2020-02-26 Opiniestuk Agrarische Visie Oss - voor OCR.PDF
Tekst van het document
Agrarische visie Oss Opiniestuk voor Opiniecommissie Ruimte
versie 26 februari 2020
Vol in het nieuws en naar verwachting sterk in beweging, ….. (1/3) Landelijk en provinciaal is de landbouw, en daarbinnen de veehouderij, sterk in het nieuws. Milieuregels (zoals eisen t.a.v. stikstofuitstoot uit stallen en fosfaatplafond) stellen grenzen en voorwaarden aan ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderij. De veehouderijsector in Noord-Brabant is sterk, maar dat geldt ook voor de sturing vanuit het Rijk en de provincie. Voor de intensieve veehouderij stuurt de provincie al sinds 2005 en wordt die sturing steeds dwingender. Voor de melkveehouderij is dit relatief nieuw. Op de kortere termijn is ontwikkeling en implementatie van innovatieve, emissiereducerende stalsystemen noodzaak. De opgave voor de landbouw (EU, Nederland) om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen noodzaakt naar verwachting op de langere termijn tot verkleining van de veestapel. Om op lange termijn voldoende, duurzaam en gezond voedsel en een gezonde leefomgeving te kunnen garanderen is het noodzaak om anders naar de productie en consumptie van voedsel te kijken. Naast dierlijke eiwitbronnen zal geleidelijk aan steeds meer gebruik gemaakt worden van plantaardige eiwitbronnen. Deze eiwittransitie biedt nieuwe kansen voor de landbouw.
2
Vol in het nieuws en naar verwachting sterk in beweging, ….. (2/3) Biodiversiteit staat volop in de maatschappelijke belangstelling en is een urgente opgave. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer heeft hierbij een belangrijke rol. Natuurinclusief ondernemen vertaalt zich voorzichtig door naar de marktvraag en ook de financiering beweegt langzaam mee. De stikstofmaatregelen, bedoeld om de biodiversiteit te beschermen, grijpen zwaar in. Mogelijk komt er een extra stoppersregeling ten behoeve van afname van stikstof. Gaat het Rijk in 2020 ook eisen stellen zoals die in Brabant zijn vastgesteld? Mogelijk wel, maar wellicht met andere termijnen. Boeren komen sinds 1 oktober 2019 zichtbaar op voor hun sector. Het Rijk heeft kringlooplandbouw als ‘stip op de horizon’ benoemd. Deze omslag lijkt nog ver weg en is nog weinig tastbaar. Voldoende verdienvermogen voor de primaire producent is essentieel voor omschakeling naar kringlooplandbouw. Doordat het speelveld niet gelijk is zal aanvullend ondersteunend beleid nodig zijn. Het economisch verdienmodel voor de Nederlandse veehouderij staat onder druk doordat meer geïnvesteerd moet worden voor steeds kleinere winstmarges. Daarbij is de marktpositie van de primaire sector ten opzichte van de retail zwak. De steeds hogere productiekosten doen de concurrentiepositie geen goed. 3
Vol in het nieuws en naar verwachting sterk in beweging, ….. (3/3) Verwachting is dat een aanzienlijk aantal veehouders vanwege de milieueisen moet of wil stoppen, of een andere richting op gaat. Een deel zal doorgaan met produceren zolang de marktprijzen gunstig zijn. De toekomstgerichte ondernemers zullen kiezen om te investeren. De grote stroom aanvragen (van stoppers én blijvers/ontwikkelaars) is er echter nog niet ….. De landbouw zal een belangrijke rol blijven spelen in de nationale en regionale economie, maar zal daarbij steeds meer aandacht moeten hebben voor opgaven en kansen op het gebied van duurzaamheid, energie, volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn. Komende jaren zijn er dan ook veel veranderingen voor de landbouw. Met name de veehouderij zal moeten gaan bewegen en dat kan in meerdere (ontwikkel)richtingen. De ingezette eiwittransitie biedt voor plantaardige teelten nieuwe kansen: 1. vergroten lokale productie bestaande plantaardige teelt en 2. verbreding productie met nieuwe en alternatieve eiwitbronnen.
4
….. maar in Oss toch ook een beetje in de luwte Voor de veehouderij in de gemeente Oss lijkt de urgentie ‘om te bewegen’ minder aanwezig, vanwege de afwezigheid van grote lokale milieuknelpunten, een groot areaal landbouwgrond, minder menging van veehouderij en wonen en aanwezigheid van draagvlak voor de agrarische sector bij de inwoners van Oss. De intensieve veehouderij heeft echter ook te maken met minder ‘bewegingsvrijheid’ door beleidsmatige beperkingen, met name om dat een groot deel van het buitengebied aangewezen is als ‘gebied beperkingen veehouderij’. Lokaal zijn er zorgen over het woon- en leefklimaat door de mogelijke komst van een grootschalige mestfabriek. Ook zijn er zorgen over behoud van de openheid en een prettig woonmilieu, vanwege de plannen voor windmolens in de poldergebieden van Oss. De veehouderij is dominant aanwezig in het buitengebied van Oss, met de melkveehouderij als de grootste sector. Het aandeel melkveebedrijven in Oss wordt nog groter vanwege de stoppers in de varkenshouderij. Behoud van de goede positie van de (melk)veehouderij in Oss is echter geen vanzelfsprekendheid. Opwekking van energie (wind, zon) biedt kansen voor nieuwe verdienmodellen, net als aanwezigheid van afnemers in de stad. Maar een belangrijk deel van de ondernemers zal blijven optimaliseren op kostprijs om de concurrentie op wereldschaal voor te blijven.
Slechts een beperkt deel richt zich op innovaties zoals precisielandbouw, een planmatige samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij en/of een andere wijze van produceren en vermarkten.
5
Autonome ontwikkelingen (2020-2025)
1/3
De autonome ontwikkeling in Oss wordt voor een groot deel bepaald door de landelijke en provinciale regels. Veel veehouderijen in Oss moeten binnen enkele jaren oude stallen aanpassen, zodat minder ammoniak uitgestoten wordt. Of zullen op termijn stoppen met het houden van vee. Er worden steeds meer innovatieve stalsystemen ontwikkeld die gericht zijn op het reduceren van emissies via een integrale brongerichte benadering (innovaties op het gebied van duurzaamheid, dierenwelzijn, diergezondheid en biodiversiteit worden integraal hierin meegenomen). De verwachting is dat op korte termijn een groot deel van met name de intensieve veehouderijen nog steeds zal kiezen voor een gangbaar bedrijfsontwikkelingsplan gericht op schaalvergroting, efficiëntie en kostprijsbeheersing, omdat de investering in emissiearme stalsystemen ook terugverdiend moet worden. Oss heeft in haar coalitieakkoord 2018-2022 (versnelde) verduurzaming als ambitie. Het gaat hierbij niet alleen om de energietransitie, maar ook om het ontwikkelen en toepassen van duurzame oplossingen op het gebied van mens, natuur en economie. De gemeente Oss wil samen met de regio een proeftuin zijn voor de landbouw van de toekomst, voor ondernemers met visie en durf om innovatieve ideeën te ontwikkelen. Oss werkt hiervoor samen met Agrifood Capital.
In de gemeente Oss zijn al meerdere succesvolle initiatieven en projecten die zich richten op innovatie, verduurzaming, korte ketens en een werkwijze die past bij kringlooplandbouw.
6
Autonome ontwikkelingen (2020-2025)
2/3
Veehouders gaan komende jaren kiezen tussen innoveren of stoppen. Het aantal veehouders in Oss zal afnemen. De blijvende veehouderijen worden groter (met één of meerdere locaties) en zullen kiezen voor produceren voor de wereldmarkt, specialiseren, verbreden of omschakelen. Bedrijven zullen de uitbreidingsmogelijkheden op de eigen locatie benutten, maar ook perspectiefvolle vrijkomende locaties aankopen als ‘satellietlocatie’. Aankoop van een extra locatie is interessant vanwege aanwezige ammoniakrechten en ‘stalderingsmeters’, maar ook door de nieuwe stikstofbeleidsregels voor intern en extern salderen. Gezien de goede positie van de landbouw in Oss zal dit ook veehouders van buiten de gemeente Oss kunnen gaan aantrekken. Het ‘gebied beperkingen veehouderij’ is echter relatief groot en vrijkomende locaties in dit gebied zijn niet perspectiefvol voor intensieve veehouderijen die op zoek zijn naar een nieuwe locatie. Het aandeel VAB-locaties en verzoeken tot herbestemming zal de komende jaren dan ook naar verwachting sterk toenemen. Naast de voorlopers en stoppers zal een deel van de veehouders zo lang mogelijk willen afwachten, omdat ze niet weten welke kant het landbouwbeleid opgaat, toekomstperspectief en erkenning missen en/of omdat ze financiële en sociaal/economische problemen ondervinden.
Deze groep is vaak onzichtbaar voor de overheid en ook erfbetreders hebben weinig focus op deze bedrijven. 7
Autonome ontwikkelingen (2020-2025)
3/3
De melkveehouderij is en blijft de dominante veehouderijtak in Oss en heeft daardoor een belangrijke rol in de omschakeling naar kringlooplandbouw in Oss.
Er zijn ook melkveebedrijven in het primair agrarisch gebied die aangeven geen bedrijfsopvolger te hebben (vanwege het ontbreken van voldoende toekomstperspectief en/of omdat de investeringslast bij bedrijfsovername te hoog is) en overwegen om te stoppen. Het grondgebruik kan hierdoor verschuiven van weidebeheer naar bijvoorbeeld intensieve teelten of grootschalige zonnevelden. Dit kan gevolgen hebben voor de biodiversiteit (weidevogels) en het landschap, maar ook op de omschakeling naar kringlooplandbouw. Er ontstaan ook conflicterende belangen. Er zijn concrete plannen voor windmolens en zonneparken in het buitengebied, maar behoud van voldoende landbouwgrond is noodzakelijk voor het lokaal sluiten van de kringlopen. In de periode 2020-2025 zal naar verwachting een toenemend aantal veehouders een beroep gaan doen op de gemeente en de Omgevingsdienst. Het aantal vragen en aanvragen zal flink gaan toenemen, wat tot een capaciteitsprobleem kan leiden.
8
Input van agrarische ondernemers in de gemeente Oss (deelnemers aan werksessies op 8 en 22 dec 2019) • •
Behoud van de goede positie van de landbouw in Oss Ruimte voor ontwikkeling ‒ Vrijkomende ruimte primair beschikbaar voor landbouwbedrijven die doorgaan. ‒ Landbouwgrond primair bestemmen voor voedselproductie. Andere functies alleen als er een verdienmodel voor de ondernemer is én het primaat van voedselproductie niet wordt aangetast. ‒ Onnodig knellende kaders vermijden. Behoefte aan sturing op doelen.
•
Aanstellen gebiedsmanager ‒ In kaart brengen behoeften ondernemers en verbindingen leggen ‒ Stimuleren en opzetten samenwerkingsverbanden ‒ Ondersteunen en adviseren bij verandering locatie, nemen van beslissingen en doorlopen procedures ‒ Toegang tot beleidsmakers, met name bij de provincie
•
Kringlooplandbouw: ‒ Zo lokaal als mogelijk, zo ver weg als nuttig ‒ Voorwaarde is dat voldoende landbouwgrond beschikbaar blijft ‒ Lokale ondernemers moeten ruimte krijgen voor lokale mestverwerking
•
Maatschappelijke opgaven: ‒ Energie, natuur, eiwittransitie, verbreding, nieuwe verdienmodellen
9
Input van deelnemers aan de bewonersconferentie op 2 december 2019 (inwoners van Oss inclusief vertegenwoordigers van wijk- en dorpsraden)
Voor de bewonersconferentie zijn de vertegenwoordigers van de wijk- en dorpsraden uitgenodigd en konden inwoners van de gemeente Oss zich aanmelden. Deelnemers aan de bewonersconferentie hebben aangegeven het belangrijk te vinden dat het open landschap in de poldergebieden (schoonheid van het landschap) behouden blijft, maar ook dat meer variatie in het landschap en meer biodiversiteit moet komen. Ook al zijn er in de gemeente Oss geen grote milieu-knelpunten, deelnemers zijn zich wel bewust van de (negatieve) gezondheidseffecten ten gevolge van luchtverontreiniging.
Er is getoonde interesse in een meer lokale verkoop en rechtstreekse handel, eerlijke prijzen en gezond voedsel. De gemeente moet meer regisseren en faciliteren. Dit betekent meedenken, nieuwe initiatieven stimuleren en minder reguleren. Van de gemeente wordt ook verwacht dat deze ondersteunt en ingrijpt wanneer dat nodig is. Het faciliteren van de dialoog tussen boer en burger wordt gezien als een taak van de gemeente.
De gemeente kan educatie financieel ondersteunen.
10
Input van ketenpartijen en andere stakeholders (Telefonische interviews met FrieslandCampina, Agrifirm, HAS, BMF, GGD, Rabobank) •
• • • •
•
• •
Besteed aandacht aan de relatie tussen landbouw en biodiversiteit. Enerzijds levert goed landschapsbeheer (bijvoorbeeld gericht op weidevogels) kansen op verbetering, anderzijds leveren emissies risico’s op. Biodiversiteitsbeleid kan alleen in samenhang succesvol zijn; de gemeente moet hierin de regie nemen. Streef naar een grondgebonden landbouw. Vooral de melkveehouderij biedt hier potentie. Waar locaties vrijkomen, moeten in de ogen van milieuorganisaties de bijbehorende rechten (ammoniak, fosfaat, dieren) uit de markt worden gehaald. Wees terughoudend met omschakelen naar bijvoorbeeld paarden of ‘hokdieren’. Er is een groeiende behoefte aan duurzaam geproduceerde melk. De (inter)nationale markt vraagt erom, en het is nodig voor de continuïteit van de melkveehouderij. Werk geen geheel nieuwe ideeën uit, maar sluit aan op bestaande initiatieven zoals Duurzame Zuivelketen, Coalitie Vitale Varkenshouderij en Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Probeer daarbij vooral het verdienmodel te versterken, zodat meer boeren kunnen meedoen. Werk daarbij samen met andere partijen, zoals provincie, waterschap en marktpartijen. Het gaat dus meer om een leidende dan een sturende rol. Verbinden en stimuleren. Daarbij gebruik maken van de kennisinfrastructuur (in de directe omgeving). Bevorder dialoog en participatie. Bereid je voor op de consequenties van het Schone Lucht Akkoord. 11
Wat de gemeente mag verwachten van anderen De gemeente mag van de primaire agrarische sector en individuele ondernemers verwachten dat ze toekomstbestendige keuzes maken. Daarvoor moeten ze in plaats van afwachten in beweging komen en gebruik maken van het beschikbare ondersteuningsnetwerk en het omgevingsloket van de gemeente. Ook de ketenpartijen moeten functioneren als ondersteuningsnetwerk van de agrarische sector, maar ook als mede-financier. Hiervoor moeten ze het overheidsbeleid goed kunnen uitleggen aan agrarische ondernemers, kunnen ondersteunen bij het maken van toekomstbestendige keuzes en het ‘kringloopdenken’ stimuleren. Burgers en stakeholders moeten actief meedenken en betrokkenheid tonen bij initiatieven van boeren en hun wensen en ideeën aangeven in de dialoog, maar moeten ook oog hebben voor het belang van de ondernemer en hun positie in de markt.
12
Waar wil de gemeente Oss naar toe? Het kabinet streeft ernaar dat het steeds aantrekkelijker en logischer wordt om kringlopen van grondstoffen en hulpbronnen op een zo laag mogelijk schaalniveau te sluiten en dat Nederland in 2030 koploper is in kringlooplandbouw. De gemeente Oss sluit hierbij aan door in de agrarische visie voor Oss richting te geven aan de weg naar kringlooplandbouw. Lange termijn doelstelling voor de landbouw in Oss (2030): De gemeente Oss wil in 2030 een sterke, toekomstbestendige, duurzame landbouwsector met voldoende maatschappelijk draagvlak. Omschakeling naar verlaging van het grondstoffenverbruik en zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur is hiervoor nodig, waarbij kringlopen ’zo dichtbij als mogelijk en zo ver weg als nodig’ gesloten worden. De gemeente ziet hierbij een belangrijke rol voor de huidige melkveehouderij in Oss. Kringlooplandbouw zal maar voor een beperkt aantal varkensbedrijven mogelijk zijn, vanwege de grote afhankelijkheid van import van grondstoffen en export van dieren en vlees. Voor de overige agrarische sectoren zijn er meer mogelijkheden tot omschakelen. Om de omschakeling naar kringlooplandbouw te kunnen bereiken moeten de wel de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd en moet het ‘kringloopdenken’ worden gestimuleerd. Hier kan de gemeente Oss een bijdrage aanleveren.
13
Op weg naar kringlooplandbouw Kringlooplandbouw kent drie basisprincipes: 1. Plantaardige biomassa primair voor directe menselijke consumptie; 2. Hergebruik van bijproducten (voor bijv. bodemkwaliteit, veevoer, opwekken energie. Mest en voedselresten moeten niet gezien worden als een probleem, maar als een belangrijke bouwsteen binnen de kringlooplandbouw); 3. Benutting van alles dat het dier te bieden heeft en opwaarderen van reststromen tot goede producten.
Kringlooplandbouw moet ook het ondernemersbelang dienen en de economische positie van ondernemers versterken. Dit vraagt om een ander verdienmodel en consumenten die bereid en in staat zijn te betalen voor de producten. De transitie naar kringlooplandbouw gaat samen met behoud van de grote diversiteit binnen de landbouw. De ene ondernemer zet in op voedselproductie voor de lokale markt en zoekt daarvoor partners, een ander ziet kansen voor de export naar de wereldmarkt. Voor de een zal schaalvergroting de oplossing zijn, voor de ander is een multifunctionele aanpak de toekomst. Voor het succes van kringlooplandbouw is het belangrijk met een open instelling te kijken naar de verscheidenheid die mogelijk is.
14
Het ambitieniveau van Oss De agrarische sector is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de transitie naar een toekomstbestendige landbouw. Er gebeurt in Oss al veel om de landbouw te verduurzamen: emissiearme stalsystemen, lokale mestverwerking, zonnepanelen op daken, weidevogelbeheer en bloemrijke akkerranden. Dit zijn stappen in de goede richting, maar dit is niet genoeg voor een succesvolle omschakeling naar kringlooplandbouw op de lange termijn. De verantwoordelijkheid en kosten voor deze omschakeling kan niet alleen bij de primaire landbouw liggen. Deze verantwoordelijkheid ligt ook bij ketenpartners, kennisinstellingen, de consument en de overheid. De manier waarop, en de mate waarin, de gemeente haar bijdrage levert aan de omschakeling kan variëren van het adequaat uitvoeren van wettelijke taken tot het nemen van een leidende en regisserende positie. Overwegingen hierbij zijn de visie op de mate van eigen verantwoordelijkheid van de sector en ondernemersrisico, maar ook de benodigde budgettaire middelen voor de gemeente.
15
Mogelijke ambitieniveaus voor de gemeente Oss Ambitieniveau
omschrijving
1. Implementeren Toetsende rol
De markt bepaalt en hogere overheden (EU, rijk, provincie) stellen de kaders. De gemeente speelt in op de vragen van de ondernemers, weegt belangen af en verleent toestemming voor plannen die passen binnen de kaders en lokale afwegingen.
2. Implementeren en uitdragen Ondersteunende rol
Gemeente omarmt (delen van) de gewenste transitie en ondersteunt ondernemers die stappen zet in de gewenste richting. Inzet van netwerk, tijd en aandacht. Andere stakeholders aanspreken en bij elkaar brengen. Investeringen uitlokken en ook zelf budget inzetten.
3. Implementeren, uitdragen en initiëren Sturende rol
De gemeente vertaalt de gewenste transities in eigen instrumenten: beleid, regels, mogelijk financieel, inzet gemeentelijke gronden en participatie. Aan de hand van voorbeeldprojecten beweging op gang brengen. 16
Noodzaak tot verschuiving van ambitieniveau De gemeente wordt door de agrarische sector én door Provincie en Rijk aangesproken op haar rol om ondernemers te helpen bij het in beweging komen en ondersteunen bij de transitie van de veehouderij. ‘Wie, wat, waar en wanneer’ is moeilijk te voorspellen. De agrarische sector kan door de gemeente geholpen worden met in beweging komen en het realiseren van initiatieven in de gewenste richting. Met alleen ambitieniveau 1 (implementeren) zullen autonome ontwikkelingen en marktwerking bepalen waar het heen gaat met de sector. Dan wordt de ambitie ten aanzien van de transitie naar kringlooplandbouw niet behaald en blijft het bij kleinschalige veranderingen. De transitie van de veehouderij vraagt al op korte termijn om ondersteuning vanuit de gemeente en daarbij past ambitieniveau 2 (implementeren en uitdragen). De rol van de gemeente zal moeten verschuiven naar ambitieniveau 3 (implementeren, uitdragen en initiëren) om een succesvolle transitie naar kringlooplandbouw te kunnen verwezenlijken.
17
Ambitieniveau 1: implementeren Vlotte afhandeling van aanvragen voor alle agrarische ondernemers Bedrijven die verder gaan ontwikkelen zullen voor een groot deel kiezen voor gangbare bedrijfsontwikkelingsplannen gericht op schaalvergroting en kostprijsbeheersing. Bij deze groep ondernemers ligt de focus van de gemeente op een vlotte afhandeling van aanvragen en procedures. Alle ondernemers kunnen met hun vragen terecht bij het omgevingsloket. Kwantiteit én kwaliteit Gezien de verwachte toename in de vragen en aanvragen, is een versterking van de ambtelijke capaciteit noodzakelijk. Ondernemers verwachten daarbij dat de gemeente zich niet beperkt tot het ‘afvinken’ van de wettelijke voorwaarden, maar flexibel en doelgericht optreedt. Onvoldoende Gezien de ontwikkelingen en behoeften die hiervoor zijn beschreven, beantwoordt dit ambitieniveau niet aan de noden van boeren, burgers en andere belanghebbenden. De beoogde transitie zal beperkt blijven tot kleinschalige veranderingen.
18
Ambitieniveau 2: implementeren en uitdragen
1/2
Naast de benodigde investeringen in capaciteit en kwaliteit die voor ambitieniveau 1 noodzakelijk zijn, wil de gemeente Oss op korte termijn ondernemers die stappen (willen) zetten in de gewenste richting extra ondersteunen. Het als gemeente herkennen, erkennen en waarderen van grote of soms schijnbaar kleine stappen die bijdragen aan de ontwikkeling richting kringlooplandbouw ziet Oss als een belangrijke taak. Extra ondersteuning en experimenteerruimte De gemeente biedt extra ondersteuning voor toekomstgerichte ondernemers die stappen willen zetten in de richting van kringlooplandbouw, natuurinclusieve landbouw, duurzaamheid en innovatie, maar ook voor veehouders die willen omschakelen naar bijvoorbeeld plantaardige teelten. De gemeente gaat in gesprek te gaan met deze ondernemers en bekijkt wat vanuit de gemeente aan ondersteuning nodig is. De gemeente kan ondernemers helpen met deelname aan landelijke en regionale initiatieven, programma’s en pilots.
De extra ondersteuning kan ook bestaan uit het bieden van experimenteerruimte voor proefprojecten, indien nodig door (tijdelijk) afwijken van regels. Waar nodig zal Oss overleggen met de provincie en andere stakeholders, partijen samenbrengen en budget bij elkaar brengen.
19
Ambitieniveau 2: implementeren en uitdragen
2/2
Actieve benadering van afwachtende veehouders: Er is een voor de gemeente onzichtbare groep veehouders die hun eigen toekomstmogelijkheden onvoldoende in beeld hebben en zo lang mogelijk afwachten. De gemeente wil deze groep op korte termijn in beeld krijgen en vervolgens ondersteunen bij het maken van de keuze tussen doorgaan of stoppen. Dit kan door deze ondernemers inzicht te geven in de verschillende ontwikkelrichtingen die er zijn, de ondersteuning die de gemeente hierbij kan bieden, maar ook door de ondernemer in contact te brengen met andere ondernemers en stakeholders. Duidelijkheid voor stoppende ondernemers over ontwikkelrichtingen per gebied: Voorkom dat dat gewenste plannen van stoppers terecht komen in langdurende procedures of geen doorgang krijgen vanwege knellende beleidskaders. Een maatwerkbenadering is gewenst. De gemeente moet op basis van een gebiedsgericht beleid duidelijkheid bieden over de mogelijke ontwikkelrichtingen op VAB-locaties. Dit om langdurige leegstand met toenemend risico op verrommelling en criminaliteit in het buitengebied te voorkomen.
20
Ambitieniveau 3: implementeren, uitdragen, initiëren Op middellange termijn wil Oss een sturende of leidende rol ontwikkelen. De gemeente legt hierin de focus op de melkveehouderij en gaat samen met partners (andere overheden, sector) werken aan in de benen houden van deze sector: goede landbouwgronden behouden voor de landbouw, bedrijfsopvolgers ondersteunen, agrarisch natuur- en landschapsbeheer stimuleren. Actiepunten voor de (middel)lange termijn: Sturen van gewenste ontwikkelingen d.m.v. gebiedsgericht beleid. Afwegingen maken m.b.t. conflicterende belangen (in Omgevingsvisie). O.a. energietransitie, wonen en niet-agrarische bedrijvigheid in buitengebied, mestbewerking. Gerichte aanpak van lokale knelpunten (overlast, gezondheid). Ontwikkeling natuurbeheer en natuurontwikkeling door boeren (natuurinclusieve landbouw) t.b.v. vergroten biodiversiteit en een aantrekkelijk boerenlandschap. Bevorderen van sloop of gewenst hergebruik vrijkomende gebouwen. Jonge ondernemers en bedrijfsopvolgers extra ondersteunen. Cross-overs (innovaties vanuit de landbouw naar andere sectoren) verder helpen.
21
Actiepunten voor de korte termijn Uitbreiden capaciteit omgevingsloket voor een vlotte afhandeling van het toenemend aantal vragen en aanvragen en om de beoogde extra ondersteuning te kunnen bieden.
Een gebiedsmanager aanstellen (iemand die door de agrarische ondernemers als een vertrouwenspersoon beschouwd kan worden). • Actief op zoek gaan naar, en in gesprek gaan met, afwachtende ondernemers. • Actief op zoek gaan naar, en in gesprek gaan met, de ondernemers die open staan voor stappen richting een kringloopgerichte en/of natuurinclusieve bedrijfsvoering. Innovatieve en duurzame initiatieven en plannen in de richting van kringloop- en natuurinclusieve landbouw extra ondersteunen, om te voorkomen dat goede initiatieven stranden. Dit houdt in faciliteren, meedenken, zoeken naar oplossingen, verder helpen bij andere overheden, prioriteit verlenen aan deze aanvragen. De gemeente kan ook overheidsgrond hiervoor benutten, bijvoorbeeld op basis van langlopende pacht met kringloopvoorwaarden. Voor het bereiken van kringlooplandbouw op de lange termijn moeten op korte termijn de juist randvoorwaarden geschapen worden. Gemeentelijke beleidsregels moeten tegen het licht gehouden worden. Middelvoorschriften vervangen door doelvoorschriften.
22
Gebiedsgericht beleid op de korte termijn Er is grote behoefte aan een concreet beleid ten aanzien van vrijkomende agrarische bebouwing met duidelijkheid over ontwikkelingsperspectieven en inzet van instrumenten zoals een sloopregeling voor overtollige bebouwing. Het is noodzaak dat de gemeente op zo kort mogelijke termijn beleidskeuzes maakt ten aanzien van zonnevelden en windmolens op landbouwgronden en dit duidelijk naar buiten uitdragen. Een gebiedsgerichte benadering heeft hierbij de voorkeur: • In de komgebieden liggen de primaire agrarische gebieden. In dit deel van de komgebieden krijgt de grondgebonden landbouw alle ruimte en zijn de mogelijkheden voor omschakelen, nevenactiviteiten en verweving van functies beperkt. Goede landbouwgronden moeten in beginsel behouden blijven voor de landbouw. • In de dekzandgebieden en de delen van de komgebieden die buiten het primair agrarisch gebied liggen is sprake van een gemengde plattelandseconomie. Deze gebieden lenen zich voor herbestemming, omschakelen, verbreding, nevenactiviteiten, wonen. • Op de oeverwallen is ook sprake van een gemengde plattelandseconomie, maar hier ligt het accent meer op recreatie. In dit gebied is geen ruimte meer voor grootschalige landbouw. • De uiterwaarden zijn voor waterveiligheid en waterberging en natuur. 23
Kaart met weergave van de huidige gebiedsgerichte benadering in Oss (Bron: structuurvisie buitengebied 2016)
Ruimtelijke karakteristiek; hoofdgebieden (Bron: Ontwerp Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019)
24
Overwegingen voor de Opiniecommissie Ruimte -1 Als de gemeente Oss kiest voor ambitieniveau 2 op de korte termijn en ambitieniveau 3 op de middellange termijn dan vraagt dit om een concrete opvolging en verdere uitwerking van de actiepunten die in de visie worden benoemd. Dit betekent dat de gemeente Oss: •
Financiële middelen moet vrijmaken;
•
Gebiedsgerichte beleidskeuzes moet maken (de VAB-notitie gaat hierop in);
•
Niet voor actuele thema’s die spelen in het buitengebied hetzelfde ambitieniveau moet hebben, maar doelgerichte keuzes moet maken => focus op de melkveehouderij in de open komgebieden en op de VAB-locaties.
•
Gemeentelijke regels -die het behalen van het doel in de weg staan- moet aanpassen;
•
Experimenteerruimte moet concretiseren en organiseren;
•
Moet zorgen dat de juiste competenties aanwezig zijn (gebiedsmanager en omgevingsloket).
25
Overwegingen voor de Opiniecommissie Ruimte -2 Ongeachte welk ambitieniveau navolging krijgt in Oss, de agrarische sector zal veranderen en verduurzamen en innoveren. Bij ambitieniveau 1 (reguleren), of als bij ambitieniveau 2 / 3 (ondersteunen / sturen) de nodige concrete maatregelen achterwege blijven, wordt de transitie van de landbouw overgelaten aan de ondernemers. Omdat economisch perspectief leidend zal zijn voor de keuzen die gemaakt worden, zal gewenste verandering van de landbouw beperkt blijven tot losse projecten en initiatieven van voorlopers.
Dit document is een opiniestuk ter behandeling door de Opiniecommissie Ruimte (OCR) Bijlage: Achtergronddocument bij de Agrarische visie Oss, 28 november 2019
26