11 Antwoord op de artikel 41 vragen van GroenLinks en PvdA over De energiearmoedekloof
Tekst van het document
Fractie GroenLinks T.a.v. Marcel Kranendonk E-mail gemeente@oss.nl www.oss.nl
Postbus 5 5340 BA Oss
Wilt u bij uw reactie de datum van deze brief en ons kenmerk vermelden?
Datum
Ons kenmerk
Behandeld door
Doorkiesnummer
28 november 2024
Onderwerp
Aantal bijlagen
Artikel 41-vragen van de fractie GroenLinks over De
--
Energiearmoedekloof (TNO)
Geachte heer Kranendonk, U heeft samen met Nicole Kok (PvdA) het college op 8 november 2024 artikel 41-vragen gevraagd. Deze vragen gaan over De Energiearmoedekloof (TNO). In deze brief beantwoord ik uw vragen één voor één. 1. Heeft het college voldoende zicht op de huishoudens die te maken hebben met armoedeproblematiek, en daarmee ook energiearmoede? Het college heeft zicht op de meeste huishoudens met armoedeproblematiek (geldzorgen). Met ons reguliere minimabeleid bereiken we veel inwoners van de gemeente Oss. In de jaarbrief geldzorgen wordt uw raad elk jaar geïnformeerd over de resultaten. Het bereik van de eenmalige energietoeslag lag vorig jaar nog hoger dan normaal bij het reguliere minimabeleid. Dit lukte ons omdat we daarbij geen vermogenstoets gebruikten. Ook was er toen landelijk veel aandacht voor de regeling. 2. Ziet het college, naar aanleiding van het TNO-rapport, reden om extra maatregelen te treffen om energiearmoede in Oss tegen te gaan? Het rapport ‘de energiearmoedekloof’ van TNO biedt meer inzicht in de diepte van energiearmoede. Tot nu toe hadden we vooral zicht op de grootte van de groep energiearmen. Wij zien hier in wezen geen aanleiding in om extra maatregelen te nemen. We kunnen ons wel voorstellen dat we in onze aanpak ons meer richten op de diepte van energiearmoede. Dat vraagt om een andere aanpak.
Daarbij merken we wel op, dat energiearmoede niet op zichzelf staat. Inwoners met méér energiearmoede
kennen waarschijnlijk ook meer ‘andere’ armoede. 3. Is het college van mening dat de huidige regelingen om energiearmoede tegen te gaan, afdoende zijn? Indien dit het geval is, graag een motivatie waarom. Voor het college is het voorkomen van energiearmoede belangrijk. Dit past ook binnen het beleidskader geldzorgen. In dat beleidskader zetten wij in op bestaanszekerheid en meedoen mogelijk maken. Wij zetten ons daarom in voor een energietransitie waarin iedereen mee doet. Bij de energietransitie letten we daarom goed op de betaalbaarheid voor onze inwoners. Er zijn verschillende landelijke regels voor de energietransitie. In deze regels is aandacht voor betaalbaarheid/energiearmoede. De aanpak van energiearmoede doorkruist elk project en elke activiteit van het programma Energie. We geven er bij elk project(onderdeel) aandacht aan. Alle inwoners zijn aan zet. We zien dat inwoners met energiearmoede vaak iets extra’s nodig hebben. Dit kan (financiële) hulp of maatadvies zijn. We werken samen met onze partners om deze groep beter te bereiken. Zoals hierboven genoemd zijn er landelijke regels waar wij als gemeente gebruik van maken. Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is bedoeld voor woningisolatie. Onderdeel van dit programma is de specifieke uitkering lokale aanpak isolatie (SPUK NIP LAI).
Buiten de SPUK NIP LAI, gaat het om geld van het landelijke programma voor de aanpak van energiearmoede. Dit noemen we de SPUK Aanpak Energiearmoede. . De Rijksbijdrage op dit onderwerp is relatief groot. In onze gemeente heeft ongeveer 6,2% van de inwoners te maken met energiearmoede. Dat is lager dan het landelijk gemiddelde van 6,4% (zie link). Dat betekent dat het geen bovengemiddeld groot probleem in onze gemeente is. Het kabinet heeft voor zowel 2025 als 2026 € 60 miljoen gereserveerd om een energiefonds in te richten dat energiearme inwoners helpt. Het is niet zo dat we alle (energie)armoede oplossen met dit budget. In het beleidskader geldzorgen benoemen we ook dat de gemeente bestaanszekerheid (en daarmee energiearmoede oplossen) niet verzekert. Inkomensregelingen zijn een taak van het Rijk. Zie verder antwoorden 11-13. 4. Is het college voornemens om na 2025 aanvullende maatregelen te treffen om energie voor alle inwoners van Oss betaalbaar te houden? Indien dit het geval is, welke maatregelen gaat het college nemen? Indien dit niet het geval is, graag een motivatie waarom niet. Zie antwoord op de vorige vraag. Er komen in 2025 en 2026 extra middelen vrij van het Rijk. Een maatregel die we daarnaast zelf nemen, is het vereenvoudigen van het loket voor
inwoners met energievragen. Verder kunnen we vanwege de SMP-plicht (soortenmanagementplan) maar beperkt woningen isoleren. We geven daarbij voorrang aan eigenaar-bewoners met energiearmoede. 5. Deelt het college de conclusies van het TNO-rapport, en PvdA & GroenLinks dat het isoleren van woningen de energetische kwaliteit van de woning verbetert? Ja 6. Is het college voornemens om, met de winter voor de deur, de bestaande regelingen m.b.t. het isoleren van woningen meer onder de aandacht te brengen en (indien nodig) nieuw leven in te blazen? Ja 7. Is het college bereid de energetische kwaliteit van de woning mee te nemen als criterium binnen de regeling, zodat de beschikbare gelden daadwerkelijk gebruikt worden om de huizen met een lager energielabel beter te isoleren (bijvoorbeeld enkel glas vervangen door dubbel glas prioriteit geven boven dubbelglas vervangen door driedubbel glas)? De SPUK NIP LAI is voor woningen met energielabel D tot en met G. Binnen dit kader maakt de gemeente zelf keuzes. Bijvoorbeeld: •
Inzetten op de slechtst geïsoleerde woningen. Dan verkiezen we label F/Gwoningen boven label D/E-woningen.
•
In lijn met het TNO-rapport voorrang geven. Dan verkiezen we mensen met ‘meer’ energiearmoede boven hen met ‘minder’ energiearmoede.
Vaak zit er wel overlap tussen beide keuzes. Energiearmoede gaat namelijk over een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of lage energetische kwaliteit van de woning. Op dit moment heeft het college nog geen kaders afgesproken om te sturen op deze keuzes. In de toekomstige energiearmoederegeling speelt het onderwerp ‘diepte energiearmoede’ wel mee. Energetische kwaliteit speelt ook mee, omdat het Rijk hier voorwaarden aan stelt. Bij het Warmteprogramma of Transitievisie Warmte 2.0 spelen maatschappelijke waarden ook een rol. De thema’s energiearmoede en betaalbaarheid komen daar terug. 8. Is het college het met PvdA en GroenLinks eens dat deze specifieke groep extra aandacht verdient? Ja 9. Ziet het college mogelijkheden om binnen de bestaande regelingen en maatregelen extra in te zetten op het verduurzamen van huurwoningen? Indien ja, welke mogelijkheden? Nee. De nationale regelingen waar we gebruik van maken, zijn gericht op eigenaarbewoners. Het verduurzamen van woningen is een verantwoordelijkheid van
woningeigenaren. Wij zijn in gesprek met verhuurders. In onze gesprekken vragen we aandacht voor bestaande regelingen. 10. Is het college bereid om met woningcorporaties in gesprek te gaan? We hebben met regelmaat overleg. Het bestuur heeft een vast overleg met woningcorporaties. 11. Ziet het college de stijgende energieprijzen als een risico op meer (energie)armoede? Net als bij zorgkosten, boodschappenkosten en alle andere kosten in het dagelijks levensonderhoud kan een sterke stijging van energiekosten zeker leiden tot meer armoede. Stijging van dit soort kosten raakt de groep inwoners met een laag inkomen onevenredig hard. Een oplossing is het inkomen gelijk met de kosten te laten stijgen. Daarom heeft de Commissie Sociaal Minimum adviezen gegeven aan het kabinet over de benodigde hoogte van het minimuminkomen. 12. Is het college actief aan de slag om een compensatieregeling vorm te geven, mochten de energieprijzen stijgen? Nee. Als er een sterke stijging van energiekosten is, dient hier op landelijk niveau een oplossing voor gevonden te worden aangezien daar de hoogte van het minimuminkomen bepaald wordt. Dat hebben we bij de vorige sterke stijging van energiekosten ook gezien. Toen stelde de Rijksoverheid middelen beschikbaar voor een energietoeslag aan de getroffen huishoudens. De Rijksoverheid stelde ook een tijdelijk noodfonds energie in. 13.
Deelt het college de mening van PvdA en GroenLinks dat de energietransitie voor al onze inwoners betaalbaar moet zijn? Ja, betaalbaarheid is erg belangrijk. De Transitievisie Warmte (2021) verplicht gemeenten om te sturen op nationale kosten. Met een onderbouwing mochten we hiervan afwijken. De nationale kosten gaan over het energiesysteem. Dit is anders dan de eindgebruikerskosten. In de Transitievisie Warmte Oss gebruiken we bijvoorbeeld betaalbaarheid om tot een buurtenplanning te komen. Bij lokale duurzame opwek van elektriciteit borgen we de baten voor inwoners. De raad heeft dit vorig jaar aangenomen. Dat deed zij met de nota financiële participatie bij grootschalige energie-opwek-projecten. Met deze nota willen we dat de lokale omgeving voordeel heeft van windmolens of zonneparken. 14. Voelt het college, net als PvdA en GroenLinks, de urgentie voor het oprichten en vullen van het duurzaamheidsfonds om deze sociale energietransitie voor iedereen betaalbaar te houden? Ja. Er is al een duurzaamheidsfonds (in planning). 15. Is het college voornemens om naast de inkomsten uit windpark Elzenburg-De Geer ook naar andere manieren te kijken om het duurzaamheidsfonds te vullen? Indien wel, welke
mogelijkheden ziet het college? Indien niet, waarom niet? De bedoeling is dat naast Elzenburg-De Geer ook andere uitgebreide opwekprojecten geld betalen aan het duurzaamheidsfonds. Het geld van dit fonds gebruiken we om er nieuwe duurzaamheidsprojecten mee te betalen.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Oss. Namens dezen,
Kees van Geffen