CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

1-defGespreksnotitie Gebiedsvisie Stadjes en Kernen.DOCX

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Gespreksnotitie gebiedsvisie Stadjes en Kernen4.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen

Inleiding Voor de Omgevingsvisie gaan we in gesprek over de fysieke leefomgeving, ook in onze stadjes en kernen. Op basis van die gesprekken maken we onder meer een gebiedsvisie op stadjes en kernen. Samen met de gebiedsvisies op het buitengebied en het stedelijke gebied wordt dit de basis voor onze (gemeentebrede) Omgevingsvisie.

Gespreksnotitie: uitnodiging voor een dialoog Dit is een gespreksnotitie. Het is geen beleid en zeker nog geen visie. We nodigen ons netwerk uit om te reageren. Deze notitie verkent de keuzes die we kunnen maken als het gaat om de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarmee is hij agenderend voor het komende gesprek: over welke zaken willen we het hebben? We gebruiken hem voor het ophalen van inhoud, maar ook creatieve ideeën, opmerkingen en tegengeluiden. Daar kunnen dus ook aanvullingen op de hier genoemde thema’s en onderwerpen zitten. Aan de hand van deze notitie (en bijlagen met achtergronden, geluiden uit de kernen, stellingen, dilemma’s en vragen) voeren we gesprekken met professionals, organisaties en geïnteresseerden in het gemeentehuis, in ons netwerk en in de gemeente. Voor gesprekken met inwoners vertalen we de notitie naar vragen die spelen in de kernen. We vragen input, verwerken die tot een conceptvisie op de Osse Stadjes en Kernen. We voegen drie visies later samen tot een integrale Omgevingsvisie. Deze wordt de basis voor het Osse beleid, voor programma’s en projecten, vergunningen, subsidies en alle andere manieren waarop de gemeente en bewoners invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. We zoeken overal naar een goede balans tussen beschermen wat we willen behouden en mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen.

Daarvoor is goede kennis van het gebied nodig. En dus reacties van verschillende groepen. Deze notitie is vooral gebaseerd op wat we al weten. Ook zijn we de stadjes en kernen in gegaan voor straatinterviews. En we hebben gesproken met andere participanten in ons netwerk. Dit geeft nog geen representatief beeld, maar we hebben de opbrengsten wel gebruikt om de vragen en dilemma’s te formuleren. We gebruiken die informatie om ook straks in de gesprekken bredere en andere reacties op te halen. Plek van de gespreksnotitie in het proces We maken gebiedsvisies als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Dat doen we in drie stappen: • In (bijlagen bij) een gespreksnotitie geven we een schets van het gebied (in dit geval de stadjes en kernen) en benoemen we de belangrijkste vraagstukken. Ze kunnen in de gesprekken met inwoners nog aangevuld worden. • Vervolgens gaan we in gesprek met ons netwerk en met inwoners en verwerken hun en onze ideeën en plannen in een conceptvisie. • De conceptvisie leggen we opnieuw voor met de vraag: herkent u zich in deze visie? Reacties verwerken we - of niet, maar dan leggen we dat uit. Dat leidt tot de gebiedsvisie die ter vaststelling voorgelegd wordt aan de gemeenteraad. Deze gespreksnotitie is dus bedoeld om het gesprek met inwoners en onze gesprekspartners te voeden en belangrijke vraagstukken te agenderen.

Kader: waar richten we ons op en wat willen we bereiken? De gebiedsvisies dienen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. We bespreken dus de onderdelen die straks bij die visie nodig zijn. Het domein van de Omgevingsvisie (en dus ook de gebiedsvisies) is de fysieke leefomgeving. Het college kiest de volgende accenten voor deze gebiedsvisie: Hoe beïnvloedt de omgeving de leefbaarheid, ontmoeten en gezondheid? Dat zijn ook de belangrijke maatschappelijke behoeften. Leefbaarheid, dat is: de manier waarop mensen hun leefomgeving 1

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen waarderen. Daarbij hoort ook: hoeveel woningen willen we bouwen, hoe passen we ze aan aan het veranderende klimaat en hoe zorg je voor het gevoel dat je ergens thuishoort? – thema’s die ook in de kernen (inclusief de stadjes) spelen. De gebiedsvisie gaat niet leiden tot gedetailleerde plannen per kern. De visie gaat veel meer over de grote lijn: hoe gaan we als gemeente met de verschillende kernen om? Wat is onze visie op de dorpen? Waar nodig werken we de visie in een volgende fase uit naar een lager schaalniveau. Van elk onderwerp vragen we ons af: hoe vertaalt zich dit naar de kernen en kan het bijdragen aan de doelen? Om deze thema’s in te vullen, gebruiken we een bijlage met achtergronden en vragen, stellingen en dilemma’s. De inwoners gaan we gericht vragen stellen. De stadjes en kernen in Oss kunnen we verdelen in clusters van hoofdkernen met dorpse en landelijke kernen er omheen. Deze clusters komen vooral voort uit de voormalige gemeenten die door herindeling onderdeel van Oss zijn geworden. Het zijn op alfabetische volgorde: Geffen; Herpen met Overlangel, Neerloon, Neerlangel, Keent en Koolwijk; Lith met Maren-Kessel, Lithoijen, Oijen, Teeffelen en ’t Wild; Megen met Haren en Macharen en tot slot Ravenstein met DeursenDennenburg, Dieden, Demen en Huisseling.

Leefbaarheid Leefbaarheid is een abstract begrip. Voor deze visie is het de manier waarop onze inwoners hun leefomgeving ervaren. Naast gezondheid en ontmoeten betekent het ook: een veilige en duurzame omgeving, een schone omgeving en met minimale overlast van bedrijven, verkeer, vandalisme, het veranderende klimaat etcetera. Leefbaarheid gaat ook over herkenbaarheid, je thuis voelen. Wat maakt je dorp jouw dorp? Identiteit en historie kunnen een bijdrage leveren aan de sfeer en samenhang in een kern - en daarmee aan de leefbaarheid. Leefbaarheid omvat (net als de andere twee thema’s) ook sociale activiteiten en zorg en welzijn in de buurt. Deze thema’s komen indirect terug in de gebiedsvisie. We pakken ze vanuit de Sociale Agenda, voor zover de leefomgeving er invloed op heeft.

Ontmoeten De fysieke leefomgeving kan op twee manieren het ontmoeten stimuleren: • Met gebouwen en voorzieningen die daarvoor zijn ingericht en die uitnodigen om naar binnen te gaan, • en buiten in de openbare ruimte die uitnodigt tot verblijf en activiteit. Inwoners uit de kern geven aan dat de sociale contacten belangrijk zijn. Ook zien we in de interviews dat vooral kinderen in de basisschoolleeftijd en ouderen hun sociale contacten dicht bij huis zoeken. De tussenliggende groep is mobieler. Voor de sociale contacten en vrijetijd zijn ze dus minder afhankelijk van het eigen kern. We willen dat laagdrempelig ontmoeten stimuleren, binnen en buiten. Scholen, sportaccommodaties, wijkgebouwen en winkels zijn plekken waar ruimte is voor een praatje. Tegelijkertijd is het niet mogelijk om in iedere kern of voor elke vereniging een eigen accommodatie te hebben en trekken winkels bij gebrek aan klandizie weg. Hoe gaan we hiermee om?

Gezondheid ‘Och, als je maar gezond bent’, is een veel voorkomende uitspraak bij tegenvallers. Het is een van de belangrijkste waarden nu. De fysieke omgeving heeft invloed op de gezondheid. De GGD heeft handreikingen gemaakt voor het opnemen van de zogenoemde ‘positieve gezondheid’ in de gemeentelijke Omgevingsvisie en omgevingsplan. Deze gebruiken we als inspiratiebron in het gesprek met inwoners. Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn: • Hij nodigt uit om te bewegen en ontmoeten: wandelen, fietsen, spelen • Hij nodigt uit om te ontspannen. • Hij heeft een goede milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem, water), is veilig en klimaatbestendig (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast) • en biedt een goede toegang tot zorg- en andere voorzieningen. • Er is een gezond voedselaanbod.

2

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen Een gezonde leefomgeving kan volgens de GGD een gezondheidswinst van 4-14% opleveren. Er moeten voldoede betaalbare en levensloopbestendige woningen zijn. De GGD noemt voor de woonomgeving onder meer: • Minimaal één kant van de woning is aangenaam en ondervindt minimaal last van onrust, lawaai en luchtverontreiniging. • Voor iedereen zijn er in de buurt toegankelijke aantrekkelijke plekken. • De leefomgeving draagt bij aan een gezond gewicht. • Wonen en druk verkeer zijn gescheiden. • Wonen, werken en voorzieningen zijn goed gemengd en overlastgevende bedrijven staan op afstand. Voor mobiliteit gelden de volgende twee waarden: actieve verplaatsing, zoals lopen en fietsen, is de standaard in beleid, ontwerp en gebruik; en tussen kernen zijn goede verbindingen voor fiets en OV. Voor de e-fiets zijn ook laadpunten belangrijk. Deze richtlijnen voor gezondheid vertalen we in een visie op de fysieke leefomgeving, op: woongebieden, groen, verkeer, klimaatadaptatie, schone lucht en bodem en de inrichting van de openbare ruimte.

Gemeentebrede opgaven: vanuit de beleving van de inwoners De gemeente staat voor grote opgaven: een grote woningbouwopgave, aanpassing aan het veranderende klimaat, de overgang naar duurzame energie en gasloze wijken, de transitie van de landbouw. Deze problemen lossen we niet op in de gebiedsvisie stadjes en kernen, maar we gaan wel graag met de inwoners in gesprek over de vraag wat dit voor de kernen betekent en hoe we ook in de opgaven dichter bij huis rekening kunnen houden met deze doelen. We doen dat in deze visie consequent vanuit de beleving van de inwoners. Dat doen we met thema’s, die elk ook een bijdrage leveren aan de drie accenten gezondheid, ontmoeten en leefbaarheid. De thema’s zijn: • Wonen (een gemengde woonwijk kan ook ontmoeten stimuleren) • Ondernemen en reuring in de kernen en stadjes • Voorzieningen (ook voor zorg en sport) • Mobiliteit (ook het beperken van overlast voor de leefbaarheid) • Milieu en duurzaamheid (alleen invloed op gezondheid en leefbaarheid) • Groen, natuur en landschap, verbinding wonen en buitengebied, • Cultuur en erfgoed Wonen: een vertrouwde omgeving Je thuis bepaalt voor een belangrijk deel je welbevinden. De plek van je woning. Past de vorm bij jouw situatie? Woon je gezond, veilig en zonder overlast. De luchtkwaliteit, het milieu in de woning en geluid hebben invloed op je gezondheid.

Op het moment is er een grote vraag naar woningen, vooral voor starters en ouderen. Bovendien zijn de woningen relatief groot en wonen er steeds minder mensen in één huis. Veel mensen, jong én oud, geven aan dat ze in hun eigen kern willen blijven wonen, maar ook dat die kern niet te veel mag veranderen (en dus groeien). Wonen is landelijk een van de belangrijkste politieke thema’s. In Oss werkt een taskforce wonen aan een versnelling van de woningbouw. De woningbehoefte verandert. Het aantal ouderen groeit en daarmee de vraag naar aangepaste woningen, liefst op de plek waar men altijd gewoond heeft. Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit in Oss nog meer dan elders. De wens om in een dorp te wonen lijkt te groeien: er verhuizen meer mensen naar de dorpen dan vanuit de dorpen naar elders – vaak weten ze goed dat in de kernen minder voorzieningen zijn dan in de stad. Voor de kernen stellen we ons de vraag hoe we om willen gaan met de woningbehoefte. Bouwen we daar alleen voor de eigen behoefte? Willen we de groei beperken om het karakter van de kernen niet aan te tasten? Zien we wel mogelijkheden voor kleine of grote uitbreidingen? In Geffen en Ravenstein wil Oss grootschaliger uitbreiden, voor behoefte in de eigen kern, maar deels ook uit Oss of zelfs van buiten de gemeente.

Wat betekent woningbouw voor een dorp? Het provinciale (en gemeentelijke) beleid wil bouwen buiten de bestaande kernen beperken. Gaan we dan kleinschalige plannen maken om in de eigen behoefte te voorzien? Wachten we initiatieven van de eigen inwoners af? Hoe stimuleren we collectief particulier opdrachtgeverschap? 3

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen Ouderen willen ook bij een toenemende zorgbehoefte vaak op hun eigen plek blijven wonen - zelfs als de woning niet meer voldoet. Hoe gaan we hiermee om? Zou iedere kern ook seniorenwoningen moeten hebben of concentreren we seniorenwoningen in grotere kernen waar meer voorzieningen aanwezig zijn? Ook starters ervaren problemen op de woningmarkt, zeker als ze in hun eigen dorp willen blijven. Hoe gaan we hiermee om? Hoe ondersteunen we initiatieven om (samen) zelf te bouwen? En ook hier is de vraag of elke (kleine) kern eigen starterswoningen moet hebben of we dat toch meer concentreren, bijvoorbeeld in de hoofdkernen? Ondernemen in de kernen: balans tussen groeien en beschermen Werk is een belangrijk onderdeel van ons leven. Het zegt voor een groot deel wie we zijn en het geeft zelfstandigheid. Collega’s zijn belangrijke contacten die we regelmatig ontmoeten. Werk dicht bij huis is vooral voor mensen zonder auto belangrijk. Bedrijvigheid is ook belangrijk voor de sfeer in een dorp: ontmoeten, levendigheid en natuurlijk de economie. De GGD geeft aan dat wijken en buurten met een mix aan functies bijdragen aan gezondheid. Maar bedrijvigheid kan ook overlast geven en daardoor een negatieve invloed hebben op gezondheid en leefbaarheid.

Er zijn bedrijventerreinen in de hoofdkernen Geffen (De Doelen), Lith (Het Wargaren) en Ravenstein (De Kolk en Langakker). Tussen Ravenstein en Herpen ligt De Bulk. Verder is er een klein cluster van bedrijven aan de Houtstraat in Megen. In de kernen hebben verder lokale ondernemers een bedrijfje of beroep aan huis. Soms groeien succesvolle bedrijven uit hun jasje, zoals vleesbedrijf Zwiers op Het Wargaren en de Plintenfabriek op De Bulk. Verhuizen betekent kosten en verder reizen, verhuizen of solliciteren voor het personeel. We kunnen meer tijd- en plaats-onafhankelijk werken. Dat betekent dat bedrijfjes en werknemers zich ook makkelijker in kleine kernen kunnen vestigen. Ook in kleine gezamenlijke dorpskantoren. Er zijn minder reisbewegingen, maar er is ook een andere infrastructuur nodig (meer ontmoeten; betere digitale middelen, extra parkeergelegenheid in de kernen). Dat betekent wat voor de lokale werkgelegenheid (schoonmaak en onderhoud moeten wel op locatie plaatsvinden). En wat als internetbedrijven de huiskamer ontgroeien en dagelijkse distributie in de avonduren groter wordt? Vooral op de noordelijke Oeverwal van de Maas is toerisme een item dat veel aandacht vraagt. Toerisme is vooral een bedrijfsactiviteit (in tegenstelling tot recreatie, dat vooral met leefbaarheid te maken heeft).

Net als landbouw is het een bedrijfstak met een sterke lobby en als het grootschalig wordt, heeft het een grote impact op de leefomgeving: verkeer op de dijken, drukte in natuurgebieden. Maar ook kansen voor ondernemers, voor herbestemming en rendabel maken van belangrijke gebouwen en erfgoed. Zoals Ravenstein zei bij de Voorzieningenkaart, in april 2015: ‘we willen geen Heusden worden, maar ook geen slaapstad.’ Toerisme (en ‘reuring’) op de goede locaties, draagt ook bij aan de recreatie en dus leefbaarheid van een kern. Voorzieningen:meegaan met een snel veranderende tijd Het voorzieningenniveau in de kernen staat onder druk. Steeds meer voorzieningen zijn ook (of vooral) digitaal toegankelijk. We doen onze bankzaken via internet, kopen online en onderhouden sociale contacten via social media. Dat leidt ertoe dat fysieke voorzieningen als banken en winkels verdwijnen, zeker als het bereik beperkt is. Maar met die voorzieningen verdwijnen ook de directe contacten met andere mensen. Inwoners geven aan dat ze behoefte hebben aan plekken waar ze andere mensen ontmoeten. Voor voorzieningen in de kernen is ontmoeten dan ook een belangrijke, zo niet de belangrijkste, functie. Daarnaast dragen voorzieningen bij aan gezondheid. Dat geldt niet alleen voor sportvoorzieningen, maar ook de ontmoetingsfunctie is belangrijk voor de gezondheidsbeleving.

En ook de bijdrage aan leefbaarheid is duidelijk. Het gaat bij voorzieningen niet altijd om gebouwen. Ook sporten in de openbare ruimte hoort erbij, net als speelveldjes en groene en aantrekkelijke verblijfsplekken. In de gesprekken kijken we waar behoefte aan is. Welke bestaande plekken en gebouwen spelen daar een rol in? Daarbij doen we de discussies vanuit de voorzieningenkaart niet over: als er keuzes zijn gemaakt, sluiten we daarbij aan. Vraag is ook hoe we ook op termijn inwoners invloed geven op de (gemeentelijke) voorzieningen, binnen en buiten, in hun kern. Wie bepaalt wat er in het dorpsgebouw gebeurt, hoe de openbare

4

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen ruimte eruit ziet en of de inrichting van de groenvoorziening nog past bij de samenstelling van de bevolking? Hoe gaan we dit ook nadat de visie klaar is, samen vormgeven? Ook de keerzijde is belangrijk: het feit dat steeds meer via internet verloopt, maakt digitale bereikbaarheid tot een belangrijke voorziening. Mobiliteit: de spanning tussen bereikbaar en duurzaam Oss wil duurzaam vervoer stimuleren. Meer elektrisch, meer fietsen in plaats van de auto. Dat is goed voor de gezondheid (beweging) en voor de leefbaarheid (minder verkeersoverlast). En ook minder fysieke ruimte nodig: asfalt, parkeerplaatsen... Maar wonen in de kernen heeft als nadeel dat bijna alles verder weg is dan in de stad: scholen, winkels, werk, cultuur. En dus meer bewegingen van personen. Dorpelingen vanaf 18 koesteren de auto. Met een gezin is de auto in de kernen nagenoeg onmisbaar. Dat heeft gevolgen voor: wegen, parkeren, milieu en veiligheid. Kunnen we de kleine kernen minder afhankelijk maken van de auto? Of levert het platteland andere bijdragen aan de grote vragen rond milieu? Hoe vinden we duurzaam en gezond vervoer én houden we de kernen en voorzieningen goed bereikbaar? Kunnen we de fiets en electrisch vervoer stimuleren? Zijn er mogelijkheden voor gezamenlijk (openbaar) vervoer? Verkeer geeft ook overlast voor omwonenden.

Bijvoorbeeld op de dijk, door het vele toeristische of recreatieve verkeer. Zijn hier oplossingen voor te bedenken? En zijn er andere knelpunten in de kernen?

Milieu en duurzaamheid: verantwoord, veilig en gezond wonen Onze leefomgeving geven we door aan onze kinderen, horen we vaak. Als we niet oppassen maken we niet alleen de erfenis op, maar zadelen we ze op met een lening. Bij milieu horen niet alleen de groene zones in de dorpen, maar ook kwaliteit van water, bodem en lucht, omgaan met grondstoffen en ecologie en hinder van geluid. Bij (nieuwe) wijken en reconstructies is het nodig om circulaire te werken om onze CO2-doelen te halen. Daarnaast willen we flexibel bouwen. Dat is: aan te passen voor meerdere generaties en veranderende behoeften. Het bespaart op materiaal en maakt hergebruik eenvoudiger. Het past ook in de sociale doelen voor de stadjes en kernen waar nu behoefte is aan woningen voor starters en ouderen. En ook die behoefte kan veranderen. We moeten ook rekening houden met de gevolgen van klimaat (hitte, water) en enerie en wat dat betekent voor bijvoorbeeld groen en water in de straten en tuinen, en voor opwekken en besparen van energie in de kernen. We mogen straks verschillen maken tussen gebieden, bijvoorbeeld voor bedrijven, evenementen. In onze gesprekken horen we relatief weinig over geluidsoverlast. Meestal dan in combinatie met overlast van verkeer (of verwacht rond windturbines, die in de visie Buitengebied staan).

Groen, natuur, landschap: je thuis voelen Een soms onderschat deel van de leefbaarheid is: identiteit. Terugkerende vakantiegangers weten waar we het over hebben. Jezelf ergens thuis voelen. ‘Ik ben een echt dorpsmens…’ Dat heeft te maken met de gemeenschap waar je woont, maar ook de omgeving: het groen, de vorm van het dorp. Bijvoorbeeld de kerk, een kapel, het pakhuis of de jongensschool. De identiteit van de Osse kernen is bepaald door de fysieke omgeving, maar ook door de (katholieke) geschiedenis. Vaak zijn het buitenstaanders en nieuwkomers die de mensen die in de dorpen erop gegroeid zijn bewust maken dat de omgeving prachtig en dierbaar is. Groen in de kernen is niet alleen mooi, maar ook uitnodigend en dus belangrijk voor de gezondheid en ontmoeten. Zelfbeheer van de leefomving kan daar een vorm van zijn. Elke Osse kern heeft een eigen vorm, geschiedenis en karakter. Compleet met de bijbehorende rivaliteit. Sommige liggen op de hogere oeverwal van de Maas, andere, zoals Geffen en Herpen op het dekzand. Deursen-Dennenburg, Haren en Teeffelen zijn op een hoger gelegen rivierduin 5

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen ontstaan, als een soort ‘eilanden’ in de grote leegte van de polder. Die verschillen bepalen voor een deel de kwaliteit en eigenheid. In veel dorpen is een grote vraag naar woningen, maar als je vraagt: ‘zullen we het maar vol bouwen?’, mag je flinke weerstand verwachten. Goed besturen is oplossingen vinden en tegelijk het waardevolle koesteren. Landschappen zijn ook ecosystemen. Als je daar één schakel uit haalt, zeg de bijen, dan kun je het hele systeem uit balans brengen, bijvoorbeeld een voedselketen, of de gezondheid op het spel zetten. Een groeiende groep bewoners vindt biodiversiteit belangrijk. Het is belangrijk om samen met de bewoners de kwetsbare natuur te beschermen. Cultuur en erfgoed: eigenheid van de dorpen en stadjes Monumenten zijn vaak particulier bezit, maar belangrijk voor karakter van een dorp. Als het stof van een afgebroken melkfabriek of klooster opgetrokken was, hoorde je vaak: ‘toch sunt…’ Gewone (of soms zelfs lelijke) gebouwen (en straatjes, groen) bleken dierbaarder dan gedacht. Net als oude foto’s en familiebezit, gooi je dat niet achteloos weg. Je kunt het verleden van een dorp maar één keer afbreken. Dat geldt ook voor immaterieel erfgoed, cultuur en archeologie. Maar je kunt ook niet alles bewaren. De Osse kernen zijn vooral rijk aan katholiek erfgoed.

De stadjes Megen en Ravenstein, met ook een hier bijzondere protestantse kerk en de barokke Luciakerk, zijn zeer bekend. Net als de oude paden in Lith, de Sint Sebastianus in Herpen en de Joodse begraafplaats in Geffen en bijvoorbeeld klooster Bethlehem in Haren. Kerken en kloosters raken leeg, maar ook niet-gelovigen noemen de kerk vaak als belangrijk herkenningspunt van hun dorp. Daarnaast zorgt de Maas voor een eigen karakter van de kernen en stadjes, bijvoorbeeld door dijkbebouwing. Zelfs verdwenen zaken zijn de moeite waard: archeologen vertellen ons prachtige verhalen over onze voorouders. Verhalen over het verleden vertellen wie we nu zijn - en wie we kunnen worden.

Verder, procesmatig… We willen in de visie niet alleen kijken naar de objecten, maar ook naar onze eigen werkwijze. Hoe zorgen we als gemeente voor de goede balans tussen beschermen, kiezen en mogelijk maken. Slim combineren maakt meer mogelijk Slim combineren kan meer mogelijk maken. Bijvoorbeeld: • Door functies in één voorziening bij elkaar te brengen ontstaan levendiger plekken met meer mogelijkheden tot ontmoeting voor jong en oud. • Datzelfde geldt voor het verbinden van maatschappelijke activiteiten aan bedrijvigheid: welke rol spelen bedrijven of andere organisaties in maatschappelijke behoeften als ontmoeten of gezondheid? En hoe kunnen we dat versterken? • Als een voorziening meerdere kernen bedient, is er wellicht meer mogelijk, ook financieel. Willen we centrale voorzieningen voor meerdere kernen op één plek? En welke dan? • Hoe kunnen we bij het realiseren van maatschappelijke doelen ook bijdragen aan de bescherming van waarden als ecologie, energieneutraal, klimaat? We willen bij het zoeken naar oplossingen steeds ook verbinding zoeken met andere doelen, andere projecten en zo meer bereiken. Gemeentebrede opgaven In de visie op de kernen kijken we vooral naar de zaken die alleen in de dorpen en stadjes spelen. Er zijn ook gemeentebrede opgaven met een groot effect op die lokale schaal.

En bij de keuzes die we in de kernen maken, hebben invloed op de grotere opgaven. Voorbeelden: • De klimaatverandering kan ook in de kernen voor overlast gaan zorgen (water, hitte…) Zijn er ideeën over de manier waarop je daar op de schaal van het kern op in kunt spelen? • De gemeente wil naar energieneutraal in 2050. Wat betekent dit voor bouwplannen in de kernen, van woningen of voorzieningen? 6

Gespreksnotitie Stadjes en Kernen •

Kunnen we slimme oplossingen bedenken voor de bereikbaarheid van de kernen met minder uitstoot? • De gemeente ziet zich ook op sociaal gebied voor grote opgaven gesteld. We willen zoveel mogelijk preventief werken, zodat voldoende (zware) zorg beschikbaar blijft voor wie dat nodig heeft. In de gebiedsvisie kijken we hoe de fysieke leefomgeving kan bijdragen. Door een veilige, schone en uitnodigende omgeving te bieden met ruimte voor beweging en ontmoeting. En door inwoners daar bij te betrekken, zodat ze zich verbonden voelen met hun omgeving en daar samen invulling aan geven. We moeten oppassen dat we niet alleen naar het hier en nu kijken. Een visie gaat ook over de leefbaarheid en gezondheid van de achterkleinkinderen van de huidige bewoners. Als we kijken naar de gewenste ontwikkelingen in de kernen, zullen we steeds ook de grotere doelen betrekken. We kiezen voor oplossingen die bijdragen aan milieu, biodiversiteit, klimaatadaptatie, vermindering van CO2 of vermindering van het gebruik van (fossiele) energie. We verwachten dat de andere programma’s rond die opgaven ook oog houden voor de eigenheid en leefbaarheid van de kernen. We werken ze dus (nog) niet apart uit in de visie. Samenwerken en de rol van de gemeente Verhoudingen zijn veranderd. De samenleving is complexer geworden. Dat geldt ook voor de opgaven.

Overheden en burgers kunnen oplossingen niet alleen realiseren. We moeten daarvoor samenwerken, ook met bedrijven en organisaties. Hoe zorgen we er samen voor dat de fysieke leefomgeving gezond, aantrekkelijk en leefbaar blijft? Hoe maken we ruimte voor maatschappelijke behoeften en beschermen we tegelijkertijd belangrijke waarden? Individuele belangen kunnen zich vaak goed redden. Het algemeen belang en het kwetsbare heeft een overheid nodig. Alles wat de samenleving zelf op kan pakken, daar mag de overheid een stap terug zetten. Zolang dat gebeurt met beide benen in de samenleving. De overheid moet een oogje houden op wat kwetsbaar is: natuur, milieu, erfgoed, het karakter van een kern, maar ook sociale samenhang en de zorg voor kwetsbare inwoners. Dat vraagt om een goed evenwicht: waar pakt de gemeente de leiding en waar laten we dat bij de samenleving of individuele inwoners en bedrijven? Een aantal vragen dat we ons hierbij stellen: • Geven we meer ruimte en ondersteuning aan initiatieven die ook bijdragen aan het algemeen belang of gemeentelijke doelen? • Vinden we het terecht dat mensen die actief deelnemen in de samenleving en in participatie ook meer invloed hebben? • Hoe voeren we het goede gesprek met elkaar? En wat is daar voor nodig?

Tot slot Deze notitie geeft de inhoudelijke hoofdlijn. De bijlagen zorgen voor inkleuring en pratische invulling van de onderwerpen. Die is nodig om het goede gesprek te voeren. Met professionals en organisaties in de klankbordgroep, maar ook met de bewoners op bijeenkomsten, (sociale) media en andere manieren. Zo vertalen we deze abstracte notitie in concrete stellingen, vragen en dilemma’s die aangeven hoe de betrokkenen denken over de onderwerpen in deze notitie. Op die manier krijgen we een gedragen visie, waarin we bestaande ontwikkelingen, grote opgaven en de waarden van de samenleving in balans brengen.

Bijlagen • •

A: Stadjes en Kernen achtergronden vragen en stellingen voor klankbordgroep en netwerk B: Karakterschets van de kernen, met hoofdlijnen van de straatinterviews

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=20e5c5ac-bb5a-4ad9-8a30-b7dac6fe7b5b