op de oeverwallen en zandgronden zijn in tegenstelling tot de komgebieden meer mogelijkheden voor omschakeling en nevenactiviteiten. Hier worden de meeste stoppers verwacht. Bij stoppende agrarische bedrijven komen bedrijfsgebouwen vrij => VAB vraagstuk. Bij stoppende grondgebonden agrarische bedrijven komen grond en bedrijfsgebouwen vrij Grond wordt meestal eerder en apart van de bedrijfsgebouwen verkocht. => vraagstuk richt zich op alternatieve teelten en alternatief grondgebruik. Op de zandgronden wordt een opkomende tuinbouw gesignaleerd. Deze sector brengt andere vraagstukken en belasting van de omgeving met zich mee dan de veehouderij, denk hierbij aan bestrijdingsmiddelen, plastic, verdroging, transport, stofontwikkeling bij grondbewerking. Gemeentelijk beleid om ontwikkelingen in de tuinbouw te reguleren ontbreekt.

35

Ruimte in het buitengebied wordt ook door anderen aangesproken Binnen Noordoost-Brabant heeft de polder een bijzondere positie gezien de openheid (voormalig overstromingsgebied Beerse Maas). Brabant Water heeft een groot grondaandeel in de Lithse polder. Er zijn plannen voor grootschalige energieopwekking door windmolens in de Lithse polder (een collectief van grondeigenaren en bewoners van de polder, waaronder 80 boeren). Ook diverse initiatieven voor grondgebonden zonneparken. Dus nieuwe claims op de ruimte in de komgebieden. Nadere afweging nodig m.b.t. locaties, meervoudig ruimtegebruik en omvang (ambities Oss en rol in de regio, RES). Maatschappelijk draagvlak m.b.t. ontwikkeling veehouderijen is in de komgebieden over het algemeen geen knelpunt, doordat er weinig menging met woon- en andere functies is. Wel is er sprake van andere ruimte claims, zoals verstedelijking aan de randen van de komgebieden (Oss-west, Oss-Noord, noordelijke rondweg). Heeft impact, maar minder fors dan potentiële impact van de energietransitie. Initiatief voor mestbewerkingsinstallatie MACE op bedrijventerrein Oss-Noord, veel weerstand omwonenden en verschillen in standpunten gemeente en provincie. Ook bestaande locaties voor mestbewerking en nieuwe initiatieven in buitengebied.

36

Milieu en duurzaamheid

Impact veehouderij op milieu – geur uit stallen vertaald naar beoordeling leefklimaat

38

Impact veehouderij op milieu – fijn stof uit stallen

39

Indicatie concentraties endotoxinen

40

Geitenhouderij en 2 km zones

(varkens en/of pluimvee(tak))

41 CONCEPT

Impact veehouderij op woon- en leefklimaat • In Oss is sprake van een behoorlijke spreiding van veehouderijen en weinig clustering. bedrijven en overwegend een goed woon- en leefklimaat als het gaat om relatie geurbelasting uit stallen en kans op hinder. Relatief weinig blootstelling, zeker in relatie tot gemeenten in de regio waar er sterke concentraties zijn van intensieve veehouderijen. Ook al is de berekende geurbelasting in grote delen van buitengebied hoger dan advieswaarde GGD. De normen die de GGD adviseert zijn strenger dan de standaard wettelijke normen. Oss heeft normen deels aangescherpt. •

Geen grote berekende knelpunten m.b.t. cumulatie van geur, fijnstof of endotoxinen uit stallen van veehouderijen die de kwaliteit van de leefomgeving onder druk zetten.

• De GGD concludeert dat ruim een kwart van de bevolking zich zorgen maakt over gezondheidsrisico’s rond veehouderijen. Dat ligt in Oss iets hoger dan in de rest van Brabant, waarschijnlijk ten gevolge van de Q-koorts uitbraak in Herpen. • Er zijn 20 geitenhouderijen (waarvan ongeveer 10 met een relevante omvang), verspreid gesitueerd. De 2 km contouren (adviesafstand GGD) van de geitenbedrijven in en om Oss bestrijken een groot deel van het grondgebied van Oss. Uitbraak Q-koorts in Herpen trekt zware wissel op vertrouwen omwonenden in de sector en in de overheid.

42

Lokale knelpunten t.a.v. woon- en leefklimaat Geen gebiedsoverschrijdende knelpunten ten aanzien van milieuaspecten en woon- en leefklimaat. Wel enkele lokale knelpunten, zoals: • • •

kalverenhouderij nabij bebouwde kom van Geffen geitenhouderij nabij de bebouwde kom van Herpen woningbouw, oprukkende verstedelijking (Oss-West en Oss-Noord)

Hoe als gemeente om te gaan met lokale knelpunten, vooral als de betreffende ondernemer ervoor kiest om ‘stil te zitten’?

43

Opgave veehouderij m.b.t. milieueisen: natuur • Provinciale eisen sinds juli 2017 m.b.t. modernisering van stallen zijn ingegeven door opgave emissiereductie ammoniak (natuurdoelen, Natura2000 gebieden). In NoordBrabant een opgave voor circa 85% van de veehouderijen. In Oss voor circa 75%. •

Vooral voor melkveebedrijven zijn dergelijke eisen nieuw, voor bedrijven golden er al strenge eisen bij nieuwbouw maar moeten oude stallen versneld worden aangepast. Vaak voor 2024

• De provinciale eisen zoals deze eerder in 2017 zijn vastgesteld zijn, worden naar verwachting eind 2020 aangepast, maar die aanpassingen leiden volgens onderzoek van Connecting Agri&Food (juli 2020) slechts tot een vertragend effect in het aantal verwachte stoppers. Volgens dat bureau zal tot 2028 als gevolg van het landelijke en huidige provinciale beleid circa 50 procent van de Brabantse melkveehouders zijn gestopt.

44

Verreweg de meeste melkveehouderijen en intensieve veehouderijen in Oss moeten voor 2024 1 of meer stallen aanpassen vanwege provinciale eisen m.b.t. de emissie van ammoniak

(varkens en/of pluimvee(tak))

45

Opgave aanpassen stallen n.a.v. milieueisen Brabant: Eisen provincie ontwerp juli 2020 versus registratie stallen van veehouderijen in Oss Categorie / aantal locaties veehouderij

Melk- en overig rundvee

Vleeskalveren

varkens

pluimvee

geiten

gemengd

overig

Totaal veehouderij locaties in Oss

Voldoet niet aan landelijke emissieeisen Beh (excl. uitzonderingen) of geen eisen

66

0

36

0

0

14

2

118

Voldoet aan landelijke eisen maar niet aan provinciale eisen tot 2024

64

18

33

5

9

14

1

144

Voldoet niet aan provinciale eisen 2024-2028

8

1

0

4

0

0

0

13

Voldoet aan provinciale eisen vanaf 2028 of geen eisen voor deze veehouderijen

28

4

2

1

0

9

47

91

Totaal

166

23

71

10

9

37

50

366

Bron: onderzoek Pouderoyen i.o.v. provincie Noord-Brabant, juli 2020

46

Stikstof en Natura2000-gebieden • Bijzonder voor Oss is in verhouding grote afstand tot N2000-gebieden. Daarmee zijn ondernemers en ook omwonenden en burgers in het verleden minder in aanraking gekomen met emissie-eisen vanwege natuur. Na de PAS-uitspraak van de Raad van State is nu duidelijk dat elke veehouderij, maar ook andere sectoren zoals industrie, woningbouw en mobiliteit, geraakt worden door Europese regels m.b.t. stikstof. • Ammoniakemissie veehouderijen kan nu weer ten gelde worden gemaakt en nodig zijn om andere ontwikkelingen mogelijk te maken. Wachten op aanvullend landelijke maatregelen. Mogelijke aanvullende emissie-eisen (ook buiten Brabant) of aanvullende saneringsregelingen • Vanwege die relatief grote afstand zal er vanuit de opgave voor woningbouw of andere ontwikkelingen in Oss weinig behoefte / noodzaak bestaan tot externe saldering (aankoop emissierechten).

47

Stikstof en N2000 is randvoorwaarde, maar relatief gezien zijn knelpunten minder groot t.o.v. Midden- en Zuidoost Brabant

48

Opgave veehouderij: klimaatopgave • Grootste bijdrage broeikasgassen binnen de landbouw: 1. rundvee en 2. varkens. • Klimaatakkoord: reductieopgave tot 2030 lijkt haalbaar via emissie-eisen stallen, bronmaatregelen mest, fosfaatstelsel in de stal en sanering varkenshouderij. • Klimaatopgave 2030-2050 waarschijnlijk alleen haalbaar bij forse reductie veestapel in Nederland. Doorvertaling voor betekenis voor veehouderijen in Oss is nog lastig te maken: “nog onzichtbare maar grote opgave, niet alleen veehouderij”. • Reductie van broeikasgassen: meeste perspectief ligt bij stalsystemen waar de mest bij de bron gescheiden wordt, de verse mest uit de stal wordt verwijderd en ter plaatse wordt vergist of afgevoerd naar een locatie waar de mest verder wordt bewerkt. Grote veranderopgave t.o.v. gangbare stallen van nu.

Bron: De Nederlandse Landbouw en het klimaat, 2016, RVO

49 Bron: Duurzaam en gezond, Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, maart 2018

50

Opgave mest • Groot mestoverschot Noord-Brabant, vooral Noordoost en Zuidoost-Brabant • In Oss problematiek mestoverschot kleiner dan elders in regio vanwege veel agrarische gronden en relatief beperkte omvang varkenshouderij. Maar ook in Oss is mestbewerking van belang. • Langere termijn vooral bij de bron, op kortere termijn centrale bewerking nodig • Kleine kringloop (op het bedrijf zelf): mest scheiden en bewerken op bedrijf (bv vergisten) • Grote kringloop: overschot afvoeren, via mestbewerking waarde toevoegen • Waar dient mestbewerking plaats te vinden: waar in de regio / Oss en waar in NoordBrabant? • Bijzondere positie Oss in regionaal verband vanwege discussies over MACE • In Oss 4 loonbedrijven en nog enkele veehouderijen die mest verwerken op bedrijfsniveau. • Provincie, waterschappen en gemeenten in Noordoost-, Zuidoost en Midden-Brabant hebben initiatief genomen om via milieustudie proberen om samen tot een gezamenlijk gedragen keuze te komen

51

Kringlooplandbouw (visie Landbouw, Natuur en Voedsel, 2018) • Gemeente Oss hanteert de ambitie van het kabinet m.b.t. kringlooplandbouw als belangrijke basis voor de Agrarische visie, maar ziet de boer ook als mogelijk producent van bijvoorbeeld energie, biodiversiteit en water.

• In het algemeen gaat het om het zoveel mogelijk sluiten van de kringloop van grondstoffen, nutriënten en biomassa op een zo’n laag (passend) mogelijk schaalniveau. Dit moet uiteindelijk leiden tot minder tot geen emissies naar bodem, lucht en water; geen verspilling van grondstoffen; een mitigatie van broeikasgas emissies; goede bodemkwaliteit; een herstel van de biodiversiteit en ook nog goede verdienmodellen. • Akkers primair gebruiken voor de productie van voedselgewassen. In de veehouderij rantsoen aanvullen met reststromen en produceren van hoogwaardige mest door toepassing van mestverwerking (mest scheiden) voor een gezonde bodem. • Het jaartal 2030 speelt een belangrijke rol in de visie van LNV (2018): kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen moeten dan op een zo laag mogelijk schaalniveau zijn gesloten, Nederland als koploper kringlooplandbouw en rijkere en veelzijdigere natuur. (Bron: Wageningen UR)

52

Kringlooplandbouw – ambitie • Het concept kringlooplandbouw inspireert (stip aan de horizon) en heeft een aantrekkelijke ambitie. Kringlooplandbouw heeft de belofte in zich dat het een aantal vraagstukken aan elkaar koppelt, zoals duurzaamheid, inkomenspositie boeren, waardering voor voedsel en de Nederlandse agrarische sector als wereldspeler. • Niet te realiseren met kleine aanpassingen binnen de grenzen van het huidige systeem. Het betekent een fundamentele omslag van de Nederlandse landbouw. • Geen blauwdruk, maar een gezamenlijke zoektocht van boeren, burgers, bedrijven en onderzoekers naar nieuwe perspectieven voor de voedselvoorziening en voor agrarisch Nederland. Het ontwikkelen van een circulair voedselsysteem is een enorme uitdaging. Boeren spelen de hoofdrol, maar ze kunnen het niet alleen. Een transitie als deze vraagt om de inzet van alle partijen om de technische, economische, wettelijke en maatschappelijke barrières te overwinnen.

• Niet te realiseren door aanscherping en bijschaven van regels, maar de gemiddelde landbouwpraktijk te verleiden tot omschakelen en te begeleiden bij de omschakeling. • Grootste groep boeren is welwillend, maar voelt geen ruimte en noodzaak om uit de schaalvergrotingsspiraal te komen. (Bron: Wageningen UR en Louis Bolk Instituut)

53

Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)

Vrijkomende agrarische bebouwing

Prognose leegstand 2017-2030 Oss: 84.000 m2 => 40 bedrijven => ca. 10% Oss in de top 10 vanwege veel locaties met weinig potentie vanwege: • een relatief groot ‘gebied beperking veehouderij’ t.o.v. andere gemeenten • veel bedrijfsgebouwen uit de periode 1965-1993 (ca. 50%) Bron: Actualisatie leegstand agrarisch vastgoed Noord-Brabant, Wageningen UR, maart 2019

55

Vrijkomende agrarische bebouwing •

Stoppers niet alleen op de oeverwallen en zandgronden, maar ook in het komgebied tussen Megen en Haren. Ook zijn bij de gemeente (potentiële) stoppers bekend in de Lithse polder.

•

Het VAB-beleid in Oss richt zich op herbestemming van vrijkomende bebouwing en de groeiende vraag naar nieuwe economische activiteiten.

•

Huidig en toekomstig aanbod van VAB-locaties. Afdoende geregeld?

•

Coalitieakkoord 2018-2022: Ook voor het buitengebied geldt dat we aan nieuwe ontwikkelingen ruimte bieden. Vanuit dat perspectief willen we ook de Vrijkomende Agrarische Bebouwingen meenemen. In de omgevingsvisie regelen we meer vrijheid voor inwoners in het buitengebied”.

•

Waar moet het VAB-beleid zich op richten? Herbestemmen of ontstenen door sloop te stimuleren? Hoe om te gaan met stoppers die ‘stilzitten’? Hoe sloop stimuleren?

•

Het VAB-vraagstuk vraagt een gebiedsgerichte benadering: gemengd gebied leent zich voor herbestemmen en sloop. Aanpak leegstand in primair agrarisch gebied is lastiger.

56

Opgaven en ontwikkelingen sectoren

Ontwikkeling melkrundveesector • Melkrundveesector is de grootste sector in Oss en dat relatieve aandeel wordt komende jaren nog groter met name vanwege stoppende varkenshouderijen. Positie melkveebedrijven in Oss goed o.a. vanwege beschikbaarheid grond en goede natuurlijke omstandigheden. • De bedrijven in de poldergebieden zijn opgericht in de jaren 80, ondernemers overwegend >55 jaar en de tweede generatie is komende jaren aan zet. • De melkveehouderij is een belangrijkste sector m.b.t. landschappelijke waarden en biodiversiteit. • Export fosfaatrechten uit Brabant. Concurrentie andere grondgebruikers. Opgaven: • Stallen emissiearm i.v.m. Brabantse reductie-eisen. • Verminderen uitstoot broeikasgassen i.v.m. klimaatopgave (stalsystemen, mestverwerking en efficiëntere productie). • Innovatieve stalsystemen. • Weidegang, versterking grondgebondenheid, toename biodiversiteit, kringlooplandbouw, Natuurinclusieve landbouw. • Mestverwerking, vergisten. In komgebieden: initiatief voor plaatsing vele windmolens en waarschijnlijk ook zonneparken; effect op landschappelijke kwaliteiten en beleving, rol veehouders als mede initiatiefnemer (nieuwe verdiencapaciteiten, energie-boeren). 58

Vraagstukken en dilemma’s melkrundveesector •

Financiering investering in duurzame veehouderij / kringlooplandbouw / innovatieve concepten. Voor jonge boeren komt een financiële regeling vanuit het Rijk. Ook extra inzet vanuit de provincie. Welke rol ziet de gemeente Oss voor zichzelf?

•

Voor schaalvergroting, kringlooplandbouw, innovatieve concepten etc. is ruimte nodig, echter omvang bouwvlakken worden begrensd door Brabantse eisen. Gemeente kan voor primaire agrarische gebieden, zoals de Lithse polder, de provincie vragen ruimte te bieden in beleidsrijke wijziging omgevingsverordening 2020 mocht deze regels onnodig knellend zijn voor Oss.

•

In primair agrarisch gebied is vanuit belang agrarische bedrijven menging met andere gevoelige functies niet gewenst. Ook niet bij plaatsing windmolens. In de polder relatief weinig stoppers, maar wel veel 55+-ondernemers en sommigen hebben geen bedrijfsopvolger, dus hier ligt sturingsvraagstuk voor gemeente: (door)ontwikkeling van de aanwezige agrarische bedrijven.

•

In primair agrarisch gebied mogelijkheid dat de huidige generatie veehouders binnen nu en 10 jaar het bedrijf gaat beëindigen en vervolgens wil blijven wonen of andere functies wil gaan ontwikkelen om in pensioen te voorzien (bijv. zonnepanelen op landbouwgrond). Kan leiden tot toename van menging van functies in de open komgebieden, daar waar dat nu nog nauwelijks het geval is. Goede landbouwgrond behouden voor de agrarische sector en weren van niet agrarische functies? 59

Vraagstukken en dilemma’s melkrundveesector •

Bedrijfsovername / bedrijfsopvolging aantrekkelijker maken en als gemeente zo veel als mogelijk faciliteren (biedt ruimte om te ontwikkelen bij investeren in kwaliteit en duurzaamheid).

•

Alleen door-ontwikkelen van het type bedrijf dat er al zit is wellicht onvoldoende. Omschakelen van melkrundvee naar andere veehouderijen, mits innovatief en duurzaam, mogelijk maken? Bijvoorbeeld naar hokdieren biologisch of Beter Leven ***.

•

Weidegang versus emissiearme stalsystemen

•

Welke nevenactiviteiten wel of niet toestaan?

•

Welke mogelijkheden voor mestbewerking/vergisting?

•

Asbestsanering.

Mogelijke lijn: in deze gebieden de ondernemers zoveel mogelijk faciliteren en dit naar buiten uitdragen. Ondersteuning bij de planvorming, korte procedures, consistente toekomst gerichte regels, flexibel zijn daar waar mogelijk, in communicatie naar burgers positieve boodschap uitdragen. Primair agrarisch gebied Oss als proeftuin voor innovatie en duurzaamheid? 60

Ontwikkeling varkenssector Aantal varkensbedrijven neemt af. De blijvers ontwikkelen door (schaalvergroting blijvers is de meest waarschijnlijke tendens, multi-locatie ondernemers). Op de oeverwallen en zandgronden, maar ook in komgebieden tussen Megen en Haren meer stoppers dan in primair agrarisch gebied en meer vraag naar herbestemmen. Daar duidelijke rol gemeente (VAB-vraagstuk), actief benaderen en voorbereiden op golf initiatieven 2020-2022-2024. Grote impact op VTH-taken en RO-taken gemeente.

Opgaven: • Stallen emissiearm i.v.m. Brabantse eisen. • Innovatieve systemen die emissies bij de bron reduceren. • Maatschappelijk draagvlak bewaken. • Overlast naar de omgeving verminderen (m.n. geur), veelal lokale knelpunten. • Zorgen volksgezondheid wegnemen. Vraagstukken en dilemma’s: • Bedrijven industrialiseren, specialiseren of verbreden? Zonering nu voldoende? • Bij industrialiseren: megastallen of meerdere locaties per eigenaar? • Mestverwerking op bedrijfsniveau of regionaal? • Stalbranden, dierenwelzijn, asbest.

61

Ontwikkeling vleeskalverensector De kalverhouderij is vooral sterk door de integrale ketenorganisatie. Met het tot waarde brengen van kalveren als bijproduct van de melkveehouderij (opfok voor kalfsvleesproductie) en gebruik van bijproducten en overschotten uit de zuivelindustrie (die voor een belangrijk deel niet geschikt zijn om te verwerken in humane zuivelproducten) wordt al invulling gegeven aan een vorm van kringlooplandbouw. De kalversector stuurt niet alleen op economisch kengetallen. Het behouden en versterken van maatschappelijk draagvlak en duurzame ontwikkeling zijn continu onder de aandacht om de toekomstperspectieven te blijven borgen. De basis ligt hierin mede doordat vrijwel alle schakels in de keten familiebedrijven zijn. Opgaven: • Stallen emissiearm i.v.m. Brabantse eisen. • Maatschappelijk draagvlak bewaken. • Overlast naar de omgeving verminderen (m.n. geur), veelal lokale knelpunten. • Opgave antibiotica reductie, bewaken diergezondheid, goed stalklimaat. Vraagstukken en dilemma’s: • Brandveiligheid, dierenwelzijn. • Innovatie van huisvestingssystemen die emissies bij de bron reduceren. • Mestverwerking. • Asbest.

62

Ontwikkelingen pluimveehouderij Pluimvee: relatief weinig pluimveebedrijven in Oss. Opgaven: • Stallen emissiearm i.v.m. Brabantse eisen. • Maatschappelijk draagvlak bewaken. • Belasting van de omgeving verminderen (fijnstof, geur, endotoxinen). • Zorgen m.b.t. gezondheid. • Dierenwelzijn in relatie tot vragen markt. Vraagstukken en dilemma’s: • Ruimte bieden aan nieuwe innovatieve, duurzame pluimveehouderij-concepten. • Fijnstof – emissies, endotoxinen: lokale aandachtspunten. • Buitenuitlopen pluimvee in relatie tot gezondheid. • Stalbranden, dierwelzijn. • Asbest.

63

Ontwikkelingen geitenhouderij Opgaven: • Is maatschappelijk draagvlak te herstellen? • Voldoende begrip bij ondernemers over de zorgen omwonenden? • Belasting van de omgeving / risico’s maximaal verminderen / beperken. • Tijdelijke geitenstop, wat daarna? Verplaatsen vanwege gezondheid mag nog wel. • Emissiearme stalsystemen (luchtwassers). Vraagstukken en dilemma’s: • De 2 km contouren rondom bestaande geitenhouderijen beslaan vrijwel het hele grondgebied (behalve de stad Oss). Deel vanwege geitenhouderijen in andere gemeente. •

Geitenhouderij is in de gemeente Oss een maatschappelijk zeer gevoelig onderwerp. Lopende vervolgonderzoeken moeten afgewacht worden. Wat als de geitenstop beëindigd wordt en bouwen/ontwikkelen weer mogelijk wordt? Volgt de gemeente de provinciale lijn of ook zelf afwegingen maken?

•

Geitenhouderijen stimuleren te verplaatsen naar gunstiger gelegen locaties vanwege gezondheidsaspecten? Noodzaak hangt mede af van uitkomsten vervolgonderzoeken VGO. 64

Ontwikkelingen overige agrarische bedrijven (plantaardige teelten) Opgaven: • Planmatige samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij. • Onderscheiden door innovatie. • Verduurzaming. • Klimaatdoelstellingen. • Kringlooplandbouw, precisielandbouw. Vraagstukken en dilemma’s: • Gezondheidseffecten gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden. • Verdwijnen van belangrijke gewasbeschermingsmiddelen. • Impact van teelt ondersteunende voorzieningen op het landschap. • Krappere bemestingsnormen. • Bodemvruchtbaarheid staat onder druk door intensief bouwplan akkerbouw. • Bedrijfsoverdracht akkerbouw lastig door gebrek aan opvolgers of hogere investeringslast bij bedrijfsovername (hoge grondprijzen en vergrijzing). • Klimaatbestendige landbouw. • Een integrale aanpak die de grondgebonden landbouw ondersteunt ontbreekt. • (On)mogelijkheden voor groei plantaardige teelten bij kleinere omvang veehouderij.

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=6314cb73-31e5-4a97-8805-6c80d8e4253b