17 Antwoord op de artikel 41 vragen van SP over dringende verzoek aantal zorginstellingen om Wmo contract inzake Huishoudelijke Hul
Tekst van het document
Fractie SP T.a.v. de heren Van Gerven en Zuiddam E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
2 december 2025
Behandeld door
Doorkiesnummer
J. Keizer/M. Wijnveld
14 0412
Onderwerp
Aantal bijlagen
Artikel 41 vragen van de fractie SP over het
--
contract Hulp bij Huishouden
Geachte heer Van Gerven en Zuiddam, Op 17 november heeft u ons vragen gesteld over het Wmo-contract Hulp bij Huishouden. Wij beantwoorden uw vragen als volgt: 1. Is het juist dat er een conflict bestaat tussen de verantwoordelijk wethouder (s) over de uitvoering van het Wmo contract: ‘Overeenkomst uitvoering Hulp bij het Huishouden 2024 en verder gemeenten Brabant Noord-Oost’? Antwoord: De vijf verantwoordelijke wethouders werken nauw en goed samen in regionaal verband om samen met de gecontracteerde aanbieders uitvoering te geven aan de Overeenkomst uitvoering Hulp bij het Huishouden 2024. Er wordt structureel samengewerkt in regionaal ambtelijk verband (regionaal ambtelijk overleg) en regionaal wethouders verband (regionaal portefeuillehouders overleg). Vanzelfsprekend worden goede gesprekken gevoerd over hoe zorg structureel van goede kwaliteit is en blijft voor onze inwoners. Ook in regioverband hebben we hier constructief en nauw overleg over om zo goed mogelijk uitvoering te geven aan het contract. 2. Vanaf wanneer speelt dit conflict? Antwoord: Er is geen sprake van een conflict.
3. Is het juist dat het laatste gezamenlijke overleg tussen wethouders van de gemeenten Boekel, Bernheze, Maashorst, Meierijstad en Oss en de zorginstellingen dateert van augustus 2024? Antwoord: Nee, dit is niet juist. In oktober 2025 jl. hebben twee gemandateerde wethouders (Oss en Maashorst) namens de regio met alle aanbieders, met uitzondering van Actief Zorg, voortgangsgesprekken gevoerd. Juist om stil te staan bij de uitvoering van het contract en om stil te staan bij de samenwerking tussen de gemeenten en de aanbieders. Afgesproken met alle aanbieders is om ook in 2026 2x per jaar een bestuurlijk gesprek te voeren tussen aanbieders en gemeenten. En om dit te continueren. Daarnaast worden er ook aanbiedersoverleggen georganiseerd op basis van actuele thema’s; denk bijv. aan de toename van wachttijden van Hulp bij Huishouden. 4. De instellingen geven aan dat het contract een minimumnorm van uren inzet die moet worden geleverd om geld te ontvangen van de gemeente, terwijl dat strijdig is met de resultaatverplichting om ‘samen met de cliënt te bepalen wat nodig is’, waardoor zorg op maat niet kan worden gegeven. Men wordt om financiële redenen gedwongen om in bepaalde situaties meer zorg te leveren dan nodig is om financieel door de gemeente te worden gecompenseerd. Aan de andere kant staan mensen hierdoor langer op de wachtlijst.
Onderschrijft de wethouder deze conclusies van de instellingen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Antwoord: Wij als wethouders onderschrijven deze conclusies niet. We hebben juist gekozen voor een lumpsum+ contract zodat inwoners de hulp krijgen die zij nodig hebben en dat slechts de hulp die daadwerkelijk geleverd is wordt betaald. Is er meer betaald dan aan hulp geleverd? Dan wordt het te veel betaalde deel teruggevorderd. Terugvordering staat wat ons betreft een resultaatverplichting niet in de weg. Sommige inwoners hebben minder uren hulp nodig om het resultaat een schoon en leefbaar huis te bereiken dan andere inwoners. Kortom er wordt betaald op basis van een gemiddeld aantal uren. Is er minder hulp nodig dan wordt dit verrekend. 5. Klopt het dat beleidsambtenaren hebben gezegd betreffende terugvordering bij minder geleverde zorg: “De soep wordt niet zo heet gegeten,” en “Jullie hoeven je geen zorgen te maken over de mogelijke terugvordering bij minder geleverde zorg.” Kunt u dit toelichten? Antwoord: Het is moeilijk te achterhalen wie wat gezegd heeft. We werken samen op basis van schriftelijke afspraken die we met elkaar in regionaal verband hebben gemaakt. Deze afspraken zijn leidend.
6. Zet het huidige contract de deur niet open om te sjoemelen met gewerkte tijden om toch aan de 90% norm te kunnen voldoen? Kunt u dit toelichten? Antwoord: Wij werken in de gemeente Oss en daarbuiten vanuit vertrouwen samen met de aanbieders. Wij hebben deze signalen niet gekregen. Bovendien zijn we bezig met een toetsingskader/kwaliteitskader om toezicht te kunnen houden op de hulp die door aanbieders wordt geleverd. 7. Als het gaat om terugvordering om welke bedragen gaat het dan bij deze vijf instellingen in 2024 en 2025? Antwoord: In onderstaand schema staan de voor de gemeente Oss teruggevorderde bedragen. In de eerste twee kwartalen van 2024 is een aantal aanbieders vrijgesteld van terugvordering i.v.m. de overname van cliënten van een andere thuiszorgorganisatie.
Q1 2024
Q2 2024
Q3 2024
Q4 2024
Q1 2025
Q2 2025
Totaal
€ 53.555,31
€ 56.417,63
€ 575.352,66
€ 386.212,99
€ 417.791,98
€ 290.564,82
€ 1.779.895,39
8. Is het mogelijk dat dit kan leiden tot faillissementen en ontslag van personeel bij een of meerdere van deze zorginstellingen? Kunt u dit toelichten? Antwoord: Op dit moment zijn er geen signalen van faillissementen of ontslag van personeel bij meerdere zorginstellingen. Bovendien ligt hier ook een verantwoordelijkheid van het bestuur van de zorgaanbieders. Het is aan de zorgaanbieders om met de interne (financiële) bedrijfsvoering aan te sluiten bij de systematiek van de overeenkomst. 9. Wat vindt u van het voorstel dat instellingen als zij minder dan 90% zorg leveren, het verschil tussen de feitelijk geleverde zorg en 90% terug betalen? Kunt u dit toelichten? Antwoord: Het is een gezamenlijk besluit van het regionale POHO Hulp bij Huishouden om het te veel betaalde deel volledig terug te vorderen en niet tot 90 procent. De reden hiertoe is dat we betalen voor zorg die feitelijk is geleverd. 10. Klopt het dat de wachttijden voor huishoudelijke hulp gemiddeld 6 maanden bedragen? Acht u dit aanvaardbaar? Wat gaat u daaraan doen? Antwoord: Ja, het klopt dat de wachttijden voor huishoudelijk hulp gemiddeld 6 maanden bedragen. De wachttijden nemen zowel lokaal, regionaal als landelijk toe, dit vinden wij niet aanvaardbaar. Volgens de aanbieders zijn de redenen voornamelijk personeelskrapte en ziekte bij medewerkers.
De uitdaging die voorligt is dus niet zozeer het contract en de afgesproken
betalingssystematiek, maar factoren als personeelskrapte, vergrijzing en een toename van de vraag naar huishoudelijke hulp door het abonnementstarief spelen een belangrijke rol. Helaas hebben wij hier als gemeenten zeer beperkt grip op en staan deze factoren los van de overeenkomst die wij hebben gesloten met de zeven aanbieders van huishoudelijke hulp. Wel zoeken wij graag samen met de aanbieders naar mogelijke en passende oplossingen die recht doen aan de inzet van gemeenschapsgeld en bovenal aan de hulpvraag van inwoners.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss, Namens dezen,
H. de Wit – van der Zanden Portefeuillehouder Zorg & Welzijn